Het bijbelse kernwoord kreupel I. Het oude testament



Dovnload 45.5 Kb.
Datum14.08.2016
Grootte45.5 Kb.

Het bijbelse kernwoord kreupel




I. HET OUDE TESTAMENT

Nevenstaande en onderstaande gegevens zijn verzameld uit Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl. 1915, en Abr. Trommius, Nederlandse Concordantie (6e herzie-

ne dr. ), s.v. kreupel פּסה
I.A.a Betekenis van de tekstgegevens


  • Lam/ kreupel (2 Sam 4:4; 5:6, 8; 9:13; 19:25v; Job 29:15; Spr. 26:7; Jes. 33:23; 35:6; Jer.31:8). Zie o.a. ISBE (E-sword), s.v. lame.

  • Kreupel = wie kreupel is, is ongeschikt voor de priesterdienst (Lev. 21:18)

  • Mank, enz (een mank dier is als offerdier verboden) (Deut.15:21; Mal. 1:8, 13.



I.A.b Samenvatting + toepassing

1. Het woord kreupel/ mank, lam komen we een en andermaal in de Bijbel tegen in verschillende variaties, van geen goed gebruik kunnen maken van zijn benen tot en met een algehele verlamming. Er kunnen allerlei oorzaken zijn van dit lichaamsgebrek: a) het kan aangeboren zijn (kreupelgeboren); b) iemand kan kreupel/ mank zijn geworden ten gevolge van een bepaald gebeuren in het leven: geestelijk/ psychisch (de worsteling van Jakob aan de Jabbok) of fysisch (Mefiboseth). Op de laatstgenoemden gaan we in het vervolg iets uitvoeriger in.


2. We lezen van de aartsvader Jakob na zijn worsteling aan de Jabbok: En de zon rees hem op, als hij door Pniël gegaan was; en hij was hinkende aan zijn heup. Zie Gen. 32:31. Als Jakob na vele jaren eindelijk weer terug is aan de grens van het hem beloofde land, brengt hij al zijn bezittingen aan de overkant van de rivier de Jabbok en blijft zelf aan deze zijde van die rivier alleen achter.
Maar dan wordt hij opeens opgehouden. Er is Iemand, een ‘Onbekende’ die regelrecht op hem afkomt, hem vastgrijpt en met hem begint te worstelen. Die Man is God Zelf. De profeet Hosea zegt er later van: ‘…in zijn kracht gedroeg hij (Jakob) zich vorstelijk met God. Ja, hij gedroeg zich vorstelijk tegen de Engel en overmocht Hem (Hosea 12:4b, 5). In de gestalte van een engel kwam de Heere Zelf onder het Oude Verbond wel meer op bezoek bij de Zijnen. Hier is Hij de God van de aanvechting. Jacob, heb je eigenlijk wel recht op het beloofde land? Jacob moet zijn naam noemen: Bedrieger.

Ja en toch blijkt hij straks een overwinnaar Gods te zijn M.Henri, een bekende Bijbelverklaarder zegt in dit verband: ‘Jakob werd in het strijdperk tot ridder geslagen’. Hij mag God vasthouden. In Christus meer dan een overwinnaar.


Tenslotte vraagt de grote Worstelaar aan Jakob om hem los te laten. Maar Jakob zegt: Ik laat U niet gaan, tenzij Gij mij zegent. In de confrontatie met de God van Bethel worden de dingen tussen Hem en Jacob afgehandeld. Deze kan en mag niet als een bedrieger verder. Hij mag in een verzoende betrekking met zijn God Hem omhelzen en de Heere vasthouden, verlegen om Zijn gunst. Daarom zegt hij: Ik laat U (Heere) niet gaan dan alleen als U mij zegent. En zo mag Jakob voortaan Israël heten: Overwinnaar Gods.
En daar gaat Jakob dan. Hij gaat voortaan kreupel/ hinkend door het leven. Een hardloper kan hij niet meer zijn. De rem staat erop. In zichzelf o zo zwak. Maar in de Heere meer dan overwinnaar.

Kijk, de zon gaat op. Een nieuwe dag breekt aan. Jakob is een ander mens geworden. Een invalide man, maar valide in God.


Gezegend de mens die zo’n kreupelgang door het leven maakt, voor wie de dingen tussen God en hem tot een oplossing zijn gekomen, dank zij het verzoeningswerk van Jezus Christus, hem toegerekend in het geloof.

3. En dan nog iets over Mefiboseth, zoon van Jonathan (zoon van Saul), van wie zij lezen, dat hij was geslagen aan beide voeten. Zijn voedster had hem (bij het horen van de overwinning van de Filistijnen en van de dood van Saul en Jonathan), toen hij 5 jaar oud was, laten vallen. Vgl. 2 Sam.4:4; 9:3. David bewijst hem weldadigheid; hij mag gedurig aan ‘s konings tafel eten (2 Sam.9:13;9:26).1 Zo iets is enorm edelmoedig. Een toonbeeld van genadig omgaan met (mogelijke) tegenstanders en van weldadigheid jegens onze gebrekkige naasten.



Hoe heerlijk is het, ook in geestelijk opzicht, als wij als een kreupel mens aanzitten mogen aan de tafel van de meerdere David, Jezus Christus.
4. Bij de verovering van Jebus door David zeggen de inwoners: de lammen en kreupelen zullen u afdrijven. 2 Sam.5:6vv (Zie ook onder NT: Matth.21:14).
In 2 Sam. 5:6, 8 gaat het over de Jebusieten die in Jeruzalem in de burcht Sion in het zuidoosten van de stad waren blijven wonen na de verovering van de stad t.t.v. Jozua. David wil Jeruzalem gaan innemen. Maar de Jebusieten zeggen: U zult hier niet inkomen, maar de blinden en kreupelen zullen u terugdrijven (= David komt hier niet binnen). De vesting Sion was immers een fort, c.q. citadel met enorm steile hellingen. Niettemin verovert David die burcht; zij heet voortaan de stad Davids waar David gaat wonen. Over vs.8a (uiterst moeilijke woorden) geven we hier verder geen verklaring. Ze betekenen waarschijnlijk, dat Davids dappere mannen via de watertunnel beneden de steile rots de burcht zouden binnenkomen en die zogenaamde verdedigers (kreupelen en blinden) een kopje kleiner zouden maken.2 Vgl. 1 Kron. 11:5-8.
Een gids van ons reisgezelschap vertelde ons eens bij de rondleiding in Jeruzalem (Sion), hoe wij dit verhaal van 2 Sam.5 konden verbinden met wat we lezen in Mattth. 21:14vv. Daar wordt ons namelijk verhaald, hoe Jezus (de grote Davidszoon) bij Zijn intocht in de heilige stad omringd wordt door blinden en kreupelen in de tempel en dat Hij hen geneest. Ziedaar de grote Davidszoon die Heer en Meester is in Sion, ook over de door Hem genezen blinden en kreupelen. Dat is een verovering van Sion om nooit meer te vergeten. Aanbid Hem. Zie hierover ook mijn website/ Bijbelse kernwoorden s.v. blind.3
5. Hoe overweldigend wordt er in Jesaja’s profetieën over de toekomst van Jeruzalem gesproken.: de heerlijke Godsstad; zelfs de lammen, hoewel niet in staat om de oorlog in te gaan, zullen de roof roven (Jes.33:23). ‘Juda’s verloste inwoners plunderen het tot een wrak geworden schip van Nineve.’ 4 En in Jes. 35:6 wordt ons het onvoorstelbare verhaald, nl. dat ‘in de tijd des heils blinden en doven, lammen en stommen van hun gebreken worden genezen; de kreupele zal springen als een hert’ (Jes. 35:6).5
Wie ziet het niet, dat de dingen die hier genoemd worden voluit werkelijkheid werden, toen Jezus, de Messias op aarde was. En wie ziet het niet, dat juist in onze dagen de oude profetie van Jer. 31:8 in vervulling gaat: ‘Ik zal ze aanbrengen uit het land van het Noorden (o.a. Oekraine) en zal hen vergaderen van de zijden der aarde; onder hen zullen zijn blinden en lammen, zwangeren en barenden tezamen; met een grote gemeente zullen zij derwaarts wederkomen.’ God haalt de Joden thuis, Zijn volk. God brengt hen terug in het land, beloofd aan Abraham, Izaak en Jakob.
6. En dan nu nog enkele bepalingen m.b.t. de kreupelen en de tempeldienst.
a. Wie kreupel is, is ongeschikt als priester; een priester moet een gaaf mens zijn. (Lev. 21:18)

In deze perikoop worden ‘aanwijzingen gegeven voor de nakomelingen van Aäron die gekweld zijn door lichamelijke onvolkomenheden. Geen blinde of lamme man (met een verminking in zijn gelaat, neus, oren, lippen of ogen), bijv. iemand met meer dan tien vingers en tien tenen, mogen tot Gods altaar naderen.’ 6 Zie 2 Sam. 21:20.


Het is moeilijk om de zin van dit soort bepalingen m.b.t. de toelating tot het priesterschap, voor de Nieuwtestamentische bedeling in te zien. Wellicht kunnen wij volstaan met de opmerking van dr. W. H. Gispen, dat ‘het oude verbond de bedeling der dienstbaarheid is, niet die der door Christus, de Man van smarten, aangebrachte vrijheid’. 7 Wel mogen wij uit deze bepalingen de conclusie trekken, dat voor de ambtelijke dienst in Gods gemeente een absolute gaafheid, d.i. geestelijke toewijding vereist is.
b Alleen wat gaaf is, is aan de Heere te offeren; niet onze afdankertjes. Deut. 15:21; Mal. 1:8, 13. In aansluiting aan de slotopmerking van 4.a merken we op, dat die absolute gaafheid ook in de offers is vereist. Het is, zowel onder het oude als onder het nieuwe verbond ontoelaatbaar om de Heere tevreden te stellen met het gebrekkige en onvolkomene. Zie de genoemde teksten. De Heere een kreupel lammetje aanbieden dat immers toch voor onze veestapel niets goeds belooft, is verwerpelijk. Wat we aan God offeren (hetzij aan geld en goed, hetzij aan tijdsbesteding en arbeid in de gemeente) kan nooit gaaf genoeg zijn en zij gedaan in volvaardigheid van ons gemoed, niet afgeperst; ‘want God heeft een blijmoedige gever lief’ (2 Kor.9:7b)..
7. In Job 29:15 horen we, dat Job van zichzelf zegt, hoe weldadig hij in zijn vroegere dagen omging met hulpbehoevenden (blinden/ kreupelen). Dat stelt hij tegenover de beschuldiging van zijn vrienden. Hij was, zegt Job, als ogen voor de blinden en voeten voor de kreupelen. Kortom een vader voor de nooddruftigen 8; onzelfzuchtig en onpartijdig. Wat Job hier van zichzelf mag zeggen, is zeker voorbeeldig voor ons allen: wees voor anderen tot ogen en tot voeten.
8. En dan tenslotte Spr. 25:7. Wellicht is het het beste om deze spreuk als volgt weer te geven: De dwaas kan evenmin recht gebruik maken van een wijze spreuk of morele stelregel .. als een lamme van zijn voeten. 9 Neem bijv. het gezegde: Spreken is zilver, zwijgen is goud. Maar een dwaas weet zijn tong in de regel niet te bedwingen.

II. HET NIEUWE TESTAMENT



II.A Het Griekse woord voor kreupel in het NT is χωλος choolos
II.A.a Tekstgegevens/ korte omschrijvingen (o.a.volgens Trommius)


  • De kreupelen wandelen (Matth.11:5; 15:31; Luk. 7 :22)

  • Vele scharen kwamen tot Jezus met bij zich kreupelen, blinden, stommen, lammen… (Matth.15:30)

  • Het is u beter tot het leven in te gaan, kreupel…..(Matth 18 : 8; Mark. 9:45)

  • En er kwamen blinden en kreupelen tot Jezus in de tempel en Hij genas ze (Matth. 21:14). Zie onder OT

  • Nodig bij uw maaltijd kreupelen, blinden (Luk. 14:13, 21)

  • In Bethesda een grote menigte van zieken, blinden, kreupelen… (Joh.5:3)

  • Een zeker man, kreupel (Hand.3:2; 14:8)

  • De kreupele die gezond gemaakt was (Hand.3:11)

  • Vele geraakten en kreupelen werden genezen (Hand.8:7)

  • Opdat hetgeen kreupel is niet verdraaid worde (Hebr.12:13)



II.A.b Samenvatting

1. Een enkele opmerking vooraf over paralysis (παραλυσις). Over deze ziekte lezen we betrekkelijk veelvuldig in het NT. Deze ziekte bestaat uit een extreem verlies van bewegingskracht, afhankelijk van een aandoening in het motorisch centrum van de hersenen of van de menselijke ruggengraat. Met als gevolg een kreupele gang of algehele verlamming. Zo de ‘paralyticus’ van Mattheus 9/ Mark.2 die door een spierziekte al in geen tijd meer de beschikking heeft over de spierbundels van zijn lichaam. Een verlamde man die geen been heeft om op te staan; geen hand om iemand te begroeten.10 De ziekte werd door Jezus niet toegeschreven aan een zondig leven. Wel laat Jezus aan de genezing van de zieke man in Kapernaum Zijn woord van vergeving voorafgaan, zijnde het grootste wonder en noemt Hij diens genezing een bewijs, dat Hij macht heeft om zonden te vergeven.11


2. Uit de onder II.A.a opgesomde teksten blijkt, dat er in de tijd van het NT vaak kreupelen/ lammen voorkwamen. Onze Heiland krijgt deze gebrekkigen, ook zonder dat Hij hen daartoe uitnodigt, bij Zich en geneest hen. Het oud-profetisch woord gaat dan in vervulling, dat de kreupele springt als een hert ( Jes. 35:6). De discipelen van Johannes de Doper die dit zien gebeuren, mogen het aan hun meester in de gevangenis melden als bewijs, dat Jezus de door hem aangekondigde Messias is. Vgl. Mattth.11:5; 15:30v; Luk.7:22.
3. In Mattth.21:14 is het Jezus Die in de tempel omringd wordt door blinden, kreupelen, enz. en hen geneest. Daarin toont Hij als de grote Davidszoon de rechtmatige Koning van Sion te zijn. Zie onder OT. I.A.b.2. Trouwens ook in het ziekenhuis van Bethesda vlakbij Jeruzalem had Jezus in de genezing van een 38 jaar lang verlamde man dat getoond (Joh.5:3vv). Van Hem, onze Heiland geldt nog steeds, dat Hij hen opricht die geen been hebben om op te staan (letterlijk en op allerlei wijzen). Hoe geweldig is het toch, als wij kreupelgeboren of verlamd zijn en op een machtswoord van Jezus van onze kwaal verlost worden. Als Hij onze spierbundels in de hand heeft, hoeveel te meer geldt het dan, dat Hij ons hart dat van huis uit boos is, kan en wil vervullen met Zijn schuldvergevende genade en liefde.
’t Is de Heer, Wiens mededogen

Blinden schenkt het lieflijk licht:

Wie in ’t stof lag neergebogen

Wordt door Hem weer opgericht. (Ps.146:6a ber.)


4. Bij de verkondiging van het Evangelie door de apostelen gebeuren er eveneens heerlijke genezingswonderen. Zij zetten het Paasevangelie kracht bij. We denken aan de kreupelgeborene/ verlamde man aan de Schone poort (de Nicanorpoort) van de Tempel (Hand.3:2vv, 11). Petrus geneest hem, zijn voeten en enkels worden vast, hij springt op en wandelt naar de tempel. Later in Samaria gebeuren er soortgelijke wonderen (Hand.8:7). 12 ‘De dienaar oogst wat de Meester heeft gezaaid…’, aldus een verklaarder. Vgl. Joh. 4:42.
Zo ook te Lystre waar Paulus een kreupele man/ verlamde gezond maakt (een man die kreupel is van zijn moeders lijf en nooit heeft gewandeld) (Hand.14:8). Er was vermoedelijk geen synagoge in Lystra en er woonden hier niet zovele Joden. Paulus en Barnabas moeten dus onder de open hemel preken…Maar het incident, vermeld in Hand.14:8-18 toont ons, hoe zij onder de pure heidenen gehoor krijgen. Daar zit nl. (vgl. Hand.3:1-11) mogelijk buiten de poort (vs.13) een man onmachtig (impotent) aan de voeten, die nooit heeft kunnen lopen; hij is kreupel geweest vanaf zijn geboorte. En op een machtswoord van de apostel springt hij op en wandelt.
Genezingswonderen zijn in de eerste eeuw een geweldige ondersteuning geweest van de Evangelieverkondiging. Wij zien het voor ogen, dat in het bijzonder in zendingssituaties ook vandaag genezingswonderen een krachtige ondersteuning vormen van de voortgang van het Evangelie in de wereld.
5.a In geval uw voet u ergert, houw ze af. U kunt beter kreupel of verminkt tot het leven ingaan dan… met twee voeten in het eeuwige vuur geworpen te worden (Matth 18::8; Mark. 9:45) Aldus een verregaand woord van Jezus. Het is mogelijk, dat onze hand, voet of oog ons ergert (= voor ons een struikelblok wordt en ons ten val brengt). M.a.w. als deze ledematen ons tot een prikkel voor de zonde worden; als onze voet zich bijv. zou begeven op weg naar een secretaresse met wie wij het bed gaan delen in plaats van met onze wettige echtgenote. Dan zouden we er beter aan doen die voet uit te rukken en kreupel/verminkt door het leven te gaan in plaats van met twee voeten in het eeuwige vuur (de Gehenna/ hel) geworpen te worden. Vgl. Jes.66:24. Radicaal breken met elke verleiding tot het kwaad, daar komt het op aan.
5.b Een ander woord van Jezus. Nodig voor uw maaltijden armen, verminkten, kreupelen, blinden (Luk. 14:13, 21). Niet vrienden, broeders, familie, buren die u t.z.t. van hun kant zullen uitnodigen voor een festiviteit. U kunt beter een huis vol hulpbehoevenden hebben om die te beweldadigen. Daar zult u plezier van hebben. Zij kunnen het u niet vergelden. Wees onbaatzuchtige weldoende mensen.
6. Tenslotte een woord uit Hebr. 12:13. Daar roept de schrijver de lezers van zijn brief op om goed begaanbare wegen te maken, opdat hetgeen kreupel is niet verdraaid/ ontwricht wordt. Op onbegaanbare paden zullen kreupelen gauw genoeg struikelen en worden hun voeten ontwricht. Bedoeld zullen zijn: pasbekeerden die met veel strijd te maken hebben. 13 Het is van groot belang, dat in de christelijke gemeente alle barricades op de weg in leer en dagelijkse handel en wandel worden weggenomen. Juist ook met het oog op de kleinen en de aangevochten gelovigen. Opdat ieder een vaste en ongehinderde gang kan maken achter de overste Leidsman en Voleinder des geloofs Jezus Christus aan. 14



1 In de commentaar van Keil-Delitzsch lezen we: His name was Mephibosheth (according to Simonis, for בשֶׁת מַפְאֶה, destroying the idol); but in 1Ch_8:34 and 1Ch_9:40 he is called Meribbaal (Baal's fighter), just as Ishbosheth is also called Eshbaal (see at 2Sa_2:8). On his future history, see 2Sa_9:1-13, 2Sa_16:1., and 2Sa_19:25. M.Henri voegt hieraan toe:: ’What reason have we to be thankful to God for the preservation of our limbs and senses to us, through the many perils of the weak and helpless state of infancy, and to own his goodness in giving his angels a charge concerning us, to bear us up in their arms, out of which there is no danger of falling, Psa_91:12.’

2 Ieder die de Jebusieten verslaat, zal beneden de steile rots bij de watertunnel (naar de Gihonbron) zowel de lammen als de blinden die door Davids ziel zijn gehaat, mores leren. Dit is het meest waarschijnlijk de juiste interpretatie van deze duistere woorden van David, die zeer verschillend zijn uitgelegd. David noemt hier alle verdedigers van de citadel van Sion lammen en blinden (waarmee hij de woorden van de Jebusieten overneemt). Zie ook Dr. C.J. Goslinga , Samuel (tweede deel) in Korte Verklaring; 2e dr.Kampen, z.j.’blz. 67vv

3 De afbeelding = Een kreupele man, leunend op een stok (Reinhard Voskens/ Salomon Saverij (163-1685)

4 Aldus Dr. J. Ridderbos in De Korte Verklaring ; eerste deel, 6e druk; Kampen z.j.; blz.245.

5 Idem, blz. 252.

6 Aldus Keil-Delitzsch ad Lev 21:16-18.

7 Zo dr. W.H.Gispen, Het boek Leviticus,(Commentaar op het Oude Testament); Kampen 1950. blz.306

8 Weergegeven met een mooi woordspel: vader voor ellendigenאָב : / אֶבְיֹון .

9 Zo in de commentaar van Keil-Delitzsch. Zo ook Dr. W. H. Gispen, Spreuken; tweede deel; Kampen 2e druk (Korte Verklaring), blz. 245v.

10 Het Griekse woord voor kreupel is ‘choolos’ = verlamd. Het is dus beter om zo ook te vertalen in Hand. 3:2 en steeds in Handelingen. De zieke man van Hand.3:2vv was met zijn gebrek geboren.Calvijn schrijft: ‘Hij lag terneder als met dode benen’ (zo Johannes Calvijn, De Handelingen der apostelen (uit het Latijn vertaald, naar de editie van Baum, Cunits en Reuss door Ds. G. Wielenga; eerste deel; 3e druk. Goudiaan 1977; blz. 107.

11 Zie verder het artikel Paralysis in ISBE/ Esword.

12 In Bible Works/ Robertson’s Word Pictures lezen we over het werkwoord (paralelumenoi, perfect passive participle) dat Lukas hier gebruikt: ‘Luke's usual word, loosened at the side, with no power over the muscles. Furneaux notes that "the servant was reaping where the Master had sown.’


13 Zo Dr. F.W.Grosheide, Hebreeën (Korte Verklaring); Kampen 7e druk; blz.170v.

14 In deze voordracht is gebruik gemaakt van 1. Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl s.v. kreupelפּסה 2. Trommius’ concordantie, s.v. kreu-pel; 3. dr. W.H.Gispen, Het boek Leviticus,(Commentaar op het Oude Testament); Kampen 1950; 4. Dr. C.J. Goslinga , Samuel (tweede deel) in Korte Verklaring; 2e dr.Kampen, z.j.; 5. Dr. J. Ridderbos in De Korte Verklaring ; eerste deel, 6e druk; Kampen z.j.; 6. Johannes Calvijn, De Handelingen der apostelen (uit het Latijn vertaald, naar de editie van Baum, Cunits en Reuss door Ds. G. Wielenga; eerste deel; 3e druk. Goudiaan 1977; 7. Woordenboek ISBE = Internat. Standard Bible Encyclopedie in E-sword, s.v. lame; 8. E-sword (comm. M. Henri/ Keil-Delitzsch); 9. Robertson’s Word Pictures in Bible Works ad teksten NT.









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina