Het bijbelse kernwoord leidsman



Dovnload 36.51 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte36.51 Kb.

Het bijbelse kernwoord leidsman




I. HET OUDE TESTAMENT

Dit is het Hebreeuwse woord alloeph = leidsman אלּוּף


Het woord wordt volgens Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl. 1915, gebruikt in de zin van:
1.een vriend/ vertrouweling (Ps. 55:14; Spr. 16:28; 17:9; Jer. 13:21; Micha 7:5)

2. een jeugdvriend/ echtgenoot van een vrouw (Jer.3:4; Spr. 2:17)

3. een mak/ tam lam (Jer.11:19)


a. Gevocaliseerd als èlèph betekent het rund (Ps.144:14)

b. Er is ook nog het andere identieke Hebr. woord alloeph dat stamhoofd/ vorst betekent in het bijzonder van de Edomieten (Gen.36:15vv, Ex.15:15, 1 Kron. 1:51vv); soms ook: vorst van de Joden (Zach.9:7; 12:5,6)

c. In Gen.33:14 (zich langzaam voortbewegen/ zich op zijn gemak als leidsman voegen) wordt het Hebr. werkwoord nachal (hithpa’el) / נחל (leiden) gebruikt.1


In het navolgende behandelen we hoofdzakelijk de teksten die hierboven onder 1, 2, 3 en onder b, c genoemd worden.
Zie ook Abr. Trommius, Nederlandse Concordantie (6e herziene dr.), s.v. leidsman. We behandelen hier slechts het zelfstanding naamwoord leidsman en niet ook het werkwoord leiden.
I.A.a + b Betekenis van de tekstgegevens (korte samenvatting)
1. In de boven genoemde teksten wordt onder meer ook over een leidsman gesproken in de zin van: een intieme (voornaamste) vriend/ vertrouweling. In Ps. 55:14 klaagt de dichter (David) over zijn miserabele behandeling door zijn vijand. En wie is die man die hem zo vijandig gezind is? Het is zijn vertrouweling, zijn leidsman en zijn bekende. Iemand uit zijn onmiddellijke omgeving. Dat doet hem nog het meest pijn. Te denken is o.a. aan Achitofel, de vertrouwelijke raadsman van David die samenspande met de opstandige Absalom en daarmee David op het hart trapte (2 Sam.15:31).2

Wie van hen die in Gods wegen wandelen, ondervindt op zijn tijd ook niet iets dergelijks? In de steek gelaten worden door hartsvrienden die breken met het geheim van ons Godsvertrouwen. Om niet te zeggen: verraden worden door een goede vriend en raadsman (vgl. Ps.32:8)? Verging het zo ook niet onze Zaligmaker, toen Judas Iskarioth Hem verried met een kus in Gethsemané? Vgl. Spr.16:28; 17:9.


Daarom is het ons dringend aan te raden wat de profeet Micha in Micha 7:5 onder woorden brengt: Geloof een vriend niet, vertrouw niet op een huisvriend, bewaak de deuren van uw mond voor haar die in uw schoot ligt (Herz.St.Vert). Daarmee is niet bedoeld, dat wij iedereen altijd met wantrouwen tegemoet moeten treden. Hier is veeleer sprake van een positief kritische levenshouding waardoor wij niet bij voorbaat met alles en iedereen in zee gaan, zelfs niet van een vriend of echtgenote..
2. Ook spreekt de Bijbel wel in heel positieve zin over een leidsman in de zin van een jeugdvriend/ echtgenoot; de leidsman van mijn jeugd. Vgl. Spr. 2:17. Dit is zeker een prachtige omschrijving van de echtgenoot van een gehuwde vrouw. Zij heeft hem in haar jonge jaren als haar jeugdvriend die hem in alles met raad en daad bijstond coram Deo (voor Gods aangezicht) in een heilig huwelijksverbond trouw en gehoorzaamheid beloofd. 3 Hij is voor haar een afspiegeling van de hemelse Vader, de Leidsman van haar jeugd (Jer. 3:4). Zo wil zij ook haar jeugdvriend aan wie zij trouw beloofde, graag als haar gezaghebbende voortrekker in alles gehoorzaam zijn en hem niet overheersen. Zo heeft zij hem immers ook van God gekregen. Vgl. 1 Tim.2:11vv.
Gezegend die vrouw die zo’n getuigenis mag geven van haar man. Als dat diep in haar hart mag blijven leven, zullen zij en haar man voortdurend waken tegen de verleiding van de vreemde vrouw die met haar gladde tong vleit. Zo staat het in het voorgaande vers van Spr. 2 (:16).
Vooral in onze tijd met zijn grenzeloze en bandeloze vrijheidsidealen mogen deze woorden wel op het hart gebonden zijn van ieder die tot een huwelijk komt en/ of 25 jaren van zijn huwelijk reeds achter de rug heeft. Wees trouw aan haar/hem die uw hartsvriend(in) is geweest vanaf uw jonge jaren. Heb nooit een ander op het oog met wie u tafel en bed zou willen delen. Dan zal het zeker niet zo zijn, dat u haar die in uw schoot ligt met wantrouwen omringt. Zie boven (onder 1).
3. In de derde plaats wordt in het OT wel gesproken over een toonaangevende leidsman als hoofd van een familie of stam (Jer. 13:21). Ezau (Gen.33:14) zegt het van zichzelf, dat hij een leidsman en voortrekker van zijn clan (familie/ kudde) is, die de zijnen niet overhaast. Zo’n leidsman weet zijn gang af te stemmen op het jongste kind en op het kleinste lammetje dat tenslotte de toekomst van de kudde is. Wat de bedoeling van wat Ezau hier zegt ook kan zijn geweest, hij spreekt met zijn opmerkingen wel de taal van iemand die als hoeder en herder de zijde kiest van wie/ wat mogelijk achterop komt. Zie daar een wijze les voor u en mij die leiding moeten geven aan hen die aan onze zorgen zijn toevertrouwd. Juist zij die achterop dreigen te raken in een gemeente (kerkelijk en maatschappelijk) moeten passende aandacht krijgen. Dat is een leiderschapsstijl van de hoogste orde.

Juist dat is immers de les die wij moeten leren van de God van Israël, van wie Jesaja de profeet in Jes. 40:11 zegt, dat Hij de Herder van Zijn volk is, die de lammeren in Zijn armen vergadert en de zogenden zachtjes leidt. Vgl. ook Joh.10:3vv.


4. In die zin heet ook een vorst of koning de leidsman van zijn volk. Dat zal zeker niet steeds gezegd kunnen worden van het stamhoofd/ koning van de Edomieten (Gen.36:15vv, Ex.15:15, 1 Kron. 1:51vv). Zij dragen wel een mooie titel, maar zijn bepaald geen leidinggevenden geweest in de zin van de boven genoemde Ezau (de stamvader van de Edomieten). In de praktijk waren zij meer een heerszuchtige dictator die hun macht misbruikten dan een navolgenswaardige leidsman. Helaas, van hoeveel machthebbers in onze tijd moet dat gezegd worden.
Een inspirerend beeld daarentegen van de leiders van het (toekomstige) verloste Juda wordt ons getekend in de profetieën van Zacharia (Zach. 12:5 en 6). Hier lezen we: Dan zullen de leiders van Juda in hun hart zeggen: De inwoners van Jeruzalem zullen voor mij een bron van kracht zijn door de Heere van de legermachten, hun God. Op die dag zal Ik (de Heere) de leiders van Juda maken als een vuurbekken in een stapel hout en als een brandende fakkel in een graanschoof…4
Een hoopvolle heilstijding mag Zacharia brengen. De Heere zal zeker opkomen voor Zijn volk in de eindtijd. Het platteland van Juda zal de helpende hand bieden aan Jeruzalem. Dan zullen de leiders van Juda (hoewel zwak in zichzelf) zeggen bij zichzelf, dat zij de hoofdstad zullen verdedigen en daaraan krachtige hulp bieden; zij zullen dat niet doen in eigen kracht, maar in de Heere der heirscharen, onze God….Vgl. 1 Kor.1:27….Daarbij betekenen de twee beelden die gebruikt worden in vs.6: Zoals een pot vuur een hoop hout in brand steekt en een brandende fakkel de garven, zo zullen de Judeërs alle omringende vijandige volken vernietigen. Van Juda begint de victorie. En zo zal tenslotte Jeruzalem weer in rust en vrede wonen op zijn plaats.
Die wereldoverwinnende victorie, is die niet ingezet met de komst van de overste Leidsman en Voleinder van het geloof, de Koning der Joden, geboren in Juda/ Bethlehem?! Hij zal zeker in de meest beslissende eindfase van de wereldgeschiedenis opkomen voor Israël, zo bedreigd als het dan zal zijn. En in die weg zal Hij ook de aanbiddelijke Koning van alle volken zijn, voor Wie elke knie zich moet buigen. Aanbidt Hem, nu. 5 Hij heeft het voor het zeggen. Zing het maar: En onze Koning is van Isrêls God gegeven (Ps. 89:8 ber.slot). De goede Herder Die mijn ziel verkwikt en mij leidt in het spoor der gerechtigheid om Zijns Naam wil (Ps.23:3).

Moge ook onze koning Willem Alexander dat zingevend voorbeeld van de hoogste Koning Jezus Christus steeds navolgen. Zo’n koningschap is een Godsgeschenk waar ons Nederlandse volk zuinig op mag zijn.


Er is een verhaal dat ons vertelt van Alexander de Grote die met zijn leger door een gevaarlijke engte moest. De avond voor het treffen met de vijand ging hij door het legerkamp. In een tent hoorde hij zijn soldaten mismoedig tegen elkaar zeggen: wij redden het nooit; de vijand is veel sterker. Toen stak hij zijn hoofd om het hoekje van de tent en zei: Maar voor hoeveel tel ik? En voor hoeveel telt voor u en mij deze Koning van Israël en alle volken?
5. Ten slotte. In Jer. 11:19 wordt het werkwoord leiden gebruikt. Jeremia vergelijkt zichzelf hier met een argeloos lam dat ter slachting wordt geleid. Hij wist niet, dat zij plannen tegen hem bedachten. Zo de Herziene Statenvertaling. Hoe heeft de profeet Jeremia geleden onder de kwaadwillige behandeling van zijn volksgenoten. Men heeft het op zijn ondergang gemunt. NB: we gaan hier verder niet op in, omdat we immers hoofdzakelijk aandacht willen geven aan het zelfstandig naamwoord leidsman.

II. HET NIEUWE TESTAMENT



II. A Het Griekse woord voor (overste) leidsman in het NT is ὁδηγός/ ἡγούμενος en ὁδηγέω / ἀρχηγὸs .
II.A.a Tekstgegevens/ korte omschrijvingen (o.a.volgens Trommius)


  • Want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israël leiden zal (Matth. 2:6)

  • Zij (de Farizeën en Schriftgeleerden) zijn blinde leidslieden der blinden (Matth.15:14; 23:16, 24); die de mug uitzijgen en de kemel doorzwelgen.

  • Judas Die de leidsman geweest is van hen die Jezus vingen (Hand.1:16)

  • Gij betrouwt uzelf te zijn een leidsman der blinden (licht en leermeester) (Rom. 2:19)

  • Het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hun een leidsman zijn tot de levende fonteinen der wateren (Openb. 7:17)



II.A.b Samenvatting + toepassing

1. Het Griekse woord voor leidsman in het NT is ‘hodègos’ en betekent: gids/ leidsman. In Matth.2:6 lezen we van de overpriesters en Schriftgeleerden, dat zij tegenover de Wijzen uit het Oosten die de weg vragen naar de geboren Koning der Joden, de Schrift aldus citeren (Micha (5:1): En gij Bethlehem, gij land Juda! zijt geenszins de minste onder de vorsten van Juda; want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israël weiden zal.’ Zie boven OT, onder 4 over Zach. 12:5 en 6. Welk een heerlijk profetisch getuigenis krijgen die Wijzen als een bewegwijzering mee op hun zoektocht naar de Koning der Joden.


Als wij door genade mee mogen doen in die zoektocht, hebben we in die Wijzen een goede gids. Maar dan hebben wij wel meer nodig dan een ster (zoals de Wijzen) en dan een Bijbeltekst (zoals de Joodse leidslieden die bij de hand hadden). Wij hebben nodig de Geest Die in al de waarheid leidt (Joh.16:13). Dat is de Geest van de wedergeboorte Die onze ogen en ons hart opent voor het besef, dat we in onszelf verloren zondaren zijn en een Borg nodig hebben die het voor ons opneemt bij de hoogste Rechter. Dat besef ontbrak ten enenmale bij Judas Iskariot die de toonaangevende leider is geworden van alle verraders van Jezus. Vgl. Hand.1:16..
En vergeten we dan maar nooit, dat er zonder een Redder als Jezus geen hoop voor ons is, niet in dit en niet in het toekomstige leven. Jezus, Hij is het Lam dat in het midden van de troon is en u en mij (Jood en heiden) wil weiden; Hij zal ons een Leidsman zijn tot de levende fonteinen der wateren (Openb. 7:17).
Toen de Christen van de Christenreis van John Bunyan bij de kruisheuvel kwam en op de Gekruisigde zag, viel het zware zondepak van zijn schouder en verdween in het open graf aan de voet van die heuvel.
2. Maar dat houdt dan wel in, dat wij ons tijdig leren distantiëren van het wettisch leven van verkeerde leidslieden. In dit verband spreekt Jezus over de leidslieden der Joden als leidslieden der blinden (Matth.15:14; 23:16, 24; die de mug uitzijgen en de kemel doorzwelgen. Vgl. Luk.6:39; Rom. 2:19).
In de behandeling van het Bijbelse kernwoord kameel schreven we daarover:

‘Blinde leidslieden die de mug uitzijgen en de kemel doorzwelgen (Matth. 23:24). Dat is het verwijt van Jezus aan het adres van de leidslieden van Israël (Schriftgeleerden en Farizeën); in één woord: geveinsdheid. Hij zegt, dat zij ‘de mug uitziften, maar de kameel doorslikken’ (Herz. Stat.Vert.) 6 Dat houdt in, dat zij een (onreine) mug dat in een drank terecht is gekomen uitzeven, totdat ze het diertje eruit hebben gehaald, maar een kameel, het grote en onreine dier gewoon doorslikken. Hier is natuurlijk sprake van een hyperbool, een overdreven spreekwoord.



Inderdaad was het gebruikelijk om wijn die men dronk door een doek te filteren; men wilde zich daardoor tegen onbewuste overtreding van de wet beschermen: er moest geen enkel onrein dier ingeslikt worden. Maar wie muggen zeeft, slikt (intussen) wel kamelen in. De kleinigheden worden precies genomen (bijv. het eten met ongewassen handen), het grote, volkomen onbereikbare, wordt bewust vergeten….7
Deze kwaal is ook in onze dagen nog steeds aan de orde bij ons, als wij ons angstvallig vanuit een wettische geest willen vrijwaren van het zondigen in de kleinste pietluttige dingen, maar inmiddels in de dingen waarop het aankomt in het leven noch Gods eer noch het welzijn van de naaste op het oog hebben. Wetticisme is uiteindelijk niet veel anders dan wetteloosheid.’
3. Zalig wie de loopbaan loopt achter de Heere Jezus Christus aan. Zalig om het Lam te volgen. De Heere is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen in grazige weiden en voert mij zachtkens aan zeer stille wateren; Hij verkwikt mijn ziel (Ps. 23:1,2,3a). Die Herder is Christus Jezus, onze overste Leidsman (Gr. ‘archègos’) en Voleinder van het geloof (Hebr. 2:10;12:2). 8 Hij leidt ons tot het geloof en is Zelf in Zijn volharding tot het einde de grote stimulans om daarin staande te blijven.
Als iemand de weg helemaal kwijt is, verdwaald als een schaap dat onbedacht zijn herder verloor, laat hem dan bedenken, dat deze Leidsman ook dan hem nog voorgaat in het betrouwen op God. Zo zorgt Hij er steeds voor, dat ons geloof niet ophoudt (Luk. 22:32). En zo is er toch altijd weer een weg waarlangs onze voet kan gaan. Als wij ten einde raad zijn en bij de pakken neerzitten, opent Hij de weg naar Gods Vaderhart. Zo maakt Hij Zijn werk af, ook in ons. Voleinder van het geloof is Zijn Naam.
Dr. F. W. Grosheide schrijft in zijn verklaring van Hebr.12:2 (Korte Verklaring. Hebreeën; Kampen ,7e druk; blz. 163): Jezus leert ons, hoe wij hebben te geloven. Hij gaf zich volmaakt aan de Vader over. Hij heeft volmaakt getoond wat in gehoorzaamheid gedaan kan en moest worden, 5:8. Hij is trouw gebleven tot het einde, 3:6, vgl. Luk. 22:37; Joh. 13:1. Daarom heeft Jezus het geloof tot het hoogtepunt gebracht….Onder het lopen behoort alleen op Jezus het oog gevestigd te zijn om van Hem sterkte te begeren…9



1 Op de afbeelding een herder die zijn kudde zachtjes leidt.

2 Ook de Kanttekeningen van de Statenvertaling noemen Achitofel als voorbeeld.

3 De Kanttekeningen van de Statenvertaling spreken in dit verband over ‘haar wettige man die zij in haar jonkheid getrouwd heeft en die haar hoofd en voogd is’

4 Bij de verklaring van deze verzen gaan we uit van wat dr. A.H. Edelkoort hierover zegt in zijn boek De profeet ZACHARIA, een uitlegkundige studie; Baarn 1945, blz. 152vv. Hij: vertaalt de verzen 5 en 6 van Zach.12 aldus: Dan zullen de geslachten (verbetering van E.) van Juda bij zichzelf zeggen: Wij zullen voor de inwoners van Jeruzalem een krachtige hulp zijn in de Heere der heirscharen, onze God (verbetering van E.).. Te dien dage maak Ik de geslachten van Juda als een pot vuur onder het hout en als een vurige fakkel onder de garven, zodat zij rechts en links al de volken rondom verteren; dan zal Jeruzalem weer in vrede op zijn plaats wonen.

5 In Zach.9:7 lezen we: Hij zal zijn als een leider in Juda. Edelkoort verklaart deze zinsnede aldus: de Filistijnen zullen zich tot de God van Israël bekeren.

6 Bible Works/Robertson’s Word Pictures ad Matth.23:24 schrijft: ‘Gulping or drinking down the camel. An oriental hyperbole like that in 19:24. See also 5:29,30; 17:20; 21:21. Both insects and camels were ceremonially unclean (Lev. 11:4,20,23,42). "He that kills a flea on the Sabbath is as guilty as if he killed a camel" (Jer. Shabb. 107).’

7 Zo Julius Schniewind in Das Evangelium nach Matthäus (Das Neue Testament Deutsch; Teilband 2); 12 e druk; Göttingen 1968; blz. 232.

8 M.Henri schijft in zijn verklaring van Hebr.2:10 over ‘The captain of our salvation’: ‘He was made perfect through sufferings; that is, he perfected the work of our redemption by shedding his blood, and was thereby perfectly qualified to be a Mediator between God and man. He found his way to the crown by the cross, and so must his people too. The excellent Dr. Owen observes that the Lord Jesus Christ, being consecrated and perfected through suffering, has consecrated the way of suffering for all his followers to pass through unto glory; and hereby their sufferings are made necessary and unavoidable, they are hereby made honourable, useful, and profitable.


9 In deze voordracht is gebruik gemaakt van 1. Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl, s.v אלּוּף ; 2. Trommius’ concordantie, s.v. leidsman; 3. Woordenboek ISBE = Internat. Standard Bible Encyclopedie in E-sword, s.v. guide; 4. dr. A.H. Edelkoort, De profeet ZACHARIA, een uitlegkundige studie; Baarn 1945; 5. E-sword (comm. M. Henri/ Keil-Delitzsch); 6. Julius Schniewind in Das Evangelium nach Matthäus (Das Neue Testament Deutsch; Teilband 2); 12 e druk; Göttingen 1968; 7. Kanttekeningen Stat.Vert.; 8. F.W. Grosheide, Hebreeën (Korte Verklaring) Kampen, 7e druk; 8. Bible Works/Robertson’s Word Pictures ad teksten NT








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina