Het bijbelse kernwoord overdenken/ overdenking



Dovnload 25.41 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte25.41 Kb.

Het bijbelse kernwoord overdenken/ overdenking




I. HET OUDE TESTAMENT

Onderstaande gegevens zijn verzameld uit Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch;16e Aufl. 1915,s.v. haagaah en Abr.Trommius, Nederlandse Concordantie (6e herz.dr.), s.v. overdenken/ overdenking. Zie onder I.A.a.



I.A.a. Betekenis van de tekstgegevens


Het Hebreeuwse werkwoord heeft verschillende betekenissen; in het algemeen: neuriën, murmelen, mediteren.

1. brullen (van leeuwen over de buit) - Jes.31:4; kirren (van de duif) – Jes. 38:14; 59:11; zuchten (van mensen) – Jes. 16:7; Jer. 48:31.

2. peinzen, nadenken over iets/ God, overdenken, overleggen (rel.overdenkingen): Joz. 1:8; Ps. 1:2; 63:7; 77:6, 13; 119:15; 143:5; met de acc.aan iets denken: zijn weg (Spr.16:9); Jes.33:18 - verschrikking; ijdelheid, c. q listen bedenken/ verzinnen: Ps. 2:1; 38:13; Spr. 15:28; 24:2.
3.Verder zijn er twee zelfstandige naamwoorden (haagi’g en higgajon) die de betekenis hebben

van: overdenking/ overpeinzing: Ps. 5:2 (zuch-ten); 19:17; 39:4; 49:4; 104:34. 1


I.A.b. Samenvatting en toepassing (korte uitleg van enkele opgesomde teksten).
1. We beperken ons tot de boven onder 2 en 3 opgesomde teksten. De algemene betekenis is: overdenken/ overdenking. Het woord gedenken is buiten beschouwing gelaten.

  • Overdenk het boek der wet dag en nacht, opdat gij waarneemt te doen naar alles wat daarin geschreven is. Zo zegt de Heere het tot Jozua bij de entree van het beloofde land. Zie Joz. 1:8. Het boek van God (de Bijbel) lezen alleen is niet voldoende. Wij moeten ook over de betekenis en bedoeling van Gods wet mediteren/ nadenken en in ‘praxis piëtatis’ Gods bevelen in praktijk brengen. Zie ook Ps. 119:15 97, 99; vgl. Ps. 143:5; 148:5




  • In het boek der psalmen wordt ons dat praktisch overdenken van Gods wet dag en nacht ten zeerste aanbevolen. Ooit hoorde ik in Israël een rabbijn spreken over zijn grote liefde voor de Thora. Hij deed dat met de woorden van een bruidegom over zijn bruid: Mijn lust is aan haar (Hefzibah). 2 Is het niet het hoogste genoegen van een kind van God om de Heere te behagen door te wandelen in Zijn wet en wegen? Zijn geboden zijn heilzaam en goed. Zie Ps. 1:2.




  • Zelfs in de nacht op zijn bed denkt de dichter van Ps. 63:7 aan zijn God. Niet maar met een enkele gedachte, maar hij bepeinst wat hij van die God ondervond en hoe zijn God hem uitredde. Daarom kan hij in de schaduw van Gods vleugels vrolijk zingen. Mediteren over/ bepeinzen de dagen van eertijds: het vrolijk snarenspel van vroeger dagen. Ik zal al Uw werken overdenken en van Uw daden spreken. Kan men in dagen van beproeving daaruit geen moed vatten? God heeft toch niet vergeten genadig te zijn? Overdenk niet alleen woorden van God, maar ook hoe wonderlijk Hij uithielp, keer op keer (Ps. 77:6-10, 13). Zo zult u met de dichter van Ps. 49 zeggen: De overdenking van mijn hart zal vol verstand zijn (Ps. 49:4b).




  • Zeg niet, dat zo’n overdenken van de daden des Heeren niet meer dan zelfbespiegeling is en dat de mens zich daardoor aan zijn eigen haren uit de put probeert te trekken. Het is voor het geestelijk leven van groot belang om zich te verdiepen in Gods weg met mij de zondaar en ook mijn bekering en dagelijkse handel en wandel te toetsen aan Gods Woord. Ook overpeins ik steeds het keerpunt in mijn leven (door het nulpunt heen), toen mij de Borg gewezen werd; Hij nam mijn zondelast voor Zijn rekening. Helaas komen deze dingen al te weinig aan de orde in hedendaagse preken die soms wel exegetisch vindingrijk en uitgebalanceerd zijn, maar waarin de beleving van het hart al te vaak buiten beeld blijft.

2. Het mediteren waarover ik in het voorgaande schreef, krijgt diepgang doordat men zich daardoor dieper inleven mag in de gemeenschap met de Heere en met Zijn ondoorgrondelijk, eeuwig, heilig en barmhartig wezen……….Zo is mijn overdenking van de Heere mij zoet/ aangenaam (Ps. 104:34). Mij aangaande, het is mij goed nabij God te wezen; ik zet mijn betrouwen op de Heere HEERE, om al Uw werken te vertellen (Ps.73:28).


Stille tijd houden levert winst op. Hardop bidden, ook al luistert daar geen mens naar, is iets wat we van de kinderen van God in de Bijbel moeten leren.

Ook al lezen we wel van bidden als spreken in het hart en roeren van de lippen zonder dat de stem wordt gehoord (1 Sam.1:13: Hanna). God hoort ook dit bidden.


Dat staat allemaal wel in tegenstelling tot wat in Ps. 2:1 genoemd wordt: het bedenken van ijdelheid en in Ps. 38:13: het de hele dag listen bedenken; ook wat Spr. 24:2 noemt het bedenken van verwoesting..

De dichter van Ps. 19:15 doet gelukkig een andere keus. Hij bidt: Laat de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart welbehaaglijk zijn voor Uw aangezicht, o Heere, mijn Rotsteen en mijn Verlosser. Laat dat toch a.u.b. ook onze hartenwens zijn. De Heere behagen heeft met kwalijke behaagzucht niets te maken. Door het geloof in Christus zijn Gods kinderen de Heere aangenaam.3


3. De gelovige bepeinst niet alleen God, Gods woord en daden. Maar ook overdenkt hij op zijn tijd zijn weg en toekomst. Het hart van de mens overdenkt zijn weg. Plannen maken is niet verkeerd. Planning is gewenst. Er is immers zoveel te regelen in het leven. Als het gaat over de keus van een partner, over de schoolkeuze voor onze kinderen, over het plekje waar we begraven willen worden. Ook is het van belang, als ons rekenschap wordt gevraagd m.b.t. ons gedrag, dat we ons bezinnen op de vraag, hoe wij ons moeten verantwoorden (Spr. 15:28).
Maar in dit alles geldt de gulden regel van Spr. 16:9: de Heere bestuurt zijn gang. De mens wikt, God beschikt. Hij doorkruist soms al onze plannen. Dan is er zomaar opeens: een ernstig ziekbed of de sterfdag. Maar zijn daar niet ook de machtige en ongedachte uitreddingen, waardoor Hij het zo maakt , dat we ons verwonderen moeten. Dan is er slechts een zwakke herinnering aan de dingen die ons verschrikten (Jes. 33:18).
4. En dan de dichter van Ps. 39. Hij heeft een moeilijke tijd achter de rug. Hij stond onder zware druk. En wat deed hij? Hij zette zijn tanden op elkaar, legde de hand op de mond en dacht: Ik sla me er wel doorheen. Maar het werd hoe langer hoe moeilijker voor hem. Zijn overdenking in hem werd een hevige binnenbrand die hem bijna verteerde. Totdat hij met alles op de knieën kwam en de kortstondigheid van zijn bestaan ging inleven.Toen werd het: En nu, wat verwacht ik, o Heere! Mijn hoop, die is op u (vs.8).
5. Het gemis van meditatie is een groot gebrek in ons moderne religieuze leven. Aldus ISBE (E-sword). Dat zal waar zijn. We worden geleefd. Onthaasten is bijna niet mogelijk. De media (tv/ internet) nemen ons in beslag. Mensen kunnen niet meer zonder hun mobieltje; als ze opstaan en naar bed gaan; op het terrasje waar ze even pauzeren. Communicatie (facebook/ twitter) verdringen de levende God en de oefening van gemeenschap met Hem. Het zachte geluid van de harp mag voor ons toonaangevend zijn om te mediteren.

II. HET NIEUWE TESTAMENT



II.A. De Griekse woorden in het NT voor overdenken/ overdenking zijn in het navolgende genoemd.
II. A.a Tekstgegevens (volgens Trommius + Gr.woordgebruik)


  • Waarom overdenkt gij kwaad in uw harten? (Matth.9:4)

  • Sommigen van de Schiftgeleerden..overdachten in hun harten (Mark. 2:6)

  • Dat zij alzo in zichzelf overdachten (Mark.2:8)

  • Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten (Mark.2:8)

  • De Schriftgeleerden en de Farizeeën begonnen te overdenken (Luk.5:21)

  • Maar Jezus, hun overdenkingen bekennende …Wat overdenkt gij in uw harten? (Luk.5:22).




  • Neem…voor van te voren niet te overdenken, hoe gij u verantwoorden zult (Luk.21:14)

  • Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve (Fil. 4:8)

  • Bedenkt de dingen die boven zijn …(Kol.3:2)

  • Bedenk deze dingen, wees erin (1 Tim.4:15)

Tenslotte is er nog een tekst te noemen waarin een Grieks werkwoord voor gedenken wordt gebruikt:




    • 2 Kor.7:15 waar Paulus van Titus schrijft, dat hij uw aller gehoorzaamheid gedenkt, hoe gij hem met vreze en beven hebt ontvangen (2 Kor.7:15). Gr. anamimnèskoo = zich herinneren.



II. A.b. Samenvatting en toepassing (korte uitleg van enkele opgesomde teksten
1. Het Gr. woordgebruik heeft in de regel betrekking op wat er in het gedachteleven.van de mens kan leven in de zin van overwegingen. Dat is het geval in boven opgesomde teksten (t/m Luk.5:22). In Matth. 9:4 wordt daarvoor het Griekse werkwoord enthumeomai (bedenken) gebruikt, in de andere genoemde teksten het Griekse werkwoord dialogidzomai/ zelfstandig naamwoord dialogismos (overwegen/disputeren). Het valt op, dat het hier in de meeste gevallen gaat over wat de Schriftgeleerden en Farizeeën overwegen in hun binnenste, als zij Jezus in Kapernaüm tegen een verlamde man horen zeggen: Jongen (zoon), wees welgemoed, uw zonden zijn u vergeven. Zij vinden dat godslastering. Jezus kijkt dwars door hen heen. Hij doorziet ook onze binnenste gedachte, als wij het genadewerk in het leven van onze naaste diskwalificeren.
2. Jezus bereidt Zijn discipelen erop voor, dat ze om Zijns Naams wil weldra vervolging en lijden zullen ondergaan. Zij zullen zich voor koningen en stadhouders moeten verantwoorden. Maar Jezus voegt eraan toe: Neemt dan in uw harten voor, van tevoren niet te overdenken, hoe gij u verantwoorden zult (Luk. 21:14). (Gr. promeletaoo). Zij behoeven niet vooraf in te studeren wat ze dan allemaal moeten zeggen. Want de Heere zal hun mond en wijsheid geven en geen tegenstander zal daar tegenop kunnen. Door de indachtig makende Geest des Heeren zal ons in de moeilijkste situaties het Woord van God te binnen worden gebracht, waarmee wij de sterkste tegenstander van antwoord kunnen dienen. Het vertrouwen op die belofte geeft ons heilige ontspannenheid. Vgl. Spr. 15:28.
3. Een voor ons onderzoek belangrijk tekstgegeven is het genoemde in 1 Tim. 4:15. Hier voegt Paulus Timotheüs toe: Bedenk deze dingen, wees hierin bezig, opdat uw toenemen openbaar zij in alles (vs. 15). Timotheüs moet voortdurend overdenken wat Paulus hem schrijft. Hier wordt het Griekse werkwoord meletaoo gebruikt. Het betekent: bedenken = zich erin oefenen, mediteren, zich erin verdiepen, steeds weer. Timotheüs moet erín zijn. In de grondtekst staat er slechts één woord (het werkwoord ‘zijn’ in de imperatief ; Gr.isthi) Erin leven. Erin opgaan. Dat betekent niet, dat hij van de vroege morgen tot de late avond op pad moet zijn in de gemeente van Efeze.
De boog kan niet altijd gespannen zijn. Om er helemaal 'in' te zijn, moeten we er ook nodig eens helemaal tussenuit zijn. Maar de apostel zal hier bedoelen, dat zijn jonge broeder gerust zijn hart en zinnen mag zetten op een zich gedurig oefenen in de dingen van Gods Geest, dat is ook: in Gods heerlijk Woord. Dat hebben we ontvangen om erin te zwemmen zoals iemand in het water zwemt. Zo zal er ook een toenemen zijn in alles. Of zoals sommige handschriften van de tekst hebben: zo zal het allen duidelijk zijn, dat we vorderen. Gaven van God zijn tevens opgaven. En geestelijke wasdom, rijpen in het geloofsleven en in het uitvoeren van onze taak, dat komt ons niet aanwaaien. Dat is vrucht van een dagelijkse oefening in Gods verborgen omgang. In het onderzoek van de Schrift. In het uitreiken van de schatten van Gods heil aan anderen.
4. We besluiten ons overzicht met de vermelding van een tweetal teksten:


  • Fil. 4:8 waar de apostel Paulus schrijft: Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve. Hier wordt het Gr. werkwoord logidzomai = bedenken gebruikt

  • In Kol. 3:2 wekt Paulus de gemeente op om te bedenken de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn. Hij gebruikt dan het Gr. werkwoord phroneoo = gedurig aan iets denken.

Samenvattend mogen we zeggen, dat ons hier twee dingen vooral op het hart worden gebonden:


a) om in de praktijk van het dagelijkse leven de beginselen van het christen-zijn in praktijk te brengen. Dat is wat onder het OT genoemd is: het overdenken van Gods wet bij dagen en nachten;
b) om met onze harten en gedachten voortdurend bij onze Zaligmaker in de hemel te zijn en ons hart op te halen aan Zijn Hogepriesterlijk werk. Dat is het wat het NT noemt: het bedenken van de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn.
We eindigen met de indrukwekkende woorden van Calvijn over de overdenking van het toekomstige leven. Wij moeten deze opvatting hebben, dat ons gemoed nooit met ernst opgericht wordt tot het verlangen naar het eeuwige leven en tot de overdenking daarvan, tenzij het tevoren vervuld is van verachting voor het tegenwoordige. Immers tussen deze twee is geen middenweg: of de aarde moet ons waardeloos worden, of zij moet ons in ongebreidelde liefde tot zich vasthouden…Laat ons dit voor vastgesteld houden, dat niemand goede vorderingen gemaakt heeft in de leerschool van Christus dan hij, die de dag zijns doods en van de laatste opstanding met vreugde verwacht. (J. Calvijn, Institutie, III.9.5 (Over de overdenking van het toekomstige leven).4

1 Zie verder S-sword, ISBE sub voce meditation

2 Vgl. Jes. 62:4:…Gij zult genoemd worden: Mijn lust is aan haar! En uw land:het getrouwde…


3 In Ps. 19:17 (18) komt het Hebr.woord higgaajon voor (afgeleid van het in het bovenstaande genoemde Hebr. werkwoord haagaah); het heeft de betekenis van: nadenken, met een herinnering aan het klinken van het tiensnarig instrument (Ps. 92:4); vgl. Ps. 9:17.

4 In deze voordracht is gebruik gemaakt van 1. Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl. 1915, s.v. haagaah. 2. Trommius’ concordantie, s.v. overdenken/ overdenking 3. E-sword (M.Henri en Keil-Delitz) + ISBE s.v. meditation 4. J. Calvijn, Institutie.










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina