Het bijbelse kernwoord zegel/ verzegelen I. Het oude testament



Dovnload 44.49 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte44.49 Kb.

HET BIJBELSE KERNWOORD ZEGEL/ VERZEGELEN

I. HET OUDE TESTAMENT

I. A. Het Hebreeuwse woord chotaam/ chatam

Het Hebreeuwse zelfstandig naamwoord chootaam = zegel en het Hebreeuw-se werkwoord chataam = verzegelen.

Onderstaande gegevens zijn verzameld uit Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl. 1915 en Abr. Trommius, Nederlandse Concor-dantie..

I.A.a. Betekenis van de tekstgegevens

(Oorspronkelijk van: afsluiten, verzegelen)

Lev. 15:3; Job 24:16.


1. zegel, zegelring: Job 41:6 (Sir 38:29; 42:7); 38:14 (in de klei ge-drukt)

2. Zegel van de koning (signet): 1 Kon. 21:8

3. In de Efod: sardonixstenen met de 12 namen van de zonen van Israël, als zegels gegraveerd (in gouden kastjes): Ex. 28:11, 21, 36; 39:6, 14, 30.

4. De gouden plaat (heiligheid des Heeren) op het voorhoofd van Aäron, met zegels gegraveerd Ex. 28:36; 39:30 (Sir. 32:6)

5. Een zegel aan een snoer, om de hals gedragen: Gen. 38:18; Hoogl. 8:6

6. Een zegelring aan Gods rechterhand: Jer.22:24: Jechonja; Hag.2:24: Zerubbabel. Hebr.chotèmèt = zegelring.


1. Verzegelen (ook passief):

a) De koopbrief/ -brieven (+ onder-tekenen): Jer. 32:10, 44;

b) Brieven van de koning met de koninklijke zegelring: 1 Kon. 21:8; Esth. 8:8, 10;

c) De getuigenis/ de wet onder mijn leerlingen: Jes..8:16;

d) De steen op de leeuwenkuil: Dan. 6:18;

e) Zonden/ profeet verzegelen: Dan. 9:24;

f) Dit verzegeld boek: Dan. 12:4; een verzegeld boek: Jes.29:11;

g) De sterren verzegeld: Job 9:7;

h. Verzegeld in Gods schatten: Deut. 32:34;

i. Een verzegelde (koop)brief: Jer. 32:10v, 14;

j. Een brief met de ring van de koning verzegeld: Esth.3:12; 8:8, 10);

k. Mijn overtreding is in een bundeltje verzegeld: Job 14:17;

l. Een verzegelde fontein: Hoogl. 4:12;

m. De verzegelingen: Neh. 10:1,2;

n Woorden toegesloten en verzegeld tot het einde: Dan. 12:9;

o Hij zegelt de hand van ieder mens toe: Job 37:7:

p. Hij verzegelt hun kastijding: Job 33:16.




I. A.b Samenvatting + toepassing

In het navolgende geven wij de belangrijkste noties weer van de betekenis van de kernwoorden zegel/ verzegelen in de Bijbel (OT); een aantal conclusies uit het boven opgesomde tekstmateriaal. Op de afbeelding hiernaast een zegel op een brief.


1. Het woord verzegelen heeft van ouds de betekenis van:

a) van een loden stempel voorzien (plomberen); Ez. 9:4.

b) met was, lak klei afsluiten (dicht-/vastmaken) en daar-

op het zegel afdrukken. Vgl. Job 38:14.

c) sigilleren (van een sigillum voorzien; t.w. van geheim-

houding).1


2. Onder oud Israël (zie de tekstgegevens) werden verzegeld:

  • Een brief waarvan de inhoud geheim moest blijven

  • Een boekrol (Jes. 29:11), ook wel. een koopakte waarin de rechten op een stuk land waren vastgelegd.Vgl. Jer. 32:10vv. Op de afbeelding een boekrol, afgesloten met zeven perkamenten bladen (vgl. Openb. 5; zie ook de andere genoemde teksten).

  • De sterren (Job 9:7); God verbergt in de schepping de sterrenhemel achter dikke wolken en houdt die voor ons oog verborgen.

3. Een geschrift vanwege een hoge autoriteit droeg vaak een koninklijk zegel (afdruk met een koninklijke zegelring; zoals bij ons een handtekening). Zie de teksten uit het boek Esther o.a.. Vgl. Josephus, Ant. 20.2.3. Zo’n verzegeld stuk was een bewijs van authenticiteit en autoriteit. .Zie verder ook de steen op de opening van de leeuwenkuil waar Daniël in werd geworpen).
4. In de borstlap van de hogepriester was onder oud-Israël de zg. Efod aangebracht, een borstschild van sardonixstenen met de 12 namen van de zonen (stammen) van Israël, als zegels gegraveerd (in gouden kastjes). In de Efod bevonden zich ook twee lotsstenen (Urim en Tummim) . Zie Ex. 28 en 39.
De hogepriester had een gouden plaat op zijn voorhoofd met daarop het: Heilig de Heere’ .
5. Een zegelring, een juweel (bewijsstuk van haar liefde) wil de bruid uit het Hooglied gaarne op het hart gedragen hebben (aan een snoer om zijn hals) of ook aan de arm van haar Beminde. Hoogl. 8:6. De King James vertaling heeft: Place me as a signet-ring on thy heart, as a signet-ring on thine arm! Zo dragen een as. bruidegom en bruid/ man en vrouw in onze dagen en land immers ook nog steeds een ring als pand van hun wederzijdse onvervreemdbare en onafscheidelijke liefde. Zie ook Jer. 22:24 waar koning Jechonja de zegelring aan Gods rechterhand wordt genoemd (God zal hem wegrukken) en Hagg.2:24 (hier wordt Zerubbabel Gods zegelring genoemd). Zo dierbaar en nauw aan God verbonden kan blijkbaar ook een leidinggevende zijn.
6. Jesaja wil de openbaring van Godswege samenbinden en verzegelen (als een boekrol) en die gegrift hebben in de harten van zijn leerlingen; zij mogen a.h.w. de oorkonde zijn, waarin dat alles vastligt. Verzegelen is: vastmaken/ bevestigen.

Vgl. Jes. 8:16. Hoe nodig, dat het profetisch Woord zo ook in onze harten wordt verankerd. Ook wij hebben dat profetisch Woord dat zeer vast is en mogen daarop achtgeven als op een licht, schijnend in het duister; net zolang, totdat de dag aanlicht en de morgenster opgaat in ons hart.(2 Petr. 1:19). Zie ook Dan.12:4 waar geschreven wordt over een verzegeld boek dat door velen nagespeurd wordt. Wat wij in Jer. 32:14 lezen over het opbergen van een brief in een aarden vat, mag zeker niet betekenen, dat we de inhoud van het Woord van God voor anderen geheimhouden.


7. Ook werd oudtijds Gods verbond bij tijden vernieuwd en opnieuw bekrachtigd. T.t.v. Nehemia bijv. Hij en vele anderen (leidingevenden, priesters en levieten) zetten hun zegel op het geschreven verbond tussen God en Zijn volk (Neh. 9:38; Neh.10:1vv). Doen wij dat ook niet, elke keer als wij met onze kinderen bij het doopvont staan. Wij signeren a.h.w. dan de verbondsbetrekking tussen de Heere en ons.
8. In Job 9:7 lezen we, dat God (als een universele ervaring van Zijn Goddelijke macht) de sterrenhemel achter dikke wolken verbergt en die voor ons oog verborgen houdt. De commentaar van Keil-Delitz zegt hiervan:: ‘He seals up the stars, i.e., conceals them behind thick clouds, so that the day becomes dark, and the night is not made bright. One may with Schultens think of the Flood, or with Warburton of the Egyptian darkness, and the standing still of the sun at the word of Joshua; but these are only single historical instances of a fact here affirmed as a universal experience of the divine power.’
9. Moeiljk verklaarbaar, maar intussen een ware hartversterking is het, als in het lied van Mozes (Deut.32:34) wordt betuigd, dat God voor Zijn volk schatten achter de hand heeft. De Heere gaat recht doen aan Zijn volk. Dat houdt enerzijds in, dat God een wraak doende God is, Die de zonde als iets onvergetelijks in gedachten heeft. Maar ook dat Hij gaarne vergeeft trouw blijft aan Zijn verbond. Al laat de vervulling van het profetisch Woord soms nog wel eens even op zich wachten. Gods woorden worden dan toegesloten en verzegeld tot het einde (Dan. 12:9).
10. Weergaloos diep zijn de woorden uit het overbekende hoofdstuk 14 van het boek Job (zo vaak gelezen op begrafenissen): Mijn overtreding is in een bundeltje verzegeld en Gij pakt mijn ongerechtigheid opeen (Job 14:17). In verzekerde bewaring bij God weet Job de bundel van zijn overtreding en samengepakte ongerechtigheid. Kan het dieper, ootmoediger? O God, wees mij de zondaar genadig!
11. Beroep op genade en vergeving, maar ook beduchtheid voor alle kwalijke invloeden van de wereld horen bij elkaar. Daarom mag de Bruidegom in Hoogl.4:12 van Zijn bruid zeggen, dat zij een besloten hof, een besloten wel, een verzegelde fontein is. Een verzegelde fontein is beschermd tegen alle onreinheid. 2. Vgl. Gen.29:3; Spr. 5:15-18.

Excurs over het woord signet (in Easten Bible Dictionary in Bible Works)
‘A seal used to attest documents (Da 6:8-10,12). In (Da 6:17) this word properly denotes a ring. The impression of a signet ring on fine clay has recently been discovered among the ruins at Nineveh. It bears the name and title of an Egyptian king. Two actual signet rings of ancient Egyptian monarchs (Cheops and Horus) have also been discovered.

When digging a shaft close to the south wall of the temple area, the engineers of the Palestine Exploration Fund, at a depth of 12 feet below the surface, came upon a pavement of polished stones, formerly one of the streets of the city. Under this pavement they found a stratum of 16 feet of concrete, and among this concrete, 10 feet down, they found a signet stone bearing the inscription, in Old Hebrew characters, "Haggai, son of Shebaniah." It has been asked, Might not this be the actual seal of Haggai the prophet? We know that he was in Jerusalem after the Captivity; and it is somewhat singular that he alone of all the minor prophets makes mention of a signet (Hag 2:23) See SEAL



II. HET NIEUWE TESTAMENT



II.A. Het Griekse woord dat in de Evangeliën wordt gebruikt voor zegel/ ver-zegelen is: σφραγίς / σφραγίζω / κατασφραγίζομαι Een ander Grieks woord dat verwant is aan het bovenstaande Griekse woord voor verzegelen is:

ασφαλίζώ verzekeren in de zin van afsluiten, vast en zeker maken. Dat wordt in het NT ook gezegd van het persoonlijk verzekerd worden/ zijn in het geloof. Eveneens het Griekse woord πειθω (Rom. 8:38; 2 Tim. 1:5, 12 o.a.).

II. A.a Tekstgegevens/ korte omschrijvingen (volgens Trommius)


σφραγίς (sphragis)

  • Een zegel der rechtvaardigheid des geloofs (Rom.4:11)

  • Het zegel mijns apostelschaps zijt gij (1 Kor.9:2)

  • Het vaste fundament Gods staat…, hebbende dit zegel (2 Tim. 2:19)

  • Een boek verzegeld met zeven zegels (Openb.5:1, 2, 5, 9; 6:1)

  • Het Lam opent het 2e tot en met 7e zegel (Openb. 6:1,3,5,7, 9,12; 8:1)

  • Een engel met het zegel van de levende God (Openb.7:2)

  • Hebbende het zegel Gods aan hun voorhoofden (Openb.9:4).

σφραγίζω / κατασφραγίζομαι (sphragidzoo/ katasphragidzoo)



  • De steen verzegeld hebbende (Matth.27:66)

  • Die heeft verzegeld, dat God waarachtig is (Joh.3:33)

  • Want dezen heeft God de Vader verzegeld (Joh.6:27)

  • Als ik dan deze vrucht verzegeld zal hebben (Rom.15:28)

  • Die ons ook heeft verzegeld (2 Kor.1:22)

  • Verzegeld geworden met de h.Geest (Ef.1:13)

  • Verzegeld zijn tot de dag der verlossing (Ef.4:30)

  • Ik zag een boek, verzegeld met 7 zegels (Openb.5:1)

  • De dienstknechten verzegeld aan hun voorhoofden (Openb.7:3)

  • Die verzegeld waren uit alle geslachten (Openb.7:4)

  • Uit het…geslacht…12.000 verzegelden (Openb.7:5-8)

  • Verzegeld hetgeen de 7 donderslagen gesproken hebben (Openb.10:4)

  • Wierp hem in de afgrond en verzegelde die (Openb.20:3)

  • Verzegel de woorden der profetie niet (Openb.22:10)

II.A.b Samenvatting en toepassing
1. In het NT komen we net zoals in het OT het woord zegel/ verzegelen tegen in de zin van afsluiten, afschermen tegen vreemde indringers; stempelen, ontoegankelijk verklaren. Zo bijv. wat de wachters bij het graf van Jezus doen in de hof van Jozef. (Matth.27:66). Dit verzegelen is een vorm van authentiek verklaren, ratificatie en beveiliging; stempelen met een merkteken. 3

2. Hoezeer Jezus Christus ook dood en begraven was (weg uit onze leefgemeenschap), Hij stond op van onder de doden en leeft nu eeuwig. 4

In het boek van Openbaring 5 ligt er een boekrol in de hand van het Lam. Dit boek is als een koopactie, waarin de grondrechten van de kinderen van God vastliggen. Zoals bijv. in Jer. 32:10vv. Deze rol is verzegeld, dichtgebonden met zeven zegels. Niemand kan erin lezen behalve het Lam. Maar wat erin staat ligt vast: De zachtmoedigen zullen de aarde beërven. Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Welk een rijke belofte. Het Lam waakt erover. De herstelde aarde ligt voor Gods gemeente klaar.

Maar wat te denken van de draak, de oude slang, de duivel/ satan? Zal de macht van de hel het op aarde ooit verliezen? Gaat het zeker in onze tijd niet met een vaart de helling af? Zeg het a.u.b. maar anders. Al gaat die aartsvijand nog zo te keer, hij trekt aan het kortste eind. In Openb.20:3 lezen we, dat hij geworpen is en opgesloten onder een verzegeld deksel in de afgrond, voor eeuwig (Openb. 20:3). De heilstijd is onomkeerbaar aangebroken in het Lam dat de victorie heeft.

3.. Met Hem is er een gemeente gegeven, verzegeld uit alle gelachten (Israël en de volken). Gods verkorenen hebben het zegel aan hun voorhoofd, d.w.z. het eigendomsbewijs van het toebehoren aan God. Daarmee is het a.h.w. ‘gelabeld’ als met het zegel van het toebehoren aan God. Zij draagt het zegel van een apostolische gemeente, vrucht van apostelschap (1 Kor. 9:2); d.w.z. dat de gemeente (niet alleen van Korinthe) het bewijsstuk is van het zegenrijke werk van apostelen (vgl. Ef. 2:20vv). Ieder die het getuigenis van de Zoon heeft aangenomen, heeft verzegeld (bevestigd), dat God waarachtig is. (Joh. 3:33).

‘Door te geloven in Christus, hechten wij er ons zegel aan, dat God trouw is aan al Zijn beloften die Hij heeft gedaan m.b.t. Christus bij monde van al Zijn heilige profeten, aan wat Hij zwoer aan onze vaderen (er is geen tittel of jota van gevallen).’(samenvatting van comm.van M. Henri).

4. En hoe ziet die gemeente van het Lam er dan uit? Het zijn er 144.000 = 12 x 12 x 10 x 10 x 10 (de volheid van Israël en de volkeren). Het is een verzegelde gemeente, met een merkteken als het eigendom van God. Zo Tim. 2:19. Er is iets dat de christelijke gemeente fundeert. Er is iets, dat de gemeente tot gemeente van God stempelt. En dat zegel of stempel is iets tweeledigs: De Heere kent al de Zijnen (van God). En: Die de Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid (voor God).

De Heere kent al de Zijnen. Dat is het eigendomsbewijs. Bij alles wat vliedt of bezwijkt: een onzegbaar diepe troost. Gods gemeente staat of valt niet met een handvol dwaalleraars. Daarom gaan wij hen ook niet één, twee, drie uit de weg. De Heere heeft Zich verbonden aan en blijft verbonden met de Zijnen. Dat is de kern van alles. Zijn gemeente behoort Hem toe. En Hij zorgt ook Zelf voor die gemeente. Hij weet wie Hem trouw blijven. Hij zorgt ervoor, dat er getrouwen zijn en blijven. Calvijn schrijft: 'Hoewel de zwakheid van ons vlees zeer groot is, nochtans zo zijn de uitverkorenen buiten gevaar, omdat hun vastigheid niet hangt aan hun eigen kracht, maar zij zijn in God gegrond.’


Maar naast het eigendomsbewijs is er ook het kenteken. De uitverkorenen zijn getekenden. Die de Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid. Eigendomsbewijs en kenteken horen bij elkaar. Uitverkiezing en heiliging zijn onafscheidelijk aan elkaar verbonden. Wanneer iemand wil weten, of hij een gekende des Heeren is, zal hij het kenteken daarvan moeten vertonen: afstaan van ongerechtigheid. Een afvallige worden van duivel, wereld en zonde.
5. Hebben de gelovigen daarvan een bewijsstuk? Ja, in besnijdenis en doop. In Rom. 4:11 wordt de besnijdenis een zegel van de rechtvaardigheid des geloofs genoemd De besnijdenis als een rechtsgeldig contract. Het grote voorbeeld is Abraham Eerst heeft Abraham leren geloven. Dat is ook voor ons het eerst nodige. Daarna kwam voor Abraham de besnijdenis = het teken en zegel van de weldaad van de rechtvaardiging. Zo ook de doop, een teken en zegel van God, waardoor de belofte van het Evangelie door ons des te beter verstaan wordt en aan ons wordt verzegeld (Heid.Cat., zondag 25). Als Abraham door het geloof onze geestelijke vader is geworden, komt er ook voor ons een dubbele streep onder Gods belofte en weldaad van de rechtvaardiging te staan, in de doop, waarin God Zijn belofte aan onze harten verzegelt. Maarten Luther had met houtskool op de wand van zijn kamer in de Wartburg geschreven: ‘Baptisatus sum’ - ik ben gedoopt.5

6. Kortom, het geloof in Jezus Christus is het kenmerk van Gods gemeente op aarde. Maar hoe is dat geloof er gekomen en hoe blijft het in stand? Daarover schrijft de apostel Paulus veelvuldig. O.a. in 2 Kor. 1:22 waar hij schrijft over God, die ons heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.’ Gods Geest, werkzaam in de harten, is het zegel/ onderpand van de Geest. Daaraan is de gemeente van Christus herkenbaar. Zij is verzegeld geworden met de heilige Geest (Ef.1:13), tot de dag der verlossing (Ef. 4:30).

En dat alles draagt op zijn tijd ook vrucht. De collecte die Paulus op het zendingsterrein overal voor de moedergemeente te Jeruzalem heeft gehouden, mag weldra door hem aan die gemeente overhandigd worden. Hij wil de collecte als een zak graan die met een zegel is gesloten, daar bezorgen (Rom. 15:28).
7. Maar hoe is het met de gelovigen nu zover gekomen? Daarover schreef de apostel reeds in Ef. 1:13v. De Efeziërs hoorden het Evangelie van hun zaligheid en leerden het beamen met heel hun hart. En in die weg (doordat zij het geloofden) werden zij bevestigd in de waarheid van dat Evangelie. Hier is dus geen sprake van een ‘second blessing’ in de zin van: Eerst geloof ik met een kinderlijk (soms aangevochten) geloof; daarna komt Gods Geest en bedeelt mij met bijzondere gaven, waardoor het alles rotsvast in mij wordt gemaakt en mijn geloof voortaan van geen wankelen meer weet. Veeleer is het zo, dat ieder die het heerlijke Evangelie van Gods reddende genade met heel zijn hart gelooft, ook steeds weer en meer verdiept moet worden (bij trappen en mate), zodat hij verzekerd mag zijn een kind van God te zijn en zijn verkiezing van eeuwigheid als een eeuwig Godswonder mag aanbidden.
Die volle zekerheid breekt niet altijd meteen door, als iemand tot geloof komt. Het kan zijn, dat men daar lang over doet en eerst later, nadat men tot geloof gekomen is, tot volle over­gave aan Chris­tus komt. Er moeten soms nog zoveel hinder­nissen uit de weg worden geruimd.6

Maar wat Paulus in Ef. 1:13 schrijft is niet ondui­de­lijk. Hij bedoelt hier niet te zeggen: er is een 'two-stage experience': eerst een kinderlijk geloven (eigenlijk nog niet veel bijzon­ders) en daarna: een 'seco­nd blessing', een doop met de heili­ge Geest, het eigenlijke werk. Wie het zo zegt, haalt de dingen uit elkaar.


Het is veeleer zo, dat de heilige Geest mij eenvoudig leert geloven in het Woord van Gods beloften en dat tot waar­heid in mijn bin­nenste maakt. De heilige Geest is als een zegel. En wat is een zegel? Een brief die verzegeld is met het zegel van de afzender, wordt door dat zegel gekenmerkt als een echte en onvervalste brief. Een schaap of een slaaf die het stempel dragen van hun mees­ter, zijn daardoor gewaarmerkt en voor ieder herkenbaar als het onver­vreem­dbaar eigendom van die heer.
In Efeze 1:13 gaat het echter niet om een uitwendig teken. Hier wordt de heilige Geest Zelf het zegel genoemd. Dat wil zeggen, dat de Geest ons die in Christus mogen gelo­ven, gege­ven is als een waarmerk en garantie, dat we Gods onvervalste eigen­dom zijn. Hij stempelt ons af, zodat wijzelf en iedereen weten, aan wie we toebe­horen: aan Hem en aan niemand anders en dat voor eeu­wig! Daarvan mogen wij een uitwendig teken dragen, in de be­snijde­nis en in de doop.7
8. Wil iemand soms weten, hoe het tenslotte allemaal zal aflopen? Wat staat er nog te gebeuren? Wij mogen ons hart vasthouden. Onophoudelijke verschrikkingen staan er te gebeuren. Let op het getal van het beest uit de aarde: 666 (het getal van de mens op het toppunt van zijn macht). En let op het merkteken (Gr.charagma) aan de rechterhand en op het voorhoofd van alle mensen van de eindtijd; hun tattouage (‘het schandvlek van hun dienstbaarheid’ – J.H.Gunning); wie die niet heeft, kan in geen winkel meer terecht).(Lees de woorden van de profetie. Verzegel ze niet (Openb. 22:10). D.w.z. maak het Woord van God niet door uw ongeloof ontoegankelijk. En zie intussen uit met de Geest en de bruid naar de komst van de Bruidegom. Wat een dag zal dat zijn! Als Hij alle dingen nieuw maakt.
O Heer’!, wanneer komt die dag

Dat ik toch bij U zal wezen

En zie Uw aanschijn geprezen.

Psalm 42:1 slot; ber. Datheen.



-----------------------------------------------------
1.In deze voordracht is gebruik gemaakt van 1. Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl. 1915; de Hebr. woorden voor zegel/ verzegelen. 2. Trommius’ concordantie, s.v. zegel, verzegelen/ verzekeren. 3. Robertson’s Word Pictures in Bible Works en Easten Bible Dictionary in Bible Works. 4. Woordenboek (ISBE = Internat. Standard Bible Encyclopedie, s.v. seal) in E-sword. 5. Online – Bijbels woordenboek in Online Bijbel (ed. 1.41).

1 ISBE in E-sword zegt van de letterlijke betekenis van het woord ‘zegel:.’ A seal is an instrument of stone, metal or other hard substance (sometimes set in a ring), on which is engraved some device or figure, and is used for making an impression on some soft substance, as clay or wax, affixed to a document or other object, in token of authenticity.’ Bijbels woordenboek in Online Bijbel vertelt: Een zegel werd gemaakt door een graveur, die een afbeelding en/ of een naam in metaal of edelsteen sneed (Ex.28:11). ‘In Babylonia the seal generally took the form of a cylinder cut in crystal or some hard stone, which was bored through from end to end and a cord passed through it. The design, often accompanied by the owner's name, was engraved on the curved part. The signet was then suspended by the cord round the neck or waist….’ From the earliest period of civilization the finger-ring on which some distinguishing badge was engraved was in use as a convenient way of carrying the signet.’ Aldus ISBE (E-sword).



2 Keil-Delitz: ‘To a locked garden and spring no one has access but the rightful owner, and a sealed fountain is shut against all impurity. Thus she is closed against the world, and inaccessible to all that would disturb her pure heart, or desecrate her pure person’.


3 E-Sword (ISBE): We read of the chief priests and Pharisees sealing the stone at the mouth of our Lord's tomb in order to “make the sepulchre sure” against the intrusion of the disciples (Mat.27:66). Compare the sealing of the abyss to prevent Satan's escape (Rev.20:3).

4 E-sword (ISBE): The Father has sealed the Son, i.e. authenticated Him as the bestower of life-giving bread (Joh.6:27)…

5 ISBE in E-Sword: ‘The circumcision of Abraham was a “sign” and “seal,” an outward ratification, of the righteousness of faith which he had already received while uncircumcised (Rom_4:11; compare the prayer offered at the circumcision of a child, “Blessed be He who sanctified His beloved from the womb, and put His ordinance upon his flesh, and sealed His offering with the sign of a holy covenant”; also Targum Song 38: “The seal of circumcision is in your flesh as it was sealed in the flesh of Abraham”).


6 Hoe vaak zijn ook de discipelen van Jezus niet aangevochten en bestreden. Denk slechts aan de ervaring van de storm op zee. Gelukkig, als het dan mag zijn: Wij hebben ’s Vaders Zoon aan boord…

7 De kanttekeningen van de Statenverta­lin­g zeggen dan ook terecht: 'Want deze verzegeling des Gees­tes geschiedt door het geloof en op het geloof (Gal. 3:2; Rom. 8:­1­5; 2 Kor. 1:22; 5:5; Ef. 4:30)'. 'De verzegeling des Geestes die daarbij (bij het geloof) gevoegd wordt, is de wedergeboor­te of vernieuwing van Gods beeld in ons, waarmee Hij onze zie­len begiftigt en daarop drukt, als wij in Chris­tus geloven, om ons meer en meer te verzekeren van de uitvoe­ring van Zijn belof­ten (2 Kor.1:21,22; 3:18) en betuigt boven­dien hetzelve aan ons gemoed als met een Goddelijke inspraak waar­over wij ook God als onze Vader durven aanroepen (Rom. 8:1­5; Gal. 4:6)...'









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina