Het gebruik van voorzetsels in Franse directionele en niet-directionele (locatieve) pp’s I. Hypotheses



Dovnload 24.67 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte24.67 Kb.
Het gebruik van voorzetsels in Franse directionele en niet-directionele (locatieve) PP’s
I. Hypotheses

    1. Keuze van voorzetsel is in hoge mate een kwestie van de werkwoordsaard.

    2. Het Frans is, i.t.t. het Nederlands, een nominale (‘statische’) taal (hoe geef je dus richting aan in het Frans?).

    3. De semantiek van voorzetsels / nomina in taal A zal op een aantal punten verschillen van de semantiek van corresponderende voorzetsels / nomina in taal B.


II. Vaststelling: keuze van voorzetsel is vaak werkwoordskwestie.

De N(P) in de voorzetselgroep LINKS is het subject van het werkwoord in de corresponderende zin RECHTS. Wat is de regelmatigheid?

L’amour DE Pierre (pour X)  Pierre aime X

La pensée DE Pierre (au sujet de X)  Pierre pense à X

Les efforts DE Pierre (pour faire X)  Pierre s’efforce de faire X

L’insistance DE Pierre (sur X)  Pierre insiste sur X



De N(P) in de voorzetselgroep LINKS is het object/complement van het werkwoord in corresponderende zin RECHTS. Wat is de regelmatigheid?.

L’amour de Pierre POUR Y / l’amour DE/POUR Y  Pierre aime Y

Le dédain de Pierre POUR Y / le dédain DE/POUR Y  Pierre dédaigne Y

Le travail DE Y (effectué par Pierre)  Pierre travaille Y

La pensée (de Pierre) À Y  Pierre pense à Y

Les efforts de P. POUR (faire) Y / les efforts DE (faire) Y  P. s’efforce de (faire) Y

L’insistance (de Pierre) SUR Y  Pierre insiste sur Y

Le travail (de Pierre) DANS Y  Pierre travaille dans Y


III. Frans: ‘statische’ (conceptuele) taal (type: ‘mihi nomen est’)

Verwachtingen:



  1. Nomina goed vertegenwoordigd in het lexicon. Niet uitzoeken.

  2. Bij verwijzing naar processen: relatief hoge frequentie van verwijzing naar processen via NP (geen INFIN). Type: dans ce restaurant, le service est long

  3. Bij verwijzing naar processen: relatief lage frequentie van verwijzing naar processen via gesubstantiveerde gebruik van infinitief. Nederlands type: het wachten duurt lang

(geef vb. in het Nederlands)

  1. Relatief lage frequentie van directionele PP zonder werkwoord. Nederlands type: de appels uit die winkel / de trein naar Parijs

(geef vb. in het Nederlands)

  1. Relatief klein aantal directionele voorzetsels (zie verderop)

(geef vb. in het Nederlands)

  1. Geen achterzetsels

  2. Relatief minder groot aantal bijwoorden(?)

Vraag:


Gegeven het in I,a genoemde: hoe zit het met directionaliteit in het Frans?
Citaat van http://nl.wikipedia.org/wiki/Vulgaat:

‘Latijn en Grieks zijn beide goed vervoegbare talen met een flexibele woordvolgorde, maar de poging om de grotere voorraad Griekse bijwoorden te gebruiken resulteerde soms in "steenkolen" Latijn dat bewaard is gebleven in de Engelse King James Bible’.


IV Een paar opmerkingen/vragen betreffende observaties die je kan doen over verschillen tussen het Frans (hypothetisch nominaal) en het Nederlands (hypothetisch verbaal) in directionele situaties

  1. Vertaal in het Frans en trek conclusie:

het boek staat in de kast / het boek uit de kast halen

Piet is op het station / Piet van het station halen.

Piet is in de keuken / Piet gaat naar de keuken

Het mes ligt op de kast / het mes van de kast halen

De kat zit op de kast / de kat van de kast af halen


  1. Vertaal in het Nederlands en trek conclusie:

le livre est sur la table

le livre est dans l’armoire

le livre est sous l’armoire

mettre son chapeau

mettre son manteau


  1. Frans en het ‘pad’ van Jackendoff:

Het Frans kent in tegenstelling tot het Nederlands heel weinig echt directionele preposities: vers en jusque. (Deze preposities combineren ook nog eens met een zeer klein aantal werkwoorden, maar dat is even niet van belang). Wat drukken ze uit? Misschien nuttig om bij de beantwoording van de vraag te denken aan een Nederlandse verschil tussen hij liep naar de rand van het bos vs hij liep tot de rand van het bos: in welk geval is een imperfectieve presentatie mogelijk en wat volgt daaruit?

  1. Trek je conclusie (‘betekenis van prepositie’):

Er zijn in het Frans maar weining werkwoorden die samen met de PP richting kunnen aangeven: aller à, courir à, venir de, descendre de …. ‘Nederlandse’ mogelijkheden als dansen naar, wandelen naar, zweven naar, en zeker iets als zoenen naar (‘ze zoenden zich een weg naar de uitgang’) zijn absoluut onmogelijk in het Frans, dat bovendien geen paren kent als zoeken vs zoeken naar. (Overigens: is de wel directioneel in venir de etc.?)

  1. Er zijn in het Nederlands maar weinig werkwoorden die zich ‘Frans’ gedragen: *dolen naar, *dwalen naar. Waarom kunnen deze constructies niet in het Nederlands?

  2. Het Frans kent niet de mogelijkheid van het uitdrukken van richting via achterzetsels. Het Nederlands wel: hij rende de trap op/af, hij zwom de rivier over, hij reed de autoweg op, hij rende het bos door, hij zwom het Kanaal over. (In dit geval kunnen er subtiele betekenisverschillen uitgedrukt worden tussen bijna identieke situaties: de kat uit de boom slaan, de kat de boom uit slaan).

  3. Vertaal in het Frans en trek conclusie:

De kranten in Parijs schrijven de laatste tijd veel over …

De soldaten aan het front werden gek van de herrie

Een artikel over alcoholproblemen bij ouderen

  1. Hoe verklaar je in het Nederlands:

iets van je af schrijven, ergens naar toe redeneren, iemand naar de verdoemenis helpen, iemand de kamer uit kijken, etc.
V Een paar vragen betreffende observaties die je kan doen over prepositiegebruik in locatieve situaties. Welke rol spelen hier de betekenis van het voorzetsel en/of de betekenis van het substantief in de voorzetselgroep? En wát is dan eigenlijk die betekenis?

  1. Nederlands:wat betekenen in en op eigenlijk?

(snoepje is) in het pakje / (snoepje is) op het pakje  ?

(sleutel zit) in het slot, (pijp is) in de mond  ?

(hij ligt) in coma, (hij zit) in de ellende  ?

(ik ben) in mijn kamer / (ik ben) op mijn kamer  ?

(cf. ik ben op cursus, op reis etc.; hij is op het toilet vs ??de muis is op het toilet)

(er zijn bloemen) in de woestijn  ?

(er zijn bloemen) op het platteland  ?

(er zijn bloemen) in het land / bloemen op het eiland 

cf. (hij ging) het land uit / (hij ging) het eiland af 

(hij zit) in de file, (er zit wijsheid) in zijn woorden ?

etc.


  1. Frans:wat betekenen dans en à/sur eigenlijk?

(le bonbon est) dans la boîte / (le bonbon est) sur la boîte  ?

!!(la clef est) DANS la serrure / (la pipe est) À la bouche  ?

(il est) dans le coma, il est dans la misère  ?

!!(je suis) dans ma chambre / (je suis) #À,#SUR ma chambre  ?

(il est) aux toilettes / ?? la souris est AUX toilettes  ?

!!mais: il est EN voyage

(il y a des fleurs) dans le désert  ?

(il y a des fleurs) à la campagne  ?

(il est) dans la file, (il y a de la sagesse) dans ses paroles  ?
!!cf. (il est) dans le restaurant / (il est) au restaurant

!!cf. (il est) dans la rue / il est sur la route

OPDRACHTEN:


  • Geef op zijn minst 5 (Franse) voorbeelden van het type III.2

  • Geef zoveel mogelijk Franse voorbeelden van het type III.3

  • Idem van het type III.4

  • In IV,(i) gaat het om Nederlandse alternanties van het type in/uit en op/van(…af). Zoek andere alternanties in het Nederlands (minstens 3) en vertaal in het Frans

  • Zoek meer gevallen van het type IV,(ii).

  • Het type IV,v (dolen, dwalen) ‘doet’ niet alleen wat met het voorzetsel in directionele zinnen, maar ook in locatieve niet-directionele zinnen. Wat? Zoek meer Nederlandse werkwoorden van dit type.

  • Zoek voor IV,vi zoveel mogelijk gevallen waarin alleen het achterzetsel mogelijk is én (zoveel mogelijk) gevallen waarin zowel pre-positie als post-positie mogelijk is.

  • Wat is de neiging in IV,viii: pre-positie of post-positie? Mogelijke verklaring?

  • Voor V: zoek uit hoe het in het Spaans en Italiaans zit (Fransen samenwerken met Spanjaarden/Italianen).

LITERATUUR:

Bonami, Olivier (2001). 'Complémentation et structure du lexique', Travaux linguistiques du CERLICO 15, 11–29. Rennes : Presses Universitaires de Rennes.

Feigenbaum, Susanne (1997). 'Les verbes pronominaux intrinsèques de mouvement s'en aller, s'enfuir, s'envoler, Proceedings of the 16th Int. Congress of Linguists. Oxford: Pergamon, paper 0221.



Stosic, Dejan (2001). 'Le rôle des préfixes dans l’expression du déplacement. Eléments d’analyse à partir des données du serbo-croate et du français', Cahiers de Grammaire 26: Sémantique et Discours, 207-228.

Vandeloise, Claude (1988). L'espace en français, Paris, Editions du Seuil.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina