Het gevecht met ‘de ander’ Voor te lezen teksten: Genesis 32: vers 23 – 32. a (tot ‘de ontwrichte heup') en psalm 143 in de bewerking van Huub Oosterhuis



Dovnload 19.5 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte19.5 Kb.
Het gevecht met ‘de ander’

Voor te lezen teksten: Genesis 32: vers 23 – 32.a (tot ‘de ontwrichte heup') en psalm 143 in de bewerking van Huub Oosterhuis (150 psalmen vrij)
* Ik wil het vandaag over Derek hebben. Derek is een examenleerling die plagiaat heeft gepleegd bij een opdracht. Hij heeft daarmee mijn vertrouwen beschaamd // en hij heeft een 1 gekregen. Na een week snapt hij dat de hele affaire hem niet lekker zit, dat die hem blijft achtervolgen. ‘De leraar kijkt mij telkens aan met een kwaaie kop,’ zegt hij tegen zijn mentor. Deze raadt Derek aan met de docent in kwestie te gaan praten, met mij dus. En wat Derek anders nooit zou doen, hij vraagt zelfs raad aan zijn vader. Deze luistert naar zijn verhaal // en adviseert ook het gesprek met zijn docent aan te gaan. ‘Ga met hem praten. En wees eerlijk en leg het uit. Loop er niet voor weg,’ zegt vader. Derek ziet erg op tegen het gesprek, hij wil het liefst weglopen. Maar hij gaat het gesprek wel aan.
* Doodsbang is Jakob. Schuldgevoel houdt hem uit de slaap. Hij vreest de confrontatie met zijn broer. Hij is zelfs bang dat zijn leven erbij in zal schieten.

Wat lijkt het lang geleden // dat hij wegtrok uit het ouderlijk huis, nadat hij de zegen, die voor zijn oudste broer, Ezau, bestemd was, had afgetroggeld van zijn oude, blinde vader Izaäk. Wat heeft hij zijn broer bedrogen indertijd! En in de twintig jaren daarna is er ook heel wat bedrog van hem en tegen hem geweest. We hoeven maar te denken aan de trucs die schoonvader Laban uithaalde om ook zijn oudste dochter aan de man (Jakob) te brengen. Je kan gerust zeggen: ‘De bedrieger bedrogen’. De naam Ja ‘aqov lijkt niet voor niks op het Hebreeuwse werkwoord ‘aqav, wat beetnemen betekent. Zijn naam is er dus naar.

Jakob is er in al die jaren in geslaagd een welvarend man te worden. Maar het verleden is er nog steeds. Hij besluit het goed maken met zijn broer. Zal Esau dit accepteren?

Jakob staat aan de grens van het land dat God aan zijn grootvader Abraham en aan zijn vader Izaäk Beloofd heeft. Het Beloofde Land, ook voor hem! Hij heeft zijn vrouwen, bijvrouwen en kinderen en zijn bezittingen // naar de overkant van de rivier de Jabbok gebracht. Hij trekt zich alleen terug, in eenzaamheid; hij kan de slaap niet vatten. Eén zinnetje speelt almaar door zijn hoofd: ‘Wat baat het een mens dat hij de hele wereld wint, maar schade lijdt aan zijn ziel?’ Jakob roept in zijn wanhoop God aan, hij herinnert zich de droom, van 20 jaar geleden, je weet wel, van de ladder met de engelen die omhoog gaan naar de hemel en de engelen die afdalen naar de aarde. En God had Jakob beloofd dat hij hem zal helpen en zegenen. Hij bidt nu tot dezelfde God om hulp, om steun: “God, U hebt mij, uw dienaar, toch zoveel bewijzen van liefde en trouw gegeven.” Hij roept de hulp van God in en beroemt zich niet op al zijn goede daden, maar op de toezegging van God: “Ik zal zorgen dat het je goed gaat.” Hij maakt zich klein en zegt dus // dat hij God nu meer dan ooit nodig heeft.

Jakob aan het riviertje de ‘Jabbok’ // en dan te bedenken dat abboq het Hebreeuwse woord voor vechten is. Dat is natuurlijk geen toeval. (Ik heb trouwens het riviertje gezien, in Jordanië, een stuk kleiner dan de IJssel, meer een brede beek). Jakob kan die nacht, helemaal alleen en op zichzelf teruggeworpen, de slaap niet vatten. En dan krijgen we die raadselachtige worsteling met de ‘ander’. Waarbij ik mij afvraag wie of wat de ‘ander’ is. Is het een engel? Is het God zelf? Of zeggen wij, als moderne mensen, dat Jacob vecht met zichzelf, met zijn slechte geweten? Jakob vecht en houdt vol. Hij laat vervolgens de ander niet gaan.

Deze vraagt naar Jacobs naam. De engelen op de ladder, (denk even terug aan Jacobs droom toen hij dit land en Esau ontvluchtte, 20 jaar geleden), de engelen houden hun adem in: zal Jacob zijn naam, bedrieger / hielenlichter / beetnemer eerlijk zeggen? /// En ja, hij zegt het eerlijk: “Jacob”. En nu hij zijn naam noemt, is het of heel zijn bestaan wordt doorgelicht // tot op de kwaal van binnen. Je naam is immers je identiteit. “Wie ben jij eigenlijk?” // “Ik ben . . . Jacob”. Een biecht in één woord. De engelen daarboven, in de hemel en bovenaan de ladder, halen opgelucht adem. Hier hebben ze jaren op zitten wachten. En dan krijgt hij een nieuwe naam. ‘Jacob’ is verleden tijd. Die naam wis ik uit, zegt de Stem aan het water, midden in de nacht. “Ik doop je Israël, want je hebt prachtig strijd gestreden. En nu mag je overvaren. Je mag wonen in je land. Daar is je plaats. Kom maar, Israël. Ga nu naar Het Beloofde Land.”

Zelf heb ik lang gedacht dat het Beloofde Land echt een bepaald stuk land was, maar ik krijg steeds meer de indruk dat het een idee is: de Goede Wereld waarnaar wij als mensen – met de hulp van God – streven, Een Land van gerechtigheid en vrede. Daarheen mag Israël nu gaan.

“Wat is uw naam?” vraagt Israël nog. Maar dat had hij nou net niet moeten vragen. De naam van God krijgt hij niet te horen. Wel vraagt hij en krijgt hij de zegen.

Wat is zegenen? Letterlijk betekent het: ‘het goede zeggen’, benedicere in het Latijn, gebenedijde, Benedictus. Tegenwoordig zou je – populair – zeggen: ‘Wish me luck!’. Is ‘een zegen’ niet een soort aai over de bol, een blijk van steun, een manier om even uit de gewone stroom van gebeurtenissen te raken. En Jakob krijgt de zegen. Hij krijgt zelfs een nieuwe naam: ‘Israël’, “strijder met God. Want je hebt met God en met mensen gestreden en je hebt gewonnen.”
* Terug naar Derek en dat moeilijke gesprek. De leerling ziet er erg tegenop, hij slaapt er slecht van. Maar hij gaat het gesprek wel aan. En dan valt het best mee: de leraar blijkt geen monster. ‘Tjonge, was dat het nou? Heb ik daar zo tegenop gezien?’ Ja, hij heeft ‘sorry’ gezegd. En de leraar heeft gezegd dat hij heus geen hekel aan hem heeft. Ze hebben elkaar een hand gegeven. Na afloop voelt Derek zich sterk, bijna als herboren.
* Ik moet ook denken aan de tijd toen ik een kind was. Wanneer ik mij in m’n koppigheid // ongelooflijk klem had gemanoeuvreerd, en er niets anders op zat dan mijn ongelijk toe te geven, en verontschuldigingen aan te bieden, dan zei mijn moeder: ‘Hij die zich zelve overwint, is sterker dan wie een stad inneemt.’ Bij het voorbereiden van deze overdenking kwam ik erachter dat deze tekst uit het bijbelboek Spreuken komt.
Gedicht van Gerrit Achterberg, Over de Jabbok
Toen ik het einde had bereikt

van mijn verdorvenheden,

stond God op uit het slijk,

en weende:

en ik stond naast Hem, ziende neder

op een verloren eeuwigheid.
En Hij zei: je had geen gelijk;

maar dat is nu voorbij, van heden

tot aan die ander eeuwigheid,

is maar één schrede.
Je verzoenen met elkaar, zoals Jakob en Ezau doen, is een teken dat jou de ogen zijn geopend: ‘Hé, in wezen zijn wij één, wij zijn één in God’.
*** Het is niet makkelijk om uit je comfortzone te stappen. Je welbekende patronen los te laten, je klein te maken. Maar besef dat het soms beter is de waarheid onder ogen te zien dan door te gaan op de oude, vertrouwde manier van het verleden te verloochenen. Wanneer je dit doet, de waarheid onder ogen ziet, treed dan met opgeheven hoofd het onbekende tegemoet. Durf steun te vragen aan God. Durf je te vernieuwen en laat God met je meelopen. En mocht dit een slapeloze nacht opleveren met onrustige woelingen, durf je mannetje of vrouwtje te staan. Kijk die God recht in de ogen en wees bereid om ervoor te gaan.

Het gevecht vindt plaats in het nachtelijke duister. Na afloop van de worsteling steekt Jakob tenslotte de rivier over.


En hij zag de zon opkomen.

Zegen van St. Patrick
We vragen Gods zegen over ons en onze gemeente en doen dit met de woorden van st.Patrick, de bekende ierse heilige uit de 4e eeuw.

Het is een gebed dat werd uitgesproken over mensen die zich op reis begaven:


De Heer is voor jou

Om je de weg te wijzen

De Heer is achter jou

Om je te beschermen tegen het kwaad.

De Heer is naast jou

Om je in de armen te sluiten,

Om je te beschermen tegen gevaar.
De Heer is onder jou

Om je op te vangen wanneer jij dreigt te vallen

De Heer is in jou

Om je te troosten wanneer je verdriet hebt.
De Heer omgeeft jou

Als een beschermende muur


Wanneer anderen je niet meer kunnen steunen.
De Heer is boven jou

Om je te zegenen.
handen

Zo zegent jou de almachtige God

Vandaag,morgen en tot in eeuwigheid



Amen







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina