Het gevecht om eervol en vrij te leven in Nederland



Dovnload 23.82 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte23.82 Kb.
Het gevecht om eervol en vrij te leven in Nederland.

Door Sietske Dijkstra, lector Vrouwenopvang en Huiselijk geweld Avans Hogeschool

Het was een gearrangeerd huwelijk toen ik zestien was. Na een paar maanden begon hij mij te slaan. Toen ik 22 was en twee kinderen had, wist ik dat hij alleen om het geld met me was getrouwd”, zegt Farida, en de weggelopen Leila zegt: “ik ben weggelopen, omdat ik nog niet wil trouwen. Ik wil eerst mijn studie afmaken”. De bijna uitgehuwelijkte Diwa zegt: “zijn naam is belangrijker dan het geluk van zijn dochter”. Ayse is haar leven niet meer zeker: “ik heb een vriend in het geheim en nu ben ik zwanger”.



Dit zijn slechts enkele voorbeelden van (jonge) vrouwen die gevlucht zijn naar de hulpverlening omdat ze zo niet langer kunnen leven. Hun vlucht is een markeringspunt en ook een daad van verzet. Tegelijkertijd zijn ze bang voor wat hun te wachten staat als hun familie ze vindt. Deze vrouwen leven in angst. Angst om door hun familie bedreigd en soms zelfs verstoten of vermoord te worden, omdat zij, in de ogen van de familie, de familie-eer te schande hebben gemaakt. Tegelijkertijd willen deze vrouwen eervol en vrij leven, en meestal willen ze hun familie niet kwijt.

Een geheim adres is dan een tijdelijke schuilplek die voorlopig veiligheid biedt, maar zeker geen oplossing op langere termijn. Het blijkt ook dat vrouwen zich na verloop van tijd zich opgesloten en gevangen voelen. Het is dan de kunst om realistische inschattingen te maken van hun veiligheid en stapje voor stapje vrijheid te heroveren waar dat mogelijk is, zo blijkt uit de focusgroepen die intussen gehouden zijn met cliënten en medewerkers uit de vrouwenopvang. Het is daarbij voor professionals cruciaal om weloverwogen en zorgvuldig te werk te gaan en zich niet te laten leiden door paniek en angst.

Project professionalisering en methodiekontwikkeling

Binnen de vrouwenopvang worden geregeld cliënten van eergerelateerd geweld opgevangen en begeleid. Hoewel in de vrouwenopvangvoorzieningen al veel expertise op het terrein van huiselijk geweld is, ook van allochtone cliënten, vergt de problematiek van eergerelateerd geweld in een aantal opzichten een specifieke aanpak. Zowel uit de sector zelf als vanuit het Programmabureau Eergerelateerd Geweld van de overheid kwam de roep om methodes verder te ontwikkelen voor de opvang, begeleiding en nazorg van cliënten van eergerelateerd geweld. Het werd belangrijk gevonden om goede praktijkvoorbeelden te borgen in het professionele handelen van álle medewerkers in de vrouwenopvang.Dit project dat, na voorbereidingen in het najaar van 2007, van start ging begin 2008, wordt geleid door de Federatie Opvang. Zo is er een landelijke expertgroep ingesteld en is er voor het tweejarige project ‘professionalisering en methodieksamenwerking’ samenwerking gezocht met MOVISIE en het lectoraat Vrouwenopvang en Huiselijk geweld. Doel van het project is om gezamenlijk methodische handreiking op te stellen voor de intake, opvang, bemiddeling en nazorg.



Focusgesprekken met cliënten en professionals

Om bruikbare richtlijnen te formuleren, is het van belang cliënten en professionals op de werkvloer zelf te spreken. Zij zijn naast de onderzoeks- en ervaringsliteratuur en de inbreng van de expertgroep een belangrijke bron van kennis en ervaring. Daarom is in het project besloten om in ieder geval een drietal focusgroepsbijeenkomsten te houden1: ex-cliënten die vanwege eergerelateerd geweld in de VO opgenomen, professionals in de vrouwenopvang die ervaring opdeden met deze cliëntengroep en ketenpartners die ervaring opdeden met deze cliëntengroep en hun samenwerking.

In dit artikel geven we een eerste analyse van twee focusgesprekken met cliënten en professionals uit de vrouwenopvang.

Waarom een focusgesprek?

Uit de literatuur blijkt dat een focusgroep een goede onderzoeksmethode is wanneer de thematiek gevoelig ligt, nog relatief onbekend is of zelfs tot de taboesfeer behoort, zoals bij eergerelateerd geweld het geval kan zijn. Daarnaast is zo’n gespreksgroep geschikt als het van belang is van de deelnemers meer te horen over hun ervaringen, hoe ze die hebben beleefd en welke betekenis ze eraan geven, en welke overeenkomsten en verschillen er tussen hen bestaan. Ten derde hebben focusgroepen als doel om goede en minder goede praktijken in beeld te krijgen, meningen te peilen, behulpzame methodische begeleiding en interventies te traceren door ervaringen van cliënten en professionals centraal te stellen. De focusgroepen geven verdere richting en verdieping aan wat eergerelateerd geweld wel en niet is en dragen op deze wijze bij aan het scherper formuleren van een methodische handreiking.



Inhoudelijke verdieping

Naar verwachting zijn de focusgesprekken behulpzaam bij de inhoudelijke verdieping. Verschillende perspectieven op eer en eergerelateerd geweld komen in deze groepen aan bod.

We leven in een tijd van vraaggericht werken. Professionals zijn erop getraind goed te luisteren naar wat een cliënt zelf aangeeft en daarop aan te sluiten. Hoe gaat dat in zijn werk bij vrouwen en meisjes die eergerelateerd geweld meemaakten?. Hoe praten zij over het geweld en de redenen waarom ze hulp zochten bij de opvang, wat hebben zij nodig en wat zijn hun verwachtingen van de toekomst? En wat vraagt dat van professionals?

Focusgroep Cliënten

In het voorjaar vond bij stichting ArosA de eerste focusgroep plaats. Vijftien vrouwen werden benaderd, vijf cliënten zegden toe. Bij het gesprek waren uiteindelijk vier vrouwen aanwezig. De vrouwen die we spraken verbleven op dat moment allemaal in de opvang, over nazorg is er daarom nauwelijks gesproken.

Uit deze eerste focusgroepsbijeenkomst komt naar voren dat de vrouwen nauwelijks ingaan op eer, eerverlies en eerschuld. Zij benoemen het summier en vinden vooral dat zij iets gedaan hebben (het kiezen voor zichzelf) wat in hun familie niet kan (je familie verlaten). Hier willen zij in de groep niet uitvoerig over praten. Is dit schaamte? Praten over eergerelateerd geweld kan door vrouwen als een belediging worden opgevat en op zichzelf de eer aantasten.

Het dossier van deze vrouwen staat echter vol van eer en eerschuld. Verschillende ketenpartners zijn hierbij betrokken en het gevaar is substantieel aanwezig. Waarom benoemen zij dat dan niet zo? Zien ze het zelf niet? Ligt de drempel bij focusgroepen mogelijk te hoog; een groep geeft veiligheid en structuur, maar vrouwen kunnen het gevoel hebben hun privacy te moeten bewaken. Was de aanwezigheid van een van de interviewers van Marokkaanse afkomst een belemmering?


De kracht en macht van taal

In ieder geval blijkt taal heel belangrijk te zijn. Voor alle vrouwen die we spraken is Nederlands een vreemde taal. Maar ook in figuurlijke zin spreken zij een andere taal dan hulpverleners en beleidsmakers, en hebben woorden voor hen vaak een andere betekenis. Dit pleit ervoor goed op te op de taal die wordt gesproken en wat daarmee gezegd en ongezegd blijft. Het verdient ook aanbeveling te blijven praten over de invulling van kernbegrippen wat is eer, verantwoordelijkheid, puberteit, vraaggericht werken, veiligheid, eergerelateerd geweld, en waarin onderscheidt dat laatste zich van mishandeling? Zo kunnen normen worden bijgesteld en kan men blijven openstaan voor wat cliënten zelf vinden. Of zoals een professional zei: “Dat kun jij wel vinden als hulpverlener in de opvang maar dat is niet wat de cliënt zegt of wat er in haar cultuur mee wordt bedoeld”. Daartegenover staat de vrees dat cultuur (of religie) als een excuus wordt gebruikt voor eergerelateerd geweld.



Het verlangen naar het gewone leven na een crisis

Tevens komt in het groepsgesprek met de cliënten naar voren dat bij aankomst de crisis vaak het grootst is; nieuwe plek, nieuwe omstandigheden, het achterlaten van spullen, familie en bekenden. Een groot dilemma is hierbij veiligheid versus vraaggerichtheid en vrijheid. In gevaar kun je niet de hele tijd leven. Aan de ene kant zijn er regels en de zorg voor veiligheid, aan de andere kant is er de vrijheid, willen de vrouwen het leven van alledag weer oppakken en zich zo vrij mogelijk bewegen, al dan niet met kinderen.



Krachten benoemen

Bij het benoemen van goede aspecten van de opvang, zijn de vrouwen eensgezind: de steun aan en van elkaar, het niet te traceren adres (geheim adres), praktische hulp bij afspraken, zoals het aanvragen van een uitkering, het inschrijven van kinderen op een basisschool en het afsluiten van een ziektekostenverzekering. Professionals geven aan dat vrouwen soms tijdens hun verblijf in de opvang illegaal worden en hun verblijfsstatus verliezen doordat er niet tijdig juridische stappen worden gezet.

Vrouwen zelf brengen vooral praktische verbeterpunten naar voren: opvang voor kinderen als de moeders afspraken hebben, niet te veel regels en taken, zeker in het weekend.

De groep geeft veiligheid en structuur. Tegelijkertijd spelen er in de groep allerlei groepsprocessen en groepsmechanismen waarbij de vrouwen ook hun privacy en hun eer willen bewaken. Wanneer de vrouwen wordt gevraagd om een cijfer aan te geven voor de mate van veiligheid die ze voelen, nu en aan het begin van het hulpverleningstraject, geven zij alle aan dat de mate van veiligheid is toegenomen, door het groeiende vertrouwen, zowel in praktische zin - hun vertrouwen in het geheim adres - als in eigen kunnen en willen. Vrouwen worden zo in de loop van hun verblijf krachtiger en weerbaarder. Ze durven weer op straat te komen en door de buurt te lopen. De veerkracht van vrouwen kan ook toenemen door de steun die ze in de groep ervaren. Zo kan een vrouw zich optrekken aan vrouwen die al verder zijn in het verwerkingsproces. Ook is het bij vrouwenopvang Arosa mogelijk om via de bemiddeling van de opvang een psycholoog in te schakelen voor specifieke hulp.


Focusgroep professionals in de vrouwenopvang

De tweede focusgroep met professionals uit de vrouwenopvang vond in april 2008 plaats bij VieJa, vrouwenopvang Utrecht.

Acht personen meldden zich aan, uiteindelijk waren zes professionals van een drietal vrouwenopvangcentra aanwezig, te noemen; VieJa vrouwenopvang Utrecht, Arosa vrouwenopvang Rotterdam en de Bocht, vrouwenopvang Tilburg. Hun jaren werkervaring met deze cliënten varieerden van 5 maanden t/m 7 jaar. Ook hun functies en achtergronden verschilden. Zo waren er zowel casewerkers, hulpverleners, een groepswerker als een stafmedewerker aanwezig.

Bij deze tweede bijeenkomst bleek taal opnieuw ontzettend belangrijk. Vrouwen lopen niet te koop met eergerelateerde kwesties, ze zwijgen of hebben het over bedreiging, weglopen. Eergerelateerd geweld heeft een negatieve lading, het woord is een aantasting van de eer en kan tot uitsluiting bij familie leiden.

Het zijn de professionals die het etiketje eergerelateerd geweld erop plakken. Dat kan prima zijn als vakterm in de uitwisseling met collega’s. Maar voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van dit woord tegenover de cliënt en haar familie, omdat het een negatieve lading heeft en op zichzelf de eer kan aantasten. Meestal vindt de cliënt dat ze eervol heeft geleefd. Daarnaast moet je telkens naar de context van die ene specifieke situatie kijken. Er is steeds een aanpak op maat nodig en er is sprake van een grote bandbreedte. Soms is het van belang snel een gesprek te voeren met de familie om escalatie te voorkomen. Soms is het belangrijk het meisjes of de vrouw juist naar een veilige plek te brengen om de dreiging van de familie het hoofd te bieden.

De medewerkers zijn unaniem van mening dat de beeldvorming over eergerelateerd geweld schade aanricht en het moeilijker maakt deze ‘echte overlevers’ en sterke vrouwen te koesteren en te redden. Door ze als slachtoffers te behandelen, aldus een medewerker, worden de cliënten als het ware op hun cultuur gedrukt en blijft hun kracht buiten beschouwing. Deze valkuil is ook bekend van mishandelde vrouwen en werd in de jaren negentig het keurslijf van slachtofferschap genoemd. Het weet kwetsbaarheid en kracht niet te verenigen. Voor de vrouwen die met eerkwesties te maken hebben betekent dit dat zij geen herkenbare, krachtige voorbeelden hebben van vrouwen zoals zij die zich uit hun penibele situatie hebben bevrijd en een eerbaar leven leiden.



De timing van bemiddeling

Bemiddeling is in het voorgaande een sleutelwoord en zou veel vaker toegepast kunnen worden. De professional dient zorgvuldig na te denken over wie in welke situatie kan bemiddelen. Als professional kan men bijvoorbeeld hulpbronnen binnen de familie en/of gemeenschap gebruiken: krachtbronnen van binnenuit. Meestal iemand die gezag heeft binnen de familie van cliënt en die achter het meisje staat; een oom, broer of familievriend. Cliënten weten meestal wel wie zo iemand zou kunnen zijn. Ook al wil cliënt niet terug, in veel gevallen wil ze wel graag de band met familie behouden.

Bemiddeling, vroeg in het traject, helpt mogelijk ook om escalatie te voorkomen en dient als geruststelling naar familieleden toe: je dochter is hier bij ons, zwerft niet over straat en heeft zich aan de volgende regels te houden.

Hoe langer je wacht met bemiddeling, des te meer verhoudingen verhard raken en oordelen geveld worden. Deze oordelen worden in een later traject nauwelijks nog bijgesteld. Het wantrouwen tegenover de cliënte en de instelling waar zij verblijft, neemt dan toe, en professionals worden als tegenpartij beschouwd. Wat heeft mijn vrouw, dochter, zus al die tijd bij jullie uitgespookt?



Nazorg

De aanpak van eergerelateerd geweld houdt niet op bij het afwenden van de acute geweldsdreiging en/of het bieden van opvang. Op een bepaald moment pakt de cliënt de draad weer op. De wijze waarop verschilt per persoon en per situatie. Een goede nazorg kan voorkomen dat vrouwen terugvallen in een onveilige situatie en weer aankloppen bij de opvang. Echter, wanneer begint de nazorg en wanneer eindigt deze? Duidelijk is in ieder geval dat er geen protocollen en standaarden zijn voor de nazorg. De nazorg als term is niet duidelijk afgebakend en ook de intensiteit en duur van de zorg verschilt enorm.

Hulpverlening en bescherming in de fase van de nazorg hangen sterk af van de plek waar het slachtoffer naar toegaat (eigen omgeving: thuis of zelfstandig, nieuwe omgeving waarbij anonimiteit en afstand van familie centraal staan). Wanneer cliënten zich opgeven voor begeleid, zelfstandig wonen, is meer nazorg nodig dan wanneer ze naar huis gaan. Bij minderjarige cliënten ligt deze taak bij de wettelijke voogd.

Echter, hoe graag men ook wil, soms lukt het gewoon niet. Als opvang heb je niet alle middelen om iemand te blijven volgen. Soms verdwijnen cliënten helemaal uit beeld.



Door bijvoorbeeld het organiseren van praatgroepen voor vrouwen, waarbij vrouwen onderling in contact met elkaar komen (lotgenoten) en waar thema’s worden besproken, kun je deze vrouwen in beeld krijgen en houden. Nazorg moet laagdrempelig zijn en geboden worden vanuit een instelling die al bij de cliënt betrokken is. Ook hier is maatwerk van belang, want geen enkele zaak is hetzelfde.


1 Het projectplan Professionalisering en methodiekontwikkeling is te raadplegen op www.opvang.nl . Eerst inloggen daarna door naar Vrouwenopvang projecten – eergerelateerd geweld



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina