Het huidige multiculturele debat en de integratiebalans



Dovnload 22.17 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte22.17 Kb.
Het huidige multiculturele debat en de integratiebalans
Terwijl half Nederland te hoop loopt tegen de islam en moslims, meent dat buitenlanders zich maar moeten aanpassen en zelfs linkse partijen als verdoofd lijken een weerwoord te formuleren op dit rechtse klimaat, worden wij anarchisten als vanzelf opstandig. En zijn we dus actief betrokken bij een multiculturele ontmoetingsmiddag in onze wijk. Het van bovenaf gedirigeerde debat is eenzijdig en vaak onwerkelijk, hetzerig qua toon en hysterisch qua uiting. Vandaar onze bescheiden bijdrage aan een laagdrempelig debat, wars van zogeheten deskundigen en ander machtsvertoon. Staan wij pal voor de aloude waarden van vrijheid, gelijkheid en solidariteit? En is dat het antwoord op de vraag van hoe we onze samenleving leefbaar houden? Het lijkt er op! Dat neemt niet weg dat de bovengenoemde problematiek veel omvattend is, tal van invalshoeken heeft, en zowel dichtbij als ver weg speelt.
Radicalisering

Allereerst dienen enige relativerende opmerkingen gemaakt te worden rond het terrorisme in Nederland. Volgens de media zijn er in Nederland zo'n 150 radicale moslimstrijders die

bereid zijn om aan hun idealen ook met geweld uiting te geven. Op de (eveneens volgens de media) aanwezigheid van zo' n miljoen moslims in Nederland een verbazingwekkend laag aantal.

We moeten daarnaast constateren dat deze cijfers afkomstig zijn van de AIVD die ook eigen belangen heeft. Al vanaf het eind van de koude oorlog zijn de verschillende inlichtingendiensten op zoek naar een nieuwe vijand en vonden die al in de vroege jaren negentig in de islam.

De afgelopen anderhalf jaar zijn er in Nederland zo’n vijftien van terrorisme verdachte moslimfundamentalisten gearresteerd, maar zij werden allen bij gebrek aan bewijs voor strafbare feiten weer vrijgelaten. Vooralsnog is het afwachten hoe de rechtszaken zullen verlopen van de zogeheten Hofstadgroep. Deze groep wordt verdacht van hulp aan Mohammed B. bij de moord op Theo van Gogh en bedreiging van de kamerleden Wilders en Hirschi Ali. Dit geldt ook voor de zaak van Samir A. die voorbereidingen zou hebben getroffen voor aanslagen op Schiphol, Borssele en de Tweede Kamer.

Toch is het getal 150 op een miljoen verbazingwekkend laag als je de spanningen tussen de moslimwereld en het westen bekijkt zoals die door het conflict Israël - Palestina, de eerste Golfoorlog, Tsjetsjenië, de 11 september-aanslagen, de daaropvolgende War on Terrorism, en de huidige Irak-oorlog zichtbaar zijn. Oorlogen en conflicten die dankzij de nieuwe media een gigantische impact hebben. De wervingskracht van Al Qaida en radicalisering van moslimjongeren blijkt in Nederland dan toch nog betrekkelijk gering.

Dit is vooral opmerkelijk omdat er voor een radicalisering van Nederlandse moslimjongeren materiaal genoeg voorhanden is:


  • Nederland is een trouw bondgenoot van de Verenigde Staten die zonder VN-mandaat en onder valse voorwendselen (massavernietigingswapens) een oorlog tegen Irak begon. Nederland steunt deze oorlog zowel politiek, als in militair opzicht en is daarmee medeverantwoordelijk voor de ruim 100.000 Irakese slachtoffers,

  • Nederland is een van die rijke westerse landen die bereid is met militair geweld de bestaande machtsstructuren en grondstoffenstromen als olie veilig te stellen,

  • In de media krijg je het beeld dat een slachtoffer van islamitische huize minder waard is dan een wit-westers slachtoffer. Denk aan de beelden van Abu Graib, Guantanamo en Faluja,

  • Dichterbij huis zien zij oudere generaties die zich lichamelijk kapot gewerkt hebben en in de WAO zijn beland en een onderklasse vormen in de samenleving,

  • Zelfs de jongeren van de tweede of derde generatie lopen ondanks hun taalvaardigheid en opleiding aan tegen discriminatie op de arbeidsmarkt, de woningmarkt, het uitgaansleven etc,

  • De steeds heftiger geformuleerde eis van integratie liefst assimilatie.


Rechtse tegenkrachten

Het maatschappelijk klimaat is de laatste jaren zondermeer verhard en verrechtst. Hoewel niet eenduidig is aan te geven wie of wat hier voor verantwoordelijk moet worden gesteld (de problemen, de economie, de politiek, de media of de kruisbestuiving hier tussen), kan wel vastgesteld worden dat zaken waar in de jaren tachtig een zeker taboe op rustte, nu zondermeer geaccepteerd worden in de publieke opinie. Dat geldt vooral voor de ongenuanceerde uitspraken richting buitenlanders en specifieker islamitische buitenlanders. Wel beschouwd gaat het hier veelal om Nederlanders qua nationaliteit met een andere culturele achtergrond.


Het publieke debat wordt gedomineerd door gevoelens van onveiligheid, angst voor het onbekende en het verlies van culturele eigenheid. Dit terwijl de culturele eigenheid van Nederland nauwelijks benoembaar blijkt en al gauw blijft hangen in de spruitjeslucht. Eerder is er sprake van angst voor het verlies van economische zekerheden en welvaart, de laatste houvast nu alle idealen verdacht zijn gemaakt en bij het grof vuil zijn gezet. Deze angst is echter ook reëel, gezien de afbraak van sociale verworvenheden en de verzorgingsstaat. Het is deze angst om te verliezen wat je hebt in combinatie van een misplaatst westers (blank) superioriteitsgevoel dat vijandbeelden creëert en zondebokken zoekt.

Zorgvuldigheid is een luxe die politici zich niet meer menen te kunnen permitteren in de jacht op de kiezersgunst. In plaats van dat de politiek een richtinggevende functie vervult, verliest zij zich in de waan van de dag, kretologie en populisme om van media-aandacht verzekerd te zijn. De media vervullen hierbij steeds meer de rol van de ‘vierde macht’, ook deze moeten scoren om te kunnen overleven als toonaangevend en winstgevend bedrijf. De rol van de media is steeds belangrijker geworden ten opzichte van de politiek waarmee de ruimte voor sensatie en de waan van de dag vergroot is ten koste van nuance. Kortom de Nederlandse politiek is sterk veramerikaniseerd.


Het huidige publieke debat waarin het-alles-kunnen-zeggen verward wordt met vrijheid van meningsuiting brengt politici voort als Pim Fortuyn die zonder politiek programma toch in staat zijn grote groepen kiezers aan zich te binden. Precies hetzelfde gebeurt nu rond Geert Wilders die in de peilingen op 20-30 zetels stond met slechts enkele populistische kreten als vijf jaar immigratiestop, Turkije niet in de EU, en een harde aanpak van terrorisme. Dit gegeven ‘maakt’ dat bestaande partijen vervolgens over elkaar heen buitelen uit angst om uit de gunst van dezelfde kiezer te raken. Vooral ook omdat de media een figuur als Wilders een onevenredig groot podium bieden die in geen verhouding staat tot zijn verdiensten.
Deze combinatie van factoren legitimeert vervolgens een maatschappelijk klimaat waarin rechtse tegenkrachten in Nederland een grotere wervingskracht krijgen. Volgens de laatste Monitor racisme en extreemrechts van ondermeer Jaap van Donselaar is er een groeiende groep van extreemrechtse jongeren waarvan een deel verantwoordelijk is voor geweld tegen moskeeën en islamitische scholen. Echter ook op straat en in het dagelijkse maatschappelijke verkeer worden mensen met een andere culturele achtergrond zodanig aangesproken op ‘islamitisch terrorisme’ dat zij dit als stigmatiserend, denigrerend en bedreigend ervaren. Alsof iedere voetbalsupporter een hooligan is en iedere kraker een relschopper.
Hypocriete gevestigde orde

De machtsverhoudingen in de wereld zijn een voedingsbodem voor extremisme. Economische en militair-strategische belangen van het rijke Westen domineren de politiek op wereldschaal. Niet-democratische regimes en dictaturen worden van oudsher volop gesteund om deze belangen te dienen. In dit kader is extremisme een politiek antwoord om deze verhoudingen te veranderen en een eigen identiteit aan te meten.


De fixatie op het terrorisme leidt ons af van belangrijker thema’s als de problematische Noord Zuid-verhouding waarin hongersnood, structurele ondervoeding en armoede nog altijd heel sterk aanwezig zijn. Dichter bij huis spelen zaken als het vastlopen van de vrouwenemancipatie, het neo-liberalisme van de markt waarin collectieve voorzieningen verder en verder wordt afgebroken en ieder voor zichzelf dient te zorgen, en milieudoelstellingen die bij lange na niet gehaald worden.
De door de gevestigde orde in het Westen gepredikte normen en waarden zijn hypocriet. Om welke normen en waarden gaat het dan eigenlijk? Respect, eerlijk delen, tolerantie, vrijheid van meningsuiting? Het gaat er om dat wanneer ‘onze belangen’ in het geding zijn we andere normen en waarden hanteren dan we zeggen te hanteren. Daarnaast gelden voor de ‘ander’ andere normen dan die we zelf naar leven. Respect lijkt vooral voor onze leefwijze (de vrije markt) te moeten gelden maar uit zich niet naar andere culturen toe. Deze moeten zich op westerse voorwaarden voegen in de wereldeconomie. Dichterbij huis komt respect vanuit onze dominantie neer op de eis aan anderen om zich aan te passen.
Eerlijk delen komt er op neer dat in de Derde Wereld dagelijks nog steeds duizenden mensen dagelijks doodgaan aan honger en gebrek. De stroom vluchtelingen die mede hierdoor ontstaat, wordt steeds verder buitengesloten. Hier betekent het dat we onze welvaart dusdanig ongelijk verdelen dat de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter wordt. De schuldenproblematiek van de onderkant van de samenleving groeit en groeit.
Tolerantie reikt zover totdat onze economische of militair-strategische belangen worden bedreigd. In Nederland betekent tolerantie momenteel dat de ander dient te integreren, maar wij met die ander niets van doen hoeven te hebben. Het merendeel van de bevolking heeft geen contact met mensen uit een andere cultuur, maar meent wel te kunnen weten dat die ander niet is geïntegreerd!
Vrijheid van meningsuiting speelt internationaal nauwelijks een rol van betekenis. Als de handelsbetrekkingen met China nieuwe geldstromen opleveren dan heffen we wapenembargo’s op en stellen geen vervelende vragen meer over mensenrechten. Vanuit economische belangen worden tal van regimes gesteund waar het met de grondrechten van de bevolking bedroevend is gesteld. In Nederland zelf is de vrijheid van meningsuiting gelijk gesteld met het alles-moet-gezegd-kunnen-worden. Het recht om te mogen beledigen is echter eenzijdig voorbehouden aan ons, als anderen onze homo’s en joden op soortgelijke wijze aanspreken, dan is het land te klein!
De integratiebalans

Geconstateerd moet worden dat de zogenaamde huidige problemen niet nieuw zijn en evenmin groter of ernstiger zijn geworden. Alle culturen die te maken krijgen met nieuwkomers maken een historisch proces door van vallen en opstaan waarin gezocht wordt naar een nieuw evenwicht tussen het oude vertrouwde en het nieuwe onbekende. Onbekend maakt vaak onbemind of wat de boer niet kent dat eet hij niet, hoewel de integratie van Nederlanders op culinair terrein wellicht het verst is gevorderd!


Er zijn echter reëel bestaande problemen. De onderdrukking van de vrouw en homoseksualiteit in zowel traditionele (religieuze) culturen, als de Islam maar ook binnen de Hindoestaanse gemeenschap. Ook in ‘onze’ samenleving zijn deze kwesties allerminst opgelost: de seksualisering van vrouwen in de reclame en vrouwenhandel zijn in het oog springende voorbeelden om over seksistisch gedrag in het algemeen maar te zwijgen. Hoewel opgepast moet worden voor generalisaties, is het duidelijk dat er sprake is van verschil in ontwikkeling(en) met betrekking tot hoever het emancipatieproces is gevorderd.
Dat roept de vraag op welke strategieën het beste aangewend kunnen worden om emancipatieprocessen te versterken. De vraag is vervolgens of de polariserende Hirsi Ali nu een bijdrage levert aan emancipatie of dat die juist vanuit moslimvrouwen zelf meer kans van slagen heeft. Anarchisten betogen van oudsher dat bevrijding van welke groep dan ook altijd het werk van die groep zelf moet zijn en dat ontwikkelingsprocessen altijd van onderop gestalte moeten krijgen. Vanuit deze optiek mogen dan de nodige vraagtekens bij en kritiek op de aanpak van Hirsi Ali worden gezet, maar dit betekent niet dat niks over emancipatieprocessen in andere culturen zou mogen vinden. Het gaat er om dit niet vanuit een superioriteitsgevoel te doen.
Rond de kwestie rond geloof spelen soortgelijke emancipatieprocessen. De ontkerkelijking in Nederland speelde gedurende de gehele twintigste eeuw en bevrijdde mensen van voorgeschreven keurslijven. Opgelegde gedragsvoorschriften en leefregels legden het af tegen het vrije denken en ten gunste van eigen vormen van spiritualiteitbeleving. Ook de kerken zelf zijn niet meer de onbetwiste machts- en moraalbolwerken van weleer. Te voorzien valt dat een dergelijke ontwikkeling zich gaat voordoen in de moslimwereld. Echter niet voorbij gegaan mag worden dat moskeeën hier een belangrijke sociale functie vervullen in een buitenwereld die hen niet zondermeer accepteert. De verschillen in geloofsbeleving zijn ook hier erg groot en zoals bij elke godsdienst zijn er richtingen die er van overtuigd zijn dat hun leer de enige juiste is. Ook dit superioriteitsdenken wijzen wij af. Godsdienst hoort in het privé-domein thuis en mag daarbuiten geen rol spelen!
Het toegenomen antisemitisme vanuit moslim kringen is een reëel bestaand probleem. Dit valt echter grotendeels te verklaren uit de wijze waarop de staat Israël omgaat met de Palestijnen. De systematische onderdrukking en de middelen waarmee dit gepaard gaat, is een flagrante schending van mensenrechten en een ernstige aantasting van de internationale rechtsorde. Deze politiek wordt voornamelijk gesteund en financieel mogelijk gemaakt door de Verenigde Staten, hoewel Europa evenmin schone handen heeft.
Logischerwijs roept dit solidariteit op met het Palestijnse volk, vooral ook bij moslims. Solidariteit waarop wij wel eens jaloers kunnen zijn, ware het niet dat dit soms doorslaat naar antisemitisme. De misdadige gedragingen van de staat Israël mogen niet toegeschreven worden aan alle joodse mensen, evenmin dat voor het islamitisch terrorisme alle moslims verantwoordelijk kunnen worden gesteld.

Een reëel probleem vormt de sociaal-economische positie van grote bevolkingsgroepen in de achterstandswijken van de grote steden. Hier bevindt zich een groot deel van de onderklasse van Nederland, waaronder onevenredig veel mensen van allochtone herkomst. Zij worden geconfronteerd met verpaupering van huizen en straten, overlast door drugsgebruik, drugsgerelateerde criminaliteit en dergelijke. Deze zwakke positie op terreinen als opleiding en inkomen stelt grenzen aan de mogelijkheden om daadwerkelijk te kunnen integreren. Ook hier geldt dat een emancipatieproces gaande is en dat komende generaties meer perspectief zullen hebben. Overigens blijven onderklassen inherent aan het kapitalistische productieproces.


Perspectieven

Er zijn geen pasklare oplossingen. De komende jaren zullen ook in Nederland tal van interculturele conflicten plaats blijven vinden. Als anarchisten denken we dat oplossingen niet van bovenaf opgelegd kunnen worden, maar van onderop op basis van solidariteit ontwikkeld moeten en kunnen worden. We zullen trouwens wel moeten aangezien het aantal mensen met van oorsprong een andere etnische herkomst steeds groter wordt en in de grote steden zelfs de meerderheid van de bevolking zal uitmaken.


We hebben meer met elkaar gemeen dan we denken. De zorg voor onze kinderen en hun toekomst, de zorg voor goede sociale en collectieve voorzieningen, de zorg voor een leefbaar milieu en sociale rechtvaardigheid op mondiaal niveau om een aantal belangrijke zaken te noemen.
Wij pleiten voor het ontwikkelen van sociale centra waar we elkaar kunnen ontmoeten, bekritiseren en samenwerken: tegen oorlog, tegen racisme, tegen de afbraak van sociale voorzieningen en voor herstel van sociale cohesie in buurten en wijken. Elkaar kennen en gekend worden is een voorwaarde voor samenleven.
Rob Boogert, Arie Hazekamp, Yolanda Winkelhuyzen




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina