Het huishoudelijk reglement



Dovnload 134.84 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte134.84 Kb.
KINDERDAGVERBLIJF ‘t KAPOENTJE


HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Erkend door Kind en Gezin

Nr. 12310101

Versie december 2006


INHOUD

1. Algemene inlichtingen 3

1.1. Organiserend bestuur en dagelijkse leiding 3

1.2. Doelgroep 4

1.3. Verzekeringen 4

1.4. Klachtenbehandeling 4

1.5. Opnamebeleid 4

1.6. Openingsdagen en openingsuren 5

2. Intern werkkader 6

2.1. Het gevoerde pedagogische beleid 6

2.2. Samenwerking met ouders en kinderen 6

3. Wederzijdse afspraken op niveau ouders – kinderdagverblijf 7

3.1. Afspraken met betrekking tot het opstellen en hanteren van

het opvangplan 7

3.2. Afspraken in verband met haal- en brengmomenten 8

3.3. Overzicht van de verplicht te overhandigen documenten 8

3.4. Afspraken met betrekking tot de voeding 9

3.5. Afspraken met betrekking tot de kleding 9

3.6. Afspraken met betrekking tot de verzorging 10

3.7. Afspraken met betrekking tot het al dan niet opvangen van

een ziek kind 11

3.8. Regelingen en afspraken ingeval een kind ziek wordt of een

ongeval krijgt tijdens de opvang 12

3.9. Afspraken met betrekking tot het toedienen van medicatie 12

4. Geldelijke bepalingen 14

4.1. Bepaling van de dagprijs 14

4.2. Fiscale aftrekbaarheid 18

4.3. Facturatie 18

4.4. Verplicht te overhandigen documenten voor de berekening

van de ouderbijdrage 18

5. Beëindiging van de opvang 19

5.1. Opzegging door de ouders 19

5.2. Opzegging door het kinderdagverblijf 19

6. Naleving van de wet op de bescherming van de persoonlijke

levenssfeer 20

7. Beroepsgeheim 20
Bijlagen

1. Verklaring akkoord met Huishoudelijk Reglement

2. Tarieven ouderbijdrage

1. ALGEMENE INLICHTINGEN
1.1. Organiserend bestuur en dagelijkse leiding.


      1. Het Kinderdagverblijf ’t Kapoentje is een organisatie van de

VZW. CONSOLATA.

Briefwisseling voor het organiserend bestuur dient gericht te worden aan de voorzitter

De Heer De Greef

Kloosterweg 1

1640 Sint-Genesius-Rode


      1. De dagelijkse leiding is in handen van Marleen Marcelis, directrice.

Zij coördineert de activiteiten, heeft de leiding over het personeel en onderhoudt het contact met het publiek en de externe instanties.
Mevrouw Marcelis is te bereiken in het kinderdagverblijf, van maandag tot vrijdag van 10 u tot 12 u en van 14 u tot 16 u of na afspraak.

Na 18 u en tijdens de weekends: Tel. 02/380 15 62.


Bij afwezigheid van de verantwoordelijke nemen de sociale assistente Lieve Defooz en de verpleegster Brigitte Tordeurs de dienst waar.

Lieve Defooz is te bereiken in het kinderdagverblijf op maandag en dinsdag of woensdag na afspraak.

Brigitte Tordeurs is te bereiken in het kinderdagverblijf op dinsdag, woensdagvoormiddag, donderdag en vrijdag.



      1. Het Kinderdagverblijf ’t Kapoentje is erkend en gesubsidieerd door Kind en Gezin. Het kinderdagverblijf voldoet aan de eisen die de overheid stelt en werkt onder permanente begeleiding van Kind en Gezin.

‘t Kapoentje is lid van het Vlaams Welzijnsverbond (VWV), dat deel uitmaakt van Caritas Catholica Vlaanderen.

Het kinderdagverblijf werkt vanuit een Christelijke visie op zorg en opvoeding en volgens de opvattingen van het VWV over kwaliteitsvolle kinderopvang.


De specifieke taak van ’t Kapoentje en de belangrijkste werkingsprincipes zijn vastgelegd in de opdrachtverklaring van het kinderdagverblijf.

Voor meer informatie hierover kunnen de ouders bij mevrouw Marleen Marcelis, directrice terecht.




    1. Doelgroep

Het kinderdagverblijf ‘t Kapoentje biedt kinderopvang in groep voor kinderen tot 3 jaar.


    1. Verzekeringen




      1. Het Kinderdagverblijf beschikt over een brandverzekering met betrekking tot de gebouwen en een verzekering betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid voor personeel en kinderen.

De polis dekt de medische kosten.


      1. Aangifte van schadegevallen of ongevallen gebeurt aan de verantwoordelijke, binnen de 48 u. na het gebeuren, zodat deze de verzekeringsinstelling op de hoogte kan brengen.




    1. Klachtenbehandeling




      1. De ouders kunnen met vragen of klachten terecht bij de verantwoordelijke, Marleen Marcelis.

De Raad van Beheer onderzoekt de klacht en stelt de ouders op de hoogte van zijn besluit en over eventuele acties die hij onderneemt.


      1. Wanneer de betrokken partijen niet tot een vergelijk komen hebben de ouders de mogelijkheid zich in tweede instantie tot de klachtendienst van Kind en Gezin te wenden.

Adres: Klachtendienst Kind en Gezin

Hallepoortlaan 27

1060 Brussel

Tel.: 02/533 14 14

Email: klachtendienst@kindengezin.be


    1. Opnamebeleid

1.5.1. Het kinderdagverblijf ’t Kapoentje geeft bij haar opnamebeleid voorrang aan: - kinderen uit een kansarm milieu



  • kinderen die gedomicilieerd zijn in Sint-Genesius-Rode

  • de volgende kinderen uit een gezin dat reeds een kindje in het kinderdagverblijf heeft

  • kinderen van werkende ouders.

1.5.2. De procedure van opname gaat als volgt:



  • de ouders worden ingeschreven op een wachtlijst bij een bezoek aan de instelling (meestal reeds ca. 1 jaar op voorhand)

  • afhankelijk volgens inschrijvingsdatum en opnamedatum en volgens de beschikbare plaatsen worden de ouders ten laatste 3 maanden vóór de gevraagde opnamedatum op de hoogte gebracht van de toegekende/niet toegekende plaats.

  • Er wordt een afspraak genomen voor de definitieve inschrijving.

  • Indien één van de ouders loopbaanonderbreking en/of ouderschapsverlof neemt wordt in samenspraak tussen ouders en de verantwoordelijke een datum afgesproken vanaf wanneer het kind wordt opgenomen.

  • Er wordt aan de ouders gevraagd om het kindje enkele malen voor de definitieve opname naar het kinderdagverblijf te brengen. De wenperiode verloopt als volgt:

- 1ste dag: het kindje verblijft ca 1 u. te samen met moeder en/of vader in het kinderdagverblijf.

- 2de en volgende dagen: het kindje verblijft 1 u of enkele uren alleen in het kinderdagverblijf.

- Deze wenperiode wordt stilaan opgebouwd, zodat het kindje gemakkelijker gewoon raakt aan de nieuwe mensen en de nieuwe omgeving.


    1. Openingsdagen en openingsuren




      1. Het kinderdagverblijf is open van maandag tot vrijdag van 7 u tot 18 u.




      1. In de kerstperiode is het kinderdagverblijf gesloten voor de jaarlijkse vakantie. De vakantie is nooit langer dan twee aaneensluitende weken. Het kinderdagverblijf maakt jaarlijks, uiterlijk op 31 december, de vakantiedata van het volgende jaar bekend via een schriftelijke nota.




      1. De directie kan bijkomende sluitingsdagen vastleggen. De sluitingsdagen worden vooraf meegedeeld aan alle ouders, via een schriftelijke nota.




      1. De lijst met de sluitingsdagen en de vakantieperiode is steeds beschikbaar op het bureau van de Maatschappelijk Assistente.



2. INTERN WERKINGSKADER


    1. Het gevoerde pedagogische beleid




      1. Onze visie op de ontwikkeling van kinderen.

Wij gaan ervan uit dat ieder kind de drang in zich heeft om zich te ontwikkelen en dat doet op zijn eigen manier op basis van aanleg en temperament.


      1. Als basis voor een goede ontwikkeling heeft een kind een sfeer van veiligheid en vertrouwen nodig.

Wij hebben de taak voor die veiligheid en dat vertrouwen te zorgen.

Wij hebben de taak kinderen de gelegenheid te geven hun nieuwsgierigheid te bevredigen en hun nieuwsgierigheid te prikkelen. De omgeving moet tegemoetkomen aan de behoefte om ervaringen op te doen en volwassenen hebben de taak kinderen daarin te stimuleren.




      1. Ons pedagogisch doel.

Ons pedagogisch doel is dat de kinderen zich ontwikkelen tot evenwichtige mensen die hun eigen talenten onderkennen en benutten.

Dit evenwicht realiseren we door situaties in het kinderdagverblijf te creëren die ervoor zorgen dat de kinderen zich prettig voelen, vertrouwen hebben in eigen kunnen, voor zichzelf op kunnen komen, respect ontwikkelen voor zichzelf en voor anderen, positief in de maatschappij staan, zelfstandig en sociaal vaardig worden.




    1. Samenwerking met ouders en kinderen

De directie en het personeel willen nauw samenwerken met de ouders. Zij verstrekken de ouders alle informatie over de dienstverlening en het opvoedkundig model, en houden hen doorlopend op de hoogte van de vorderingen van hun kind. Er is regelmatig overleg.


Bijzondere contactmomenten:

  • bij het brengen en afhalen van het kindje

  • bij de oudervergaderingen

  • bij andere activiteiten, zoals opendeurdag e.a.

3.WEDERZIJDSE AFSPRAKEN OP NIVEAU OUDERS - KINDERDAGVERBLIJF




    1. Afspraken met betrekking tot het opstellen en hanteren van het opvangplan.




      1. Bij de inschrijving wordt de dag - en de uurregeling schriftelijk vastgelegd met de ouders en de verantwoordelijke. Ter bevestiging van de inschrijving wordt een eenmalige toeslag gevraagd, die 5 x de dagprijs van het kind bedraagt. Deze toeslag zal onder andere gebruikt worden voor de aankoop van verzorgingsproducten en linnen en om de luierverwerking te bekostigen.




      1. Elke wijziging in de dag – en uurregeling wordt schriftelijk vastgelegd met de ouders en de verantwoordelijke.

Als het om een vermindering van het aantal aanwezigheidsdagen en/of - uren gaat, verwittigen de ouders het kinderdagverblijf zo vlug mogelijk, uiterlijk één week voor de nieuwe regeling ingaat.

Bij laattijdige verwittiging wordt de ouderbijdrage gedurende 14 dagen verder berekend op de bestaande dag - en uurregeling.


3.1.3. De ouders melden tijdig wanneer het kind afwezig zal zijn. Bij afwezigheid wegens ziekte vóór 9 u. Bij afwezigheid zonder verwittiging kan het kinderdagverblijf een sanctionerende toeslag vragen voor het herhaaldelijk afwijken van het opvangplan. Onder “herhaaldelijk” wordt verstaan dat het meer dan één keer binnen een maand gebeurt. Bovendien gaat het om onverwachte en onverwittigde, of niet tijdig verwittigde afwezigheden. Deze bedraagt € 5. De toeslag kan ook gevraagd worden wanneer het kind na de openingsuren afgehaald wordt, deze bedraagt € 2.5 per 5 minuten.


    1. Afspraken in verband met haal – en brengmomenten




      1. De ouders hebben toegang tot de lokalen waar het kind verblijft.




      1. Binnen de afgesproken dag – en uurregeling mogen de ouders het kind op elk moment brengen en afhalen.




      1. Om de rust van de kinderen niet te verstoren halen de ouders hun kind bij voorkeur niet af tijdens het middagslaapje.




      1. De ouders halen het kind ten laatste 5 minuten vóór sluitingstijd af. Bij laattijdig afhalen wordt een verwittiging aan de ouders gegeven. Bij herhaaldelijk laattijdig afhalen wordt aan de ouders gevraagd om een andere oplossing te zoeken. Indien de ouders niet meewerken kan aan het kind de toegang tot het kinderdagverblijf geweigerd worden.




      1. Het kinderdagverblijf vertrouwt de kinderen alleen toe aan wie het hoederecht en/of bezoekrecht heeft of aan een door hem/haar aangeduide persoon. De ouders verwittigen het kinderdagverblijf vooraf wanneer derden het kind afhalen.




    1. Overzicht van verplicht te overhandigen documenten




      1. Documenten door de ouders te verstrekken bij de inschrijving.

  • het recentste aanslagbiljet van de belastingen dat het gezin of de ouder in zijn bezit heeft.

  • In geval het inkomen niet bekend wordt gemaakt wordt de bijdrage van de ouders de maximumbijdrage




      1. Documenten die door de ouders ingevuld dienen te worden op het moment van de inschrijving.

  • inschrijvingsfiche met algemene inlichtingen

  • een contract voor gereserveerde dag – en uurregeling

  • een invulformulier met informatieve gegevens omtrent gewoontes, eigenheden van het kind, bereikbaarheid van de ouders

  • wensen van de ouders

  • medische inlichtingenfiche


      1. Documenten die door het kinderdagverblijf aan de ouders verstrekt worden

  • een heen – en weerschriftje

  • een huishoudelijk reglement

  • een lijst met sluitingsdagen

  • een lijst met benodigdheden

  • de aanbeveling van Kind en Gezin aangaande de maatregelen ter preventie van wiegedood

NB. Nadat de ouders het huishoudelijk reglement doorgenomen hebben dienen zij zich schriftelijk hiermee akkoord te verklaren door middel van een ondertekend document (bijlage 1)


    1. Afspraken met betrekking tot voeding.




      1. Behoudens onvoorziene omstandigheden ontbijten de kinderen in familiekring.




      1. Afhankelijk van het tijdstip en de duur van de aanwezigheid van het kind in de opvang verstrekt het kinderdagverblijf de gepaste maaltijd.




      1. De maaltijden zijn vers bereid. De samenstelling van het menu en van de bereiding gebeurt onder toezicht van de verpleegkundige. Het weekmenu hangt ter inzage op elke afdeling.




      1. Flesvoeding voor baby’s en/of bijzondere dieetproducten worden meegebracht door de ouders. Zij bezorgen het kinderdagverblijf informatie over het product, de bereidingswijze en – voor dieetproducten – de nodige medische achtergrondinformatie.




      1. Als er zich in de loop van het verblijf allergie- of verteringsproblemen voordoen bij het kindje, worden de passende maatregelen besproken met de verpleegster.




    1. Afspraken met betrekking tot kleding




      1. Het kindje wordt gekleed naar het kinderdagverblijf gebracht.




      1. De ouders zorgen voor voldoende reservekleding, ook om buiten te spelen. Elk kind heeft een eigen kastje om persoonlijke spulletjes op te bergen.




      1. De kleding dient getekend te zijn met de naam van het kind.




      1. Wanneer het kind door omstandigheden niet over voldoende reservekleding beschikt, zal het gekleed worden met kleertjes van het kinderdagverblijf. In dit geval wordt aan de ouders gevraagd om deze kledij zo spoedig mogelijk gewassen en gestreken aan het kinderdagverblijf terug te bezorgen.




    1. Afspraken met betrekking tot verzorging.




      1. Het ochtendtoilet gebeurt thuis. De ouders brengen het kind gewassen naar de opvang.




      1. In de loop van de dag krijgen de kinderen alle nodige verzorging. Handdoeken en verzorgingsproducten zijn ter beschikking in het kinderdagverblijf.




      1. Bijzondere verzorgingsproducten brengen de ouders zelf mee.




      1. De ouders zorgen ervoor dat er steeds een voldoende aantal luiers in het kinderdagverblijf in voorraad zijn.




    1. Afspraken met betrekking tot het al dan niet opvangen van een ziek kind.




      1. Licht zieke kinderen kunnen in het kinderdagverblijf terecht. De verpleegkundige houdt toezicht op het verdere verloop van het ziekteproces en de voorgeschreven medicatie wordt toegediend, na schriftelijke aanvraag en de bevestiging van de directie.



      1. Indien de behandeling enkel thuis gebeurt, wensen wij daarvan eveneens schriftelijk op de hoogte gebracht te worden




      1. Om verspreiding van ziektekiemen te voorkomen neemt het kinderdagverblijf geen acuut zieke kinderen op.




      1. Symptomen waarbij een kind moet geweerd worden uit het kinderdagverblijf:




  • diarree: lopende of waterige ontlasting waarbij ook koorts of bloederige ontlasting aanwezig is (losse stoelgang is geen reden tot weigering)

  • braken: met algemeen ziek zijn; oppassen voor uitdroging.

  • Zeer zware hoest: (etterige neusloop en hoest zonder algemeen ziek zijn is geen reden tot weigering)

  • Kinderziekten: zoals mazelen, bof, enz.

  • Windpokken

  • Koorts: > 38.5 °, gepaard met keelpijn, braken, diarree, oorpijn, prikkelbaarheid, verwardheid of rode uitslag.

  • Elk kind dat wegens ziekte zoveel aandacht vraagt dat de gezondheid en/of de veiligheid van de andere kinderen niet meer gegarandeerd kan worden (bv overprikkelbaarheid, onophoudelijk huilen)

  • Elk kind dat niet kan deelnemen aan de normale activiteiten van de kinderopvang wegens ziektetoestand


OPGELET:OOK ZONDER KOORTS KAN EEN KIND ERNSTIG ZIEK ZIJN!


      1. Na herstel wordt gevraagd om een doktersattest, ter attentie van de verantwoordelijke, mee te brengen met de voorziene afwezigheidsperiode, of met de verklaring dat het kindje niet moet geweerd worden uit de opvang. Zonder dit attest wordt de toegang tot het kinderdagverblijf geweigerd.




      1. In geval van discussie met de behandelende geneesheer ligt de beslissing bij de arts van het kinderdagverblijf.




    1. Regelingen en afspraken ingeval een kind ziek wordt of een ongeval krijgt tijdens de opvang.




      1. Als het kindje in de loop van de dag ziek wordt, neemt de verpleegkundige of haar vervangster contact op met de ouders. Samen wordt dan naar een passende oplossing gezocht. De medische kosten vallen ten laste van de ouders.




      1. In medische noodsituaties of bij ongeval doet het kinderdagverblijf een beroep op Dr. Vanden Bussche, ofwel wordt het kind naar het ziekenhuis gebracht (met een oproep naar de 100). In de meeste gevallen is dit het Sint-Elisabethziekenhuis te Ukkel.




      1. Bij urgenties neemt de verpleegkundige of haar vervangster de toediening van de eerste zorgen op zich. In ernstige gevallen wordt het kind naar het ziekenhuis gevoerd, en worden de ouders nadien verwittigd.




      1. De kosten verbonden aan deze medische tussenkomsten zijn ten laste van de verzekering van het kinderdagverblijf.




    1. Afspraken met betrekking tot het toedienen van medicatie.




      1. In principe wordt er in het kinderdagverblijf geen medicatie toegediend. De ouders worden verzocht om aan de behandelende geneesheer te vragen om bij voorkeur medicatie voor te schrijven die ’s morgens en ’s avonds door de ouders zelf kan worden toegediend.




      1. Soms zal een kind echter toch tijdens het opvangmoment medicatie moeten nemen. Uitzonderlijk kunnen de ouders dan toch medicatie meebrengen.




      1. Deze medicatie wordt enkel verstrekt op medisch voorschrift en op de verpakking dient door de apotheker duidelijk het volgende vermeld te worden:

  • naam van de inhoud

  • naam dokter/apotheker

  • naam kind

  • datum van aflevering en vervaldatum

  • dosering en wijze van toediening

  • duur van de behandeling

  • wijze van bewaren.

Op een individueel formulier of document van het kind zal de datum, medicijn, tijdstip en hoeveelheid van toediening worden vermeld.


3.9.4. Indien de ouders medicatie zonder doktersvoorschrift wensen te geven, dienen zij dit schriftelijk mee te delen (invulformulier op de afdeling)
3.9.5. Indien de ouders op de hoogte zijn van eventuele medische problemen van hun kind, die enerzijds een gevaar zouden kunnen betekenen voor de begeleidsters, of die anderzijds een bijzondere waakzaamheid van de begeleidster vergen moeten zij dit signaleren aan de verantwoordelijke van het kinderdagverblijf.


  1. GELDELIJKE BEPALINGEN

4.1. Bepaling van de dagprijs


De bepaling van de ouderbijdrage gebeurt conform de bepalingen in het Ministerieel Besluit van 28 maart 2002.


Toelichting bij het ministerieel besluit van 28 maart 2002 houdende de voorwaarden voor de berekening van de financiële bijdrage van de ouders als vergoeding voor de opvang van kinderen in kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen.

Algemene bepalingen

De basis voor de berekening van de ouderbijdragen is het belastbaar inkomen zoals vermeld op het aanslagbiljet, vóór aftrek van uitgaven die recht geven op belastingvoordeel en de aftrekbare bestedingen. Het betreft het eindbedrag (of bij gehuwden de som van het eindbedrag van beiden) dat op het aanslagbiljet terug te vinden is onder deel II “Vaststelling van de belastbare inkomsten” en dat benoemd wordt als “gezamenlijk belastbaar inkomen”, plus eventueel voorafgaandelijk in mindering gebrachte aftrekbare uitgaven.

Onder de noemer “samenwonenden” wordt verstaan dat de samenwonenden partners dienen te zijn.

In dat geval dient het inkomen van beide partners in aanmerking genomen te worden.

Indien de persoon die het kind ten laste heeft de woonst deelt met een andere persoon, en zij verklaren dat zij geen relatie hebben, wordt enkel het inkomen van de persoon die het kind ten laste heeft in aanmerking genomen.

Voor de berekening van de ouderbijdrage wordt er geen rekening gehouden met de op het aanslagbiljet in rekening gebrachte verminderingen zoals bijvoorbeeld: interesten, giften, uitgaven voor de opvang van kinderen enz.

Sommige vergoedingen daarentegen, al dan niet belast, worden niet meegerekend bij de vaststelling van het inkomen voor de ouderbijdragenberekening. Zo zijn er:



  • PWA cheques

  • Opleiding VDAB

  • Integratietegemoetkoming voor personen met een handicap.

Basisprincipe voor het vaststellen van de bijdrage bij inschrijving.

Bij de start van de opvang wordt het inkomen bepaald door de voorziening op basis van het recentste aanslagbiljet dat het gezin of de ouder in zijn bezit heeft. Voorzieningen dienen niet na te gaan of het huidige gezinsinkomen in overeenstemming is met het inkomen dat hierop vermeld staat. Het feit dat er een aanslagbiljet is volstaat en het belastbaar inkomen wordt in alle gevallen aanvaard. De oorsprong van de inkomsten op het aanslagbiljet (vb. werkloosheid, ziektevergoeding…) dient dus ook niet overeen te stemmen met de huidige werksituatie.


Enkel wanneer de ouders aantonen dat het huidige gezinsinkomen (= totaal van het inkomen, niet per partner afzonderlijk bekeken) 25 % lager ligt, wordt het aanslagbiljet niet als basis genomen, maar kunnen meer recente en relevante inkomensgegevens gebruikt worden voor het bepalen van de ouderbijdrage.

Wanneer beide of één van de partners of een alleenstaande, (nog) geen aanslagbiljet kan voorleggen, wordt het inkomen bepaald op basis van recente en relevante inkomensgegevens.

1° Het maandinkomen als basis

Het bedrag van het maandinkomen wordt vermenigvuldigd met een jaarlijks op 1 juli toe te passen coëfficiënt, welke K & G telkens in de loop van de maand juni aan de voorzieningen zal meedelen. Bij de berekening dient te worden gelet op mogelijke specifieke situaties inzake het huwelijksquotiënt en onvolledig uitbetaalde maanden. Bovendien moet gebruik gemaakt worden van het belastbaar maandinkomen.

Wanneer een ouderbijdrage bepaald wordt op basis van het maandinkomen, komt enkel en alleen het officiële loonbriefje daarvoor in aanmerking.

Dit heeft als consequentie dat voor een zelfstandige in hoofdberoep geen loonfiche kan in aanmerking worden genomen. Tenzij het een beginnend zelfstandige betreft, wordt voor een zelfstandige steeds het aanslagbiljet in aanmerking genomen.

2° Beginnend zelfstandigen

Men is beginnend zelfstandige gedurende de eerste drie jaar van de zelfstandige activiteit. Het betreft zowel zelfstandigen in hoofd- als in bijberoep.

Voor beginnend zelfstandigen zijn de enige officieel in aanmerking te nemen inkomensbewijsstukken hetzij het meest recente beschikbare aanslagbiljet, hetzij het fictieve inkomen van beginnend zelfstandigen, jaarlijks bepaald en meegedeeld aan K & G door de Nationale Hulpkas voor de sociale verzekering der zelfstandigen.

3° Bijzondere categorieën

Bij onbeschikbaarheid van een aanslagbiljet dienen


  • Ambtenaren van de Europese Gemeenschap;

  • Ambassadepersoneel;

  • Personen verbonden aan wetenschappelijke instellingen; en

  • Buitenlandse studenten

Hun inkomen of vergoeding bekend te maken en wordt deze beschouwd als relevant inkomen voor het bepalen van de ouderbijdrage.

Bijdrageschalen

Zie bijgevoegd blad (bijlage 2)


VERMINDERINGEN

Vermindering voor lage inkomens

Voor gezinnen met een inkomen beneden een bepaalde inkomensgrens wordt een korting van 25 % toegestaan op de ouderbijdrage die werd berekend volgens het basisprincipe. Deze inkomensgrens wordt jaarlijks opnieuw vastgelegd en toegepast vanaf 1 juli.
Ook gezinnen met een inkomen boven deze inkomensgrens kunnen eventueel een korting genieten. De hoogte van deze korting wordt als volgt bepaald: per begonnen schijf van € 50 boven de inkomensgrens daalt de korting van 25 % met 1 %.

Het toekennen van een sociaal tarief is mogelijk voor gezinnen in een uitzonderlijke financiële situatie.


Verminderingen voor kinderen ten laste

Aan gezinnen met meer dan één kind ten laste wordt voor elk kind in de opvang een korting toegestaan.

- een korting op basis van het aantal kinderen ten laste, welke als volgt wordt berekend

(y – 1) x € x. (y = aantal kinderen ten laste,€ x = vastgesteld bedrag )

- een bijkomende korting van € x geldt voor gezinnen met één of meerdere meerlingen.

- Dezelfde korting geldt voor elk kind uit het gezin dat opgevangen wordt. De ouderbijdrage voor ieder kind van een zelfde gezin is dus altijd gelijk.

- Een kind met een handicap telt voor het aantal kinderen ten laste voor 1 kind mee, dit in tegenstelling met de fiscale regelgevingen.
Gezinnen kunnen hun kinderlast aantonen aan de hand van een uittreksel uit het bevolkingsregister of aan de hand van het boekje of een ander relevant document van het ziekenfonds.
De kortingen hierboven besproken kunnen gecombineerd worden. Er is wel een minimale ouderbijdrage voorzien.

De voorziening kan in 3 bepaalde gevallen automatisch de hoogste ouderbijdrage, aanrekenen, te verminderen met de kortingen voorzien voor kinderen ten laste.



Daarom wordt het volgende voorzien:

  • de maximale termijn voor het bezorgen van de bewijsstukken wordt vastgesteld op:

      • bij de inschrijving: ten laatste op de eerste aanwezigheidsdag van het kind

      • bij de jaarlijkse aanpassing van de dagprijzen: uiterlijk op 1 juli van het betreffende jaar.

  • Het laattijdig bezorgen van deze bewijsstukken kan geen aanleiding geven tot het herrekenen van reeds betaalde ouderbijdrage, tenzij de ouders overmacht aantonen.

  • Een desgevallende verlaging van een ouderbijdrage kan slechts worden toegepast vanaf de dag waarop de bewijsstukken worden bezorgd.

Bijdrage in verhouding van de verblijfsduur

De effectief te betalen ouderbijdrage staat in verhouding tot de verblijfsduur.

De basisprijs die berekend wordt op het inkomen, en met aftrek van de eventuele verminderingen is de basis van 100 %

Het effectief te betalen bedrag op basis van de verblijfsduur wordt ervan afgeleid en komt neer op:

- dagopvang van minder dan 3 uur 40 %

(+ warme maaltijd €2,50)

- dagopvang van 3 tot minder dan 5 uur 60 %

- dagopvang vanaf 5 tot minder dan 12 uur 100 %

De voorziening kan ook een “sanctionerende” toeslag vragen voor:


  • het herhaaldelijk afwijken van het opvangplan. Onder ‘herhaaldelijk’ wordt verstaan dat het meer dan één keer binnen een vooraf bepaalde periode is. Bovendien gaat het om onverwachte en onverwittigde, of niet tijdig verwittigde afwezigheden. Deze bedraagt €5.

De toeslag kan ook gevraagd worden wanneer het kind na de openingsuren afgehaald wordt, deze bedraagt €2,5 per 5 minuten.

  • Verhalen van incassokosten.

Deze toeslagen zijn geen ouderbijdrage en worden niet op het fiscaal attest vermeld.

SPECIFIEKE BEPALINGEN

Bij de bepaling van de dagprijs wordt in bepaalde gevallen ook rekening gehouden met:


  • Het huwelijksquotiënt

  • Bepaling van het ‘belastbaar maandinkomen’

  • Co-ouderschap en echtscheiding

  • Alimentatiegelden

  • Buitenlandse inkomsten

  • Meewerkende echtgeno(o)t(e) bij zelfstandigen

4.2. Fiscale aftrekbaarheid
4.2.1 Voor elk kind tot de leeftijd van 3 jaar waarvoor in het kinderdagverblijf opvang werd betaald geeft recht op een fiscaal attest.
4.2.2 Het kinderdagverblijf verzekert de ouders ervan dat zij aan de ouders tijdig een correct fiscaal attest aflevert.
4.2.3 Dit fiscaal attest vermeldt het aantal opvangdagen alsmede het totale betaalde bedrag voor het voorbije jaar.


    1. Facturatie

4.3.1. Bij de inschrijving wordt er een éénmalige bijdrage gevraagd. Het bedrag wordt berekend op 1 dag ouderbijdrage X5.


4.3.2. De ouders ontvangen maandelijks, telkens vóór de 7de dag van de volgende maand een gedetailleerde rekening.
4.3.3. Betaling gebeurt binnen de 30 kalenderdagen door overschrijving van het verschuldigde bedrag, op rekeningnummer 293-0341985-18 van ‘t Kapoentje met vermelding van refertenummer en periode, of door middel van domiciliëring.
4.3.4. Bij laattijdige betaling zal er een schriftelijke herhaling aan de ouders bezorgd worden.
4.3.5. Bij herhaalde laattijdige betaling of niet – betaling zonder voldoende reden kan het kinderdagverblijf de opvang beëindigen, volgens de procedure vastgelegd in punt 5.2. van dit reglement.
4.4. Verplicht te overhandigen documenten voor de berekening van de ouderbijdrage

  • het recentste aanslagbiljet

  • indien geen aanslagbiljet beschikbaar, documenten die recente en relevante inkomensgegevens verschaffen

  • bewijs van kinderlast

  • desgevallend een document dat aantoont dat het gezinsinkomen minstens 20 % gedaald is ten opzichte van het inkomen dat als basis is genomen

  • voor de in het Ministerieel Besluit bijzondere categorieën, documenten die recente en relevante gegevens omtrent vergoeding verschaft.


5. BEËINDIGING VAN DE OPVANG


    1. Opzegging door de ouders

De ouders kunnen de opvang beëindigen door melding aan de verantwoordelijke, tenminste 1 maand op voorhand.




    1. Opzegging door het kinderdagverblijf

Het kinderdagverblijf kan de opvang eenzijdig beëindigen wanneer de ouders de bepalingen van het huishoudelijk reglement niet naleven en geen gevolg geven aan de mondelinge en schriftelijke verwittigingen van het kinderdagverblijf.


De opzeggingsbrief wordt aangetekend verstuurd en vermeldt de reden en de ingangsdatum van de schorsing.

6. NALEVING VAN DE WET OP DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER


    1. Overeenkomstig het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 betreffende de erkenning – en subsidiëringsvoorwaarden kan het kinderdagverblijf bij de inschrijving en tijdens het hele verblijf van het kind in het kinderdagverblijf persoonsgegevens opvragen. Het betreft administratieve gegevens van het kind, de ouders en het gezin, financiële gegevens over de ouders, en medische gegevens over het kind. Voor zover relevant voor de opvang kan het kinderdagverblijf ook sociale gegevens of medische inlichtingen van andere gezinsleden registreren.




    1. Administratieve en sociale gegevens worden opgevraagd en verwerkt onder de verantwoordelijkheid van mevrouw Marcelis, verantwoordelijke

Medische gegevens worden opgevraagd en verwerkt onder de verantwoordelijkheid en het toezicht van de arts van het kinderdagverblijf.




    1. Overeenkomstig de wet van 08/12/1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer hebben de ouders recht op toegang tot de administratieve gegevens die hun kind, henzelf of hun gezin betreffen en kunnen zij verbetering ervan vragen. Via een arts hebben de ouders het recht op toegang tot de medische gegevens.




    1. Voor meer informatie over de privacywet van 02/12/1992 en het recht op toegang tot de persoonsgegevens kunnen de ouders zich wenden tot mevrouw Marcelis.

7. ALLE MEDEWERKERS VAN HET KINDERDAGVERBLIJF ZIJN GEBONDEN DOOR DE VERPLICHTINGEN OM HET STILZWIJGEN TE BEWAREN. ZIJ MAKEN GEEN INFORMATIE OVER HET KIND OF ZIJN VERBLIJF IN ‘T KAPOENTJE OVER AAN DERDEN.




BIJLAGE 1




VERKLARING


De heer/mevrouw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

ouders van . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

adres . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
tekenen voor ontvangst van het Huishoudelijk Reglement van het

KINDERDAGVERBLIJF ‘T KAPOENTJE

Kloosterweg 1

1640 Sint-Genesius-Rode

( 16 pagina’s, 4 bijlagen)

Zij verklaren de bepalingen van dit Huishoudelijk Reglement te aanvaarden.


Plaats en Datum Handtekening


BIJLAGE 2



Bijdrageschalen geldig vanaf 01/07/2006

Inkomen van € 00 000.00 tot € 35 795.97

inkomen x 0,000385

maximum dagprijs = € 13,60

Inkomen van € 35 795.98 tot € 51 217.32

inkomen x 0,000380

maximum dagprijs = € 17,96

Inkomen van € 51 217.33 tot 54 917.32 = € 18.56 per dag

Inkomen van € 54 917.33 tot 58 617.32 = € 19.16 per dag

Inkomen van € 58 617.33 tot 62 317.32 = € 19.76 per dag

Inkomen van € 62 317.33 tot 66 017.32 = € 20.36 per dag

Inkomen van € 66 017.33 tot 69 717.32 = € 20.96 per dag

Inkomen van € 69 717.33 tot 73 417,32 = € 21.56 per dag

Inkomen van € 73 417.33 tot 77 117.32 = € 22.16 per dag

Inkomen van € 77 117.33 tot 80 817.32 = € 22,76 per dag

Inkomen van € 80 817.33 tot 84 517.32 = € 23.36 per dag

Inkomen van € 84 517.33 en meer = € 23.75 per dag

VERMINDERINGEN

Vermindering voor lage inkomens

Voor gezinnen met een inkomen beneden een bepaalde inkomensgrens wordt een korting van 25 % toegestaan op de ouderbijdrage die werd berekend volgens het basisprincipe. Deze inkomensgrens wordt jaarlijks opnieuw vastgelegd en toegepast vanaf 1 juli.


Ook gezinnen met een inkomen boven deze inkomensgrens kunnen eventueel een korting genieten. De hoogte van deze korting wordt als volgt bepaald: per begonnen schijf van € 50 boven de inkomensgrens daalt de korting van 25 % met 1 %.

Het toekennen van een sociaal tarief is mogelijk voor gezinnen in een uitzonderlijke financiële situatie.



Verminderingen voor kinderen ten laste

Aan gezinnen met meer dan één kind ten laste wordt voor elk kind in de opvang een korting toegestaan.

- een korting op basis van het aantal kinderen ten laste, welke als volgt wordt berekend

(y – 1) x € 2,68. (y = aantal kinderen ten laste)

- een bijkomende korting van € 2,68 geldt voor gezinnen met één of meerdere meerlingen.

Dezelfde korting geldt voor elk kind uit het gezin dat opgevangen wordt. De ouderbijdrage voor ieder kind van een zelfde gezin is dus altijd gelijk.

- Een kind met een handicap telt voor het aantal kinderen ten laste voor 1 kind mee, dit in tegenstelling met de fiscale regelgevingen.

Gezinnen kunnen hun kinderlast aantonen aan de hand van verklaring op eer van de ouders.


De kortingen hierboven besproken kunnen gecombineerd worden. Er is wel een minimale ouderbijdrage voorzien, nl. € 1,33 per dag.
De voorziening kan in 3 bepaalde gevallen automatisch de hoogste ouderbijdrage, zijnde € 23,75 aanrekenen, te verminderen met de kortingen voorzien voor kinderen ten laste.

  • 1° wanneer de last van de bijdrage wordt gedragen door openbare instanties

  • 2° voor gezinnen die noch woonachtig, noch belastingplichtig zijn in België;

  • 3° voor gezinnen die geen bewijs leveren van hun inkomen.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina