Het kabinet-Rutte & het Israelisch-Palestijnse conflict de eerste 100 dagen



Dovnload 25.27 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte25.27 Kb.
het kabinet-Rutte & het Israelisch-Palestijnse conflict - de eerste 100 dagen
Jip van Dort

In het maart/april-nummer van Soemoed van vorig jaar publiceerde ik, met het oog op de naderende verkiezingen van 9 juni 2010, de resultaten van een onderzoek naar de ingenomen standpunten ten aanzien van het Israelisch-Palestijnse conflict ten tijde van het kabinet-Balkenende IV. Dit kabinet probeerde naar eigen zeggen een oplossing voor het conflict dichterbij te brengen door met Israel een ‘kritische dialoog’ aan te gaan.



In de praktijk kwam het er op neer dat toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Maxim Verhagen (CDA), ondanks Israels continue schendingen van het internationaal recht, de onderlinge betrekkingen aanhaalde. Israel voerde in die paar jaar onder andere een agressieoorlog in de Strook van Gaza waarbij honderden Palestijnse burgers de dood vonden, strafte de bevolking van de Strook van Gaza collectief met een grensblokkade en breidde de joodse nederzettingen op de Westoever nog verder uit. Terwijl dit alles plaatsvond, werd Israel beloond met nauwere contacten en economische voordelen. De politiek van ‘kritische dialoog’ was een aanfluiting.
Op donderdag 14 oktober 2010, na lange tijd onderhandelen, trad, met gedoogsteun van Geert Wilders’ PVV, het nieuwe kabinet Rutte aan. Voor lezers van Soemoed is de brandende vraag natuurlijk welke standpunten dit kabinet inneemt ten opzichte van het Israelisch-Palestijnse conflict. Op 21 januari stond het CDA-VVD-kabinet precies 100 dagen aan het roer van Nederland. Of wel, tijd voor een eerste balans.
Een viertal punten illustreert duidelijk waar het nieuwe kabinet in deze kwestie staat: het regeerakkoord dat aan de basis van dit kabinet ligt; Wilders’ speech in Israel dat er al een Palestijnse staat bestaat, namelijk Jordanië; de kritiek van het kabinet op hulporganisatie ICCO omdat het een pro-Palestijnse website steunt; en het door Israels bouwijver in de bezette gebieden om zeep geholpen ‘vredesproces’.
regeerakkoord
Allereerst het regeerakkoord, de basis van het beleid van het nieuwe kabinet. Kort voordat het minderheidskabinet van het CDA en de VVD aantrad, werd dit document opgesteld. Daarin wordt meteen duidelijk dat de intentie niet is om van het vorige kabinet af te wijken. In het document staat immers dat ‘Nederland verder (wil) investeren in de band met de staat Israel’.
Dat Israel wordt genoemd, is opvallend, aangezien er verder geen enkel ander land de revue passeert waarmee Nederland de relatie wil verdiepen. Daarbij wordt er geen enkel argument genoemd waarom in de band met Israel geïnvesteerd moet worden, terwijl er legio argumenten zijn om dit nu juist niet te doen. Kortom, op voorhand geen reden voor hoge verwachtingen met betrekking tot het Israelisch-Palestijnse conflict, al bestaat er in de politiek niet zelden een verschil tussen woord en daad.
Jordanië
Het tweede punt betreft de speech van Geert Wilders (PVV) in Israel op 5 december. De politicus was er te gast bij de uiterst rechtse Hatikva partij. Hij herhaalde daar, voor het eerst als gedoogpartner van het kabinet, zijn ronduit beledigende mantra dat er al een Palestijnse staat is, namelijk het buurland Jordanië. Hij hield zijn enthousiaste toehoorders voor dat ‘allowing all Palestinians to voluntarily settle in Jordan is a better way towards peace than the current so-called two-states-approach’, aldus de website van Hatikva. Dit wijkt behoorlijk af van het officiële regeringsbeleid.
Wilders’ opmerkingen waren voor de kritische, joodse organisatie Een Ander Joods Geluid aanleiding om, een dag na Wilders’ speech, de politicus te beschuldigen van het oproepen tot ‘etnische verdrijving’. Van de minister van Buitenlandse Zaken verlangde de organisatie dat hij zich van Wilders’ opmerkingen ‘distantieert’, aldus een persbericht op de EAJG-website.
Dat gebeurde ook. Op 9 december schrijft dagblad de Telegraaf over de kwestie dat ‘minister Uri Rosenthal (VVD) van Buitenlandse Zaken donderdag afstand (heeft) genomen van het pleidooi van de PVV dat Jordanië de Palestijnse staat moet worden. Hij heeft de regering van Jordanië uit eigen beweging ook duidelijk gemaakt dat de Nederlandse regering deze opvattingen niet deelt. “De opvattingen van de PVV, of ze onzin zijn of zinnig, deelt de Nederlandse regering niet. Daar mag ook geen enkel misverstand over bestaan”, stelde Rosenthal’.
Hier wordt duidelijk afstand van de PVV-opvattingen genomen. Daarbij valt overigens wel op dat Rosenthal Wilders’ opvattingen kennelijk niet expliciet als onzin wil bestempelen. Het is onduidelijk waarom de minister dit niet doet.
ICCO
De ophef over een volgend punt ontstond op 26 november, toen The Jerusalem Post een artikel publiceerde waarin NGO Monitor – een pro-Israelische NGO – de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie ICCO beschuldigt van het met Nederlands belastinggeld steunen van een organisatie die zich aan antisemitisme schuldig maakt. Het gaat om financiële steun die ICCO geeft aan de website Electronic Intifada (150.000 Euro tussen 2006 en 2010). De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal, liet meteen van zich horen. ‘I will look into the matter personally. If it appears that the government subsidized NGO ICCO does fund Electronic Intifada, it will have a serious problem with me,’ aldus Rosenthal in de Israelische krant.
ICCO kwam een paar dagen later met een reactie. In een artikel op haar website van 30 november wordt de kritiek van NGO Monitor naar de prullenmand verwezen. Het noemt de uitlatingen ‘misleidend en onjuist’ en merkt terecht op dat NGO Monitor ‘geen enkel bewijs’ levert voor de heftige beschuldiging. Volgens ICCO baseert Electronic Intifada haar stukken en ideeën ‘op de beginselen van het internationaal recht en de universele mensenrechten’. Dat is ook mijn indruk na het bestuderen van enkele stukken op de website. Electronic Intifada ontkent de beschuldigingen van NGO Monitor eveneens.

Tijdens de politieke discussie over deze kwestie wordt duidelijk dat de minister de beschuldiging dat Electronic Intifada een antisemitische website is, niet overneemt. Het gaat de minister ergens anders om, zo blijkt uit het debat van 9 december over de begroting voor Buitenlandse Zaken. Rosenthal licht zijn standpunt toe: ‘daarbij speelt voor mij een rol, ik zeg dit hier in alle duidelijkheid, dat Electronic Intifada steun geeft aan en mobiliserende activiteiten verricht in de richting van boycots en embargo’s tegen Israël. Dit staat haaks op de koers van de Nederlandse regering’. Het gaat de minister er dus vooral om dat Electronic Intifada de BDS-campagne (Boycot, Divestment & Sanctions) tegen Israel steunt. Daarover wil de minister met ICCO ‘een pittig gesprek’ voeren.


Ewout Irrgang (SP) stelt tijdens het debat een interessante vraag, waarin hij tegelijk kritiek uit op de bewering dat de artikelen van Electronic Intifada haaks staan op het Nederlandse beleid. ‘De minister heeft mij niet overtuigd. Ik meende te kunnen veronderstellen dat de Nederlandse regering het internationaal recht hoog heeft en dat de bezetting door Israël van Palestijnse gebieden in strijd is met het internationaal recht. Voor zover ik goed geïnformeerd ben, roept deze website op tot boycot van bedrijven die betrokken zijn bij activiteiten in [de in 1967] bezette gebieden. Kolonisatie van bezette gebieden is eveneens in strijd met het internationaal recht. Misschien dat de Nederlandse regering niet specifiek spreekt over een boycot, maar het ligt toch in de lijn van wat de Nederlandse regering wil, namelijk dat het internationaal recht gerespecteerd wordt’.
Irrgang slaat de spijker op de kop. Nederland heeft immers nota bene in zijn grondwet opgenomen dat het internationaal recht bevorderd moet worden en dat is precies dat wat Electronic Intifada probeert te bewerkstelligen in Israel/Palestina door kritische artikelen te plaatsen wanneer Israel weer eens het internationaal recht aan zijn laars lapt. Sommige van die artikelen roepen op tot sancties tegen Israel. Dat is bepaald niet vreemd omdat in de internationale politiek straf doorgaans volgt na overtreding van het internationale recht.
Het Nederlandse beleid jegens Iran is daar een goede illustratie van. Iran overtreedt ook geregeld het internationaal recht, vooral waar het de onderdrukking van de oppositie betreft, en Rosenthal is dan ook groot voorstander van verregaande sancties tegen het regime van president Ahmadinejad. Misdaad en straf dus, maar voor Israelische misdaden geldt iets anders. Dat is, zacht gezegd nogal merkwaardig.
Een week eerder al, in een artikel in de Volkskrant van 2 december, uitte Kamerlid Arjan El Fassed (GroenLinks) kritiek op Rosenthals standpunt. El Fassed, overigens zelf medeoprichter van de website Electronic Intifada en tot begin 2010 hierbij betrokken, stelt dat alle ophef die ontstaan is slechts berust op één citaat en dat er verder – er staan ongeveer twaalf duizend artikelen op de website – geen artikelen zijn die iets met antisemitisme te maken hebben. El Fassed doelt op een interview met de Nederlandse wetenschapper, activist, en Holocaustoverlevende Hajo Meyer.
Het is mijns inziens vreemd dat het Kamerlid dit artikel noemt, want met antisemitisme heeft het niets te maken. Meyer geeft in het stuk aan dat hij ‘eindeloos veel vergelijkingen (kan) maken tussen Israel en nazi-Duitsland’. Dit is wellicht een gewaagde historische opmerking, maar niet antisemitisch.
Maar El Fasseds belangrijkste kritiekpunt is van andere aard. Hij ‘vraagt zich af of Rosenthal straks met alle mensenrechtenorganisaties “een pittig gesprek” gaat voeren als zij niet het Nederlandse regeringsstandpunt uitdragen. “Het belastinggeld is van iedereen, niet alleen van PVV- of VVD-stemmers,”’ aldus El Fassed in de Volkskrant.
Donderdagochtend 13 januari 2011 vond het ‘pittige gesprek’ dan eindelijk plaatst. Minister Rosenthal herhaalde zijn bovenbeschreven bezwaren ten aanzien van ICCO’s steun voor Electronic Intifada en dreigde de hulporganisatie in de toekomst op subsidie te zullen korten, indien deze haar steun voor de website niet heroverweegt. Dit vormt een serieuze bedreiging voor ICCO, dat maar liefst 75 miljoen Euro subsidie per jaar ontvangt van de overheid. Desondanks geeft de NGO aan dat het niet van plan is haar beleid te wijzigen. De huidige jaarlijkse subsidie voor ICCO loopt tot 2015 en dan pas kan de regering haar steun aanpassen. Het is de vraag welke partijen er tegen die tijd de regering vormen en of Rosenthals opvattingen dan ook gedeeld zullen worden. Zo ja, dan is de vraag of ICCO voet bij stuk houdt. Ofwel, wordt vervolgd.
het vredesproces’
Een laatste kwestie betreft het zogenaamde moratorium op het uitbreiden van de nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Eind september werd duidelijk dat Israel dit niet zou verlengen. In de weken daarna bleek dat de Amerikaanse pogingen tot verlenging van het moratorium – dat feitelijk nooit een moratorium is geweest aangezien er gewoon werd doorgebouwd in geannexeerd Oost-Jeruzalem – zonder resultaat bleven. Israel was intussen alweer in alle openheid begonnen met de uitbreiding van de nederzettingen en hielp daarmee effectief de voorlopig laatste episode van het ‘vredesproces’ om zeep. De reactie van het nieuwe kabinet hierop maakt duidelijk dat het niet in de bedoeling ligt om de passage over Israel in het regeerakkoord een dode letter te laten zijn.
In een schriftelijk overleg van de Tweede Kamer van 22 oktober wordt het regeringsstandpunt in deze kwestie helder uiteengezet: ‘In reactie op vragen van SP en GroenLinks wijst de regering erop dat Nederland steeds krachtig heeft gepleit, zowel in bilateraal als multilateraal kader, voor een onvoorwaardelijk moratorium op de bouw van nederzettingen, zowel op de Westelijke Jordaanoever als in Oost-Jeruzalem, zonder mitsen of maren. Deze opvatting draagt de EU ook uit. Alle partijen moeten zich houden aan de verplichtingen die zij zijn aangegaan. Voor Israel betekent dit (…) beëindiging van de uitbreiding van bestaande nederzettingen en verwijdering van zogenaamde illegal outposts. Nederland betreurt dan ook het Israelische besluit om de gedeeltelijke bouwstop op de Westelijke Jordaanoever niet te verlengen evenals de Israelische opvatting dat deze geen betrekking had op Oost-Jeruzalem. Nederland dringt er in EU-verband, maar ook bilateraal bij Israel op aan ervoor te zorgen dat het verlopen van het moratorium niet leidt tot hervatting van bouwactiviteiten’.
Maar Israel gaat wèl bouwen, ondanks het Nederlandse ‘aandringen’. De voor de hand liggende vraag wordt dan, hoe het kabinet hierop gaat reageren. Harry van Bommel (SP), tijdens een algemeen overleg op 1 december, geeft daartoe alvast een voorzet. Hij merkt op dat de sinds de Gaza-oorlog opgeschorte opwaardering van het Associatieverdrag tussen de EU en Israel, dat voorziet in nog nauwere onderlinge samenwerking tussenbeide, door Israels bouwinspanningen vooralsnog in stand gehouden moet worden. ‘We moeten vaststellen dat het op een aantal fronten niet de goede kant opgaat. Daarom lijkt mij dat er van die discussie, die al is opgeschort, geen actualiteit meer uitgaat. (…) Het regeerakkoord kan op dit punt, wat de regering betreft helaas, maar wat mij betreft gelukkig, niet worden uitgevoerd’, aldus Van Bommel.
Maar minister Rosenthal neemt een volstrekt ander standpunt in. Hij is – ondanks Israels bouwactiviteiten in de nederzettingen – er voorstander van om de betrekkingen met het land te verdiepen, en wel zo snel mogelijk. Hij licht zijn positie in hetzelfde overleg toe: ‘die lijn is ontstaan uit het feit dat is gebleken dat, indien wij richting Israel inderdaad een aantal extra inspanningen leveren, de Nederlandse relatie met Israel aantoonbaar positiever wordt, niet alleen rechtstreeks met Israel, maar ook indirect in de zin dat wij dan bij Israel gehoor voor een aantal zaken in het belang van de Palestijnen vinden. Ik zou het ook huiselijk kunnen zeggen: kritiek van een goede vriend wordt soms beter gehoord dan kritiek van iemand die bij voorbaat als vijandig wordt gezien’.
Volgens Frans Timmermans (PvdA) vindt de Nederlandse regering door deze aanpak helemaal geen gehoor bij de Israelische regering. Hij illustreert dit aan de hand van de ervaring van Rosenthals voorganger die op bezoek ging bij de Israelische minister van Buitenlandse Zaken. ‘De heer Verhagen ging bij de heer Lieberman op bezoek, maar werd gewoon als een schooljongen weggestuurd. De heer Lieberman had geen enkele boodschap aan de wensen van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken. Zijn invloed op de positie van Lieberman was gewoon nihil,’ aldus Tmmermans. Rosenthal ontkent dat Verhagen als een schooljongen werd weggestuurd.
De vraag is wat deze ontkenning waard is. Het lukt de laatste tijd immers zelfs de Verenigde Staten, het land dat onbetwist de sterkste en meest intieme band met Israel heeft, niet om het beleid van Israel zichtbaar te beïnvloeden. Ondanks een voorgesteld pakket van miljarden aan militaire steun aan Israel om het moratorium te verlengen, besloot premier Binyamin Netanyahoe toch te gaan bouwen. Wanneer het de Amerikanen al niet lukt om Israel over te halen, wat kan Nederland dan bereiken? De vraag stellen, is hem beantwoorden.
geen verandering
Met Rosenthals uitspraak dat ‘kritiek van een goede vriend soms beter gehoord (wordt) dan kritiek van iemand die bij voorbaat als vijandig wordt gezien’ zijn wij terug bij af. De minister heeft tijdens zijn eerste 100 dagen aangegeven dat er van hem geen verandering in dit dossier verwacht hoeft te worden.
Dat is erg vreemd, aangezien er niet meer aan getwijfeld kan worden dat deze ‘kritische dialoog’ in het geheel niet in staat is om ook maar een begin te maken met het aanpakken van de grootste obstakels voor vrede, zoals de bezetting van de Palestijnse gebieden, de bouw van de (illegale) Muur en de voortgaande uitbreiding van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem.
Terwijl Nederland aan deze failliete benadering vasthoudt, verslechtert de situatie voor de Palestijnen in de Bezette Gebieden. Zij blijven de rekening betalen.

Jip van Dort is historicus en freelance journalist



www.jip-van-dort.blogspot.com

Soemoed  jaargang 39 nummer 1 (januari-februari 2011)









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina