Het onderwijs te Monnickendam in vroeger eeuwen



Dovnload 86.89 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte86.89 Kb.

Het onderwijs te Monnickendam in vroeger eeuwen

Als je vroeger vanuit de toren de Grote- of St. Nicolaaskerk binnenkwam lag er direct rechts om de hoek tegen de torenmuur midden tussen de halve pilaar en de torendeur 'n derde deel van 'n grafsteen met de volgende inscriptie:

H(ier)L(eyt) B(egraven) G.

Jan Janssen Vogels

gewesen stadts-

schoolmeester al-

hier de tijt van 53 3/4 ja-

ren, out 76 3/4 ja-

ren is

gestorven den 18de



Marty anno 1652

Omdat de steen zo dicht tegen de torenmuur lag en de toren scheef op 't kerkgebouw ligt, viel de steen nog niet eens in de gravenrij en kreeg van mij bij de reconstructie 't nummer rij 0 nr. 25


Het opschrift van deze steen intrigeerde de heer J. Ooster­veld, Hoofd van de Chr, School a.d. binnendijk te Monnickendam en hij repte nog al eens van de respectabele tijd, die Jan Vogels in dienst was als Stadsschoolmeester van Monnickendam."Meester" Oosterveld heeft me wel eens verteld dat hij in vele gevallen zowel de ouders als hun kinderen in de klas had, maar deze "Vogel" moest wel hebben lesgegeven aan drie generaties.

Als we goed terugrekenen werd Jan Jansz Vogels plm. juni 1575 geboren en plm. juni 1598 tot schoolmeester te Monnickendam benoemd.

verderop in de kerk vond ik nog 'n derde deel van 'n steen met 't op­schrift:

Cijntgien Pietersdr is in den Heere ge


rust A dni 1643

den 7 Februari sij

was de huysvrou van

Mr. Jan Jansz Vogel

Volgens het gravenboek lag deze grafsteen oorspronkelijk op gravenrij

2 nr.24.

In 1637 kocht Jan Jansz Vogels dit graf van Heijn Arendtsz Gelderman en werden zowel hij als zijn vrouw hierin begraven. De reconstructie van de graven die mij ten tijde van de restauratie van de Grote kerk werd toevertrouwd, heeft ertoe geleid dat beide derde parten van de grafsteen weer tesamen op de oude plaats rij 2 nr 24 terug werden gelegd.

Wilt u ’t nagaan? Met de rug tegen de torenmuur staande kijkt u naar links. De rij stenen, die onder het gedenkteken van Jan Nieuwenhuysen doorloopt tot de 2e pilarenrij, dus voorbij de toreningang is de eerste rij grafstenen van 27 stuks. Op de 2e rij hele, halve of drielingen telt u vanuit de noordmuur tot 24 en U vindt de beide derde parten van het oorspronkelijk bij elkander behorende graf.

Gelukkig weer op de oude plaats zult u zeggen, maar 'n andere familie had misschien recht op dit plaatsje, want op 18 Augustus 1685 verkoopt Maritje Jans weduwe van Symon Vogels dit graf aan Huugh Cornelisz en Lijsbeth Albers sijn huijsvrouw en 't graf ging in 1735 weer bij erfenis over aan Cornelis Oly.

De steen van Jan Jansz Vogels en 't part van zijn vrouw waren er niet naar om zo maar weg te gooien na verkoop van 't graf en dus kwamen de delen op 'n andere plaats in de kerk terecht, daar waar behoefte bestond om 'n uitgesleten te vervangen of 'n dun geworden plek te dekken, want alleen de dikte van de steen was waarborg dat deze 't tot onze tijd uithield.

Ja en van de schoolmeester kom je eigenlijk automatisch op 't onderwijs in die tijd. Oud rechtelijke archieven en resolutieboeken van burgemeesteren vertellen ons hoe 't daarmee gesteld was.

Oorspronkelijk (dan spreek ik over de 2e helft van de 16e eeuw) was de school gevestigd op de Zarken en wel in 't tweede en derde huis vanaf de Lindengracht of doelenpad. Drie acten in 't oud rechtelijk archief in Haarlem van Monnickendam nr. 3572 betr. verkoop van huizen zijn daar zeer pertinent over:
April 1636:

Jan Claesz Poorter alhier geliede deugdelijk schuldigh te wesen (verklaart schuldig te zijn) t.b.v. Heijndrich Jansz Wachtmeester en poorter  500.- voor leverantie en coop van en verbindende 'n hujs en erve op de Sarcken op de hoek van 't Doelepadt (de huidige Linden­gracht) Belent het selve Doelepadt t. Noorden en de stadts oude school t. Suijden.

Op 9 May 1638 wordt de school zelf verkocht door 't gemeente bestuur:

De Heren Jan Berckhout, Pieter Jacobsz Ketel Burgermrn & Regeerders deser stadt met goetvinden van de Vroetschap verkocht t.b.v. Claes Claesz Joncklaes, Aris Cornelisz ende Claes Symonsz Croos 'n huijs en erve op de Sarcken sijnde de oude Stadtsschole, Belent Jan Claesz t. Noorden en de weduwe van Willem Claesz Lou t. Suyden.

Op 15 December 1640 verkopen Symon Cornelisz Koeslager en Claes Cornelisz. (de broers van Aris Cornelisz.) aan Evert Heyndricksz Cremoes een seeckere erve alwaer het oude Stadtsschool op & aen gestaen heeft op 't Sarcken Belent Jan Claesz. Jorden (bijgenaamd"poep") t.n. en 't huijs van Claes Willemsz Lou ten Suijden, en Jan Jansz. Vogels huijs aen 't Doelepadt t. Oosten. Einde 1640 was de oude school dus afgebroken.

Op 4 May 1644 verkoopt Evert Hendricksz Cremoes poorter alhier t.b.v. Jan Jacobsz Mars zijn mede poorter twee huijsen met erven annex malcanderen op de Sarcken. Belent met 't huijs van Jan Claesz. Poep 't Noorden en 't huijs van Claes Willemsz. Lou ten Suijden. Evert Cremoes had intussen op 'terfein van de oude stadsschool twee huizen gezet en zo is 't tegenwoordig nog. De stadsschool stond dus op de plaats van de huidige nrs. 16 en 18 en 't trapgevel huisje van de heer Oosterbaan woonde toen Claes Willemsz. Lou.


De eerste berichten over onderwijs na 1572 vinden we in de resolutieboeken van de stad Monnickendam.

Op 4 april 1580 notuleert men: "Beroerende die zaecke vande Schoolmrn. is geresolveert, dat men twee Schoolmrn voor die gemeene kinderen int groote school sal aennemen ende dat men noch eenen opperste Schoolmrn sal aennemen voor eenige kinderen, die Latijne begeeren te leeren".

Op 27 september 1580 schrijft men nadat sinds april geen notulen zijn gemaeckt:

"Inder zaecke van Cornelis Pietersz schoolmeester, die de Burgermrn naer voirgaende Resolutie verboden hebben zijnen Avondschool langer te houden, de welcke Schoilmeester nijet en obidieert (gehoor zaamt) 't bevel vanden Burgermrn; daerbij de zelve Burgermrn verclaerden, dat de twee schoilmeesteren bij hem geweest waeren ende dat meester Cornelis verclaerde een pont vlaems (was 240 groten; een groot was 2½ cent dus 'n pont vlaems was  6.-) te willen missen van zijn salaris, mits dat hij sijn avontschool zoude mogen behouden ende meester Dirrick verclaerde oock een pont vlaems te willen missen, mits dat hij geen avontschool zoude gehouden wesen te houden.



Al t zelve in communicatie geleijt hebbende is geresolveert, dat men meester Cornelis zal ontbieden dat hij avontschool sall mogen behouden, midts dat hij meester Dirck vande vier pont ofte vijf pont sal te vreden stellen van tijt af dat de Burgermrn hem de interdictie (ontzegging), gedaen hebben ofte dat de zelve interdictie sal obidie­ren (gehoorzamen), so nijet, dat Burgermrn hem stracx van zijn officie zullen deporteren (verbannen, ze bedoelen afzetten) ende een andere in zijnen plaetse aennemen."
Op de laatste februari 1584 wordt Cornelis Pietersz zelfs "Stadtssecretaris". "Beroerende om Cornelis Pietersz Schoolmr aan te nemen voor onsen

Secretaris is bijde gemeente Vroetschappe daerop geresolveert, dat men hem voor Secretaris sal aennemen soe verde men hem cunnen accorderen ende verdragen. Mitsgaeders zijnen broeder Gerret Pietersz tot eenen schoolmr oft een ander in zijn plaetse.


En sindsdien vulde Cornelis Pietersz de Monnickendamse stadsboeken met zijn schoonschrift en zijn typische handtekening.

'n doorgestreepte "bos bomen" achter zijn naam


Hij deed dit tot 1623 't jaar waarin hij overleed. Naast notarissen waren 't de schoolmeesters die nog al eens 't secretaris-ambt bekleedden in Monnickendam. Deels door hun opleiding, maar vooral door hun schoonschrift werden zij benoemd.

De school op de Zarken stond er kennelijk al heel lang. Op 29 januari 1612 lezen we 't volgende:

"Oock off niet geraden soude zijn, dat Burgermrn van stadtswegen het school sullen nemen ende oock Wolbrants huijs (op de hoek van de Zarken en het Doelepad) copen, als oock Nel Jans Brasschers lant te coopen omme alles met huijsen ende woningen te besetten ende betim­meren (de huizen waren nog van hout) tot verbeteringe van de stadt".

"Is geresolveert dat Burgermrn 't school sullen affbreecken (28jaren later gebeurde dit pas) ende Wolbrant Lourisz huijs sullen copen om aff te breecken (dit gebeurde helemaal niet, later woonde hier Jan Claesz Jorden bijgenaamd "poep") ende de erffven vandijen tot aen de Doelensloot toe (tot 't huidige nr 12 op de Lindengracht) met bequame huijsen te besetten tot verbeteringe vande stadt ende datter een breet pat ofte straet gemaeckt sal werden ende dat Burgermrn oock hel Jan Brasschers lant besijden de Doelen ('t huidige Roozendaal) sullen mogen coopen soe zijt noodigh vinden ende dat selve aen erffven aff te steken omme mede met huijsen betimmert te werden ende soe Nel Jans eenige affgesteken erffven begeert te hebben omme met huijsen te betimmeren, dat men haer daerinne sullen gerijven (gerieven) ende eenige sullen vercopen tot goede mannen seggen (de uitspraak van 'n aantal vertrouwenslieden).

Hoewel de naam "Schoolsteegh" reeds in 1572 gebruikt wordt krijg ik geen bevestiging naar welke school deze steeg genoemd werd. Ik vermoed dat de naam Schoolsteeg en schoolbrug (de brug die de Zarken met de Kerkstraat verbindt) de route aangaf, die de weeskinderen namen, wanneer zij van 't Weezenland overgezet werden naar de Schoolsteeg (want daar was oorspronkelijk geen brug; ook niet naar 't Roozendaal) en dan via de Kerkstraat gingen over de Schoolbrug naar de school op de Zarken.

Zoals gezegd werd deze school reeds in 1640 afgebroken, maar dan moet op dat ogenblik toch elders in Monnickendam een school zijn gesticht.


Het eerste teken dat hierop wijst is de aantekening van 17 april 1624.

"Ten selven dage es mede besloten geen schoolmrs van buyten inte laten komen ende dengene die alreede een huijs hier ter stede heeft gehuijrt aente schrijven, dat hij geen bijschool sal mogen houden, want als het school sal wesen getimmert, alsdan mijne Heeren uijtsien sullen nae bequame schoolmrs omme tselfde te regieren ende alle bijscholen te verbijden (verbieden).

Ondanks dit voornemen wordt op 29 mei 1624 Pouwels Pouwelsz aangenomen als voorzanger in de kerk en stadsschoolmeester. Op 26 augustus 1624 wordt beraadslaagd of men de latijnse schoolmeester zal aannemen of niet en wanneer men besluit om dit te doen of men zal onderhandelen met Johanni Leurelio. Hij moet echter ook in de cijferkunst lesgeven als er weinig "latijnse" kinderen zijn.

Johanni Leurelio komt Niet !


Op 22 november 1624 besluit ’t stadsbestuur "wederom te sullen omhoren om een rector van de latijnsche Schole te becomen, die expert inde Latijnsche Tale is"
Op 16 december besluit men Hubertum Busseurium op zijn verzoek aan te nemen tot Rector van deze school "ende dat voor de tijd van een jaer" (en erboven

geschreven) "ofte twee", mits hij toereikende attestatiën zal inbrengen, zowel van zijn studie als van zijn gedrag.

O

p 21 maart 1625 nadert de bouw van de nieuwe school op 't Weezenland zijn voltooiing. Besloten wordt,

dat men 'n derde schoolmeester zal beroepen en burgemrn zullen met de in functie zijnde schoolmeesters trachten overeen te komen, dat de dagscholen die "bijscholen" blijken te zijn worden vermeden, terwijl niemand "avondschool" buiten de grote school zal mogen houden dan met speciale toestemming van burgemeesteren.

Het salaris van de oppermeester zal vooruit "tot discretie" van de bur­gemeesteren worden getrokken uit de gezamenlijke opbrengst der schoolkinde­ren en tot slot wordt het schoolregelement in alle punten goedgekeurd.
Op de nieuwe school blijken twee studierichtingen mogelijk "de Latijnsche Schole" en "de Duytsche Schole". Op de eerstgenoemde wordt kennelijk middelbaar onderwijs gegeven, terwijl men op de tweede 't normale lager onderwijs in drie klassen (toen nog "scholen" genoemd) kan volgen. Met "Duyts" werd vroeger de Nederlandse taal bedoeld !
Hieronder laat ik die schoolregels woordelijk volgen, want u mag ze niet missen.

Ordonantie vande Schole: 1.

Opdat de Jonge Jeucht dezer Stede die het saet der Republijcke ende der gemeente is, in allen 't gene 't welck onder een welgestelde Burgerije noodich is, als leesen, schrijven, cijferen, boekhouden ende ook inde Latijnsche ende france tale wel onderwesen ende alle ouders met hare kinderen hier inne bequamelijck gedient soude worden. Soo hebben de Heeren Burgermrn met advijs vande Vroetschappen ende Magistraten deser Stede niet alleen daertoe een bequame schoole doen timmeren, maer oock deselve met verscheijden goede schoolmeesteren ende goede school ordre willen voorsien nae de welcke sij begeren, dat soo wel de Schoolmeesteren als de kinderen die in deze schoole gaen haer sullen reguleren.

2.

Voor eerst sal dese Schoole een wel geleerde Rector ofte Meester sijn omme die gene, die sulcx begeere inde Latijnsche spraecke te onderwijsen, die welcke met sijne discipulen sijn schoole ende 't beleijt der selvige boven op de solder sal hebben sonder hem met de regeeringe vande duijtsche schoole te bemoeyen ofte daerin begrepen te sijn.



3.

Dese Rector sal sijn schoole houden des Somers, dat vanden 1e aprilis tot den 1e octobris toe, smorgens van 6 uren tot 8 uren toe en alsdan sijne discipulen uijt laten om te ontbijten ende haer lesse te leeren sal hij wederom precijs te 9 uren aanvangen ende dan tot 11 uren toe, maer des Winters dat is van de 1e octobris tot den 1e aprilis toe sal sijn schoole beginnen ende gehouden worden van smorgens te 8 uren tot 11 uren toe ende 's namiddags het gansche jaer door van 1 uren tot 4 uren ende wederom van 5 uren tot 7 uren toe.

4.

Alle die gene die bij desen Rector gaen sullen precijs op de voorsz uren ter schoolen moeten comen ende nae dat de clocke geslagen ende catalogus ofte 't Register vande namen opgelesen sal sijn, die als dan niet tegen­woordich sijn, sullen als te laet comende, gereeckent ende gestraft worden, uitgesondert eenige vande cleijnste, die noch eerst Latijn leeren lesen ende "Nulllani" geheten worden.



5.

Dese schole sal den Rector smorgens met een bequaem Latijns gebed doen aenvangen ende savonts wederom besluijten twelck bij een van sijne discipu­len ende dat bij gebeurte gedaen sal worden.

6.

Oock sal hij smiddags ten 11 uren ende snaemiddags te 4 uren hem vervoegen om neffens de Duijtsche schoolmeesters de welcke hem daervan verwittigen sullen sijne discipulen int singen der Psalmen te oeffenen waermede de duijtsche meesters sullen wachten totdat de Rector daartoe gereet sal sijn.



7.

Niemant in dese Schoole gaende sal lichtelijck thuijs blijven ofte sonder noot eenigen lessen versuijmen mogen opdat hij daer door niet verachtert ende den Rector in sijne goede voortgangh niet verhindert werde, ende die sonder consent ende weten haerder ouderen uijt de schoole blijven sullen

daer over strafwaerdigh sijn.

8.

De Rector sal alle sijne discipulen elck nae sijn bequaemheijt int leeren begrijp des verstants ende cloeckheit der memorie, soo veel als mogelijck is vorderen ende voorsetten ende daer toe sulcks Boecken, lessen ende oeffeningen gebruijcken, die met advijs vande opsieners deser schoole de bequaemste ende profijtelijckste geoordeelt sullen worden.



9.

Tot dien eijnde sal hij oock de geene die vast van eenderleij bequaemheijt ende wetenschap sijn bij malcanderen stellen, die best leeren ende anderen overtreffen, plaetse laeten winnen om daer door die cloeck leeren een spoor te geven andere tot neersticheijt op te wecken ende de leuijaers te beschamen.

10.

Ende op dat alles hier inne met beter ordre soude mogen toe gaen sal dese schoole in seeckere Classes ende met besondere bancken afgedeijlt worden, waarvan de leegste (laagste) sal wesen Classis Nullanorum, dat is de plaetse der geener die nog eerst het latijn leeren lesen, schrijven ende geen lessen van buijten opseggen, daesen sullen in het wel lesen ende schrij­ven met alle neersticheijt geoeffent werden.



11.

Soo haest alsse het latijn wel connen leesen ende redelijck schrijven sullen sij op een hooger banck geset ende tot een ander classem gepromo­veert werden, daer tot de pracepter grammatices (onderricht in de leer van de taal of spraakkunst), oock eenige vacabula ofte colloqa (woordenlijst of samenspraken) van buijten leeren inde declinationibus hominum conjugatio­nibus verborum (verbuiging van naamwoorden en vervoeging van werkwoorden) ende diergelijcke dingen geoeffent werden oock in het wel schrijven soo veel noodigh ende gelesen sal sijn.

12.

Indien eenige van meerder kennisse ende geleertheijt tot dese schoole comen ofte als meerder voort gangh bij sommige gedaen sal sijn daer oock andere Classen ende onderscheiden bancken mitsgaders oock andere bequame lessen Boecken ende oeffeningen nae ijeders gelegentheijt tot de meeste bevorde­ringe vande jonge jeucht ende haere Studien in manieren als vooren geordi­neert ende gebruijckt werden.



13.

Ende op dat de vrucht vande arbeijt des Rectors ende vande neersticheijt sijner discipulen in haren goeden voortgangh soude mogen blijcken soo sullen alle Jaren Twee Publica Examina (openbare examens) aengestelt werden ter precentie vande gene die tot opsienders der schoole bij de E. magis­traet gestelt sullen sijn, het eene inde weecke voor Paesschen ende het andere inde weeck voor Kermisse.

14.

Die in dese examinibus de cloeckste ende bequaemste bevonden werden sullen opgeset ende van Stadtswegen met eenige boecken tot een prijs haerder neersticheijt vereert werden.



15.

Nae ijder examen sal een vacantie van 14 dagen gehouden werden op dat de sinnen ververst sijnde elck met nieuwe lust tot sijn studia wederkeeren mach.

16.

Alle weecken des 's woensdaechs nae de middach sal het oorlof sijn, nae dat van alle de scholieren de repetitie vant gene sij geleert hebben gedaen sal sijn, desgelijcks oock Saterdaechs nae de middach nae datse eenige latijn­sche gebeden en de beginselen der Christelijcker Religie geexponeert ende elcx nae sijn gelegentheijt geleert sullen hebben.



17.

De Rector sal sijne dicipulen niet alleen in bonis litteris (fraaie letteren) maer oock in bonis moribus (goede zeden) ende voornamentlijck intgene ter godtsalicheijt dient, neerstelijck onderwijsen des sonnedaechs sooveele mogelijck sijne dicipulen ordentlijcken met hem in ende uijt de kercke geleij­den ende haer in alle stillicheijt ende modestie soo inde schoole als daer buijten houden.

18.

Tot dien eijnde sullen van den Rector met advijs van de Gecom­meteerde der E. Magistraet eenige goede wetten ende boeten gestelt werden tot straffe der gener die sonder consent uijt de schoole blijven, te laet comen, insolentie ende ongeschictheden inde schoole ofte op de staet bedrijven,



duijts spreecken, haer lesse niet geleert hebben ende diergelijcke dingen meer, d'welcke alle saterdagen geexecuteert ende de boeten tot gemeene profijt bewaert sullen werden.

19.


Alle die in dese schoole gaen sullen inde plaetse daerse vanden Rector gestelt worden in stillicheijt sitten de lessen die hij haer geeft vlijtich leeren de boecken die hij haer geeft neerstich gebruijcken ende wel bewaren moeten ende haer voorts de besondere wetten, boeten ende straffen van dese schoole gehoorsaemlijcken onderworpen.

20.


Tot schoolgelt sullen alle de kinderen der inwoonderen deser Stede inde Latijnsche schoole gaende aenden Rector betalen int vierendeel jaers twee guldens ende die van buyten comen werden tot sijn believen ende discretie gelaten.

============================

1.

Inde Duijtsche schoole dewelcke beneden gehouden ende in drie deelen onderscheijden sal wesen, sullen ordinarie 3 schoolmeesteren zijn om bequamelijck alle de kinderen te mogen onderwijsen, waarvan eenen int cijferen, boeckhouden, constich schrijven ende soment becomen can inde France tale wel ervaren ende geoeffent sal moeten sijn.



2.

Inde eerste schoole onder de leegste (laagste) meester sullen alle die geene sijn, die eerst beginnen de letteren ende 't spelden de leeren ende dat soo lange tot datse bequaem sijn om te leeren leesen.

3.

Inde tweede schoole onder de middelste meester sullen alle die gene sitten, die het leesen sullen beginnen te leeren ende ook daerna het schrijven ende dat soo lange tot datse beqyaem sijn om te geschreven brieven ofte eenige besondere boecken, duytsche, latijnse ofte Francoijse te leeren leesen.



4.

Inde derde schoole onder den Oppermeester sullen alle die geene sijn, die nu de gemeente boecken redelijck connen leesen ende begeeren brieven, geschreven schrift ofte eenige andere besondere boecken te leeren leesen ende die wel willen leeren schrijven oock cijferen, boeckhouden ofte diergelijckendaer beneffens oock die eenich Francoijs sullen willen leeren.

5.

Dese derde meester sal den oppermeester ende Regent vande gantsche duijts­che schoole sijn macht ende Authoriteijt hebben om dagelijcx door alle de schoolen te gaen om alles in goede ordre ende discipline te houden, d'ongeregelde te straffen, toe te sien dat elck in stilheijt op sijn plaetse sitte sijn lesse leere ende schrijve naer behooren, oock sal hij op d'ondermeesters acht hebben dat sij haer devoir wel doen ende dat de kinderen vant spelden tot leesen, schrijven ende tot andere boecken wel gevordert werden.



6.

De ondermeesters sullen haer ende haere kinderen goetwillichlijcken den opsicht van desen oppermeester onderwerpen ende hem daervoren respecteren ende erkennen moeten. Sullen nochtans oock in absentie vande oppermeester d'andere meesteren over sijne kinderen te gebieden hebben ende die regeren tot dat hij compt: de welcke d'ondermeesters oock haere meesters altijt eeren ende gehoorsaem moeten sijn.

7.

Alle de kinderen die eerst ter schoole gebracht werden, sullen bij desen oppermeester aengegeven, opgeschreven ende gestelt worden in dat deel der schoole daer sij toe bequaem sijn ende hij sal d'ordre van dese schoole soo veel de kinderen aengaet haer ende hare ouders voorstellen en de vermanen nae te comen.



8.

Dese schoole sal des Somers, dat is vande 1e april tot den 1e october toe smorgens begonnen werden te 7 uren ende des winters, dat is vanden 1e october tot den 1e april toe ten 8 uren ende sal duijren tot smiddachs ontrent 11 uren toe ende wederom van 12 uren tot 4 uren toe.

9.

Op dese uren voorsz sullen de schoolmeesters haer presiselijck inde schoole moeten laten vinden ende de kinderen sullen daertoe gehouden werden om op dese uren ter schoolen te comen uijtgesondert eenige van s'alder cleijnste, die eerst beginnen school te gaen, d'ondermeesters sullen bij gebeurte het openen vande schoole tegen de voorsz uren waer nemen moeten.



10.

Die des soomers smorgens nae 8 uren ende des winters nae 9 uren ofte 'snamiddags nae 1 ure ter schoolen comen sullen als te laet comende met verliesen van haer plaatse ofte op sitten van een besonder banck ofte met ijet anders nae gelegentheijt der saecken gestraft werden waerdoor de kinderen tot neerstich schoolgaen opgeweckt soude mogen werden.

11.

's morgens als de schoole wert aengevangen sal van des oppermeesters discipulen ende dat bij gebeurten het morgen gebet overluijde door de gantsche schoole gedaen, ende daer nae inde middelste schoole d'articulen desgeloofs ende inde laetste schoole het onse Vader gelesen werden: 's middaghs voor het uijtgaen sullen alle de schoolmeesters met de kinderen die leeren leesen 2 ofte 3 veersen van een psalm singen ende daer naer een van allen het gebedt voorden eeten leesen laten, welck singen niet aange­vangen sal worden al eer den Rector daer van verwitticht ende met sijn discipelen daer toe gereet sal sijn.



12.

's Naemiddachs 't een uren sal wederom van ijmant het gebet naeden eeten gelesen werden ende 's avonts te 4 uren al eer men uyt de schoole gaet opgelijcke maniere uijt den Psalm gesongen sal werden ende daer nae het avontgebedt overluijde (hardop) gedaen werden.

13.

In alle dese drie schoolen (ze bedoelen natuurlijk (klassen") sullen de kinderen soo veele mogelijck elck altijt op sijn eijgen plaetse gehouden ende die vast eenderleij boecken leeren bij malcanderen geset werden, die best leeren, vroech schoolcomen ofte andersins haer neerstich bewijsen sullen voor aen op de bancken geset werden die haer boecken connen ende in een ander boeck geset werden sullen over geset werden op een hooger banck om alsoo de kinderen daer door een spoor tot vlijtich leeren te geven.



14.

Geen kinderen sullen uijt het eene school in het ander mogen over gaen ofte van het spelden tot leesen ofte tot schrijven gestelt werden dan met kennisse vanden oppermeester ende gemeene goet vindinge vande andere schoolmeesters die gesa­mentlijcken daer van oordeelen sullen.

15.

Men sal in dese schoole niet dan goede, eerlijcken ende Christelijcken boecken de kinderen leeren ende niet toe laten eenige boecken, die tegen de Christelijcke Religie ofte de Godtsalicheijt ende eerbaetheijt des levens souden mogen strijdich sijn.



16.

Alle de kinderen, die schrijven leeren oock die onder de middelste school­meester noch sitten, sullen haer voorschriften vanden oppermeester alleen ontfangen, haer schrijften voor hem toonen ende van hem alleen int schrij­ven onderwesen werden op dat de Jeucht door d'verscheijdentheijt van schrijven ende de letters te trecken niet geconfundeert en werde de meester nochtans daer sij onder sitten sal sorge dragen dat elck sijn schrift op sijn behoorelijcke tijt wel schrijve neerstich vertoone ende de vertoonde letters wel nae maecke.

17.

Des woensdaechs 's naemiddaechs sal het oorlof sijn in alle de schoolen ende des saterdaghs nae middachs sullen de kinderen die inde laegste schoole sitten het Onse Vader ende de Articulen des geloofs van buijten



leeren ende opseggen. Inde middelste schoole de thien geboden des Heeren ende d'vragen des Cathechismi ende inde opperste schoole sullen sij benef­fens de vragen des Cathechismi oock inde Christelijcke gebeden te leeren ende op te seggen geoeffent ende daer nae uijt gelaten werden.

18.


De kinderen die noch spelden of leesen alleen leeren sullen voor haer schoolgelt int vierendeel Jaers (per kwartaal) betalen 7 stuijvers 8 penningen, die leesen ende schrijven leeren sullen betalen 9 stuijvers, sie cijferen leesen sullen betalen 1 gulden, die schrijven, cijfferen ende Boeckhouden leeren tot Accoort, die boeckhouden alleen leeren vanden meester met de ouders tot accoort, die Francois leeren 2 gulden, die Francois ende cijferen leeren tot accoort (in overleg).

19.


Dit schoolgelt sal onder de schoolmrn gedeelt worden.

20.


Op dese maniere ende conditien sullen dese drie meesters met malcanderen ende goede eenicheijt de schoole bedienen elck neersticheijt om in goe ordre ende geschicktheit te bestraffen en te weeren alle ongeschictheijt

soo binnen de school als daer buijten hare kinderen te regeeren d'selve goede zeeden ende manieren in scherpen haer ouders ende overicheden te eeren, op de straten behoorlijcke reverentie te bewijsen, sonder geraes nae huijs te gaen, 't huijs comende haer ouders nae gelegentheijt des tijts te groeten ende wat dies meer tot behoorlijcke beleeftheijt ende eerbaerheijt behoorlijcken is tot welcken eijnde sij de kinderen uijt de schoole gaende nae oogen ende oock somtijts op de strate nae volgen ende geleijden sullen.

21.

Oock sullen de schoolmeesters alle gehouden sijn hare kinderen tot de Godtsalicheijt ende Christelijcken Religie met haer goet exempel aen te leijden ende tot dien eijnde haer selfs altijt op den sonnedach bij den Godtsdienst ende inde kercke te vervoegen de kinderen soo veel mogelijck met haer ter kercke te nemen ende die in alle modestie te doen sitten ter plaetse bij de overicheijt daer toe verordineert op dat alsoo alle ouders de goede vrucht van dese schoole niet alleen in wel leeren, maer oock in goede geschriftheijt ende Godtsalicheijt haerder kinderen mogen bevinden te eeren vande gantsche Stadt ende nutticheijt dert Borgerije.



22.

Eijndelijcken sullen oock dese schoolmeesters besorgen ende bedienen moeten 't gene inde kercke tot der kerckendienst behoort: als het luijen vande klocken het aenteijckenen vande Psalmen het ophangen vande leijen ende buijdels der Diaconen, het opdragen van den Bijbel ende Briefkens der gebeden het setten vanden santloop en het becken om te doopen het opteec­ke­nen vande gedoopte, het voorsingen ende voor lesen inde kercke ende dat tot believen ende nade ordre haer vande dienaren ofte den kerckenraet gegeven ende wat dies meer daer toe behoort ende die dit waer nemen sullen daer voor nae gelegenthijt geloont werden.

23.

Ende op dat in allen desen de goede meeninge vande E.E.Magistraten ende de goede ordre van dese schoole soo wel bij den schoolmeesters als bij den schoolkinders wel souden mogen onderhouden werden: so sullen d'E.E. heeren Burgermrn ofte eenige vande overicheijt daer toe gecommittert ende geautho­riseert de schoole dickwils visiteren ende acht daer op hebben, dat elck hem int sijne nae de voorsz ordre behoorlijcken souden mogen dragen of andersins de faute die sij bevinden ende met goede vermaninge niet connen verbeteren der oversicheijt bekent maecken op dat daerinne met authoriteijt versien werde nae gelegentheijt der saecken.



Aldus gedaen Bij mijne Heeren Burgermrn ende vroetschappen deser Stede Monnickendam op den 6en maij Anno 1625.

=================================

Op dezelfde datum worden tot scholarchen (schoolopzieners) benoemd de heren Jacob Sijmenssen Sem Burgermr; Jan Cornelissen Vroetschap en Do Samuel Bartoldi Predicant.

Op de kaart van Monnickendam van Frederik de Wit (plm.1680) ziet U de Latijnse of groote school (onder nr 31 ) op 't Wesenland staan ten noorden van het Oude Weeshuijs (nr. 30). Aan de andere zijde van de school (de huidige Beestenmarkt) vinden we de brouwerij en mouterij "de roode Vos" van de kinderen van Pieter Jacobsz Ringh gelegen op de zuidzijde van het St

Jacobs-of Brouwerijsteegje. Dit steegje kwam tegenover de Mennonisten Vermaning uit op de Niesenoort, waar deze straatnaam overgaat in Wezenland.
Op 17 maart 1631 wordt de helft van deze brouwerij verkocht aan Pieter Tedingh Berckhout. Omstreeks 1640 (in 't hartje van de gouden eeuw) zijn er zelfs vier brouwerijen in Monnickendam gevestigd: buiten de zoëven genoemde "Vos", "Roovos" of "Roode Vos" was er 'n brouwerij "de witte Eenhoorn" van Gasper Heijndricksz aan dezelfde zijde van het Weezenland doch aan de andere zijde van het oude weeshuis. Om precies te zijn een huis vanaf de Wezenbrug (de brug die het Weezenland met de Schoolsteeg verbindt).

In de Groote Noord bevond zich de brouwerj "de Kieft" van de kinderen van Cornelis Claesz Brouwer, de beste brouwerij van de stad en van de Middendam komende direct na de sluis op 't Zuideinde stond de brouwerij van de kinderen van Dirck Cornelisz Admirael.

De brouwers bleken te Monnickendam nogal met elkander geparenteerd.

Cornelis Claesz Brouwer had een dochter Trijntje Cornelis, die trouwde met de Officier van de stad Dirck Simonsz. Sael. Uit dit huwelijk o.a. twee dochters Aeltgen Dircz Sael, die met Hendrick Pietersz Berckhout trouwde (zoon van de brouwer van "de Roovos") en Maritgen Dircx Sael, die met de burgermr Pieter Hendricksz Wouw trouwde.

We kijken er dan ook niet vreemd van op, dat de brouwerij en mouterij "de Roode Vos' belent ten Z.W. van 't erf van de Stadsgrootschool en ten N.O. van de St. Jacobsstege op 3 april 1687 door Aeltgen van Loosen wed. wijlen de heer en Mr. Hendrick Wou verkocht wordt aan de grutter Mighiel van der Schuure.

Bij de verkoop op 30 september 1687 blijkt de naam van de brouwerij en mouterij "de Roode Vos" veranderd te zijn. Hier verkoopt Welmoet Jans Hooft weduwe van Mighiel van der Schuure de brouwerij "de gecroonde witte Lelij" aan de brouwer Claes Pietersz Druijst.

We keren terug naar de school.

Op 24 februari 1626 hebben de twee schoolmeesters Jan Vogels en Mr Pouwels een request ingediend en wordt besloten dat

"nae maij toecomende het schoolgelt tusschen haerlieden en den Oppermeester egalijck sall werden gedivideert (opgedeeld) en dat van nu voortaen bij de stadt 25 kinderen ofte "pauperen" alleen in de dachschool ende niet inde avontschool sullen werden betaelt ende gehouden

(in de avond haalden ze natuurlijk te veel kattekwaad uit op straat). Aan 't verzoek van Mr. Lourens Buijs (de Oppermeester) wordt voldaan en hem vanaf mei eerstkomend een jaarlijks inkomen van  250,- toegezegd mits hij het schoolreglement punctueel zal onderhouden.

In het resolutieboek kom je nu regelmatig de naam van Jan Vogels tegen. De eene keer met de toevoeging "de oude" en dan weer de oude mr Jan, is er dan ook 'n jonge ? Zo oud is hij toch ook weer niet in 1625 en dan merk je op eens dat er twee Jannen Vogels zijn. Een Jan Sijmsz Vogels en een Jan Jansz Vogels. Ze blijken beide schoolmeester te zijn en de eerste is de vader van de tweede.

Op 15 juni 1626



wert gedelibereert aengaende de saecke van mr Jan, schoolmeester geweest ende is daerop geresolveert dat men de vornoemde mr Jan met sijn vrou in 't provenhuis (oude liedenhuis) souden helpen, mits conditie dat de kinderen sullen opbrengen de somme van 700,- ende soo het hem niet mogelijk was, dat zij sullen moeten opdragen alle haere goederen roerende en onroerende geen van dien uitgesondert ende alle hetgeen dat sij metter doot ontruijmen ende achterlaten sal en dat hij eerst sal hem moeten helpen met sulcken huijsken als daer de gelegentheijt sal presenteren mits dat de Heeren Burgemrn & Regeerders deser Stede sal dragen ten laste van 250,- op sijn huijs en erve geconstitueert.
Uit een testament van Jan Jansz Vogels komen we de juiste familieverhoudingen te weten:

Jan Sijmsz Vogels


Stadsschoolmeester tot M'dam

begr. 15-9-1631 9"Mijn vader) sijn huijsvr begr. 7-10-1606


Jan Jansz Vogels Do Hieronimo Vogelio Maritgen Broosgen

Stadsschoolmr. tot M.dam Predicant te Enckhuijsen

won in de Zaksteeg

begr. 23-3-1652 ("schrijver van 't doodboek")

sijn huijsvr. Cijntgen Pieters

begr. 11-2-1643



Dr Nicolaus Vogellius Pieter Vogels

Dienaar des heiligen evangelij begr. 29-10-1635

tot Odenroij in de mayerye van sijn huijsvr. gegr. 14-4-1633

Hertogenbosch won in de buurt van 't Zuydteyndt

n kint ’n kint ’n kint Sijmon Pietersz Vogels



begr. 26-1-1625 begr. 29-10-1635 begr. 17-12-1635 Schoolmr. tot Odenroij

("mijn soon sair kint Jan")


U ziet zowel de zoon als de kleinzoon van de familie Vogels vertrok naar St. Oedenrode in de buurt van Eindhoven. Vier jaren reeds na de opening van de nieuwe school komen de eerste moeilijkheden.
Op 3 november 1629 wordt gemeld:

"Voorgestelt sijnde de oneenicheijt vande mrs inde Stadts Scholen, waerdoor vescheijdende disordren (onordelijkheden) voortcomende sijn, als mede dat de kinderen daer door niet wel en leeren als behooren mede dat de Burgerije hare kinderen veel daerdoor apparentelijck soecken te trecken tot andere bijscholen. Is verstaen de voorsz mrs vande duijtsche schole door de Heeren Burgermrn aan te seggen, dat se van Intentie sijn bijscholen te consenteeren (toe te staan) ende toe te laten. Daeromme soo iemant van haer sulcx niet aen en staet haer bij tijts waerschouwen omme haer tegen Meije naestcomende te versien als oock insgelijcx de Heeren Magistraten haer int geheel ofte deel van andere mede sullen mogen versien.

Op 9 april 1630

werd 't versoesk vande schoolmr goetgevonden haer alle drie voor een jaer te continueren in haren schooldienste. Wert bij provisie gecon­senteert Claes Remmetsz Visscher op sijn versoeck tegen meij 'n dachschool te mogen houden, mits dat hij sal moeten teijckenen d'acte van Senodus ende dat hij sal moeten betalen aende Stats schoolmrs van ieder kint soo veel als de kinderen vande Stadts scholen daergeven".

De bijschoolhouder moest dus veel meer schoolgeld van de leerling vragen om self aan zijn trekken te komen. Vandaar 't verzoek van Notaris Visscher op 20 april 1630

"wat minder te mogen contribueren aende Stadts schoolmrs als hij wel (volgens out gebruijck van andere gewesen Bijschoolen) soude moeten doen waerbij hij claecht in deser dieren tijt sijn huijs qualick soude connen onderhouden. Soo is goetgevonden dat hij bij provisie en tot naerder ordre aende voorsz Stadts schoolmrs van ieder kint hooft voor hooft d'een door sal geven ses stuijvers".


U ziet de Burgermrn van Monnickendam hielden er toen al vernuftige psycho­logische methoden op na. Om 't bezoek van de stadsschool te bevorderen moest je de bijscholen verbieden, maar waren de stadsschoolmrs wat slap of ongehoorzaam verruimden zij de mogelijkheden van de bijscholen.

Hubertum Busseurium de Rector van de Latijnse school hield 't langer uit dan de twee jaren die voorzien waren bij aanstelling. Hij bleef dertien jaren in Monnickendam .


Op 6 mei 1637 werd 'n nieuwe rector voor de latijnse school aangesteld.

In nr 60 van het gemeentelijk archief van Monnickendam kunt U dergelijke contracten met de stedelijke ambtenaren vinden tussen 1625 en 1786. De nieuwe rector is "Domino Johannes Agricola de sone vanden wegeleerden Godtsaligen Johannes Agricola, predicant tot Noortwijck".


Hij wordt aangesteld voor de tijd van de eerstkomende drie jaren voor 'n jaarlijks tractement van  200,- en van ieder kind zal hij jaarlijks een schoolgeld ontvangen van  12,-. Hij bleef negen jaren.

Op 24 juni 1645 wordt Do Cornelius Albertus Burenius tot rector van de latijnse schole aangenomen. Hij verplicht zich voor de tijd van een jaar tegen een tractement van  250,-. Als hij op enige plaats beroepen zal worden als predikant dan zal hij een kwartaal tevoren moeten waarschuwen.

Op 1 juni 1646

verhueren de heeren Burgermrn ende Regeerders der stede Monnickendam aan de Ed heere Pieter Berckhout, Officier derselve Stede en brouwer van de Roovos de solder vande Stadtsschool op 't Weeselandt met de plaets daeragter gelegen voor den tijt van een jaer ofte soo veel langer als metten anderen sullen connen accorderen ingegaan zijnde primo may lest leden. Te weten de solder om sijn mout ofte coorn op te leggen voor

 25,- ende de plaets tot gerijff van sijn vaten voor  5,- makende 't samen f 30,- 's jaers.

Des sal oock de huerder behoorlijck sorge dragen dat de school­mees­ters ende schoolkinderen int gaen over de plaets naer ende van 't huijsgen (W.C.) geen ongerijff comen te lijden, maer datse d'selve plaets ende 't huijsgen vrij sullen mogen gebruijcken sonder eenige verhinderingen".



1.) Uit deze man komt een voornaam Monnickendams burgermeestersgeslacht voort in de 18e eeuw.
U weet dat de zolder was ingeruimd voor de latijnse school. Wat ervan denken dat men deze ruimte nu ging verhuren. Is door toedoen van de bijscholen beneden zoveel ruimte ontstaan, dat de latijnse school daar wel bij kon worden gehuisvest.

In het bedoelde register van instruktiën en ordonnantiën voor stedelijke ambternaren en instellingen (nr 60) vinden we in de 17e eeuw nog vier aanstellingen van rectoren van de latijnse school.

Op 1 december 1648 Do Paulus Boudens voor de tijd van een jaar op een tractement van  200,-

Op 7 maart 1650 Domino Nicolaus Rollius (jegenwoordich noch woonachtich inde Beemster) voor de tijd van een jaar met ingang van 1 mei e.k.op een tractement van  250,-.

Op 8 april 1655 Domine Abrahamis Bubbenius voor de tijd van 2 jaren ingaande op mei eerstkomend. Op een tractement van  400,- per jaar. De laatste op 13 april 1684 is Do Abrahamus Rodius "proponent inde heijlige Theologia ende gewesene Rector vande latijnse schole tot Muijden". Voor de tijd van een jaar voor een tractement van  100,-
In 't biografisch woordenboek der Nederlanden van Abraham Jacob van der Aa vind ik alleen een aantekening over Nicolaas Rolluis. Hij was calvinistisch predikant en werd om zijn godsdienstige begrippen enige tijd te Utrecht vastgezet. Von Steinen noemt hem "een beschermer der vluchtelingen".

Op 3 mei 1646 wordt er ineens melding gemaakt van een stadsschool in 't Noordeinde.

Harmen Hilcken poorter verkoopt aan Adriaan Jansz Walis zijn mede poorter een vrij huis en erve op 't Noordeinde belent met de stadsschool t. N. en burgermr Moijevries t. Z. In de verpondingstabel van 1688 vinden we deze stadsschool onder nr. 111. Tussen de Grietscheeljannensteeg en de Oudesteeg liggen de nrs. 114 t/m 104, dus 11 huizen. De school blijkt dus 't derde huis vanaf de Griet­scheeljannensteeg te zijn omdat nr. 113 'n achterhuisje was.
Als ik in 't verpondingsboek van 1639 kijk dan woont in 't huis dat stadsschool wordt genoemd mr. Isaac Pecreau.

Hij koopt dit huis op 24 februari 1632 van Trijntgien Jacobs weduwe wijlen Claes Cruijs. Isaac Pecreau, schoolmr. komt van Amsterdam. Het huis bevindt zich tussen het huis van Albert Cornelisz Wednr. t Noorden en Claes Heijnest t Zuiden. Hij koopt het met 'n schuldverklaring van  1600,-.

Een voorval op de Monnickendammer kermis laat ons bij toeval kennismaken met de verscheidenheid aan leerlingen die bij mr Pecreau op school ging.
Notaris J.J.Pranger schrijft op 6 october 1632.

"Jan Sichmunder van Hamburgh (18 jaren) Tomas Meijnerts van Pleij­muijen (Plymouth in Engeland) (18 jaren) Jeremias Roch mede van Pleymuyen in Engeland (17 jaren) Barent Jansz van Amsterdam (17 jaren) ende Maximilianus Tomas mede van Amsterdam (18 jaren) alle scholieren van mr Isaac Pecreau Franchoyse School mr. alhier ter stede rechterlijck verdaecht (opgeroepen) sijnde omme ten versoecke van de heer Officier der waerheijt getuygenisse te geven. En dan volgt de beschrijving van een geval dat zich afspeelde op de Monnickendammer kermis. Ook van de benoemingen van de Stadsschoolmeesters die ik vond geef ik hieronder 'n opsomming.

Op 30 juli 1647 mr. Nicolaes Silvius, tegenwoordich schoolmr tot Medemblick voor 'n tractement van  175,- met 'n vreij school om school te houden.

Op 22 februari 1648 "in plaetse van mr Pouwels Pouwelsz zal tot stadts­school meester ende Voorsinger inde Kerck aengenomen mr Pieter Burghsz jegenwoordich schoolmr ende voorsinger tot Westzanen ende dat voor een tractement van  190,- 's jaers. Sal oock den meester neffens Jan Jansz Vogels haer school (klas) bij malcanderen houden ende 't schoolgelt vande kinderen tesamen ende elcx voor de helft ontfangen". Ook "'t aenteijckenen vanden doop ende vande huwelijcxe geboden als de leijen te hangen "behoort tot de werkzaamheden".

Op 23 augustus 1652 "in plaetse van mr Pieter Burghsz zalr tot stadts­schoolmeester int grootschool ende voorsinger inde kerck aengenomen de persoon van Garbrandt Garbrantsz borger deser stede voor 'n tractement van  150,- 's jaers. Sal oock de voorn meester neffens mr Jan Egbertsz Keijzer die alsnu mede bij provisie ende op conditie als voren. Zij zullen 't schoolgelt metten anderen genieten in deser volgende manieren.

Voor 't lesen leeren int vierendeel jaers (per kwartaal) 10 stuijvers van degeenen die lesen en schrijven leren 15 stuijvers die beneffens lesen en schrijven oock cijfferen leeren een gulden.

Op 15 februari 1659 met mr Eeuwout Baertsz Coster (alias Brugh) overeen gecomen en verdragen nopende het bedienen van het voorsangerschap ende stadts schoolmr op conditien van een tractement van  250,- 's jaers ende 't schoolgelt vande kinderen daerenboven, mits dat hij sijn portie mede sal hebben vande weeskinderen daervan hij geen tractement sal genieten gelijck ander meesters ook niet en doen.

In 1665 in plaetse van wijlen Nicolaes Silvius (begraven 11-3-1665) tot haeren stadts schoolmeester aangenoomen Paulus Simonsz Bon van Saenredam voor een tractement van  160,- jaerlijcx.

Den 8e december 1673 met Johannes van Schendel (hij tekent v. Schijn­del) Fransche en de Duijtsche schoolmeester overeengekomen voor en in plaetse van een tractement des jaerlijcx voor sijn huijshuijr sal hebben en genieten een somme van  60,- ende 't schoolgelt van de scholieren daerenboven.

Hij sal de schrijvende scholieren inct leveren ende verschaffen mis yeder vande selve alle vierendeel jaers daervoor te sullen moeten betalen drije stuijvers, maar wat aengaet de pennen ende 't pampier sal yeder scholier sijne vrijigheijt hebben om selfs te coopen ende halen waer hen sal gelieven sonder aen heur meester diesaengaende gehouden te zijn.

Tot slot op 1 juni 1688 met Pieter Compri, Fransche en Duijtsche schoolmeester overeengekomen en verdragen voor een tractement van  100,- zonder daerinne in het toecomende eenige reductie of verminderinge subject te sullen sijn en 't schoolgelt vande scholieren daerenboven.

Op dezelfde dag wordt 'n huis of school met zijn erf verkocht in de Grootenoort. Lijsgen Simonsz weduwe van Cornelis Nees schoolmeester geweest en poorter alhier verkoopt deze school aan Claes Semmensz Tonnigh haere mede poorter. De belendende percelen zijn een onbetimmerde erve van de koper ten oosten en de kinderen van Poulus Bon t Westen. Hier ontdekken we in eens een katholieke bijschool tegenover de roomse schuilkerk in de Groote noort.

De meeste behoudende roomse familie te Monnickendam "de Tonnighs" koopt de school.

Onze gedachten gaan even terug naar de schepenrol van 't jaar 1595.

Op 3e juni wordt gemeld:

"Schepenen gehoort hebbende de eijsche van Jacob Jansz Schout deser stede dien hij doende op Claes Semmesz onsen poorter gedaechde alhier hoe dat den selve gedaechde hem vervordert (zich heeft ingelaten) heeft seeckere pauselijcke predicatie in sijn huijs gedaen te werden, als blijckende bij de consessie van Jan Goosens als priester, die sulcx bekent heeft selver gedaen te wesen ende dat de Officier hem sulcx gehouden soude zijn te bewijsen ende Schepenen op eisch ende verweer geleth hebbende als oick de confessie van Jan Goossens wel gevisiteert hebbende verclaeren voor vonnisse dat de voorn Claes Semmensz gecondemneert sal sijn in de boeten van  200,- volgende op de placate van de Heeren Staten van Holland begrepen ende dat tusschen heden ende naeste rechtdach.

Deze straffen waren niet mals. Zo wat een heel jaarsalaris werd in de waagschaal gesteld. Pas in de tijd van Napoleon kregen zij volledige vrijheid van handelen.

In de eerste helft van de 18e eeuw gebeurt er niet veel op 't onderwijs gebied in Monnickendam. De twee stadsscholen, de een in 't Noordeinde met verpondings nr. 103 en de andere op 't Weezenland met verpondings nr. 440, worden gehandhaafd en we vinden geen vermeldingswaardige feiten tot 17 april 1773.


Ik heb hier en daar eens geïnformeerd naar onderwijsvernieuwing, maar kreeg niet anders te horen dat men deze noodzaak in ons land eerst na 1850 ging beseffen.

De strijd om staatssubsidie voor de bijzondere scholen brak uit. De eerste subsidie werd in 1889 gegeven, terwijl pas 'n gelijkstelling in 1917 volgde.

De leerplicht werd in Nederland in 1900 ingevoerd en de onderwijsraad kwam er pas in 1919.

Totdat iemand hiertegen bewijzen aanvoert vormt Monnickendam hierop een uitzondering.


Aldus geresolveert op den 17e april 1773 en gearresteert den 24 derselver maand april 1773.

"Burgemeesteren en Vroedschappen der Stadt Monnickendam langs soo meer in Ervaringe koomende dat de Opvoedinge der kinderen alhier ter Steede seer gebrekkelijk wordt behartigt en dat bij veele ingeseetenen word vorgewendt en bij andere weesentlijk en na waarheijdt wordt opgegeeven, dat Armoede en Gebrek van Vermoogens daar van Grootendeels de Oorsaak is, terwijl sij buijten staat sijn haare kinderen te doen Leeren Leesen en Schrijven en Onderwijsen in de Eerste beginselen vanden Godsdienst buijten al het welke geen behoorlijke Opvoedinge plaats kan hebben en dat de kosten van het schoolgaan door haer niet kan werden opgebragt-. Waardoor de Jonge Jeugt in Plaatse van Ordentelijk te Gewennen aan het nuttig besteeden van haare Tijdt en het Aanleeren van soodanige kundigheeden door welke zij en voor sig selve en voor haare meedeburgeren in Tijd en wijlen nuttig soude kunnen sijn inteegendeel in alle Losbandigheijdt sonder eenige Subordinatie opwassen en daardoor niet Selden voor altoos ontset blijven om nuttige Leeden dezer Burgerstaat te kunnen worden. Hebben goetgevonden en Verstaan om aan deselve Klagten tegemoet te koomen en voor soo veel in haar is daar in ten besten van haare ingeseetenen en den Opwassende Jeugt te voorsien-.



Met bij Provisie voor den Tijdt van een jaar aanvang neemende met meij 1773 en Eijndigende met meij 1774: Soo nogtans dat het selve sal werden Gecontinueert ingevalle bevonden mogt werden dat de Uijtkomst deeser Onderneemingh ten goede mogte bekroonen: Vast te stellen gelijk vastgestelt wordt bij deesen dat de goede dag onvermogende ingeseetenen deeser Stadt het Sij die reets van den Armen onderstant Genieten offte niet sonder onderscheijt van Religie sullen vermoogen haare kinderen ter schoolen te stuuren op Stadtskosten op deese navolgende conditien:

1


In den Eersten sullen sig alle deselve onvermogende Ouders laten vinden in't Weeshuijs binnen deese Stadt op Donderdag den 29 april 1773 s'namid­dags ten halff twee uuren en sig na de plaatse haarer wooningen bij den anderen schikken in twee wijken namentlijk die in het Noordeijndt binnen en buijtendijk, het Nieuwelandt, Gooijse Kaaij, Grootenoort en het Kerkstraat woonen te samen in een wijk voor het school in het Noordeijndt en die woonagtig sijn in het Zuydeijnt, Weeselandt, oude mannensteegh, Bloemen­daal, het Doelen en Zonne-padt, het Sant met de Steegen daarop uijtkoomende en de Sarken met het geene aan die kant daaronder behoort weeder te samen in de tweede wijk voor het school op het Weeselandt.

2


En sullen alle deselve in een straat, steeg ofte op eene Graft woonende agter malkander in koomen om aan Heeren Burgemeesteren aldaar vergadert op te geven het getal, de naamen en de jaare haare kinderen die sij ter schoole wenschen te doen gaan om nader uijt het opgegeven getal te bepaalen tot wat school sij sullen behooren ten eijnde aan de Twee Meesters genoeg­saam ieder de helft te kunnen toevoegen.

3


De Ouders sullen sig moeten verplichten om sorge te draagen dat derselver kinderen alle morgens de Klokke 8 uuren, S'namiddags ten 1 uuren en S'avonds ten 5 uuren behoorlijk ter school opkoomen en deselve haare kinderen daar de geheelen schooltijd door laaten blijven sonder die ter huijs te houden ofte te haalen op eenig voorwensel hoe genaamt alleen sieke uijtgesindert waarvan de ouders kennidde sullen moeten geeven aan de Meesters.

4


Zullen verpligt sijn haare kosten de kinderen te voorsien van leerboeken, pennen en papier en wat verder in de schoole gebruijkelijk is, welke boeken door de Meesters op de buijtenkant sullen worden beschreven met de namen van de kinderen en bij het uijtgaan van de school door deselve aan de Meesters weeder sullen werden ter handt gestelt en telkens bij 't aangaan van 't school door ieder kint weeder werden affgehaalt ten eijnde daar uijt te sien wie affweesig is en sorge te dragen dat deselve niet gescheurt offte verwaarloost worden.

5


Ingevalle eenige kinderen afweesig waaren en de Meesters daar van door de ouders niet behoorlijk waaren verwittigt, sullen deselve Meesters sig des moeten informeren, en geen voldoende reedenen daar van krijgende hier van kennisse geeven aan de Regenten van 't Weeshuijs en Diaconen van de Gerefor­meerde Gemeente binnen deese Stadt ten eijnde door deselve de ge­breekige ouders na verhoor van saaken te doen corrigeren en met onthoudingh van een gedeelte van het maand off ses weekens gelt tot haar pligt te houden en te straffen het welke aan de bescheijdentheijt van deselve Regenten en Diaconen respectieve wordt overgelaten.

6


De ouders sullen verpligt sijn hunne kinderen des Sondagss en op Hoogtijden behoorlijk en ordentelijk te kerk doen gaan een ieder bij sijne gesind­heijdt ende doen leeren de grondbeginselen haarer religie met de gebeeden en danksegginge aldaar gebruijkelijk terwijl de kinderen van Gereformeerde ouders sig alle Sondagen en Hoogtijden precies te kerke sullen moeten begeeven voor en namiddag een quartiers uurs voor het aangaan des Predik­dienst ende haare plaatse neemen op bysondere banken daartoe schikken alwaar onder het opzigt van de Meesters sig stil en zeedig sullen moeten houden onder het aanhooren van Gods Woordt en na het eijndigen van de namiddags preedikdienst haar ook met de Meesters op het Choor begeeven om de Cathegisatie aldaar aandagtig aan te hooren en hier in nalatig blijvende off sig onbehoorlijk aanstellende sullen daar over door de Meesters werden gestraft en gecorrigeert na behooren.

7


Zullen deselve ouders sig teegens deese matige correctie off straffen van de Meesters aan hunne kinderen ten haare nutte toegebracht niet vermogen te versetten offte met woorden veel min met eenige dadelijkheijt zig daar over teegens de Meesters moeyelijk aan te stellen op poene dat deese saaken ter kennisse van Regenten en Diaconen gebragt sijnde door deselve na redelijk­heijdt als booven sal werden gestraft tot een geheele inhouding der subsidien toe offte andere correctie en vermaningen voor diegeene die niet gesubsidieert worden en verdere oppositie ter kennisse van Burgemeesteren gebragt sijnde aldaar sal werden gecorrigeert na bevind van saaken het zij met het zetten van zoodanige ongeschikte ouderen op water en broodt off een geheele uijtsetting uyt de Stadt soo als bevonden sal werden te behooren.

8


De kinderen ter schoole aangegeeven sullen aldaar zoo lang moeten blijven tot deselve leesen en schrijven kunnen en alsdaar nog niet mogen wegblijven sonder dat door de ouders aan de Meesters zal weesen aangesegt de reedenen die haar tot het van het schoolaffneemen hebben bewogen met aanduijding tot wat handwerk sij sullen werden opgebragt, waarvan de Meestes preeciese aanteekeningh sullen moet houden ten eijnde jaarlijks aan Burgemeesteren daar van verslagh te kunnen doen.

9.


Kinderen die geneegen sijn sig al verder te oeffenen in 't cijferen, stuurmanskunst off anders sullen sig des bij de Meesters aangeeven en tot soo lange mogen leeren tot dat deselve daar in volleert sijn en daar in sodanig een Meester voor hem mogen verkiesen als sij meenen dat meester in staat is haar daarin tot perfectie te brengen.

10.


De Meesters sullen daar en teegens verpligt en gehouden sijn alle deselve kinderen gelijk de andere na haar vermogen te onderwijsen, goede toeversigt op deselve te neemen en soo veel in haar is sorge draagen dat alle deselve in de Vreesegods, in beleeftheijdt en goede zeeden tot een exempel voor andere groot worden en op wassen en van haare verrigtinge en bevindingen aan Heeren Burgemeesteren kennisse geeven, voor off op het maken der jaarlijkse broodcedulle ten eijnde aldaar den goede beloont en te hulpe gekoomen en den quade gecorrigeert en gestrafft worden soo als bevonden sal worden te behooren en bij onverhoopte quaade ontmoetinge der ouderen offte sligt versuijm der kinderen sig aan Regenten en Diaconen vervoegen ten eijnde als voren is bepaalt.
En worden hiermeede alle ouderen om wiens wille ten nutte van haare kinderen deese onderneeming tot eene proeve bij provisie voor een jaar als booven op Stadts kosten word in gerigt op het vrindelijkste versogt en op het ernstigste gerecommandeert voor soo veel in haar is, na haar vermoogen deese heijlzame inrigtingen te helpen bevorderen, selve daertoe in haar eijgen persoon haare kinderen met eene goed en prijselijk exempel in het goede voortgaande en zorge te dragen dat precieselijk aan deesen boven­staande vereijstens worden voldaan op dat het haar welgaa en haare kinderen na haar.

Blij ben ik niet leefde in die tijd en dan nog 't ongeluk te hebben arm geboren te worden. Wat kon zo'n gemeenschap feodaal zijn !De school in 't Noordeind is er niet meer bij de invoering van 't kadaster in 1832, wel de school op 't Wezenland; onder kadaster nr. 565 vinden we de "Armeschool" vermeld.

Hoe 't de Latijnse school in de 18e eeuw verging weet ik niet, misschien was deze toen al ter ziele.

Onder nr. 158 in 't Oud archief van Monnickendam vond ik echter wel een overeenkomst tussen Burgemeesters en Vroedschap van Monnickendam en de pastoor Jan Willems waarin hem toestemming wordt verleend tot eigen profijt in 1571 een Latijnse school op te richten voor ongeveer 20 kinderen.









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina