Het ontstaan van het internet of hoe de koude oorlog tot een wereldwijd communicatie netwerk leidde



Dovnload 16.22 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte16.22 Kb.

Het ontstaan van het internet




of hoe de koude oorlog tot een wereldwijd communicatie netwerk leidde




1.1 Inleiding

De start van een historisch belangrijk feit of fenomeen is soms moeilijk vast te leggen. Wanneer kunnen we bijvoorbeeld spreken van de eerste computer? In elk werk zal wel steeds een ander feit of gebeurtenis hiervoor in aanmerking komen. Het Internet maakt hier geen uitzondering op.

Laten we ook duidelijk stellen dat we in dit document spreken over het Internet en niet over enkele toepassingen van het Internet, zoals nogal dikwijls verkeerd wordt gedaan met het World Wide Web.

    1. Het ARPANET

Zoals ook blijkt uit de ondertitel moeten we voor de start van het Internet terug tot de Koude-Oorlog periode. In 1957 brachten de toenmalige USSR een eerste satelliet in een baan om de aarde. Dit sloeg bij de Amerikanen in als een nucleaire bom omdat zij tot dan toe steeds een enorme voorsprong hadden gehad op technologisch gebied. Dit feit leidde bijna onmiddellijk tot de oprichting van het ARPA (Advanced Research Project Agency) binnen het Ministerie van Defensie.

De eerste taken voor dit agency waren voornamelijk gericht op ruimtevaart, raketten en nucleaire testen. Later nam NASA een aantal van die taken over. Het is ook duidelijk dat er een grote behoefte was aan datacommunicatie tussen de onderzoekscentra en de operationele centra. In 1962 startte ARPA met een eerste computeronderzoeksprogramma. Drie belangrijke concepten zouden in 1966-67 lei-den tot het plan van een computernetwerksysteem: ARPANET


  • "Galactic Network" concept … waarbij computers in een netwerk staan en toe-gankelijk zijn voor iedereen (1962)

  • Data in pakketjes verdelen om ze op deze manier te verzenden over een netwerk en bij de ontvangende computer weer samen te stellen tot de oorspronkelijke data. Belangrijk bij de transfert van militaire gegevens (spionage).

  • Het idee van een Wide Area Network (WAN) via telefoonlijnen.

Wat nog ontbrak was een protocol om computers met elkaar berichten en data te laten uitwisselen.


In oktober 1969 was het dan zover: twee computers konden met elkaar data en informatie uitwisselen. In december van datzelfde jaar werden nog twee andere computers op het netwerk aangesloten.



In 1971 waren al 23 computers met elkaar verbonden.

Tot voor het ARPANET bestond een computernetwerk uit een passieve terminal en een actieve hostcomputer. Deze waren met elkaar verbonden door kabels. Deze configuratie was beperkt in ruimte, namelijk binnen eenzelfde gebouw of gebouwencomplex. Het ARPANET ging nu verscheidene van deze hostcomputers met elkaar verbinden via telefoonlijnen, zo ontstond een netwerk van netwerken. Verder moesten deze computers nog beschikken over een zogenaamde IMP (interface message processor) om toegang te krijgen tot de bestanden op een hostcomputer. Om data van de ene computer naar de andere te versturen was een programma nodig om de data in pakketjes op te delen en te labelen, vervolgens te versturen en op de ontvangende computer moest dan net hetzelfde gebeuren maar in omgekeerde volgorde.



1.3 ARPANET wordt INTERNET

Oktober 1972 is nog zo een historische datum in de ontwikkeling van het Internet. Op dat moment werd het ARPANET publiekelijk gemaakt. Dit bracht een domino-effect teweeg in het onderzoek van datacommunicatie. Er werd ook een Internetworking Working Group (IWG) opgericht, die het onderzoek zou coördineren.

Ondertussen werd het ARPANET verfijnd en werden mogelijkheden uitgebreid:


  • nieuw programma om informatie van persoon naar persoon te sturen (voorloper van de e-mail)

  • 1974: een gemeenschappelijke taal werd ontwikkeld om verschillende netwerken met elkaar te laten communiceren. Het TCP/IP (Transmission Control Protocol/ Internet Protocol)was geboren.

Dit is cruciaal voor de verdere ontwikkeling van het Internet.

Indien men netwerken met elkaar wilde laten communiceren was het nodig dat men met een zogenaamde open architectuur zou werken. Vervolgens moesten de volgende concepten gerespecteerd worden:



  • elk netwerk moest zelfstandig kunnen werken (decentralisatie)

  • binnen elk netwerk moest een zogenaamde ‘gateway’ bestaan die dienst deed als poort naar de buitenwereld

  • de gateway-software mocht geen informatie opslaan over de gegevenstrafiek

  • pakketjes moeten over de snelste beschikbare route over het netwerk worden verstuurd

  • gateways moeten steeds open staan en de gegevens zonder voorkeur behandelen

Laten we wel niet uit het oog verliezen dat op dat moment de computerwereld voornamelijk bestond uit Mainframes die enkel beschikbaar waren op universiteiten, ministeries en grote bedrijven. Het TCP/IP was in een eerste fase ontwikkeld voor deze systemen, met andere woorden voor een beperkt aantal netwerken en subnetten. In de loop van de jaren zeventig werd het TCP/IP verder verfijnd en kwam een aangepaste versie voor microcomputers. Een tweede probleem was dat de software compatibel moest zijn op de verschillende computernetwerken.

Gedurende dezelfde periode ontstond achtereenvolgens een UUCP (unix to unix control protocol), belangrijk voor de universiteiten waar unix het meest gebruikt werd, Usenet, e-mail communicatie. Later ontstond een Europese versie van het unix-netwerk, Eunet.

In 1982 ten slotte aanvaardde het Arpanet het TCP/IP als standaard en was het INTERNET geboren: een aantal verbonden netwerken die het TCP/IP als standaard gebruiken.

Hoe het initiële Internet evolueerde naar een wereldwijd netwerk wordt hierna uiteen gezet.



1.4 De overgang naar een wereldwijd netwerk

Het Internet werd heel snel het slachtoffer van zijn eigen populariteit. In 1984 waren al 1000 host-computers op het Internet aangesloten en was het dataverkeer per gebruiker hoger dan initieel gedacht. Dit voornamelijk door het succes van electronic mail. In het begin had elke host-computer een naam en bestonden er enkelvoudige lijsten van namen en adressen.

Bij een snelle groei van het aantal hosts moest een nieuw systeem bedacht worden, en dit werden de Domain Name Servers (DNS). Hier werd voor de eerste maal gebruikt gemaakt van betekenisvolle extensies in de naam en ook van het zogenaamde IP-adres (zie later Protocols – URL-adressering).

De Britse regering richtte daarna JANet (Joint Academic Network) op om de Britse universiteiten van deze nieuwe technologie gebruik te kunnen laten maken. Op hetzelfde moment werd in de Verenigde Staten NSFNet (National Science Foundation) opgericht met de bedoeling om alle studenten van deze technologie gebruik te laten maken. Er kwam dus een grote financiële injectie van de overheid om het Internet verder te ontwikkelen. Eén van de belangrijkste beslissingen op dat moment was dat de commerciële wereld voorlopig geen toegang gegeven werd tot het Internet.

De gevolgen van de oprichting van NSFNet was dat het dataverkeer en het aantal hostcomputers enorm toenam. Zo bereikte men in 1986 voor de eerste maal 5000 hostcomputers en een jaar later al 28000.

Een volgend scharnierpunt in de geschiedenis is eind de jaren 80, begin 90. Commerciële bedrijven toonden heel veel interesse voor het Internet en in '91 werd toegang verleend tot het netwerk door het NSF. Een jaar daarvoor was de eerste zoekmachine om bestanden op het Internet te zoeken geïntroduceerd.



Ten slotte wordt in die periode ook voor het eerst gesproken van het WWW (World Wide Web), het Hypertext Transfer Protocol (HTTP), Browsers en Hypertext Markup Language (HTML). Het concept van het WWW is ontwikkeld in Europa door Tim Berners –Lee aan het Cern te Genève.
Laten we met de wijze woorden van de vader van het World Wide Web eindigen en eens en voor altijd het verschil tussen het Internet en het WWW duidelijk maken:
"The Internet ('Net) is a network of networks. Basically it is made from computers and cables. What Vint Cerf and Bob Khan did was to figure out how this could be used to send around little "packets" of information. As Vint points out, a packet is a bit like a postcard with a simple address on it. If you put the right address on a packet, and gave it to any computer which is connected as part of the Net, each computer would figure out which cable to send it down next so that it would get to its destination. That's what the Internet does. It delivers packets - anywhere in the world, normally well under a second.
Lots of different sort of programs use the Internet: electronic mail, for example, was around long before the global hypertext system I invented and called the World Wide Web ('Web). Now, videoconferencing and streamed audio channels are among other things which, like the Web, encode information in different ways and use different languages between computers ("protocols") to do provide a service.
The Web is an abstract (imaginary) space of information. On the Net, you find computers -- on the Web, you find document, sounds, videos,.... information. On the Net, the connections are cables between computers; on the Web, connections are hypertext links. The Web exists because of programs which communicate between computers on the Net. The Web could not be without the Net. The Web made the net useful because people are really interested in information (not to mention knowledge and wisdom!) and don't really want to have know about computers and cables."



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina