Het Patershol & Caermersklooster em#005



Dovnload 19.14 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte19.14 Kb.

Het Patershol & Caermersklooster EM#005

Inleiding
We staan hier aan de noordwestkant van de wijk Het Patershol, tegenover het Caermersklooster. Deze wijk van ongeveer 4 ha. groot, met 13 straatjes en een pleintje, wordt begrensd door de Lange Steenstraat, het Sluizeken, de Leie en de Geldmunt. Men noemt het ook wel “een stad in een stad”.
Aan de hand van een kleine wandeling door enkele straatjes en een paar verhalen/anekdotes en stille getuigen, kunnen we een eerste indruk krijgen van deze wijk. Het lijkt nu een rustig woonwijk, maar dat was in het verleden wel anders.
Ligging Patershol

Oorspronkelijk bestond de wijk uit 2 delen, gescheiden door de plottersgracht. Het ene gedeelte ten zuidoosten van de gracht behoorde met het Gravensteen en het Sint-Veerleplein tot het gebied van de graven van Vlaanderen. Het noordwestelijke gedeelte tot het Borchgravengerechte, dat door de kastelein (= slotvoogd) van Gent in leen werd gehouden van het grafelijke huis en in 1299 aan de Gentse schepenen werd verkocht.


Het Patershol en het Gravensteen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vanaf de 12e _ 18e eeuw woonden hier achtereenvolgens:


  • toen het Gravensteen een militair versterking was, de leerbewerkers

  • vervolgens de notabelen, magistraten, advocaten, deurwaarders, procureurs doordat de Raad van Vlaanderen (het Hoogste Gerechtshof) zich vestigde in het Gravensteen

  • met de opkomst van de industriële revolutie in de 19e eeuw de arbeiders (textielindustrie)

  • toen de fabrieken naar de stadsrand werden verplaatst, trokken de arbeiders weg en verpauperde de buurt langzaamaan. Het werd een toevluchtsoord voor artiesten, later marginalen.

In de jaren 80 van de vorige eeuw wilde men het Patershol met de grond gelijkmaken om er een parking van te maken. Gelukkig werd er besloten de wijk grondig te saneren. Het resultaat daarvan zien we voor ons.


Caermersklooster

Er vestigden zich 2 kloosterorden, de karmelieten (afkomstig uit Palestina) met het Caermersklooster en de norbertijnen met de Drongenhofabdij. Vanuit het Caermersklooster liep er een donkere gang die uitkwam bij de plottersgracht. Hieraan zou de naam Patershol ontleend zijn.


Kerk en klooster en inhoud werd zwaar gehavend en geplunderd door de beeldenstorm. De kloosterorde hield op te bestaan onder de druk van de Franse bezetting. Midden 19e eeuw verloor dit gebouw zijn religieuze functie en heeft het dienst gedaan als achtereenvolgens een archeologisch museum, museum voor volkskunde, bergplaats voor decor van de opera.
Zowel in het begin van de 20e eeuw als na WO-II werd het klooster bewoond door artiesten zoals de schilders van St-Martem-Latem, beeldhouwers als George Minne, Walter De Buck, docenten en studenten aan de Kunstacademie. Nu heeft het Provinciaal Centrum voor Kunst en Cultuur er een thuis gevonden. Er zijn tentoonstellingen over hedendaagse beeldende kunst, fotografie, etnische kunst, architectuur, design, mode…
Rondwandeling
Schamppalen

We wandelen via de Vrouwebroersstraat, berucht om een moord op een hele familie in de 19e eeuw en beroemd om de artiesten die er hun atelier hadden naar de hoek Haringsteeg en Ballenstraat. Hier een voorbeeld van schamppalen (ook wel lomperiken genoemd) om de gevels te beschermen wanneer de koets of kar een te nauwe bocht had genomen. De Ballenstraat was een nauw straatje waar vroeger de koetshuizen, werkplaatsen, paardenstal of stapelruimtes op uitkwamen van de huizen gelegen aan de Geldmunt, Hertogstraat en het Veerleplein. We vervolgen onze weg richting Kraanlei; op het dak van het hoekhuis bevindt zich een zwembad.

Het Kinderen Alijnhospitaal

Op de Kraanlei passeren we Het Kinderen Alijnhospitaal (tegenwoordig Huis van Alijn (museum van dingen die (nooit) voorbijgaan). Het enige bewaarde godshuis in Gent. Gebouwd rond 1363. Aanleiding tot de bouw van dit pand ontstond nadat een vete tussen 2 Gentse families (familie Rijm en Alijn) werd beslecht met de moord op 2 broers (Hendrik en Zeger) van Alijn door 2 broers (Geswin en Simon) van de familie Rijm. Deze laatsten werden veroordeeld tot het betalen van een dwangsom waarmee een godshuis zou worden gebouwd. De familie Alijn stond dit stuk grond af als verzoeningsgebaar. Midden vorige eeuw werd het pand gerenoveerd door architect Valentin Vaerwijck (1882-1959). Bijzonder museum over het dagelijks leven in al zijn facetten in Gent van rond 1900 d.m.v. overgangsrituelen van geboorte tot de dood (pillegift en engelenbrood), ontspanning en feesten (fanfares en ander feestgedreun), gebruiken en tradities van de religieuze volkscultuur (passie en godsvrucht) en een paar interieurs van Gentse handelszaken en ambachtsateliers (meesterschap en handelsgeest).


De (7) Werken van Barmhartigheid en het Vliegend Hert

Verderop zien we op de hoek Kraanlei/Rodekoningstraat twee bijzondere panden: De (7) Werken van Barmhartigheid en het Vliegend Hert (huisvest restaurant De Hel waar je hemels kunt eten). De meest gefotografeerde barokke burgerwoningen, beide gebouwd in 1661. De panelen stellen het volgende voor (volgens de 6 werken van Mattheüs, hoofdstuk 26):



  1. De vreemdelingen herbergen

  2. De naakten kleden

  3. De zieken bezoeken

  4. De hongerigen spijzen

  5. De dorstigen laven

  6. De gevangenen bezoeken

  7. De doden begraven (later er bij gekomen)

Het pand “De werken van barmhartigheid” is nu een snoepwinkeltje met als specialiteit o.a. de cuberdons of neuzen (gemaakt van echt arabisch gom met frambozensiroop)


Rode Koningsstraat

Het is moeilijk voor te stellen, maar deze straat was ooit de hoofdader van het rode district, ofwel het domein van de prostituees. Waarom Rode Koningsstraat. Dit om het onderscheid te maken tussen de 2 koningsstraten in Gent. Deze bevond zich in de rode buurt, vandaar de naam.


Blauw poortje (toegang tot het patershol)

We bevinden ons nu aan de achterzijde van het klooster. Hierachter ligt de ziekenzaal met gastenkamers gebouwd rond 1660. Als je naar boven kijkt zie je mooie houten barokke duivelskoppen onder de dakrand van de ziekenzaal. Sommige maskers zijn in de vorm van een mensenhoofd, andere stellen dierenkoppen voor. De infirmerie (lokaal het Patershol genoemd) heeft een poortje in de Trommelstraat dat toegang geeft tot een overwelfde ruimte waar de Plottersgracht doorheen liep. Hier werd het water geput voor de ziekenzaal en huishoudelijk gebruik.


’t Rommelstraatje of Trommelstraatje

Grappige naam. Men beweert dat het verkeerd geschreven is; mogelijk heette het ooit ’t Rommelstraatje omdat er bij winderig weer altijd zwerfvuil bleef liggen in de hoek van de Trommelstraat met de Rodekoningstraat en is het uiteindelijk verbasterd van ’t Rommelstraatje tot Trommelstraatje.


Op het einde van de straat slaan we rechtsaf in de Drongehof. Nog aardig te vermelden is de kapel aan de linkerkant, een restant van de voormalige norbertijnenkapel met een bijzonder raam in het koor. Wim Delvoye realiseerde voor Jan Hoet een glasraam met erotisch-sensuele röntgenopnamen (titel van het kunstwerk “Over the edge”).
Sauna “Aqua Azul”

Dit prachtige Jugendstilhuis, in gele baksteen, gebouwd in 1911 door Valentijn Vaerwijck, dezelfde architect die ook het Huis van Alijn heeft gerestaureerd, in opdracht van de toenmalige eigenaar. Momenteel is er een sauna in gevestigd. Ook aardig te vermelden is dat de salons op de eerste verdieping waarschijnlijk zijn ontworpen door de architect van o.a. de basiliek van Koekelberg, Albert Van Huffel (1877-1935).


Einde van de wandeling. Deze wijk bestaat nu uit cafés, restaurants, privé woningen, gastenkamers, een paar winkeltjes en artiestenateliers.
De wijk heeft ook als decor gediend in een aantal speelfilms, waaronder “Malpertuis”, “Het gezin van Paemel”, “Marieken van Niemegen” en “Pietje Bell”.
De plaatselijke folklore en lekkernijen

De Patersholfeesten, een wijkfeest dat plaats vindt na de Gentse Feesten, maar een totaal ander karakter heeft. Leuk gebruik ter afsluiting van de feesten is de Kaarskensstoet; vroeger gingen de vrouwen met een kaarsje in de hand ’s-avonds hun mannen uit de kroeg halen.

De gestreken Mastellen, kleine broodjes, bestreken met boter en bruine suiker en opgewarmd onder een wafelijzer of strijkijzer. Deze specialiteit worden alleen genuttigd tijdens dit wijkfeest.

Het Kroakeamandel (de kaviaar van de werkmens), groene erwten, geweekt en gebakken in olie, bestrooid met zout, uitgedeeld door de Kroakeamandelwijveke.


Conclusie

Deze stad in een stad, een boeiende plek binnen het historische Gent. Voor de fotografen onder ons is ook deze wijk een dankbaar onderwerp.


Bonita van der Wal
Geraadpleegde werken:


  • Folder van Provinciaal Cultuurcentrum voor Kunst & Cultuur, Prov. Oost-Vlaanderen, “Van Caermersklooster tot Provinciaal Cultuurcentrum”, Vrouwebroersstraat 6 (Patershol), 9000 Gent, tel. 09 269 29 10

  • Patershol onder die daken, 2003, Uitgeverij Lannoo N.V., Kasteelstraat 97, 8700 Tielt

  • www.gent.be

  • www.caermersklooster.be

  • www.patershol.org

  • www.huisvanalijn.be

BvdW






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina