Het plezier van ‘wit’ ontstaat uit de economische omgang met



Dovnload 37.56 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte37.56 Kb.

DE BEOORDELINGSCRITERIA

Eysenck (1942) identificeerde drie benaderingen voor het theoretiseren over humor: de cognitieve benadering (focus op het denkproces), de conatieve benadering (focus op de motivationele aspecten), en de affectieve benadering (focus op de emotionele aspecten). Deze indeling heeft opvallende overeenkomsten met Freud’s theorie over humor (1905). Freud beweert dat het ludieke altijd een opsparing van uitgaven van psychische energie representeert. Wanneer energie, opgebouwd voor bezetting van bepaalde psychische kanalen (‘cathexis’), niet wordt of kan worden gebruikt doordat het gecensureerd wordt door het superego, is het mogelijk dat deze energie wordt omgezet in een lachreactie. Freud onderscheidt hierbij drie soorten energie, en in feite dus drie soorten humor. Het plezier van ‘het komische’ wordt veroorzaakt door het economisch omgaan met gedachten, het plezier van ‘wit’ ontstaat uit de economische omgang met taboes en het plezier van ‘humor’ uit de psychische economie van emoties. Freud legt in zijn theorie overigens de nadruk op de motivationele aspecten die bij ‘wit’ een rol spelen, namelijk de onderdrukking van agressieve en sexuele impulsen. Op grond van zowel Eysenck’s als Freud’s indeling stel ik voor om de uitspraken van mijn respondenten in te delen in:


1. Cognitieve criteria: criteria die te maken hebben met de

complexiteit of verassingselementen in humor.

2. Motivationele criteria: criteria die te maken hebben met de

kwetsendheid van humor.

3. Affectieve criteria: criteria die te maken hebben met de stilistische

of thematische waardering voor humor.


Cognitieve criteria
Cognitieve criteria kunnen worden gebruikt om aan te geven dat er in humor een bepaalde logica kan schuilen, of dat humor als een puzzel kan worden opgelost. Het oplossen van humor kost echter veel ‘cognitieve energie’, en niet iedereen zal in staat zijn (of de moeite nemen) om op dit niveau over humor na te denken. Zij die dat wel doen geven in zekere zin aan de humor technisch te beheersen:
“Jaques Tati heeft zijn films, hij heeft er twee of drie in zijn leven gemaakt, zo zien te perfectioneren .... de meest bekende grap van hem was die bus met toeristen .... en die blijkt non-stop rond een plein te rijden .... dat heeft hij op een een of andere pakkende manier laten zien, eenzelfde scène, die herhaalde hij, dat is banaal, vervelend, ‘t blijft de hele tijd draaien .... maar hij heeft toch een manier zien te vinden, een fractie van de tijd gevonden, die net goed gepland is dat het wel op je lachspieren werkt .... niet te lang, niet te kort, niet te vervelend, precies goed .... ik heb niet veel filmmakers gezien die dat gelukt is .... met precisie, met chirurgische precisie de tijd in de gaten houden .... als je het even een fractie langer had gedaan, was het banaal geworden en niemand had het onthouden. “[Nada]
“Fawlty Towers, hoeveel zijn er van gemaakt, ik geloof twaalf .... daar heeft ‘ie jaren aan gewerkt, daar straalt zoveel vakmanschap vanaf .... het is ook zo goed getimed .... ik denk dat als je zo’n aflevering ontleedt en analyseert, kun je grafiekjes maken met wanneer de kolderieke scène komt en wanneer de slapstick er is, wanneer het verbaal wordt, wanneer het meppen wordt .... en de opbouwende structuur .... wanneer je vier grappen achter elkaar hebt, dan kan het nooit zo zijn dat grap 1 sterker is dan grap 4 .... doe je dat wel, dan heb je het mis .... leuk, leuker, leukst en te gek .... en als je dat niet haalt, dat is puur technisch.” [Herman]
Waardering voor perfectionisme gebeurt in mijn ogen op cognitief niveau, want de humor wordt feitelijk op haar ‘technische merites’ beoordeeld. Perfectionisme zal doorgaans pas worden toegekend nadat de humor cognitief is geanalyseerd, dat wil zeggen, nadat men over de complexiteit van humor heeft nagedacht.

Behalve ‘perfectie’ werd ook het begrip ‘creativiteit’ regelmatig door mijn informanten gebruikt als criterium. Op het cognitieve spectrum van humor kan creativiteit, in de betekenis van onverwachtsheid en spontaniteit, in sommige opzichten worden geplaatst tegenover perfectionisme (het eindeloos schaven aan een product). Het kost in ieder geval minder cognitieve energie om humor als ‘origineel’ of ‘creatief’ te betitelen, dan wanneer de humor technisch onder de loep wordt genomen. Het begrip ‘creativiteit’ wordt gebruikt om grenzen tussen het voorspelbare (banaliteit) en het onverwachte (originaliteit) in de humor aan te geven. Hieronder volgen vier voorbeelden van een negatieve beoordeling op dit vlak, waarbij Herman het meest specifiek is bij het toekennen van een gebrek aan creativiteit:


“Kaandorp ja, die heeft iets droogs, dat vind ik wel leuk .... maar ze kan ook absoluut de plank misslaan .... bij Seth en Fiona speelde ze laatst een Chinees meisje dat elke keer als ze moest niezen, een Japans automerk nieste .... ja, dat vind ik niet leuk, dat is te simpel .... dat is dan bedacht, en direct geaccepteerd als leuk .... en zo’n verkouden Japans meisje, vind ik niet leuk .... typisch zo’n idee dat dan om vijf voor half vijf ontstaat, en iedereen lacht aan tafel .... leuk, doen! .... dat gebeurt, wordt in de show opgenomen .... nee, dat vind ik te makkelijk, niet echt leuk.” [Herman]
“Ruby Wax vond ik ook heel grappig, maar ik denk dat ze gewoon op is of zo .... dat er gewoon niks origineels meer uit kan komen .... teveel dingen waarvan ik zoiets heb, dat is niet leuk meer .... zij moet gewoon leuke vragen stellen aan mensen van wie wij dat zogenaamd willen weten .... zoals Pamela Anderson bijvoorbeeld .... daarvan wil ik wel iets weten, op een grappige manier .... maar toen bleek Pamela grappiger te zijn dan Ruby Wax, het lukte haar gewoon niet meer” [Madelène]
“Er zijn heel veel dingen die ik in het begin leuk vond, en op een gegeven moment heb je het dan wel weer gehad .... en dan haal je er bepaalde figuren uit, zoals Van Kooten en De Bie, die je 25 jaar kan zien .... maar een aantal dingen .... dan heb je het gezien en dan wordt het geloof ik toch teveel een stereotype .... en volgens mij lopen op een gegeven moment die komieken ook knel .... dat je denkt van, ja, wat moet ik nou .... moet ik dat nou weer een keer gaan doen? .... ja, dat kan je en dat is het dan .... om jezelf dan in de humor te vernieuwen lijkt me verdomd moeilijk.” [Rien]
“Vroeger vond ik Freek de Jonge heel leuk, maar die vind ik nu wat pathetisch over zich krijgen .... ik vind het ook niet zo geloofwaardig dat iemand ieder jaar zo’n show produceert, dan denk ik dat na vijftien jaar het concept wel is uitgemolken.” [Marja]

Motivationele criteria

In veel humoristische stimuli schuilen subversieve elementen. Het gaat daarbij om de vraag of bepaalde humor ergens ‘tegenaan schopt’, en in hoeverre dat op kwetsende wijze gebeurt. Het doorbreken van taboes kan leiden tot heftige reacties, zowel in positieve als in negatieve zin.



Het gebruik van motivationele criteria spitst zich bij mijn informanten vooral toe op de humor van Paul de Leeuw. De ‘directheid’ waarmee hij personen benadert roept een zekere weerzin op:
“Hij is me soms gewoon te grof .... ik vind het niet echt bijzonder als je mensen te kakken gaat zetten of zo .... ik bedoel, ‘t is allemaal hetzelfde, weet je wel, ‘t is zo plat .... ik kan zelf ook wel behoorlijk grof zijn, maar het is uiteindelijk niet waar ik van houd, ik vind het veel leuker wanneer er een verhaal achterzit, of een slimme gedachtensprong .... iets overdachts.” [Nicky]
(Waarom vindt u Van Kooten en De Bie het leukst?) “Het is op een prettige manier omgaan met de manier van het leven .... ontzettend actueel, en op een zeer prettige manier .... dus niet grof, niet kwetsend of zo .... bijvoorbeeld Paul de Leeuw is op het extreme toe, en dat is me net even te ver .... net zoals die shows van Catherine over alle moeilijkheden .... dat gaat zo open en bloot, alles wordt gezegd .... televisie is agressiever aan het worden .... ook in amusement.” [Nada]
“Ik houd niet zo van dat nichterige, dat schreeuwerige .... het is bij hem dan ‘leuk’ om te zien hoe ver je mensen kan krijgen, dan denk ik, daar leen je je niet voor, flauwekul, donder op .... je gaat daar naar toe om afgeslacht te worden.” [Rien]
“Ja, die hatelijke .... nou ja, hatelijke .... ‘t is gewoon iemand een knauw geven, eventjes snel afmaken .... de grond instampen, of beledigen .... daar kan ik de humor gewoon niet van inzien .... je had op dat moment ook iets anders kunnen zeggen wat wel leuk was geweest, en niet zo embarassing voor die persoon .... want op het moment dat Youp van ‘t Hek de koningin belachelijk maakt, dan zit ze er niet naast .... en dat is voor mij die grens .... een verkeerd soort misbruik, want wat is de lol daarvan?” [Madelène]
Maar het veroordelen van de ‘agressieve’ stijl van Paul de Leeuw hoeft lang niet altijd een belemmering te zijn om toch naar hem te kijken. Wanneer Nada en Nicky hun remmingen opzij zetten, kunnen ze (paradoxaal genoeg) wel degelijk van hem genieten:
“Ik heb hem ook een keer niet op tv, maar gewoon gezien en .... ja, ik moest wel heel hard lachen, klaar .... absoluut.” [Nicky]
“Ik moet mijn ergernissen opzij zetten om een halfuur naar hem te kunnen kijken .... omdat bepaalde gedeelten uit dat halfuur best geestig zijn.” [Nada]
Rien, die Paul de Leeuw het minst waardeert, is het meest expliciet over de vraag hoe ver humor mag gaan:
“Je moet jezelf onderwerp van spot maken .... je kan niet zeggen van, ik ga eens iemand anders belachelijk maken, hoe knap het misschien ook is.” [Rien]
De ‘grens van kwetsendheid’ ligt natuurlijk bij elk persoon anders. Waar de andere informanten motivationele criteria gebruiken om de humor te veroordelen, spreken Bert en Marja juist hun waardering uit op grond van dezelfde criteria:
(Over Paul de Leeuw) “Ik heb wel eens gehoord dat hij mongooltjes zat af te zeiken of zo .... ja, ergens vind ik dat dan ook wel weer humoristisch omdat ik dan meteen half Nederland weer aan de telefoon zie hangen .... dan denk ik, daar doet hij het voor .... of als het over allochtonen gaat of zo, dat iedereen zegt van ‘dat kan niet’ .... maar als ze dan een huis moeten kopen naast een Pakistaanse familie, dan zien ze er toch maar van af.” [Marja]
“Voor mijzelf is ‘goede’ humor niet zozeer aan regels gebonden, ook niet aan regels die met agressiviteit hebben te maken .... ik kan net zo goed hard lachen om iemand die vreselijk afgezeken wordt, als om humor die dan zogenaamd niet zou kwetsen, alhoewel ik misschien nog wel eerder neig naar het eerste .... als de humor op zich goed is dan interesseert het me niet zoveel of er iemand mee wordt gekwetst of niet.” [Bert]

Affectieve criteria

Het woord ‘herkenning’ wordt regelmatig gebruikt bij de beoordeling van humor. Het gaat dan om het gevoelsmatig herkennen van bepaalde personages, situaties, stereotypen of cultuurgebonden uitingen van humor. Humoristische programma’s die veel herkenning oproepen, zijn Van Kooten en De Bie en Jiskefet. Van Kooten en De Bie worden vooral geroemd vanwege de herkenbare karakters die ze neerzetten:


“Ik vind het geloof ik het mooist als ze types neerzetten die je herkent .... dat je het soms zelfs omdraait, dan zie je iemand op straat lopen en dan denk je, dat is Van Kooten .... en dat vind ik ook met die sociale types .... ja, als je zelf in de verpleging of de zachte sector hebt gezeten, dat is zo herkenbaar .... dan rol je van de bank van het lachen.” [Nicky]
“Soms dan zie je een raar mannetje op televisie en dan denk je .... dat is Van Kooten, die staat daar gewoon wethouder te zijn. Zover in de maatschappij zijn ze .... wetenschappers, Europakenners .... echter dan echt. Het komt terug met een boog, en vervolgens worden het gewoon typen, een type mens.” [Rien]

“Ze kunnen personages gewoon tot in de details neerzetten .... in een situatie hebben ze vaak aan drie details genoeg, die ze gewoon helemaal uitbuiten .... dat iedereen herkent waar het over gaat .... het zijn gewoon ongelooflijk goede observeerders.” [Marja]


De herkenning in Jiskefet, en dan vooral Debiteuren Crediteuren, spitst zich meer toe op een situatie, namelijk de herkenbaarheid van het routinematig handelen op een gemiddeld Nederlands kantoor:
“Op zo’n kantoor heb ik ook wel gezeten .... daar was het precies hetzelfde. Zodra je gaat zitten uitweiden over dat je slecht geslapen hebt, en gewoeld .... en dat maar uitmelken, weet je wel, om zo’n dag maar door te kunnen komen .... dat herken je, ja, dat is grappig.” [Rien]
“Gewoon ook de types, weet je wel, of dingen die ik op straat of in de supermarkt ook tegenkom .... dus bij uitstek die kantoortypes van Jiskefet, ik bedoel, kom maar mee naar kantoor, ze zitten er gewoon .... en ikzelf misschien ook wel, en dat is heel confronterend.” [Nicky]
“Ik heb ruim twee jaar bij een ingenieursbureau gewerkt in Amsterdam, daar had je precies van dit soort sfeertjes .... allemaal kleine kantoortjes en ook een eigen humor .... dat dagen wegstrepen, van zoveel dagen nog en dan hebben we vakantie .... alles eigenlijk, behalve het werk.” [René]
De herkenning hoeft geen ‘echte’ herkenning te zijn, maar kan ook voortkomen uit fantasieën over het werk of de werknemers op een kantoor:
“Het idee dat zulke mensen waarschijnlijk nog echt bestaan .... vind ik een erg lachwekkend maar eigenlijk ook wel frightening idee .... daar moeten er maar niet teveel van zijn .... ik denk dat als ik zo’n persoon in real-life tegen zou komen, dan moet ik daar waarschijnlijk ook vreselijk om lachen .... omdat die man zelf niet door heeft dat hij zo belachelijk is .... een lachwekkend persoon omdat hij zover van de werkelijkheid afstaat.” [Madelène]
“(Heb je zelf wel eens op zo’n kantoor gezeten?) Nee .... het is meer een herkenning van de fantasie die je er zelf over hebt .... de absolute lulligheid op zo’n kantoor.” [Herman]
Behalve de herkenning van personages en situaties, kan ook de herkenning van stereotypen bijdragen aan de humoristische waardering voor een programma:
“Wat ik vaak leuk vind aan humor, is dat ik mee kan gaan in het karakter .... bijvoorbeeld Archie Bunker, om maar eens een heel sterk voorbeeld te noemen .... de Amerikaanse patriot, ultra-rechts eigenlijk, moet niks hebben van negers of Poolse schoonzonen .... heel klassiek in z’n gezinsopvattingen, man-vrouw relaties, heel herkenbare dingen .... en het is heel leuk om zo’n karakter te keer te zien gaan .... je voelt vanuit z’n karakter dat hij de schoonzoon niet kan luchten, maar ja, omdat hij met z’n dochter is getrouwd en ook nog eens in dat huis woont .... hij zal wel moeten .... ja, die struggle vond ik heel mooi om te zien, en ook heel komisch.” [Herman]
“(Wat vond je leuk aan ‘Vrienden voor het Leven’?) Ik denk dat het bijzonder herkenbaar was, en wat mij betreft ook bijzonder stereotyperend .... de vrouw is de vrouw, de man is de man en .... ja, het is herkenbaar, zowel voor mannen als voor vrouwen.” [Madelène]

Cultureel perspectief

Er bestaat een opvallende eensgezindheid bij de informanten over de waardering van humor op het niveau van cultuur. Engelse humor wordt alom gezien als meest verfijnde, en ook als meest gewaardeerde soort humor. Het belangrijkste argument voor deze voorkeur ligt besloten in de, wat men zou kunnen noemen, ‘schoonheid’ van de Engelse taal:


(Waarin ligt de kracht van de Engelse humor?) “De taal, absoluut .... zeker bij Blackadder .... ‘you’ve got a sense of humor as an oister who’s trying to tap’, of zo .... weet je wel, van die voortdurende belachelijke vergelijkingen, die in het Engels fantastisch uitkomen .... waar ik ook van kan genieten is bijvoorbeeld Cleese die terugkomt met z’n dode papegaai .... en merkt dat de verkoper dat niet gelooft .... en dan in superlatieven begint te praten over hoe dood deze papegaai wel is .... maar nogmaals, dat zit hem in de taal .... ‘this parrot has ceased to be’, ‘a late parrot’, ‘it’s gone to meet his maker’ .... dat vind ik een tijdloos moment, dat vind ik nu nog leuk .... ook dat kruiperige van die verkoper, ‘no, no, it’s just asleep’ .... en Cleese, die het fantastisch doet .... ja, van die overspannen mannetjes .... toch ook dat Engelse, je wilt wel keurig blijven maar je kan het toch niet echt .... ‘t is toch dat geslis, in plaats van schreeuwen .... maar ze zoeken het altijd in taal, ik bedoel, hij zal die vent niet over de toonbank trekken .... dus is die taal zo sterk ontwikkeld om heel erg aan te geven dat je iets niet leuk vindt.” [Herman]
“Ik denk dat Engelse humor vaker verbale humor is .... het Engelse taalgebruik is puntiger .... dingen die je in het Nederlands moet omschrijven, daar is in het Engels gewoon een woord voor .... Engels is een hele verbale taal, ze maken hele bedrijvende en actieve zinnen .... ja, die taal heeft zo’n rijkdom, die heeft zo godsgruwelijk veel woorden .... daar kunnen ze mee goochelen.” [Rien]
“Ik vind de Engelse taal geweldig, en hoe ze daar mee spelen .... dat droge, die lagen overal in, de prachtige manier waarop ze dingen verwoorden .... ja, ik vind het moeilijk om uit te leggen .... hun taal, hun poëzie .... wat zij op dat gebied doen vind ik gewoon net even meer, dan waar dan ook.” [Nicky]
Wanneer Engelse humor wordt vergeleken met Nederlandse humor, beoordeelt men vooral de sitcoms uit deze landen, misschien omdat de herkenbare structuur van sit-coms zich goed leent voor een vergelijking. Het oordeel over Nederlandse series is niet onverdeeld positief te noemen:
“Soms vang je er een glimp van op en dan .... zoiets als ‘Oppassen’, dan denk ik, is dit humor .... nee, het is gewoon drama, alhoewel bijvoorbeeld soaps nog grappiger zijn om te kijken.” [Bert]
“Bij Nederlandse series heb ik een dijenkletser per kwartier, en de rest is eigenlijk niet leuk .... en dan moet die ene dijenkletser het eigenlijk doen voor de hele serie, en dat lukt meestal niet .... er zitten gezochte spitsvondigheden in die kennelijk in het Nederlands anders overkomen dan in het Engels, waar het ook wel eens magertjes kan zijn, maar dan wordt het toch leuker gebracht.” [Madelène]
“Het lijkt wel alsof ze zich niet volledig kunnen geven .... ze blijven in de eerste plaats altijd zichzelf, en dan pas acteur .... dus zij acteren de rol, zij zijn niet helemaal de persoon van de rol geworden, dat voel je .... en als je voelt dat het wordt gespeeld .... de houterigheid, dat spreekt me niet aan .... het is ook teveel gezocht, dat is dus wat je niet voelt bij die Engelse series, en ook vaak niet bij Amerikaanse series .... Roseanne, druk doende met haar wasgoed en vloekend op de kinderen .... dat is niet artificieel, op dat moment is ze er inderdaad mee bezig .... dat mis ik in de Nederlandse series, het is niet echt.” [Nada]
“Bij de Young Ones werden kosten noch moeite gespaard .... die mensen waren toen nog heel jong .... maar als je ziet wat voor mogelijkheden ze kregen, productioneel .... er was een scène waarin Neal verkouden is, en een plastic zak over zijn hoofd gebonden krijgt omdat iedereen vreselijk last heeft van zijn nies-aanvallen .... als hij niest, dan zie je ook van die klodders door het beeld gaan .... dus hij krijgt een plastic zak om z’n hoofd gebonden .... maar die loopt natuurlijk steeds voller .... tot ‘ie barst, en dan zie je al dat snot .... ja, heerlijk .... en daar zijn kosten noch moeite gespaard, het is goed gemaakt .... het is een hele goeie grap, maar dan moet je het ook wel waarmaken .... want dat is het overtreffen van iets .... van, het zal toch niet, het zal toch niet .... en wat er komt, zeg maar dat ‘ja’, moet wel gevolgd worden door een goeie smurrie, waarvan iedereen kan zien: dat is snot .... en dan moeten er ook tafels en stoelen omver worden gesnoten .... dat is leuk .... ja, ik denk dat dat in Engeland een goed klimaat is om dingen te maken, om jonge mensen de mogelijkheid geven om goede dingen te maken .... in Nederland blijft het toch altijd een bord karton, als een deur dichtgaat hoor je toch een studio .... ja, daar ben ik toch een beetje op uitgekeken, het boeit me niet.” [Herman]
(Over Nederlandse series) “Te triest voor woorden .... dat er weer zo’n blik Aalsmeer studio’s wordt opengetrokken .... en in plaats van Miep in de ene serie zijn ze dan Truus in de andere .... het gehalte van de grappen is zo minimaal, dat kan ik bijna niet geloven, ook niet hoe het geacteerd wordt .... Zeg ‘ns AAA vond ik al stuitend .... ik heb echt het idee dat ze dat voor mongolen gemaakt hebben, in de eerste minuut weet je al wat het plot is .... en het is ook te kinderachtig, in Nederland mag nooit iemand gekwetst worden, of te kijk gezet worden .... er mag nooit een vrouw worden geschoffeerd, of een man aangepakt of zo, het is zo middelmatig, in alles .... zoiets als de Al Bundy show, dat zou in Nederland niet kunnen .... dan komt half feministisch Amsterdam, met Hedy d’Ancona voorop, gelijk een sit-in voor het standbeeld van Wilhelmina Drucker houden .... terwijl dat misschien juist wel eens grappig zou kunnen zijn.” [Marja]
Waar Nederlandse series toch veelal worden bekritiseerd op hun ‘technische merites’ (de teksten en het acteerwerk), lijkt kritiek op Amerikaanse humor eerder door motivationele argumenten te worden vormgegeven:
Amerikaanse humor spreekt me helemaal niet aan, ontzettend plat en grof .... zo’n Lenny, hoe heet ‘ie of Richard Pryor die ik nog wel eens een keer heb gezien .... of Joodse humor, met die Jiddische grappen die we dan toch niet snappen .... nee, dat Amerikaanse trekt me niet echt .... of het is heel algemeen, weet je, je mag nergens tegen zijn .... of het schiet door naar de andere kant, en wordt het ontzettend bot en grof .... ik vind dat niet nodig. [Rien]
“Ik heb geloof ik van te voren al een aversie tegen Amerikaanse dingen .... de cultuur spreekt me niet bijzonder aan, het is allemaal zo allejezus plat en overdreven .... flauwekul allemaal, grote bekken, dat is aan mij niet besteed.” [Nicky]
“Amerikaanse humor, dat vind ik niks .... voorgekauwde troep, het is gewoon een kunstje wat ze afdraaien .... te plat.” [René]
“Een programma moet daar gewoon goed scoren, en om goed te scoren moet een programma mainstream zijn .... en dat zit ook in de humor .... heel goed gemaakt, dat wel, maar het ontbreekt vaak wel aan iedere vorm van originaliteit.” [Herman]

Maar er is niet alleen kritiek op Amerikaanse series. Het is misschien niet toevallig dat de informanten meestal technische argumenten (waar Nederlandse series juist op worden veroordeeld) aanvoeren om hun waardering uit te spreken:


“Amerikanen zijn meesters in het brengen van kul .... de eerste twee Naked Gun films, en ook zeker die Police Squad serie waaruit de films voortkwamen, behoren echt tot het beste wat me is overkomen .... die zitten gewoon zo briljant in elkaar, qua hoeveelheid details .... er zit zo’n belachelijke vaart in, er zitten zoveel grappen in .... je moet ze meerdere keren zien om alle humor te kunnen zien. [Bert]
“Ik vind in Cheers bijvoorbeeld .... een hele strakke lijn, het lijkt wel alsof het Oost-Europees in elkaar is gezet .... heel concreet, op basis van wetenschap bijna .... iedereen die aan de bar zit is een heel duidelijk karakter .... en reageert altijd vanuit dat karakter in de situatie, ik vind dat heel knap.” [Herman]



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina