Het sacrament van boete en verzoening



Dovnload 88.55 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte88.55 Kb.


HET SACRAMENT VAN BOETE EN VERZOENING
Inleiding

Het sacrament van boete en verzoening is in ons land - net als in veel andere Westerse landen - sinds geruime tijd in een crisis beland. In brede kring heerst de misvatting dat “de biecht is afgeschaft”. Ook bij veel gelovigen is het schuldbesef verflauwd, niet op de laatste plaats doordat ook in de verkondiging van de Kerk het begrip “zonde” goeddeels is verdrongen door eufemiserende termen zoals “tekort”, “gebrek” en “onvolmaaktheid”.

Het zou wenselijk zijn dat het sacrament van de vergeving in de geloofspraktijk weer de plaats krijgt die het verdient. Pastores zouden zich niet moeten laten ontmoedigen door de ontstane situatie, maar zich dienen te beijveren om de betekenis en de waarde van dit sacrament onder de aandacht te brengen van de gelovigen. Daarbij mag als uitgangspunt het volgende gelden: “Krachtens haar wezen heeft de Kerk, die immers het verlossingswerk van haar goddelijke Stichter voortzet, de zending om de mens tot omkeer en bekering aan te zetten en hem het geschenk van de verzoening aan te bieden. Deze zending bestaat niet louter in het doen van theoretische uitspraken of het formuleren van een volmaakte ethiek, die weliswaar wordt voorgehouden, maar waaraan geen werkzame kracht verbonden is. Zij wil gestalte krijgen in de uitoefening van bepaalde bedieningen die beogen dat bekering en verzoening ook werkelijk in praktijk gebracht worden.” (Reconciliatio et Paenitentia 23)

Met wat volgt willen wij u enkele handreikingen doen om u te helpen bij het bevorderen van de biechtpraktijk en het op verantwoorde wijze gestalte geven van vieringen.


Achtergronden en uitgangspunten

Bekend is dat de verzoening van zondaars gedurende de eerste eeuwen van de Kerk een publieke aangelegenheid was. Dit is begrijpelijk omdat de zonde niet alleen een persoonlijke dimensie heeft voor de zondaar door de breuk van zijn relatie met God, maar ook afbreuk doet aan (zijn relatie met) de gemeenschap. Bovendien was een dergelijke vergeving van zonden slechts één maal mogelijk. Vanaf de zesde eeuw kwam hierin verandering en vond vanuit Engeland en Ierland de praktijk van de private en herhaalbare sacramentele verzoening ingang. Deze werd door het vierde Concilie van Lateranen in 1215 als gewone vorm van het sacrament aanvaard. Overeenkomstig de besluiten en uitgangspunten van Vaticanum II zag in 1973 een herziene versie van het rituale het licht. Belangrijk hierin is dat de nood voor de mens aan bekering en verzoening verankerd zijn in het spreken en handelen van Christus: Hij is het sacrament van Gods barmhartige liefde in eigen persoon (zie bijv. Lc. 5, 20). In het verlengde hiervan kan de Kerk, die op aarde deel mag hebben aan zijn verlossingswerk, beschouwd worden als het universele sacrament van heil. De bedienaren van de Kerk mogen in naam van de Heer eveneens aan gelovigen hun zonden vergeven - verg. 2 Kor. 5, 18: “God heeft ons door Christus met zich verzoend en ons, apostelen, de dienst van die verzoening toevertrouwd.” Want ofschoon de Kerk heilig is, telt ze ook zondaars in haar midden en ze is geroepen om voortdurend te groeien in heiligheid. Van gelovigen wordt derhalve bekering en boetvaardigheid gevraagd teneinde beter te beantwoorden aan de genade die hun krachtens hun doopsel geschonken is: “Het Sacrament van de Bekering is voor de Christen de normale weg om vergeving en kwijtschelding te verkrijgen voor de zware zonden die na het doopsel zijn begaan.” (RP 31).

Het sacrament bewerkstelligt aldus verzoening met God en met de Kerk. “Op de eerste plaats moet worden onderstreept dat niets zo persoonlijk en innerlijk is als dit sacrament, waarin de zondaar voor God staat met niets anders dan zijn schuld, zijn boetvaardigheid, zijn berouw en zijn vertrouwen. Er is niemand die in zijn plaats berouw kan hebben; niemand kan in zijn naam vergeving vragen. In zijn schuld staat de zondaar in zekere zin alleen. (…) Maar tegelijk kan ook het sociale aspect van dit sacrament niet worden ontkend. In dit sacrament immers komt heel de Kerk - de strijdende, de in het vagevuur verblijvende en de in de hemel gloriërende Kerk - de boeteling te hulp en neemt hem weer in haar schoot op, en dat des te meer omdat ook heel de Kerk door zijn zonde gekwetst en gewond was. Als bedienaar van het Sacrament van de Bekering is de priester, op grond van de heilige taak die hij erbij vervult, als het ware de getuige en vertegenwoordiger van deze kerkelijke gemeenschap. Deze beide aspecten van het sacrament, het persoonlijke en het kerkelijke vullen elkaar aan.” (RP 31)

Verschillende vormen van vieringen

Dat de ‘traditionele biecht’ in onbruik is geraakt is niet voorzien, laat staan bedoeld door de concilievaders van Vaticanum II. Zowel de CIC als diverse andere na het concilie verschenen documenten geven duidelijk aan dat de individuele zondenbelijdenis de normale vorm is waaronder het sacrament wordt ontvangen. Zo luidt het bijvoorbeeld in RP 32: “Volgens de richtlijnen van het Tweede Vaticaans Concilie biedt de Orde van dienst voor boete en verzoening drie riten, waardoor het mogelijk wordt om de viering van het Sacrament van de Bekering met behoud van de wezenlijke elementen aan te passen aan de pastorale omstandigheden.

De eerste vorm - de verzoening van één boeteling - is de gewone en normale manier waarop het sacrament gevierd wordt en mag niet in onbruik raken of veronachtzaamd worden. [Ook in zijn brief aan de priesters voor Witte Donderdag 2002, Eucharistisch Offermaal en het Sacrament van Verzoening, herhaalt paus Johannes Paulus II “dat de persoonlijke viering de gebruikelijke bediening van dit sacrament is”.]

De tweede vorm - de verzoening van meerdere boetelingen met persoonlijke belijdenis en absolutie - biedt weliswaar in haar voorbereidende gedeelten de mogelijkheid om de gemeenschapsdimensie van het sacrament beter te doen uitkomen, maar volgt in haar eigenlijk sacramentele gedeelte, dat bestaat in de persoonlijke belijdenis en absolutie van de zonde, toch de eerste vorm. Zij kan dan ook met die eerste vorm gelijk gesteld worden, in zoverre zij dezelfde gewone rite volgt.

De derde vorm daarentegen - de verzoening van meerdere boetelingen met algemene belijdenis en absolutie - draagt het karakter van een uitzondering en wordt daarom niet aan de vrije keus overgelaten maar valt onder een speciaal daarvoor opgestelde regeling [concreet: er moet ofwel sprake zijn van stervensgevaar, ofwel van ernstige noodzaak om te voorkomen dat gelovigen anders te lang verstoken blijven van de sacramentele genade. Aangenomen mag worden dat in de Nederlandse situatie in geen enkele parochie aan een van beide voorwaarden wordt voldaan, zodat deze vorm in de praktijk niet kan voorkomen.].

De eerste vorm maakt dat de meer persoonlijke - en wezenlijke - aspecten van de bekeringsweg ten volle gewaardeerd en benut worden. Door het gesprek tussen de biechteling en de biechtvader, en door gebruik te maken van de diverse elementen (zoals de Bijbellezingen, de keuzemogelijkheid met betrekking tot de "genoegdoening" en dergelijke), kan men de sacramentele viering beter laten aansluiten bij de situatie van de biechteling.

De tweede vorm van viering haalt, juist door haar gemeenschapskarakter en haar eigen gestaltegeving, enige andere belangrijke aspecten naar voren: het woord Gods krijgt, wanneer het gezamenlijk beluisterd wordt, een heel bijzondere kracht in vergelijking met de persoonlijke lezing ervan, en doet beter het kerkelijk karakter uitkomen van bekering en verzoening. Deze vorm komt met name tot zijn recht in de verschillende tijden van het liturgisch jaar en in verband met bijzondere gebeurtenissen van pastoraal belang. Het moge hier volstaan erop te wijzen dat bij deze vorm van viering wel hoort dat er een voldoende aantal mensen bij aanwezig is.”
Opmerking: het moge duidelijk zijn dat in deze brochure die gaat over het sacrament van de vergeving geen model is opgenomen voor een boeteviering zonder meer in bijvoorbeeld de Advent of de Veertigdagentijd. Hoewel deze op zichzelf zeker zinvol kunnen zijn, kunnen ze niet in de plaats komen van een sacramentele persoonlijke belijdenis met absolutie.

Viering met één boeteling

De sacramentele viering van vergeving met één boeteling is dus de eerst aangewezen vorm van het sacrament van boete en verzoening. Priesters moeten zoveel mogelijk beschikbaar zijn voor gelovigen die een persoonlijke belijdenis wensen uit te spreken. Daarbij zij eraan herinnerd dat de aanbevolen plaats de biechtstoel in de kerk is [vgl. bijv. hetgeen vermeld is in paragraaf 9 van het Motu Propriu Misericoria Dei waar staat: “Met betrekking tot plaats en vormgeving van de viering van het sacrament moet er rekening mee worden gehouden dat (a) de eigenlijke plaats om biecht te horen een kerk of kapel is (Canoniek recht, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 964. § 1waarbij het natuurlijk vanzelfsprekend duidelijk is, dat pastorale redenen het biechthoren op andere plaatsen kunnen rechtvaardigen) en (b) dat de vorm volgens door de bisschoppenconferenties vastgestelde normen geregeld wordt, die moeten waarborgen dat de biechtgelegenheid zich op een open en toegankelijke plaats bevindt en ook voorzien is van een vast vlechtwerk tussen de boeteling en de biechtvader, zodat de gelovigen en de biechtvader zelf, zo zij dat wensen, daarvan vrij gebruik kunnen maken.] ”

Deze vorm van sacramentele viering kent de volgende opbouw:
Begroeting en inleiding

Priester en boeteling maken een kruisteken.

De priester spreekt een kort woord waarin hij de boeteling uitnodigt om zich in vertrouwen tot God te richten en met een oprecht hart zijn zonden te belijden teneinde Gods barmhartigheid te ervaren. Om dit laatste te onderstrepen is het aanbevolen tenminste enkele verzen uit de heilige Schrift aan te halen:

Schriftlezing

Mogelijke perikopen zijn



  • Ez. 11, 19-20

  • Mt. 6, 14-15

  • Lc. 15, 1-10

  • Lc. 15, 11-32

  • Lc. 18, 9-14

Schuldbelijdenis en belijdenis van zonden

Vervolgens spoort de priester de boeteling aan om alle zonden te belijden waarvan hij zich bewust is en waarvoor hij niet reeds eerder de absolutie ontvangen heeft. Het verdient aanbeveling dat de boeteling eerst de gewone schuldbelijdenis bidt (‘Ik belijd voor de almachtige God…’). Indien nodig helpt de priester de boeteling om zijn schuldbelijdenis te vervolledigen.



Penitentie

De priester stelt de boeteling een boete voor als voldoening om de schade te herstellen die door de zonde aangericht werd en om opnieuw bevestigd te worden in de levenshouding die eigen is aan een leerling van Christus.



Oefening van berouw

De priester nodigt de boeteling uit om als teken van zijn vaste voornemen om zijn leven te beteren de oefening van berouw te bidden. Dit kan met de bekende woorden:

‘Barmhartige God,
ik heb spijt over mijn zonden, omdat ik uw straffen heb verdiend;
maar vooral, omdat ik U, mijn grootste Weldoener en het hoogste Goed, heb beledigd.
Ik verfoei al mijn zonden en beloof, met de hulp van uw genade, mijn leven te beteren en niet meer te zondigen.
Heer, wees mij zondaar genadig! ’

of, iets aangepast:

‘Heer mijn God,

ik heb oprecht berouw en ik heb spijt dat ik het kwade heb gedaan en het goede heb nagelaten.

Door mijn zonden heb ik U beledigd die mijn hoogste goed zijt en alle liefde waardig.

Het is mijn vaste voornemen mij met de hulp van uw genade te bekeren,

niet meer te zondigen en te vermijden wat tot zonde kan leiden.

Heer, wees mij zondaar genadig omwille van het lijden van onze Verlosser Jezus Christus!’



Absolutie

De priester zal nu - behalve in het geval van voorbehouden censuren - de absolutie geven door de handen uit te strekken over het hoofd van de boeteling en de volgende formule uit te spreken:

“God, de barmhartige Vader,

heeft de wereld met zich verzoend

door de dood en de verrijzenis van zijn Zoon

en de heilige Geest uitgestort

tot vergeving van de zonden;

Hij schenke u door het dienstwerk van de heilige Kerk

vrijspraak en vrede

en ik ontsla u van uw zonden

in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest”.

(de boeteling antwoordt “Amen)”



Wegzending

Het is goed om uiting te geven aan de vreugde en de dankbaarheid die voortvloeien uit de barmhartigheid die God aan ons zondaars betoont; hiertoe kan een korte lofprijzing plaatsvinden, waarbij de priester bijv. zegt:

“Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig.”

en de boeteling antwoordt:

“Zijn genade duurt in eeuwigheid.”

ofwel:


“Ga dan, vervuld van blijdschap om de genade de ge ontvangen hebt, heen in vrede.”-

“Wij danken God.”

Daarna kan de priester de boeteling heenzenden met de volgende woorden:

“Het lijden van onze Heer Jezus Christus,

de voorspraak van de heilige maagd Maria en van alle heiligen,

het goede dat ge doet en het leed dat ge te dragen hebt

strekke u tot vergiffenis van zonden,

tot vermeerdering van genade

en tot onderpand van eeuwig leven.”

De viering kan eventueel nog met een persoonlijk woord van bemoediging besloten worden.



Gemeenschappelijke viering met persoonlijke belijdenis en absolutie
Hieronder volgt een voorbeeld van een gemeenschappelijke viering met aansluitend gelegenheid om het sacrament van vergeving individueel te ontvangen. Voorwaarde voor praktische toepassing van dit model is een voldoende aantal beschikbare priesters. Het vraagt dus enige organisatie, maar kan zeer bruikbaar blijken om te komen tot een vernieuwde biechtpraktijk.
Begin van de viering

 

De priesters begeven zich in stilte naar de altaarruimte, voorafgegaan door het kruis en het evangelieboek. Op het priesterkoor aangekomen wordt het evangelieboek op de ambo gelegd en het kruis ernaast geplaatst. Daarna kan de voorganger als teken van verering het evangelieboek en het kruis bewieroken. Ondertussen wordt gezongen.



 

Openingslied

 

Suggesties: Een mens te zijn op aarde, GVL 432

Het woord dat U ten leven riep, GVL 462

Een smekeling, zo kom ik tot uw troon, GVL Psalm 119II


 

Kruisteken en begroeting

 

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.



Amen.

 

Genade en vrede zij u



van God onze Vader

en van de Heer Jezus Christus,

die zich heeft overgeleverd voor onze zonden.

Aan Hem de eer in de eeuwen der eeuwen. Amen.

 

Inleidend woord

 

De voorganger leidt de viering in met deze of overeenkomstige bewoordingen:


 

Broeders en zusters,

God heeft ons zijn geboden gegeven

opdat wij de rechte weg ten leven gaan.

Door zijn Zoon Jezus Christus

heeft Hij ons geleerd,

dat de liefde het hoogste gebod is

en de vervulling van heel de wet.

Maar wij zijn de weg van zijn geboden niet gegaan,

wij hebben gezondigd tegen de liefde jegens Hem en onze naaste.

Nu roept Hij ons op tot bekering,

om terug te keren in zijn liefde

en ons met Hem en elkaar te verzoenen.

 

Gebed


 

Vader vol ontferming en God van alle vertroosting,

Gij wilt niet de dood van de zondaar,

maar dat hij zich bekeert;

kom uw volk te hulp,

opdat het tot inkeer komt en in leven blijft.

Help ons uw woord gelovig te aanhoren

en onze zonden te belijden;

dat wij U kunnen dankzeggen

om de vergeving die wij hebben ontvangen.

Laat ons de waarheid doen in liefde

en zo geheel toegroeien naar Christus, uw Zoon,

die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

 

Liturgie van het Woord


 

Lezing uit het boek Deuteronomium Deut. 5, 1-3.6-7.11-12.16-21a; 6, 4-6


 

Psalmgezang


 

Suggesties: Psalm 51 III, GVL blz. 85

Psalm 51 I, GVL blz. 83

Psalm 51 II, GVL blz. 84

Psalm 103 II, GVL blz. 148

Psalm 103 III, GVL blz. 150

Psalm 130 I, GVL blz. 190

Psalm 130 II, GVL blz. 192

Psalm 130. Liedboek voor de kerken. Deze berijmde versie kan ook gezongen worden op de melodie van “Ik wil mij gaan vertroosten” of “O Hoofd vol bloed en wonden”. Wij laten de tekst hier volgen:

 

Uit diepten van ellende roep ik tot U, o Heer,



Gij kunt verlossing schenken, ik werp mij voor U neer.

O Laat uw oor zich neigen tot mijn bedeesd gebed,

dat ik gehoor verkrijge en eind'lijk word' gered.

 

Zoudt Gij indachtig wezen al wat een mens misdeed,



wie zou nog kunnen leven in al zijn angst en leed?

Maar Gij wilt ons vergeven en scheldt de schulden kwijt,

opdat wij zouden vrezen uw goedertierenheid.

 

Ik heb mijn hoop gevestigd op God de Heer, die hoort.



Mijn hart, hoezeer onrustig, wacht zijn verlossend woord.

Nog meer dan in de nachten wachters het morgenlicht

blijf ik, o Heer, verwachten, uw glorend aangezicht.

 

Evangelie Mt. 22, 34-40

 

Acclamatie


 

zie: GVL 264 t/m 269

 

Homilie

 

Gewetensonderzoek

 

De Heer zegt: “Gij moet de Heer uw God beminnen met heel uw hart”.



 

Staat God werkelijk in het centrum van mijn leven? Luister ik naar Hem, zoals Hij tot ons spreekt in de heilige Schrift en bovenal in het evangelie door zijn Zoon Jezus Christus? Verdiep ik mij in het geloof zoals de Kerk ons dat doorgeeft in de kracht van de Geest. Laat ik dat geloof werkelijk vlees en bloed in mij worden? Breng ik dagelijks mijn leven biddend bij God? Durf ik vertrouwen op zijn voorzienigheid en ben ik dankbaar voor al het goede in mijn leven? Leef ik in het ritme van tijd met God; vier ik bewust het kerkelijk jaar mee: vooral de zondag en de feestdagen met name door de viering van de eucharistie? Maak ik voldoende tijd vrij in ons soms jachtige leven voor de dingen van God.

 

De Heer zegt: “Gij moet uw naaste beminnen als u zelf”.



 

Heb ik door geduld en echte liefde bijgedragen aan het geluk en de vreugde van hen die mij het naast staan? Waren ouders bezorgd voor de christelijke opvoeding van hun kinderen? Hebben de kinderen respect getoond aan hun ouders en zijn ze hen voldoende nabij geweest in ziekte of ouderdom? Hebben echtgenoten in ware liefde en trouw voor elkaar geleefd? Heb ik voldoende bijgedragen aan de vrede in de familie?

 

Heb ik ook voldoende aandacht gehad voor de naaste die niet tot gezin en familie behoort? Stond ik open voor de roep om hulp van mijn naaste en heb ik ook daadwerkelijk geholpen waar ik kon? Ben ik misschien met een boog heen gelopen om mensen die ik niet aardig vind of die mij ooit iets misdaan hebben?



 

Ben ik op mijn werk of in mijn functie rechtvaardig, werkzaam en eerlijk? Kom ik mijn beloften na? Heb ik misschien misbruik gemaakt van mijn positie in plaats van altijd dienstbaar te zijn? Heb ik een beroep dat op mij gedaan werd vanuit de gemeenschap afgewezen uit gemakzucht of heb ik geprobeerd mij met mijn talenten belangeloos in te zetten voor het sociale en kerkelijke leven?

 

Heb ik mijn tong voldoende in bedwang gehad? Heb ik anderen nadeel berokkend door onwaarheid te spreken, door loslippigheid of door een lichtzinnig oordeel?



 

Heb ik voldoende eerbied gehad voor het leven van mijn naaste? Heb ik in woord en daad altijd respect getoond voor het menselijk leven als een onaantastbare gave Gods: zowel voor de vrucht in de moederschoot als voor de lijdende en stervende mens? Heb ik de gemeenschap met anderen verbroken door scheldpartijen of woede? Was bereid, als ik onrecht leed, toch vrede te sluiten en verzoening te bewerken omwille van de liefde van Christus?

 

Christus zegt: “Weest volmaakt zoals uw Vader in de hemel volmaakt is”.



 

Streefde ik naar de christelijk volmaaktheid of was ik tevreden met het minimale? Heb ik mij ingezet om mijn slechte neigingen te overwinnen? Verdroeg ik met geduld lijden en tegenslag? Heb ik mij geoefend in onthechting om beter gericht te kunnen zijn op God en de naaste? Heb ik mijn sexualiteit de juiste plaats gegeven in de situatie waarin ik mij bevind? Of was ik een slaaf van mijn driften en heb mij niet laten leiden door Gods geboden?

 

 

Verzoeningsritus


 

 

Omwille van onze zonden en die van alle mensen



heeft Christus vrijwillig het lijden op zich genomen

en met een onmetelijke liefde heeft Hij de dood aanvaard

opdat allen zouden worden gered.

Laat ons tot Hem naderen in geloof

en met vast vertrouwen bidden:

 

Geneesheer van lichaam en ziel,



genees de wonden van ons hart.

Dat wij door uw hulp groeien in liefde.

 

Geef dat wij de oude mens met zijn gedragingen afleggen.



En ons bekleden met U, de nieuwe mens.

 

Moge uw Moeder, de toevlucht der zondaars



voor ons ten beste spreken.

Opdat Gij niet meer omziet naar onze zonden.

 

Gij die de zonden van de boetvaardige vrouw hebt vergeven.



Keer U niet van ons af in uw barmhartigheid.

 

Gij die aan de goede moordenaar op het kruis



het paradijs hebt geschonken.

Neem ons op bij U in uw rijk.

 

Gij die voor ons gestorven zijt en verrezen.



Laat ons delen in uw dood en verrijzenis.

 

Gebed des Heren

 

Laten wij, zoals Christus het ons opgedragen heeft,



samen tot de Vader bidden,

dat Hij onze zonden vergeeft,

zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven:

 

Onze Vader, die in de hemel zijt;



uw Naam worde geheiligd;

uw rijk kome;

uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood;

en vergeef ons onze schuld,

zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven;

en leid ons niet in bekoring;

maar verlos ons van het kwade.

Want van U is het koninkrijk

en de kracht en de heerlijkheid

in eeuwigheid. Amen.

 

Afsluitend gebed

 

God, Gij komt onze zwakheid tegemoet.



Wij bidden U:

wek in ons de vreugde van een nieuw begin

en laat ons leven volgens uw geboden.

Door Christus onze Heer.



Amen.

 

Zegening van de bedienaren van de verzoening

 

Als de bisschop de viering leidt, zegt hij het volgende gebed:

 

Heer, Vader van barmhartigheid en God van alle vertroosting,



Gij wilt niet de dood van de zondaar, maar zijn bekering,

+ zegen, verlicht en ondersteun met uw Geest

deze priesters van de kerk

en hun dienstwerk van verzoening,

zodat zij onder hun medegelovigen

getrouwe uitdelers zijn van uw vergeving,

die in ons het beeld herstelt van uw Zoon.

Hij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.



Amen.

 

Persoonlijke belijdenis en persoonlijke absolutie

 

Het verdient aanbeveleing dat de priesters eerst hun zonden aan elkaar belijden en de absolutie ontvangen. Daarna verdelen zij zich over de verschillende plaatsen in de kerk om de boetelingen te ontvangen. Ondertussen is orgelspel of kan het koor iets aangepasts zingen. De boetelingen belijden kort en in hoofdzaak in zonden, aanvaarden de opgelegde penitentie en ontvangen persoonlijk de absolutie met de volgende woorden:



 

God, de barmhartige Vader, heeft de wereld met zich verzoend

door de dood en verrijzenis van zijn Zoon

en de heilige Geest uitgestort tot vergeving van de zonden.

Hij schenke u door het dienstwerk van de Kerk vrijspraak en vrede.

En ik ontsla u van uw zonden in de naam van de Vader,

de Zoon + en de heilige Geest.

Amen.

 

Dankzegging

 

Wanneer de belijdenis geëindigd is, nodigt de priester die voorgaat in de viering, omringd door de andere priesters, de aanwezigen uit voor de dankzegging:



 

Laten wij God de Vader danken

voor de genade van de vergeving

en Hem ter eer de lofzang van Maria zingen:

 

Onder het zingen van het magnificat kan bewieroking plaats vinden door de voorganger van het kruis en het altaar; en van de priesters en de gemeenschap door een assistent.



 

refr: De Heer is zijn milde erbarming indachtig

 

Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,



verrukt is mijn geest om God, mijn Verlosser.

Zijn keus viel op zijn eenvoudige dienstmaagd:

van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.

Wonderbaar is het wat Hij mij deed,

de Machtige, groot is zijn Naam!

Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen

voor ieder die Hem erkent.

Hij doet zich gelden met krachtige arm,

vermetelen drijft Hij uiteen.

Machtigen haalt Hij omlaag van hun troon,

eenvoudigen brengt Hij tot aanzien.

Behoeftigen schenkt Hij overvloed,

maar rijken gaan heen met ledige handen.

Hij trekt zich zijn dienaar Israël aan,

zijn milde erbarming indachtig;

Zoals Hij de vaderen heeft beloofd,

voor Abraham en zijn geslacht voor altijd.

Eer aan de Vader en de Zoon

en de heilige Geest.

Zoals het was in het begin en nu en altijd

en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

 

Men kan bovenstaande tekst van het Magnificat reciteren. Andere mogelijkheden zijn:



Danklied van Maria, GVL 154

Danklied van Maria, GVL 155

Danklied van Maria, Randstadbundel 456

Met hart en ziel, Randstadbundel 454

Magnificat, Gregoriaans

Onderstaande berijmde tekst van het Magnificat is te zingen op de melodie van “God groet u, zuivre bloeme”:

 

Mijn hart prijst hoog den Here, van vreugde juicht mijn geest,



dat God, mijn Zaligmaker, mijn Redder is geweest.

In goedheid zag Hij neder op zijn geringe maagd;

nu zal mij zalig prijzen voor altijd elk geslacht.

 

Hoogmoedigen van harte verstoot de Heer met kracht;



eenvoudigen verheft Hij; wie heerst ontneemt Hij macht;

aan al wie honger lijden schenkt Hij zijn overvloed,

de rijken zendt Hij henen, zij gaan met lege hand.

 

De Heer blijft trouw gedenken het volk van Abraham;



Hij zal genade schenken aan al wie na hem kwam;

Hij blijft zijn volk indachtig zoals Hij heeft voorzegd:

in eeuwigheid barmhartig voor Israël, zijn knecht.

 

Gebed

 

Laten wij God, de Vader almachtig, zegenen



die in de dood en de verrijzenis van zijn Zoon

en door de kracht van de heilige Geest

ons heeft bevrijd uit de macht van de duisternis

en ons de vergeving van onze zonden heeft geschonken.



Wij danken God.

 

Gezegend zijt Gij, Heer,



die ons uw Zoon hebt gegeven

als uitboeting voor onze fouten:

hij heeft ons gebracht van de duisternis van de zonde

naar het wonderbaar licht van zijn koninkrijk.



Wij danken God.

 

Gezegend zijt Gij,



die aan de heilige Kerk

de sleutels hebt toevertrouwd van het rijk der hemelen

om de poorten van barmhartigheid te openen.

Wij danken God.

 

Gezegend zijt Gij,



die de wonderen van het heil vernieuwt

door het dienstwerk van de verzoening,

zodat de verloren kinderen

aan wie Gij vergeving hebt geschonken

deel hebben aan het eeuwig leven.

Wij danken God.

 

Zeer goede God, wij vragen U



om naar het voorbeeld van de maagd Maria

met heel ons geslacht uw barmhartigheid te verheerlijken

en – zoals zij – in alles uw wil te volbrengen

tot lof van uw heilige Naam.

Door Christus onze Heer.

Amen.

 

Vredeswens

 

Laten wij als kinderen van de ene Vader



en met een geest die verzoend is

elkaar een teken geven van onderlinge gemeenschap.

 

Slotritus

 

De voorganger kan voorstellen als teken van verzoening een werk van liefde te verrichten.

 

De Heer zij met u.



En met uw geest.
Moge de Heer uw hart blijvend vervullen

met de liefde van God en de standvastigheid van Christus,

opdat gij een nieuw leven leidt

en in alles aan de Heer behaagt.



Amen.
Zegene u de almachtige God,

Vader, Zoon + en heilige Geest.



Amen.

 

De Heer heeft uw zonden vergeven,



gaat heen in vrede.

Wij danken God.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina