Het vermogen om je goed te kunnen concentreren is erg waardevol. Voor veel mensen is het echter erg moeilijk om zich ergens lange tijd op te focussen en de aandacht erbij te houden



Dovnload 112.07 Kb.
Pagina1/2
Datum21.08.2016
Grootte112.07 Kb.
  1   2




Plannen en concentratieoefeningen

Datum:







Tijd

Vak

uitvoering

16:00 – 16:15

Engels (leren)

v

16:15 – 16:30

Engels (maken)

half

16:30 – 16:45

Wiskunde en Gesch

v

16:45 – 17:00

Geschiedenis

V (Nederlands)










19:00 – 19:15

Engels

afgemaakt

19:15 – 19:30

-

Nederlands










Concentratieoefeningen

Het vermogen om je goed te kunnen concentreren is erg waardevol. Voor veel mensen is het echter erg moeilijk om zich ergens lange tijd op te focussen en de aandacht erbij te houden. Je kunt echter op een simpele en praktische manier je concentratie verbeteren, wat je in je dagelijks leven veel voordelen kan brengen. Wanneer je gefocust bent verspil je geen energie aan onnodige dingen. Het ontwikkelen van je vermogen om te concentreren is daarom onmisbaar als je controle over je leven wilt krijgen.


Stel je eens voor wat een goede concentratie je kan bieden:

  • Controle over je gedachten

  • Rust in je hoofd

  • Meer zelfvertrouwen

  • Beter geheugen capaciteiten

  • Sneller leren en begrijpen

  • Beter functioneren in dagelijks leven

  • En nog veel meer…

Klinkt goed toch? Daarom hier een aantal praktische oefeningen waarmee je leert beter te concentreren. Het zijn korte oefeningen die je gewoon thuis op elk moment van de dag kunt doen. Probeer dagelijks minimaal 10 minuten hieraan te besteden en binnen no-time zul je een merkbare verbetering zien in je concentratie vermogen! Begin met de eerste oefening en doe hem dagelijks totdat je hem 5 minuten lang kunt doen zonder ergens anders aan te denken. Blijf eerlijk tegen jezelf en ga pas verder met de volgende oefening verder als je er zeker van bent dat je de huidige oefening met een volledige concentratie kunt uitvoeren.

Oefening 1
Pak een boek, sla hem open op een willekeurige pagina en tel de woorden van een paragraaf. Tel nog een keer om er zeker van te zijn dat je ze goed geteld hebt. Je begint met 1 paragraaf en zodra dit makkelijker gaat, tel dan de woorden op een hele pagina. Tel in je hoofd en alleen met je ogen, zonder met je vinger de woorden aan te wijzen.

Oefening 2
Tel in je gedachten terug van 100 naar 1.

Oefening 3
Zoals oefening 2, tellen van 100 naar 1, alleen nu met stappen van 3, dus: 100, 97, 94, 91, etc.

Oefening 4
Neem een stuk fruit, bijvoorbeeld een appel, en bekijk het van alle kanten. Richt er al je aandacht op en bestudeer hem goed. Probeer niet afgeleid te worden door gedachten die in je opkomen. Denk niet aan waar de appel vandaan komt, hoe duur die is, wat de voedingswaarde is etc. Gewoon kijken, voelen, ruiken en aanraken.

Oefening 5
Deze oefening is dezelfde als de vorige, alleen nu visualiseer je de appel met je ogen dicht. Probeer de appel te zien, te voelen en te ruiken in je gedachten. Vorm een duidelijk en helder beeld van de appel. Als het moeilijk wordt, doe dan je ogen open, kijk naar de appel (die er nog ligt van de vorige oefening), en ga dan weer verder.

Oefening 6
Als je voorgaande oefeningen onder de knie hebt, kun je met deze beginnen. Teken een geometrisch figuur zoals een driehoek, een rechthoek of een cirkel. Maak het ongeveer 10 cm. groot en kleur het in. Richt nu al je aandacht op dit figuur. Je ziet alleen dit figuur, voor jou is dat het enige wat er op dit moment bestaat, niets anders.

Oefening 7
Zelfde oefening als de vorige, alleen probeer je nu het figuur te visualiseren met je ogen dicht. Als het moeilijk wordt of je vergeet hoe het figuur eruit ziet, open dan je ogen en kijk naar het figuur. Sluit je ogen weer en ga verder met de oefening.

Oefening 8
Deze oefening is dezelfde als bovenstaande (oefening 8), alleen nu visualiseer je het figuur met de ogen open (zonder naar de figuur te kijken).

Oefening 9
Probeer om minimaal 5 minuten zonder gedachten te blijven. Deze zou je alleen moeten proberen als je de voorgaande oefeningen met succes afgerond hebt; deze oefeningen hebben het namelijk mogelijk gemaakt om rust in je hoofd te kunnen creëren. Naarmate je deze oefening vaker doet zal het steeds makkelijker worden.

Als je bovenstaande oefeningen met succes kunt uitvoeren staat niks je meer in de weg om een geweldig concentratie vermogen te krijgen!



Concentratieoefeningen

1. Met een voorwerp

Concentreer je gedurende een minuut op een voorwerp op je bureau zoals een pen, paperclip, elastiekje of iets dergelijks. Blijf een minuut alleen aan dit voorwerp denken.

Iedere keer dat je gedachten afdwalen, zet je een streepje op papier. Herhaal deze oefening iedere dag met steeds een ander voorwerp. Dwing jezelf steeds minder af te dwalen en houd je score bij. Voer de tijd langzaam op, steeds een halve minuut erbij. Concentreer je op de voorwerpen, niet bijvoorbeeld twee minuten op je vakantie want dat kost weinig inspanning. Juist denken aan het elastiekje, het kopje, de telefoon vergt concentratie.

2. Met een krant of tijdschrift.

Kijk geconcentreerd naar een bepaalde (kleuren)foto of reclametekening in een krant of tijdschrift. Leg de afbeelding weg en schrijf op wat je nog weet. Controleer dit en kijk aandachtig naar datgene wat je bent vergeten. Probeer steeds meer te onthouden. Zoek foto's, tekeningen en plaatjes uit waar veel op staat. Deze oefening kun je ook doen als je in de trein zit of in de rij bij de supermarkt staat te wachten. Neem je omgeving in je op en som op wat je hebt gezien.

· Teken, zonder ernaar te kijken, een voorwerp dat je dagelijks gebruikt: je horloge, een 5 euro-biljet, het kopieerapparaat, je busabonnement, de voorkant van je auto. Controleer dit. Deze oefening maakt je bewust dat je beter kunt leren waarnemen.

· Voor deze oefening moet je met een of meer personen zijn. Vraag de ander een willekeurig woord te zeggen. Jij spelt het woord nu hardop van achteren naar voren.

Draai steeds de rollen om. Probeer de woorden in gedachten voor je te zien. Je zult merken dat het veel concentratie vraagt. Bedenk steeds langere en moeilijkere woorden.

· Zeg de uitkomsten van de tafels van 11, 12, 15 en 19 op, en begin steeds bij de laatste

uitkomst. Dus 110, 99 enzovoort. Noem alleen de antwoorden, niet de som.

· Neem een willekeurig getal, bijvoorbeeld 463, en tel terug door er steeds 7 af te trekken.

Doe dit met diverse getallen.

Bron: Werkwijzer Snellezen en geheugentraining, Gerry de Bruin



Geestelijke oefening met figuren

Maak 3 figuren:



  1. U snijdt uit zwart karton een vierkant van 30 bij 30 centimeter en uit wit karton een vierkant van 4 bij 4 centimeter. Plak het witte vierkantje precies in het midden van het zwarte vierkant.

  2. U snijdt uit zwart karton een vierkant van 30 bij 30 centimeter. Maak een vijfpuntige ster met een doorsnede van 22 centimeter. Plak deze ster gecentreerd op het zwarte karton.

  3. U snijdt uit wit karton een vierkant van 30 bij 30 centimeter. Maak een cirkel van 10 centimeter uit kobaltblauw karton. Plak de cirkel gecentreerd op het witte vierkant.


oefening 1
Gebruik het eerste figuur. Plaats het dessin tegen een witte muur op ooghoogte. Er moet voldoende licht op vallen. Ga met een stoel op 1 meter afstand van het dessin zitten. Zorg dat u zich ontspant. Sluit uw ogen en stel fluweel zwart voor gedurende 2 minuten. Open uw ogen en tuur nu 3 minuten naar het dessin zonder uw ogen te knipperen. Richt uw ogen nu langzaam op de witte muur. Nu ziet u een nabeeld van een zwart vierkantje. Kijk er zolang mogelijk na. Als het beeld verdwijnt stelt u voor dat het er nog is. Sluit daarna uw ogen en probeer het zwarte vierkantje voor uw geest te halen. Her haal deze oefening een kwartier lang.

oefening 2
Gebruik het tweede figuur. Volg dezelfde aanwijzingen als bij oefening 1. Maar het gaat nu om de ster.

oefening 3
Gebruik het derde figuur. Ontspan u en sluit uw ogen waarbij u een zwart beeldscherm voorstelt gedurende 1 minuut. Open uw ogen en concentreer u op de blauwe cirkel. Ga nu inzoomen en maak het beeld van de cirkel groter. Daarna laat u hem weer terugwijken tot de ware grootte. Herhaal dit enkele malen. Ga vervolgens met uw ogen en rondgaande beweging maken om de blauwe cirkel: 5 maal rechtsom en daarna 5 maal linksom. Doe dit steeds sneller tot dat de cirkel gaat draaien als een tol. Dan langzaam uw draaiingen verminderen. Doe deze oefening 5 minuten.

oefening fotografisch geheugen
Doe hetzelfde als oefening 1 maar beeld u het hele proces in. Dus zonder gebruik te maken van het dessin.

oefening in waarnemen energieveld
Het lichaam straalt diverse soorten energie uit:

  • warmte-omhulsel

  • elektromagnetisch veld dat met hartwerking samenhangt

  • om het lichaam zit een wolk ionen

Naast deze energieën is er nog een aanvullend 'bioveld'. Als wij ons van deze energieën bewust worden zal ons waarnemingsvermogen en zelfbeheersing groter worden.

Ga ergens ongestoord liggen en ontspan u. Probeer de van uw lichaam uitgaande energie te bespeuren. De energiestraling is aan uw geestelijke controle onderworpen. Verbeeld u dat de omhullende energie tot ongeveer een meter buiten uw hele lichaam uitstraalt. Breidt het verder uit tot 3 meter. Bespeur de energietrillingen, lukt dit niet dan verbeeld u het. Ga verder tot 5 meter en tot het de hele kamer vult. Trek vervolgens langzaam het energieveld weer in tot 2 meter om u heen en ten slotte tot de normale omvang. Bij regelmatig oefenen ontdekt u uw eigen energievelden en die van anderen.























1. De stip. Als je je concentratiekracht wilt ontwikkelen, moet je het volgende doen. Was voordat je je gaat concentreren je gezicht en je ogen met koud water. Teken op ooghoogte een zwarte stip op de muur; ga op een afstand van ongeveer een meter voor de stip zitten en concentreer je op de stip. Probeer na een paar minuten te voelen dat wanneer je inademt, de adem van de stip komt en dat de stip ook inademt, omdat de stip adem van jou krijgt. Probeer te voelen dat er twee personen zijn: jijzelf en de zwarte stip die je op de muur hebt getekend. Jouw adem komt van die stip en de adem van de stip komt van jou.

Als je concentratie heel sterk is, dan voel je binnen tien minuten dat je ziel je verlaten heeft en in de zwarte stip op de muur is binnengedrongen. Probeer dan te voelen dat jij en je ziel met elkaar spreken. Je ziel brengt je naar de zielenwereld voor realisatie en jij brengt de ziel naar de materiële wereld voor manifestatie. Op die manier kun je je concentratiekracht heel makkelijk ontwikkelen. Maar het gaat niet vanzelf, je moet je er wel in oefenen. Er zijn een heleboel dingen die door middel van oefening heel makkelijk worden, maar juist omdat we niet oefenen krijgen we ook geen resultaat.

 

2. Visie en werkelijkheid. Een andere oefening gaat als volgt. Teken een hele kleine cirkel op de muur en teken in die cirkel een zwarte stip. De stip moet zwart zijn, dus niet blauw of rood of een andere kleur. Ga op een afstand van ongeveer een meter voor de muur zitten en vestig je aandacht op de cirkel. Ontspan je ogen en houdt ze halfopen. Laat de concentratiekracht vanuit het midden van je voorhoofd stromen. Open na drie of vier minuten je ogen helemaal en probeer te voelen dat je van top tot teen een en al oog bent. Je gehele fysieke bestaan is louter visie geworden en die visie is gericht op de stip in de cirkel. Begin vervolgens het voorwerp waar je je op concentreert te verkleinen. Probeer na een paar seconden te voelen dat je hele lichaam net zo klein is geworden als de stip op de muur. Probeer te voelen dat de stip een onderdeel van je eigen bestaan is geworden. Dring vervolgens de stip binnen, dring er doorheen, zodat je aan de andere kant komt. Bekijk vanaf die andere kant je eigen lichaam. Je fysieke lichaam bevindt zich aan de ene kant, maar op grond van je concentratie heb je je subtiele lichaam naar de andere kant kunnen brengen. Via je subtiele lichaam zie je je fysieke lichaam en via je fysieke lichaam zie je je subtiele lichaam.

Toen je je begon te concentreren werd je fysieke lichaam een en al visie. Op dat moment was de stip jouw werkelijkheid. Het moment waarop je de stip binnendrong werden visie en werkelijkheid een. Je was de visie en je was tevens de werkelijkheid. Toen je vanuit de stip naar jezelf terugkeek werd het proces omgedraaid. Op dat moment werd jij de visie buiten jezelf en de plaats waar je naar terugkeerde - je lichaam - werd de werkelijkheid. Op dat moment werden visie en werkelijkheid weer een. Als je de visie en de werkelijkheid op die manier kunt bekijken, dan is je concentratie absoluut perfect. Als de concentratiekracht jou naar de andere kant van de stip - die je de werkelijkheid noemde - kan brengen, dan bevindt je hele bestaan zich ver boven zowel visie als werkelijkheid. Wanneer je eenmaal voelt dat je visie en werkelijkheid getranscendeerd hebt, zal je grenzeloze kracht bezitten.

 

3. Mijn hart-vriend. Net zoals je je op het topje van je vinger kunt concentreren, of op een kaarsvlam of een ander voorwerp, kun je je ook op je hart concentreren. Je kunt je ogen sluiten of naar een muur kijken, maar de hele tijd denk je aan je hart als aan een goede vriend. Als de gedachte aan je vriend zeer intens wordt, als je al je aandacht op hem vestigt, ga je boven het gewone denken uit; dan concentreer je je. Je kunt je spirituele hart niet met je fysieke ogen bekijken, maar je kunt er wel al je aandacht op vestigen, zodat de concentratiekracht geleidelijk aan in je hart dringt en je uit het gebied van de geest weghaalt.

Als je niet helemaal zuiver bent, als je hart nog vol aardse verlangens is, dan moet je, voordat je je op je hart gaat concentreren, zuiverheid aanroepen. Zuiverheid is het gevoel dat er zich in de dieptes van je hart een levend altaar bevindt. Als je de goddelijke aanwezigheid van een innerlijk altaar voelt, word je automatisch gezuiverd. Dan wordt de concentratie op je hart zeer doeltreffend.

 

4. De hartslag van het leven. Er zijn zoekers die zich graag op hun hartslag concentreren. Als je dat doet, moet je vooral niet bang zijn dat je hart ineens zal stoppen en dat je doodgaat. Als je in het spirituele leven een echte held wilt zijn, kun je proberen je op je hartslag te concentreren. Dat is voor jou de gouden gelegenheid om het eindeloze leven binnen te gaan. Iedere keer als je het geluid van je hartslag hoort, moet je daar onmiddellijk je oneindige, onsterfelijke leven voelen.

 

5. De innerlijke bloem. Voor deze oefening heb je een bloem nodig. Kijk, met je ogen half open en half gesloten, een paar seconden naar de hele bloem. Probeer tijdens het concentreren te voelen dat je zelf die bloem bent. Probeer tegelijkertijd te voelen dat die bloem diep binnenin je hart groeit. Voel dat je de bloem bent en dat je aan het groeien bent in je hart.

Concentreer je dan geleidelijk aan op een bloemblaadje. Voel dat het bloemblaadje de zaadvorm is van je werkelijkheidsbestaan. Concentreer je een paar minuten later weer op de hele bloem en voel dat het de Universele Werkelijkheid is. Je moet het dus steeds afwisselen; eerst concentreer je je op het bloemblaadje - de zaadvorm van je werkelijkheid - en vervolgens op de hele bloem - de Universele Werkelijkheid. Houd je ogen tijdens deze oefening half open en laat geen enkele gedachte je geest binnendringen. Probeer je geest volkomen rustig, kalm en stil te maken.

Sluit na enige tijd je ogen en probeer diezelfde bloem in je hart te zien. Concentreer je vervolgens op die bloem in je hart en doe dat op dezelfde manier als je je op de materiële bloem concentreerde, met je ogen gesloten.


























Doelgroep: 7/8
Sectie: drama
Geschreven door: Meester Denny





Concentratie oefeningen voor onderbouw en bovenbouw

Wat hoor ik?

Luisterspel voor in de kring of gewoon in het lokaal. Kan ook op het plein.


Je neemt een doos met een aantal gewone voorwerpen erin verborgen. De kinderen keren zich om of sluiten de ogen. Ze moeten stil luisteren, want de leerkracht laat iets op de grond vallen. Gebruik het voorwerp en maak er geluiden mee. De kinderen moeten nu raden welk voorwerp dit was.
Daarna nog een keer laten vallen e.d. terwijl de kinderen kijken, dit is ervoor om het te bevestigen voor kinderen die het moeilijk vinden. Laat ook de kinderen dingen uit de doos halen voor de rest van de klas.

Suggesties: Laat twee dingen tegelijk vallen, of laat twee kinderen twee voorwerpen tegelijk behandelen. En het wordt pas echt leuk als je aan het eind iets laat vallen wat breekt, bijvoorbeeld een oud schoteltje.



Waar zit het geluid?

Laat de kinderen een geluid horen van een muziekinstrument. Een kind gaat daarna de klas uit. Een ander kind verstopt zich met het instrument. Het kind van de gang wordt teruggeroepen. Jij zegt dan: "Speel maar op het instrument." Het kind moet nu raden waar het geluid vandaan komt.

Suggesties: Vertel de groep dat ze niet naar de plek moeten kijken, waar het kind met het instrument verstopt zit. Je kunt natuurlijk ook andere voorwerpen gebruiken als je geen instrumenten hebt.

Ik hoor, ik hoor, wat ik niet kan zien.

Laat de kinderen tijdens, voor of na een spelles (gym) languit op de grond liggen. Ze mogen elkaar niet aanraken. Ogen dicht en goed luisteren naar de geluiden buiten het lokaal. Jij noemt een kind bij de naam en dat zegt, wat het op dat moment hoort. Daarna krijgt een ander de beurt.

Suggesties: laat de kinderen ook eens luisteren naar hun eigen lichaam. Misschien horen of voelen ze hun hartslag, geluidjes in hun buik of ergens anders. Je kunt dit natuurlijk ook in de klas doen. Je kunt ook een cd met geluiden gebruiken en als vervolg de kinderen laten uitbeelden wat er gebeurt.

Verschil in geluid (kleuters).

Er wordt een aantal instrumentjes uitgestald op een tafel. Jij laat alles zien, benoemt alles en laat de geluiden horen. Een (liefst een beetje ongeconcentreerd) kin gaat nu met de rug naar de groep toe staan. Een ander kind pakt een instrument en maakt muziek. Het eerste kind moet nu raden welk instrument er bespeel wordt en moet het omschrijven.

Suggesties: de rest van de groep controleert of de kleuter het goed doet. Je kunt ook laten raden naar meerdere instrumenten in één beurt.

Ademhaling.

Laat kinderen eens concentreren op hun ademhaling. Dit heeft ook veel te maken met de concentratie die ze in de klas hebben. Veel kinderen zijn vluchtig in de ademhaling, ze ademen ook vaak via de borst. Een goede ademhaling gaat altijd via de buik; adem in = buik uit, adem uit= buik in. Let hierbij ook op de houding. Met een houdingoefening kun jij als leerkracht meteen de kinderen eruit halen die niet goed ademen.

TIP: Laat alle kinderen rechtop staan: voeten gespreid - voeten op heupbreedte - knieën ligt geknikt zodat er geen spanning op de rug ontstaat. Kont achteruit en borst vooruit. Maak je zolang mogelijk met een holle rug. Wat gebeurt er nou? Doordat je de borstkast zo omhoog en vooruit moet doen (net alsof je trots bent) krijgen de kinderen die fout ademen, nu problemen. Alleen kinderen die door de buik ademen staan goed.

Concentreren op emoties en gevoelens met behulp van (Disney) muziek.

Deze opdracht is geschikt voor elke bouw. Maak het net zo moeilijk als dat jij zelf wilt. Verdeel de klas in groepjes. Geef elk groepje een kaart met daarop een opdracht. Bijv. Je speelt in een Jazzband en doe dit na. De instrumenten staan erbij vermeld. Ze moeten zich concentreren en inleven in hun rol. De klas mag raden. Nu mogen ze nog een keer optreden, alleen nu komt er muziek (en geluiden) bij. Ze moeten zich nu concentreren op de muziek want dat maakt veel duidelijk. Deze opdracht kun je weer net zo lang maken als je wilt en ju kunt dit uitbouwen andere oefeningen zoals ademhaling en zingen; concentratie op jezelf, je eigen lichaam en je stem.



Detective

De klas krijgt een aantal minuten om goed naar elkaar te kijken. Hierna moeten de ogen sluiten. Op dit moment wordt het verhaal verteld dat een kind is zoekgeraakt bij het schoolreisje naar de dierentuin. Op het moment dat het verhaal verteld wordt, wordt er heel stilletjes iemand uit de groep gehaald. De kinderen mogen hun ogen weer openen en moeten dan nagaan wie er ontvoerd is en aan de politieagent vertellen hoe hij/zij eruit ziet.



Hoofd voelen

Dit zou een aanvulling kunnen zijn op Detective.

Als aanvulling:
Een iemand uit de groep krijgt een blinddoek voor en moet aan het hoofd van het ontvoerde kind voelen. Wat hij voelt moet hij aan de agent vertellen. Als aanvulling moet een kind uit de groep even de klas uit omdat de rest nu gaat raden wie er ontvoerd is. Het is waarschijnlijk leuker om d it apart te doen zodat iedereen mee kan doen.

Als apart spel:


Een kind uit de kring wordt geblinddoekt. Hij komt bij de leerkracht staan. Deze wijst een ander kind aan dat er ook bij komt staan. Het geblinddoekte kind moet het hoofd van de ander betasten en daardoor raden wie het is.

Schoenen raden

De kinderen zitten in een kring. Een aantal kinderen doet zijn schoenen uit. Dit kan ook de hele groep zijn. De kinderen zetten hun schoenen voor zich neer. De rest van de klas kijkt er geconcentreerd naar. Dan worden de schoenen verstopt achter de ruggen. Een kind verlaat het lokaal. Nu worden er drie verschillende schoenen in het midden van de kring gelegd. Het kind wordt binnengeroepen en moet raden van wie de schoenen zijn.



Rugtekenen

De kinderen zitten in een kring. De leerkracht tekent met de vinger iets op de rug van het kind dat vooraan zit. Deze moet het weer tekenen bij zijn/haar buurman op de rug en zo de hele kring rond. De laatste moet het dan op het bord tekenen. Tijdens het spel kan de leerkracht STOP roepen en dan moet de laatste het op het bord tekenen. Dit is voor jonge kinderen beter te doen. Voor de hogere groepen is het leuk het de hele groep rond gaat.



Plaat laten zien

De leerkracht laat gedurende 30 seconden een plaat zien. De kinderen moeten de afbeelding goed in zich opnemen. Daarna wordt de plaat omgekeerd en wordt er door de leerkracht een vraag aan een leerling gesteld, is dit antwoord goed dan mag deze leerling een vraag aan een andere leerling stellen. Dit is voor elke bouw geschikt. Je kunt het zo moeilijk maken als jezef wilt. Ook kan de variant in levende lijve worden gespeeld. Dan verwijder je iets of iemand uit de klas. Nu moet een kind raden wat er veranderd is.



De Emotiebus

Waar: In het gymlokaal of in de klas, dat ligt aan de hoeveelheid ruimte dat je beschikbaar hebt. Organisatie: Je kunt de groep het best in 2 of 3 groepen verdelen, of dat er maar een paar meedoen en de rest toekijkt. Spreek af hoeveel passagiers er in totaal moeten instappen.

De emotiebus werkt als volgt. Er loopt (rijdt) een buschauffeur in de kring of door het lokaal. Deze stopt bij een halte en laat de passagier binnen. De passagier kijkt bijvoorbeeld blij. Dan kijkt iedereen die in de bus zit blij, in dit geval alleen de chauffeur en deze passagier. De bus rijdt verder, met de passagier en stopt vervolgens bij de volgende halte. Deze passagier kijkt weer anders, bijvoorbeeld boos. Nu moet iedereen in de bus boos kijken tot de volgende passagier instapt. Nadat een man of (bijvoorbeeld) 10 zijn ingestapt, gaan ze in omgekeerde volgorde weer eruit. Dus degene die er het laatst was ingestapt, gaat er als eerste weer uit. Als deze uitgestapt is, moet iedereen weer kijken als toen de een na laatste ingestapte. Ze moeten zelf onthouden welke emotie dat was. Zo gaan ze door totdat de laatste is uitgestapt.

Houdingspel Waar? In de klas is mogelijk. Organisatie: Alle kinderen staan in de klas. Handig is het als je ruimte maakt, waardoor iedereen dichter bij elkaar staat.

Het werkt als volgt. Elk kind krijgt een briefje met een nummer. De leerkracht zegt nummer 1. Deze neemt een houding aan die iedereen na moet doen. Nummer 1 gaat bijvoorbeeld op 1 been staan. Na een tijdje (zelf te bepalen) zegt de leerkracht nummer 2. Iemand neemt dus nu een andere houding aan, iemand steekt bijvoorbeeld een arm in de lucht en nu moet iedereen dat ook doen. Ze weten niet wie welk nummer heeft, dus moeten ze goed in de gaten houden wanneer de houding verandert. Zo ga je door totdat iedereen geweest is. Vervolgens zou je alle nummers door elkaar nog op kunnen noemen.

Een variant hierop is om dit te doen met emoties. Dan zit je in de kring en bij elk nummer verandert de gelaatsuitdrukking.

Omgekeerde wereld

Waar? Het handigst is het om in het gymlokaal te doen.


Organisatie: De kinderen zijn verspreid door het lokaal. De leerkracht staat op een overzichtelijk punt.

De leerkracht leest of vertelt een verhaal. Als de leerkracht zegt dat degenen die in het verhaal voorkomen moeten gaan staan, terwijl de kinderen in de klas al staan, dan moeten zij gaan zitten. De onderstreept woorden in het verhaal, geven aan wanneer de kinderen in actie moeten komen. Deze zou je met een klemtoon uit kunnen spreken. Dus de kinderen beelden het tegenovergestelde uit van wat er wordt gezegd.

Deze oefening is voor elke bouw geschikt. Je kunt het zo moeilijk maken als je zelf wilt. Bij de onderbouw is hier ook een leuk boekje voor dat heet: "Muisje Andersom." Het gaat over een klein muisje dat op een dag besluit alles andersom te doen, zoals; achteruit lopen, doei i.p.v. hallo zeggen, etc. Begin makkelijk bij kleuters met bijvoorbeeld zinnetjes: En nu gaat iedereen zitten! Alle kinderen gaan staan. Laat ook ruimte voor variaties: bijv. Nu gaat iedereen hinkelen! De kinderen moeten dus iets anders doen, maar laat ze zelf kiezen, zo is er differentiatie voor alle kinderen.

Les: Sollicitatie procedure.

1 kind gaat uit de klas en deze gaat solliciteren op een baan, alleen hij/ zij weet niet op welke baan ( moet dus goed luisteren en inspelen op de vragen en antwoorden van het welkomstcomité). 2 á 3 kinderen vormen het welkomstcomité en laten het kind binnen. Er is van tevoren door de hele klas bedacht op welk beroep gesolliciteerd gaat worden. De leerling komt vervolgens binnen en het welkomstcomité stelt de sollicitant vragen en laten iets over de reden waarom hij / zij komt solliciteren vertellen. Het kind dat komt solliciteren wil graag aan het werk, en moet dus inspelen op de personen tegenover hem door zo gauw mogelijk er achter te komen waar hij nu eigenlijk op solliciteert ( hij moet hierover geen vragen stellen, hij moet zichzelf aanprijzen). Als het kind er snel achter is, kan hij inspelen op de vragen ( zichzelf dus op de juiste manier aanprijzen zodat hij aangenomen word).



Les: De tolk.

Een groepje van 3 kinderen, 1 kind is een nieuwslezer,1 kind is tolk en een ander kind is iemand uit een ander land ( aangeraden word een chinees, japanner, turk, rus dit levert leuke gesprekken op). De nieuwslezer krijgt een opdrachtenkaartje met daarop aanwijzingen wat hij/ zij zou kunnen vragen. Je kunt dit gesprek plaatsen in een thema, bijvoorbeeld beroepen. De verslaggever stelt een vraag, welke de tolk moet gaan vertalen in de desbetreffende taal. De tolk krijgt een antwoord terug, en moet hierop direct na het verhaal van de buitenlander vertalen aan de nieuwslezer wat hij heeft gezegd, zo ontstaat een geinig gesprek, waarbij de kinderen goed moeten luisteren en moeten improviseren.



Raadseltje: Planeet.

Ergens op de wereld is een planeet, deze planeet is anders dan andere planeten. Op deze planeet leven veel mensen, maar geen vrouwen. Wel zijn er dames en mannen, maar geen heren. Hierna mogen de kinderen vragen gaan stellen en jij als verteller speelt hierop in. De essentie van dit raadsel is dat deze planeet iets niet heeft. Wat dat is, dat gaan we nog niet verklappen. houd de volgende zin aan: "Ze hebben wel/ niet ……………, maar wel/ geen………"




Concentratieoefeningen

1. Met een voorwerp

Concentreer je gedurende een minuut op een voorwerp op je bureau zoals een pen, paperclip, elastiekje of iets dergelijks. Blijf een minuut alleen aan dit voorwerp denken.

Iedere keer dat je gedachten afdwalen zet je een streepje op papier. Herhaal deze oefening iedere dag met steeds een ander voorwerp. Dwing jezelf steeds minder af te dwalen en houd je score bij. Voer de tijd langzaam op, steeds een halve minuut erbij. Concentreer je op de voorwerpen, niet bijvoorbeeld twee minuten op je vakantie want dat kost weinig inspanning. Juist denken aan het elastiekje, het kopje, de telefoon vergt concentratie.

2. Met een krant of tijdschrift.

Kijk geconcentreerd naar een bepaalde (kleuren)foto of reclametekening in een krant of tijdschrift. Leg de afbeelding weg en schrijf op wat je nog weet. Controleer dit en kijk aandachtig naar datgene wat je bent vergeten. Probeer steeds meer te onthouden. Zoek foto's, tekeningen en plaatjes uit waar veel op staat. Deze oefening kun je ook doen als je in de trein zit of in de rij bij de supermarkt staat te wachten. Neem je omgeving in je op en som op wat je hebt gezien.

Teken, zonder ernaar te kijken, een voorwerp dat je dagelijks gebruikt: je horloge, een 5 euro-biljet, het kopieerapparaat, je busabonnement, de voorkant van je auto. Controleer dit. Deze oefening maakt je bewust dat je beter kunt leren waarnemen.

Voor deze oefening moet je met een of meer personen zijn. Vraag de ander een willekeurig woord te zeggen. Jij spelt het woord nu hardop van achteren naar voren.

Draai steeds de rollen om. Probeer de woorden in gedachten voor je te zien. Je zult merken dat het veel concentratie vraagt. Bedenk steeds langere en moeilijkere woorden.

Zeg de uitkomsten van de tafels van 11, 12, 15 en 19 op, en begin steeds bij de laatste

uitkomst. Dus 110, 99 enzovoort. Noem alleen de antwoorden, niet de som.

Neem een willekeurig getal, bijvoorbeeld 463, en tel terug door er steeds 7 af te trekken.

Doe dit met diverse getallen.
Bron: Werkwijzer Snellezen en geheugentraining, Gerry de Bruin
CONCENTRATION MENTALE

Pour se concentrer facilement, il faut comme pour toute chose, apprendre à le faire, les exercices

suivants vous aideront à y parvenir progressivement ;

Installez-vous confortablement, asseyez-vous bien droit ou allongez-vous sur le dos, fermez les

yeux, respirez profondément, lentement avec tout votre abdomen. Quand vous serez suffisamment

détendu, vous pourrez commencer l'exercice proprement dit. La pièce doit avoir une température

agréable et être peu bruyante.

Exercice n°1 : apprendre à se concentrer.

Les yeux ouverts, portez votre attention sur un objet simple. Regardez-le bien en

étudiant comment il est fait, de quelles couleurs, de quelle matière, quelle forme

Observez-le attentivement durant 30 secondes à une minute puis fermez les yeux et revoyez cet objet

dans tous ses détails. Faîtes le même exercice sur une lumière ou sur un paysage au travers d'une

fenêtre.


Exercice n°2 : apprendre à gérer l'imagerie mentale.

Les yeux fermés, imaginez un tableau d'école. Imaginez que vous inscrivez des chiffres

de 1 à 9. Commencez par le 1. Ajoutez ensuite le 2 et lisez 12 ; ajouter ensuite le 3 et lisez 123 et ainsi

de suite jusqu'à 123456789.

Imaginez que l'on efface tous les chiffres impairs et relisez le résultat.

Exercice n°3 : apprendre à focaliser son attention.

Prenez, par exemple, un blason de 40 centimètres placé sur un mur, face à vous à

hauteur des yeux. Placez-vous à un mètre du blason et fixez attentivement la croix placée au centre du

jaune. Quand vous ne voyez plus que la croix et rien que la croix, arrêtez l'exercice.

Vous reprendrez cet exercice en éloignant le blason à deux mètres la prochaine fois en

vous concentrant toujours sur la croix. Vous reculerez ainsi votre blason chaque fois un peu plus afin

de ne plus voir que la croix. Au delà d'une certaine distance, il deviendra difficile de voir la croix, il

faudra pourtant la « voir » même s'il faut pour cela l'imaginer.



Exercice n°4 : utiliser ces notions sur le pas de tir.

Sur le pas de tir, arc en main et équipement complet, placez votre menton sur

votre poitrine, respirez profondément et lentement avec tout l'abdomen, détendez tous vos

muscles. Les mâchoires doivent être fermées mais les dents ne doivent pas être serrées.

Observez attentivement un détail du sol pour faire abstraction des bruits environnants.

Une fois le coup de sifflet de l'arbitre donné, reportez votre attention sur le centre du blason et visualisez

la croix (exercice n°3). Démarrez votre séquence de tir quand vous vous sentez prêt. Laissez faire votre

geste sans intervenir. Tirez votre flèche. Respirez profondément et recommencez. Si vous pensez être

suffisamment concentré, enchaînez toutes les flèches de la volée.

Entre chaque tir, il est inutile de rester concentré. N'utilisez votre concentration

maximale que lors de votre présence sur le pas de tir. Au contraire, utilisez le temps d'attente pour vous

détendre et vous reposer. Buvez un peu d'eau légèrement sucrée ou des jus de fruits, plaisantez avec vos

amis, ne pensez plus au tir.
La concentration : mécanisme et exercices

Internationaux d’ Italie 1997. Foro Italico. Après un match homérique en huitième de finale gagné à l’ arraché contre Monica SELES, Mary PIERCE triomphe en finale face à Conchita MARTINEZ, renouant ainsi avec la victoire après un an et demi d’ attente. La plus grande satisfaction de la française a été précisément de parvenir à se concentrer tout au long du match comme tout au long du tournoi. Voici son interview d’ après match :


J’ ai beaucoup travaillé ma concentration et je commence à m’ améliorer dans ce domaine. ( ... ) Le secret, en fait, c’ est de ne se préoccuper ni du futur ni du passé. De ne pas se demander si on va gagner ou perdre. Avant, je ne pouvais pas m’ en empêcher. Maintenant, tout ce à quoi je pense c’ est de donner cent pour cent de ce que je peux faire. Et lorsque que je parviens à ne penser qu’ à ça je joue bien. “
( L’ Equipe - 12/05/97 )

Pour Mary PIERCE, la clef de la concentration réside dans la capacité à rester dans le présent,


c’ est à dire “ de ne se préoccuper ni du futur ni du passé “.

En fait, être concentré c’ est obéir à la règle des 3 unités :

1/ Unité de personne :
je suis centré sur moi.
2/ Unité de lieu :
je suis ici.
3/ Unité de temps : je suis dans le présent.

Pour expliquer un manque de concentration, il est fréquent d’ entendre :
“ Je me suis trop préoccupé du public. Je n’ étais pas assez concentré sur moi et sur mon jeu.“
ou bien “ Aujourd’ hui, j’ étais ailleurs.” ou encore “ Pendant tout le 2e set, j’ étais totalement déconcentré car je n’ arrêtais pas de penser à cette volée facile ratée à la fin du 1er set. “

Dans ces trois exemples, l’ unité de personne ( moi ), l’ unité de lieu ( ici ) et l’ unité de temps ( maintenant ) ne sont pas respectées. Il s’ en suit un éparpillement de l’ attention. C’ est le phénomène de la déconcentration.

Pour résumer, on pourrait représenter le mécanisme mental de la concentration par la formule concentrée suivante :




MOI, ICI ET MAINTENANT

Quand je n’ arrive pas à me concentrer pendant un match, c’ est que j’ ai une fuite dans une ou plusieurs des trois unités. Il convient donc de repèrer d’ où vient la fuite.

Mon attention est-elle trop accaparée par les autres : spectateurs, adversaire, arbitre, joueurs du terrain d’ à côté, parents, amis, entraîneur, etc... ?

Mes pensées sont-elles en train de vagabonder dans un autre lieu que celui du match : le terrain d’ à côté, ma maison, l’ école, le bureau, mon club, etc... ?

Suis-je en train de me replonger mentalement dans le passé ( le point que je viens de perdre ) ou bien de me projeter dans le futur ( le prochain tournoi que je vais faire ) ?

Le fait de prendre conscience de l’ origine de la fuite de concentration est déjà le premier pas vers la reconcentration. Le deuxième consiste à zapper sur :

MOI, ICI ET MAINTENANT

Mais, comment est-il possible que quelque chose d’ aussi impalpable que la concentration puisse avoir un tel impact sur le jeu ? Quelle est donc la fonction de la concentration chez un joueur de tennis ?
C’ est tout simplement de concentrer à chaque instant toutes les ressources techniques, tactiques, physiques et mentales dont il dispose.
Prenez un faisceau lumineux diffus. Focalisez-le sur un point. Condensez-le. Concentrez-le au maximum : vous obtenez un rayon laser. Le laser a une telle puissance qu’ il peut percer et découper l’ acier. La puissance de la concentration mentale est comparable à celle du rayon laser. Elle permet de décupler les ressources conscientes habituelles et d’ établir la connexion avec les ressources inconscientes, créatives et intuitives qui ne demandent qu’ à être activées.

Quand un joueur déclare : “ J’ étais dans un état second.” ou bien “ J’ ai joué sur un nuage “ ou encore “ J’ étais comme dans un rêve.” , c’ est tout simplement qu’ il a expérimenté un état de concentration extrême. Les champions arrivent plus souvent que les autres à ce degré de concentration. C’ est ce qui explique leur capacité à se dépasser, à sortir de leurs limites conscientes, à se sublimer.

Comment faire pour atteindre ce degré de concentration ? Est-ce un don du ciel ?
Il existe bien sûr au départ une configuration mentale innée qui prédispose à la concentration. Mais comme le dit Mary PIERCE, il est possible de travailler sa concentration et de s’ améliorer dans ce domaine. Pour cela, il faut S’ ENTRAINER.

Je dois m’ entraîner à focaliser mon esprit sur un objet de concentration unique. Toute mon attention est centrée sur cet objet unique. La règle fondamentale est :



UN OBJET ET UN SEUL

Voici différents objets de concentration sur lesquels il est possible de se focaliser en match :



Pendant le jeu :
- la balle
- le bruit des rebonds et des frappes
- la respiration

Entre les points :
- le cordage de la raquette
- un mot ou une phrase répétés intérieurement
- la respiration

L’ espace mental du joueur doit être totalement accaparé par son objet de concentration. Nulle autre pensée consciente ne doit être présente.




Voici 5 exercices d’ entraînement pour développer votre concentration hors du court :
Exercice n° 1 : Prenez une balle. Posez-la devant vous. Fixez cette balle immobile. Focalisez-vous sur elle. Laissez-la occuper la totalité de votre espace mental. Entraînez-vous à faire cet exercice pendant un temps de plus en plus long. ( Visuel Externe )


Exercice n° 2 :
Fermez les yeux. Imaginez sur votre écran mental la balle de tout à l’ heure. Concentrez-vous sur cette image virtuelle. Augmentez progressivement la durée de l’ exercice.
( Visuel Interne )


Exercice n° 3 :
Prenez un métronome. Mettez-le en marche. Fixez votre attention sur les battements réguliers de ce métronome. Laissez ce rythme sonore occuper la totalité de votre espace mental. Si des pensées vous viennent, laissez-les passer comme un nuage qui passe.
( Auditif Externe )


Exercice n° 4 :
Choisissez un mot ( ou une phrase ) positif de préférence. Répétez-le intérieurement. Faites-le passer et repasser dans votre espace mental comme un disque rayé. Entraînez-vous à allonger de plus en plus la durée de cet exercice ( Auditif Interne )


Exercice n° 5 :
Mettez-vous à l’ écoute de votre respiration. Prenez contact avec la sensation de l’ air qui entre et qui sort de vos poumons. Laissez-vous bercer par votre respiration. Chaque inspiration amplifie votre état de concentration. Chaque expiration chasse les pensées parasites qui pourraient survenir. Inspirez par le nez. Expirez par la bouche.
( Auditif Externe + Kinesthésique Interne )


Voici 5 exercices d’ entraînement pour développer votre concentration sur le court :
Exercice n° 1 : Fixez votre attention sur la balle qui est en jeu. Remplissez votre espace mental avec cette balle en mouvement. Laissez les pensées parasites passer. Entretenez votre focalisation sur la balle et sur elle seule. ( Visuel Externe )


Exercice n° 2 :
Portez votre attention sur le bruit des rebonds et des frappes de votre vis à vis et de vous-même. Laissez-vous absorber par ce rythme. ( Auditif Externe )


Exercice n° 3 : Inspirez par le nez au moment de la frappe adverse. Expirez par la bouche au moment de votre frappe. Focalisez-vous sur votre respiration. Laissez-vous bercer par votre respiration. ( Kinesthésique Interne + Auditif Externe )


Exercice n° 4 :
Tandis que la balle est en jeu, répétez-vous mentalement avant chaque frappe un mot tel que : “ Avance “, “ Attaque “ , “ 100 % “ ou tout autre mot. Laissez ce mot occuper tout votre espace mental. ( Auditif Interne )


Exercice n° 5 : Entre les points, allumez dans votre écran mental une image virtuelle fixe ou en mouvement sur laquelle vous portez votre attention. Cela peut être un schéma tactique précis ou encore une image positive de vous-même. Vous pouvez également visualiser sur votre écran mental un mot écrit, par exemple : “ CALME “ , “ 100 % “ , “ ALLEZ “ , etc ... Pour faciliter la focalisation mentale sur ce mot écrit, il importe de choisir un mot court.

Antoni GIROD

La technique de la lecture en transparence?

Cette technique peut sembler (au premier abord)
rébarbative, mais elle donne de bons résultats.

Prenez une feuille de papier avec des inscriptions (texte) et essayez de la lire à l'envers par transparence. L'attention soutenue par l'exercice (déchiffrage + attention) vous permettra de stimuler votre concentration, notamment pour les études.



Comment vous concentrer efficacement ?

Je vais vous révéler deux techniques facile, mais qui demandent
un peu d'effort. Si vous vous exercez pendant deux semaines, vous obtiendrez des résultats surprenants !

Prenez un verre et remplissez-le à moitié. Puis, tendez-le à bout de


bras à hauteur des yeux. Essayez du mieux que vous pouvez de ne pas
faire bouger la surface de l'eau. Votre but doit être l'immobilité
de l'eau pendant au moins 3 minutes.

Autre exercice :

Avec une feuille de papier que vous pincez entre votre pouce et
votre index, essayez d'obtenir le même objectif que l'exercice précédent.
L'immobilité de la feuille.

La simplicité de ces exercices ne doit pas vous empêcher de le faire.


La concentration mentale est une merveilleuse qualité à développer
pour mieux réussir votre vie.




  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina