Het voorspel: "Als het niet anders kan, moeten er maar acties komen"



Dovnload 218 Kb.
Pagina1/7
Datum21.08.2016
Grootte218 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7
INHOUD
Verantwoording.................................
Inleiding......................................

Records gebroken............................

Een strijd om de macht......................
1. Het voorspel: "Als het niet anders kan,

moeten er maar acties komen"................

De tijdbom gaat tikken......................

Naar een duurzame vut-regeling..............

Het arbeidsvoorwaardenbeleid 1995...........

Het begin van de schermutselingen...........

De inzet van de werkgevers..................

De vut als struikelblok.....................

Een breuk in het cao-overleg................

Stukadoorswerkgevers vragen om trammelant...

"Alles bij elkaar een puinhoop".............

Harde acties worden voorbereid..............

De strijdbijl wordt opgegraven..............

Bloemen voor Brinkman.......................

De bonden stellen een ultimatum.............

Samen voor een goede cao....................

Een akkoord binnen handbereik...............

De werknemers lopen zich warm...............
2. De staking: "Jongens, gaan we plat?"........

Het draaiboek ligt klaar....................

De eerste klap..............................

Solidair met Teuntje........................

Post uit binnen- en buitenland..............

Stukadoors laten zich niets aansmeren.......

Een achterban om trots op te zijn...........

De werkgevers meppen terug..................

De sjouwers in de regio.....................

Schrijvers en praters.......................

Geen misverstanden over de inzet............

De administratieve ondersteuning............

15.000 kilo krenten en rozijnen.............

De sigarendoos van Vahstal..................

Het record wordt gebroken...................

De postkoets en de file.....................

Protesten uit de samenleving................

De pyloon van Peper.........................


3. De afloop: "Alleen die werkgevers moeten

nog even om"................................

Een feestje in Maastricht...................

Vahstal krijgt de rode kaart................

Het paasakkoord.............................

We hebben een prima cao.....................

Voor de poorten van de hel..................

Reacties en commentaren.....................

Algemeen verbindendverklaring ter discussie.

Een prestatie van formaat...................

4. De gevolgen: "Ik heb niet het gevoel dat er

diepe wonden zijn geslagen".................

De balans wordt opgemaakt...................

De financiële gevolgen......................

De verhoudingen in de bedrijfstak...........

Cao's worden algemeen verbindend verklaard..

Naar nieuwe vormen van actie?...............


Bijlagen....................................

A. Voorstellen van de Bouw- en Houtbond FNV

voor de cao voor het Bouwbedrijf............

B. Voorstellen van de Bouw- en Houtbond FNV

voor de cao voor het Stukadoors-, Afbouw-

en Terrazzobedrijf..........................

C. Nota AVBB over het arbeidsvoorwaardenbeleid

1995/1996...................................

D. Werkgeversvoorstellen voor de cao voor het

Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzobedrijf.....

E. Ultimatum van de bouwbonden aan de

werkgevers in het Bouwbedrijf...............

F. Ultimatum van de bouwbonden aan de

werkgevers in het Stukadoors-, Afbouw-

en Terrazzobedrijf..........................

G. Overzicht aantallen stakers per dag.........

H. Principe-akkoord over een nieuwe cao

voor het Bouwbedrijf........................

I. Principe-akkoord over een nieuwe cao

voor het Stukadoors- Afbouw- en

Terrazzobedrijf.............................
Bronnen en geraadpleegde literatuur............
Illustraties...................................

VERANTWOORDING


Vanwege het uitzonderlijke karakter van de staking van bouwvakkers en stukadoors in het voorjaar van 1995, heeft de Bouw- en Houtbond FNV besloten dit boek te laten samenstellen. Het geeft - in feiten, anekdotes, documenten en foto's - een overzicht van de staking, de oorzaken ervan en de gevolgen. Hoewel getracht is een realistisch beeld van de acties te geven, is het boek geschreven vanuit het perspectief van de Bouw- en Houtbond FNV.

Waar in de tekst geen bronaanduiding wordt gegeven, is meestal gebruik gemaakt van bondspublikaties of van door de auteur zelf vergaarde informatie. Zie voor een verdere opgave van bronnen ook het overzicht achterin dit boek.


INLEIDING


Records gebroken

Dankzij een goed ontwikkelde overlegeconomie wordt in Nederland relatief weinig gestaakt. Werknemers worden in ons land beschermd door een reeks van wettelijke maatregelen. En de cao's, waarin de arbeidsvoorwaarden worden geregeld, komen doorgaans tot stand in goed overleg tussen werkgevers- en werknemersorganisaties.

In de bouwnijverheid is dat niet anders. Het overleg over de bouw-cao, een van de grotere van het land en niet zelden trendsettend, verloopt altijd moeizaam maar meestal lukt het de partijen toch om er aan de onderhandelingstafel uit te komen.

In de periode tot aan de Tweede Wereldoorlog, kwamen stakingen in de bouw vooral voor bij afzonderlijke bedrijven of ze hadden een lokaal of regionaal karakter. Daarna ontstond in de bedrijfstak de traditie van de landelijke staking voor onbepaalde tijd. Tussen 1945 en het begin van de jaren negentig werd in de bouw zes keer gestaakt: in 1960, 1970, 1971, 1977, 1985 en 1990. De staking van 1960 was de meest omvangrijke. Het was de eerste grote naoorlogse staking die door de drie toenmalige vakcentrales (NVV, NKV en CNV) werd gesteund. De actie duurde twee weken en bijna veertigduizend bouwvakkers legden het werk neer. Er gingen 410.000 arbeidsdagen verloren.

Tegen die historische achtergrond, was de staking van bouwvakkers en stukadoors in het voorjaar van 1995 zeer uitzonderlijk. In een langdurig en grimmig cao-conflict stonden de werkgevers tegenover de bonden van FNV, CNV en HZC. Rond 36.000 werknemers zetten de hakken in het zand. Op 14 maart gingen de eerste werken plat; pas op 18 april, na 24 stakingsdagen, werd het werk in de bouw hervat. De werknemers in het stukadoorsbedrijf, die voor het eerst naar het stakingswapen grepen, bleven nog drie dagen langer in actie. Met een totaal van 642.400 verloren arbeidsdagen werd de staking de grootste uit de geschiedenis van de bouw- en houtnijverheid. Tegelijkertijd brak 1995 het record van 1946 en nestelde zich aan kop als het jaar met de meeste stakingsdagen van na de oorlog.
Een strijd om de macht

De inzet van het conflict in de bouw en bij de stukadoors was voor de vakbeweging het tot stand brengen van goede cao's. Door de harde opstelling van beide partijen ontaardde de staking echter in een regelrechte strijd over de machtsverhoudingen in de bedrijfstak. De werkgevers waren erop uit de vakbonden hun plaats te wijzen. Die wilden op hun beurt tonen dat de vakbeweging niet met zich laat spotten. De actiebereidheid en het uithoudingsvermogen van de werknemers was zo groot dat de werkgevers na vijf weken bakzeil haalden. Hun onderhandelaars hadden zich inmiddels zo diep ingegraven, dat ze moesten worden vervangen voor er uitzicht kwam op een doorbraak in het conflict.

Tijdens de acties wisten de bonden zich gesteund door de hele Nederlandse vakbeweging. Zeker in het licht van de zich verscherpende arbeidsverhoudingen was het cruciaal dat de bonden in één van de best georganiseerde bedrijfstakken van Nederland in de krachtmeting met de werkgevers overeind zouden blijven. FNV-voorzitter Johan Stekelenburg noemde na afloop van de staking het cao-resultaat in de bouw- en de stukadoorssector dan ook van grote betekenis voor de hele vakbeweging.

De staking van 1995 zal ongetwijfeld niet het laatste geschil zijn dat in de bouw en nevenbedrijven moet worden uitgevochten maar het ligt niet voor de hand dat er binnen afzienbare tijd acties komen van een vergelijkbare omvang. De bonden beraden zich op actiemodellen voor de toekomst die even effectief zijn als de staking voor onbepaalde tijd maar een minder groot beroep doen op de stakingskassen en het uithoudingsvermogen van de werknemers. Wat daarvan ook het resultaat is, de staking van 1995 zal een markante gebeurtenis blijven in de annalen van de Nederlandse arbeidersbeweging.

1. HET VOORSPEL
"Als het niet anders kan, moeten er maar acties komen"
Tussen 21 november 1994 en 9 februari 1995 wordt acht keer onderhandeld over een nieuwe bouw-cao maar er zit totaal geen schot in. Ook het cao-overleg bij de stukadoors raakt in een impasse. De bonden van FNV, CNV en HZC dreigen met harde acties. Als een laatste onderhandelingsronde in de bouw op de valreep mislukt, wordt een staking onvermijdelijk.

De tijdbom gaat tikken

Bekaf zijn ze maar tegelijkertijd blij en opgelucht, de onderhandelaars die elkaar op 24 maart 1993 feliciteren met een nieuwe, tweejarige bouw-cao. Ze staan op van de tafel waaraan ze zojuist na een slopende marathonzitting van 28 uur een principe-akkoord hebben gesloten. Het komt geen moment bij ze op dat ze daarin een bepaling hebben neergeschreven die de proloog zal blijken te zijn van de grootste bouwstaking uit de Nederlandse geschiedenis. In dat voorjaar van 1993 is zeven overlegrondes lang door de delegaties van werkgevers- en werknemersorganisaties in de bouw zeer moeizaam onderhandeld. De gesprekken zijn vanaf het begin overheerst door de nieuwe Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die het kabinet Lubbers/Kok kort daarvoor door het parlement heeft geloodst. In de nieuwe regeling krijgen werknemers die arbeidsongeschikt raken, te maken met een verslechtering van de hoogte en de duur van hun uitkering. In de wandeling wordt dat inkomensverlies al gauw het WAO-gat genoemd. De vakbeweging heeft fel oppositie gevoerd tegen de nieuwe wet; de werkgevers hebben er juist op aangedrongen. Er is de bonden alles aan gelegen om in de cao's de schade te herstellen. Ze willen afspraken maken die tot gevolg hebben dat arbeidsongeschikte werknemers tenminste 70 procent van hun laatstverdiende loon behouden. Dat moet in de onderhandelingen worden bevochten. In het principe-akkoord over de bouw-cao 1993/1994, dat op 24 maart tot stand komt, wordt het WAO-gat gerepareerd door middel van een collectieve regeling. De bouw is daarmee de eerste grote bedrijfstak die zo'n regeling tot stand brengt. Maar er staat nòg iets in het principe-akkoord. Het systeem voor vrijwillig vervroegd uittreden (vut) in de bouw blijft ongewijzigd tot januari 1995. Maar omdat de kosten ervan zo sterk stijgen dat ze onbetaalbaar dreigen te worden, zijn werkgevers en werknemers het erover eens dat de bestaande regeling niet tot in lengte van jaren kan worden gehandhaafd. Afgesproken wordt daarom dat er tijdens de looptijd van de nu afgesloten cao over een nieuwe en duurzame vut-regeling zal worden onderhandeld. De bonden zullen daarvoor nog hetzelfde jaar met voorstellen komen. Met die bepalingen, in de marge van het cao-akkoord, gaat een tijdbom tikken die twee jaar later tot ontploffing komt.


Naar een duurzame vut-regeling

De inkt van het cao-akkoord is nog niet droog of de Bouw- en Houtbond FNV zet al een eerste stap op weg naar een nieuwe vut-regeling. Op het Algemeen Congres, dat begin april 1993 in Groningen wordt gehouden, komt de vut aan de orde. Het gaat om een probleem dat zich niet beperkt tot de bouw maar dat in vrijwel alle bedrijfstakken de kop opsteekt. Vrijwillig vervroegd uittreden als cao-regeling is in de tweede helft van de jaren zeventig geïntroduceerd en in snel tempo zo populair geworden dat het nu aan zijn eigen succes ten onder dreigt te gaan. Er gaan dan ook al geruime tijd stemmen op om de vut maar helemaal af te schaffen maar dat stuit op hevig verzet van de werknemers. Niet in het minst van hen die werkzaam zijn in beroepen met een hoog slijtage-risico, zoals in de bedrijfstakken die behoren tot het werkgebied van de Bouw- en Houtbond FNV. Het congres stelt in een resolutie dan ook vast wat in grote lijnen de inzet van de bond moet zijn: "De regelingen voor vrijwillig vervroegd uittreden dienen ook voor de lange termijn gewaarborgd te zijn. Tijdig moet worden onderzocht hoe het financieel draagvlak daarvoor kan worden verwezenlijkt."

Op hetzelfde congres vindt ook de overdracht plaats van het voorzitterschap van de bond. Jan Schuller, die de bond acht jaar heeft geleid, overhandigt de voorzittershamer aan Roel de Vries. De Vries wordt later op zijn beurt als vice-voorzitter en eerste onderhandelaar over de bouw-cao opgevolgd door bondsbestuurder Bram Visser.
Als in de herfst van datzelfde jaar het algemeen arbeidsvoorwaardenbeleid voor 1994 in de bond besproken wordt, komt de vut-problematiek prominent op de agenda te staan. In de tussenliggende maanden hebben de deskundigen van de bond gestudeerd op een vut-regeling die betaalbaar is en garanties biedt voor de toekomst. Het bondsbestuur komt op basis daarvan met een voorstel. Voor de financiering van de vut moet, zo is het plan, worden afgestapt van alleen het bestaande omslagstelsel. In een omslagstelsel betalen alle werknemers samen door middel van premies de uitkering van hun collega's in de vut. Doordat er zo massaal van de regeling gebruik wordt gemaakt, lopen die premies erg hoog op. Daar komt nog bij dat de werknemers die het geld moeten opbrengen geen enkele garantie hebben dat zij te zijner tijd ook van een dergelijke regeling kunnen profiteren. Daarom moet het omslagstelsel in de toekomst worden gecombineerd met een opbouwstelsel, waarin werknemers sparen voor hun eigen toekomstige vut. Zij bouwen daardoor zelf een potje op waaraan ze, als het zover is, daadwerkelijk rechten kunnen ontlenen. Om de premie voor de vut beheersbaar te houden, wordt in het voorstel uitgegaan van een vast bedrag dat de werknemer als basis via het omslagstelsel krijgt op het moment dat hij vervroegd wil uittreden. Daarbij wordt gedacht aan 400 procent van het jaarloon. Dat geld kan de werknemer, binnen bepaalde randvoorwaarden, naar eigen inzicht besteden. Wie bijvoorbeeld pas op 60-jarige leeftijd stopt met werken, heeft vijf jaar lang (tot aan zijn pensionering) recht op 80 procent van zijn laatstverdiende loon. Wie eerder uit het arbeidsproces wil stappen, met 57 jaar als ondergrens, moet het beschikbare geld over een langere periode uitsmeren. Het moet ook mogelijk worden met deeltijd-vut te gaan, zodat de werknemer zijn inkomen deels uit loon en deels uit het vut-fonds verwerft.

Door middel van het nieuw te introduceren opbouwstelsel kan de werknemer op vrijwillige basis bijsparen om zijn uitkering te verhogen. Vanzelfsprekend moet er een overgangsregeling komen voor werknemers die al te dicht bij de vut-leeftijd zijn om nog een eigen potje te kunnen opbouwen.


Dit plan voor een duurzame vut-regeling wordt besproken en onderschreven door de achterban van de Bouw- en Houtbond FNV. Op basis daarvan wordt een concreet voorstel geformuleerd voor de bedrijfstak bouw. Dat wordt afgestemd met de Hout- en Bouwbond CNV en de vakvereniging voor machinisten Het Zwarte Corps, die samen met de Bouw- en Houtbond FNV de werknemerspartijen zijn van de bouw-cao. Zoals afgesproken in het cao-akkoord wordt het plan nog eind 1993 als een gezamenlijk voorstel van de drie bonden voorgelegd aan de werkgevers als uitgangspunt voor de onderhandelingen. In de loop van 1994 komen werkgevers en werknemers twee keer bijeen om erover te praten. De gesprekken blijven zonder resultaat, vooral omdat de werkgevers weinig haast maken.
Het arbeidsvoorwaardenbeleid 1995

Terwijl de maanden verstrijken zonder dat er vorderingen worden gemaakt met het herstructureren van de vut-regeling, komt het moment dichterbij dat de in 1993 afgesloten tweejarige bouw-cao afloopt en moet worden vernieuwd. In het najaar van 1994 worden daarvoor de werknemersvoorstellen ingediend. De inzet van de Bouw- en Houtbond FNV is een cao met een looptijd van een jaar. Belangrijkste punten in de voorstellen zijn:

* werkgelegenheidsmaatregelen voor zogenaamde moeilijke groepen zoals langdurig werklozen en allochtonen;

* afspraken om gedeeltelijk arbeidsgeschikten kans te geven op een arbeidsplaats (door de herkeuringen die op grote schaal plaatsvinden als gevolg van de nieuwe WAO worden meer mensen gedeeltelijk arbeidsgeschikt bevonden);

* maatregelen op het gebied van de arbeidsomstandigheden;

* handhaving van de prijscompensatie

(Bijlage A: Voorstellen van de Bouw- en Houtbond FNV voor de cao voor het Bouwbedrijf)

De onderhandelingsruimte wordt door de bonden geschat op 3,5 procent. Daarvan is 2,25 procent nodig voor de prijscompensatie. De resterende 1,25 procent kan worden ingezet voor werkgelegenheidsafspraken. Als er werkgelegenheidsafspraken tot stand komen die meer dan die 1,25 procent kosten, kan eventueel een stukje prijscompensatie worden ingeleverd. Die wat ingewikkelde formulering is het resultaat van een indringende discussie in de bondsraad over het algemeen arbeidsvoorwaardenbeleid voor 1995. De bondsraad heeft, op basis van ervaringen in de afgelopen jaren, geen vertrouwen meer in de werkgevers op het punt van werkgelegenheidsafspraken. Daarom weigert het wetgevend orgaan van de bond om voor dat doel bij voorbaat een deel van de prijscompensatie in te zetten. Alleen als daadwerkelijk blijkt dat er in een bepaalde cao goede afspraken kunnen worden gemaakt, mag het bondsbestuur in samenspraak met de vakgroepsraad in de betreffende sector besluiten een deel van de prijscompensatie ter beschikking te stellen.

Aan de vut maakt de bond in zijn voorstellen weinig woorden vuil: "We gaan ervan uit dat eind 1994 door cao-partijen afspraken zijn gemaakt over een nieuwe vut-regeling. Dit overeenkomstig de bij de vorige cao-onderhandelingen gemaakte afspraken."
Het begin van de schermutselingen

Ketelmuziek, zo wordt het gekrakeel wel genoemd dat traditiegetrouw aan het cao-overleg voorafgaat. Ook ditmaal blijft het niet uit. De schermutselingen beginnen als voorzitter H. Barth van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), de overkoepelende werkgeversorganisatie in de bouw, de publiciteit zoekt. Barth, die in zijn nadagen is als AVBB-voorzitter, laat weten niets te zien in werkgelegenheidsafspraken voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten en andere moeilijke groepen. Bondsvoorzitter Roel de Vries grijpt de vergadering van de bondsraad op 7 november aan om hem van repliek te dienen. Hij is ontstemd over de wijze waarop Barth met zijn uitspraken de toon zet voor het cao-overleg. "In de visie van Barth mag je de versleten werknemers gewoon aan de kant zetten en ze inwisselen voor sterke, jonge mensen. Dat vind ik onbegrijpelijk en asociaal", aldus De Vries. Ook het feit dat de vakbeweging door de werkgevers graag wordt afgeschilderd als een starre club die flexibiliteit tegenhoudt, valt bij de bondsvoorzitter verkeerd. De bouwnijverheid loopt naar zijn mening juist voorop als het om flexibiliteit gaat. Hij kaatst de bal terug naar het werkgeverskamp. "De bond heeft zelf in het verleden voorstellen gedaan over zaken als andere werktijdenregelingen, bedrijfstijdverlenging, deeltijdarbeid en het soepeler omgaan met vakanties en roostervrije dagen maar die zijn toen door de werkgevers van tafel geveegd", zo roept hij in herinnering. Hij voegt daaraan toe dat de bond ook deze keer bereid is met de werkgevers te praten over flexibele bedrijfs- en arbeidstijden. Maar daar moet wel iets tegenover staan, met name op het punt van de werkgelegenheid. De bondsvoorzitter haalt bij voorbaat een streep door de illusie bij werkgevers dat met de bond te praten zou zijn over de vrije zaterdag als gewone werkdag. Roel de Vries: "De zaterdag is hoogstens een extra werkdag die gebruikt kan worden bij calamiteiten in specifieke sectoren. Het is dan ook niet meer dan normaal dat werknemers daarvoor een toeslag krijgen."


Niet alleen in de bouw maar in vrijwel alle bedrijfstakken waar de Bouw- en Houtbond FNV actief is, staan cao-onderhandelingen op stapel. Dat geldt ook voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzobedrijf. De bond zet daar in op een eenjarige cao met een pakket aan maatregelen om de werkgelegenheid te bevorderen. Met betrekking tot de lonen wordt een soortgelijk voorstel gedaan als in de bouw. De eindejaarsuitkering voor WAO'ers moet in elk geval gehandhaafd blijven in de stukadoors-cao, vindt de bond. (Bijlage B: Voorstellen van de Bouw- en Houtbond FNV voor de cao voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzobedrijf)
De inzet van de werkgevers

De werkgevers hebben zo hun eigen ideeën over wat er in de nieuwe cao moet worden opgeschreven. Ze trekken dit keer zelfs meer stokpaardjes uit de kast dan gewoonlijk. In de bouw opteren ze voor een meerjarige cao waarin de nadruk moet liggen op verkleining van de wig (het verschil tussen bruto- en nettoloon) en vergroting van de flexibiliteit. Zoals gebruikelijk laat in de ogen van de werkgevers de financiële situatie van de bedrijfstak het nauwelijks toe dat er geld wordt gestoken in de nieuwe cao. Ze stellen zich daarom voor om verbeteringen van de arbeidsvoorwaarden te realiseren "door herschikking van het pakket onder de conditie dat het niveau van arbeidskosten ten opzichte van de huidige situatie niet verder stijgt". In gewoon Nederlands blijkt dat te betekenen dat reeds verworven rechten als roostervrije dagen en de automatische prijscompensatie moeten worden ingezet voor het betalen van de werknemersvoorstellen. Van het Vakantie- en het Risicofonds willen de werkgevers af. Deze fondsen waarborgen collectief de rechten van werknemers met betrekking tot de vakantie-uitkering en de doorbetaling van het loon bij vakantie-, snipper- en feestdagen en bij vorstverlet. Werken op ongewone tijden, zoals in het weekend, zou niet meer extra moeten worden beloond. (Bijlage C: Nota AVBB over het arbeidsvoorwaardenbeleid 1995/1996)

De werkgevers in het stukadoorsbedrijf kondigen aan dat ze de automatische prijscompensatie niet meer zien zitten. Ze willen bovendien de uitkering bij ziekte terugbrengen tot 80 procent van het loon en per ziekmelding twee wachtdagen voor rekening van de werknemer invoeren. De bestaande cao-bepalingen met betrekking tot de eindejaarsuitkering voor WAO'ers, de bovenwettelijke aanvulling op de Werkloosheidswet in de eerste acht weken en de collectieve herverzekering van het WAO-gat moeten worden afgeschaft. (Bijlage D: Werkgeversvoorstellen voor de cao van het Stukadoors-, Afbouw en Terrazzobedrijf)
De vut als struikelblok

De onderhandelingen over een nieuwe cao voor het Bouwbedrijf, zoals de officiële naam luidt van het contract waaronder bijna 200.000 werknemers vallen, beginnen op 21 november op het hoofdkantoor van de Bouw- en Houtbond FNV in Woerden. Er schuiven enkele nieuwe hoofdrolspelers aan tafel. Bram Visser, sinds kort vice-voorzitter van de Bouw- en Houtbond FNV, gaat de delegatie van zijn bond leiden en wordt de eerste woordvoerder van de werknemersorganisaties. Zijn tegenvoeter in het werkgeverskamp is de Amersfoortse aannemer ing. J.J. Vahstal. Hans Vahstal is vertegenwoordiger van het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid (NVOB), één van de toonaangevende lidorganisaties van het AVBB. Hij maakte ook in het verleden al deel uit van de onderhandelingsdelegatie van de werkgevers maar wordt nu de aanvoerder. Hij staat bekend als een voorstander van de harde lijn, die niet in is voor halfzachte compromissen. In de persoon van H. Mol, directeur van een wegenbouwbedrijf in Grijpskerk, leveren de werkgevers de voorzitter van het cao-overleg. Bram Visser en zijn secondanten trekken in de onderhandelingen op met de delegaties van de andere werknemersorganisaties in de bouw, de Hout- en Bouwbond CNV en de machinistenvakvereniging Het Zwart Corps (HZC), aangevoerd door respectievelijk hun voorzitters Freek van der Meulen en Luit Middendorp.

Als de besprekingen beginnen, blijkt vrijwel meteen dat de vut-problematiek een groot struikelblok vormt. Van het voornemen om die tussentijds te regelen is niets terechtgekomen. Tijdens de eerste paar bijeenkomsten wordt over bijna niets anders gesproken en àls andere punten al aan de orde komen, blijft de schaduw van de vut over het overleg hangen. Na vier onderhandelingsronden uit Bram Visser zijn gram daarover in FNV Magazine, het bondsblad van de Bouw- en Houtbond FNV. "We hadden de onderhandelingen over de vut losgekoppeld van de besprekingen over de bouw-cao, juist om te voorkomen dat die zaken door elkaar heen zouden gaan lopen", zegt hij. "We hadden er al ruimschoots afspraken over kunnen maken. Nu moeten we de vut-regeling noodgedwongen meenemen als onderdeel van de cao-onderhandelingen."



  1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina