Hoe kan een lokale investering in toegankelijkheid een investering zijn in de toekomst?



Dovnload 0.51 Mb.
Pagina1/20
Datum21.08.2016
Grootte0.51 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20


Hoe kan een lokale investering in toegankelijkheid een investering zijn in de toekomst?

PGO Diversiteitsmanagement

Eindverslag voor Instituut voor de Overheid – KU Leuven

Mark Van Assche


2011

Inhoudstafel





Inhoudstafel 2

Bijlagen 3

1. SITUERING 4

2. REGELGEVING 7

2.1.2. Het Verdrag van Lissabon 7

2.1.3. EIDD's Stockholm Verklaring, 09 mei 2004 8

non-discriminatie wetgeving 8

2.1.4. Gelijke kansen en evenredige arbeidsdeelname 9

2.1.5. Wetgeving op de toegankelijkheid van de publieke omgeving 9

3. Concrete vormgeving op lokaal vlak 11

3.1.2. De specifieke verantwoordelijkheden van een lokaal bestuur 13

3.1.2.1. Het lokaal Sociaal Beleid - Toegankelijkheidsbeleid en de rol van het sociaal huis 14

3.1.2.2. De lokale overheid als werkgever 16

3.1.2.3. Deelname aan het maatschappelijke leven 22

A. Deelname aan het verenigingsleven 22

B. Lidmaatschap van adviesraden 22

C. Deelname aan de politieke besluitvorming 23

3.1.2.4. Het Onderwijsbeleid 24

3.1.2.5. Het Vrijetijd –beleid 25

A. Sport 26

B. Cultuur 27

C. Jeugd 27

3.1.2.6. Armoedebeleid 28

3.1.3. Buiten haar specifieke verantwoordelijkheden 28

4. Bedenkingen en verbetervoorstellen bij het uitwerken van een integraal toegankelijkheidsbeleid door lokale besturen 29

4.1.2. De sociale toegankelijkheid en de toegankelijkheid van het ‘sociale huis’ 36

4.1.3. De Lokale overheid als werkgever 37

4.1.3.1. tewerkstelling binnen het eigen bestuur 37

4.1.3.2. lokaal bestuur als regisseur van de lokale tewerkstelling 39

4.1.4. Onderwijs 39

4.1.5. Vrije Tijd 40

4.1.5.1. Sport 41

4.1.5.2. Cultuur 41

4.1.6. Armoedebeleid 41

5. Algemeen besluit 43

Dankwoord 44

Lijst van gebruikte afkortingen 45

Referenties 46

BIJLAGE 1 ‘Universal Design’ 49

BIJLAGE 3 Handicap en Arbeid Deel II, Beleidsontwikkelingen 56

(Update December 2009) P12-14, Eric Samoy, 56

BIJLAGE 4 Schriftelijke Vraag 244, H. Stevens, 7 september 2005 58

BIJLAGE 5 Parlementaire vraag Helga Stevens – 04.05.2010 65

Bijlage 6: Schriftelijke parlementaire vraag 419, C. Franssen, 22 juni 2010 70

Bijlage 7: de trein met een handicap heeft een vertraging van 24 u, Gelieve ons te verontschuldigen 76

Bijlage 8: Krantenartikel BUREN VERBIEDEN GEHANDICAPTE HELLING AAN DEUR 77

Bijlage 9: Samenwerkingsovereenkomst kansenpas – Aalst 78

Bijlagen


Inhoudstafel 2

Bijlagen 3

1. SITUERING 4

2. REGELGEVING 7

2.1.2. Het Verdrag van Lissabon 7

2.1.3. EIDD's Stockholm Verklaring, 09 mei 2004 8

non-discriminatie wetgeving 8

2.1.4. Gelijke kansen en evenredige arbeidsdeelname 9

2.1.5. Wetgeving op de toegankelijkheid van de publieke omgeving 9

3. Concrete vormgeving op lokaal vlak 11

3.1.2. De specifieke verantwoordelijkheden van een lokaal bestuur 13

3.1.3. Buiten haar specifieke verantwoordelijkheden 28

4. Bedenkingen en verbetervoorstellen bij het uitwerken van een integraal toegankelijkheidsbeleid door lokale besturen 29

4.1.2. De sociale toegankelijkheid en de toegankelijkheid van het ‘sociale huis’ 36

4.1.3. De Lokale overheid als werkgever 37

4.1.4. Onderwijs 39

4.1.5. Vrije Tijd 40

4.1.6. Armoedebeleid 41

5. Algemeen besluit 43

Dankwoord 44

Lijst van gebruikte afkortingen 45

Referenties 46

BIJLAGE 1 ‘Universal Design’ 49

BIJLAGE 3 Handicap en Arbeid Deel II, Beleidsontwikkelingen 56

(Update December 2009) P12-14, Eric Samoy, 56

BIJLAGE 4 Schriftelijke Vraag 244, H. Stevens, 7 september 2005 58

BIJLAGE 5 Parlementaire vraag Helga Stevens – 04.05.2010 65

Bijlage 6: Schriftelijke parlementaire vraag 419, C. Franssen, 22 juni 2010 70

Bijlage 7: de trein met een handicap heeft een vertraging van 24 u, Gelieve ons te verontschuldigen 76

Bijlage 8: Krantenartikel BUREN VERBIEDEN GEHANDICAPTE HELLING AAN DEUR 77

Bijlage 9: Samenwerkingsovereenkomst kansenpas – Aalst 78




  1. SITUERING


Een deel van de lokale bevolking bestaat uit mensen met een handicap. Door een handicap worden mensen belemmerd in hun functioneren. Hierdoor verkeren zij in een kwetsbare en doorgaans ongelijkwaardige positie.

Het is als lokale overheid belangrijk om te voorkomen dat mensen met een handicap in een isolement raken. Zelfstandigheid, maatschappelijke deelname en participatie zijn sleutelbegrippen hierbij. Het is opvallend dat steeds meer mensen met een beperking trachten te participeren aan alle sociale, culturele en maatschappelijke activiteiten in de samenleving.

Maar bij ‘maatschappelijke deelname’ gaat het om alle terreinen van het leven: wonen, mobiliteit, werken, hulp, vrije tijd en sociale contacten. Zelfstandig leven en participatie zijn voor mensen met een handicap niet vanzelfsprekend maar wel mogelijk door gebruik te maken van allerlei regelingen, kenniscentra, hulpmiddelen, voorzieningen en ondersteuning.

Van al deze mogelijkheden weet hebben, er gebruik maken of het verkrijgen van deze regelingen, middelen en/of voorzieningen, is niet altijd eenvoudig.

In de zoektocht naar een geschikte oplossing wordt er maar al te vaak ‘maatwerk’ voor mensen met een beperking naar voor geschoven. Hierdoor krijgt deze groep een aparte behandeling en benadering. Deze handelswijze brengt met zich mee dat de maatschappij, naar mijn oordeel vaak onbewust, mede verantwoordelijke is voor de creatie en/of de instandhouding van stigmatiserend en marginaliserend denken.

Kortom, de samenleving is onvoldoende toegankelijk voor mensen met een beperking. Volwaardig burgerschap, d.w.z. levenslang en levensbreed deel uitmaken van een toegankelijke samenleving, is nog geen gemeengoed.

Een kleine analyse van diverse toegankelijkheidsproblemen maakt duidelijk dat andere bevolkingsgroepen gelijkaardige problemen ondervinden.


  • Iemand wil een uitstapje maken maar vindt de nodige informatie niet of slechts moeizaam.

  • Mensen hebben het moeilijk om de inhoud van een brochure te begrijpen.

  • Kinderen en volwassenen met een kleine gestalte kunnen niet aan een bel die 1m70 hoog hangt.

  • Een oudere persoon met een rolstoel struikelt over de oneffenheden van het voetpad.

  • Een persoon met een gebroken been heeft het moeilijk om het openbaar vervoer te gebruiken.

  • Een leverancier met een zware last moet doos per doos binnenbrengen omdat zijn wagentje de vijf treden naar de ingang niet kan nemen.

  • Voldoende brede vrije doorgang naar kasten en rekken maakt het voor zowel een ouder met een kinderwagen als een rolstoelgebruiker makkelijk om in de zaak of supermarkt boodschappen te doen.

Het mag duidelijk zijn dat toegankelijkheid een basiskwaliteit voor de leefomgeving van iedereen is en de basisvoorwaarde is om evenwaardig te kunnen leven in de samenleving. Anders gesteld, een toegankelijke leefomgeving en dienstverlening zijn de sleutel tot een volwaardige maatschappelijke integratie en participatie van iedereen. De burger verwacht een excellente, toegankelijke dienstverlening van bedrijven, maar evenzeer van overheden en van de non-profitsector.

Concreet betekent het dat gebouwen, omgeving en dat dienstverlening bereikbaar, betreedbaar en bruikbaar moeten zijn voor iedereen en iedereen er op een onafhankelijke en gelijkwaardige wijze moet kunnen gebruik van maken en dat er over gewaakt wordt dat verschillende behoeften van mensen op een vanzelfsprekende wijze geïntegreerd worden.

Toch wens ik hier een drietal kanttekeningen te maken bij de idee van ‘integrale toegankelijkheid’.

Ten eerste om een zo optimaal mogelijk beleid te voeren, is het noodzakelijk om aan ‘kruispuntdenken’ te doen. Ieder mens staat op het kruispunt van een aantal diversiteitkenmerken. Denk maar aan een vrouw van middelbare leeftijd met een beperking, een oudere met een chronische aandoening die over een laag inkomen beschikt, een jonge laaggeschoolde van vreemde herkomst met een beperking …. Alle elementen maken op zich deel uit van de individuele identiteit maar komen ook voor als een kruispunt van verschillende kenmerken. Alle ordeningskenmerken spelen gelijktijdig hun rol en spelen op elkaar in. Vandaar dat het van groot belang blijft de verschillende noden en wensen van mensen op een vanzelfsprekende wijze te integreren. Op deze manier worden ze bruikbaar voor iedereen. Momenteel wordt er nog al te vaak gedacht in functie van de ‘gemiddelde gebruiker’. Dit heeft als logisch gevolg dat personen met een beperking er meestal tussenuit vallen.



Ten tweede is het niet realistisch te geloven dat een Categoriaal beleid, (in tegenstelling tot het inclusieve beleid), waarbij afzonderlijke structuren voor sociaal achtergestelde groepen (waaronder personen met een handicap) niet meer moet voorzien worden.

Ten derde dienen lokale bestuurders er zich van bewust te zijn dat een deel van de groep mensen met een handicap van allochtone afkomst is. Het hebben van een andere etnische en culturele achtergrond kan het proces van verwerven van zelfstandigheid en maatschappelijke deelname verzwaren vanwege o.a. taal- en culturele barrières.

Dit document is opgebouwd uit drie grote delen.

In een eerste deel geef ik een overzicht van de verschillende wettelijke kaders waarbinnen de lokale overheid een beleid kan en/of moet voeren. Gezien onze Belgische en Vlaamse wet- en regelgeving vaak het gevolg is van internationale afspraken, vind ik het logisch deze internationale achtergrond te schetsen.

In een tweede blok heb ik getracht te verduidelijken hoe de verschillende toegankelijkheidswetgevingen concreet vorm krijgen op lokaal vlak. Het mag duidelijk zijn dat het gaat over alle soorten van toegankelijkheid gaande van de fysische toegankelijkheid tot het belang van communicatie. Gemeente en OCMW’s zijn als meest burgernabije bestuur best geplaatst om diensten aan de burgers te leveren. Maar lokale besturen zijn vaak ook het eerste aanspreekpunt in het maken van de juiste keuzes in het versnipperde aanbod van dienst- en hulpverlening tussen diverse overheden, de profit- en non-profitorganisaties. Een toegankelijk dienst- en hulpverleningsaanbod zijn voor lokale besturen bijgevolg een enorme uitdaging.

In het laatste deel presenteer ik enkele bedenkingen en aanbevelingen opdat de werking van lokale besturen kan evolueren van een integraal toegankelijkheidsbeleid naar een inclusief beleid. Immers inclusie wordt vaak geassocieerd met mensen die niet langer in een instelling wonen, maar in een eigen huis, in een gewone woonwijk. Toch volstaat geïntegreerd wonen op zichzelf niet om van inclusie te spreken. Inclusie betekent ook dat de ondersteuning van de persoon met een handicap een verantwoordelijkheid is geworden van de hele samenleving, en niet alleen van gespecialiseerde diensten of voorzieningen. Alle beleidsdomeinen van de overheid (zoals de domeinen wonen, werk, vrije tijd of toerisme) hebben de taak om personen met een handicap vanuit hun eigen invalshoek te ondersteunen.

Rest me tot slot van deze situering kort enkele grenzen af te bakenen. Ik wens mij te beperken tot de toegankelijkheid van en voor personen met een handicap en de mogelijke rol is die lokale besturen daarin (kunnen) hebben. Het spreekt voor zich dat heel wat onderwerpen ook van toepassing zijn voor de andere bevolkingsgroepen met een toegankelijkheidsprobleem. Wetende dat het officieel twee afzonderlijke besturen zijn met ieder hun eigen structuur en werking, ik heb er uit praktische overwegingen voor gekozen om, de gemeente en het OCMW te beschouwen als ‘de gemeentelijke’ of lokale overheid.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina