Hoe maak je een facetclassificatie en hoe plaats je haar op het web?



Dovnload 124.37 Kb.
Pagina1/3
Datum19.08.2016
Grootte124.37 Kb.
  1   2   3
How to Make a Faceted Classification and Put It On the Web
© William Denton, 1993-2010 en beschikbaar voor gebruik onder de Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Gelijk delen 2.5 Canada licentie.
Vertaald door Rianne Stolwijk

Hoe maak je een facetclassificatie en hoe plaats je haar op het web?

Geplaatst door wtd op 28 maart 2009 - 1:19 am

Update februari 2007: IA Voice heeft dit essay gebruikt als basis voor een serie van vier podcasts! De eerste is IA E-Learning: Faceted Classification (1 of 4).

Denton, William. "How to Make a Faceted Classification and Put It On the Web", nov. 2003. http://www.miskatonic.org/library/facet-web-howto.html.

Dit is een vervolg op Putting Facets on the Web: An Annotated Bibliography en is het tweede essay dat ik heb geschreven voor Prof. Clare Beghtol van de Faculteit van Informatiewetenschappen van de Universiteit van Toronto, die mij begeleidde bij een diepgaande cursus genaamd: "Het toepassen van facetclassificaties in een internetwereld."

0. Inleiding

Facetclassificaties komen steeds vaker voor op het World Wide Web, met name op commerciële sites (Adkisson 2003). Dit is niet verbazingwekkend – facetten zijn een natuurlijke manier om dingen te ordenen. Waarschijnlijk hebben veel webontwerpers ze zelf herontdekt door zich af te vragen: “Op welke andere manieren zouden mensen deze gegevens willen bekijken? Hoe kunnen ze nog meer worden opgedeeld?” Uit de literatuur over het toepassen van facetten op het web (Denton (2003)) blijkt dat bibliothecarissen het een goed idee vinden, maar niet precies weten hoe ze het moeten aanpakken, terwijl de webexperts die er al daadwerkelijk iets mee doen, vaak niets weten van S.R. Ranganathan, de Classification Research Group en de decennialange geschiedenis van facetten.

Dit essay poogt die kloof te overbruggen door procedures en adviezen te geven over alle stappen die horen bij het bouwen van een facetclassificatie en het plaatsen ervan op het web. Webexperts kunnen hun voordeel doen met een grondig zevenstappenplan voor het maken van een facetclassificatie en bibliothecarissen verkrijgen kennis over hoe dergelijke classificaties op een computer kunnen worden geplaatst en beschikbaar gesteld op het web. Dit essay is bedoeld voor zowel webbeheerders als informatiearchitecten die niet zo veel weten over bibliotheek- en informatiewetenschappen, en voor bibliothecarissen die niet zo veel weten over het bouwen van databases en websites. De classificaties zijn bedoeld voor kleine of middelgrote verzamelingen van dingen, bedoeld voor openbare of particuliere websites, waarbij zaken moeten worden geordend waarvoor geen geschikte classificatie bestaat. De bedoeling van dit essay is nadrukkelijk niet om te laten zien hoe u een zoveelste universele classificatie kunt maken, noch om te beschrijven hoe een bibliotheek die een facetclassificatie als ordeningssysteem heeft, haar catalogus online kan zetten.

Dit essay is in vier onderdelen verdeeld: wanneer maak je een facetclassificatie, hoe maak je er een, hoe plaats je haar op een computer, en hoe pas je haar toe op het web? Ik richt me voornamelijk op de twee middelste onderwerpen. De vraag wanneer je facetten moet gebruiken is niet erg moeilijk te beantwoorden (algemene vragen over doel en nut van classificaties buiten beschouwing gelaten). Gedetailleerd advies over het ontwerp en de implementatie van een goede website valt buiten het bestek van dit essay en behoeft een begeleidende website met voorbeelden om goed begrepen te worden (zie Nielsen (2000) voor uitstekend advies). In het laatste deel geef ik enkele richtlijnen over de zaken die moeten worden overwogen wanneer je facetten op het web plaatst, maar dit is geen lang verhaal. De twee middelste onderwerpen over hoe je een facetclassificatie maakt en op een computer plaatst, worden veel uitvoeriger behandeld.

Wat zijn facetten? Neem een alledaags voorbeeld als wijn. Elke wijn heeft een bepaalde kleur. Hij komt uit een bepaalde streek. Hij wordt gemaakt van een bepaald soort (of een mix van) druiven. Zijn oogstjaar is bekend. Hij heeft een door de nationale wijnautoriteit gegarandeerde kwaliteit. Hij wordt geleverd in een vat met een vaststaand volume. Er hangt een prijs aan. Men kan een lijst maken van alle wijnsoorten, maar die zou enorm lang en onpraktisch worden. Op het web zou je door schermen vol eindeloze onderverdelingen moeten scrollen – moeilijk te gebruiken en moeilijk te doorzoeken. Met facetten kunnen we een handjevol klassen creëren die samen elke wijn volledig beschrijven: kleur, herkomst, druif, jaar, benaming, volume, prijs. Elke klasse wordt gevuld met de juiste termen en op een toepasselijke manier ingedeeld. Vervolgens wordt elke fles wijn geclassificeerd door de juiste termen uit de klassen te kiezen. Dit is een facetclassificatie: een verzameling elkaar volledig uitsluitende en tezamen exhaustieve klassen, elk gevormd op basis van één enkel gezichtspunt op de items (een facet), die met elkaar gecombineerd alle betreffende objecten volledig beschrijven en die door gebruikers, door middel van zoeken en grasduinen, kan worden gebruikt om te vinden wat ze nodig hebben.

Facetten en het web passen erg goed bij elkaar. Barbara Kwasnick (1999, 39) heeft gezegd: “Het idee van facetten berust op de overtuiging dat er meer dan één manier is om naar de wereld te kijken en dat zelfs die classificaties die als stabiel worden gezien, feitelijk van tijdelijk aard en dynamisch zijn. Het is de uitdaging om classificaties te bouwen die flexibel zijn en waaraan nieuwe fenomenen kunnen worden toegevoegd.” Nadat ze zijn gebouwd, is het de uitdaging om ze makkelijk in het gebruik te maken. Dankzij hypertekst en het web zijn dynamische presentaties met een paar muisklikken te realiseren. Facetten creëren een multidimensionaal ordeningssysteem en webbrowsers zijn een gemakkelijk en bekend hulpmiddel om tussen een groot aantal dimensies te navigeren. Alle voordelen van facetclassificaties kunnen tot uiting komen op het web. Voordat we het gaan hebben over het hoe, moeten we echter eerst bekijken wanneer we facetten gebruiken.



1. Wanneer maak je een facetclassificatie?

Kwasnick (1999) onderscheidt vier classificatiestructuren: hiërarchieën, boomstructuren, paradigma’s en facetten. Als een van de eerste drie voldoet, gebruik die dan. Als een ander ordeningsprincipe, zoals een tijdlijn of ordening op grootte, werkt, gebruik dat dan. Het ontwerp van de classificatie moet voortvloeien uit het doel ervan, en verschillende dingen kunnen voor verschillende doeleinden op verschillende manieren en met verschillende structuren worden geclassificeerd. Als de rest niet voldoet, kijk dan naar facetten.




1.1 Wanneer maak je geen facetclassificatie?

Hiërarchieën en boomstructuren (denk aan ingesprongen lijsten) zijn het beste wanneer de betreffende objecten zo worden beschouwd dat zij één classificatiedimensie hebben. In hiërarchieën worden dingen in groepen ingedeeld en onderverdeeld, waarbij elke nieuwe groep een ondersoort van de bovenliggende groep is; alles wat geldt voor een groep, geldt ook voor zijn subgroepen en alles daaronder (Kwasnick 1999, 25). Het klassieke voorbeeld hiervan is Linnaeus’ taxonomie van de levende natuur. Boomstructuren kennen daarentegen niet de regels van overerving (Kwasnick 1999, 30). Een voorbeeld: Noord-Amerika omvat Canada, de Verenigde Staten en Mexico, en Canada omvat tien provincies en drie territoria, maar Ontario is geen soort Canada en Canada is geen soort Noord-Amerika.

Een paradigma is een tweedimensionale classificatie (denk aan een spreadsheet). Gebruik paradigma’s wanneer er sprake is van twee losstaande gezichtspunten. Kwasnick (1999, 35-36) gebruikt het voorbeeld van termen die familierelaties beschrijven, welke in een tabel kunnen worden ingedeeld met het geslacht (man/vrouw) langs de ene as en de relatie (ouder, kind, oom/tante) langs de andere as. Een vergelijking tussen Engelse en Poolse termen voor verschillende relaties toont aan dat de betekenis van de Engelse term “cousin1 in het Pools met vier verschillende termen wordt weergegeven, waarbij het geslacht en de kant van de familie waartoe de cousin behoort niet worden genegeerd.


1.2 Wanneer maak je een facetclassificatie?

Facetten omvatten drie of meer classificatiedimensies. Wanneer het voor het doel van de classificatie mogelijk is om de objecten in te delen in drie of meer elkaar volledig uitsluitende en tezamen exhaustieve klassen, zijn facetten waarschijnlijk de aangewezen classificatiemethode. Met facetten kan het geheel der menselijke kennis worden geordend, maar ook de kleding in je kledingkast of alles daartussen. De Colon Classificatie van Ranganathan en de Bibliografische Classificatie van Bliss, welke zullen worden behandeld in het volgende hoofdstuk, zijn universele classificaties. We zullen daarnaast ook wat voorbeelden van kleinere classificaties behandelen.

Kwasnick (1999, 40-42) vermeldt een aantal voordelen van facetclassificaties: ze vereisen geen volledige kennis van de objecten of hun relaties; ze zijn gastvrij (nieuwe objecten kunnen eenvoudig worden toegevoegd); ze zijn flexibel; ze zijn expressief; ze kunnen ad hoc zijn en een vrije vorm hebben; ze maken het mogelijk om de te classificeren dingen vanuit veel verschillende gezichtspunten te bekijken en op verschillende manieren te benaderen. Ze noemt drie grote problemen: de moeilijkheid om de juiste facetten te kiezen; het gebrek aan mogelijkheden om de verbanden tussen de facetten aan te geven; de moeilijkheid om alles te visualiseren. Het kiezen van de juiste facetten is van groot belang en vereist een goede kennis van de te classificeren items en de gebruikers, maar dat geldt voor elke classificatie of indeling. Het gebrek aan mogelijkheden om de relaties tussen facetten uit te drukken is een probleem, maar dit wordt niet behandeld in dit essay. We zullen ervan uitgaan dat de gebruikers de items goed kennen zodat ze de relaties op basis van hun eigen kennis kunnen afleiden. Wat het probleem van de visualisatie betreft, merkt Kwasnick (1999, 42) op: “De informatietechnologie biedt potentieel nieuwe mogelijkheden voor multidimensionale visualisatie en voor het ontwikkelen van computerondersteunde manieren om patronen en onregelmatigheden te herkennen die mogelijkerwijs tot nieuwe kennis kunnen leiden.” We zullen zien dat het web deze belofte waarmaakt.


1.3 Afwasmiddel als voorbeeld

Dit voorbeeld dient ter illustratie van de processen en principes die ik verderop zal bespreken. Ik heb besloten om als domein (zo zullen we de verzameling te classificeren dingen noemen) een kleine verzameling verbruiksgoederen te nemen: afwasmiddelen. Dit is om een aantal redenen geschikt voor ons doel: iedereen kent het; de verzameling is redelijk klein (maar groter dan u zou denken als u de schappen in de supermarkt niet heeft bestudeerd); het taalgebruik is al enigszins afgebakend; en, zoals we later zullen zien, doet het dienst als een goed voorbeeld van hoe je een kleine classificatie kunt uitbreiden naar een grotere.

Ik ben naar de grootste supermarkt bij mij in de buurt gegaan en heb de namen van alle afwasmiddelen in de schappen opgeschreven. Ik heb de volgorde iets gewijzigd, maar ze stonden bijna exact zo op de plank – let op de indeling die de winkel hanteert om het product aan de klant te presenteren:

Vloeibare afwasmiddelen voor de vaatwasser: Cascade Pure Rinse Formula; Electrasol lemon gel; Merkloos lemon gel; Palmolive spring blossom gel.

Afwaspoeders voor de vaatwasser: Cascade Complete; Cascade, fresh scent; Electrasol Double Action, fresh scent; Merkloos Premium Formula; Merkloos Premium Formula, lemon-scented; Sunlight Lemon Fresh.

Gel packs voor de vaatwasser: Electrasol Gelpacs, orange blossom.

Vaatwastabletten: Electrasol tablets; Merkloze Premium Formula tablets.

Vloeibare afwasmiddelen voor de afwas met de hand: Ivory Classic; Merkloos Liquid Dish Detergent, lemon-scented; Palmolive Aroma Therapy, Lavender and Ylang Ylang; Palmolive Aroma Therapy, Mandarin and Green Tea Essence; Palmolive Original; Palmolive Spring Sensations, Fresh Green Apple; Palmolive Spring Sensations, Ocean Breeze; Palmolive Spring Sensations, Orchard Fresh; Palmolive, antibacterial; President's Choice Antibacterial Hand Soap & Dishwashing Liquid; President's Choice Invigorating Aroma Therapy, Passion Flower; President's Choice Relaxing Aroma Therapy, Ruby Red Grapefruit; President's Choice Tough on Grease; Sunlight, antibacterial; Sunlight, lemon fresh.

Om het simpel te houden laten we het formaat en de prijs van de producten buiten beschouwing. Het winkelend publiek is onze doelgroep; scheikundigen en technici die met zeep en schoonmaakmiddelen voor in de huishouding werken, hebben andere behoeften waardoor een andere classificatie nodig zou zijn. In het volgende hoofdstuk zullen we met deze items een classificatie bouwen die de supermarkt kan gebruiken om de klant te helpen bij het vinden en kopen van het afwasmiddel dat hij of zij zoekt.
2. Hoe maak je een facetclassificatie?

Dit hoofdstuk bevat een procedure van zeven stappen voor het bouwen van een facetclassificatie, die is gebaseerd op het werk van B.C. Vickery (1960) en Louise Spiteri (1998). We beginnen echter met het bekijken van een aantal bestaande facetclassificaties om te zien hoe deze ontworpen zijn en welke inzichten ze bieden voor het maken van een nieuwe classificatie.



2.1. Voorbeelden van facetclassificaties

Laten we eerst eens kijken naar twee van de drie bekendste universele facetclassificatiesystemen: de Colon Classificatie en de tweede editie van de Bibliografische Classificatie van Bliss (BC2). De Colon Classificatie van S.R. Ranganathan bestaat uit vijf, tegenwoordig klassieke, facetten (zie Ranganathan (1962), een van zijn vele boeken, voor een inleiding op de facetten en hoe ze te gebruiken):



  • Personality (karakter) (het object waar het om gaat, bijvoorbeeld een persoon of een gebeurtenis in een historische classificatie, of een dier in een zoölogische classificatie)

  • Matter (stof) (waarvan iets is gemaakt)

  • Energy (energie) (hoe iets verandert, verwerkt wordt of zich ontwikkelt)

  • Space (plaats) (waar iets is)

  • Time (tijd) (wanneer iets gebeurt)

Deze vijf, beter bekend als PMEST, zijn misschien voldoende voor u. Als u er meer nodig heeft, kijk dan eens naar de BC2 om ideeën op te doen (Broughton 2001, 79):

  • ding/object

  • soort

  • deel

  • kenmerk

  • materiaal

  • proces

  • handeling

  • object dat de handeling ondergaat

  • resultaat

  • bijverschijnsel

  • agens

  • plaats

  • tijd

Vanda Broughton, een van de redacteuren van de BC2, heeft gezegd: “Van deze dertien fundamentele klassen is aangetoond dat ze voldoende zijn voor de analyse van het vocabulaire binnen bijna elk denkbaar kennisgebied. Het is echter zeer waarschijnlijk dat er andere algemene klassen bestaan; het is zeker zo dat er een aantal domeinspecifieke klassen zijn, zoals bijvoorbeeld vorm en genre in de literaire wereld.” (2001, 79-80) De BC2 is een goed uitgangspunt voor het nadenken over het bouwen van een facetclassificatie. Haar facetten kunnen hernoemd en aangepast worden om aan de specifieke omstandigheden te voldoen.

Vickery, een van de leden van de Classification Research Group, had nog andere algemene suggesties:

Naast deze [algemene klassen], kunnen er in elke wetenschappelijke classificatie een aantal termen voorkomen die op verschillende plekken in de notatieformule kunnen worden geplaatst. Zo kan elk kenmerk of proces zelf een algemeen kenmerk hebben: mate, verscheidenheid, etc. Er bestaan algemene handelingen met betrekking tot kenmerken (bijv. opmeten) en met betrekking tot processen (bijv. in gang zetten, beheersen). Er zijn ook een aantal handelingen die betrekking hebben op apparaten (uitrusting, gereedschappen) zoals ontwerp en onderhoud. Tot slot zijn er een aantal algemene logische of geestelijke handelingen: vergelijking, uitleg, etc. [Vickery haalt vervolgens andere verzamelingen van essentiële klassen aan, zoals die van Shera en Egan] agens, handeling, gereedschappen, object dat de handeling ondergaat, tijd, plaats en resultaat. Barbara Kyle schrijft over natuurlijke fenomenen, artefacten, activiteiten en ‘bedoelingen, doelstellingen, ideeën en abstracties.’ De Grolier oppert de ‘constante klassen’ van tijd, plaats en handeling, en de ‘variabelen’ substantie, orgaan, analytisch, synthetisch, kenmerk, vorm en structuur. (1960, 23-24)

Hoe kleiner het domein, hoe specifieker en gedetailleerder de facetten kunnen zijn. Het is niet, of bijna niet, nodig je te bekommeren om de problemen die intrinsiek zijn aan het indelen van het geheel der menselijke kennis, en het systeem kan zo nauwkeurig zijn als nodig is om aan het doel te voldoen. Nu volgen een aantal voorbeelden van kleinere classificaties, te beginnen met de Thesaurus van kunst & architectuur (Petersen 1994, 26) die eigenlijk niet echt een classificatiesysteem is, maar wel uit facetten bestaat. Merk op dat sommige van de classificaties gebaseerd zijn op Ranganathans Personality, Matter, Energy, Space en Time.



  • Verwante concepten (bijv. filosofie)

  • Fysische eigenschappen (dichtheid)

  • Stijlen en perioden (neo-geo) (vergelijkbaar met Space en Time)

  • Agentia (mensen/organisaties) (vuurtorenwachters)

  • Activiteiten (nadenken) (vergelijkbaar met Energy)

  • Materialen (multiplex) (vergelijkbaar met Matter)

  • Objecten (stapelbedden) (vergelijkbaar met Personality)

Epicurious (z.d.) is een website over koken waarop de recepten als volgt geordend zijn:

  • Keuken, d.w.z. culturele herkomst (bijv. Indiaas) (vergelijkbaar met Space)

  • Speciaal dieet (vetarm)

  • Maaltijd/gang (soepen)

  • Hoofdingrediënten (aardappels) (vergelijkbaar met Matter)

  • Bereidingswijze (grillen) (vergelijkbaar met Energy)

  • Seizoen/gelegenheid (Valentijnsdag) (vergelijkbaar met Time)

Vickery (1975, 189-192) beschrijft een classificatiesysteem voor verpakkingen:

  • Producten (bijv. jam)

  • Onderdelen (afsluitdeksels)

  • Materialen (kurk)

  • Handelingen (bewerking)

  • Diverse algemene onderverdelingen (onderzoek, informatie, veiligheid)

In sommige gevallen zijn vier of vijf facetten niet voldoende. Voor de bodemclassificatie van Vickery (1960, 20-21) waren er achttien nodig:

  • Bodem, naar samenstelling (bijv. veenbodems)

  • Bodem, naar herkomst (granietachtige bodems)

  • Bodem, naar fysiografie (woestijnbodems)

  • Bodem, naar textuur (zanderige klei)

  • Bodem, naar klimaat (bevroren bodems)

  • Fysische component van de bodem (grind)

  • Chemische component van de bodem (stikstof)

  • Structuur van de bodem (profiel)

  • Bodemlaag (horizont)

  • Oganismen in de bodem (bacteriën)

  • Bronmateriaal van de bodem (turf)

  • Proces in de bodem (mineralisering)

  • Eigenschap van de bodem (cohesie)

  • Mate waarin de eigenschap voorkomt (kleefgetal)

  • Bewerking van de bodem (verbetering)

  • Gereedschap voor de bewerking (ploeg)

  • Stoffen gebruikt voor de verbetering (kalk)

  • Handelingen op deze stoffen (plaatsing)

The International Sematech Wafer Services group, onderdeel van een internationaal consortium van halfgeleiderproducenten, maakt gebruik van zeer specifieke klassen die weinig zullen betekenen voor mensen van buiten het vakgebied (International Sematech 2003). Het lijkt een mix van speciale Matter, Space en Energy facetten te zijn, maar er worden geen definities gegeven, waardoor het moeilijk gissen is. Als de groep gebruikers klein is of uit specialisten bestaat, is er veel vrijheid om nauwkeurig en bondig te zijn:

  • Wafelgrootte (bijv. 200 mm)

  • Aanbrenging (etsen)

  • Soort patroonelement (via/verbinding)

  • Formaat patroonelement (0,22 m)

  • Diëlektricum (oxide)

  • Opvulling (wolfraam)

  • Elektrische tests (BTS)

Lillian Vernon Online (z.d.) heeft een cadeauzoeker op de website die de gebruiker de mogelijkheid geeft het aanbod te verkleinen door keuzes te maken uit vier facetten. Afhankelijk van de beperkingen in de zoekvraag, wordt een lijst samengesteld met producten in de categorieën reizen, de badkamer, slaapkamer, keuken, tuin of het kantoor.

  • Ontvanger van het cadeau (bijv. voor haar)

  • Zijn/haar interesses (amusement)

  • Gelegenheid (verjaardag)

  • Prijsklasse (€25-€50)

De site heeft nog twee andere mogelijkheden: met de ene kun je de resultaten beperken tot cadeaus die gepersonaliseerd kunnen worden; met de andere beïnvloed je de rangschikking van de resultaten: op productnaam of op oplopende of aflopende prijzen. Elke commerciële classificatie moet een facet voor kosten of prijzen hebben.
2.2. Spiteri's vereenvoudigde model voor facetanalyse

Louise Spiteri (1998) heeft de ingewikkelde verzameling regels die Ranganathan en de Classification Research Group hebben opgesteld voor het bouwen van facetclassificatiesystemen geanalyseerd en heeft haar eigen, eenvoudigere verzameling regels opgesteld. Deze waren voornamelijk bedoeld als hulpmiddel bij lessen aan studenten bibliotheek- en informatiewetenschappen, maar ze merkt op dat: “…het model kan worden gebruikt door ontwerpers van facetclassificaties en thesauri voor information retrieval, omdat deze ontwerpers anders misschien meerdere bronnen moeten raadplegen om bekend te raken met de principes van facetanalyse die zij nodig hebben voor hun werk.” (1998, 4) Spiteri’s principes zijn simpel en volledig en vormen de fundering voor de procedure die hieronder wordt beschreven.

Spiteri verdeelt classificaties net als Ranganathan in drie delen: “Het Ideeënniveau, dat bestaat uit het analyseren van een onderwerpsgebied om zijn samenstellende delen te bepalen; het Verbale niveau, dat bestaat uit het kiezen van de juiste terminologie om deze samenstellende delen tot uitdrukking te brengen; en het Notatieniveau, dat bestaat uit het tot uitdrukking brengen van deze samenstellende delen in een notatiesysteem.” (1998, 5) De gang van het Ideeënniveau (dat Spiteri in twee delen verdeelt), naar het Verbale niveau, naar het Notatieniveau leidt ons van idee naar woord naar notatie, van het globale idee van wat het object inhoudt naar het uitdrukken van dat concept in een gecontroleerd vocabulaire tot het omvormen van die woorden in een notatie. De laatste stap van het Notatieniveau is vanwege de manier waarop het web werkt minder belangrijk voor ons dan de andere stappen.

Dit zijn de regels uit Spiteri’s model voor het bouwen van een facetclassificatie:



Het Ideeënniveau: regels voor de keuze van facetten

a) Differentiatie: “Bij het opdelen van een object in zijn samenstellende delen, is het belangrijk om verdelingskarakteristieken (bijv. facetten) te gebruiken die deze samenstellende delen duidelijk van elkaar onderscheiden.” (Spiteri 1998, 5) Bijvoorbeeld het indelen van mensen naar geslacht.

b) Relevantie: “Bij het kiezen van facetten volgens welke de objecten worden geklasseerd, is het belangrijk ervoor te zorgen dat de facetten het doel, onderwerp en de reikwijdte van het classificatiesysteem weerspiegelen.” (1998, 6)

c) Achterhaalbaarheid: “Het is belangrijk facetten te kiezen die ondubbelzinnig en te achterhalen zijn.”(1998, 6)

d) Duurzaamheid: facetten moeten “duurzame eigenschappen weergeven van het item dat wordt geklasseerd.” (1998, 18)

e) Homogeniteit: "Facetten moeten homogeen zijn." (1998, 18)

f) Wederzijdse uitsluiting: facetten moeten "elkaar uitsluiten", "elk facet kan slechts één verdelingskarakteristiek weergeven.” (1998, 18).

g) Essentiële klassen: “Er bestaan geen klassen die essentieel zijn voor alle onderwerpen en (…) klassen moeten worden ontleend aan de kenmerken van het onderwerp dat geclassificeerd wordt.” (1998, 18-19)




  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina