Hoe noemen wij het verleden? In ieder dorp, in iedere stad ontstaat nieuwe namen



Dovnload 13.69 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte13.69 Kb.

Hoe noemen wij het verleden?

In ieder dorp, in iedere stad ontstaat nieuwe namen: "de Lucky Luijk" en "de Vrije Vondel" zijn daar goede voorbeelden van. Om een landje aan te duiden wordt gezegd "achter Ome Jan", "bij het bushuisje", "aan de hoge zijl" en dergelijke. In feite komen de dorpen en steden zo zelf ook vaak aan hun naam: "bij de dam in de Amstel" ,(Amsterdam). (bij de bomen aan de grens" (Schellingwoude), "Over (de) leek", de voorbeelden zijn legio. Vaak kun je dan ook uit zo'n naam iets afleiden over de oude situatie ter plekke. Heeft U er bijvoorbeeld als eens bij stilgestaan dat een stad als Oxford ligt op de plaats waar ooit een doorwaadbare plaats (Voorde) voor ossen was ? Als je je bezig houdt met de geschiedenis van het landschap en zijn bewoners is het dan ook niet meer dan natuurlijk dat je ook naar de oude aardrijkskundige namen kijkt.
Die namen kunnen ons iets vertellen over de natuurlijke situatie, zoals de ontginners die aantroffen: Broek in Waterland, Zuiderwoude, en Katwoude bijvoorbeeld. Soms vertellen ze iets over de ontginning: een gouw is de achterdichting, en grensnamen als Zwet en Twiske geven aan waar twee ontginningen elkaar als het ware 'tegenkwamen'.
De grootste groep die dan ook de meeste informatie geeft, wordt gevormd door de veldnamen ofwel perceelnamen. In de tijd voor de invoering van het Kadaster (1832) stond elk landje bekend onder zijn eigen naam: er was geen andere manier om aan te duiden waar je over sprak terwijl dat natuurlijk bij zaken als verkoop wel belangrijk was. Uit het veldnamen-onderzoek in Zuid Waterland is gebleken dat die namen soms sinds de 12e eeuw niet meer waren veranderd! In die namen ligt een schat aan gegevens over het gebruik van het land, de eigendomsverhoudingen, het dialect van de mensen, de ontginningsgeschiedenis en nog veel meer waarbij ik speciaal nog de bewoningsgeschiedenis wil noemen.
De namen hebben een enorme verscheidenheid. Om toch een idee te geven van hun aard, noem ik een aantal groepen: benoemingen en grootte. Enerzijds zijn dit namen als "Groot..", Klein..",. Luttek....", anderzijds namen als Tweedeimt, Zevenekker, Driekoeven, Vijf Vierendel en Halve Virtel (allemaal oude oppervlaktematen; denk bij het woord akker maar eens aan het Engelse "acre").

- Benoemingen naar personen. Vaak worden percelen naar persoonsnamen genoemd, zoals Lijs Coddes Gouwven, Wilde Lijsjes Lier, Codoomswerf, Bestevaer, etc. Ook komen we beroeps namen tegen: Bankwerkersdeimt, Burgemeestersland, Keersemakersven, Stillemakersven en dergelijke.

- Benoemingen naar dieren. Naar het vee dat erop stond werden bijvoorbeeld Veringsland, Kalfskamp, Varkensven, Peerdekamp en Horsland genoemd; naar de natuurlijke fauna de Molakker, Muizenweer en Kieftenkamp.

- Benoeming naar natuurlijke gesteldheid, Karmelk, Slijk, Klei; Bieskamp, Bobbelmied, Ruigeven, Rietven; Goedeimt, Goedkoop, Twijfeldeimt, Kos­telijke, Slegte Bon en Dorrekamp.

- Benoeming naar geestelijke instellingen. Meestal slaan die namen op eigendom of vruchtgebruik: Bagijnnekevenne, Godshuislandje, Kerkeland, Papenpeerd, Capalleland en klooster. Een aparte groep wordt gevormd door de namen als Kerkheuvel, Kirk, Papenwerf en Het oude Kerkhof: die komen later aan de orde bij "benoemingen naar bewoning".

- Benoemingen naar plaatsnamen. Monnickendammerland, Sparendamsven, Rarippersven etc. Ook hier moet voorzichtig worden gekeken" de Ilperwerf hoeft niet bewoond te zijn geweest door mensen uit Den Ilp, omdat "ilp" ook wilg betekent; het Rijperland en de Rijperweeren bij Zuiderwoude hebben


namelijk niets meer te maken met het plaatsje De Rijp dan dat beide dezelfde naamsafleiding hebben. Rijp betekent namelijk "oever" (vgl. het Latijnse "ripa"). Wat de precieze betekenis is van de wel naar plaatsen genoemde perceelsnamen is niet altijd duidelijk.

- Benoeming naar de ligging. Achterven, Voorven, Iekamp, Dieven, Meerland, Twisven, Swetkamp, Dijkstal, Dijkland, Saddik, Gaaven en Gouw­kamp.

- Benoeming naar mogelijk feodale verhoudingen. Hofkamp, Herenland, Juffrouwenland, Vrooland etc.

- Benoeming naar bewoning. Het veldnamen onderzoek werd vooral opgezet in Zuid Waterland, ter ondersteuning van hert archeologische onderzoek. Bij het aflopen van de slootkanten werden op veel plaatsen middeleeuwse scherven gevonden, maar zonder op te graven zouden we niet met zekerheid kunnen zeggen of het nu ook steeds om oude huisplaatsen ging. Omdat opgraven duurt is werd gezocht naar andere methoden, naar andere bronnen voor de bewoningsgeschiedenis. Zo'n bron en nog wel een hele rijke, bleek het veldnamen-onderzoek te zijn. Van de ruim 2000 verzamelde en te localiseren oude veldnamen bleek maar liefst zo', 10% op oude bewoning te wijzen! Dankzij dit onderzoek weten we nu wat we met die schervenverspreiding aan moeten en hebben we honderden verlaten erven kunnen karteren. Aan de hand daarvan kunnen we nu een archeologisch onderzoeksplan opstellen, om te gaan kijken waarom zoveel boerderijen en zelfs hele dorpen werden verlaten of verplaatst. (1)


De belangrijkste namen die op bewoning wijzen, zijn naast namen op "huis" of "hofstee":

de Leijk. Etymologisch is geen directe verbinding met bewoning te leggen, maar het blijkt daar wel steeds op te wijzen.

- het Achterland. Achtererven bleek gewoon op de ligging te slaan, terwijl Achterland steeds de naam is van een landje achter een al dan niet verdwenen boerderij.

de Werf (ook wel warf, worf of wurf). Werf is het Waterlandse woord voor erf; meestal gaat het om een klein boerderij terpje. Soms, zoals langs het Dijkeinde bij Zuiderwoude kun je die terpjes nog goed zien liggen. Namen als de Bult de Heuvel en dergelijke hebben meestal ook met zo'n terpje te maken.

de Laan. Het is gebleken dat de vroegste dorpen in Waterland bijna nooit aan een weg (gouw) lagen. Het perceel tussen de gouw en de boerderij werd "Laan" genoemd. De bijna honderd laan-namen in Zuid-Waterland wijzen dan ook op evenzovele verlaten middeleeuwse erven.

namen als Kerkheuvel, de Kirk, het oude Kerkhof en dergelijke. Bij de dorpsverplaatsingen werd ook nog al eens de kerk meeverplaatst. Na enige tijd werd het terrein van de oude kerk, met het kerkhof weer landbouwgrond. Die namen geven aan waar we zo'n middeleeuws kerkje kunnen vinden, en waar de ontginners en de eerste generaties van hun nakomelingen een laatste rustplaats hebben gevonden.

Het gevaar bestaat natuurlijk dat zo'n namen-kaart zo een schatkaart wordt voor schatgravers. Ik hoop dat zij zich zullen realiseren, dat er op deze plekken geen waardevolle dingen te vinden zijn en dat ons culturele erfgoed er niet voor bedoeld is om te verdwijnen, nadat het een iemand een al dan niet plezierige middag heeft gegeven.
Het zal voor sommigen misschien een verrassing zijn geweest te horen dat elk weiland zijn eigen naam heeft. Die namen zijn dan ook in onbruik geraakt en ze dreigen helemaal uit de "volksmond" te verdwijnen. Soms kan het archief uitkomst brengen, maar dat is niet altijd het geval. Het is daarom van groot belang dat de nu nog bekende namen worden opgeschreven en dat wordt aangegeven welk landje precies met die naam werd bedoeld. In de praktijk blijkt dat zo'n nooit meet volledig kan zijn. Vaak zijn in een regionaal bejaarden-tehuis meer dergelijke gegevens te verzamelen, dan bij de huidige generatie boeren, hoewel een deel daarvan nog de namen van zijn eigen percelen zal kennen. Idealiter wordt het onderzoek dus op drie manieren aangepakt: via de huidige bewoners, via het archief. Het is toch doodzonde dat ieder jaar meer van die 'eigen' namen worden vergeten !
Gelukkig heeft Uw vereniging besloten de namen van Monnnickendam en Roetbroek te gaan verzamelen; ik hoop dat later ook nog eens naar Katwoude kan worden gekeken. Met een groep vrijwilligers zullen we samen kijken hoe dat onderzoek hier precies kan worden opgezet. Maar natuurlijk kan iedereen helpen. Kent U misschien een of meer van dergelijke namen ?

Neem dan even contact op met Mevrouw J. Mewe-Reekers, tel 02995-3411.

Of die namen nu uit Overleek, Katwoude, Verdeek, uit het nieuwbouw-gebied bij Monnickendam, uit Zuiderwoude of heel ergens anders vandaan komen, ze zijn allemaal even interessant!

Ik hoop van harte dat in Uw volgende jaarverslag al een eerste overzicht kan worden gegeven.


Overigens... zoals U weet houd ik mij ook aanbevolen voor alle meldingen van vondsten, grote of kleine, uit heel Noord Holland. Over de resultaten van zo'n gecombineerde aanpak kunt U deze zomer wat meer zien in de Nicolaaskerk, waar een overzichtstentoonstelling wordt ingericht over het onderzoek tot nu toe.
(1) vergelijk ook mijn artikeltje "Veldnamen in verband met de nederzet­tingsgeschiedenis van Waterland (N.H.)".

in het tijdschrift "Naamkunde" 15 (1983), blz. 120-128.



Een overdruk hiervan is in het bezit van de vereniging.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina