Hoe veranderde de Handel tijdens de Industriële Revolutie? Inleiding



Dovnload 31.48 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte31.48 Kb.
Geschiedenis Thema Handel – Geschreven door Anna Schooneveld & Wendy van der Horst

Hoe veranderde de Handel tijdens de Industriële Revolutie?

Inleiding

De Industriële revolutie was een van de belangrijkste veranderingen in de geschiedenis van de mensheid. Productie en rijkdom stegen tot ongeëvenaarde hoogten. Hoe kon zo’n grote verandering zich plaatsvinden?


In de achttiende eeuw deden er in Engeland zich een aantal belangrijke veranderingen voor.

De landbouwproductie steeg en er was meer eten. Hierdoor groeide de bevolking, en mensen trokken naar de stad. Een grotere bevolking met grotere steden heeft meer goederen nodig hierdoor steeg de vraag. De vraag vanuit de koloniën nam ook toe. En door de rijkdom van de handel waren er veel investeerders met geld.

Deze investeerders zagen kansen en de werklozen in de steden waren goedkope arbeidskrachten. Eerst kwamen er fabrieken op waterkracht maar later op stoom. Er kwam mechanisering in de katoenindustrie, en later de IJzer- en andere industrie. Dit heet de Industriële Revolutie. Onze onderzoeksvraag is: Hoe veranderde de handel tijdens deze revolutie?
Wij laten de Industriële Revolutie beginnen rond 1760, omdat toen de belangrijkste veranderingen in de landbouw en uitvindingen werden gedaan. Wij laten hem ophouden rond 1870 omdat toen het imperialisme begon. We nemen Groot-Brittannië als voorbeeld, omdat dat land als eerste industrialiseerde.
Hoe veranderde de productie en de handel?

Voor de Industriële Revolutie werd er gewerkt volgens het systeem van de huisnijverheid. Naast een aantal ambachtslieden in de steden werden bijvoorbeeld kleding en bezems thuis door de boeren gemaakt. Lange tijd was dit genoeg om aan de vraag te voldoen. De vraag steeg echter door de groeiende bevolking en steden en door de overzeese handel. Doordat er vraag was richtten investeerders fabrieken op om aan de vraag te voldoen. Zo begon de Industriële Revolutie. Door de mechanisatie in fabrieken steeg de productie. De handel zorgde voor de benodigde grondstoffen (zoals katoen). Al deze producten moesten verkocht worden, dus de handel steeg ook enorm. De handel was een oorzaak, voorwaarde en gevolg van de Industriële Revolutie.


De Industriële Revolutie veranderde ook de producten die werden verhandeld. Voor de Industriële Revolutie importeerde Groot-Brittannië grondstoffen en eindproducten (zoals stof, wapens, drank etc.), maar het exporteerde bijna alleen eindproducten, want daar waren ze het beste in. In 1850 importeerde het echter alleen nog maar grondstoffen en eten omdat er zoveel mensen op zo weinig grond woonden. De import werd bekostigd met de export van eindproducten die vooral in de fabrieken werden gemaakt, zoals (katoenen) stof, wapens, alcoholische dranken, en de export van steenkool.
Voor de revolutie was de afzetmarkt in Azië niet erg groot. Dat kwam omdat de Aziaten de producten zelf beter en goedkoper maakten. Door de Industriële Revolutie werden de goederen goedkoper en beter van kwaliteit, en de Aziaten wilden nu wel de producten kopen. De koloniën exporteerden meer en meer ruwe grondstoffen omdat daar in de geïndustrialiseerde landen veel vraag naar was. Zo ontstond er een strakke rolverdeling: de koloniën leverden grondstoffen en de geïndustrialiseerde landen maken er eindproducten van (en verdienen daar veel geld mee). De geïndustrialiseerde landen dwongen de koloniën ook. Groot Brittannië regelde de handel tussen andere landen, want zij waren door de machtige vloot de belangrijkste op zee.
Met wie werd er gehandeld en waar?

Deze handel werd uitgevoerd door verschillende mensen. De overzeese handel was in handen van een kleine gespecialiseerde groep. Er werd bijvoorbeeld op een beurs gehandeld, en deze gebeurde met tussenpersonen. Bij de binnenlandse handel waren meer mensen betrokken. Deze handel was tussen leveranciers, bedrijven en winkeliers. De handel vond plaats op straat, in de winkel of bij de pakhuizen.


Hoe veranderde het Transport?

Transport is een belangrijk onderdeel als we kijken naar de handel. Efficiënt transport is in feite nodig om grootschalige handel mogelijk te kunnen maken. Ik ga jullie iets vertellen over hoe door de groeiende handel het transport ontwikkelde.


Het centrum van ontwikkelingen tijdens de industriële revolutie lag aanvankelijk in de landen rond de Noordzee, en voornamelijk in Groot Brittannië. Na de Napoleontische oorlogen was dit de enige ongeschonden natie op zee, en ze had daar dus een superioriteit in de handel. Ook had dit land had, door de directe verbinding met de zee, een redelijk goedkope mogelijkheid tot het transporteren van geproduceerde goederen en steenkool. Dit gebeurde met grote stoomschepen. Maar in het binnenland zocht men ook naar een handige manier om zo groot mogelijke hoeveelheden goederen te vervoeren.
De productie groeide snel en wegen waren slecht, dus karren met paarden ervoor waren niet goed genoeg om grote en zware hoeveelheden grondstoffen te vervoeren. Daar werd een oplossing voor gevonden. Er werden kanalen uitgegraven in rivieren en deze waren diep genoeg om trekschuiten met 50 ton te vervoeren. De trekschuiten werden getrokken door paarden, en naarmate er meer kanalen waren werd het transport efficiënter.

Het gebruik van kanalen werd heel populair na 1760. De infrastructuur van Engeland veranderde door de uitgegraven kanalen, die nodig waren omdat kolenmijnen niet aan natuurlijke waterwegen lagen. Maar productie ging gestaag verder en de afzetmarkt werd groter. Er was behoefte aan een sneller en nog efficiënter transportmiddel.


Ongetwijfeld de meest belangrijke nieuwe techniek in de commerciële revolutie van de 19e eeuw, was de stoomlocomotief. In het begin van de 17de eeuw werden houten spoorbanen in Engeland in toenemende mate toegepast om steenkolen, ook over grotere afstanden, met paardentractie van de mijnen naar vaarwegen te brengen. In 1738 werden daarbij voor het eerst gietijzeren rails toegepast (bij Whitehaven). Het idee om stoom te gebruiken om een motor aan te drijven, was al bedacht door een Fransman, Nicolas Cugnot, voor gebruik op de weg.
Vervolgens construeerde de Engelsman Richard Trecithick locomotieven (1801, 1808). Zijn machines waren echter bedoeld om langs kolenmijnen te trekken en waren van nog weinig waarde als het om grootschalig transport ging. Het bemoedigde anderen wel om zijn ontwerp te verbeteren. Uiteindelijk ontwierp George Stephenson een praktisch bruikbare stoomlocomotief die maximaal maar liefst 47 km/uur reed. Hij kwam in gebruik op de spoorlijn van Manchester naar Liverpool in 1830.
Zijn stoomlocomotief kon grote hoeveelheden goederen of grondstoffen goedkoop naar grote plaatsen brengen. Rond 1835 was het gebruik van de stoomlocomotief zo succesvol geworden dat kanalen nauwelijks meer gebruikt werden, en dat binnenlandse schepen alleen nog grote hoeveelheden van kleine waarden vervoerden, zoals erts en zand. De stoomlocomotief was sneller en zelfs goedkoper, want ook al kostte het vervaardigen van rails veel, de handel die nu sneller gevoerd kon worden bracht meer op.

Rond 1845 was de stoomlocomotief al 10 jaar succesvol in gebruik en er bevonden zich een aantal belangrijke spoorwegen naar o.a. de zee, waarover weer handel gedreven kon worden, en grote industriële plaatsen zoals Manchester en Liverpool.

20 jaar later was het aantal spoorwegen bijna 3 keer zoveel geworden, wat aangeeft dat de stoomlocomotief een succesvol transportmiddel was.

Hoe veranderde het Bankwezen?

Voor de industriële revolutie woonden veel mensen als boeren op het platteland en hier bestond een autarkische samenleving. Mensen handelden door goederen te ruilen en hadden verder weinig nodig. Aangezien er onder het volk nauwelijks met munten werd gehandeld speelden banken geen grote rol. Met de Industriële revolutie veranderde dit. Het land werd opgedeeld om groter publiek te voorzien van eten, en boeren zonder land trokken naar de steden om te werken. Nu er zoveel verschillende producten vervaardigd werden was ruilhandel geen optie meer en werden munten gebruikt voor de handel. Zo werd het bankwezen belangrijker.

Doordat Groot-Brittannië al een groot deel van de handel beheerste op zee na de Napoleontische oorlog, had zij al een ontwikkeld bank- en geldsysteem. Het middelpunt van financiële instituten was de Bank of England. Het gaf publiek de mogelijkheid geld te lenen.
Het uitlenen en verlenen van geld was het hoofddoel van het bankwezen. Maar meer en meer oefenden de Bank of England niet alleen de traditionele zaken uit, maar:


  • verstrekten ze leningen aan entrepreneurs om bedrijven op te richten;

  • bewaarden ze spaargeld van velen;

  • kregen ze een monopolie op het verstrekken van geld en zo konden ze regelen hoeveel economische activiteit er plaatsvond.

Banken vonden het dan ook hun prioriteit om de economie in beweging te houden in plaats van winst te maken. Een voorbeeld is dat banken gespaard geld gebruikten om kapitaalgoederen (zoals machines) aan te schaffen, die het uiteindelijk mogelijk maakten meer goederen te produceren wat weer meer geld opleverde en goederen minder duur maakte.


Verzekeringen

Verzekeringen ontwikkelden zich snel met de groei van de Britse handel in de 17e en 18 eeuw. Er kwamen bedrijven die zich volledig richtten op de verzekeringsbranche. Een voorbeeld hiervan is de levensverzekering.


Levensverzekering

Het kopen van lijfrente ontwikkelde zich heel sterk in de 17e en 18e eeuw. Vooral omdat mensen steeds afhankelijker werden van geld om primaire behoeftes te bevredigen. Arbeiders, vooral deze in fabrieken, werden totaal afhankelijk van het geld dat zij verdienden. Spaargeld was er te weinig als ze in tijden van werkeloosheid zaten en er eten gekocht moest worden. Als het hoofd van de familie overleed, konden de overlevende nauwelijks geld krijgen van de voormalig werkgever. Zo ging het ook bij mensen die door ziekten, handicaps of leeftijd niet meer konden werken (deze groep mensen werd steeds groter doordat werk in fabrieken gevaarlijker en zwaarder werd). Om deze risico’s te delen, werden er stappen ondernomen. Arbeiders creëerden verenigingen voor Algemene Hulp, waarvan leden afspraken hen te helpen die dat nodig hadden. Ook kon er jaargeld en lijfrente worden betaald voor de ergste gevallen - dood en hoge leeftijd. Als iemand kwam te overlijden werd het in de loop van de jaren betaalde bedrag uitgekeerd aan de familieleden. Dit werden de eerste levensverzekeringsmaatschappijen, die groter werden toen de overheid er de verantwoordelijkheid voor nam.


Aandelenmarkt

Een ander aspect dat veranderde rond de tijd van de industriële revolutie (17e / 18e eeuw), was de groei van economische ondernemingen – de groei van bedrijven. Door de groeiende (internationale) handel moesten industriële fabrieken voor spoorwegen en schepen groot zijn om van ook maar enig belang te zijn. Een eenmanszaak (één persoon is verantwoordelijk voor de onderneming) was niet erg efficiënt meer, dus moesten er meerdere personen bij een bedrijf betrokken raken om de benodigde hoeveelheid kapitaal af te leveren.


In Groot-Brittannië ontwikkelde zich de naamloze vennootschap. Dit is een bedrijf waarvan het kapitaal is verdeeld in aandelen die door investeerders gekocht kunnen worden. Het gaf bedrijven de mogelijkheid om te groeien doordat investeerders aandelen kochten. Aandelen werden gekocht en verkocht op de aandelenmarkt. Ook gaf het investeerders de mogelijkheid hun risico’s te verdelen door aandelen van verschillende bedrijven te kopen en zo winst te maken.
Wat was het belang van Vrijhandel?

Een belangrijke rol in de Industriële Revolutie speelde de vrijhandel. Vrijhandel betekent dat er door de regering geen beperkingen aan de handel worden opgelegd, dus er zijn geen tarieven (belasting op handel) of maximale hoeveelheid die verhandeld mag worden.. Voor de Industriële Revolutie waren er veel tarieven. Een voorbeeld van hiervan zijn de Corn Laws. Dit zijn tarieven op de import van graan. In de jaren 20 en 40 werden veel tarieven afgeschaft. In 1845 werd ook de inkomensbelasting ingevoerd. Hierdoor was de staat voor inkomsten niet afhankelijk van tarieven. Uiteindelijk leidde protest en hongersnood tot de afschaffing van de Corn Laws. In 1860 werd ook een verdrag met Frankrijk gesloten. Andere landen volgden en de wereldhandel was nu bijna vrij. De roep van Groot-Brittannië om vrijhandel was echter vooral eigenbelang. Groot-Brittannië was het enige geïndustrialiseerde land en had er dus baat bij dat andere landen hun producten mochten kopen.


Andere landen Andere Europese landen zoals Duitsland, Frankrijk, België industrialiseerden ook. Er was totale wereldhandel en specialisatie ontstaan. De Koloniën leveren grondstoffen en de geïndustrialiseerde landen produceerden. Zonder de handel zou de industriële wereld niet kunnen bestaan.

Voorbeeld: Liverpool

Als voorbeeld nemen we nu Liverpool om de veranderingen te laten zien. Liverpool ligt aan de rivier de Mersey aan de Ierse zee. Het is via kanalen verbonden met Lancashire waar veel katoen geproduceerd werd. In de 18e eeuw werd Liverpool groot door de slavenhandel. Er werd gehandeld in goederen die bij de slavenhandel hoorden zoals tabak en suiker. De export bestond uit zout en steenkool. Deze groeiende handel was onder andere de oorzaak voor de verhoogde vraag en de Industriële Revolutie. Maar in 1807 werd de slavenhandel afgeschaft. De plek van de slavenhandel werd ingenomen door katoen, wat in Lancashire gemaakt werd. Ook werd er graan als eten geïmporteerd, omdat er niet genoeg was. De export bestond uit katoenen stof en steenkool. De handel steeg door de revolutie. De hoeveelheid schepen vertienvoudigde bijna tussen 1770 en 1840. In Liverpool werkte bijna iedereen in de handel of de verwerking van de handel. De schepen werden afgeladen in de docks en de spullen werden in pakhuizen opgeslagen. De handel vond plaats bij de pakhuizen en op beurzen. Doordat er meer werk was verviervoudigde de bevolking.




Bronnen

Internet

http://www.thehistorychannel.co.uk/site/features/the_industrial_revolution.php

http://en.wikipedia.org/wiki/Industrial_Revolution

http://en.wikipedia.org/wiki/History_of_trade

http://www.freetrade.org/pubs/freetotrade/chap2.html

http://en.wikipedia.org/wiki/History_of_free_trade

http://en.wikipedia.org/wiki/Liverpool

http://inventors.about.com/library/inventors/bl1700s.htm

http://www.aeaweb.org/annual_mtg_papers/2008/2008_588.pdf

http://www.iisg.nl/hpw/papers/broadberry-gupta.pdf

http://www.econlib.org/Library/Taussig/tsgEnc1.html

http://www.econlib.org/library/Columns/y2003/Nyefreetrade.gif

http://nl.wikipedia.org/wiki/Engelse_Scheepvaartwetten

http://www.allbusiness.com/services/business-services/4510412-1.html

http://www.merseyateway.org/server.php?show=ConNarrative.59http://www.bentugoedverzekerd.nl/verzekeringen/Algemeen/Geschiedenis/geschiedenis.htm

http://www.fontys.nl/lerarenopleiding/sittard/nattech/gnt/default.htm

http://geschiedenisles.web-log.nl/geschiedenisles/2006/07/industrile_revo.html

http://www.bentugoedverzekerd.nl/verzekeringen/Algemeen/Geschiedenis/geschiedenis.htm

http://www.learnhistory.org.uk/1750/

Boeken

R.R. Palmer and Joel Colton, A history of the modern world, fifth edition, New York 1978


Grober Atlas zur Weltgeschichte, Stier, Hans-Erich and others (eds.), Braunschweig 1978
P.M. Deane, The First Industrial Revolution, second edition, Cambridge 1975
Sh.B. Clough en T. Rapp, European Economic History, New York 1975
European Economic History, third edition, Shepard B. Clough and Richard T. Rapp, Tokyo 1975
The first industrial revolution, second edition, Phyllis Deane, Cambridge University Press 1979
Grafieken zijn vervaardigd door A.L. Schooneveld met de gegevens van Gregory Clark, Kevin H. O’Rourke, and Alan M. Taylor en Sh.B. Clough en T. Rapp
Microsoft ® Encarta ® Encyclopedie Winkler Prins © 1993-2004 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina