Hogere graad van evolutie 1 dorsale neurale buis



Dovnload 123.67 Kb.
Pagina1/3
Datum30.09.2016
Grootte123.67 Kb.
  1   2   3
Deel 2: Vertebraten
Vraag 60: kenmerken van vertebraten 
Verschillend van andere Chordata door kenmerken die het resultaat zijn van hogere graad van evolutie
1) dorsale neurale buis, verbreedt vooraan tot complex encephalon, bestaande uit eerst 3 dan 5 hersenblaasjes, verbonden met 3 paar belangrijke zintuigen: reuk, zicht, gehoor- en

evenwichtszintuigen. Encephalon en zintuigorganen zijn omgeven door het neurocranium.
2) chorda, die over het algemeen verdwijnt bij de adulten, omgeven door mesenchym, vormt zich gewoonlijk om tot wervelkolom.
3) kieuwdarm, met kieuwspleten die rechtstreeks naar buiten uitmonden, van elkaar

gescheiden door kieuwbogen. Samen vormen ze het visceraal skelet (splanchnocranium)


4) gesloten bloedvatenstelsel met hart bestaande uit meerdere kamers.
5) voortbeweging door gelede extremiteiten: parige extremiteiten bij de meeste vormen, onpare bij de primitieve vormen
6) skeletelementen bestaan uit verschillende mesenchymateuze weefsels: bindweefsel, kraakbeen en been (eigen aan gewervelden)
7) bij adulten steeds meerlagige epidermis met specifieke scleroproteïnen = keratinen
8) totaal ontbreken van ongeslachtelijke voortplanting
9) mesoderm van dorsaal naar ventraal verdeeld in epimere, mesomere en hypomere
10) 3 lichaamsgebieden: kop, romp en staart
maken dat de Vertebrata, niettegenstaande hun grote diversiteit alle terug te brengen zijn tot 1 gezamenlijk, bilateraal symmetrisch grondplan
Indeling: - Agnata (kaaklozen)

Cyclostomata (rondbekken)

- Gnathostomata (met kaken)

Chondrichtyes (kraakbeenvissen)

Osteichthyes (beenvissen)

tetrapoda

Amphibia ] Anamnia (geen embryonaal amnionvlies)
Reptilia ]

Aves ] Amniota (wel embryonaal amnionvlies)

Mammalia ]

Vraag 61: opbouw van het tegument

continue bedekking van de lichaamsoppervlakte

beschermende functie: tegen uitdroging, afkoeling (isolatie) vijanden of kwetsuren


  • regulerende functie: ademhaling, excretie, temperatuurregeling

→ opbouw: 3 hoofdlagen: - dunne opperhuid (epidermis)

- dikkere lederhuid (dermis)

- onderhuids bindweefsel of onderhuid (hypodermis)

Epidermis

Ontstaat uit het ectoderm en is een meerlagig epitheel. Opperhuid is dikwijls verhoornd (reptielen) maar kan ook klierachtig zijn (vissen en amfibieën)



speciale differentiaties:

  1. - Hoornschubben van slangen, hagedissen , poten van vogels, schubdier, staart ratten.

- Hoornplaten van schildpadden, krokodillen en gordeldieren

- Haren en pluimen

- Horens van runderen, schapen, geiten en antilopen (beenpit die omringd wordt door verhoornde huid)

- Gewei van herten: jaarlijkse terugkerende uitgroeiing van de beenpit

- Hoorn van de neushoorn (aaneengekitte haren)

- Bek van vogels, nagels, klauwen, hoeven en sporen



  1. Klieren, zoals de mucus-, zweet- en talgklieren

Dermis
Ontstaat uit het mesoderm (dermatoom) en is vooral uit vezelig bindweefsel opgebouwd.

In lederhuid: bloed- en lymfevaten, zenuwuiteinden, zintuigorganen en pigmentcellen.



Speciale vormingen: beenschubben vissen, huidbeenplaten schildpadden,krokodillen; dekbeenderen van de schedel en schoudergordel.

Hypodermis
Niet scherp afgelijnd van de dermis. Bindweefsel is losmaziger en vetcellen ontwikkelen er zich. sterke variatie in dikte volgens plaats, individu en soort.
Vraag 62: soorten spieren en voortbeweging:

Spierstelsel onderverdeeld in somatisch en visceraal stelsel


Somatische spieren

  • omvangrijkst, geassocieerd met axiaal skelet, splanchnocranium en extremiteiten.

  • Ontstaan uit de myotomen, structureel alleen dwarsgestreept.

  • Geïnnerveerd door somatisch sensibele en motorische zenuwen → volgens onze wil

Viscerale spieren

  • Ontstaan uit hypomere, zijn glad (behalve hart)

  • Bezenuwd door viscerale zenuwen → buiten onze wil (autonoom)

  • Liggen in de wand van het spijsverteringsstelsel.

Integumentaire spieren

  • gladde en gestreepte spieren, respectievelijk intrinsiek en extrinsiek.

intrinsieke: in dermis, glad ,ontstaan uit dermatoom, komen alleen voor bij zoogdieren en vogels (thermoregulatie)

extrinsieke: tussen dermis en rompspieren, ontstaan uit myotomen of spieren uit



kieuwbogen en zijn gestreept. Vooral bij zoogdieren, waar romp bijna volledig omgeven is door continue laag huidspieren en waar ook aangezichtsspieren voorkomen.

Axiale voortbeweging

  • Gebeurt door buiging van het lichaam en/of de staart

  • primiefst, geassocieerd met aquatische levenswijze.

  • reeds ontwikkeld bij lagere Chordata

+ vertebrata: axiale spieren gesegmenteerd in myomeren begrensd door myosepta1.

Onderverdeling van de spieren en verlenging axiaal skelet:


  1. golfvormige beweging

  2. verhoging beweeglijkheid v/h dier

Myomeren in tegenstelling tot deze van de rondbekken onderverdeeld in epaxiale en hypaxiale spieren door horizontaal bindweefselseptum
Ontstaan Tetrapoda→ axiale spieren meer rol in ondersteuning dan in voortbeweging. gevolg: wijziging in spieren:

Bij Amniota: segmentatie in epaxiale spieren verloren, vorming van longitudinale spieren in segmenten. Slangen en walvissen: opnieuw overgang naar axiale voortbeweging.
Appendiculaire voortbeweging

Beweging van de extremiteiten, overwegend bij landdieren



Apendiculaire musculatuur: omgevormd deel hypaxiale musculatuur romp (differentiatie strekkers en buigers)

Branchiomere musculatuur: o.m. spieren openen / sluiten mond, kauwspieren zoogdieren.
Vraag 63: beschrijving + ontstaan van de wervels
Gesegmenteerde wervelkolom vervangt geleidelijk de ongesegmenteerde chorda

Huidige Agnatha: kleine kraakbeenstukken langs beide zijden v/h ruggemerg.

Vanaf vissen: echte kraakbenige of benige wervels bestaande uit:


  • dorsale neurale boog die ruggemerg omgeeft

  • centrum dat chorda omringt

  • ventrale hemaalboog in de staart die bloedvaten omgeeft

Wervels ontstaan uit het sclerotoom v/d somieten

→ Bij Telostei (grootste groep van beenvissen):



  • migratie sclerotoomcellen uit ventromediane wand v/d somieten rechtstreeks naar en rondom chorda

  • neurale en hemale bogen ontstaan thv de myosepta, in de buurt condensatie van skeletogeen materiaal tot centra: gescheiden door weefselringen, perichordale ringen: samen met ingesloten chorda de tussenwervelschijven

→ Bij tetrapoda:

  • lateraal elke somiet: vorming blokvormig sclerotoom

  • nadien holte (sclerocoel) + verdeling sclerotoom :craniaal en caudaal deel.

  • Caudaal deel ene sclerotoom versmelt met craniaal v/hvolgende

  • neurale boog ontstaat steeds uit caudaal deel.

  • Gevolg : wervels liggen steeds intersegmentair t.o.v somieten + alternatie myotomen.

Op neurale bogen: uitsteeksels :opeenvolg. wervels articuleren + vergrendelingssysteem

In wervelkolom regionale differentiaties afhankelijk van beschouwde groep:


    • Bij vissen: truncale en caudale wervels.

    • Tetrapoda: landleven: bekkengordel verbonden met wervelkolom thv sacrale

wervels: scheiding truncaal en caudaal deel.

  • bij Amniota: mobiele hals  truncale wervels in cervicale en dorsale wervels.

  • Bij zoogdieren: cervicale, thoracale, lumbale, sacrale, caudale wervels (aantal variabel)

Secundair: versmelting wervels (bv. staartbeen) zoogdieren: cervicale wervels constant (7)
Ribben: (alle vertebraten behalve Agnatha) → (kraak)benige staafjes ontwikkeld in myosepta

  • dorsaal uiteinde: vrij articuleren of vergroeid met dwarsuitsteeksels v/d wervels

  • ventraal uiteinde: vrij (vissen en amfibiën) of vergroeid met sternum (Amniota)


dorsale ribben: ontstaan waar myosepta samenkomen met horizontaal septum.

deel voortbewegingsapparaat vissen; sterk gereduceerd bij amfibieën, spelen rol in respiratie bij Amniota.



Ventrale ribben: ontstaan waar myosepta samenkomt met somatopleura.

vormen samen stevige korf die ingewanden beschermt


Beide types ribben bij bep. beenvissen, andere vertebraten enkel dorsale ribben.
Sternum: laatst ontstaan in ventraal septum (amfibieën)  vergroting opp. voor vasthechting extremiteitsspieren (wss oorspr. fct. nu nog bij amfibieën / vogels)  ribben ventraal verbonden met sternum (Amniota) respiratie. Amfibieën / reptielen kraakbenig, vogels /zoogdieren benig
Vraag 64:evolutie kieuwbogen NIET

Vraag 65: onderdelen van de schedel Zie foto’s



Vraag 66: het extremiteitenskelet + gordels
ondersteuning extremiteiten vissen of articulerende extremiteiten v/d tetrapoda
Vinnen: huidplooien ondersteund door vinstralen

  • onpare (dorsale,caudale, anale) vinnen in sagittaal vlak,  direct verbonden wervelkolom

  • parige : articulatie met gordels, steunapparaat (

  1. voorste- of schoudergordel: achter laatste kieuwboog, draagt paar borstvinnen.

  2. achterste- of bekkengordel: juist voor anale/cloacale opening, draagt paar buikvinnen


Gordel: boog in somatopleura v/d romp, dwars op ventraallijn en beiderzijds dorsaalwaarts uitstrekkend.

Waterdieren: schoudergordel stevig verbonden met kop en wervelkolom.

Landdieren: bekkengordel stevig verbonden met wervelkolom (sacrale wervels).
Skelet der vrije ledematen van Tetrapoda articuleert met gordels.

schoudergordel: articulatie in de glenoïdaalholte:



  1. Dorsaal: scapula (ev. Suprascapula).

  2. Ventraal: procoracoied en coracoied (ev. epicoracoied)

aan vorming schoudergordel knn. ook dekbeenderen deelnemen:

    • cleithrum boven scapula + thoracale voor procoracoied = clavicula (sleutelbeen)

    • medioventraal interclavicula of episternum.

bekkengordel: (kraakbeen (kraakbeenvissen) of enchondraal been) articulatie in het acetabulum:

  1. Dorsaal: gevormd door het ilium.

  2. Ventraal: gevormd door pubid en ischium (ev. epipubis, hypoischium)


Pentadactiele extremiteit der Tetrapoda (articulerend): bestaat uit 3 hoofddelen:

  • Stylopodium (proximaal): het opperarmbeen (humerus) of dijbeen (femur)

  • Zeugopodium (mediaan):2 beenderen spaakbeen (radius) en ellepijp (ulna) of scheenbeen (tibia) en kuitbeen (fibula)

  • Autopodium (distaal): stel kleine beenderen: carpalia (polswortel) en tarsalia (voetwortel); metacarpalia (middenhandsbeenderen) of metatarsalia (middenvoetsbeenderen); falangen (vingers of tenen)


schema pentadectiele extremiteit arm(been)




Eerste Tetrapoda: horizontaal geplaatste extremiteiten, geen ondersteuning, maar functie van vinnen

Oudst bekende fossielen: transversaal geplaatste extremiteiten: trage voortbeweging, lichaam slechts voor korte tijd van de grond.

Zoogdieren: alle delen van de extremiteiten in 1 parasaggitaal vlak  langere hals (voedsel) + verdwijnen v/d staart

speciale voortbewegingswijzen: springen, vliegen, zwemmen, grijpen..  1 of beide paren verdwenen!

Vraag 67: encephalon (hersenen) –telencephalon (einddeel hersenen)


hersenen = encephalon

verbrede uiteinde v/d neurale buis 23 primaire hersenblaasjes ~3 zintuigorganen:



  1. prosencephalon (voorhersenen)  reukorgaan

  2. mesencephalon (middenhersenen)  ogen

  3. rhombencephalon (achterhersenen) binnenoor en zijlijnsysteem (acustico-lateralis)

verdere ontwikkeling:

1ste en laatste hersenblaasje onderverdelen  5 hersenblaasjes:



  1. telencephalon (einde)  vormt 2 laterale uitstulpingen  hersenhemisferen

  2. diëncephalon (tussen)

  3. mesencephalon (midden)

  4. metencephalon (achter)

  5. myelencephalon (merg)

telencephalon = eind



Bestaat uit de 2 hersenhemisferen en de 2 reukbulbi, holtes binnenin =zijventrikels (1 en 2)
Bulbi olfactorii: primaire reukcentra waar reukzenuwen toekomen; goed ontwikkeld bij dieren met goed reukvermogen.
Centrale hemisferen: oorspronkelijk reukwaarneming, later centra sensoriële correlatie, sterk toegenomen wanden bij mammalia ontwikkelden zich tot associatiecentra.→ zetel van hoogste geestelijke vermogens (intelligentie, geheugen)
Hemisfeerblaasjes: eerst 1 laag cellen, daarna differentiatie in  zones :

  • grijze stof :zone met cellichamen en niet-gemyeliniseerde vezels

  • witte stof :zone zonder cellichamen en met vooral gemyeliniseerde vezels

Evolutie: grijze stof grotendeels migratie naar buitenzijde → vorming van de cerebrale cortex of pallium = onderverdeeld in 3 zones, ook functioneel verschillend:


    1. Paleopallium:

  • weefselband langs laterale wand v/d hemisferen

  • olfactorische functies (sec. reukcentrum) , evolueert naar reuklobben van Tetrapoda.




    1. Archipallium:

  • dorsale en mediale ligging, ontstaan vanaf amfibieën

  • centrum emotief gedrag.

  • Mammalia: ontwikkeling tot hippocampus (deel limbisch systeem)

  • Ventraal deel wand hemisferen vormt basale nuclei (corpus striatum bij zoogdieren)

  • hogere vertebraten: migratie basale nuclei naar binnen, komen centraal in hemisferen; worden belangrijke correlatiecentra waarin sensoriële impulsen worden geprojecteerd en gecorreleerd met olifactorische gewaarwordingen.




    1. Neopallium:

  • eerste sporen bij aantal reptielen

  • kleine strook grijze stof tss. paleo- en archipallum ontwikkelt tot associatiecentrum.

  • Zoogdieren: spectaculaire groei (voor: reukbulbi bedekken / achter: diën-en mesencephalon bedekken)  zo wordt zowel archi- als paleopallium verdrongen

→ maakt nu volledig cortex uit

  • glad bij primitieve zoogdieren, sterke plooiing bij hogere zoogdieren (opp. vergroten).

  • ontvangt diverse sensoriële prikkels (niet-olfact. uit dorsale thalamus / olifact. prikkels uit reuklobben) via afferente zenuwen

 met deze info neemt cortex passende beslissing
Vanuit gespecialiseerde motorische centra: vertrek efferente vezels (tot piramidale bundels verenigd) die rechtstreeks lopen naar motorische kernen kop- en ruggemergzenuwen.

placentale zoogdieren: hersenhemisferen verbonden door massieve commissuur: corpus callosum. (info ene helft naar andere helft)

Cortex: miljarden cellen die ieder uitlopers ontvangen van talrijke andere cellen

→ cortex beschouwd als geïntegreerd deel, grote complexiteit.


Verschillende gebieden:

temporale lob: auditieve prikkels occipitale lob: visuele prikkels

voorste helft: motorische centra achterste helft: sensibele centra
Sterk gewijzigde proporties: grootte v/d corticale velden bepaald door aantal v/d sensibele neuronen in de lichaamssectoren en v/d interneuronen & motorische neuronen in de centra

linkerhemisfeer: spraak, rechtshandigheid, logisch denken

rechterhemisfeer: waarneming omgeving, linkshandigheid, artistieke vaardigheden


Vraag 68: Het diëncephalon (tussenhersenen)
→ gevormd door de wanden die de derde ventrikel omgeven. Omvangrijkste deel vormen de

zijwanden of thalamus, bovenwand = epithalamus en onderwand = hypothalamus.


1 Thalamus

1. dorsaal deel: sensorieel

2. ventraal deel: motorisch

Mammalia: dorsale thalamus belangrijk relaisstation voor sensoriële prikkels van hersenstam naar hersenhemisferen.
2 Epithalamus

= dak van de derde ventrikel; verschillende differentiaties:



1. Parafyse: helemaal vooraan: dunwandige uitstulping, ontwikkeld bij embryo’s v/d meeste groepen; functie onbekend, verdwijnt bij adulten

2.Voorste choroidale plexus: juist achter parafyse; geplooide klierzone die

cerebrospinaal vocht afscheidt.



  • hogere vertebrata: naar binnen geïnvagineerd

  • lagere groepen: een uitgestulpte dorsale zak.

3.Pineaal orgaancomplex: achteraan gelegen

- Pariëtaal orgaan (vooraan)

- Pineaal orgaan

uit beide of 1 van beide (hagedissen) structuren: mediaan oog (trage bodemdieren)


3 Hypothalamus

= voornaamste visceraal hersencentrum: coördineert viscerale activiteiten: metabolisme van water en suikers, homeothermie, voortplanting,…ook belangrijke endocriene functies.

In bodem: optisch chiasma: kruising v/d oogzenuwen

Ventrale wand vertoont uitstulping: het infundibulum, van waaruit zich de neurohypofyse differentiëert.




Vraag 69: Mesencephalon (middenhersenen)
Holte van het mesencephalon: aquaductus Sylvii. De wand die deze holte omgeeft bestaat uit een dak: tectum en ventraal deel: tegmentum
Tectum

Ontwikkeld in relatie met de parige ogen, meestal bestaande uit :



  • twee lobben (lobi optici = corpora bigemina)

  • soms vier (corporaquadrigemina) bij slangen en zoogdieren.

- bij lagere vertebrata: hoofdcentra van het gezicht; ook andere sensoriële prikkels komen

terecht in het tectum (van het acustico-lateralis systeem). Alle prikkels met elkaar

geassocieerd. Tectum fungeert als voornaamste integratiecenrtrum van de hersenen.

- bij reptielen: idem

- bij zoogdieren: belangrijkste integratiecentra gelegen in cortex v/d hersenhemisferen

tectum veel minder belangrijk

vb. oogzenuwen  thalamus  occipitaalstreek v/d hemisferen

[slechts enkele zenuwvezels (die optische reflexen controleren) gaan nog naar het tectum.]


Tegmentum

Bestaat uit 3 grote motorische zenuwbundels die afdalen uit hemisferen en naar metencephalon lopen. Bij zoogdieren: pyramidale bundels van cortex afkomstig geven verdikkingen: pedunculi cerebri.




Vraag 70: Het metencephalon (achterhersenen)
Voorste deel rhombencephalon: dorsaal ontwikkeling tot kleine hersenen: Cerebellum

centrum voor coördinatie van de lichaamsbewegingen: reactie op 2 soorten gegevens:

- acustico-lateralis systeem: betreffen het evenwicht

- spierspoelen en peeslichaampjes: info positie lichaamsdelen&contractietoestand spieren.


zoogdieren: sterke ontwikkeling telencephalon → uitgebreide zenuwbanen naar kleine hersenen → ontstaan van cerebellaire hemisferen: vormen grootste deel v/h cerebellum.

Grijze stof ligt aan buitenzijde samen met hersenhemisferen en tectum v/h mesencephalon.
Op bodem metencephalon: bundels zenuwvezels die cerebrale cortex verbinden met cerebellum en myelencephalon. zoogdieren: zenuwvezels zeer sterk ontwikkeld  verdikking:brug = pons:  kruising van veel efferente vezels: impulsen v/d linker hersenhemisfeer gaan naar de rechter en omgekeerd om elkaar zo te controleren.

(afferende vezels kruisen vooral in ruggenmerg)



Holte metencephalon = voorste deel vierde ventrikel


Vraag 71: Het myelencephalon (medulla oblongata = verlengde merg)
Dorsaal deel vormt klierzone: de achterste plexus choroideus: cerebrospinaal vocht

lagere Vertebrata: bouw vergelijkbaar met het ruggemerg.

Centrale holte is het achterste deel van de vierde ventrikel.

Zijwanden en bodem: zetel van belangrijke centra die vitale processen als hartslag, respiratie en metabolisme regelen.

Centrum voor de smaak





  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina