Hogeschool rotterdam / cmi kennisoverdracht (Een workshop verzorgen) cmibsk10



Dovnload 150.25 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte150.25 Kb.

M
odulewijzer Hogeschool Rotterdam/CMI



HOGESCHOOL ROTTERDAM / CMI

Kennisoverdracht



(Een workshop verzorgen)

CMIBSK10

Flankerend onderwijs Business Skills


Goedgekeurd door:
(namens toets commissie)

Datum:




Aantal studiepunten:1

Modulebeheerder: M. Abdelghany




Modulebeschrijving:


Modulenaam:

Kennisoverdracht; een workshop verzorgen

Modulecode:

CMIBSK10

Aantal studiepunten en studiebelastinguren:

Dit studieonderdeel levert1 studiepunt op, hetgeen overeenkomt met een studielast van 28 uren. De verdeling over de collegeweken is als volgt:

Lessen:


Gedurende 8 weken: 8 uur

Onbegeleide uren per week:

Voorbereiden workshop 16 uur

Workshop geven 4 uur

Totaal: 28 uur


Vereiste voorkennis:

Propedeuse behaald

Werkvorm:

Werkcollege 2 u. per week, zelfstudie

Toetsing:

Proefoptreden, uitvoeren van een workshop (inclusief bijbehorend dossier), zie toetsmatrijs en berekeningstabel

Leermiddelen:

D. Janssen (red.), Zakelijke communicatie, deel 1. ISBN 90 01 43298 0

D. Janssen (red.), Zakelijke communicatie, deel 2. ISBN 90 01 43299 9 Presentatie workshop: PC met beamer



Draagt bij aan (HBO-i) competentie:

Deze module draagt bij tot het verwerven van de volgende competenties:

A4 Transfer en brede inzetbaarheid (niveau 2)

A7 Methodisch en refectief denken (niveau 2)


Leerdoelen:

Deze module heeft de volgende einddoelen:

  • De student heeft inzicht in de opbouw van een voordracht en een workshop;

  • De student heeft inzicht in benadering van diverse doelgroepen;

  • De student is in staat een voordracht te houden en een workshop te ontwerpen;

  • De student krijgt inzicht in zijn/haar eigen functioneren voor een groep;

  • De student is in staat feedback te geven en ontvangen;

De student is in staat het eigen gedrag bij kennisoverdracht te herinterpreteren en eventueel aan te passen.

Inhoud:

Deze module kent de volgende inhoud:

  • De student kan een gestructureerde, heldere presentatie houden, afgestemd op de doelgroep;

  • De student kan in verschillende communicatieve situaties qua stijl, inhoud contact houden met de doelgroep (presentatie,discussie);

  • De student kan een ander teamlid op heldere wijze complexe instructie geven; kan een uitgebreide voorlichting geven;

  • De student kan aan groepen complexe en heldere instructies geven; kan een trainingsbijeenkomst verzorgen (pakkettraining), waarbij wordt aangesloten op voorkennis van de doelgroep.

Opmerkingen:

Verplichte aanwezigheid en interactieve deelname\

Modulebeheerder:

M. Abdelghany

Datum:

12 april 2011


Inhoudsopgave

1. Beschrijving van de module

1.1 Inleiding 4

1.2 Inhoud 4

1.3 Relatie met andere onderwijseenheden 4

1.4 Leerdoelen en competenties 4

1.5 Werkvormen 5

1.6 Keuzeruimte 5

1.7 Literatuur en ICT-bronnen 6


Programma_7_3._Toetsing_en_beoordeling'>2. Programma 7
3. Toetsing en beoordeling

3.1 Procedure 8

3.2 Weging 8

3.3 Toetsmatrijs proefoptreden 9

3.4 Toetsmatrijs workshop 11

3.5 Herkansing 13


Bijlagen

I Mogelijke structuur van een workshop 14 II Adviezen voor het interview 15

III Spelregels bij het inventariseren 16

IV Vragen aan mijzelf 17



1. Beschrijving van de module


1.1 Inleiding
Binnen het domein van Taal en Communicatie neemt kennisoverdracht een prominente plaats in. Zeker in een sector als ICT is kennisoverdracht onontbeerlijk. De ontwikkelingen volgen elkaar immers razendsnel op. Wie op niveau wil blijven functioneren, zal een werkzaam leven lang informatie en kennis moeten vergaren, uitwisselen en overdragen.
Een afgestudeerd informaticus zal vaak vooroplopen met specifieke kennis op diens vakgebied en deze kennis aan collega’s doorgeven. De module Kennisoverdracht is bedoeld om de daarbij behorende vaardigheden te ontwikkelen en in praktijk te brengen.


1.2 Inhoud
Je leert zelfstandig of samen met een medestudent een voordracht houden en een workshop ontwerpen. Het onderwerp van voordracht en workshop dien je zelf te kiezen. Uitgangspunt is wel dat het moet passen binnen je eigen vakgebied; daarbij houd je rekening met degenen voor wie je een voordracht houdt of een workshop ontwerpt. Onderwerpen die nieuwe ontwikkelingen omvatten, verdienen voorkeur.


1.3 Relatie met andere onderwijseenheden
Voordat je kunt beginnen met deze module moet je minimaal je propedeuse hebben behaald en voorgaande ABV-modules met succes hebben afgerond. Met name moet een student daardoor kennis, inzicht en vaardigheid hebben ontwikkeld op het gebied van communicatie en presentatie.
Aan de hand van een door de docent geleid klassikaal start-assessment krijg je inzicht in je leerdoelen voor deze training en je eventuele tekortkomingen op dit moment.


1.4 Leerdoelen en competenties

De module Kennisoverdracht heeft de volgende leerdoelen:




  • De student heeft inzicht in de opbouw van een voordracht en een workshop;

  • De student heeft inzicht in benadering van diverse doelgroepen;

  • De student is in staat een voordracht te houden en een workshop te leiden;

  • De student krijgt inzicht in zijn/haar eigen functioneren voor een groep;

  • De student is in staat feedback te geven en te ontvangen;

  • De student is in staat het eigen gedrag bij kennisoverdracht te herinterpreteren en eventueel aan te passen.

De module kent de volgende competenties:




  • De student kan een gestructureerde, heldere presentatie houden, afgestemd op de doelgroep;

  • De student kan in verschillende communicatie situaties qua stijl, inhoud contact houden met de doelgroep (presentatie, discussie);

  • De student kan een ander teamlid op heldere wijze complexe instructie geven; kan een uitgebreide voorlichting geven;

  • De student kan aan groepen complexe en heldere instructies geven; kan een trainingsbijeenkomst verzorgen (pakkettraining), waarbij wordt aangesloten op voorkennis van de doelgroep.


1.5 Werkvormen
De module Kennisoverdracht heeft een looptijd van 10 in plaats van 5 weken, dit in verband met de nodige voorbereidingstijd. In de eerste 3 weken zal voornamelijk het onderzoek op het vakgebied plaatsvinden en zullen aanverwante voorbereidende taken worden uitgevoerd. In de daaropvolgende 7 weken traint de ABV-docent de studenten in het optreden voor een groep en geeft hij ten slotte feedback op de workshopontwerpen.
Om elke student een optreden van 10 minuten te gunnen en de nodige feedback te ontvangen, zijn er wekelijks bijeenkomsten van 2 lesuren. Aangezien de studenten een ‘peer-assessment’ dienen te leveren en nabespreking een wezenlijke bijdrage levert aan het leerproces, is ieders aanwezigheid verplicht.
Per week kunnen 4 studenten ( al dan niet in tweetallen) optreden. Dit betekent een groepsgrootte van maximaal 24 deelnemers. Tijdens de bijeenkomst in week 1 reserveren studenten de datum voor hun voordracht. In week 2 en 3 is er geen klassikale bijeenkomst, maar kunnen studenten hun docent raadplegen (spreekuurmethode). Week 10 zal doorgaans worden besteed aan feedback op de workshopontwerpen.


1.6 Keuzeruimte
Het advies bij deze module luidt: kies een onderwerp voor je voordracht dat je zelf interessant vindt. Dan is het ook leuk om onderzoek te verrichten en de aldus verworden kennis over te dragen aan medestudenten. Uiteraard dient je onderwerp binnen het vakgebied te vallen, hetgeen voor informatici eigenlijk nooit problemen oplevert.
Aangezien je je zult richten tegen (toekomstige) vakgenoten mag 50% van de stof bekend zijn bij hen, 50 % nauwelijks of niet. Vooronderzoek bij hen voorkomt problemen!

1.7 Literatuur en ICT-bronnen

Zonder verplichting tot aanschaf bestudeert elke student:




  • D. Janssen (red.), Zakelijke communicatie, deel 1. 4e geheel herziene druk Groningen: Wolters-Noordhoff 2002, pp. 328-398 [Mondeling presenteren] ISBN 90 01 43298 0




  • Idem, Zakelijke communicatie, deel 2, pp. 37-49 [Interviewen] ISBN 90 01 43299 9

en/of :



  • Fokkelien von Meyenfeldt, Informatief communiceren. 3e herziene druk. Schoonhoven: Academic Service 2003, pp. 15 – 41 [Interviewen] en 203 – 223 [Informatie overdragen] ISBN 90 395 1713 4

Voorts:



  • Netwerk Hogeschool Rotterdam: ABV-informatie op afdelingscommunity

  • Actuele informatie m.b.t. doelgroep, kennisoverdracht en workshops via zoekprogramma’s op het internet.

  • Eigen bronnen op het vakgebied.



  1. Programma


Weekschema opdrachten
Doordat de deelnemende studenten diverse ABV-modules achter de rug hebben en tijdens projectonderwijs met name getraind zijn in het geven van feedback, wordt van elke deelnemer een substantiële bijdrage op het gebied van reflectie en feedback verwacht tijdens de nabespreking van een optreden. De nabespreking vindt plaats onmiddellijk na een optreden. Om onterechte reacties tijdens ‘peer-assessment’te voorkomen treedt de docent als ‘bewaker’ op.
Uitgaande van een groepsgrootte van 24 studenten is het meest waarschijnlijke kwartaalschema:


Periode Taken docent Taken student

Week 1

Introductie, samenstelling teams, data bepalen

Groepsinterview, keuze onderwerp, samenstelling team, bronnenonderzoek

Week 2

Spreekuur docent

Vervolg bronnenonderzoek, zelfstudie Janssen deel 2,pp.37-49/Von Meyenfeldt pp. 15-41

Week 3

Spreekuur docent

Afronding bronnenonderzoek, zelfstudie Janssen deel 1, pp. 328-398/Von Meyenfeldt pp. 203-223

Week 4

Nabespreking leiden, geven van tips en trucs

Optreden teams 1en 2; overige teams: feedback

Week 5

idem

Optreden teams 3 en 4; overige teams: feedback

Week 6

idem

Optreden teams 5 en 6; overige teams: feedback

Week 7

idem

Optreden teams 7 en 8; overige teams: feedback

Week 8

idem

Optreden teams 9 en 10; overige teams: feedback

Week 9

idem

Optreden teams 11 en 12; overige teams: feedback; allen: inleveren dossiers (inclusief ontwerp workshop)

Week 10

Nabespreken totaal

Terugkoppeling workshopontwerpen; reflectie


3. Toetsing en beoordeling


3.1 Procedure
De module is voldoende afgerond als voldaan is aan de volgende criteria:

  • De student heeft zich door middel van een doelgroepinterview op de hoogte gesteld van het kennisniveau van degenen voor wie hij zal optreden.

  • De student heeft een analyse gemaakt van de behoefte van potentiële deelnemers ten aanzien van een vernieuwingstraject of (bij)scholingstraject.

  • De student heeft de genoemde analyse vertaald naar een workshopontwerp.

  • De student heeft daadwerkelijk een workshop geleid.

  • De student heeft het materiaal voor de workshop op een professionele manier beschikbaar gesteld voor de deelnemers (hand-outs, Powerpoint-presentaties, website etc.).

  • De student heeft een projectdossier afgeleverd met daarin de volgende onderdelen:

    • Weergave van het groepsinterview

    • Uitgewerkt bronnenonderzoek

    • Uitnodigende beschrijving workshop voor doelgroep

    • Uitwerking van voordracht en workshop

    • Reflectie van het eigen gedrag tijdens het optreden, inclusief feedback van publiek en docent

N.B. Voorwaarde voor het verkrijgen van een eindcijfer is minimaal 80 % aanwezigheid bij de geplande bijeenkomsten.



3.2 Weging

Het proefoptreden, d.w.z. het houden van een workshop-inleiding tijdens de wekelijkse bijeenkomsten met de ABV-docent, bepaalt voor 10% het eindcijfer’en kan dus met een vol punt worden beloond.. Maatstaf hierbij is de vraag of het optreden duidelijk publieksgericht was. Is het antwoord ‘nee’ dan levert dit geen punt op, ‘enigszins’ een halve punt, ‘ja’een heel punt.


De uitvoering van de gehele workshop bepaalt voor 65 % het eindcijfer. Hierbij hanteert de waarnemend docent de toetsmatrijs (hierboven).
Het workshopdossier bepaalt voor 15 % het eindcijfer. Het wordt met een voldoende beloond wanneer het:

  • gemakkelijk is te identificeren door buitenstaanders,

  • een deugdelijke inhoudsopgave bezit,

  • een goed beeld geeft van het geheel,

  • zakelijk is verwoord en

  • zich niet richt op een specifieke doelgroep.

De mate waarin het dossier voldoet aan de 5 eisen voor zakelijke communicatie - te weten: duidelijkheid, efficiëntie, gepastheid, aantrekkelijkheid, correctheid - bepalen de hoogte van de voldoende.
De docent kan te allen tijde een bonuspunt (10 %) aan het eindcijfer toevoegen bij bijzondere prestaties op het gebied van verzorging, inventiviteit of effectiviteit.
De uitkomsten van de drie beoordelingen dienen te worden ingevuld in onderstaande tabel:


A. Proefoptreden

B.

Workshop zelf



C.

Dossier


D.

Bonuspunt



Eindcijfer

A+B+C+D


10 % van eindcijfer:

maximaal 1 punt



65% van eindcijfer:

maximaal 6,5 punt.



15% van eindcijfer: maximaal 1 punt

Ja - Nee

Maximaal 1 punt






Score A =

Score B =

Score C =

Score D. =

Totaal :



3.3 Toetsmatrijs proefoptreden

De docent hanteert voor de beoordeling van het optreden de onderstaande toetsmatrijs, waarbij deze de volgende puntentoekenning toepast:

Niet=0 punten

Enigszins=1 punt

Voldoende=2 punten

In hoge mate=3 punten

Wie optimaal presteert kan 15 x 3 = 45 punten ontvangen, een negen dus voor het optreden. De cesuur ligt bij 23 punten (= 5,5).
Het cijfer dat hieruit voortkomt vult men in de hierboven opgenomen berekeningstabel in, naast de cijfers voor het dossier en het workshopontwerp.

Toetsmatrijs proefoptreden




5 Criteria

Niet


Enigs-

zins


Vol-

doende


In hoge

mate


Score

1.Contact




- houdt nulmeting
















- sluit aan bij kennis + belevingswereld doelgroep
















- doet deelnemers de tijd vergeten















2. Inhoud




- leidt thema’s in
















- legt de nodige begrippen uit
















- wisselt theorie en praktijk af
















- geeft aantrekkelijke, relevante opdrachten
















- vertaalt abstracta naar concreta















3. Uitvoering




- hanteert beeldend materiaal
















- straalt enthousiasme uit
















- is publieksgericht















4. Feedback




- heeft tips en schouderklopjes voor collega’s
















- kijkt naar eigen prestaties via peer assessment















5. Documentatie




- deelt hand-outs uit en verwijst naar bronnen
















- levert compleet workshopdossier
















Totaal aantal behaalde punten uitvoering






3.4. Toetsmatrijs workshop
De docent die de workshop bijwoont hanteert onderstaande toetsmatrijs, waarbij deze de volgende puntentoekenning toepast:
Je kunt op 18 onderdelen scoren (zie matrijs hieronder). De maximale score per onderdeel is 3 punten. Wie optimaal presteert kan dus 18 x 3 = 54 punten ontvangen, een tien dus voor het optreden. Volgens onderstaand overzicht ligt de cesuur bij 26 punten = 5,5:
0x3 =1 30x3=6

6x3 =2 36x3=7

12x3=3 42x3=8

18x3=4 48x3=9

24x3=5 54x3=10

Toetsmatrijs workshop




5 Criteria

Niet


Enigs-

zins


Vol-

doende


In hoge

mate


Score

Toegekende punten

0

1

2

3



1.Contact




- houdt nulmeting
















- sluit aan bij kennis + belevingswereld doelgroep
















- doet deelnemers de tijd vergeten















2. Inhoud




- leidt thema’s in
















- legt de nodige begrippen uit
















- wisselt theorie en praktijk af
















- geeft aantrekkelijke, relevante opdrachten
















- vertaalt abstracta naar concreta















3. Uitvoering




- hanteert beeldend materiaal
















- straalt enthousiasme uit
















- geeft elk individu de nodige aandacht en hulp
















- voert de moeilijkheidsgraad op
















- zorgt dat allen er iets van meenemen
















- toont management by walking around















4. Feedback




- heeft tips en schouderklopjes voor iedereen
















- kijkt naar eigen prestaties via peer assessment















5. Documentatie




- deelt hand-outs uit en verwijst naar bronnen
















- levert compleet workshopdossier
















Totaal aantal behaalde punten uitvoering





3.5 Herkansing
Een student die een onvoldoende behaalt, krijgt de gelegenheid nogmaals een voordracht te verzorgen, voor een nieuwe groep studenten, op een nader af te spreken tijdstip.

Bijlage I


Mogelijke structuur van een workshop





  1. Inleiding thema

  2. Nulmeting

  3. Inventariseren wensen doelgroep

  4. Voorleggen opdrachten deel 1

  5. Feedback prestaties

  6. Voorleggen opdrachten deel 2

  7. Feedback prestaties

  8. Voorleggen vragenformulier

  9. Evaluatie verrichtingen

  10. Evaluatie workshop


Bijlage II

Adviezen voor het interview






  1. Stel thema en kader van het interview vast

  2. Bereid een transparante introductie voor

  3. Formuleer vooraf hoofd- en deelvragen

  4. Schrijf het draaiboek

  5. Verdeel de taken naar jullie specialisme en kennisniveau

  6. Pas gesprekstechniek toe conform literatuur [Janssen 1 en 2]

  7. Stuur niet te veel, blijf neutraal


Bijlage III

Spelregels bij het inventariseren



1.Iedereen schrijft per kaartje één antwoord.

2.De kaartjes worden op het bord geplakt, zonder discussie!

3.Vraag om verduidelijking, zonder discussie!

4.Bereik overeenstemming over clustering.

5.Stel prioriteiten vast.

6.Bepaal samen discussiepunten en conclusie.


Bijlage IV

Vragen aan mijzelf







  1. Hoe begon ik aan deze module?

  2. Welke vaardigheden heb ik ontwikkeld?

  3. Wat viel mij bij het samenwerken op?

  4. Wat zijn mijn sterke punten?

  5. Waarmee heb ik moeite?

  6. Wat ga ik verbeteren?

  7. Hoe ga ik dit verbeteren?



Cmibsk10 22-6-2011





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina