Hogeschool West-Vlaanderen Departement Lerarenopleiding



Dovnload 46.23 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte46.23 Kb.


Hogeschool West-Vlaanderen

Departement Lerarenopleiding


St.-Jorisstraat 71

8000 Brugge


Nagelezen door:




datum

handtekening





de mentor





de lector
















tel. (050) 33 32 68

fax. (050) 34 62 54


e-mail: lerarenopleiding@howest.be

Lesvoorbereiding


Hospiteerschool: BSGO Pannebeke

Lesgever: Melissa Van Ooteghem

Klas: 1ste leerjaar

Jaar en opleiding: 1ste onderwijzer

Mentor: Mevr. Hocepied

Leergebied / Domein: Wiskunde / metend rekenen

Datum: 26/03/03

Vakleerkracht: Dhr. Barbez

Uur: 10.20u – 10.45u

Pedagoog: Mevr. Esselen



LESONDERWERP


Wiskunde: Metend rekenen: kloklezen het halfuur
SITUERING IN LEERPLAN

4.2 Meten …………………………………………………….. p. 21

4.2.9 Tijd ………………………………………………………. P. 27

1.2.21 een analoge en een digitale klok tot op één minuut nauwkeurig kunnen lezen en noteren



BEGINSITUATIE


De leerlingen kunnen reeds het uur lezen. Dit is de eerste les om het half uur aan te brengen.

LESDOELSTELLINGEN


Halve uren herkennen op de klok.

De wijzers van de klok verplaatsten op de vooraf afgesproken halve uren en dit correct kunnen verwoorden.

Het verschil in tijd aantonen tussen de hele uren.

Het verschil in tijd aanduiden tussen halve uren.


LESSTRUCTUUR

Fase 1: herhaling hele uren


Fase 2: aanbrengen half uur

Fase 3: oplossen van werkblaadjes



BIBLIOGRAFIE


Rekenboog 1b, werkschrift, leerlingenboek

doelstellingen

Fundamentele leerinhouden

Onderwijs – en leeractiviteiten

Media

Halve uren herkennen op de klok.

De wijzers van de klok verplaatsten op de vooraf afgesproken halve uren en dit correct kunnen verwoorden.

Het verschil in tijd aantonen tussen de hele uren.

Het verschil in tijd aanduiden tussen halve uren.

Fase 1: herhaling hele uren

Verhaal van mijn dag



Fase 2: aanbrengen half uur
Fase 1: herhaling hele uren

Lk: Ik ga jullie een verhaaltje vertellen en jullie moeten mij vertellen hoe laat het is. Ok?

Gisteren moest ik naar de bakker om een lekker vers brood, hoe laat was het toen?

Lk toont de grote klok en die toont 11 uur aan.

Ll: 11 uur.

Lk: Goed. Eén uur later zat ik in de wachtkamer bij de tandarts omdat ik zo’n pijn had in mijn tand. Hoe laat was het toen?

Ll: 12 uur.

Lk: Zéér goed. In de namiddag zat ik mijn oma bezoeken. En gelukkig dat ik naar de tandarts was geweest want zij was zo blij dat ik langskwam dat ze cola en chips en snoep en koekjes op tafel zette voor me. Ik bedankte mijn oma voor de leuke middag en ging naar huis. Ik was net op tijd thuis want mama had net het eten op tafel gezet. Hoe laat was het toen ik thuis kwam?

Lk toon opnieuw het uur dat leerlingen moeten aflezen (5 uur)

Ll: 5 uur.

Lk: Goed zo. Twee uurtjes later kreeg ik bezoek van mijn allerbeste vriendin, hoe laat was het dan al?

Ll: 7uur.

Lk: Toen ze weg waren ben ik snel in mijn bed gekropen want het was toen al heel laat. Hoe laat was het toen?

Ll: 11uur.

Lk. Zéér goed hoor. Maar zeg, jullie hebben mij nu al de hele tijd kunnen vertellen hoe laat het was. Hoe weten jullie dat het 11 uur is?

Ll: Omdat de grote wijzer op twaalf staat en de kleine op elf.

Lk: Goed zo.



Fase 2: aanbrengen half uur

Lk: Hoe laat is het nu op mijn klokje?

Ll: 3 uur.

Lk: Is het nu nog 3 uur?

Ll: Neen.

Lk: Is het al 4 uur?

Ll: Neen.

Lk: Hoe weten we dat het nog geen 4 uur is.

Ll: De grote wijzer staat nog niet helemaal op 12.

Lk: Goed, waar staat die grote wijzer dan wel?

Ll: Op 6.

Lk: Ja goed, hij is dus in de helft. Hoe laat zal het worden?

Ll: Het zal 4 uur worden.

Lk: Tussen welke twee getallen staat de kleine wijzer?

Ll: Tussen 3 en vier.

Lk: Dus de kleine wijzer is op weg naar vier uur.

Het zal dus vier uur worden en we zeggen dan dat het half vier is. Omdat de grote wijzer nog maar halfweg is om bij vier uur te raken.

Stel nu dat het vijf uur is. Welke weg heeft de grote wijzer afgelegd?

Ll: Een hele cirkel.

Lk: En de kleine wijzer?

Ll: Het volgende cijfer.

Lk: Als we maar een half uur verder gaan, welke weg heeft de grote wijzer dan afgelegd?

Ll: Een halve cirkel. Die staat nog maar op 6.

Lk: En waar staat de kleine wijzer?

Ll: Die staat tussen de 5 en de 6.

Lk: Dus als de grote wijzer nog maar in de helft is, dan is de kleine wijzer ook nog maar in de helft.
Deze oefening met andere uren herhalen. De leerlingen telkens laten verwoorden dat het half 5 is, of half 9.

Fase 3: oplossen van werkblaadjes

Lk: We hebben nu al een paar keer goed geoefend, we geen nu eens kijken of we dat ook kunnen maken op een werkblaadje.

De lk deelt de werkblaadjes uit.

Lk: We zullen die blaadjes samen oplossen.
Lk en lln lossen de oefeningen samen op.


Verhaal

Grote klok


Grote klok



Werk-blaadjes


BORD / KLASORGANISATIE






het halfuur








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina