Holebiwandeling in Gent Een wandeling doorheen de geschiedenis van homoseksualiteit en de beleving ervan in Gent



Dovnload 172.29 Kb.
Pagina4/7
Datum22.07.2016
Grootte172.29 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

Reformatie (16e eeuw)

Het Gravensteen weerspiegelt de hele geschiedenis van Gent.

Aanvankelijk een houten versterking van de graven van Vlaanderen, vanaf 1180 een stenen burcht, kreeg het reeds in de 14e eeuw voornamelijk een gerechtelijke en administratieve functie als gevangenis, rechtszaal, vergaderzaal voor de Raad van Vlaanderen (hieraan wordt herinnerd door de schandpaal midden op het plein en door het museum van gerechtelijke voorwerpen en foltertuigen in het Gravensteen zelf). In 1807 werd het een katoenspinnerij en raakte later in verval. Voor de wereldtentoonstelling van 1913 werd het gerestaureerd.

Wij kiezen het, in aansluiting op de gerechtelijke functie, als symbool voor een uiterst woelige periode in Gent en Vlaanderen, de reformatie.


Rond 1520 ontwikkelde Luther zijn protestantse leer, spoedig gevolgd door Calvijn en Zwingli (leider van de Wederdopers, een van de meer revolutionaire strekkingen). Dit was het begin van een hevige strijd tussen de katholieke machthebbers en de protestanten.

De religieuze strijd was ook een politiek conflict tussen de Spaanse overheerser (katholiek) en de opstandige Nederlanders (meestal protestants) én een klassenconflict tussen de lagere, verpauperde klassen die protestants werden (bv. de vele textielarbeiders uit de Westhoek die werkloos waren) en de leidende klassen, die meestal katholiek bleven.


Al in 1520 deed de Raad van Vlaanderen op het plein vóór het Gravensteen de boeken van Luther verbranden.

In 1551 en 1559 moesten hier de Wederdopers hun geloof herroepen.

In 1566 was er een eerste beeldenstorm.

In 1567 arriveerde Alva, die een sterke repressie tegen de opstandelingen invoerde (de Bloedraad).

In 1576 werd de Pacificatie van Gent gesloten: de katholieke edelen, voornamelijk van het Zuiden, en de protestantse edelen, voornamelijk uit het Noorden, sloten een bestand. Als landvoogd Don Juan de Spaanse troepen terugriep, laaide de strijd weer op.

In 1577 veroverden de protestanten in Gent de macht en in mei 1578 werd er een calvinistische republiek uitgeroepen. Er volgde een nieuwe beeldenstorm en de monniken van de beeldenorden werden uit de stad verdreven. Het klooster van de Karmelieten (in het Patershol) en van de Dominicanen (in Onderbergen) werden calvinistische academies.


De calvinistische republiek hield een paar jaar stand. Pas op 17 september 1584 heroverde de Spaanse afgevaardigde Farnese de stad.



Homoseksualiteit tijdens de reformatie (16e eeuw)
De reformatie kan gezien worden als een reactie tegen de invloed van de renaissance op de katholieke kerk.

De katholieke leiders werden meer en meer werelds. Dit uitte zich in hun streven naar macht, maar ook in lossere seksuele zeden.

Bekend is paus Alexander VI (paus van 1492 tot 1503), vader van 4 kinderen, waaronder de beruchte Cesare en Lucretia Borgia.
Volgende pausen worden genoemd als hoogstwaarschijnlijk homoseksueel:


  • Paul II (1464-1471)

  • Sixtus IV (1471-1484, gaf zijn naam aan de Sixtijnse kapel)

  • Julius II (1503-1513, liet het plafond van de kapel beschilderen door Michelangelo)

  • Julius III (1550-1555, eveneens opdrachtgever van Michelangelo, benoemde een 17jarige jongen tot kardinaal).

De lange lijst van (vermoedelijk) homoseksuele pausen (in de 20e eeuw moeten hier Johannes XXIII en Paulus VI aan toegevoegd worden) bevestigt de stelling (die ook Marguerite Yourcenar aanhaalt in haar roman L'oeuvre au noir) dat personen hoog op de maatschappelijke ladder zich veel meer kunnen permitteren dan gewone lieden.
In het algemeen kan het protestantisme omschreven worden als een terugkeer tot het echte geloof zoals in de bijbel beschreven.

Vooral in het calvinisme leidde dit tot een strengere leer, ook op vlak van seksuele moraal.







terechtstelling bedelmonniken op Vrijdagsmarkt

In het kader van de vervolging van katholieken tijdens de calvinistische republiek in Gent werden een aantal bedelmonniken beschuldigd van sodomie.

Na foltering in het Gravensteen werden 3 minderbroeders en 5 augustijnen schuldig bevonden en verbrand op de Vrijdagsmarkt.
Het is merkwaardig dat Louis Paul Boon in zijn Geuzenboek, dat nochtans een aaneenschakeling is van namen en data, geen melding maakt van dit proces.

Het wordt daarentegen wel vermeld in de roman L'oeuvre au noir van de Belgisch-Franse lesbische schrijfster Marguerite Yourcenar (zij het met een aantal historische onjuistheden).





Uit L'oeuvre au noir van Marguerite Yourcenar
Het nachtelijk heen-en-weer geloop begon weer: acht passen tussen de kist en het bed, twaalf passen tussen het dakraampje en de deur: hij versleet de vloer in wat reeds de wandeling van een gevangene was. Hij had altijd al geweten dat sommige van zijn passies, welke met vleselijke ketterij werden gelijkgesteld, hem het lot konden doen ondergaan dat aan ketters is voorbehouden, namelijk de brandstapel. Men gewent zich aan de wreedheid van de wetten van zijn tijd, zoals men went aan de oorlogen veroorzaakt door de menselijke zotternij, aan de ongelijkheid in levensomstandigheden, aan de slechte bewaking van de wegen en aan de vervuiling van de steden. Het sprak vanzelf dat men kon branden om het feit dat men Gerhart had bemind, evengoed als men geroosterd kon worden om het lezen van de bijbel in de volkstaal. Die wetten, nutteloos door de aard zelf van wat ze pretendeerden te straffen, troffen noch de rijken, noch de groten dezer aarde: de nuntius van Innsbruck had zich beroemd op obscene verzen die een arme monnik de vuurdood zouden hebben gekost; men had nog nooit een adellijk heer in de vlammen zien werpen omdat hij zijn page had verleid. Ze bedreigden minder bekende vissen: in weerwil van de angels, de netten en de toortsen vervolgen de vissen voor het grootste deel in de donkere diepten hun weg zonder spoor, zonder zich al te veel aan te trekken van hun soortgenoten die bloedend op het dek van een boot spartelen. Maar hij wist ook dat de wraakzucht van een vijand, een moment van razernij en zinsverbijstering van een menigte, of gewoon de botte strengheid van een rechter genoeg waren om misschien onschuldige beklaagden de dood in te jagen. ….

Deze verwarde tijden bevorderden de verklikkerij in alle opzichten. Het lagere volk, heimelijk partij kiezend voor de beeldenstormers, wierp zich gretig op elk schandaal dat een blaam kon werpen op de machtige kloosterorden, die zij hun rijkdom en hun autoriteit verweten. In Gent waren enkele maanden geleden negen Augustijner monniken, terecht of ten onrechte verdacht van tegennatuurlijke betrekkingen, na ongehoorde martelingen verbrand om tegemoet te komen aan de dolle woede van het straatvolk, verbitterd tegen de dienaren der Kerk; uit vrees de indruk te wekken dat men een blamerende zaak in de doofpot wilde stoppen had men niet, zoals de wijsheid zou hebben geboden, volstaan met de disciplinaire straffen door de orde zelf opgelegd.






We gaan de Rekelingestraat in en slaan links de Jan Breydelstraat in.

Tijdens onze wandeling passeren we talrijke restaurants.

Gent is een te kleine stad om een echt gay restaurant te hebben, dit is een restaurant waar het publiek overwegend holebi is.

Uiteraard zijn er meerdere gay run restaurants, dat zijn restaurants die uitgebaat worden door holebi's, voor sommige holebi's een extra reden om dit restaurant te kiezen.

In de Jan Breydelstraat is er bijvoorbeeld The House of Eliott, op de Koornlei is er de Allegro Moderato.

Andere voorbeelden:



Faim fatale in de Belfortstraat, Carte Blanche op de Martelaarslaan, Carlo Quinto in de Kammerstraat.


Op het einde van de Jan Breydelstraat lopen we rechtdoor de Koornlei af.

We bevinden ons op de plaats van de voornaamste haven tijdens de middeleeuwen en later.


Eén van de huizen op de Koornlei noemt De Zwaan en heeft dit embleem in de gevel.

Het betekent dat het huis vroeger een brouwerij/herberg was met meestal een achterafkamer voor de bevrediging van nog andere lichamelijke behoeften.


De Ravensteinstraat, één van de zijstraten van de Koornlei, noemde vroeger de Huurdochterstraat, wat eveneens verwijst naar prostitutie.



Prostitutie, homoprostitutie en cruising
De buurt waarin zich prostitutie concentreert heeft zich doorheen de geschiedenis regelmatig verplaatst.

Klassiek is een plaats waar veel reizigers de stad in - en uitgaan, zoals een haven, later een treinstation en nog later een invalsweg voor auto’s.


De prostitutie langsheen de haven aan de Gras- en Koornlei heeft zich zeer lang gehandhaafd.

Tot na WO II waren er huizen van plezier gevestigd in de zijstraten van de Veldstraat die op de Predikherenlei uitkwamen.

Met de bouw van het Zuidstation op het Zuid bloeide daar de prostitutie op. Deze is gebleven, ook na de afbraak van het station.

Met de komst van de auto werd vooral de Kortrijkse steenweg opgefleurd met kleurrijke TL-lampen.


De prijs voor een bezoek aan een hoer is doorheen de geschiedenis - men heeft reeds gegevens vanaf de 5e eeuw - vrijwel constant gebleven, nl. min of meer 1 dagloon.
De homoprostitutie is veel minder gedocumenteerd.

Er zijn geen plaatsen bekend in Gent waar georganiseerde homoprostitutie plaats vond.

Men heeft wel enige gegevens over de prijs. Opvallend is dat de prijs voor een homohoer veel lager ligt dan voor de heterovariant, nl. 1/3 tot 1/4 van een dagloon.
Een apart geval zijn de cruisingplaatsen, dat zijn openbare plaatsen (bv. parken, toiletten) waar homoseksuele mannen bijeenkomen om sekspartners te treffen.

Daar lopen uiteraard homohoeren rond, maar meestal gaat het om twee personen die zonder betaling met elkaar seks hebben.


Het woord cruising zou afgeleid zijn van het Nederlandse woord "(elkaar) kruisen".

Reeds in de Gouden eeuw zouden in Nederlandse steden ontmoetingsplaatsen bestaan hebben

Een bron uit 1762 vermeldt dat sodomieten "kruyssen tot negen uren toe, soo onder het stadhuys als daar agter".
In Gent is het Citadelpark (de delen aan de grot, aan het openluchttheater en aan de waterval) bekend als een cruisingplace, hoewel sinds de komst van het internet het er niet meer zo druk is als vroeger.



Op het einde van de Koornlei gaan we de trap op naar de Sint-Michielsbrug, gaan naar links en wandelen de Sint-Michielshelling af (richting Koornmarkt).

Aan het begin van de Sint-Michielshelling bevindt zich de cinema Sfinx.

Als onafhankelijke filmzaal voor de betere, ook niet-commerciële films heeft de Sfinx altijd aandacht besteed aan homofilms.

In de jaren 1970-1980 waren zo'n films nog een zeldzaamheid en had het vertonen ervan een sterke emancipatorische waarde.

Enkele van de belangrijke cineasten uit die periode die in de Sfinx vertoond werden:


  • Visconti (The damned, Dood in Venetië, Ludwig)

  • Derek Jarman (Sebastiane, een film in het Latijn, Caravaggio, Edward II)

  • Pasolini (met als schandaalfilm, Salo of De 120 dagen van Sodoma)




beeld uit Death in Venice, Visconti Sebastiane, Derek Jarmen




Bilitis, David Hamilton Another Country, Marek Kanievska

(met Rupert Everett)



We wandelen rechtdoor, via de Cataloniëstraat naar het Emile Braunplein.

Op het Emile Braunplein, aan de voet van het Belfort, staat de beeldengroep die George Minne (1866-1941) beeldhouwde in 1898, de "Fontein der Geknielden", bij de Gentenaars beter bekend als "de 5 pisserkes" (in 2009 – tijdelijk? - verwijderd voor werken heraanleg plein).







de Fontein der Geknielden
beeldhouwer George Minne, samen met een model



Homo-erotiek en kunstenaars
Is de "Fontein der geknielden" met de 5 naakte knapen een homo-erotisch kunstwerk?

Minnes werk wordt symbolistisch genoemd: "de typisch frêle lichaamsbouw in zijn beelden en tekeningen leunt aan bij het mensbeeld dat rond de eeuwwisseling verschijnt. De schoonheid lijkt melancholisch, verbonden met kwetsbaarheid, onvolwassenheid, eenzaamheid of een geladen gevoel van disharmonie met de buitenwereld."

Voor wie valt voor de schoonheid van knapen is er ongetwijfeld een erotische geladenheid. Dat wil nog niet zeggen dat de kunstenaar dat ook zo bedoeld heeft.
Er zijn geen aanwijzingen dat Minne homo zou zijn geweest.

Hij heeft in de Vlaanderenstraat een kamer gedeeld met de schilder Valerius De Saedeleer, maar huwde op zijn 26ste en had zeven kinderen. Wel kan gewezen worden op een gebruik uit die tijd dat in onze tijd anders geïnterpreteerd zou worden.

In Brussel woonde een jonge knaap bij hem in, "een tengere Vlaamse jongen met een gezicht als Johannes de Doper", die model stond voor de Fontein.

Vanaf 1910 woonde in Sint-Martens-Latem opnieuw een jongen als model bij hem in. Er bestaat een foto van Minne samen met dit kind waarbij beiden naakt (enkel het bovenlichaam is zichtbaar) en in een eerder innige pose afgebeeld zijn.


De Nederlandse, homoseksuele zanger Robert Long verwees naar de Fontein van Minne in een prachtig liefdesliedje met Gent als decor.




Weet je nog dat we door Gent liepen, schat

weekenden lang in de zon of de kou

jij nam me mee want je kende je stad

maar wat je ook aanwees, ‘k zag altijd weer jou
‘t kasteel en de kerk, die kroeg aan het plein

waarvoor je mijn hand greep en meetrok naar binnen

en later die prachtige stille fontein

met al die figuren van beeldhouwer Minne


die knielende knapen uit dof glanzend brons

het leek wel of alles gemaakt voor ons

het was net of die knapen daar knielden

voor twee mensen die van elkaar hielden


(eerste strofe van Weet je nog Gent

uit de cd Brand van Robert Long)


We wandelen recht door naar het Sint-Baafsplein tot aan de Sint-Baafskathedraal.


1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina