Homeroswedstrijd 2015-16: Ilias 38-57 (ed. Murray/Wyatt = Loeb Classical Library, 1999²)



Dovnload 16.71 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte16.71 Kb.
Homeroswedstrijd 2015-16: Ilias 3. 38-57
(ed. Murray/Wyatt = Loeb Classical Library, 1999²)
De Ilias behoeft geen introductie en net zo min de personages die in dit fragment aan bod komen: Hektor, de oudste zoon van Priamos en grootste held van Troje, Paris, de knappe jongere broer die Helena schaakte en zo de aanleiding gaf tot de Trojaanse oorlog en tot slot Menelaos, haar echtgenoot. De twist tussen Achilles en Agamemnon smeult op de achtergrond. Het duel tussen Paris en Menelaos lijkt even een vroegtijdig einde te kunnen maken aan de strijd – niet zozeer vroeg in de oorlog, want die is al negen jaar aan de gang, maar wel vroeg in de Ilias. Het is immers het allereerste gevecht tussen beide kampen dat in het epos wordt beschreven.

De wedstrijdtekst is echter nog vóór het duel te situeren. Grieken en Trojanen maken zich klaar. Menelaos springt bij het zien van Paris meteen krijgslustig van zijn strijdkar – Paris deinst bij het zien van Menelaos bevreesd terug. In het fragment is Hektor aan het woord, die zijn broer met harde woorden tot de orde roept. Het eerste woord, de aanspreking met “Δύσπαρι”, zet al meteen de toon. Tussen de bitse verwijten door hoor je de stem van de plichtsbewuste Hektor, die hier voor het eerst in de Ilias op de voorgrond treedt. Hij weet zijn broer goed te bespelen want het duel gaat door – al heeft dat zoals gezegd slechts een beperkt effect. Zoals was te verwachten delft de weinig heroïsche salonjonker het onderspit, maar voor Menelaos de fatale slag kan toebrengen wordt Paris door Aphrodite van het strijdtoneel gered…


“Δύσπαρι, εἶδος ἄριστε, γυναιμανές, ἠπεροπευτά,
αἴθ’ ὄφελες ἄγονός τ’ ἔμεναι ἄγαμός τ’ ἀπολέσθαι. (40)
καί κε τὸ βουλοίμην, καί κεν πολὺ κέρδιον ἦεν
ἢ οὕτω λώβην τ’ ἔμεναι καὶ ὑπόψιον ἄλλων.
ἦ που καγχαλόωσι κάρη κομόωντες Ἀχαιοὶ,

φάντες ἀριστῆα πρόμον ἔμμεναι, οὕνεκα καλὸν


εἶδος ἔπ’, ἀλλ’ οὐκ ἔστι βίη φρεσὶν οὐδέ τις ἀλκή. (45)
ἦ τοιόσδε ἐὼν ἐν ποντοπόροισι νέεσσι
πόντον ἐπιπλώσας, ἑτάρους ἐρίηρας ἀγείρας,

μιχθεὶς ἀλλοδαποῖσι γυναῖκ’ εὐειδέ’ ἀνῆγες

ἐξ ἀπίης γαίης, νυὸν ἀνδρῶν αἰχμητάων,

πατρί τε σῷ μέγα πῆμα πόληΐ τε παντί τε δήμῳ, (50)


δυσμενέσιν μὲν χάρμα, κατηφείην δὲ σοὶ αὐτῷ;
οὐκ ἂν δὴ μείνειας ἀρηΐφιλον Μενέλαον;
γνοίης χ’ οἵου φωτὸς ἔχεις θαλερὴν παράκοιτιν·

οὐκ ἄν τοι χραίσμῃ κίθαρις τά τε δῶρ’ Ἀφροδίτης,


ἥ τε κόμη τό τε εἶδος, ὅτ’ ἐν κονίῃσι μιγείης. (55)

ἀλλὰ μάλα Τρῶες δειδήμονες. ἦ τέ κεν ἤδη


λάϊνον ἕσσο χιτῶνα κακῶν ἕνεχ’ ὅσσα ἔοργας.”
Er zitten meerdere uitdagingen in deze passage. Niet alleen het woordspel in de eerste regel, maar ook de voor ons vreemde uitdrukking in de laatste regel zal de deelnemende klassen tot creatieve oplossingen dwingen. Bij het nemen van deze horden blijft het vooral kwestie de juiste toon te treffen om een overtuigende Hektor neer te zetten.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina