Homilie bij de uitvaart van mevrouw rosa claerbout



Dovnload 44.87 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte44.87 Kb.
HOMILIE BIJ DE UITVAART VAN

MEVROUW ROSA CLAERBOUT

Parochiekerk Sint-Andreas en Sint-Anna

Sint Andries Brugge

16 mei 2014
Jozef,

Kathleen, Claudio, Linda en Geert, Mieke en Andreas,

beste kleinkinderen Tom en Ellen,

achtbare familieleden, vrienden en bekenden van Rosa.


Een oude moeder is

de tederste van alle tederheden


en in haar tederheid

is ieder werkwoord zacht.

Zij is ons huis, ons dorp, ons toevluchtsoord.

Zij is genade zonder reden.
Een oude moeder is

de kostbaarste van alle kostbaarheden.

Zij gaf ons navelstreng en bloed

en al die andere zekerheden.

Zij gaf ons melk en droom en wolkenvelden

en angst voor vallend donker –

doch telkens ook verzekering

dat het verdriet wegtrekt met trage vleugelslagen

en pas terugkeert als je ouder wordt…
Een oude moeder is

de breekbaarste van alle breekbaarheden,

zij lijkt van porselein, zij lijkt

doorschijnend als het glas te zijn

waaruit zij van haar oude dagen drinkt

met korte, zwakke teugen…
Een oude moeder is een grote schat.

Zij is de wortels van ons hart.

Ik geef nu eerst het woord aan kleindochter Ellen die voor ons de tekst van het gedachtenisprentje zal voorlezen, als een eerbewijs aan haar oma Rosa.

Lieve oma, lieve ma,
vandaag zwaaien wij je uit met een liefdevol hart.

Italië werd voor jou en pa de avontuurlijke start,

maar toch kwam je terug in Brugge om te kweken



wat bloemen, wat planten en 4 kinderen met allerlei streken.
Jullie hebben samen heel hard gewerkt

met je handen in de aarde, de natuur bewerkt.

En ook nu nog was de serre je lust en je leven.

Je zou er de hele waterput hebben aan gegeven.
Van je allerlaatste jaren hebben we samen ontzettend genoten.

De liefde voor pa was helemaal terug ontsproten.

Je zit in het hart van Tom en Ellen gebakken.

En ons mooie verleden met jou is niet van ons af te pakken.
Bedankt lieve vrouw, bedankt lieve oma, vaart wel lieve mama.

De groetjes daarboven van ons en van papa.

Lieve Ellen, dankjewel voor dit sterke getuigenis. En zelf zal ik nu proberen om jouw oma Rosa even veel eer aan te doen als jij dat zopas hebt gedaan…
Allereerst dit. Ellen zei zojuist, vooral namens haar ouders, nonkel en tantes denk ik: ‘Jullie hebben samen heel hard gewerkt, met je handen in de aarde, de natuur bewerkt.’ Dat klopt inderdaad. Oma Rosa was van huis uit de dochter van een vlashandelaar. Het waren daar bij de Claerbouts allemaal harde werkers, en ze hebben samen veel gewroet in het vlas. Rosa kende heel die steeds terugkerende cyclus van het vlas maar al te goed: van zaaien, wieden en bloeien, van slijten, roten en zwingelen… Zelf vond ik het als kind zo mooi wanneer het vlas in bloei stond met heel die wiegende zee van blauwe vlasbommekes, en zeker ook wanneer het vlas in ‘kapelletjes’ was gezet op de weiden naast de roterijen… Maar ik zag er natuurlijk de mooiste kant van – Stijn Streuvels heeft er zoveel realistischer over geschreven in ‘De Vlasschaard’ – het leven zoals het toen was en waar men nu soms nostalgische TV-series over maakt…
En nu mijn eigen eerbetoon aan Rosa…
Beste mensen,
bij de voorbereiding van deze homilie

heb ik nog eens aandachtig gekeken

naar het overlijdensbericht van Rosa.

Ik vind het mooi,

veelzeggend en welsprekend in zijn eenvoud,

zonder veel complimenten - precies zoals Rosa zelf was en wilde zijn.
Haar naam, geboorteplaats en -datum,

haar sterfdag en de plaats van overlijden

en verder enkel maar dat zij de echtgenote van Jozef Robesyn was.
En verder geen titels of functies,

geen erelidmaatschap, geen bestuursmandaat, geen erelijst van prestaties,

geen lintjes en geen decoraties.

Zij was gewoon/buitengewoon ‘Rosa Claerbout’.

Zij was gewoon/buitengewoon zichzelf, en leefde haar dagelijks leven zoals het kwam –

groeiend en bloeiend als een ‘Rosa’, als een échte roos…
Maar toch zeer merkwaardig: zij is gestorven op moederdag, verleden zondag.

Dus laat dit maar alvast haar grootste eretitel zijn: moeder en oma…
Zoveel jaren moeder zijn en oma, Rosa én ‘Oma Rozerood’,

en onvermoeibaar zorgen voor je liefste last.

Met vlijtige handen en een heel groot hart

beminnen en bezielen,

bezorgen en belopen,

bedisselen en beredderen,

dragen, verdragen en vèr dragen,

leven zonder klagen,

veel geven zonder vragen…

Moeder zijn en grootmoeder zoals Rosa, dat is des avonds vóór je slapen gaat

een litanie van namen noemen:

de liefste eerst en meest – je man, je kinderen,

je kleinkinderen vooral,

je familie, de buurt, de wereld.
Schoonheid zien, simpel geluk.

Geheimen ontvouwen van liefde en leven,

van trouw en vergeving, van lijden en dood.

Alle mysteries van het leven aan elkaar rijgen als een rozenkrans:

blijde, droevige en glorieuze mysteries.

En telkens daar ‘Amen’ op zeggen – ‘Mij geschiede naar Uw woord’…

Bron zijn, een huis en thuis, brood en licht,

plek van aandacht, hand die koestert,

schoot van tederheid, liefde die duurzaam en seizoensbestendig is..
Moeder zijn – een warmte, een zekerheid:

Eeuwigdurende garantie van een betrouwbare, bewoonbare wereld…
Phara de Aguirre – jullie wellicht bekend van de televisie – schrijft in het ‘Mooiste Woorden Boek II’:
Mijn moeder is dood.

De begrafenisondernemer zit aan tafel

en stelt het overlijdensbericht op.

Wat was haar functie?’ vraagt hij.

Moeder’ zegt mijn zus.

De functie der functies.

En zet erbij “geslaagd met grootste onderscheiding”,’



zegt een andere zus.

We hadden haar wat vroeger haar diploma moeten geven…
En dan staat er op het overlijdensbericht vlak onder haar naam ook nog geschreven:

Plantenkweekster op rust’


Rosa had ‘groene vingers’ zoals men zegt.
Groene vingers’ dat zijn altijd: vingers van tederheid

vingers van zorg en geduld

vingers die kwetsbaar leven en langzame groei

zorgvuldig behoeden en beschermen.

Groene vingers’ zijn geen gewone ‘tuigen’, maar altijd échte zin-tuigen.



En zeker zijn het in hun ‘groen-zijn’ altijd instrumenten van de hoop…
Kijk naar de prachtige geraniums die hier vooraan staan rond de lijkkist van Rosa.

Ze zijn eigenhandig door Rosa gekweekt en verzorgd.

En weten jullie, beste mensen, dat de geranium vanouds een volkse bijnaam heeft?

Men noemt hem de ‘Roos van de armen’; de Roos, de ‘Rosa’ van de gewone/buitengewo- ne mensen…
En wat dat kweken en verzorgen van bloemen en planten betreft,

datgene waar Rosa zo sterk in was – wil ik nog even deze tekst van Kris Gelaude citeren:
Ontwapenend geduldig
Er is een oervermogen in de mens,

ergens heel diep verborgen,
dat taai verweer en kwetsbaarheid kan samenvoegen
tot een lange adem,
bij machte om de wereld te verbazen.

De kracht van zachte moed verschijnt
waar met ontwapenend geduld,
aan leven nu en aan de dag van morgen wordt gewerkt.
Er groeit een weefsel, onderlaags.
Een stille weerbaarheid
waarmee men bergen kan verzetten.’

Beste mensen, waar zou Rosa nu zijn, nu ze gestorven is?

Misschien kan dit een voorzichtig antwoord zijn:

Rosa,

je bent vast in een veld vol zonnebloemen,

je hield van ze, omdat zij hun gezicht

altijd weer hoopvol draaien naar het licht,

dat grote Licht in wat wij hemel noemen.
We hebben van die hemel geen bewijs,

maar waar jij nu bent, Rosa, zijn zeker grote tuinen

en ruime serres overvol met planten en met bloemen.

Je zult je ‘jeunen’ daar met jouw ‘groene vingers’!
Want dat moet de hemel zijn:

eindelijk het eerste onbewolkte zien;

staan als de zonnebloem

met het gezicht naar de zon gekeerd,

doordrenkt van licht.

In het stille centrum gehouden

terwijl de rondcirkelende planeten

gonzen van opperste vreugde.

Zien en weten eindelijk

geheel en al gezien zijn en gekend

en niet wegdraaien.
Nooit meer wegdraaien van het Licht…’

(Evangeline Paterson)
Pasen, goede mensen, speelt zich niet toevallig af in een tuin,

en in die tuin een vrouw van Magdala

die haar liefste tuinman, haar reis- en bondgenoot aan Zijn Stem herkent,

wanneer hij haast onhoorbaar

haar nòg blijft noemen bij haar eigen diepste naam.
Jozef,

lieve man van Rosa. Jij die nu zo verloren rondloopt in de serre

en je vertwijfeld afvraagt wáárom je de bloemen en planten die daar staan

nog verder water zou geven, nu jouw ‘Rosa’ er niet meer is…

Blijf ze toch maar allemaal geduldig water geven, iedere dag.

En blijf ze maar noemen, al die mooie bloemen:

madeliefje en vergeet-mij-nietje,

morgendauw en ogentroost,

goudenregen, zilverschoon,

lelietje-van-dalen, passiebloem,

juffertje-in-‘t-groen,

meiklokje, zonnebloem,

mannentrouw, schildersverdriet,

herderstasje, sleutelbloem,

kindje-op-moeders-schoot…
En denk dan telkens wanneer je ze noemt bij hun diepste naam

even aan je vrouw, aan Rosa.

Je zult het zien: iedere keer zal ze daar ter plaatse

weer een beetje tot leven komen en verrijzen.

Langzaamaan zal het weer Pasen worden voor jou

want in elk van die prachtige bloemennamen

steekt een geloofsbelijdenis, een lentebloesem hoop

die jou aan je lieve sterke vrouw herinnert…


Dan wil ik nog een kort woordje zeggen tegen de kleinkinderen Ellen en Tom…
Weten jullie, lieve kleinkinderen van oma Rosa/Rozerood,

dat de Beatles ooit een Marialied hebben geschreven?

Let it be’…



En daarin zingen ze:

als alles duister is in het leven,

de grijze lucht vol donkere wolken;

als ik het niet meer zie zitten…

Mother Mary comes to me,



speaking words of wisdom:

Let it be – let it be…’
Lieve kleinkinderen van oma Rosa:

probeer die éne zin uit dit sterke, troostende Beatleslied

voor altijd goed te onthouden! Verander gewoon ‘Mother’ Mary’ in ‘Oma Rosa’,

en dan wordt het zonneklaar.

Het is wat oma voortaan elke dag op-nieuw aan jullie beiden wil zeggen:

Je moet niet bang zijn, vrees niet – alles komt uiteindelijk wel goed…
En onthoud verder ook wat een oud Chinees spreekwoord zegt:
Je kunt niet vermijden dat de vogels

van het verdriet af en toe komen overvliegen,

maar je kunt wel voorkomen

dat ze nesten maken in je hart…’

Rosa, Oma-Rozerood,

je mag nu vredig rusten.

Je mag voorgoed gaan wonen in het land van toekomst

waarvan de oude zieners en profeten droomden:

een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’.



Je mag nu rusten en ons ten afscheid zeggen

dat het goed was samen onderweg te zijn

en dat je hoopt dat wij op wegen van vrede

elkaar op handen zullen blijven dragen.
Je mag nu rusten voorgoed.

Wij zullen ook morgen niet vergeten zijn

hoe je in de vele jaren hiervoor

leven en liefde ten volle met ons deelde.

Wat je ooit aan ons hebt voorgeleefd zal altijd met ons meegaan.

Je zult in ons voortleven vandaag en alle dagen na deze dag van afscheid.
Leef nu maar naar het volle Licht toe, Rosa.

Leef verder dan wij kunnen reiken.

Geen hand houdt je hier nog vast.
En mocht daar in de hemel ergens een plekje zijn,

vanwaar je ons kan groeten af en toe en ons kan gadeslaan.

Een beetje bezorgd als een goeie moeder of grootmoeder,

maar ook een beetje onbezorgd

zoals de vogels in de lucht en de bloemen op het veld

waarvan we zopas in het evangelie hebben gehoord…
Mocht vooral dat grote moederhart van jou

altijd voor ons blijven bestaan

en ons tot leven strekken en ten goede komen.

Vaart wel! A Dieu!

Addio’ – ‘Arrivederci’ om het in het Italiaans te zeggen –



de taal van jouw tweede vaderland

waar jouw grote avontuur tezamen met Jozef ooit begon.

Tsjeentjebewoardje’ - God zegene en beware je…



Rosa, je was een bloem van een vrouw!

En ik besluit met jouw eigenste zo vertrouwde woorden:

We love you very much’…



Amen.
Geert Dedecker





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina