Homomatose Adriaan Paradijs In afspraak tussen Adriaan Schalken (Paradijs) en isis-veganisme dit boek gratis te downloaden via isis-veganisme nl Adriaan Schalken (Paradijs) Alle rechten voorbehouden 5 Inhoud



Dovnload 1.29 Mb.
Pagina1/12
Datum23.07.2016
Grootte1.29 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


Homomatose

Dit boek kwam tot stand met speciale medewerking van Ria Bonito

en Johannes Broekhoven, waarvoor hartelijke dank.

Homomatose

Adriaan Paradijs

In afspraak tussen Adriaan Schalken (Paradijs) en isis-veganisme

dit boek gratis te downloaden via isis-veganisme.nl

Adriaan Schalken (Paradijs)

Alle rechten voorbehouden

5

Inhoud

Voorwoord 5

Over de schrijver 7

Hoofdstuk 1 --- Homomatose 9

Hoofdstuk 2 --- Paniek! 11

Hoofdstuk 3 --- De dieren 21

Hoofdstuk 4 --- De planten 31

Hoofdstuk 5 --- De piramidefamilie 35

Hoofdstuk 6 --- Het besluit om te vertrekken 37

Hoofdstuk 7 --- Bijna dood! 71

Hoofdstuk 8 --- Viva Italia 99

Hoofdstuk 9 --- Venetië 129

Hoofdstuk 10 --- De boottocht 147

Hoofdstuk 11 --- Azië 173

Hoofdstuk 12 --- De olifanten 187

Hoofdstuk 13 --- De olifantenmonniken 197

Hoofdstuk 14 --- De ontmoeting 203

Slot 211


6

7

Voorwoord

Beste lezer,

Voor u ligt een boek dat ik geschreven heb voor jonge mensen met idealen

en verder voor iedereen die jong van geest is gebleven en ondanks alles nog

idealen heeft en blijft geloven in een betere wereld.

‘Dit is een boek waarop de mensheid niet zit te wachten!’ Dit was de bijna

geschrokken reactie van een kennis die ik het manuscript liet lezen. Toen ik

aan dit schrijfavontuur begon, heb ik niet gedacht: nu zal ik eens even

verhaal schrijven dat de lezers bang maakt. Wel houdt dit sciencefiction

verhaal een ernstige waarschuwing in, namelijk dat de IKKE-IKKE

egoïstische leefwijze letterlijk levensgevaarlijk is voor de mens zelf.

Je kent ongetwijfeld dat gevoel wel dat je af en toe de gehele mensheid

achter het behang wilt plakken om het liefst op een onbewoond eiland te

gaan wonen.

Deze boze gevoelens ontstaan uit gekwetstheid of uit bedrog door je

medemensen. We maken het elkaar dan ook niet gemakkelijk. Ook

vertrouwen wij elkaar niet erg. Via contracten proberen wij het wantrouwen

in elkaar met vermeende zekerheden vast te leggen. Steeds weer word je in

je bewegingsvrijheid beknot. Via rechters moeten we ons gelijk afdwingen.

We zetten elkaar flink onder druk en sparen elkaar niet. Als gevolg hiervan

zitten psychiatrische instellingen vol met slachtoffers. Hoe gevoeliger je

bent, des te groter is de kans dat je je in onze hard geworden maatschappij

niet meer kunt handhaven. Net als in de oertijd geldt nog steeds de wet van

de sterkste. Alleen wordt die nu niet meer bepaald door lichamelijke kracht,

maar door de wijze waarop je je in de door onszelf gecreëerde jungle die

maatschappij heet, weet aan te passen.

De sterkste is nu de slimste. Helaas, want het hadden de wijzen moeten zijn

die de macht uitmaakten en de regeringen vormden en niet de gewieksten.

In weerwil van alle communicatiemiddelen en van al die miljarden

medemensen waarmee we deze aarde bevolken, voelt menigeen zich

8

eenzaam en alleen. Wanneer je iemand vraagt hoe het gaat, is het antwoord



bijna altijd: ‘Goed!’

We zijn meesters geworden in het ons dapper en groot houden. We schamen

ons ervoor toe te geven dat we ons te vaak alleen op de wereld voelen, dat

we ons leeg voelen. Het is moeilijk toe te geven dat je lijdt.

En vrijwel alles wordt in geld uitgedrukt. Als je geen familie hebt die om je

geeft, ben je in de zogenaamde derdewereldlanden zonder geld hopeloos

verloren! Net als in de oertijd, als je zwak bent zul je spoedig slachtoffer

worden. Zeker, in de Westerse rijke landen zijn er veel instituten die de

slachtoffers van de race om de welvaart opvangen.

Maar deze geboden liefde en opvang is afhankelijk gemaakt van geld.

Ook hier word je geholpen als je verzekerd bent, als het betaald wordt.

De mensheid bevindt zich nu midden in een industriële, technische en

communicatieve revolutie. Met zeer geavanceerde wapens gaan we elkaar te

lijf. Via de satellieten kan de hele wereld er getuige van zijn hoe we in de

naam van Jaweh, God en Allah elkaar naar het leven staan. Velen geloven in

een God die alles geschapen heeft, maar veel respect wordt er voor die

schepping niet getoond. Met de bijbel, de koran, new-age boeken en joodse

geschriften als excuus voor onze daden gaan we elkaar te lijf.

Ondanks alle negatieve invloed en vernielingsdrang van de mensheid, zien

we om ons heen een schepping die nog steeds alle ingrediënten bezit om van

deze aarde een aards paradijs te maken. Dit boek is een pleidooi om een

einde te maken aan veel onnodig lijden in het leven van mens en dier. Een

leven, en niet alleen een menselijk leven, is te kostbaar om er zo

onzorgvuldig mee om te springen. Met dit boek hoop ik u te inspireren en

ertoe te brengen ogenschijnlijke ‘gewone’ zaken eens in een ander licht te

bezien.


Het is tijd dat de mens zijn intelligentie gebruikt om naast de technische

revolutie een ethische revolutie op gang te brengen, gevoed door het inzicht

en de gevoeligheid die menseigen is, dat leven ten koste van een ander leven

niet meer nodig is.

Het is een ethische revolutie die ons voortbestaan kan redden!

Ik wens u veel boeiende leesuren.

9

Over de schrijver

Adriaan Paradijs werd op 13 januari 1951 geboren te Enschede. Hij is altijd

een dromer geweest en authentiek gebleven, omdat hij zich nooit ergens bij

heeft aangesloten. Hij ontdekte dat hij zich voortdurend bezighield met

paradijselijke gedachten in weerwil van de hem omringende maatschappij

die hem zeer kwaadaardig overkomt en waarin hij zich nooit thuisvoelde.

Hij veranderde zijn oorspronkelijke naam in het pseudoniem Paradijs. Vanaf

dat moment ging hij zich bewust bezighouden met het creëren van aardse

paradijzen en deed zijn naam eer aan door in zijn geboortestad Enschede een

oude zeer trieste fabriek om te bouwen tot een kleurrijk en sprookjesachtig

eigen wereldje, dat hij Het Paradijs noemde. Hij opende dit voor het publiek

wat een groot succes werd. Maar zijn oorspronkelijke bedoelingen raakten

door een overvolle agenda steeds meer op de achtergrond. Voor zijn echte

doelstellingen kreeg hij geen aansluiting.

Dat het hem echt ernst was met het creëren van een aards paradijs werd niet

serieus genomen. Hij vertrok naar Brazilië om daar een nieuwe poging te

wagen. Terwijl hij om zich heen een bloemen- en vlinderpark creëerde met

de naam Paraiso das Flores e Borboletas (Het Bloemen en Vlinder Paradijs),

vond hij de rust om het boek Homomatose te schrijven.

11

Hoofdstuk 1 -- Homomatose

Het was vroeg in het begin van het derde millennium, om precies te zijn in

het jaar 2015 volgens de christelijke jaartelling, dat er onrust ontstond in de

wereld. Door reportages in de kranten en op televisie was al geruime tijd de

aandacht gevestigd op een mysterieuze ziekte. Er werd regelmatig verslag

gedaan van sterfgevallen die begonnen op te vallen omdat ze zulke grote

overeenkomsten vertoonden. Wat daarbij vooral opviel was de snelheid

waarmee de dood intrad nadat iemand door een aanval was getroffen. In dat

opzicht was het te vergelijken met het bezwijken aan een hartaanval.

Het was op een gewone doordeweekse dag dat wereldwijd de eerste beelden

van zo’n aanval werden uitgezonden. Beelden waarvan niemand op dat

moment nog besefte dat ze het begin inluidden van een tijdperk, dermate

ingrijpend en van zo’n grote omvang, zoals de mensheid dat nog nooit had

meegemaakt en ook nooit meer zou meemaken. Alle verdriet, wanhoop en

ellende die oorlogen, ja zelfs de wereldoorlogen teweeg hadden gebracht

vielen in het niet bij wat de mensheid nu te wachten stond.

Een amateurfotograaf die toevallig ter plaatse was geweest, had ongewild de

kans gekregen opnames te maken van een aanval van deze geheimzinnige

ziekte, met een fatale afloop. Voor studiedoeleinden bevond de fotograaf

zich in een drukke winkelstraat van een grote wereldstad in een Zuid-

Afrikaans land. Een stad die zich kenmerkte door de grote verschillen in

levensstandaard tussen rijk en arm en in deze stad gold dat speciaal vooral

voor het blanke en het zwarte ras. Als onderwerp voor zijn afstudeerproject

wilde de journalistieke student de bewijzen hiervan vastleggen in beelden,

afgewisseld met interviews.

Hij had zich voor een grote supermarkt geposteerd, die voornamelijk

bezocht werd door rijke blanken. Nog voor hij zich goed en wel had

geïnstalleerd, speelde zich een drama voor zijn ogen af dat hij gretig met

zijn camera vastlegde. De opnamen speelde hij door aan het plaatselijke

televisiestation, dat de beelden onmiddellijk over de hele wereld

verspreidde.

Aldus verscheen er wereldwijd op de televisieschermen een goed verzorgde,

overvoede en uitbundig opgemaakte dame van middelbare leeftijd met een

12

rode kleur van opwinding close-up in beeld. Ze was van het blanke ras. Zij



verliet een overvloedig gevulde supermarkt en duwde een zwaarbeladen

winkelwagen voor zich uit, met waarschijnlijk veel overbodige spullen.

Zij straalde iets driftigs uit en ook zoiets van ‘als ik het maar goed heb!’

Van haar leek weinig mededogen te verwachten voor wat er nog meer leeft,

als zij daar al oog voor zou hebben. De stakkerds die in hun vodden op straat

leefden en wat geld bij elkaar probeerden te bedelen, liep zij voorbij met een

air van ‘moet je maar niet zo dom zijn!’

Zij wist niet dat vrijheid van keuze niet voor iedereen een vanzelfsprekende

zaak is. Dat vrijheid van keuze eigenlijk een ongekende luxe is. De

verschijning van de echtgenoot bevestigde nog eens het stereotype beeld dat

de wereld van de vrouw kreeg voorgeschoteld. Net op tijd en met een nors

gezicht was hij gestopt voor een donkere man die letterlijk in de goot lag.

Dat hij was gestopt was meer vanwege het feit dat hij geen zin in gezeur

had, dan dat hij respect uitstraalde voor de nu voor de wielen van zijn auto

liggende man.

Dat hij keurig op tijd zijn echtgenote stond op te wachten voor zijn

glimmende automobiel, was ook vooral uit eigenbelang. Want hij wist dat

zijn vrouw niet het type was met een karakter dat ruimte biedt aan

flexibiliteit. Als iets niet volgens haar verwachtingen verliep was zij niet te

genieten.

Maar wat zich vervolgens voordeed zou je zelfs zo’n dame die nu niet direct

ieders sympathie opwekt, toewensen. Terwijl haar man de achterbak van de

auto opende, met de bedoeling om de boodschappen in te laden, zakte zij

voor zijn voeten in elkaar. Ze probeerde haar man nog vast te grijpen, maar

dat was vergeefs. De winkelwagen rolde door en viel door het

hoogteverschil van de stoeprand met het wegdek, ondersteboven. De

boodschappen rolden over de straat. Met niet mis te verstane close-ups

werden precies die symptomen vastgelegd die zo kenmerkend waren voor

deze geheimzinnige ziekte. Met meer dan gewone aandacht werden die

beelden uitgezonden.

Het was geen aantrekkelijk schouwspel. Het ziektebeeld viel in eerste

instantie wel te vergelijken met een aanval van epilepsie. Na de val begon

het lichaam van de bewusteloze vrouw te schudden. Haar ogen lagen

ongecontroleerd te trillen in hun kassen. Daarna veranderde het ziektebeeld.

Haar lichaam verkrampte. Er kwam schuim uit haar verwrongen mond. Haar

ogen draaiden angstig rond en leken wanhopig te schreeuwen om hulp.

Vervolgens begon haar lichaam hevig te schokken. Dat duurde een aantal

minuten tot het zich plotseling ontspande. De hele wereld was er getuige van

hoe duidelijk zichtbaar het leven uit haar wegvloeide. De inmiddels

gearriveerde ambulance probeerde het slachtoffer te bereiken en baande zich

13

een weg door de groep nieuwsgierigen die zich rond de plek des onheils had



verzameld. Een aanwezige arts kon niets anders doen dan constateren dat de

vrouw was overleden. Totaal ontdaan achtervolgde de echtgenoot de

ziekenauto waarin zijn vrouw werd weggevoerd. Voor de boodschappen die

nog op straat lagen had hij geen tijd en interesse meer. Gretig brachten de

armen de wet in praktijk die luidt ‘de één zijn dood is de ander zijn brood’.

Nu is een dergelijke gebeurtenis op zich nog niet zo bijzonder, omdat

spontane sterfgevallen zich wel vaker voordoen, ware het niet dat na deze

uitzending de berichten over identieke sterfgevallen steeds veelvuldiger

werden. Maar nog opmerkelijker was het dat de berichten hierover uit alle

continenten kwamen, uit alle uithoeken van de wereld. Van paniek was zeker

nog geen sprake, maar de aandacht voor het wereldwijde fenomeen was wel

groeiende. Voordien kon men ziektegevallen of een epidemie nog

lokaliseren zoals Aids hoofdzakelijk in Afrika, griep hier en pokken daar.

Maar nu lag dat anders.

Uiteraard stortte de wetenschap zich met alle aandacht op het fenomeen. Er

vond een ware wedloop plaats over wie en welk land als eerste deze ziekte

kon doorgronden, om daarna als eerste ook het medicijn hiertegen te vinden.

Dat dit later allemaal vergeefse moeite zou blijken te zijn kon men toen nog

niet vermoeden. De eerste onderzoeken leidden ertoe dat men kon

constateren dat het om een zeer vindingrijk en intelligent virus ging, dat men

de naam ‘homosoom’ gaf. De ziekte die dit virus veroorzaakte noemde men

voortaan ‘homomatose’. Intussen namen de berichten over sterfgevallen,

veroorzaakt door deze homomatose, met de dag toe. De ziekte openbaarde

zich onder alle lagen van de bevolking. Het begon op te vallen dat er een

hogere concentratie van sterfgevallen viel waar te nemen onder bereisde

mensen en in dichtbevolkte gebieden met veel internationaal verkeer.

Een schrijnend voorbeeld van een krantenbericht was dat van een verliefd

jong stel. De mannelijke helft hiervan werd dodelijk getroffen door een

aanval van de meedogenloze ziekte. Vol vertrouwen waren zij in hun land

met een gematigd zeeklimaat vlak voor de winter een reisbureau

binnengestapt. De bedoeling was om een reis uit te zoeken van drie weken

naar een tropisch land. Het jaar daarvoor hadden zij ook al met succes zo’n

land in de derde wereld bezocht. Als souvenir hadden ze toen enkele

bontgeweven truien meegebracht, en fraai houtsnijwerk. De truien en het

houtsnijwerk waren gemaakt door arme bevolkingsgroepen. Aan de

producten was goed te zien dat hier wekenlang met toewijding aan gewerkt

moest zijn.

Vol geduld had een familie met een minimum aan middelen, gezeten op de

14

grond voor hun eenvoudige behuizing, hun vaardigheden in die producten



tot mooie vormen getransformeerd. Daarna hadden zij nog dagenlang op de

kunstmarkt gewacht op die ene toerist die misschien iets van hen zou willen

kopen. Want ze wisten wel dat die vreemdelingen uit verre landen heel veel

keus hadden, aangezien de markt groot was met nog veel meer andere

families die ongeveer dezelfde waren verkochten.

Ook wisten zij dat ze om die reden hun producten heel goedkoop moesten

maken. Aldus konden zij misschien een klein graantje meepikken van de

ongelofelijke hoeveelheid geld, die de vreemdelingen schenen te bezitten.

Uiteindelijk verkochten zij dan, na lang en vernederend afdingen door de

jonge vreemdelingen, veel te goedkoop wat spullen. Het jonge stel toonde

thuis voldaan zijn souvenirs. Vol trots vertelden zij dat ze de helft van de

oorspronkelijke vraagprijs hadden weten af te dingen.

Nu zaten ze dus weer bij het reisbureau.

De planken waren rijkelijk gevuld met reisaanbiedingen. Zij wilden in ieder

geval naar de warmte om aldus een flink stuk van de koude winter in hun

land te kunnen ontvluchten. Wat waren de mogelijkheden?

Zouden zij, verwend door het leven in een welvaartsstaat, beseffen wat een

enorme luxe het is om een reis uit te kunnen zoeken en even hier of daar

naar toe te vliegen? Zouden zij eveneens beseffen dat een vliegtuig symbool

staat voor de snelheid van de ontwikkeling van de technische intelligentie

van de menselijke geest? Want hoe kort geleden in de geschiedenis is het

nog maar dat de mens zijn eerste pogingen ondernam om te vliegen? En nu

hebben we al op de maan gestaan en kiezen dagelijks duizenden vliegtuigen

het luchtruim. Miljoenen en miljoenen jaren zijn er nodig geweest om de

vorm van ons lichaam zoals wij die nu bezitten op te bouwen. De snelheid

van de evolutie van onze geestelijke ontwikkeling ten opzichte van de

fysieke ontwikkeling is te vergelijken met de snelheid van het licht in

verhouding met de snelheid van het geluid.

Alsof het vanzelfsprekend is, was het jonge stel vertrokken naar hun

tropische vakantiebestemming. Zij hadden nog wat extra gewicht aan

bagage weten mee te smokkelen en veel gelezen over dat land waarheen het

vliegtuig nu koers zette. Zoals verwacht landde het toestel veilig op de

tropische bodem, maar bij het uitstappen en dus wel op een heel erg

ongelegen moment, kreeg de jongeman een aanval van de homomatose en

overleed hij nog voor hij vaste grond onder zijn voeten had gevoeld. Het

meisje liet hij in ontzetting achter. Aldus het krantenbericht.

Onopvallend waren er in het land van hun reisbestemming al tientallen

mensen aan homomatose overleden. Maar die leefden toch al uitzichtloos op

15

straat. Hoe vaak waren zij al niet, bewust of onbewust, ongezien gepasseerd



terwijl ze lagen te lijden? Eigenlijk voelden zij zich toch al bijna dood. Voor

hen was de aanval als een verlossing gekomen.

Intussen waren de wetenschappers gevorderd met hun onderzoek naar dat

vreemde nieuwe virus homosoom. Bekend was inmiddels de vindingrijkheid

van het virus. Ook dat het zich tegen allerlei medicijnen wist te verweren en

resistent werd. Uit onderzoek was inmiddels ook gebleken dat het zich

tientallen jaren verborgen had weten te houden. Deze jaren had het virus

benut om zich over de hele aardbol te verspreiden. Niet uitsluitend door

fysiek contact, maar ook via verspreiding door de lucht. Op deze wijze was

het vervolgens in de talloze voedselproducten beland. Door het constante

gesleep over de aardbol van mensen, dieren, planten en producten via

transporten door de lucht, over het water en over land had de dood zich

steeds meer verspreid.

Volgens de laatste inzichten zou het virus zich minstens veertig jaar

verborgen hebben weten te houden. Uit verder onderzoek had men ontdekt

dat het homosoom-virus een intelligentie bleek te bezitten, met een

ingebouwde tijdcode. Op deze wijze was het mogelijk dat wereldwijd, op

eenzelfde tijdstip, het virus in het menselijk lichaam zijn vernietigende taak

kon verrichten. Het leek wel een strafexpeditie, die in het geheim gezonden

was uit de microscopische wereld van bacteriën en virussen. Toen het besef

begon door te dringen dat er dus in feite sprake was van een wereldwijde

ziekte met een incubatietijd van veertig jaar, en iedereen dus voor

besmetting in aanmerking kwam, toen begon er eindelijk wat meer paniek te

ontstaan. Maar de algemene houding was toch nog steeds van ‘ach we

hebben al zo veel ziektes en epidemieën doorstaan in het verleden, deze

zullen we ook wel weer overleven.’

Het leek allemaal nog zo ver weg. Maar de sterfgevallen gingen echter

onophoudelijk door en nieuwsberichten werden steeds absurder. Zo was er

een slachter in een slachthuis, die juist op het punt stond de zoveelste koe

van het leven te beroven. Tientallen kadavers hingen al aan de achterpoten

opgetakeld leeg te bloeden.

Zou deze man ooit een koe als een wezen met eigenwaarde en gevoel

hebben gezien? Zou hij zijn eigen gevoel hebben uitgeschakeld, of heeft hij

dat nooit gehad? Het is waarschijnlijk zo dat hij, door zijn cultuur en

opvoeding, dit slachten als de gewoonste zaak van de wereld beschouwde.

Hoeveel zaken vinden wij in het algemeen niet gewoon, terwijl ze in

werkelijkheid barbaars zijn? Zaken zoals de doodstraf, gemene dierproeven,

mensen in gevangenissen stoppen, oorlogen, etc.

16

Zoals kort tevoren nog een koe door een schot in haar kop door de hand van



de slachter eerloos in elkaar zakte, zo stortte nu de slachter zelf door een

aanval van homomatose neer op de harde, koude, betegelde vloer van het

slachthuis. Dit beeld was des te gruwelijker omdat zijn witte, toch al

besmeurde jas, rood gekleurd werd door het bloed van de koeien. Het

schuim op zijn mond vermengde zich met het bloed van de koeien dat uit

zijn mond leek te stromen.

Nee, zoiets gun je niemand. Om niet meer paniek te zaaien dan er hier en

daar al ontstaan was, zonden de televisiestations geen schokkende beelden

meer uit. Er werd getracht om op een zakelijke manier verslag uit te brengen

over gebeurtenissen en het aantal gevallen in verband met de ziekte

homomatose. Het nam het grootste deel van het nieuws in beslag.

Ook de kranten stonden vol met regionaal en wereldnieuws over de

homomatose-gevallen. De meeste slachtoffers werden getroffen terwijl zij

zich onder normale omstandigheden bevonden, zoals tijdens de slaap in bed,

gezeten op een stoel of buiten lopend. Deze vielen onder de categorie

‘gewone’ slachtoffers. Maar er kwamen steeds meer voorbeelden naar voren

over de meest absurde gevallen. Zoals van een chirurg die tijdens een openhartoperatie

een aanval kreeg. Hij was voorover in de wond van de patiënt

gevallen, en deze was daarbij dermate gewond geraakt dat beiden ter plekke

stierven.

En dan het geval van een tandarts die bezig was een kies te boren, toen hij

getroffen werd door de homomatose-aanval. De boor was daarbij dwars door

tong en wang van de patiënt gegaan. Die was gillend uit de stoel geschoten,

een spoor van bloed achterlatend. Berichten over auto’s die stuurloos waren

geworden en door winkelpuien reden of frontaal op elkaar botsten werden

steeds algemener.

Erg bizar was ook het verslag van een man die in de messen van een

groentesnijmachine terecht was gekomen. Gebogen staande aan het einde

van de lopende band boven het gat waarin de kolen verdwenen om in

reepjes gesneden te worden, werd hij getroffen door de aanval. Zijn lichaam

stortte in het gat, de machine die dit niet kon verwerken liep vast. Het

lichaam van de stakker zat muurvast tussen de messen en werd

onherkenbaar verminkt. De andere arbeiders weigerden het werk over te

nemen, en zo kwam de zoveelste fabriek stil te staan.

Even gruwelijk en vreemd was het verhaal van een laborante in een

proefdierencentrum voor apen. Zorgvuldig afgesloten van de buitenwereld

hield men daar een paar honderd apen gevangen voor medische proeven.

Vooral chimpansees omdat die genetisch het dichtst bij de mens staan.

Gillend van angst of juist doodsbang in een hoekje kruipend, reageerden de

apen op de binnenkomst van de laborante in de voor hen afschrikwekkend

witte jas.

17

Wie zou er vandaag het slachtoffer worden? Het werd een fors mannetje.



Met een hekwerk van achter uit de kooi werd hij naar voren getrokken, met

de bedoeling hem klem te zetten en op die manier een injectie te kunnen

toebrengen. Daarvoor diende de kooi geopend te worden om het hekwerk

waartussen de aap klem zat te kunnen vergrendelen. Terwijl de laborante

daarmee bezig was, sloeg de homomatose toe. De angst van de aap maakte

plaats voor een ongeremde woede. Hij drukte het onvergrendelde hekwerk

van zich af en stortte zich op de laborante. Met een enorme kracht, die alleen

maar kan ontstaan uit jarenlang opgespaarde frustraties en machteloze

woede, scheurde hij haar in enkele seconden in stukken.

De laborante was gelukkig al buiten bewustzijn geraakt en had hiervan niets

meer gevoeld. De chimpansee, nog buiten zichzelf van woede en verrast

door de onverwachte vrijheid, zag kans tijdens de paniektoestand de weg

naar buiten te vinden door de openstaande deuren. Hij zou één van de vele

dieren worden die uit de menselijke gevangenissen werden bevrijd om later

een belangrijke rol te gaan spelen in een nieuwe wereld.

Dit soort absurde, maar op waarheid berustende verhalen werden het

gesprek van de dag. Het wakkerde de groeiende paniekgevoelens onder de

mensen aan. Maar de eindeloze stroom met bizarre verhalen was niet meer

te stoppen, zoals de volgende ongelooflijke gebeurtenis over een dominee

die wel op een erg ongepast moment overleed.

Vanaf de kansel had hij op een zondag de gelovigen van zijn kerk

toegesproken. In zijn preek probeerde hij de kerkgangers moed in te

spreken. Ondanks de onzekere, angstige tijden moesten zij niet het

vertrouwen in God verliezen, omdat zij altijd op Hem konden vertrouwen.

Hij had deze woorden nog niet uitgesproken of hij werd getroffen door de

homomatose-aanval. Hij viel voorover over de rand van de preekstoel. De

doffe klap op de harde stenen kerkvloer bezorgde de kerkbezoekers koude

rillingen. Ontsteld bleven zij achter met een gekwetst vertrouwen in de

Almachtige. Pogingen om de voorganger hulp te bieden waren zinloos.

Het volgende voorbeeld illustreert waartoe hebzucht mensen kan drijven.

Een slagtandenstroper in een Afrikaans land was op weg getogen. Door een

ivoorhandelaar was hem een jaarloon in het vooruitzicht gesteld als hij hem

twee flinke slagtanden zou leveren. Dagenlang had de man gezworven en

was toen een kleine kudde olifanten op het spoor gekomen. Een

moederolifant met een jong aan haar zijde bleek de grootste slagtanden te

bezitten.

Eigenlijk kun je het zo’n premiejager nauwelijks kwalijk nemen dat geld

18

zoveel macht over de mensen heeft gekregen, dat hij bereid was hiervoor



zo’n vreedzaam, trots dier van het leven te beroven. En dat nog wel terwijl

haar jong naast haar liep. Verwerpelijker nog zijn de jachttoeristen uit rijke

landen die tegen forse betalingen hun moordlust mogen uitleven en grote

dieren doodschieten om hun lege leven nog wat inhoud te geven.

Omzichtig had de stroper de olifant weten te benaderen. De moederolifant

werd zich bewust van het gevaar en sloeg alarm. Angstaanjagend

trompetterend, met opgeheven slurf en wijduitstaande oren, stormde zij met

gevaar voor eigen leven op de belager af om haar jong te verdedigen. Dit

was voor de jager altijd het moment geweest om de trekker over te halen en

met een salvo van kogels zijn slachtoffer te laten neerstorten, om daarna van

dichtbij de sterke schedel te doorboren met een schot dat definitief een einde

maakte aan een liefdevolle en zorgzame moederband. Het jong dat dan

reddeloos achterbleef zou een zekere prooi worden van leeuwen en hyena’s.

Maar nog voor hij de trekker had kunnen overhalen voor een vernietigend

schot, was hijzelf ter aarde gestort. De olifant koelde al haar woede en angst

door de creperende mens enkele keren aan één van zijn slagtanden te rijgen

en hem meters door de lucht te slingeren. Daarna vertrapte de olifant in

blinde woede de jager, zodat zijn darmen leegspoten. Ze rondde het karwei

af door de resten van de onherkenbaar geworden man in een boom te

slingeren, waar het tussen de takken bleef hangen. Zoals gewoonlijk hadden

de gieren de man achtervolgd. Uit ervaring wisten zij dat, wanneer een mens

met een geweer op stap ging, er voor hen bijna altijd wat te eten viel. Ook

dit keer werden ze niet teleurgesteld.

Kan het nog erger? Ja, het kan nog erger!

Een organenhandelaar in een Zuid-Amerikaans land had de vraag naar

donor-organen uit de rijke landen zien toenemen en de prijzen hiervan zien

stijgen. Een nier leverde net zoveel geld op als het loon waarvoor hij

maanden moest werken. Een zeer verwerpelijk plan had zich in zijn hoofd

ontwikkeld. In het nog maar korte verleden was hij chirurg geweest. Onder

een valse naam had de man een hotelkamer gehuurd. Met zijn charmes was

het niet moeilijk gebleken om een jonge vrouw in zijn kamer te lokken. Het

vriendelijk aangeboden drankje had hij voorzien van een zwaar slaapmiddel.

Zoals het zijn bedoeling was viel de vrouw inderdaad in een diepe slaap. Hij

opende de koffer met operatiegereedschap om één van de meest gruwelijke

daden uit te voeren waartoe een mens in staat is: het doden van een

medemens om hem een orgaan te ontnemen. Het was bekend dat voor deze

praktijken al kinderen gedood waren en dat mensen met nog slechts één nier

ontwaakten uit een narcose. Een onvrijwillig toegebrachte narcose waarin

hen, onder de macht van het geld, een orgaan was ontnomen.

19

Deze vrouw had echter geluk. Zij ontwaakte met hoofdpijn uit een diepe



slaap. Eerst had ze niet geweten waar ze was. Slaapdronken had ze naar het

plafond liggen staren van die vreemde kamer tot langzaam het besef

terugkeerde en ze zich herinnerde hoe zij hier binnen was gekomen. Met

afschuw herkende ze de man die levenloos naast haar lag. Toen zij helemaal

weer tot bezinning was gekomen en de situatie overzag brak het koude

zweet haar uit. Rillend van angst begreep zij dat ze was ontsnapt aan iets

wat ze wel in verhalen had gehoord, maar waartoe zij, onschuldig als ze

was, mensen niet in staat had geacht.

21

Hoofdstuk 2 -- Paniek!

De verhalen werden steeds absurder. De nieuwsberichten volgden elkaar

steeds sneller op en de toon werd steeds heftiger. Dat er zeker sprake was

van een zeer besmettelijke mondiale epidemie die volgens schattingen

wereldwijd nu al aan tweehonderd miljoen mensen het leven had gekost, dat

was voor iedereen nu wel duidelijk.

Maar voor de meerderheid was het toch alleen nog maar nieuws, wat nog

ver van hun bed leek, nog steeds zagen die de ernst van de situatie niet in, of

wilden die niet zien. Tweehonderd miljoen slachtoffers is al wel een enorm

aantal, maar gemeten naar de omvang van de wereldbevolking toch nog

relatief klein. Klein genoeg om de ziekte nog aan heel wat straten,

buurtschappen en families ongemerkt voorbij te laten gaan.

Personen die wel direct of indirect getroffen waren door het wegvallen van

een geliefde, een kind of andere relatie, leefden al in een hele andere

realiteit, de werkelijke realiteit. Dat was een leven met onzekerheid en

onbegrijpelijke verslagenheid en vooral de angst over wie is de volgende?

Nieuwsberichten over om zich heen grijpende branden in de wereld, zowel

in de steden als in droge natuurgebieden, werden algemeen.

Zo vielen er nu ook miljoenen indirecte slachtoffers tengevolge van de

epidemie.

In Australië was een enorme brand ontstaan in een tienduizenden kilometers

groot natuurgebied. Een aanhoudende droogte had dit vlakke gebied met

hoog droog gras licht ontvlambaar gemaakt. In dit gebied lagen enkele grote

steden en verder nog dorpen en afgelegen boerderijen. Deze werden alle

door het vuur ingesloten dat op drie plaatsen was ontstaan en al wekenlang

voortduurde. Met het toenemen van het aantal slachtoffers tengevolge van

de homomatose-aanvallen, namen ook de branden in de wereld toe. Die

branden ontstonden wanneer iemand die met vuur bezig was en getroffen

werd door een aanval. Eén van de drie brandhaarden van het vuur in

Australië was ontstaan omdat een boer bezig was geweest met een brander

de verf van een oude schuur af te branden. Tijdens die bezigheid was hij

onverwachts in elkaar gezakt. De brandende gasbrander was daarbij tegen

die deur aan gevallen en die had vlam gevat. Zo was achtereenvolgens eerst

de schuur in vlammen opgegaan en die had weer de boerderij in de brand

22

gezet. Aangewakkerd door de wind vonden de vlammen de gortdroge



omringende graanvelden.

Een paar honderd kilometer noordwaarts was een vrouw onder een

pijnboom getroffen door een homomatose-aanval terwijl zij een sigaret

rookte. Die sigaret deed het droge gras waarop ze zat ontvlammen. Het vuur

sprong van boom tot boom en zo ontstond een lange vuurtong.

In het zuiden van het gebied was de derde brand ontstaan. Zo dreigden

honderdduizenden mensen ingesloten te worden door het oprukkende vuur.

Door de aanhoudende wind groeiden de drie brandhaarden naar elkaar toe.

Vanuit helikopters werden de mensen naar de openingen in de vuurring

geleid, om te ontsnappen aan een vreselijke dood. Alles wat rijden kon

spoedde zich volgeladen met mensen naar de bressen in de vuurring, tot

deze zich meedogenloos sloot. Ontsnappen over de grond was nu niet meer

mogelijk.

Op het vliegveld maakten de mensen het voor elkaar bijna onmogelijk om

nog een plaats in een vliegtuig of helikopter te bemachtigen. Door de

panieksituatie waren ze gaan duwen en trekken waardoor de doorgang

ernstig werd belemmerd.

Ondertussen kwamen de zwarte rookkolommen in de verte dreigend

dichterbij.

De mensen werd geadviseerd zich naar de meren te begeven die zich in dit

gebied bevonden. Hier werd massaal gehoor aan gegeven. En ook daar

ontstond eenzelfde paniekerige duw- en treksituatie.

De paar boten waren lang niet toereikend om iedereen naar het vermeende

veilige wateroppervlak te brengen. Overhaast werden vlotten in elkaar

getimmerd. Er ontstonden knokpartijen. Men liep elkaar onder de voet

waarbij vooral kinderen en bejaarden het moesten ontgelden. Het was nu

‘ieder voor zich en God voor ons allen’.

De vuurring werd breder en breder, maar de ruimte binnen die ring werd

angstaanjagend kleiner en kleiner, het werd steeds moeilijker om buiten de

rook en de hitte van de vlammen te blijven.

Mensen en dieren als schapen en kangoeroes zaten als ratten in de val en

verdrongen zich in de steeds benauwder wordende ruimte.

Maar uiteindelijk was niet meer aan de verzengende hitte en de verstikkende

rook te ontsnappen. Slechts enkelen in de diepe souterrains en kelders van

de steden en zij die in de boten op het water dreven, waren de dodendans

ontsprongen.

Met satellietbeelden kon de grote zwarte vlek getoond worden die de brand

achterliet, zo groot als de helft van de Middellandse Zee.

Al deze beelden op de televisie bevorderden de paniek aanmerkelijk. Vooral

op die plaatsen in de wereld waar ook brandhaarden waren. In China was

een vuurwerkfabriek door een stadsbrand ontstoken, met enorme explosies

23

was het hele gebouw de lucht in gegaan. Brandende onderdelen waren met



grote kracht de stad in geslingerd en had die in lichterlaaie gezet. Het betrof

hier een miljoenenstad.

Zij die de stad op tijd hadden weten te ontvluchtten, zochten onderdak in de

omliggende dorpen. Daar ontstonden weer gevechten omdat aan deze

enorme aantallen vluchtelingen eenvoudig geen ruimte te bieden was. Velen

kwamen jammerlijk om in de strenge winterkou die daar op dat moment

heerste. De stad brandde nog weken na. Op luchtfoto’s zag het eruit alsof ze

door een zware atoombom was getroffen.

Ook zeker niet erg bevorderlijk voor het onderdrukken van de paniek was

een rapportage uit Afrika. Een homomatose-slachtoffer was er de oorzaak

van dat in Zimbabwe een grote overstroming ontstond. In de rivier de

Zambesi had men een enorme dam gebouwd met de bedoeling om

elektriciteit op te wekken. Door deze dam was het grootste kunstmatige

meer ter wereld ontstaan, het befaamde Karibameer.

Op het moment van het drama met het homomatose-slachtoffer was er

sprake van zware regenvallen. De rivier was flink aangezwollen. Daarom

werd er besloten om een al halfopenstaande sluisdeur verder open te trekken

en daarna nog een sluis open te zetten, om zo de rivier te ontlasten.

Voor de man die hiervoor verantwoordelijk was, was dit niet meer dan een

routinehandeling. Door een hendel in opwaartse stand te zetten, zou de

zware ijzeren deur met hydraulische krachten omhoog geheven worden.

Maar met de hand aan de hendel was hij door een aanval van homomatose in

elkaar gezakt en had de hendel in deze neerwaartse beweging meegenomen.

Langzaam zakte de zware afsluiter in de fatale richting en sloot de sluis

voorgoed af. Toen het ongeluk ontdekt werd en men de ernst van de situatie

inzag was het al te laat geweest om deze noodsituatie nog ongedaan te

kunnen maken. De druk van het water was te groot geworden om nog

beweging in de afsluiter te krijgen. Het gevolg was dat het waterpeil snel

steeg onder de aanhoudende regens. Op een gegeven moment had het

wassende water een weg weten te vinden tussen twee bergen. Het dal tussen

deze twee bergen had zich gedurende miljoenen jaren gevuld met rode klei.

Hierin ontstond eerst een onschuldig modderstroompje. Maar door de hoge

druk van de watermassa uit de rivier werd steeds meer modder losgerukt.

Plotseling begaf de kleiwand het en met een enorme kracht spoot het water

uit het ontstane gat dat uitgroeide tot een zijrivier die een steeds diepere

kloof sneed tussen de twee gebergten. De stroom werd zo krachtig dat het

een deel van de bergwand meenam. Alles wat het op zijn weg naar beneden

tegenkwam werd meegesleurd in de steeds maar groeiende modderstroom.

In het dal lag een industriestad. De modderstroom, doorspekt met losgerukte

bomen en rotsblokken, veegde de totaal verraste stad in één klap van de

24

kaart. Het hele gebied werd onder een modderlaag bedolven.



Al die incidentele ongelukken met homomatose-slachtoffers en al die

overstromingen en branden beheersten al maanden het nieuws. Maar de

echte algemene paniek begon pas toe te slaan na de volgende gebeurtenis.

Buiten de homomatose-epidemie was al het andere nieuws onbelangrijk

geworden, als het niet relevant was. Nu draaide het leven maar om één zaak,

de homomatose-epidemie.

Een mondiaal televisiestation zond 24 uur non-stop alleen nog maar nieuws

uit over de epidemie. Dit televisiestation was daarmee het meest bekeken en

dus ook het populairst, als je daarvan onder deze omstandigheden nog kon

spreken. Een leger van journalisten was uitgezworven naar alle uithoeken

van de aarde, zich bewust van hun grote verantwoordelijkheid. Want

niemand was gebaat bij het uitbreken van ongecontroleerde paniek Toch

mocht men ook de realiteit niet uit het oog verliezen, de wereld moest

gewaarschuwd worden voor de grote gevaren van de ziekte. Het grote

gevaar zat hem vooral in het feit dat de ziekte-aanval zo onverwacht optrad.

Hiervoor leverde het tv-station met de volgende reportage zelf het bewijs,

het was tevens de aanleiding om de paniek definitief toe te laten slaan.

Vlak na de take-off was een groot passagiersvliegtuig met 480 passagiers

aan boord neergestort. De piloot was getroffen door een homomatose-aanval

en op een paar fatale besturingsknoppen gevallen. Het vliegtuig veranderde

daardoor van een horizontale koers in een scherpe lijn naar beneden.

Doordat de piloot in een hardnekkige kramp lag was de co-piloot niet in

staat gebleken om de neerwaartse koers te corrigeren. Het gevolg was dat

het vliegtuig een paar lichtmasten raakte en brandend in het centrum van een

grote stad neerstortte.

Het was klaarlichte dag en het getroffen stadsdeel was een druk winkel- en

uitgaanscentrum. Het gevolg was een enorme ravage met veel doden.

Geëmotioneerd deed de verslaggever die snel ter plaatse was zijn relaas, met

op de achtergrond een vuurzee waaruit dichte zwarte rookwolken

opkringelden.

Tegen die onheilspellende achtergrond renden mensen paniekerig heen en

weer. Brandweerlieden probeerden te blussen wat ze konden, maar dat leek

voorlopig nog onbegonnen werk. De verwachting was niet dat er nog

passagiers levend uit het toestel zouden komen. Bovendien moest het nog

eens aan honderden andere mensen op de grond het leven gekost hebben.

Onschuldige mensen die net op het verkeerde ogenblik op de verkeerde

plaats waren geweest. Aldus zijn geëmotioneerde betoog. Zichtbaar onder de

indruk bleek de verslaggever nauwelijks in staat zijn werk te doen, terwijl

hij toch wel wat gewend was.

25

Des te pijnlijker en aangrijpender was het, dat hij voor het oog van



miljoenen kijkers over de hele wereld, close-up in beeld, zelf getroffen werd

door een homomatose-aanval. Dapper probeerde hij zich nog staande te

houden en zijn zin af te maken. Zijn van pijn vertrokken gezicht probeerde

hij nog krampachtig in de plooi te krijgen, voordat hij machteloos ter aarde

viel.

De camera wendde zich discreet van hem af.



Maar de beelden hadden voldoende indruk gemaakt om de algemene paniek

aan te wakkeren. Niemand durfde nu nog de lucht in te gaan. De televisieuitzending

werd er de oorzaak van dat het gehele luchtverkeer abrupt stil

kwam te liggen. Met alle gevolgen van dien. Families, waarvan een dierbaar

lid nog in het buitenland zat, waren ten einde raad. Hoe moesten ze zich nog

met elkaar verenigen nu er geen vliegtuigen meer opstegen? Juist nu ze

elkaar zo nodig hadden? Met de handen in het haar kon je ze over straat zien

jammeren, zinloos roepend om hulp.

Dit wekte weer de irritatie op van anderen die juist een familielid verloren

hadden. Andere verslaggevers moesten weer rapporteren over het drama met

hun collega. Zij hadden moeite zich te beheersen en een kalme toon te

bewaren. Regeringen sloegen de handen ineen. Afgesproken werd dat er

geen beelden meer uitgezonden mochten worden die schokkend waren en

bijdroegen aan de paniek. De programma’s beperkten zich tot het geven van

adviezen en algemene informatie. Maar nu de mensen verstoken waren van

het nieuws verbeterde dit de situatie niet. Hierdoor raakten de mensen nog

meer in onzekerheid. Het was of de bodem onder hen werd weggeslagen.

Niet meer weten waar je aan toe bent, in een toch al zo een onzekere wereld,

maakt je angstig.

Telefoonverkeer werd zo goed als onmogelijk wegens overbelasting.

De crematoria werkten onophoudelijk, maar konden het werk niet meer aan.

Slachtoffers konden voortaan alleen nog maar begraven worden.

Tijd voor ceremonieel was er niet meer. Men moest opschieten.

Aan beroepsgrafdelvers kwam al snel een tekort. Iedereen die een schep kon

hanteren werd geacht mee te helpen. Weilanden en terreinen buiten de

kerkhoven moesten worden aangesproken, omdat de begraafplaatsen geen

ruimte meer konden bieden.

Het aantal auto-ongelukken nam toe. Menige auto kon men aantreffen met

nog draaiende motor geparkeerd tegen een boom, met achter het stuur een

dode chauffeur.

Mensen sloten zich bibberend van angst op binnen de muren van hun huizen

of renden juist wanhopig over straat. Degenen die zichzelf nog onder

controle konden houden, hadden hun handen vol aan het bergen van de

doden of het troosten van de nabestaanden, als dit al mogelijk was.

Op een gegeven moment waren er zo weinig mensen over en was iedereen

26

zo met zichzelf bezig, dat de zieken in ziekenhuizen, bejaarden en andere



hulpbehoevenden in de steek werden gelaten. Men werd door de noodzaak

gedwongen heel egoïstisch en probeerde ergens beschutting te vinden tegen

dat onzichtbare monster dat homomatose heette.

Niemand kon de ziekte nu nog ontkennen. Iedereen had nu wel met de

ziekte te maken gehad of het vlak naast zijn deur zien gebeuren.

De bewoners van de steden liepen in paniek de bossen en de velden in,

omdat ze dachten dat de besmettingshaard vooral hun stad betrof. In

gehuchten en dorpen werden de mensen ook niet gespaard, maar daar

verliep alles wel wat rustiger en gecontroleerder. Tot ze geconfronteerd

werden met de vluchtelingen uit de stad, die kwamen smeken om onderdak.

Maar dat werd hen geweigerd. De mensen werden bang voor elkaar. Ze

werden in het algemeen gemeden omdat de opvatting was dat de mensen uit

de steden het meest besmet waren, wat ook zo was. Er ontstonden

vechtpartijen en er braken bloederige burgeroorlogen uit. Er werden zonde

bokken gezocht Overal ter wereld kregen minderheids groepen de schuld

van alles. Haatgevoelens tussen verschillende partijen die altijd al onder de

oppervlakte hadden gesluimerd kwamen nu naar buiten en kregen nu de

kans om zich te uiten met bruut geweld. Maar dat was natuurlijk onterecht.

Hier betrof het iets waar niemand, of juist iedereen schuld aan had. Zo

vielen er ook nog eens extra veel doden als gevolg van al dat geweld.

Regeringen zaten met de handen in het haar omdat er eigenlijk niets meer te

regeren viel, omdat een oncontroleerbare paniek zich van de mensen had

meester gemaakt.

Met de politie en het leger dat nog over was, werd hier en daar nog

geprobeerd om tot kalmte te manen en de vechtende partijen uit elkaar te

houden.


Maar dat bleek heel demotiverend en de moed om nog iets te bereiken werd

opgegeven.

Iedereen had het te druk met zichzelf en zijn relaties. Alles wat nog maar zo

kort geleden waarde had, zoals geld verdienen, carrière maken, een mooi

huis, een nieuwe auto, lekker eten, een vakantie of de liefde, dat alles waren

nu onbelangrijke behoeftes geworden, die tot een ver verleden schenen te

behoren. Nu gold nog maar een vraag: ‘hoe blijf ik in LEVEN!’

Deze levensbelangrijke vraag domineerde nu nog slechts de dagen en men

zocht wanhopig bescherming tegen het monsterlijke virus.

Mensen verborgen zich in koelcellen, in de hoop dat het virus niet tegen de

kou bestand was, maar daar stierven ze jammerlijk aan onderkoeling.

Of ze gingen het virus te lijf met stoombaden en sauna’s, maar ook dat was

tevergeefs.

Overdosissen aan antibiotica werden geslikt en alles wat men maar kon

vinden aan medicijnen waarvan men hoopte dat die het virus zou doden.

27

Maar juist het tegenover gestelde werd bereikt, het verzwakte de weerstand.



Patiënten uit psychiatrische ziekenhuizen liepen verdwaald over straat

onbegrijpelijke geluiden uit te stoten of krankzinnig te lachen.

De hele situatie kreeg hierdoor nog eens een extra luguber accent.

De patiënten in ziekenhuizen kon men horen smeken om hulp. Diegenen die

het bed nog konden verlaten, zochten lijkbleek en de uitputting nabij,

onderdak.

Van taxi, autobus of ander openbaar vervoer was al lang geen sprake meer.

Auto bezitters hadden met heel hun hebben en houden, hun stad, dorp of

land verlaten, in de hoop dat het elders beter zou zijn.

Zo ontstond er op de wegen een krankzinnig heen en weer gerij van

toeterende auto’s met wanhopig naar bescherming zoekende mensen. Maar

overal liepen ze met de neus tegen de muur, want waar ze ook arriveerden,

steeds kregen ze hetzelfde verhaal te horen, dat de situatie aldaar even

uitzichtloos alswel dramatisch was.

Men wist niet meer waar het te zoeken en kroop letterlijk weg, of liep

stuurloos rond, verstoken van ook maar enig nieuws, omdat ook de

nieuwsberichten via internet niet meer werden verzonden.

Alle televisie stations ter wereld waren tot een unaniem besluit gekomen en

zonden wereld wijd nog maar een beeld uit, met de hoopvolle tekst: ‘houd

moed, wij wachten op betere tijden!’

Nu er helemaal geen vervoer meer was en bedrijven en fabrieken stil waren

komen te liggen werd dit puur menselijke drama nog meer uitvergroot.

Want geen mechanisch geluid leidde de aandacht nog af van dit

oerschouwspel tot overleven. De oerschreeuw om te mogen blijven leven,

was overal waar te nemen. Uit het diepst van hun hart en met al de kracht

die ze nog in zich hadden werd het letterlijk uitgeschreeuwd: ‘ik wil leven!’

Verschillen in rangen of standen, rijk of arm, intelligent of niet intelligent,

zaken die nog maar zo kort geleden nog je sociale positie bepaalden, waren

nu belachelijk geworden. Men was nu gelijk aan elkaar in dat ene

oerverlangen om te mogen blijven LEVEN. Mensen sloegen de armen in

elkaar en hoopten met gezamenlijk stemgeluid spirituele krachten op te

wekken die sterker zouden zijn dan dat meedogenloze virus.

Gebruikmakend van de kracht die nog in hun was overschreeuwden ze hun

angst.


Waarschijnlijk onbewust hadden ze hun oerschreeuw om te mogen leven, tot

de kosmos gericht. Het was hun echter ontgaan dat heel de natuur al sinds

zijn bestaan onophoudelijk diezelfde wens had geroepen: ‘ IK WIL



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina