Honoraria van Belangenbehartigers in Letselschadezaken Onderzoek in opdracht van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars



Dovnload 0.6 Mb.
Pagina1/20
Datum25.07.2016
Grootte0.6 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20


Honoraria van Belangenbehartigers in Letselschadezaken


Onderzoek in opdracht van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars

M.G. Faure, N.J. Philipsen, F. Fernhout


METRO

Universiteit Maastricht

Faculteit der Rechtsgeleerdheid

Postbus 616

6200 MD Maastricht

Tel.: 0031 43 388 3060

Fax: 0031 43 325 9091

E-mail: Metro@facburfdr.unimaas.nl




Inhoudsopgave

1 Inleiding 1

1.1 Aanleiding voor het onderzoek 1

1.2 Probleemstelling en onderzoeksvragen 2

1.3 Werkwijze en methode 4

1.4 Opzet van het rapport 5

1.5 Uitvoering van het onderzoek 5

1.6 Dankwoord 5

2 Literatuuronderzoek 7

2.1 De economische analyse van het procesrecht 7

2.2 Marktwerking en vergoeding van buitengerechtelijke kosten 9

2.2.1 Relatie slachtoffer – belangenbehartiger 10

2.2.2 Relatie belangenbehartiger – verzekeraar 14

2.3 Empirisch onderzoek in Nederland 17

3 Dossieranalyse 19

3.1 De database 19

3.1.1 Steekproefgrootte en selectie dossiers 19

3.1.2 Beschrijving van de database 20

3.2 Uurtarieven 21

3.2.1 De database 22

3.2.2 Een vergelijking tussen advocaten en niet-advocaten 23

3.2.3 Analyse op basis van de mediaan 24

3.2.4 Niet-advocaten: een nadere analyse van de dossiers 25

3.2.5 Een korte toelichting betreffende het aantal dossiers per verzekeraar 26

3.3 De relatie tussen buitengerechtelijke kosten en schadeomvang 26

4 Prijzen en prijsontwikkeling van vergelijkbare diensten 30

4.1 Ontwikkeling advocatentarieven 30

4.1.1 Gegevens Centraal Bureau voor de Statistiek 30

4.1.2 Onderzoek door de Nederlandse Orde van Advocaten 32

4.1.3 Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade 32

4.1.4 Vereniging voor Letselschade Advocaten 33

4.1.5 Vereniging van Amsterdamse Letselschade Advocaten 35

4.1.6 Aanvullend onderzoek betreffende de honorering aan eigen advocaten of schaderegelaars door verzekeraars 35

4.2 Curatorentarieven 38

4.3 Tarieven van letselschadebureaus 39

5 Vergelijking met het buitenland 41

5.1 Advocatentarieven in België 41

5.1.1 Regelgeving 41

5.1.2 Verhaalbaarheid van advocatenkosten in België 43

5.1.3 Hoogte ereloon 47

5.2 Advocatentarieven in Duitsland 48

5.2.1 Regelgeving 48

5.2.2 Hoogte honorarium 49

6 Vergelijking en resultaten 51

6.1 Inleiding 51

6.2 Ontwikkeling van de buitengerechtelijke kosten 52

6.3 Vergelijking met andere letselschadeadvocaten 53

6.4 Vergelijking met prijsontwikkeling andere diensten 54

6.5 Vergelijking met andere bij het letselschadeproces betrokken deskundigen 55

6.6 Vergelijking met het buitenland 55

6.7 Evaluatie 56

6.8 No cure no pay 58

6.9 Mogelijke oplossingsrichtingen 58

6.10 Samenvatting 60

BIJLAGE 1: VRAGENLIJST DOSSIERONDERZOEK 62

BIJLAGE 2: HISTOGRAMMEN 65

BIJLAGE 3: ADVOCATENTARIEVEN LEDEN ASP VOLGENS WEBSITES 71

BIJLAGE 4: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING VANAF 1 AUGUSTUS 2007 75

BIJLAGE 5: KB VAN 26 OKTOBER 2007 TOT VASTSTELLING VAN HET TARIEF VAN DE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING (Belgisch Staatsblad 9 november 2007) 76

BIJLAGE 6: UITGAVEN VAN DE TARIEVEN VAN MR. J. BEER 77

BIJLAGE 7: GRAFIEKEN EVOLUTIE UURTARIEVEN 78

BIJLAGE 8: HISTOGRAMMEN VERHOUDING BGK/SCHADEBEDRAG 80

BIJLAGE 9: TRENDANALYSES BGK/SCHADEBEDRAG 81

Literatuurlijst 82




1Inleiding

1.1Aanleiding voor het onderzoek


In dit rapport wordt verslag gedaan van het onderzoek “Honoraria van Belangenbehartigers in Letselschadezaken”, dat in opdracht van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) werd uitgevoerd. Aanleiding voor dit onderzoek was het vermoeden van aansprakelijkheidsverzekeraars dat in de loop der jaren de honoraria van advocaten en andere belangenbehartigers (zoals letselschadebureaus) flink zijn gestegen in Nederland. Het zou daarbij met name gaan om een stijging van de uurtarieven. De kern van het onderzoek betreft derhalve een bestudering van letseldossiers, op basis waarvan de ontwikkeling van de honoraria in kaart kan worden gebracht en de samenhang met mogelijke verklarende factoren kan worden vastgesteld. De letseldossiers zijn beschikbaar gesteld door een vijftal verzekeraars: Aegon, Delta Lloyd, Fortis/ASR, Univé en ZLM Verzekeringen.

Het is van belang dat alle factoren die mogelijk van invloed zijn (geweest) op de ontwikkeling van de tarieven van advocaten en andere belangenbehartigers in het onderzoek meegenomen worden. Een eerste, nogal voor de hand liggende, mogelijke factor van belang is inflatie. In dit verband is door het PIV gesuggereerd dat ook de invoering van de euro van invloed zou kunnen zijn geweest. Een tweede factor die de hoogte van tarieven zou kunnen beïnvloeden is de toenemende complexiteit van letselschadezaken. Zo zouden slachtoffers bijvoorbeeld steeds vaker gebruik kunnen maken van “gespecialiseerde” advocaten, die hogere tarieven rekenen voor hun diensten dan hun niet-gespecialiseerde collegae. Dit zou echter niet verklaren dat ook de tarieven van letselschaderegelaars die geen advocaat zijn toenemen.



Ten derde is het van belang om de invloed van fee shifting (d.w.z. het kunnen verhalen van kosten van juridische bijstand op de wederpartij) op prijsconcurrentie te onderzoeken. Immers, in Nederland, net als in sommige andere Europese landen, kan het slachtoffer een groot deel van de kosten van juridische bijstand verhalen op (de verzekeraar van) de aansprakelijk gestelde partij. Dit staat mogelijk in de weg van een goede marktwerking en geeft geen prikkels tot het inperken van kosten. Bovendien geldt de mogelijkheid tot het verhalen van kosten niet alleen voor de proceskosten.1 Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad in 19872 ligt inmiddels in de wet vast (sinds de invoering van het nieuwe BW) dat ook de zogenaamde “buitengerechtelijke kosten” van juridische bijstand bij de kostenveroordeling worden betrokken: zie hiervoor artikel 6:96 BW.3 In de praktijk blijkt de vraag wat redelijke kosten van rechtsbijstand4 zijn moeilijk te beantwoorden, hetgeen aanleiding heeft gegeven tot discussies tussen verzekeraars en belangenbehartigers over de hoogte van de buitengerechtelijke kosten.5 Deze discussies kunnen leiden tot vertragingen in de afwikkeling van letselschadezaken en komen dus ook het slachtoffer niet ten goede. Het PIV heeft, in overleg met verzekeraars en belangenbehartigers, een nadere invulling gegeven aan art. 6:96 BW, in een poging deze discussies te verminderen. Sedert enige jaren wordt daartoe een tabel gebruikt. In oktober 2004 is de PIV-Overeenkomst Buitengerechtelijke Kosten verschenen. Het betreft hier meer specifiek een tabel waarin is af te lezen welk bedrag aan buitengerechtelijke kosten is verschuldigd bij een bepaalde schadevergoeding. De tabel is o.a. gebaseerd op eerder onderzoek van (Moret) Ernst & Young (1998), uitgevoerd in opdracht van het PIV.6 In dit onderzoek werd aan de hand van een regressieanalyse op basis van 1.000 dossiers van verzekeraars aangetoond dat er een relatie bestaat tussen de hoogte van de betaalde schadevergoeding aan het slachtoffer en het bedrag van de buitengerechtelijke kosten. De PIV-overeenkomst heeft overigens alleen betrekking op zaken waarbij de aansprakelijkheidsvraag niet ter discussie staat en op schadebedragen tussen € 500,- en € 45.000,-. Het is daarnaast de vraag in hoeverre de tabel in de praktijk nageleefd wordt. Een probleem is namelijk dat slechts een relatief beperkt aantal belangenbehartigers aan deze overeenkomst meedoet. In de versie van 2007 is het maximumbedrag verhoogd tot € 75.000,-, met de optie voor partijen om uit te breiden tot hogere bedragen (€ 100,000,- of € 250.000,-)..




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina