Hoofdopdracht wiskunde



Dovnload 16.92 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte16.92 Kb.
HOOFDOPDRACHT WISKUNDE

Op vakantie naar Frankrijk


Mc nr.:

A
B
C


D
E

Inleiding
De vijf vrienden Tim, Marja, Yasin, Claire en Jasmijn willen met elkaar op vakantie. Het is bijna zomervakantie en ze gaan allemaal over naar de 4e klas. Dit vieren ze met een vakantie naar Frankrijk, naar de Côte d’Azur. Ze weten nog niet precies hoe ze naar Frankrijk gaan en waar ze willen overnachten. Ook het geld speelt een rol, de vakantie mag niet teveel kosten.

De vrienden vragen advies aan jullie maatjescirkeltje. Eén van jullie heeft al informatie op het internet gevonden. Jullie gaan nu de wiskunde toepassen op de gegevens die jullie hebben verzameld. Aan het eind van deze opdracht kunnen jullie goed adviseren over de mogelijkheden en de kosten die daaraan verbonden zijn.


Wiskunde toepassen
Inleiding


Jullie hebben de reisinformatie bij elkaar gezocht. Jullie bespreken met de vijf vrienden welke kosten er nog meer aan verbonden zijn.

Tim zegt: “ We gaan ervan uit dat we € 20,- per dag nodig hebben voor eten en drinken voor ons vijven.”


Jasmijn: “ En daarnaast hebben we een vast bedrag van € 500,- afgesproken waar we met z’n vijven leuke dingen van kunnen doen, zoals uitgaan of sportieve activiteiten.”

Jullie hebben alle informatie. Jullie weten welke kosten eraan verbonden zijn. De vrienden hebben verder nog aangegeven dat ze het liefst met het vliegtuig gaan, ze hebben nog nooit eerder gevlogen dus dat lijkt ze wel spannend. Het vliegtuig is echter wel wat duurder dan de bus, dus als ze met het vliegtuig gaan, moeten ze in een tent kamperen omdat het anders te duur wordt.


Maar de vrienden willen het liefst in het appartement, dan hoeven ze geen grote tent mee te nemen. Als ze in het appartement willen verblijven, kunnen ze beter met de bus gaan.
Dat wordt nog even puzzelen.

Opgave A1

Bij de volgende opgaven maak je twee formules waarmee je kunt berekenen wat de kosten van de vakantie zijn. De kosten hangen af van het aantal dagen dat de vrienden weggaan. Ze weten nog niet precies hoeveel dagen ze weg willen gaan.


Wat wordt de variabele in de formules?


Opgave A2

Met de eerste formule, formule 1, kan worden berekend hoeveel het kost als de vrienden per vliegtuig reizen en slapen in een tent. Tel ook de kosten voor eten en drinken, en het bedrag om leuke dingen van te doen erbij op.


Maak formule 1. Geef aan wat de letters in de formule betekenen en vermeld de eenheid.

Opgave A3

Met formule 2 kan worden berekend hoeveel het kost als de vrienden per bus reizen en slapen in het appartement. Tel ook de kosten voor eten en drinken, en het bedrag om leuke dingen van te doen, erbij op.

Maak formule 2. Geef aan wat de letters in de formule betekenen en vermeld de eenheid.
Opgave B1
Uit hoeveel termen bestaan formule 1 en 2?
Noteer welke termen gelijksoortig zijn.
Opgave B2

Schrijf beide formules zo kort mogelijk, noteer de termen in de juiste volgorde.

Opgave B3

De formules zijn gemaakt voor 5 personen. Om te berekenen hoeveel de vakantie voor één persoon kost, moeten formule 1 en 2 door 5 gedeeld worden.

Deel formule 1 en 2 door 5 en noem de nieuwe formules formule 3 en 4.


Opgave C1
Maak één tabel waarin je zowel de uitkomsten van formule 3 als van formule 4 zet. Neem voor het aantal dagen 0 t/m 20.


Opgave C2
Maak van formule 3 en 4 twee grafieken in één figuur.





Opgave C3
Zijn de grafieken lineair? Hoe zie je dat?

Zijn de grafieken stijgend, dalend of horizontaal? Hoe kun je dit aan de formule zien?



Opgave D1
Wat betekent het snijpunt van de grafieken?

Opgave D2

Maak een inklemtabel en bereken zo waar het snijpunt zit.



Opgave D3

Noteer met symbolen de verschillende fases van de grafieken.

Opgave E1
Stel de vergelijking op waarmee je het snijpunt kunt berekenen.

Opgave E2
Los de vergelijking op.

Opgave E3
Controleer of je oplossing juist is. Hadden jullie bij opgave D2 hetzelfde antwoord? Welk antwoord is nauwkeuriger?


Eindopgave
Geef Tim, Marja, Yasin, Claire en Jasmijn advies voor hun vakantie door de volgende vragen te beantwoorden:


  1. Zouden jullie per vliegtuig gaan en in een tent slapen, of kiezen jullie voor de busreis en het appartement?



  2. Hangt jullie keuze ook af van het aantal dagen dat ze op vakantie gaan?



  3. Wat zouden jullie doen bij een vakantie van 5 dagen? En wat bij een vakantie van 15 dagen?



  4. De vrienden hebben de afgelopen maanden zoveel mogelijk geld gespaard. Ze hebben € 400,- per persoon om aan de vakantie uit te geven. Geef advies over de vakantiemogelijkheden. Wat zouden jullie doen?











De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina