Hoofdstuk 1 lezen 11



Dovnload 10.57 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte10.57 Kb.
HOOFDSTUK 1 LEZEN 11

1.1. Inleiding 11

1.2. Oriënterend lezen 15

1.2.1. Alinea 16

1.3. Globaal lezen 22

1.3.1. Doel en tekstsoort 22

1.3.2. Tekststructuur 27

1.3.3. Typografische middelen 34

1.4. Intensief lezen 39

1.4.1. Tekstindeling 39

1.4.2. Moeilijke woorden 40

1.4.3. Verwijswoorden en signaalwoorden 41

1.5. Samenvatten 45

1.5.1. De belangrijkste zinnen van de alinea’s 46


HOOFDSTUK 2 LUISTEREN 53

2.1. Inleiding 53

2.2. Luistertips 54
HOOFDSTUK 3 GESPREKKEN VOEREN 61

3.1. Inleiding 61

3.2. Algemene gespreksregels 61

3.2.1. Soorten gesprekken en gesprekdoelen 62

3.3. Verbale en non-verbale communicatie 63

3.4. Dagelijks gesprek / social talk 63

3.5. Informatiegesprek 67

3.5.1. Informatie vragen 67

3.5.2. Informatie geven 68

3.6. Verkoopgesprek 71

3.6.1. Opbouw van het verkoopgesprek 71
HOOFDSTUK 4 SPREKEN 75

4.1. Inleiding 75

4.2. Kenmerken 75

4.2.1. Spreektempo/spreekpauze 75

4.2.2. Articulatie 77

4.2.3. Intonatie 77

4.3. Presenteren 84

4.3.1. Wat is het doel en wie is je publiek? 84

4.3.2. Informatie verzamelen met behulp van de 5 w-vragen 85

4.3.3. Informatie in de goede volgorde zetten 86

4.3.4. Hulpmiddelen 87

4.3.5. Oefenen 87


HOOFDSTUK 5 SCHRIJVEN 93

5.1. Inleiding 93

5.2. Invullen van formulieren 93

5.3. Teksten schrijven 96

5.3.1. Inhoud 96

5.3.2. Doel bepalen 96

5.3.3. Voor wie schrijf je? 99

5.3.4. Inhoud van de tekst 100

5.3.5. Structuur van de tekst 100

5.3.6. Tips om begrijpelijk te schrijven 104

5.4. Soorten teksten 105

5.4.1. Eenvoudige e-mail 105

5.4.2. Informerende tekst 110

5.4.3. Overtuigende tekst 111

5.4.4. Feit en mening 112

5.4.5. Mening en argument 113

5.4.6. Kort verslag 116
HOOFDSTUK 6 GRAMMATICA 121

6.1. Inleiding 121

6.2. Woordsoorten 121

6.2.1. Lidwoorden 122

6.2.2. Zelfstandige naamwoorden 123

6.2.3. Bijvoeglijke naamwoorden 124

6.2.4. Werkwoorden 127

6.2.5. Zelfstandige werkwoorden en hulpwerkwoorden 128

6.3. Zinsdelen en functies 130

6.3.1. Zinsdelen 130

6.3.2. Persoonsvorm 131

6.3.3. Onderwerp 132

6.3.4. Werkwoordelijk gezegde 133

6.3.5. Lijdend voorwerp 134

6.3.6. Hoofdzin en bijzin 136
HOOFDSTUK 7 SPELLING 139

7.1. Inleiding 139

7.2. Letters 139

7.3. Klanken en lettergrepen 140

7.3.1. Verdeling in lettergrepen 140

7.4. Spelling op klanken 143

7.4.1. Klankzuivere woorden 143

7.4.2. Klankambigue woorden 143

7.5. Woorden 144

7.5.1. Samengestelde woorden 144

7.5.2. Voor- en achtervoegsel 146

7.6. Leestekens en hoofdletters 147

7.6.1. Hoofdletters 147

7.6.2. Punten 148

7.6.3. Vraagteken 149

7.6.4. Uitroepteken 149

7.6.5. Komma 149

7.6.6. Aanhalingstekens 150

7.7. Werkwoordspelling 152

7.7.1. Infinitief 152

7.7.2. Stam van het werkwoord 152

7.7.3. Getal van het werkwoord 153

7.7.4. Tijd van het werkwoord 155

7.7.5. Voltooid deelwoord 156



7.7.6. Zwakke en sterke werkwoorden 158




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina