Hoofdstuk 1 Managing in Turbulent Times. De vier management functies



Dovnload 253.87 Kb.
Pagina1/17
Datum18.08.2016
Grootte253.87 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17
Hoofdstuk 1 Managing in Turbulent Times.



De vier management functies:

Planning: Management functie die zich bezighoud met het definiëren van doelen in de toekomst wat betreft de prestatie van het bedrijf en die beslist over de taken en middelen die ervoor nodig zijn om deze te bereiken.
Organiseren: Management functie die zich bezighoudt met het toewijzen van taken, het groeperen van taken in departementen, en het toewijzen van middelen aan de departementen.

Leiden: De functie die inhoudt het gebruik van invloed om de werknemers te motiveren om de bedrijfsdoelen te verwezenlijken. (Het creëren van gemeenschappelijke waarden, overbrengen van de doelen op de werknemers, motiveren.)

Beheersen: Management functie die zich bezighoud met het bekijken van de activiteiten van de werknemers, en het bedrijf op het juist spoor houden richting de gestelde doelen, en het maken van correctie waar dat nodig is. De optimale invulling van deze 4 functies verschilt per situatie.


Bedrijfsprestatie


Organisaties zijn niet meer weg te denken uit deze maatschappij. Organisatie brengen kennis, mensen, en grondstoffen bij elkaar om taken uit te voeren die een individu niet alleen kan doen. Organisatie: Een sociaal wezen (bestaande uit 2 of meer personen) dat doelgericht is (gericht op een bepaalde uitkomst) en gestructureerd (taken zijn toegewezen aan bepaalde personen). Effectiviteit: De mate waarin een organisatie haar doelen bereikt.
Efficiency: Het minimale gebruik van middelen (grondstoffen, geld, mensen) om een gewenste output te realiseren.

Prestatie: Het vermogen van een organisatie om zijn doelen te bereiken door het efficiënt en effectief gebruik van middelen. Dit is de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de manager.
W.SAMENVATTINGEN.NL

Management Vaardigheden


Conceptuele vaardigheid: De intellectuele vaardigheid om de organisatie als een geheel gezien, en de relaties tussen de onderdelen.

Menselijke vaardigheid: De mogelijkheid om met mensen te werken en mensen te delegeren en zo effectief mogelijk te werken als groepslid. (graag met mensen praten, open staan voor meningen van anderen.)

Technische vaardigheid: Het begrip van en vaardigheid in het uitvoeren van specifieke taken. (Vaardigheid in , ontwerpen, produceren, financiën, etc.). Vooral noodzakelijk in lagere management lagen. Zie ook diagram pagina 15.

Management typen


Managers gebruiken deze vaardigheden om de 4 management functies uit te voeren.

Verticale verschillen: Een indicatie voor de taak van de manager is zijn plaats in de hiërarchie.

- Top manager: staat boven aan de hiërarchie en is verantwoordelijk voor de hele organisatie.(president, commissaris, college van bestuur). Ze zijn verantwoordelijk voor het opstellen van de doelen, definiëren van strategieën om deze te bereiken, en werken voor de lange termijn, ze maken een visie en een bedrijfscultuur.

- Middle manager: zijn verantwoordelijk voor business units en belangrijke departementen. Ze hebben gewoonlijk twee of meer managementlagen onder zich

- Projectmanager: wordt tegenwoordig gebruikt in plaats van een middle manager. De projectmanager is verantwoordelijk voor een tijdelijk project waarin andere mensen van gelijk niveau participeren. Ze managen horizontaal, en men kan tegelijkertijd lid zijn van een ander projectteam. Zo wordt er efficiënt gebruik gemaakt van de aanwezige middelen.

- First-line manager: is direct verantwoordelijk voor de productie van goederen of middelen. Zijn hebben hoogstens nog 1 laag onder zich. Ze zijn verantwoordelijk voor het toepassen van de regels om een effectieve productie te waarborgen.

Horizontale verschillen:
- Functional manager: manager die verantwoordelijk is voor een departement dat een functionele taak uitvoert en die medewerkers met een gelijke training en vaardigheden heeft. Bijvoorbeeld verkoop, productie, financiën.
- Staf manager: manager die een staf departement leidt.

- General manager: manager die verantwoordelijk is voor verschillende departementen die verschillende functies vervullen.

De activiteiten van een manager worden gekenmerkt dat variatie, fragmentatie, en kortheid.

WWW.SAMENVATTINGEN.NL



De rol van een manager

Informational Monitor Het ontvangen van en zoeken naar informatie, lezen van


rapporten, en het onderhouden van persoonlijke contacten.
Disseminator Doorsturen van informatie naar andere leden van de
organisatie. Versturen van memo’s en rapporten,
telefoongesprekken voeren.

Spokesperson Geven van informatie aan mensen buiten de organisatie


door middel van speeches, rapporten, memos

Interpersonal Figurehead Uitvoeren van ceremoniële en symbolische taken zoals het


begroeten van gasten, het tekenen van documenten.
Leader Het sturen en motiveren van ondergeschikten; ze trainen,
adviseren en met ze communiceren.
Liaison Onderhouden van informatie relaties zowel binnen als
buiten de organisatie; gebruik maken van post, telefoon,
bijeenkomsten.

Decisional Entrepreneur Beginnen van verbeteringsprojecten; nieuwe ideeën


onderkennen, delegeren van verantwoordelijkheden.
Disturbance Het nemen van corrigerende maatregelen tijden crisis, het
Handler oplossen van conflicten tussen ondergeschikten,
aanpassen aan crisis in de omgeving

Resource Beslissen wie middelen krijgt, plannen, budgetteren,


Allocator prioriteiten stellen
Negotiator Vertegenwoordigen van het departement tijdens
onderhandelingen, verkoop, aankoop. Vertegenwoordigen
van afdelingsbelangen.

In kleine organisaties is vooral de spokesperson- en de entrepreneurrol belangrijk. In non-profit organisaties is vooral de rol van figurehead (contact met publiek), leader (motiveren) en resource allocator (verdelen giften) belangrijk.

WW.SAMENVATTINGEN.NL




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina