Hoofdstuk 12: Internationale samenwerking 12. 1: Internationale samenwerking economische integratie



Dovnload 32.27 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte32.27 Kb.
Hoofdstuk 12: Internationale samenwerking
12.1: Internationale samenwerking
economische integratie:

  1. Vrijhandelsgebied:

onderling alle handelsbelemmeringen afgeschaft voor goederen

certificaat vaan oorsprong → anders buitenland invoeren van goedkoopste land



handelsverschuiving → verplaatsing van handel naar landen die goedkoper zijn geworden

handelsverruiming → toeneming van de handel

  1. Douane-unie:

gemeenschappelijk buitentarief → voorkomen import via goedkoopste land

handelsaftapping → handel met landen buiten de unie neemt af

  1. Gemeenschappelijke markt:

vrij verkeer van goederen, diensten, arbeid en kapitaal

  1. Economische unie:

gemeenschappelijke markt + economische politiek

  1. Monetaire unie:

wisselkoers vast/gemeenschappelijke geldeenheid

→ economische + financiële politiek


12.2: De Europese Unie
EGKS + EEG + Euratom = EU

Doelstellingen van EU:

      1. vorming van gemeenschappelijk markt

      2. vorming van monetaire unie (euro)

      3. gemeenschappelijk economische, sociale en financiële politiek

      4. scheppen van een institutioneel kader

      5. contact opzetten met derde landen door middel van associatieverdragen


Instellingen EU:

      1. Raad van Ministers: vertegenwoordigers van lidstaten (varieert naar belang onderwerp), voorzitterschap draait elke 6 maanden

      2. Europese Commissie: voorbereiding + uitvoering besluiten Raad van Ministers, toezien of lidstaten zich aan richtlijnen houden

      3. Europese Parlement: 1x per maand, internationaal georganiseerde politieke groeperingen, elke 5 jaar verkiezingen, oefent controle op Commissie, begroting

      4. Europese Hof van Justitie: in Luxemburg


supranationale organisatie: organisatie die boven de nationale regering staat

→ landen moeten aan EU wetten voldoen



intergouvermentele organisatie: behoud van de nationale soevereiniteit gewaarborgd

subsidiariteitsbeginsel

→ raad van minister
12.3: Gemeenschappelijk beleid
Landbouwbeleid:

gelijke prijs op interne markt

sommige producten → richtprijs: je krijgt er altijd deze prijs voor

→ oriëntatieprijs: invoer af te remmen als marktprijs te ver daalt

doel = zelfvoorzienend

protectionistische karakter ↔ protest



medeverantwoordelijkheidsheffing + superheffing → straf als teveel produceren

quotums


lagere prijs subsidies → beter aansluiten aan wereldprijsniveau

Budget: 70% gedaald tot 45%


Regionaal beleid:

verschillen tussen de Europese regio's te verkleinen



Structuurfondsen: verbetering van de structuur

Cohesiefonds: landen waarvan BBP <90% van gemiddelde EU

kritiseert: nationale bijdrage bij project van 15 tot 50%

negatief voor rijke landen
Concurrentiebeleid:

kartels zijn verboden (tenzij uitzondering)

discriminatie door middel van belasting en economische machtsposities verboden
Handelspolitiek:

EU onderhandelt als eenheid met niet-EU-landen


Technologiebeleid:

Europese industrie toont achterstand

Eureka → ondernemingen + universiteiten + onderwijsinstellingen samenwerken
12.4: Hulp aan ontwikkelingslanden
financiële hulp: schenking of leningen tegen gunstige voorwaarden zoals: lage rente, lange looptijd

technische hulp: zenden/opleiden van deskundigen

voedselhulp

probleem: landen worden afhankelijk van hulp



multilaterale hulp: niet gebonden

via internationale instellingen



bilaterale hulp: direct van land tot land

beter aangepast aan situatie



programmalanden: landen die bilaterale hulp krijgen van Nederland

voorwaarde: hulp moet naar armste mensen gaan


12.5: Het EU-beleid ten opzichte van de ACS-landen

ACS-landen: voormalige Europese koloniën in Afrika, Caribisch gebied en stille Oceaan

Verdragen van Lomé: gemeenschappelijk markt van EU opengesteld aan ACS-landen

uitzonderingen → vaak voor goederen die belangrijk waren voor die landen



Akkoord van Cotonou: 2000

vervanging Lomé: resultaat op economische gebied was beperkt + ging niet overheen met regels van de WTO


12.6: Mondiale samenwerking: internationaal betalingsverkeer

Bretton Woods 1944



IMF

doelstelling:

  1. voorzien in de behoefte van internationale liquiditeiten

  2. financiële steun verlenen aan landen met betalingsbalansproblemen

Instrumenten:

  1. vaste wisselkoers via goud-dollar standaard

  2. aanpassing wisselkoers bij fundamentele onevenwicht

  3. onderlinge inwisselbaarheid van de valuta's

  4. krediet aan lidstaten met tekort

elk land moet bepaalde quotum geven (afhankelijk van BBP + aandeel internationale handel)

betaalt: 25% in reservevaluta's en 75% in nationale valuta

→ quotum bepaalt aantal stemmen dat een land krijgt



SDR: Special Drawing Right

Trekkingsrecht: 1 → goudtranche: gelijk aan de storting in reservevaluta's

2 t/m 5 → krediettranches → naarmate land meer leent stelt IMF meer voorwarden

IMF-conditionaliteit


Wereldbank:

kapitaal naar arme landen brengen, via projecten → “ontwikkelingshulp”

een project wordt voorstellen → wordt goedgekeurd → geld om project waar te maken

IDA → armste landen → lagere rente + langere looptijd


12.7: Mondiale samenwerking: internationaal handelsverkeer

WTO

internationaal handelsverkeer

verminderen van handelsbelemmeringen

non-discriminatiebeginsel → alle lidstaten gelijke behandeling → meestbegunstigingsclausule

Uruguay-onderhandelings-ronde:


  1. verlaging invoerrechten van gemiddeld 40%

  2. verlaging exportsubsidies op landbouw producten

  3. afschaffing van de invoerquota

  4. bescherming van patenten en auteursrechten → tegengaan nagemaakte goederen

  5. vermindering van de handelsbelemmeringen in het dienstenverkeer

antidumpingsmaatregelen + beschikbaar stellen van goedkope medicijnen
UNCTAD

1x per 4 jaar

discussieforum voor wereldhandelsconferenties → niet tevreden met GATT

rijke landen moeten 0.7% van hun BBP aan ontwikkelingshulp geven



buffervoorraden → voorraden verkopen als oogst gering is → gefinancierd door grondstoffenfonds
OESO

begin OEES → alleen voor Europa voor advies voor Marshall Hulp

nu ook: VS, Canada, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland

taak als intergouvernementeel overlegorgaan voor drie groepen vraagstukken:



  1. methoden economische politiek voor volledige werkgelegenheid, welvaartsgroei, financiële stabiliteit

  2. bevordering van de economische ontwikkeling van achtergebleven gebieden

  3. verruiming van de wereldhandel, met als doel non-discriminatiebeginsel





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina