Hoofdstuk 2 8 8 De prijsgevoeligheid van de vraag



Dovnload 44.83 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte44.83 Kb.
Economie

Hoofdstuk 2 2.8

2.8) De prijsgevoeligheid van de vraag

2.8.1) berekening van de prijselasticiteitcoëficiënt

De prijsgevoeligheid = prijselasticiteit v/d vraag = effect in prijswijziging op gevraagde hoeveelheid  weergegeven door prijselasticiteitcoëficiënt


prijselasticiteitscoëficiënt geeft verhouding tss relatieve wijziging in gevraagde hoeveelheid tot de relatieve prijswijziging

formule p 18
boogelasticiteit

 effect van meetbare prijwijziging op gevraagde hoeveelheid wordt nagegaan

puntelasticiteit

 effect van zeer kleine (onmeetbare) prijswijziging op gevraagde hoeveelheid wordt weergegeven


2.8.2) interpretatie prijselasticiteit

 naar absolute waarde kijken (zonder +/- teken)



perfect prijsinelastisch  prijsverandering geef effect op gevraagde hoeveelheid =0

vb: levensmiddelen



prijsinelatisch  effect op gevraagde hoeveelheid is kleiner dan prijsverandering <1

vb: brood



unitair elastisch  effect op gevraagde hoeveelheid is even groot als prijswijziging =1

prijselatisch  effect op gevraagde hoeveelheid is groter dan de prijswijziging>1

vb: tennislessen



perfect elastisch  effect op vraag van kleine prijswijziging is oneindig groot= 

(consument verkoopt slechts tegen 1prijs)


2.8.3) factoren die prijsgevoeligheid/elasticiteit van vraag bepalen

substitueerbaarheid:

product gemakkelijk door ander product kan worden vervangen

 grotere prijsgevoeligheid van het product

noodzakelijkheid

aandeel v/d bestedingen in totaal budget

 prijs laag tov inkomen  vraag naar product niet zeer prijsgevoelig zijn



beschouwde tijdsperiode:

prijsgevoeligheid  naarmate beschouwde tijdsperiode lager word

korte termijn  vraag A minder sterke invloed van stijging B, wie bv super benzine nodig heeft voor auto blijft tot auto versleten is mee rijden

lange termijn koopt men misschien diesel auto




2.8.4) belang van de prijselasticiteit van de vraag

prijselasticiteit = prijsgevoeligheid van vraag bepaalt  omzet van onderneming verandert al prijs  of 

omzet = prijs x verkochte hoeveelheid

vraag product inelastisch:

 verkochte hoeveelheid minder dan evenredig afnemen bij prijsstijging

 / saldo stijgt de omzet

vraag product elastisch:

 gevraagde hoeveelheid meer dan evenredig afnemen bij prijsstijging

 daalt omzet door prijsverhoging

(hoe omzet veranderd bij prijsdaling kan gelijkaardig manier beredeneerd)


2.9) Verschuivingen van de vraag.

stel: prijs goed A = constant

 vraagcurve verschuift wanneer - inkomen consument wijzigt

- prijs ander goed wijzigt

 consument (minder)interesse voor goed A
2.9.1) Inkomenswijzigingen

- superieure goederen: (normale + luxe goederen)

gevraagde hoeveelheid stijgt wanneer inkomen toeneemt

- inferieure goederen:

gevraagde hoeveelheid daalt bij stijging inkomen

(bij inkomens daling  omgekeerde reactie)

- inkomensonafhankelijke goederen
inkomensgevoeligheid van de vraag  elasticiteitscoëficient
inkomens elasticiteitscoëficiënt = verhouding van relatieve wijzigingen in gevraagde hoeveelheid tot relatieve inkomenswijziging

formules + interpretatie p 25
2.9.2) Prijswijzigingen

substitueerbare goederen  gevraagde hoeveelheid a  prijs van goed b 

complementaire goederen  gevraagde hoeveelheid a   prijs van goed b 

onafhankelijke goederen  geen verband tss a en b


gevoeligheid van de vraag naar goed a voor prijswijziging van goed b word dor kruiselingse prijselasticiteit weergegeven
kruiselingse prijselasticiteit = verhouding relatieve wijziging in gevraagde hoeveelheid van goed a tot relatieve prijswijziging van goed b
formules + interpretatie p 26
2.10) De marktvraag

= som van de vraagfuncties van alle kopers op markt


Hoofdstuk 3

3.1) Het aanbod van een individuele producent

def: Het aanbod (= aanbodfunctie) beschrijft hoeveel een bedrijf of producent wil/kan aanbieden tegen alternatieve prijzen van het betreffende goed

= vraag aanbod afhankelijke van  factoren

- prijs waartegen product word verkocht

 productiekosten, tax, aangewende technologie, organisatorische kosten, …
autonoom aanbod = aanbod als prijs = 0
de wet van het aanbod:

er is een + =direct verband tss prijs e aangeboden hoeveelheid

prijs producent meer willen aanbieden dan tegen 
3.2) De prijsgevoeligheid van het aanbod

3.2.1) Berekening van de prijselasticiteitscoëfficiënt

idem prijselasticiteitscoëfficiënt van vraag

geeft gevoeligheid weer van voor prijswijzigingen

=

productuele verandering van de aangeboden hoeveelheid

procentuele verandering van de prijs
zie formule p 38
prijselasticiteit van aanbod = +

 prijs ,  aangeboden hoeveelheid

 prijs ,  aangeboden hoeveelheid
3.2.2) Interpretatie !!!!!!!

perfect prijsinelastisch =0

prijsinelastisch  0< tss <1

unitair elastisch  =1

prijselastisch  >1 meer dan evenredig verandering in aanbod

perfect prijselastisch  = 


2 factoren die prijselasticiteit van aanbod beïnvloeden

 aard van het product:

landbouwproduct doorgaans inelastischer dan industriële producten

verandering in omstandigheden in landbouw ten minste 1 teeltperiode  industriële producten meestal sneller

 beschouwde tijdsperiode:

(= vraag) lange termijn  groter dan korte termijn (auto en benzine)


3.3) Het marktaanbod

= som van aangeboden hoeveelheden van alle individuele producenten bij alternatieve prijzen


3.4) Verschuivingen van het aanbod

analyse van invloed van overige factoren die mee het aanbod bepalen

wijzigen we 1 of meer factoren  verschuiving van de aanbodcurve

( prijswijziging  enkel verschuiving langsheen de aanbodcurve)


3.4.1) wijzigingen van de loonkost

loonkost    aanbod (verschuiving naar links)

loonkost    aanbod
3.4.2) wijzigingen van de grondstofprijzen

grondstofprijzen dalen totale productiekosten nemen af  aanbod neemt toe

(verschuiving naar rechts)
3.4.3) verbetering van de productietechnologie

productie technologie verbetert  aanbod neemt toe

(verschuiving naar rechts)
Hoofdstuk 4:

4.1) De verschillende marktvormen kort

4.1.1) De markt met volmaakte mededinging

= volkomen concurrentie

kenm.: - veel vragers en veel aanbieders

- volledige informatie

- homogene producten

- vrije toegankelijkheid

prijs bepaald op markt

individuele aanbieder kan prijs niet beïnvloeden = prijsnemer

prijs = vastgegeven

(echt meestal onvolmaakte concurrentie  weinig aanbieders van goed, verhandelen goed  homogeen)


4.1.2) De markt met onvolmaakte mededinging

A) Het monopolie

 1 aanbieder, veel vragers

 bepaalt prijs (geen andere producenten)  = prijszetter

absolute monopolie zelden vb: NMBSconcurrentie van auto’s, busvervoer,…

Macht monopolie beperkt:

- prijsbepalingen afgesproken met controlecomités, binnen Eu houdt commissie voor mededinging toezicht

- mogelijkheid tot concurrentie niet onbestaande (kan iemand nieuw bijkomen geen monopolie meer)

- consument  hij koopt al dan niet naargelang prijs  is

( aanwezigheid substituut versterkt dit)


Ontstaan   factoren:

- schaarse grondstof

- grote schaalvoordelen (andere ondernemingen afschrikken om te gaan concurreren, afzetmarkt te klein voor meer dan 1producent, groot startkapitaal nodig )

- overheden (post, NMBS,…)

- octrooien of patenten ( gekregen van overheid doel aanmoedigen verder geld in onderzoek te steken vb: medicatie…)

- onecht monopolie (=beschikt over groot marktaandeel gedragen als monopolist vb: coca cola, microsoft )


Monopolie en consument:

monopolie voor consument niet gunstig   prijs, kleinere volumes verhandeld


B) Het oligopolie

 enkele aanbieder  elke individuele actie kan marktpositie van de andere beïnvloeden

aard producten  homogene (benzine/zout/aluminium/staal –producenten)

 heterogene: oligopolies (vb: wasmiddel/sigaretten/auto –producenten)
3mogelijke marktontwikkelingen:

- prijsconcurrentie

niet gauw prijs verhogen  schrik klanten te verliezen

niet gauw prijs verlagen  schrik prijzenoorlog (waarvan ze slachtoffer worden)

- informele samenwerking

= kleinere ondernemingen in bepaalde sector prijspolitiek van groter(e) onderneming(en)

 = prijsleider

- kartelvorming

= overeenkomst tss zelfstandige ondernemingen, die soortgelijke producten maken

 concurrentie beperken + zo winst vergroten

(afspraken betrekking op prijzen en kwaliteiten, productspecificaties, marktsegmentatie,…)

 kan misbruikt worden  Eu overeenkomst

vormen van kartelafspraken

- prijskartel  min. prijs afgesproken

- productiekartel  niet meer dan x aantal producten op markt brengen
C) De monopolistische concurrentie

 komt veel voor als marktvorm

= groot aantal ondernemingen maken niet identiek maar gelijkaardig product

 heterogeniteit ontstaat doordat elk producent voor zijn product (=niet uniek), eigen imago creëert dat uniek maakt  productdifferentiatie

 ontstaat voor elke producent onder monopolistische concurrentie een monopoliepositie en deze producent = prijszetter

binnen marktsegment kan onderneming haar prijs wijzigen + trouwe klanten behouden

 betaalbaar blijven

prijs   klant geneigd naar analoog product te grijpen (van concurrentie)


vraag is niet perfect elastisch  individuele onderneming bij volmaakte mededinging

maar wel elastischer dan bij monopolie en oligopolie


door marketing proberen producenten de verschillen tss producten te onderstrepen

 doel = groter deel van markt te veroveren , prijsgevoeligheid van de afzet te minderen


4.2) Evenwicht op de markt met volmaakte mededinging

prijs van product op markt met volmaakt evenwicht ontstaat door wisselwerking vraag en aanbod

evenwichtsprijs = prijs waarvoor aangeboden hoeveelheid gelijk is aan gevraagde hoeveelheid

(punt waar vraag en aanbodcurve elkaar snijden)

marktevenwicht  aangeboden hoeveelheid = gevraagde hoeveelheid

evenwichtsprijs: vraagvergelijking gelijk te stellen aan aanbodvergelijking

(in marktevenwicht  aangeboden hoeveelheid = gevraagde hoeveelheid)

berekening p 54

4.3) Markt-onevenwicht

4.3.1) Aanbodoverschot

prijs afwijkt van evenwichtsprijs  onevenwicht

prijs  dan evenwichtsprijs  aanbodoverschot (vraagtekort)

onevenwicht blijft niet bestaan marktwerking zorgt dat overschotten worden weggewerkt

aanbodsoverschot   prijzen

meer consument bereid tegen lagere prijs product te kopen  vlug terug evenwicht


4.3.2) Vraagoverschot

prijs  dan evenwichtsprijs  vraagoverschot (aanbodtekort)

 prijzen , producent bereid meer aan te bieden tegen  prijs

minder consumenten bereid product te kopen  evenwicht herstelt


4.4) Veranderingen in het marktevenwicht

4.4.1) Effect van een wijziging in de vraagfunctie

- toename van de vraag

oorzaak: - stijging van prijs substituut goed

- daling prijs complementair goed

- toename inkomsten in geval van superieur goed
- afname van de vraag

 verschuiving van vraagcurve naar links  ontstaat een aanbodoverschot tov oorspronkelijke evenwichtsprijs

gecompenseerd door prijsdaling aangeboden hoeveelheid +  gevraagde hoeveelheid

 evenwicht


4.4.2) Effect van een wijziging van de aanbodfunctie

- toename van aanbod  - verbeterde productietechnologie

- daling van prijzen van productiefactoren

- daling van organisatorische kosten

 aanbodcurve verschuift naar rechts

gecompenseerd door prijsdaling aangeboden hoeveelheid +  gevraagde hoeveelheid

 evenwicht

- afname van het aanbod

aanbodcurve verschuift naar links

er ontstaat een vraagoverschot gecompenseerd door prijs 

gevraagde hoeveelheid +  aangeboden hoeveelheid
Hoofdstuk 5:

5.1) Inleiding

bedrijfsbeleid  belangrijk om weten waar/hoe kosten worden geregistreerd

 noodzakelijk  kosten op andere manier te groeperen en te verwerken

voor monopolist kostprijs = uitgangspunt bepalen verkoopprijs

markt met volkomen concurrentie  prijs bepaald door vraag en aanbod

individuele producent geen invloed op prijs, kennis kosten bepalen of product al dan niet wordt geproduceert



5.2) Wat zijn kosten?

= middelen die werden of zullen worden ingezet in een onderneming.

De kostprijs van een kostendrager is het geheel van kosten dat hiervoor wordt gemaakt
middelen imputs

werden of zullen worden ingezet schatting van kosten of nabeschouwing

kostprijs object waaronder kosten verzameld worden (vb: wat geproduceert word,…)

kostendrager totaal van alle ingezette middelen
belangrijkste kosten:

- grondstofkosten  kosten van de productiemiddelen (vb: bloem, staal)

- arbeidskosten  ter vergoeding van de arbeid die bij productie nodig is

( arbeidskost, bruto loonkost voor werkgever)

- kosten van duurzame productiemiddelen

= productiemiddelen meer dan 1 productieproces meegaan

vb: fabrieksgebouw,machines,…

aankoop gepaard met grote gelduitgaven

bedrag afschrijven over totale levensduur van het goed

de afschrijvingsbedrag = waardedaling van het goed


5.3) Variabele en vaste kosten

5.3.1) Variabele kosten

kosten nemen toe naarmate de activiteit van een onderneming toeneemt


3 soorten variabele kosten:

- proportioneel variabel

kosten evenredig  met bedrijfsactiviteit

(uitgedrukt in kosten/eenheid product  variabele kosten constant)

- progressief stijgend

kosten nemen meer dan evenredig toe bij  activiteit

(onderneming dicht bij volledige capaciteit, overuren, overbelasting van productieapparaat  kosten relatief sterker  dan productie)

- degressief stijgend

kosten nemen toe (minder dan evenredig) naarmate activiteit 

variabele kosten/eenheid kost/eenheid  bij toenemende productie

toename van activiteit kostenbesparing

vb: aankoop grote hoeveelheden  korting, 8u aanwezig maar 5u effectief werken

8u aanwezig maar 8u effectief werken
5.3.2) Vaste kosten

= constante kosten(stijgt/daalt in sprongen)

kosten binnen bepaalde activiteitsgrens niet variëren of wijzigen in activiteitsvolume

vb: huur gebouw, licht, verwarming,…


5.3.3) Gemengde kosten

wanneer bepaalde kosten vast+variabel deelhebben vb: verkoper op commissie


5.3.4) Totale kosten

rekening houden met vast en variabele kosten

totaal van vaste+variabele kosten = integrale kost

(om kostprijs/product te berekenen, delen we integrale kost door aantal geproduceerde eenheden)


5.4) Break-evenanalyse: 5.4.1) Definitie + 5.4.2) Uitgebreide toepassing break even analyse zie cursus vanaf p76




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina