Hoofdstuk 20 technieken / elektro inhoudsopgave hoofdstuk 20 elektriciteit III 20. 1Hoogspanning V



Dovnload 282.88 Kb.
Pagina1/19
Datum24.08.2016
Grootte282.88 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19
Hoofdstuk 20 - TECHNIEKEN / ELEKTRO INHOUDSOPGAVE

Hoofdstuk 20 ELEKTRICITEIT III

20.1HOOGSPANNING V

20.1.1Aanpassingen in het bestaand hoogspanningslokaal V

20.1.2Nieuwe voedingskabel VI

20.2AARDING VII

20.2.1laagspanningsaardig VII



20.3LAAGSPANNINGSDISTIBUTIE X

20.3.1 verdeelborden X

20.3.2Voedingskabels XIV

20.4INSTALLATIEMATERIAAL XVIII

20.5KABELWEGEN XXIII

20.5.1kabelbaan 100x60 XXIII

20.5.2kabelbaan 400x60 XXIII

20.5.3kabelladder 400x60 XXIV

20.5.4Wandgoot PVC 32x12.5 XXIV

20.5.5Wandgoot PVC 65x160 XXIV

20.5.6Vloergoot 38x250 XXV

20.5.7PVC buizen in- of opbouw XXV



20.6BEKABELING XXVIII

20.7LICHTARMATUREN XXX

20.7.1type 1 XXXI

20.7.2Type 2 XXXI

20.7.3type 3 XXXII

20.7.4Type 4 XXXIII

20.7.5type 5 XXXIII

20.7.6type 6 XXXIV

20.7.7type 7 XXXIV

20.7.8type 8 XXXV

20.7.9type 9 XXXV

20.7.10 type 10 XXXVI

20.7.11type 11 XXXVI

20.7.12type 12 XXXVII

20.7.13type 13 XXXVIII

20.7.14type 14 XXXVIII

20.7.15type 15 XXXIX

20.7.16 type 16 noodverlichting in of opbouw XXXIX

20.7.17 type 17 noodverlichting in of opbouw met pictogram XL

20.7.18 type 18 noodverlichtingsmodule XL

20.8PARLOFONIE XL

20.8.1 leveren, plaatsen en aansluiten van een parlofoniesysteem. XL



20.9LEVEREN, PLAATSEN EN AANSLUITEN VAN EEN BRANDDETECTIE XLI

20.9.1leveren, plaatsen en aansluiten van een branddetectiecentrale XLII

20.9.2optische detectoren XLV

20.9.3thermovelosymetrische detectoren XLV

20.9.4Deurmagneten XLVI

20.9.5branddrukknoppen XLVI

20.9.6Reserveglaasjes voor branddrukknoppen XLVII

20.9.7sirenes XLVII

20.9.8Telefoondoormelder met 4 gesproken boodschappen XLVII

20.9.9bekabeling F2-F3 detectoren en drukknoppen incl. buis XLVII

20.9.10bekabeling sirenes F3 incl. buis XLVIII

20.9.11indienststelling XLVIII



20.10INBRAAKDETECTIE XLIX

20.10.1Leveren, plaatsen en aansluiten van een inbraakdetectiecentrale XLIX

20.10.2bewegingsdetectoren L

20.10.3sirenes voor binnenopstelling L

20.10.4sirenes voor buitenopstelling LI

20.10.5codeclavier LI

20.10.6bekabeling LI

20.10.7indienststelling en programmatie LI



20.11DATA & TELEFONIE LII

20.11.1Aansluiting telefonie op het openbaar net incl. toebehoren LIII

20.11.2Leveren, plaatsen en aansluiten van een telefooncentrale LIV

20.11.3Multipairkabel CAT3 100P LV

20.11.419” rack LV

20.11.5patchpanelen te plaatsen in een 19” rack LV

20.11.6data-outlets LVI

20.11.7diversen (meetrapporten, attesten ed) LVI

20.11.8bekabeling FTP CAT6 LVII

20.12ALLERLEI LVII

20.12.1Werfinrichting LVII

20.12.2Werfopkuis LVII

20.12.3Coördinatie andere technieken. LVIII

20.12.3doorboringen LVIII

20.12.4brandwerende dichtingen LVIII

20.12.5uitvoeringsdossier LVIII

20.12.6Voorlopige oplevering – waarborgen LIX

20.12.7 Keuring LIX

20.12.7AS-BUILT dossier LIX


Hoofdstuk 20 ELEKTRICITEIT



ALGEMEEN
REFERENTIENORMEN

De uitvoerder van de elektrische installaties zal rekening houden met onderstaande voorschriften



  1. De voorschriften van de laatste uitgave van het A.R.E.I. (1994) - Algemeen Reglement op de Elektrische Installatie, aangevuld met de gewijzigde voorschriften tot op heden.

  2. De voorschriften van de laatste uitgave van het A.R.A.B. - Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming.

  3. NBN S21 201 202 203 inzake de brandbeveiliging van hoge en middelhoge gebouwen.

  4. Dekreet van de Vlaamse Gemeenschap van 5 maart 1985 voor voorzieningen voor bejaarden.

  5. De regels van goed vakmanschap en de technische voorschriften uitgegeven door C.E.T.S..

Daarenboven en in overeenstemming met de bepalingen en voorschriften hierboven vermeld, moeten de elektrische installaties van gebouwen en hun aansluiting op het laagspanningsdistributienet voldoen aan de algemene leverings- en aansluitingsvoorwaarden van elektriciteit in laagspanning en aan de bijzondere technische voorschriften van de plaatselijke stroomleverancier. Deze laatste verstrekt tevens toelichtingen in verband met de elektrische installatie voor beperkte duur en haar aansluiting op het laagspannings-distributienet.

AANNEMINGSMODALITEITEN - STUDIE

De elektrische installaties zullen worden uitgevoerd overeenkomstig de beschrijving der werken, de bij het dossier gevoegde grondplannen met de aanduidingen voor de elektrische installatie, alsook de schema's en tabellen voor de stroombanen; bij het gebeurlijk ontbreken van dergelijke schema’s en tabellen zal door de installateur vooraf een zelf opgemaakt ééndraadsschema èn situatieschema ter goedkeuring voorgelegd worden, dit tenminste 30 dagen voor de eigenlijke aanvang van de elektriciteitswerken.


  1. Het ééndraadsschema is de schematische voorstelling van de elektrische installatie die de samenstelling van iedere stroombaan geeft, alsmede de onderlinge verbindingen. Op dit schema worden de leidingtypes, de doorsnede en het aantal geleiders van deze leidingen, de plaatsingswijze, het type en de kenmerken van de automatische differentieelschakelaars en van de beschermingsinrichtingen tegen overstroom, de schakelaars, de verbindingsdozen, de aftakdozen, stopcontacten, de lichtpunten en de vaste gebruikstoestellen aangeduid.

  2. Het situatieschema is een plan waarbij door middel van conventionele symbolen de plaats van de borden, de aftakdozen, de lichtpunten, de stopcontacten, de schakelaars, de verbindingsdozen en de gebruikstoestellen aangeduid worden die op het ééndraadsschema voorkomen. De aanduidingen op de elektriciteitsplans, zoals gevoegd bij het dossier, hebben geen ander doel dan het aanduiden van de benaderende plaatsing der lichtpunten, schakelaars en stopcontacten. Het eigenlijke traject der leidingen, en de exacte plaatsaanduidingen zullen ter plaatse bepaald worden met de architect.

PRINCIPES VAN DE INSTALLATIE

Bij het vastleggen van het installatieschema en het verwezenlijken van de stroombanen zal er rekening gehouden worden met de volgende principes :



  1. de verdeling en het aantal stroombanen, alsook de aangewende draadsecties van de verschillende stroombanen moeten conform zijn aan de voorschriften van het A.R.E.I.;

  2. de stroombanen worden logisch opgevat en uitgebalanceerd, rekening houdend met een normale belasting en werking van de installatie;

  3. alle stroombanen hebben elk hun individuele aardgeleider;

  4. de installatie wordt derwijze ontworpen dat bij de werking van het beveiligingsapparaat van één enkele stroombaan, niet al de lokalen van eenzelfde niveau zonder licht moeten blijven;

  5. het ganse trappenhuis mag niet worden aangesloten op eenzelfde stroombaan;

  6. de elektrische leidingen mogen niet tegen of in schoorsteenmuren noch bij verwarmingsapparaten geplaatst worden.

Vooraleer met de werken te starten wordt door de installateur een documentatiemap opgesteld met documentatie en technische fiches van alle appendages, apparatuur. Deze map bevat tevens de plannen “goed voor uitvoering” en de noodzakelijke berekeningen.
planning

  • Gedurende de uitvoeringstermijn is de aannemer verplicht de wekelijkse georganiseerde werfvergaderingen bij te wonen. De ontwerper maakt de verslagen van deze vergaderingen op en stelt deze ter beschikking van de aannemer. Deze verslagen hebben de kracht van een aangetekend schrijven.

  • Termijnsverlengingen kunnen slechts toegestaan worden bij meerwerken aangevraagd door de bouwheer of heirkracht.

prijsbepaling

De opdracht is volgens een gemengde opdracht. De prijzen worden op de volgende manieren vastgelegd:


  • SOG: som over geheel: de door de inschrijver op te geven forfaitaire prijs dekt het geheel der prestaties opgegeven in deze post. Hij moet door eigen berekeningen de exacte dimensioneringen en hoeveelheden bepalen. Er kan geen enkele meerprijs aanvaard worden.

  • FH: forfaitaire hoeveelheden uit te voeren tegen totale prijs, de hoeveelheden zijn enkel ter info. De aannemer wordt geacht de hoeveelheden van de meetstaat te hebben nagerekend en eventueel te hebben verbeterd voor het indienen van de offerte.

  • VH: vermoedelijke hoeveelheid: tegensprekelijke opmeting te voegen bij de eindafrekening. De verbetering van de posten opgegeven als VH is verplicht voor zover de verbetering minstens 10% bereikt van de voorgestelde hoeveelheid. Deze worden geformuleerd op een afzonderlijk blad.

De gebeurlijke vergissingen of leemten m.b.t. het aanbestedingsdossier zullen door de inschrijver gemeld worden in een nota die als bijlage bij zijn offerte dient gevoegd. De inschrijver zal zich nadien niet kunnen beroepen op enige leemte of fout in zijn offerte.


De bouwheer, houdt zich het recht voor de voorziene hoeveelheden van de meetstaat te verminderen of zelfs één of meerdere posten van de meetstaat te schrappen of in eigen beheer uit te voeren. De inschrijver heeft geen recht op een schadevergoeding van welke aard ook.


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina