Hoofdstuk 29 Pijn in het hoofd en het gelaat



Dovnload 96.23 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte96.23 Kb.
Hoofdstuk 29 Pijn in het hoofd en het gelaat
Acute, zeer hevige hoofdpijn

  • SAB

    • LP min 6 uur na ontstaan klachten

  • Benigne seksuele of inspanningsgebonden hoofdpijn

  • Hoofdpijn bij hoesten

Acute of subacute, matig ernstige hoofdpijn



  • CVA

    • Focale uitvalsverschijnselen

  • Hersenvliesontsteking

    • Tevens nekstijfheid en koorts

  • Hydrocefalus

    • Hp bij snelle progressie

Aanvalsgewijze hoofdpijn



  • Migraine

    • 4-72 uur

    • kloppend

    • Pijn toenemend bij bewegen

    • Meestal eenzijdig

    • N, V, diarree

    • Overgevoeligheid voor licht en geluid

    • Ook familiair

  • Clusterhoofdpijn

    • borend

    • Peri-orbitaal

    • 30-180 min.

    • Soms bewegingsdrang

    • Ipsilateraal tranend, rood oog, loopneus, verstopte neus, miosis, ptosis

  • Spanningshoofdpijn

    • Dof, drukkend, zeurend

    • Meestal dubbelzijdig

  • Chronische paroxysmale hemicrania

    • 2-45 min.

    • Ipsilateraal tranend, rood oog, loopneus, verstopte neus, miosis, ptosis

Hoofdpijn na trauma



  • Idiopatische posttraumatische hoofdpijn

  • Dissectie van de a. carotis of a. vertebralis

    • Vaak pijn in nek en achter een oor of het oog

    • Bij dissectie a. carotis, soms uitval meest caudale hz en een syndroom van Horner

Chronische of periodieke hoofdpijn



  • Spanningshoofdpijn

  • Algemeen lichamelijke aandoening

  • Gebruik van medicatie of andere stoffen

  • Intracraniele RIP

    • Acuut ochtendbraken

  • Ideopathische intracraniele hypertensie

    • Liquordruk ↑

  • ‘Cervicogene hoofdpijn’ en ‘occipitale neuralgie’

  • Slaap-apneu syndroom

  • Continue hoofdpijn oude mensen → denk aan arteriitis temporalis

Aanvalsgewijze aangezichtspijn



  • Trigeminusneuralgie

  • Atypische aangezichtspijn

Chronische aangezichtspijn



  • Afwijkingen aan het kaakgewricht

    • Syndroom van Costen: pijnlijke beperking kaakfunctie, krakend geluid en drukpijnlijke kaakspieren

  • Afwijkingen rond en in het oog

  • Afwijkingen aan keel, neus en oor

    • Bv sinusitis of otitis


Hoofdstuk 30 Duizeligheid


  • Proef van Unterberger; pt maakt met gesloten ogen pas op de plaats. Pos bij deviatie > 90 graden na 50 passen.

  • Kiepproef

  • Hyperventilatie provocatieproef



Duizeligheid zonder bewegingssensatie

‘licht gevoel in het hoofd’



  • Hyperventilatie

  • Dreigende syncope of vasovagale collaps

Duizeligheid met bewegingssensatie

Klachten ontstaan door houdingsverandering


  • Benigne paroxysmale positieduizeligheid

Kiepproef; klachten en nystagmus ↓ bij h.h. kiepproef

Kan ontstaan na periode van bedrust


Duizeligheid met draaisensatie

  • Ziekte van Meniere

    • Aanvalsgewijs

    • Gepaard gaande met N, V, doofheid en oorsuizen aan 1 kant

    • Meestal 20e – 50e jr.

  • Migraine

  • Transient ischaemic attack

    • Bij tia in het vertebrobasilaire stroomgebied; voor TIA ook nodig bv. Dubbelzien, gestoorde articulatie of coördinatie.

Langdurige duizeligheid



  • Neuronitis vestibularis

    • Vrij plots ontstaan

    • N, V

    • 30e -60e jr

    • Vaak bij MS

  • Aandoening onderste deel hersenstam of cerebellum

  • Intoxicatie met geneesmiddelen

  • Hersentumor in de achterste schedelgroeve

    • M.n. bij houdingsverandering

    • N, V

    • Hp

    • Ochtendbraken

    • coordinatiestoornissen

Chronische duizeligheid

  • Fistel in het middenoor

    • Oorzaak meestal chron middenoorontsteking

  • Brughoektumor

    • Doofheid en oorsuizen

    • Later uitval nVII en nV (↓ corneareflex)

    • 95%

    • 5%: bij von recklinghausen

  • Intoxicaties

  • ‘Multiple sensory defect’

  • Hyperventilatie

  • Aandoening hersenstam of cerebellum

    • Bv Infecties, tumor


Hoofdstuk 31 Pijn in de rug en de benen




Oorzaken van pijn in de rug


  • Metastasen wervelkolom

    • > 50 jr

    • In enkele wkn progressief

    • Pijn ’s nachts erger

  • Osteoporose

    • Corticosteroid gebruik

    • Menopauze?

  • Ontsteking in of rondom wervels

    • Gestoorde afweer

  • Ziekte van Bechterew

    • Klachten rond 20e jr begonnen

    • Aanvankelijk ochtendstijfheid

    • Uitstraling beide bovenbenen

    • HLA-B27

  • Mediane HNP

    • Afwisseld li en re uitstralende pijnen in het been

  • Nier- of galsteen, lekkend buikaneurysma

    • Kolieken niet stil kunnen liggen



Oorzaken van pijn in de benen


  • HNP

    • Uitstralende pijn tot in de voet

    • Verergering bij hoesten, niezen, persen

    • Caudasyndroom: dubbelzijdig uitstralende pijn langs achterzijde benen (door ruptuur van de hernia of een mediane hernia); urineretentie; gevoelsstoornis rond de anus en aan de billen en achterzijde bovenbeen.

  • Compressie van de plexus lumbosacralis

    • Uitstralende pijn in 1 been met krachtsverlies en tintelingen in de voet

  • Diabetische proximale motorische neuropathie

    • Vermoeiheid, gewichtsverlies, zwakte beenspieren

  • Neuroborreliose (ziekte van Lyme)

    • Pijnen zeer hevig, ook in de armen

    • Vaak facialisparese

    • Pijn gehele rug

    • Erytheme chronicum migrans geweest?

  • Leptomeningeale metastasering

  • Herpes Zoster

    • Blaasjes op de huid in het gebied van de pijn

  • Polyneuropathie

  • Meralgia paraesthetica

    • Veranderd gevoel beperkt tot een gebied aan de buiten-voorzijde van het bovenbeen

  • Neurogene claudicatio

    • Pijn in de benen bij het lopen, niet verminderend bij stilstaan, maar wel na zitten in gehurkte houding of vooroverbuigen

  • Vasculaire claudicatio

    • Klachten verminderen bij stil staan

    • Mn klachten in de kuiten

  • Bijwerking van medicijnen

    • Bv calciumantagonisten

  • Artrose van heup

  • Varicosis

  • Tarsale-tunnel syndroom

    • Pijn beperkt tot de voeten

    • Uitstraling van voeten naar kuit

    • Toename in de loop van de dag

  • Erythromelalgia

    • Brandende pijnen in de voetzolen die gepaard gaan met roodheid, warmte en zwelling, uitgelokt door warmte en lopen

    • Snelle verlichting na aspirine-gebruik

Hoge hernia: proef van Laseque kan neg zijn; doe omgekeerde Laseque


Bovenbeenspieren (L2-L4); zwakte blijkt bij traplopen of uit lage stoel opstaan

Hoge hernia L2-L4 gevoelsstoornis voorzijde bovenbeen

Voetheffers (L5); op hielen lopen

Gevoelsstoornis tussen 1e en 2e teen

Kuitspier (S1); op tenen lopen

Verminderd gevoel laterale voetrand



Hoofdstuk 32 Pijn in de nek en de armen



Oorzaken van pijn in de nek

  • Cervicale hernia

  • Foramenvernauwing

  • Cervicale myelopathie

    • Progressieve loopstoornissen

    • Handen dunner

    • Brandende sensaties handpalmen

    • Urge-incontinentie

  • Botmetastasen

  • Ontsteking van of rondom wervels

  • Wervelfractuur

  • Whiplash

  • Contusio medullae cervicalis posterior

    • Na trauma hevige brandende pijn in nek en schouders

  • Dissectie van de a. vertebralis

  • Leptomeningeale metastasering

  • Neuroborreliose (ziekte van Lyme)


Oorzaken van pijn in de arm(en)

  • Carpale tunnel syndroom

    • Nachtelijke tintelingen, verdwijnend door wapperen

  • Cervicale hernia of foramenvernauwing

    • Vreemde gevoelens 2e en 3e vinger

Compressie C7: zwakte m. triceps + ↓ tricepsreflex

  • Plexusafwijkingen

    • Hevige pijn arm, gevoelsstoornissen en zwakte

    • Let op syndroom van Horner

  • Sympathische reflexdystrofie

  • Thoracic outlet syndroom

    • Zwakte kleine handspieren

  • Syringomyelie

    • Duidelijke temperatuurzinstoornissen

  • Herpes zoster

    • Blaasjes aanwezig?

  • Polymyalgia reumatica

    • Progressieve nek-, schouder- en bovenarmpijnen, gepaard met algemene malaise

    • BSE vaak verhoogd

  • Periarthritis humeroscapularis

    • Pijn vooral bovenarm en schouder

  • Epicondilitis

    • Laterale condyl: tenniselleboog

    • Mediale condyl: golferselleboog

Hoofdstuk 33 Mentale achteruitgang en gedragsverandering
4 categorieen verwardheid:

  • Focale neurologische verschijnselen

  • Delier

    • Gedaald bewustzijn

    • Meerdere cognitieve stoornissen

    • Gedragsveranderingen

  • Dementie

    • Normaal bewustzijn

    • Meerdere cognitieve stoornissen

    • Gedragsveranderingen

  • Psychose

    • Normaal bewustzijn

    • Geen cognitieve stoornissen

    • Gedragsveranderingen


Verschillen tussen corticale en subcorticale dementiesyndromen





Corticaal

Subcorticaal

Geheugen

Vooral inprenting gestoord

Vooral ophalen gestoord

Andere cognitieve functies

Taalst., apraxie, st ruimtelijke orientatie

Traagheid, weinig flexibiliteit

Spraak

Normaal

Zacht, dysartrisch

Motoriek

Normaal

Loopst., bewegingsst.

Affect

Normaal of wisselend

Vaak eufoor



Apathisch, initiatiefloos

Ziekte van Alzheimer: mesiotemporale en temporoparietale lokalisatie van de pathologische veranderingen


Bij pt met een Wernicke-afasie ook vaak bovenkwadrants-hemianopsie door temporale lesie.
Frontaal syndroom: gedragsstoornissen op de voorgrond. Meestal ontbreken cognitieve stoornissen. In dominantie hemisfeer kan er ook afasie zijn.
Amnestisch syndroom: ernstige inprentingsstoornis; andere cognitieve functies intact.

Komt mn voor bij dubbelzijdige mesiotemporale lesies


Zie fig 33-2

De belangrijkste oorzaken delier:



  • Hersenziekten

  • Algemene (interne) aandoeningen

  • Intoxicaties

  • Onttrekking

Dementie:



  • Corticaal

  • Subcorticaal

  • Zowel corticale als subcorticale kenmerken


Corticaal dementiesyndroom

  • Ziekte van Alzheimer

    • Geheugenst vanaf begin afwezig

    • Aanvankelijk inprenting gestoord

    • Woordvindstoornissem em stoornissen in het taalbegrip

    • Visueel-ruimtelijke stoornissen

  • Frontale kwabdementie

    • Apathie, ontremming en onaangepast gedrag

    • Stereotypieën en echolalie

  • Diffuse Lewy lichaampjes ziekte

    • Delirante episoden met visuele hallucinaties en gedragsst meestal 1e uiting

    • Daarna geheugenst, taalst en apraxie

  • Ziekte van Creutzfeldt-Jacob

    • Vergeetachtigheid snel gevolgd door afasie, apraxie, hogere visuele st, myoclonieen, piramidebaanverschijnselen, cerebellaire verschijnselen, nystagmus of een hypokinetisch rigide syndroom

    • Meeste pt binnen 2 jr overleden


Subcorticaal dementiesyndroom

      • Subcorticale arteriolosclerotische encefalopathie

        • Mimiekarm gelaat

        • Zachte en dysartrische spraak

        • Schuifelende gang, zonder rigiditeit of tremor

        • Pt hebben vaak chron HT

      • Hydrocefalus

        • Klassieke Trias: dementie, loopstoornissen en incontinentie voor urine

      • Toxische encefalopathie

      • Metabole encefalopathie

      • Depressie

      • AIDS-dementie complex

        • Vaardigheidsst handen

        • Loopstoornissen

        • Piramidebaanverschijnselen

      • Aandoening van de basale kernen (Z v Parkinson en Huntington)

Karakteristieke chorea (Huntington) vaak later dan mentale verschijnselen

Syndromen met zowel corticale als subcorticale kenmerken

  • Multipele infarcten/ bloedingen

  • Postanoxische encefalopathie

  • Lues

  • AIDS


Hoofdstuk 34 Wegrakingen
5 categorieën oorzaken wegrakingen:

  • Cardiaal

  • Vasovagaal

  • Neurologisch

  • Psychogeen

  • Overige

Cardiale oorzaken



  • ↓ hartminuutvolume

  • Hartritmestoornissen

  • Geleidingsstoornissen

Vasavagale syncope



  • Reflexsyncope: flauwvallen (leg pt op de grond om voortdurende cerebrale hypoxie, wat tot epilepsie kan leiden, te voorkomen

‘breath holding spells’ (mn bij kinderen van 6 mnd tot 4 jr; bij schrikken, emoties

of woede wordt het kind blauw of lijkbleek; de AH lijkt te stoppen, het kind reageert niet en is helemaal slap)

mictiesyncope (bij mannen)

prikkeling sinus caroticus, oogboldruk: kunnen beide leiden tot bradycardie

sliksyncope, glossopharyngeus-neuralgie


  • ↑ intra-thoracale druk: hoestsyncope, persen

Neurologische oorzaak



  • Epilepsie

  • Overige: TIA, migraine, narcolepsie, tumor CZS, autonome dysregulatie

Overige:


  • Orthostatische hypotensie

  • Medicatie

  • Ernstige anemie

  • Hyperventilatie

  • Hypoglycemie

  • Cryptogene ‘drop attacks’



Hoofdstuk 35 Voorbijgaande uitvalsverschijnselen



Tijdelijke verlammingen

Tijdelijke verlamming van één gelaatshelft


  • Paralyse van Bell

Ideopathische facialisverlamming

  • Ischemie of bloeding in een hemisfeer

Verschil perifere vs centrale aangezichtsverlamming:



  • Komt op alle lftd voor

  • In voorafgaande dagen een zeurende pijn in de buurt van het oor aan dezelfde kant

  • Gelijk aangedaan van oogsluiters en lipspieren

  • Onder alle omstandigheden gelijk zijn van de verlamming (bij een centrale aangezichtsverlamming kan de mond normaal meebewegen bij lachen of huilen)

  • Soms veranderd zijn van smaak aan dezelfde kant

  • Overgevoeligheid harde geluiden (uitval m. stapedius)



Tijdelijke verlamming van één arm of één been


  • Compressie van perifere zenuwen

Zeer kort durende uitval:

‘de slaapvoet’: n. ischiadicus bekneld

‘de slaaphand’: n. medianus beknelling


Nachtelijk:

Carpaal tunnel syndroom: beknelling n. medianus (aangezien de polsen in flexie ’s nachts)


Uitval langer dan sec en min.:

Vaak tgv geintoxiceerde toestand. Vaak n.radialis in de bovenarm, beklemd geraakt tussen jumerus en bv bedrand of de leuning van een cafestoel (Saturday night palsy). Klinisch beeld: zwakte vinger- en polsextensoren en van de m. supinator.




Tijdelijke verlamming van meerdere lichaamsdelen aan één zijde


  • Hypoglycemie

  • Psychogene verlammingen

  • Migraine

Hemiplegie als aura (zeldzaam)

  • Cerebrale ischemie

  • Een structurele hersenafwijking

    • Tumor

    • Subduraal hematoom

    • Intracerebrale bloeding

Circumductie bij pt met een organische hemiparese


Tijdelijke gevoelsstoornissen




Tijdelijke gevoelsstoornis van één arm of één been


  • Tijdelijke afsluiting bloedvat, die uitsluitend een klein deel van de sensibele (post-centrale) cortex treft, zonder dat de motoriek of zelfs maar de sensibiliteit van andere lichaamsdelen getroffen is. (niet wrsch)

  • Compressie van perifere zenuwen (als eerst overwegen!!)

    • Carpaal tunnel syndroom

    • Reumatoide artritis

    • Overbelasting armen door loopstoornissen

  • Migraine-aura

  • Epilepsie

    • Gaan (net als migraine) samen met positieve verschijnselen (tintelingen) en niet met neg verschijnselen (gevoelloosheid)

  • Hyperventilatie



Tijdelijke gevoelsstoornis van twee of meer lichaamsdelen


  • Tijdelijke ischemie

    • thalamus

  • Psychogeen



Tijdelijke stoornissen van het zien aan één zijde

Ischemie oog: lesie in de a. carotis

Nasale gezichtsveld andere oog blijft over; grens uitval iets verder

Geïsoleerde uitval (occipitale kwab): a. cerebri posterior

Bij afdekken tijdens aanval nog iets kunnen zien
Oorzaak:


  • Migraine (uitval ontstaat geleidelijk, positieve verschijnselen)

  • Trombo-embolie (meestal door atherosclerose)


Tijdelijke stoornissen van de spraak of taal


Dysartrie:

woorden en zinnen normaal opgebouwd, maar onduidelijk uitgesproken.

Begrip gesproken en geschreven taal intact, evenals het schrijven.
Dysfasie:

Zinsbouw en woordgebruik veranderd.



Tijdelijke spraakstoornis (dysartrie)


  • TIA

    • Meestal in het kader van een tijdelijke hemipare, als gevolg van een verlamde mondhoek

    • Tijdelijke doorbloedingsstoornis cerebellum (tevens stuurloosheid van ledematen of heftige draaiduizeligheid)

    • Tijdelijke ischemie hersenstam (in het bijzonder het tegmentum van pons en medulla oblongata, waar de kernen van de gelaats-, keel- en tongspieren gelegen zijn.

Meestal tgv tijdeleijke afsluiting a. basilaris). In dit geval kan de pt vaak vrijwel geen worrd uitbrengen (anartrie)

  • Myasthenie

Spraakstoornis verergert tijdens langdurig spreken. Vaak ook oogverschijnselen of slik- en kauwstoornissen.

Tijdelijke taalstoornis (afasie)


  • TIA

    • Meest voor de hand liggende verklaring voor een aavalsgewijze taalstoornis.

    • De uitval betreft de frontale en temporale cortex van de dominante hemisfeer, in het stroomgebied van de a. carotis

    • Oorzaak: wand a. carotis, embolie uit het hart, vasculitis

  • Epilepsie

    • Partiele vorm


Tijdelijke geheugenstoornissen


      • Transient global amnesia

    • Meestal > 50 jr

    • Antegrade amnesie (niets nieuws kunnen onthouden)

    • Retrograde amnesie

    • Aanval < 24 uur, meestal < 8 uur

      • Epilepsie

      • Psychogene geheugenstoornissen

    • Jonge volwassenen, die door een bepaalde belevenis overweldigd zijn

    • Amnesie uitsluitend in het verleden, tot heel ver toe (‘wie ben ik?)

    • Meestal abrupt einde

      • Trauma capitis

    • Antegrade en retrograde amnesie



Hoofdstuk 36 Visusstoornissen




Korte aanvalen van visusstoornissen aan één oog


    • Amaurosis fugax

  • In klassieke geval: ‘alsof er een grodijn omlaag zakt’

  • Bij fundoscopie tijdens aanval: embolien in de retinale arterien

  • Emboliebron a. carotis of het hart

  • Abrupt begin en einde

    • Migraine

  • Meestal beide ogen (retinale migraine)

  • Wazig beeld

  • Geleidelijk uitbreiding van verschijnselen



Korte aanvallen van visusstoornissen aan beide ogen


  • Obscuraties

    • Ptn met papiloedeem kunnen klagen over seconden durende aanvallen van wazig zien (obscuraties)

    • Tgv tijdelijke ischemie van de papil tgv de sterk verhoogde liquordruk

    • Kunnen vooral voorkomen met idiopathische intracraniele hypertensie (pseudotumor cerebri)

  • Vasovagale collaps

  • TIA

    • Vertebrobasilaire TIA: halfzijdige blindheid of hemianopsie. Meestal veroorzaakt door ischemie in het stroomgebied van de a cerebri posterior, maar kan ook een symptoom zijn bij een afsluiting van het achterste deel van de a cerebri media

    • Corticale blindheid: uitgebreide afsluiting van het proximale deel van de a. basilaris, daar waar deze zich splitst in de beide aa. Posteriores. Zo kunnen beide occipitale kwabben ischemisch worden.

Syndroom van Anton: bijzonder verschijnsel dat bij bovenstaande optreedt, waarbij de pt in alle toonaarden ontkent niets te zien en er alles aan doet de uitvalsverschijnselen te camoufleren.

  • Migraine


Langer durende, maar mogelijk reversibele visusstoornissen aan één oog

  • Neuritis retrobulbaris, neuritis optica

    • Vrij plotselinge visusdaling

    • Vaak ‘vlek’ in centrale gezichtsveld

    • Oorzaken: MS (15%), mazelen, bof, Pfeiffer, herpes zoster en sarcoidose

  • Papillitis

    • Snelle visusdaling

    • Pijn bij het oog

    • Oogarts neemt cellen waar in het glasvocht

  • Oogheelkundige oorzaken



Langer durende, maar mogelijk reversibele visusstoornissen aan beide ogen


  • Intoxicatie of deficiëntie

    • Aantasting n. opticus oa door tuberculostatica, digitalis, chloroquine en zware metalen

  • Systeemaandoeningen

    • Schildklieraandoeningen

    • Sarcoidose



Blijvende of progressieve visusstoornissen aan één oog


  • Ischemische opticusneuropathie

    • Infarcering voorste deel n. opticus

    • Oorzaak meestal een afsluiting van kleine arteriolen die de n. opticus van bloed voorzien; zeer zelden thrombo-embolie

  • Retina-infarct

  • Chronisch ischemisch oculair syndroom

    • Bij zeer ernstig atherosclerotisch vaatlijden (dubbelzijdige afsluiting a carotis of een subtotale lokale stenose van de a centralis retinae

    • ‘alsof het beeld een soort negatief is’

  • Tumor van de n. opticus

    • Gliomen (mn voorkomend bij ptn met de ziekte van Recklinghausen)

    • Meningeomen

  • Oogheelkundige oorzaken



Blijvende of progressieve visusstoornissen aan beide ogen


  • Tumor van het chiasma of retrochiasmaal

    • Chiasma: tumor van hypofyse, hierdoor temporale gezichtsvelden onderbroken → bitemporale hemianopsie

    • Andere RIP: meningeomen, craniofaryngeomen en een hydrocefalus

  • Erfelijke, degeneratieve opticusatrofie

    • Spinocerebellaire degeneratie

    • Hereditaire motorische sensorische neuropathie (HMSN)

    • Cerebellaire ataxie

    • Ziekte van Leber: erfelijke vorm opticusatrofie

  • Demyelinisatie

    • Blijvend visusverlies beide ogen

  • Oogheelkundige oorzaken

Dubbelzien


  • TIA

    • Een van de symptomen van de TIA in het vertebrobasilaire stroomgebied

    • Ten minste nog een ander hersenstamsymtoom, zoals een coördinatiestoornis, articulatiestoornis of slikstoornis

  • Myathenie

  • Oogspierverlamming door hersenzenuwlesie

    • N. abducens aandoening

      • M. rectus externus verlamd → oog staat spontaan naar binnen

      • Horizontale dubbelbeelden

      • Dubbelbeelden ongekruist

    • N. oculomotorius

      • Horizontale dubbelbeelden

      • Verticale dubbelbeelden

        • Dit kan ook het gevolg zijn van een lesie van de n. trochlearis, waardoor de m. obliquus superior, die het oog omlaag en in de richting van de ooghoek beweegt, verlamd is.

  • Schildklierziekten

    • Oogspieren kunnen aangedaan raken

    • Graves-Basedow: hyperthyreoidie, oogbewegingsbeperking, proptosis en oedeemvorming in de conjunctiva

    • Ophtalmic Graves disease: alleen oogverschijnselen zonder dat er klinische aanwijzingen voor hyperthyreoidie zijn en ook in het bloed de schildklierfunctie ongestoord is.

  • Oogheelkundige en andere oorzaken


Hoofdstuk 37 Loopstoornissen en vallen

Incontinentie voor urine soms bij spastische paraparese en bij loopapraxie


Bij MS spastisch-atactische loopstoornis
Spierzwakte

  • Proximale spierzwakte

Teken van Trendelenburg: bij proximale spierzwakte (mn van de gluteus medius)

zakken heup en bil naar beneden. De pt loopt met een waggelgang.



  • Quadricepszwakte

Hierbij knikt het standbeen bij lopen soms naar achteren door (recurvatie)

  • Voetheffersparese

Been wordt hoog opgetild en de voet klappend neer gezet. Als dit dubbelzijdig is → ‘hanetred’
Gevoelsstoornis, al of niet met spierzwakte

  • Polyneuropathie

    • Vaak eeb combinatie van sensibele en motorische stoornissen

  • Stoornissen van diep gevoel


Neurogene claudicatio

  • Vernauwing lumbale wervelkanaal (syndroom van Verbiest)

  • Bij voorkeur zitten of in flexiehouding

  • Itt vasculaire claudicatio goed fietsen


Spasticiteit

  • Hemiparese

    • Circumductie (stapbeen wordt stijf naar buiten gezwaaid)

  • Paraparese

    • Lopen traag en stijf

    • Voeten schuiven over de grond

    • Soms sterke adductie zodat de benen om elkaar heen scharen


Ataxie

      • Cerebellaire ataxie

    • Pt staat en loopt wijdbeens

    • Onregelmatige passen → dronkemansgang

    • Bij omdraaien neiging tot vallen

    • Lichte vormen zie je alleen bij de koorddansersgang

    • Rompataxie

      • Mediane cerebellaire lesie

      • In liggende geen ataxie

      • Pt kan niet lopen en soms zelf niet zitten

      • Sensorische ataxie

    • Sensibele polyneuropathie, achterstrengaandoeningen

    • Pt kijkt naar de grond

    • Loopt in het donker nog slechter

    • Loopt stampend en de benen worden met te grote excursie opgetild

    • Proef van Romberg is positief

    • Multiple sensory deficit: behalve stoornis propioceptieve sensibiliteit ook een stoornis van de labyrintfunctie en/of van het zien


Hypokinesie

  • Ziekte van Parkinson

    • Staat gebogen met romp, armen en benen

    • Start moeilijk en loopt met kleine schuifelpasjes, zonder de armen mee te bewegen

    • Soms valt de pt bijna achter zwaartepunt aan, zodat hij steeds sneller gaat lopen (fenestratie). Stoppen geeft ook problemen.

    • Vaak ook houdingsreflexen gestoord, waardoor valneiging (propulsie: naar voren, retropulsie: naar achteren)

    • Begint vaak eenzijdig: arm aan 1 kant wordt niet meebewogen

  • Andere degeneratieve aandoeningen

    • Prgressive supranuclear palsy

    • Multipele systeem atrofieen

  • Medicatie met neuroleptica

  • Subcorticale arteriosclerotische encefalopathie

    • Lijkt op loopstoornis van de ziekte van Parkinson; minder flexie en de armen bewegen wel, bij starten zelfs overmatig ‘roeren’. Passen kort en snel (marche a petits pas)

    • Marche a petits pas, hypertensie, mentale traagheid, wat verwijde ventrikels, afwijkingen in de witte stof


Loopapraxie

  • ‘Hogere’ loopstoornis

  • Treedt op bij: frontale processen, ziekten van de witte stof en hydrocefalus

  • Pt loopt wijdbeens, onzeker en langzaam

  • Voeten ‘kleven’ aan de grond (onderscheid cerebellaire ataxie), de passen zijn klein en niet frequent

  • Omduwreacties zijn gestoord



Loopstoornissen bij bejaarden

  • Multifactorieel

  • Zowel neurologisch als niet-neurologisch (bv artrose)

  • Cervicale myelopathie:

    • Spastische loopstoornis berustend op een dubbelzijdig piramidaal syndroom en een geringe stoornis van het diepe gevoel


Psychogene loopstoornissen

  • Niet zeldzaam



Vallen
Vallen met neurologische afwijkingen

  • Oa kinderen met infantiele encefalopathie en jongens met de ziekte van Duchenne

  • Jonge volwassenen: MS

  • Ouderen: ziekte gepaard gaande met loopstoornis

  • Ptn met een hemiparese door een beroerte

  • Bij de ziekte van Parkinson

  • Progressive supranuclear palsy:


Vallen zonder neurologische afwijkingen

  • Omgevingsfactoren

  • Epileptisch insult

  • Syncope

  • Orthostatische hypotensie

  • Cardiale ritmestoornis

  • Artrose en aandoeningen van knie en voet

  • Slechte visus

  • Aanvallen van draaiduizeligheid

  • Gebruik van sedativa en andere versuffende medicijnen, of alcohol


Drop attacks:

  • Meestal vrouwen

  • Valt plotseling, zonder aanleiding; kan meteen weer opstaan

  • Tumor in de achterste schedelgroeve of (vaker) als geisoleerd verschijnsel bij gezonde vrouwen van middelbare leeftijd

Katalepsie:



  • Aanvalsgewijs optredende spierzwakte, met evt vallen, in het kader van het narcolpsie-syndroom.

  • Begint tussen de 15 en 30 jr.

  • Altijd na een plotselinge emotie

  • Aanvallen duren enkele seconden (pt kan niet spreken, bewustzijn helder)

Bij spastische loopstoornis horen pathologische voetzoolreflexen.

Bij cerebellaire loopstoornis: gestoorde coordinatieproeven en soms een nystagmus.

Bij hypokinetische loopstoornis: rigiditeit en/of rusttremor

Bij loopapraxie: ‘gegenhalten’ van de benen (hypertonie die een gewilde indruk maakt, maar door de pt niet onderdrukt kan worden) en vaak cognitieve achteruitgang.
Wernicke-encefalopathie: pt verward, kan niet lopen en heeft oogspierparesen. Behandelen met vit B1.
B12 deficientie: tintelingen aan de voeten, atactisch looppatroon, Babinski’s


Hoofdstuk 38 Bewusteloosheid
Ademhalingstype

Kussmaul-ademhaling: rustige, maar diepe ademhaling; komt voor bij metabole acidose

Cheyne-Stokes-ademhaling: een ritmisch dieper en weer oppervlakkiger worden van de ademhaling met korte apneu-perioden in perioden van ca 1 minuut; komt voor bij diffuse hemisfeeraandoeningen, maar ook bij ouderen met decompensatio cordis.

Totaal irregulair mbt frequentie en diepte; komt voor bij lage hersenstamletsels

Snelle regelmatige AH: sepsis, beginnend longoedeem, intracraniele pathologie
Poppekop-fenomeen: een blikverlamming naar 1 kant of een verticaal strabisme wijzen in de richting van een hersenstamletsel.
Bij diep coma door intoxicatie:


  • Oogmotoriek en de corneareflex kunnen soms symm uitvallen

  • Pupilreflexen blijven behouden

Papiloedeem:



  • RIP

  • SAB

  • Sinustrombose

Meningeale prikkeling kan ontbreken


Focale letstels

  • Trauma capitis

  • Bloedingen en infarcten

    • Ventrale ponsinfarcering (basilaristrombose) → lockedín syndroom

  • RIP


Multifocale, diffuse en metabole bloedingen

  • Metabole stoornissen

  • Intoxicaties

  • Trauma capitis

  • Epilepsie

  • Wernicke-encefalopathie

    • Chron alcoholisme

  • Meningitis en encefalitis

  • SAB

  • Intraventriculaire bloeding

  • Hypertensieve encefalopathie




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina