Hoofdstuk 4: Zien en gezien worden



Dovnload 86 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte86 Kb.

Nu voor straks VMBO deel 1 Docentenhandleiding Hoofdstuk 4 Zien en gezien worden

Hoofdstuk 4: Zien en gezien worden




In dit hoofdstuk

In dit hoofdstuk staan de basisbegrippen van licht. We bespreken verschillende lichtbronnen en de rechtlijnige voortplanting van licht. Schaduwen en schaduwbeelden worden met leerlingenproefjes duidelijk gemaakt. Het ontstaan van dag en nacht en zonsverduisteringen worden eveneens uitgelegd aan de hand van schaduwvorming.

Met het ontleden van zonlicht in verschillende kleuren tonen we aan dat wit licht uit alle kleuren bestaat. De kleur van voorwerpen als gevolg van absorptie en het selectieve doorlaten van kleuren door gekleurd glas worden aansluitend besproken. Ultraviolette- en infrarode straling volgen aan de hand van voorbeelden uit het dagelijks leven.

Reflectie van licht wordt uitgelegd met de veiligheid van de fiets.

Voor de TL-leerlingen volgt ten slotte een paragraaf verdiepingsstof over de terugkaatsing bij een vlakke spiegel met beeldconstructies.
Nieuwe begrippen

Natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen, lichtbundels, schaduw en schaduwbeeld, absorptie, infrarode en ultraviolette straling, reflectie.

In de verdiepingsstof: spiegelbeeld, normaal, gezichtsveld.
Kerndoelen

E12 a t/m d


Indeling in paragrafen

    1. Licht bestaat uit een mengsel van kleuren.

    2. Natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen. Licht gaat langs rechte lijnen. Een lichtbundel bestaat uit oneindig veel lichtstralen. Het ontstaan van schaduwen wanneer licht een ondoorzichtig voorwerp raakt. Voor een schaduwbeeld is daarnaast nog een scherm nodig. Dag en nacht en zonsverduisteringen als gevolg van schaduw.

    3. Het ontleden van zonlicht in afzonderlijke kleuren. De kleur van voorwerpen als gevolg van absorptie van alle andere kleuren. Ultraviolette en infrarode straling. Reflectoren en terugkaatsing.

4.6 Het hoofdstuk eindigt met afsluitende vragen.
Verdiepingsstof (TL)

    1. De normaal bij een vlakke spiegel. De constructie van het spiegelbeeld. Het vinden van de teruggekaatste stralen bij een vlakke spiegel met behulp van het spiegelbeeld. Het gezichtsveld van een spiegel.


Lessuggesties leerboek

    1. Een bekend proefje om zelf het verschil tussen licht en donker te ervaren is het volgende: laat de leerlingen met de ogen dicht hun vinger naar het puntje van hun neus brengen. Hun oriëntatie blijkt dan minder goed te werken dan met de ogen open. Ook het strikken van schoenveters met de ogen dicht is een moeilijke opgave.

    2. Sommige leerlingen denken dat de maan ook een lichtbron is. Met een tekening of demonstratie met een verlichte val kan duidelijk gemaakt worden, dat de maan het licht van de zon weerkaatst. Eventueel kunnen de schijngestalten van de maan op deze manier ook zichtbaar gemaakt worden. Het verschil tussen de schijngestalten van de maan en maansverduisteringen is voor de leerlingen erg moeilijk. Ook planeten zijn zichtbaar aan de nachthemel doordat ze het zonlicht weerkaatsen.

De rechtlijnige voortbeweging van licht kennen de leerlingen van lasershows bij discotheken. Met een laser(pen) en wat (krijt)stof kan de rechtlijnige voortbeweging van het licht mooi gedemonstreerd worden. Ook autolampen in de mist zijn een bekend voorbeeld.

    1. Voor veel leerlingen is meer uitleg nodig waarom een voorwerp bijvoorbeeld rood of groen is. Met een tekening is dat makkelijker te begrijpen. Teken een bundel licht, met naast elkaar de kleuren rood, oranje, geel, groen, blauw en violet. Laat deze bundel in de tekening op een rood voorwerp vallen. Alleen de rode straal wordt weerkaatst, bijvoorbeeld naar onze ogen. De rest van de kleuren blijft in de rode trui achter. Oefen zo met de leerlingen wat er gebeurt bij verschillende kleuren, ook bij wit en zwart.

Infrarode straling wordt ook wel warmtestraling genoemd. Alles wat warmte uitstraalt, zendt ook infrarood licht uit. Zo ook de mens, en zoogdieren. Met een infrarood camera kun je de warmtestraling zien. Deze wordt o.a. bij natuurfilms gebruikt, zodat de dieren in het donker kunnen worden gezien. Ultraviolet licht zorgt ervoor dat je bruin wordt. De ozonlaag houdt een groot gedeelte van het ultraviolette licht tegen. Ook glas houdt ultraviolet tegen. Achter glas word je niet bruin. Eventueel kan vermeld worden dat de ozonlaag de laatste jaren in dikte aan het afnemen is door menselijke activiteit.

4.4 Sommige leerlingen moeten wennen aan het feit dat het spiegelbeeld even ver áchter de spiegel ligt als het voorwerp ervoor. Ze denken dat het beeld samenvalt met het glas van de spiegel. Een tekening verduidelijkt veel. Overigens zijn voorwerp en spiegelbeeld strikt genomen alleen identiek voor een waarnemer wiens ogen samenvallen met de spiegel. Wanneer je achter iemand staat die zichzelf in de spiegel bekijkt, zijn van die persoon het directe beeld en het spiegelbeeld niet identiek.


Lessuggesties werkboek

4.7 Bij het vak biologie leren de leerlingen hoe het komt dat je het rondje niet meer ziet. Het beeld van het rondje valt op de blinde vlek op je netvlies.



    1. Een andere leuke proef met de sterrenhemel is de volgende: zoek de Grote Beer op, dit is de zgn. steelpan die zich goed zichtbaar aan de noordelijke hemel bevindt. Boven de middelste ster van de steel van de pan staat een heel zwak sterretje. Alleen als je goede ogen hebt, kun je dat zien. Wanneer het niet direct lukt om het sterretje te zien, helpt ‘ernaast’ kijken. Rondom de gele vlek is de concentratie staafjes (waarmee bij schemering gekeken wordt) het grootst. De indianen testten er vroeger de ogen van nieuwe krijgers mee! Die moesten dan aangeven waar ten opzichte van de heldere ster het zwakke sterretje stond. Door de veranderende stand van de Grote Beer aan de nachthemel is die oriëntatie steeds verschillend.

    2. Uitleg over de ‘dode hoek’ bij vrachtwagens kan hier ook aan de orde komen. Het tekenen van de lichtstralen is vaak moeilijk voor leerlingen. Als ze het vlak van de spiegel links en rechts doortrekken, wordt het overzichtelijker.

4.12 Bij deze proef kun je ook refereren aan de kleur van je jas die bij straatverlichting opeens anders lijkt. Als geen natriumlamp beschikbaar is kan de proef als ‘thuisopdracht’ gegeven worden als in de omgeving veel natriumlampen staan. Alleen met de ‘donkere’ kleur oranje natriumlampen gaat dit experiment goed. De felle (lichtere) hoge-druk natriumlampen die veel toegepast worden op plaatsen met veel verkeersdrukte, hebben teveel bijmenging van andere kleuren.

4.16 Via veel internetsites wordt het voorkomen van zon- en maansverduisteringen bijgehouden. Een in de avonduren vallende maansverduistering kan mogelijkheden voor groepswerk of thuisopdrachten bieden. Denk daarbij ook aan vakoverstijgende mogelijkheden bijvoorbeeld een presentatie in samenwerking met het vak CKV.

4.18 Deze proef kan uitgebreid worden met spiegelende oppervlakken. Je kunt zo proberen via een spiegel of misschien wel via het plafond, de tv aan en uit te doen.
Snelle route leerboek

4.1 Alle theorie bespreken.

Opgaven 1,2 en 3

4.2 Proef 1 en dag en nacht en zonsverduisteringen overslaan.

Opgaven 7, 8, 10 en 12

4.3 Alle theorie bespreken.

Opgaven 16, 18, 19, 20 en 23

4.4 Voor de TL-leerlingen alle theorie tot aan proef 5. Proeven 5 en 6 en het gezichtsveld overslaan.

Opgaven 26, 27, 28 en 29.

4.5 Opgaven 32, 33, 35, 36, 38, 39. Voor de TL-leerlingen ook 42 en 44.


Snelle route werkboek

4.1 Wat is belangrijk in dit hoofdstuk?

4.2 Lichtbronnen

4.4 Even puzzelen

4.6 Goed licht? Allicht!

4.7 Help! Een gat in mijn gezichtsveld!

4.13 Kleuren zien met een cd

4.18 De afstandsbediening


Voor de TL-leerlingen

4.9 Spiegels in de bus


Benodigde practicummaterialen
Proef 1: brandende kaars

wit scherm

ondoorzichtig voorwerp

doorzichtig voorwerp bij voorbeeld plaatje (plexi)glas

Proef 2: witte lichtbron bv. halogeenlamp als niet de zon in het lokaal schijnt

cd

glazen prisma



Proef 3: twee identieke kaarsen

doorzichtig scherm, liefst van gekleurd (plexi)glas

Proef 4: spiegeltje ca. 9 x 12 cm

Proef 5: spiegeltje ca. 9 x 12 cm

Proef 6: spiegel

grote glimmende lepel


Proefwerk Hoofdstuk 4: Zien en gezien worden versie a
1) Hieronder staat een bewering:

Licht bestaat uit stof, want soms kun je een lichtbundel zien.

Is deze bewering juist of onjuist?

A Juist


B Onjuist
2) Hieronder staat een bewering:

Pas als er een lichtstraal in je oog komt, kun je iets zien.

Is deze bewering juist of onjuist?

A Juist


B Onjuist
3) Noem vijf lichtbronnen.
4) Leg uit waarom de maan geen lichtbron is.
5) Hieronder zie je een lichtbron L die op een ondoorzichtig voorwerp V schijnt. Daarachter staat een scherm S.

Neem de tekening over en maak het gebied grijs waar schaduw valt.





L .

V
S
6) Laat met een tekening zien, dat ‘nacht’ ontstaat door schaduw.
7) Laat met een duidelijke tekening zien hoe een zonsverduistering ontstaat. Zet in je tekening

de woorden ‘zon’, ‘aarde’, ‘maan’, ‘schaduw’ en ‘licht’.


8) Noem de zes hoofdkleuren waaruit zonlicht bestaat.
9) Maartje heeft een blauw T-shirt aan.

a) Hoe ziet haar T-shirt er uit als er wit licht op valt?

b) Hoe ziet haar T-shirt er uit als er blauw licht op valt?

c) Hoe ziet haar T-shirt er uit als er rood licht op valt?


10) Leg uit welke kleur kleren je het beste in een hete woestijn kan dragen, witte, rode of zwarte.
11) Er valt wit licht op een voorwerp. Alleen het groene licht wordt teruggekaatst.

a) Wat gebeurt er met de vijf andere kleuren?

b) Hoe zie je dit voorwerp?
12) Een achterlicht van een fiets is altijd rood. Toch zit er een gewoon lampje in.

Leg uit hoe dit kan.


13) Noem twee voorwerpen waarmee je kunt laten zien dat zonlicht uit verschillende kleuren bestaat.
14) Sebastiaan koopt samen met zijn vriendin een nieuwe jas. Hij vindt de jas wel mooi, maar de kleur een beetje vaal. Zijn vriendin zegt dat de kleur binnen in de winkel anders is dan buiten. Ze vindt dat hij buiten pas de echte kleur kan zien. Sebastiaan vindt dit onzin, en zegt dat het niet uitmaakt.

Leg uit wie er gelijk heeft.


15) a) Waarom is wit eigenlijk geen kleur?

b) Waarom is zwart eigenlijk geen kleur?


16) Op zonnige dagen wordt gewaarschuwd niet te lang in de zon te zitten. Je loopt dan de kans huidkanker te krijgen.

a) Door welke straling in het zonlicht kun je huidkanker krijgen?

b) Hoe kun je jezelf tegen deze straling beschermen als je toch in de zon wilt zitten?
17) a) Hoe noem je de warmtestraling die van de zon afkomt?

b) Leg uit of een mens dit onzichtbare licht ook uitzendt?


18) Willemijn doet met de afstandsbediening de tv aan. Als Remon een krant voor de afstandsbediening houdt, krijgt ze de tv niet meer uit.

a) Met welk soort straling werkt een afstandsbediening?

b) Waarom doet de afstandsbediening het niet als er een krant voor gehouden wordt?
19) Jan heeft een reflector op zijn fiets, zodat automobilisten hem beter kunnen zien. Ingrid heeft geen reflector op haar fiets.

a) Wat is reflecteren?

b) Waarom is Jan op zijn fiets in het donker beter zichtbaar?
20) Waarom moeten mensen die langs de openbare weg werken altijd pakken met reflecterende strepen dragen?

Proefwerk Hoofdstuk 4: Zien en gezien worden versie b

1) Hieronder staat een bewering:

Pas als er een lichtstraal in je oog komt, kun je iets zien.

Is deze bewering juist of onjuist?

A Onjuist

B Juist
2) Hieronder staat een bewering:

Licht bestaat uit stof, want soms kun je een lichtbundel zien.

Is deze bewering juist of onjuist?

A Juist

B Onjuist


3) Leg uit waarom de maan geen lichtbron is.
4) Noem vijf lichtbronnen.
5) Hieronder zie je een lichtbron L die op een ondoorzichtig voorwerp V schijnt. Daarachter staat een scherm S.

Neem de tekening over en maak het gebied grijs waar schaduw valt.





L .

V
S
6) Noem de zes hoofdkleuren waaruit zonlicht bestaat.
7) Laat met een tekening zien, dat “nacht” ontstaat door schaduw.
8) Laat met een duidelijke tekening zien hoe een zonsverduistering ontstaat. Zet in je tekening de woorden zon, aarde, maan, schaduw en licht.
9) Maartje heeft een rood T-shirt aan.

a) Hoe ziet haar T-shirt er uit als er rood licht op valt?

b) Hoe ziet haar T-shirt er uit als er blauw licht op valt?

c) Hoe ziet haar T-shirt er uit als er wit licht op valt?


10) Er valt wit licht op een voorwerp. Alleen het blauwe licht wordt teruggekaatst.

a) Wat gebeurt er met de vijf andere kleuren?

b) Hoe zie je dit voorwerp?
11) Een achterlicht van een fiets is altijd rood. Toch zit er een gewoon lampje in.

Leg uit hoe dit kan.


12) Noem twee voorwerpen waarmee je kunt laten zien dat zonlicht uit verschillende kleuren bestaat.
13) Leg uit welke kleur kleren jet het beste in een hete woestijn kan dragen, witte, rode of zwarte.
14) a) Waarom is wit eigenlijk geen kleur?

b) Waarom is zwart eigenlijk geen kleur?


15) Sebastiaan koopt samen met zijn vriendin een nieuwe jas. Hij vindt de jas wel mooi, maar de kleur een beetje vaal. Zijn vriendin zegt dat de kleur binnen in de winkel anders is dan buiten. Ze vindt dat hij buiten pas de echte kleur kan zien. Sebastiaan vindt dit onzin, en zegt dat dat niet uitmaakt.

Leg uit wie er gelijk heeft.


16) Op zonnige dagen wordt gewaarschuwd niet te lang in de zon te zitten. Je loopt dan de kans huidkanker te krijgen.

a) Hoe kun je jezelf tegen deze straling beschermen als je toch in de zon wilt zitten?

b) Door welke straling in het zonlicht kun je huidkanker krijgen?
17) a) Hoe noem je de warmtestraling die van de zon afkomt?

b) Leg uit of een mens dit onzichtbare licht ook uitzendt?


18) Jan heeft een reflector op zijn fiets, zodat automobilisten hem beter kunnen zien. Ingrid heeft geen reflector op haar fiets.

a) Wat is reflecteren?

b) Waarom is Jan op zijn fiets in het donker beter zichtbaar?
19) Willemijn doet met de afstandsbediening de tv aan. Als Remon een krant voor de afstandsbediening houdt, krijgt ze de tv niet meer uit.

Met welk soort straling werkt een afstandsbediening?

Waarom doet de afstandsbediening het niet als er een krant voor gehouden wordt?
20) Waarom moeten mensen die langs de openbare weg werken altijd pakken met reflecterende strepen dragen?

Proefwerk Hoofdstuk 4: Zien en gezien worden versie a*
1) Hieronder staat een bewering:

Het verschil tussen dag en nacht ontstaat doordat de maan voor de zon schuift.

Is deze bewering juist of onjuist?

A Juist


B Onjuist
2) Hieronder staat een bewering:

De maan is een natuurlijke lichtbron.

Is deze bewering juist of onjuist?

A Juist


B Onjuist
3) Er ligt een boek op tafel. Het boek is geen lichtbron, want het straalt geen licht uit. Toch kun je het zien. Leg uit hoe dit kan.
4) Hieronder zie je een lichtbron L die op een ondoorzichtig voorwerp V schijnt. Erachter staat een scherm S.

a) Neem de tekening over en maak het gebied grijs waar schaduw valt.

b) Als je de lichtbron naar het voorwerp toe beweegt, wordt het schaduwgebied dan

groter of kleiner?



L .

V

S
5) Zonsverduisteringen komen niet vaak voor. Maar een maansverduistering kun je een paar maal per jaar zien. Wat staat in het midden, de zon, de maan of de aarde:

a) bij een zonsverduistering.

b) bij een maansverduistering.


6) Maarten heeft een ronde schijf met alle zes kleuren van de regenboog er op. Hij laat de schijf heel snel ronddraaien zodat alle kleuren door elkaar lopen.

a) Welke kleur ziet hij nu?

b) Leg uit waarom hij deze kleur ziet.
7) Mensen die in de hete woestijn leven dragen bijna altijd witte kleren.

Leg uit waarom witte kleren minder warm zijn dan donkere kleren in fel zonlicht.


8) Yasmine heeft een gele trui aan. In de disco, waar ze danst, schijnt afwisselend rood en blauw licht.

a) Welke kleur lijkt haar trui te hebben bij rood licht?

b) Welke kleur lijkt haar trui te hebben bij blauw licht?
9) Willemijn heeft een blauwe spijkerbroek aan. Het is heerlijk weer en de zon schijnt.

a) Welke kleuren worden door de spijkerbroek geabsorbeerd?

b) Welke kleur wordt weerkaatst?
10) Een stoplicht heeft de kleuren rood, oranje en groen. Toch worden er geen rode, oranje of groene lampen gebruikt. Leg uit wat er met het oorspronkelijk witte licht gebeurt bij de rode lamp, bij de oranje lamp, en bij de groene lamp.
11) Bij het leren van haar huiswerk Frans gebruikt Irene een rood kleurenfilter. Als zij dat op een bladzijde legt, verdwijnen alle rode letters in het boek. Alleen de donkere letters blijven zichtbaar over. Leg uit hoe het kan dat de rode letters verdwijnen.
12) De zon zendt onzichtbaar licht uit in de vorm van infrarode en ultraviolette straling.

a) Welke van de twee is gevaarlijk voor de gezondheid van de mens?

b) Welke voelt aan als warmte?
13) Een reflector bestaat uit een aantal spiegeltjes die haaks op elkaar staan.

a) In welke richting kaatst een reflector een bundel licht terug?

b) Zou je in plaats van een reflector ook een spiegeltje kunnen gebruiken? Licht je antwoord toe.
14) Een inbraakalarm werkt met infrarood licht. Wessie beweert dat je het infrarode licht zichtbaar kunt maken door wat stof of poeder in de straal te blazen. Het infrarode licht weerkaatst dan via het stof of poeder naar je ogen.

Leg uit of Wessie gelijk heeft.


15) Aron wil met de afstandsbediening de tv aanzetten. Dat lukt niet want Jan staat tussen hem en de tv. Als hij de afstandsbediening op het plafond richt, gaat de tv wel aan.

a) Met welk soort licht werkt een afstandsbediening?

b) Hoe komt het dat de tv aangaat als Aron de afstandsbediening op het plafond richt?
16) Sandra staat op 1,5 meter van een spiegel . Ze wil een foto van zichzelf nemen.

Op welke afstand moet zij haar camera instellen?


17) Je hebt een holle en een bolle spiegel.

a) Welke van de twee spiegels verkleint het beeld?

b) Welke van de twee spiegels vergroot het gezichtsveld?
18) Hieronder staat een tekening van een punt P en een spiegel.

Neem de tekening over en teken



a) De normaal. Spiegel

b) Het spiegelbeeld.

c) De teruggekaatste straal.

P .




19) Wat ziet de vlieg?


Een vlieg loopt over de getekende lijn van A naar B.

Voor de tl-buis staan twee dozen.

Neem de tekening over en geef op de lijn met kleur aan waar de vlieg de tl-buis kan zien.


Proefwerk Hoofdstuk 4: Zien en gezien worden versie b*
1) Hieronder staat een bewering:

De maan is een natuurlijke lichtbron.

Is deze bewering juist of onjuist?

A Onjuist

B Juist
2) Hieronder staat een bewering:

Het verschil tussen dag en nacht ontstaat doordat de maan voor de zon schuift.

Is deze bewering juist of onjuist?

A Onjuist

B Juist
3) Yasmine heeft een gele trui aan. In de disco waar ze danst schijnt afwisselend rood en blauw licht.

a) Welke kleur lijkt haar trui te hebben bij rood licht?

b) Welke kleur lijkt haar trui te hebben bij blauw licht?
4) Er ligt een boek op tafel. Het boek is geen lichtbron, want het straalt geen licht uit. Toch kun je het zien. Leg uit hoe dit kan.
5) Hieronder zie je een lichtbron L die op een ondoorzichtig voorwerp V schijnt. Erachter staat een scherm S.

a) Neem de tekening over en maak het gebied grijs waar schaduw valt.

b) Als je de lichtbron naar het voorwerp toe beweegt, wordt het schaduwgebied dan

groter of kleiner?



L .

V

S

6) Willemijn heeft een gele broek aan. Het is heerlijk weer en de zon schijnt.



a) Welke kleuren worden door de spijkerbroek geabsorbeerd?

b) Welke kleur wordt weerkaatst?


7) Zonsverduisteringen komen niet vaak voor. Maar een maansverduistering kun je een paar maal per jaar zien. Wat staat in het midden, de zon, de maan of de aarde:

a) bij een zonsverduistering.

b) bij een maansverduistering.
8) Mensen die in de hete woestijn leven dragen bijna altijd witte kleren.

Leg uit waarom witte kleren minder warm zijn dan donkere kleren in fel zonlicht.


9) Maarten heeft een ronde schijf met alle zes kleuren van de regenboog er op. Hij laat de schijf heel snel ronddraaien zodat alle kleuren door elkaar lopen.

a) Welke kleur ziet hij nu?

b) Leg uit waarom hij deze kleur ziet.
10) Een stoplicht heeft de kleuren rood, oranje en groen. Toch worden er geen rode, oranje of groene lampen gebruikt.

Leg uit wat er met het oorspronkelijk witte licht gebeurt bij de rode lamp, bij de oranje lamp, en bij de groene lamp.


11) Een reflector bestaat uit een aantal spiegeltjes die haaks op elkaar staan.

a) In welke richting kaatst een reflector een bundel licht terug?

b) Zou je in plaats van een reflector ook een spiegeltje kunnen gebruiken? Licht je antwoord toe.
12) Een inbraakalarm werkt met infrarood licht. Wessie beweert dat je het infrarode licht zichtbaar kunt maken door wat stof of poeder in de straal te blazen. Het infrarode licht weerkaatst dan via het stof of poeder naar je ogen.

Leg uit of Wessie gelijk heeft.


13) Bij het leren van haar huiswerk Frans gebruikt Irene een rood kleurenfilter. Als zij dat op een bladzijde legt, verdwijnen alle rode letters in het boek. Alleen de donkere letters blijven zichtbaar over.

Leg uit hoe het kan dat de rode letters verdwijnen.


14) Aron wil met de afstandsbediening de tv aanzetten. Dat lukt niet want Jan staat tussen hem en de tv. Als hij de afstandsbediening op het plafond richt, gaat de tv wel aan.

a) Met welk soort licht werkt een afstandsbediening?

b) Hoe komt het dat de tv aangaat als Aron de afstandsbediening op het plafond richt?
15) De zon zendt onzichtbaar licht uit in de vorm van infrarode en ultraviolette straling.

a) Welke van de twee is gevaarlijk voor de gezondheid van de mens?

b) Welke voelt aan als warmte?
16) Sandra staat op 2,5 meter van een spiegel . Ze wil een foto van zichzelf nemen.

Op welke afstand moet zij haar camera instellen?


17) Hieronder staat een tekening van een punt P en een spiegel.

Neem de tekening over en teken



a) de normaal. Spiegel

b) het spiegelbeeld.

c) de teruggekaatste straal.
P .
18) Je hebt een holle en een bolle spiegel.

a) Welke van de twee spiegels verkleint het beeld?

b) Welke van de twee spiegels vergroot het gezichtsveld?
19) Wat ziet de vlieg?
Een vlieg loopt over de getekende lijn van A naar B.

Voor de tl-buis staan twee dozen.

Neem de tekening over en geef op de lijn met kleur aan waar de vlieg de tl-buis kan zien.


Antwoorden proefwerk Hoofdstuk 4 versie a
1) B
2) A
3) zon, vuur, kaars, lamp, tl-buis
4) Je kunt de maan zien omdat hij zonlicht weerkaatst.
5)

6)


7)

8) rood, oranje, geel, groen, blauw, violet
9) a) Blauw

b) Blauw


c) Zwart
10) Witte. Die reflecteren alle licht en absorberen geen straling.
11) a) Alle andere kleuren worden geabsorbeerd.

b) Groen
12) Het glaasje van rode kunststof laat alleen rood licht door. Alle andere kleuren worden geabsorbeerd.


13) Prisma, cd
14) De vriendin van Sebastiaan heeft gelijk. In de winkels is de verlichting zodanig dat de kleding mooier lijkt.
15) a) Wit is een mengsel van alle kleuren.

b) Zwart is het ontbreken van licht. Zwarte voorwerpen weerkaatsen niets.


16) a) Ultraviolette straling

b) Door het gebruik van zonnebrandolie of crème met een hoge beschermingsfactor.


17) a) Infrarode straling

b) Ja, het is warmtestraling. Militairen hebben apparatuur om mensen bij nacht te kunnen zien.


18) a) Infrarode straling

b) Infrarode straling kan niet door papier heen.


19) a) Terugkaatsen

b) De reflectoren kaatsen het licht van de koplampen van auto’s terug zodat de autobestuurders je kunnen zien.


20) Die pakken kaatsen het licht van de autolampen terug zodat de wegwerkers beter zichtbaar zijn.

Antwoorden proefwerk Hoofdstuk 4 versie b
1) B
2) B
3) Je kunt de maan zien omdat hij zonlicht weerkaatst.
4) zon, vuur, kaars, lamp, tl-buis
5)

6) rood, oranje, geel, groen, blauw, violet


7)

8)

9) a) Rood

b) Zwart


c) Rood
10) a) Die worden geabsorbeerd.

b) Blauw


11) Het glaasje van rode kunststof laat alleen rood licht door. Alle andere kleuren worden geabsorbeerd.
12) Prisma, cd
13) Witte. Die reflecteren alle licht en absorberen geen straling.
14) a) Wit is een mengsel van alle kleuren.

b) Zwart is het ontbreken van licht. Zwarte voorwerpen weerkaatsen niets.


15) De vriendin van Sebastiaan heeft gelijk. In de winkels is de verlichting zodanig dat de kleding mooier lijkt.
16) a) Ultraviolette straling

b) Door het gebruik van zonnebrandolie of crème met een hoge beschermingsfactor.


17) a) Infrarode straling

b) Ja, het is warmtestraling. Militairen hebben apparatuur om mensen bij nacht te kunnen zien.


18) a) Terugkaatsen

b) De reflectoren kaatsen het licht van de koplampen van auto’s terug zodat de autobestuurders je kunnen zien.


19) a) Infrarode straling

b) Infrarode straling kan niet door papier heen.


20) Die pakken kaatsen het licht van de autolampen terug zodat de wegwerkers beter zichtbaar

zijn.
Antwoorden proefwerk Hoofdstuk 4 versie a*


1) B
2) B
3) Het boek weerkaatst licht van andere lichtbronnen.
4)


5) a) De maan

b) De aarde
6) a) Wit

b) Alle kleuren samen geeft wit, want dat is een mengsel van alle kleuren.


7) Die reflecteren alle licht en absorberen geen straling.
8) a) zwart

b) zwart
9) a) alle behalve blauw

b) blauw
10) Het glaasje van rode kunststof laat alleen rood licht door. Alle andere kleuren worden geabsorbeerd. Hetzelfde verhaal voor het oranje en het groene glaasje.
11) Het rode filter laat alleen rood licht door. Het witte papier lijkt dus ook rood. De rode letters op het papier zijn dan niet meer te zien.
12) a) Ultraviolette straling

b) Infrarode straling


13) a) In dezelfde richting als waar het vandaan kwam.

b) Nee, want de spiegel kaatst in een andere richting terug, als waar het licht vandaan gekomen is.


14) Wessie heeft geen gelijk. Infrarode straling is niet zichtbaar, ook niet als die ergens op valt.
15) a) Infrarode straling

b) Infrarode straling kan niet door papier heen.


16) Sandra wil haar spiegelbeeld fotograferen. Dat staat 3 meter bij haar vandaan. Ze moet de camera dus op 3 meter instellen.
17) a) Bolle bij voorbeeld een spiegel in een supermarkt.

b) Bolle. Idem.

18)

19)




Antwoorden proefwerk Hoofdstuk 4 versie b*
1) A
2) A
3) a) Zwart

b) Zwart
4) Het boek weerkaatst licht van andere lichtbronnen.


5) a)


b) groter


6) a) Alle kleuren behalve geel.

b) Geel
7) a) Maan

b) Aarde
8) Die reflecteren alle licht en absorberen geen straling.
9) a) Wit

b) Alle kleuren samen geeft wit, want dat is een mengsel van alle kleuren.


10) Het glaasje van rode kunststof laat alleen rood licht door. Alle andere kleuren worden geabsorbeerd. Hetzelfde verhaal voor het oranje en het groene glaasje.
11) a) In dezelfde richting als waar het vandaan kwam.

b) Nee, want de spiegel kaatst in een andere richting terug, als waar het licht vandaan gekomen is.


12) Wessie heeft geen gelijk. Infrarode straling is niet zichtbaar, ook niet als die ergens op valt.
13) Het rode filter laat alleen rood licht door. Het witte papier lijkt dus ook rood. De rode letters op het papier zijn dan niet meer te zien.
14) a) Infrarode straling

b) Infrarode straling kan niet door papier heen.


15) a) Ultra-violette straling

b) Infra-rode straling


16) Sandra wil haar spiegelbeeld fotograferen. Dat staat 5 meter bij haar vandaan. Ze moet de camera dus op 5 meter instellen.

17)


18) a) Bolle bij voorbeeld een spiegel in een supermarkt.



b) Bolle. Idem.
19)









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina