Hoofdstuk 5 Conflicten in Indonesië



Dovnload 26.92 Kb.
Datum27.09.2016
Grootte26.92 Kb.

Samenvatting Indonesië actueel

Hoofdstuk 5 Conflicten in Indonesië

De hoofdvraag van dit hoofdstuk is:



Waarom heeft Indonesië zoveel etnische en religieuze conflicten?


Grote culturele verschillen tussen de vele volken
Omvangrijke migratie bracht veel volken naar Indonesië

Chinezen zijn economisch succesvolle groep: afgunst inheemse bevolking

Chinezen werden gediscrimineerd: hun cultuur verboden en gedwongen tot integratie


5.1 Etnische en culturele diversiteit

Welke etnische groepen kent Indonesië?

Wat is de oorzaak van de conflicten tussen deze groepen, welke rol speelt godsdienst?
Duizenden eilanden en honderden volken

►Er zijn ruim driehonderd volken verspreid over de archipel.

●De culturele verschillen zijn groot, net als de verschillen in ras (mongoloïde, negroïde, blank).

■De verwantschapsstructuren zijn complex en men hecht vaak meer aan regels van de eigen religie dan aan regels van de staat.

●De aanwezigheid van vele volken komt door migratiestromen, met name uit Azië, Arabische kooplieden en de koloniale overheersing.
Chinezen als minderheidsgroep

►Er wonen zo’n zeven miljoen Chinezen in Indonesië, vooral op Java.

●Ze migreerden uit economische motieven en wisten succesvol te worden in de (tussen)handel tussen koloniale machtshebbers en (arme) inheemse bevolking. Hun positie leidde tot sterke afgunst van de inheemse bevolking.

●Op dit moment heeft een kleine groep Chinezen economisch relatief veel economische invloed. Zij vormen een handelsminderheid.

►De regering maakt gebruik van de Chinezen: ze sluit handelsovereen-komsten met hen, maar maakt ze ook tot zondebok in slechtere tijden.

●Vooral tijdens het bewind van Soeharto werden Chinezen slachtoffer van discriminatie: hun cultuur en scholen verboden, ze moesten een Indonesische achternaam aannemen en zich bekeren tot het christelijk geloof of Islam.

●De Chinese bevolking verloor een deel van de eigen identiteit (dat wordt assimilatie genoemd). Door deze politiek kwam de integratie van Chinezen gedwongen tot stand.




Islam belangrijkste godsdienst, sinds kolonisatie ook christendom

Staat is seculier

Veel conflicten tussen moslims en christenen. Die laatsten werden in de koloniale tijd bevoordeeld.

Na onafhankelijkheid: moslims meerderheid

Christelijk deel Molukken veel gewelddadige strijd


Staat en godsdiensten

►De invloed van Arabische kooplieden leidde vanaf de 13e eeuw tot de Islamisering van Indonesië. De kolonisatie door Europese landen bracht het Christendom binnen.

●De godsdiensten verspreidden zich onder invloed van economische ontwikkeling en afhankelijk van wie de politieke macht had in een gebied. Een voorbeeld zijn de Molukken: de invloed van de Islam veranderde door de komst van handel in specerijen en de Portugezen. Zo verspreidde het Christendom zich ook in het gebied.

►90% van de Indonesiërs is moslim, maar de staat is seculier. Indonesië kent scheiding van kerk en staat. De vrijheid van godsdienst is verwoord in Pancasila (ideologie).

●Er is geen sprake van een politieke Islam.
5.2 Beheersing van conflicten

Welke conflicten kent Indonesië en hoe worden ze aangepakt?
Het Molukse conflict

►Op de Molukken is 40% van de bevolking is christen (vooral het zuiden) en ruim 50% is moslim (vooral het noorden).

►Het bloedigste conflict tussen de religieuze groepen was tussen 1999-2002.

●De wortels liggen in de koloniale tijd waarin christenen bevoordeeld werden.

►Toen Indonesië in 1949 een eenheidsstaat werd, waren de moslims in de meerderheid. De christelijke Zuidelijke Molukken riepen een eigen republiek uit, zij wilden zich afscheiden (separatisme), die snel ontbonden werd door het leger.

●In de nieuwe staat kregen Moslims voorrang bij overheidsaanstellingen. Dat gaf anti-Indonesische gevoelens bij de christelijke Molukkers.

●Ook de toename van het aantal moslims door migratie leidde tot een andere verhouding tussen moslims en christenen. Molukse christenen zijn economisch gezien nu relatief zwak.

●In 1999 werden veel islamieten met geweld verdreven. In 2002 kwam er een wapenstilstand, maar het gebied is nog steeds een brandhaard.





Aceh wil zelfbestuur
Centrale overheid baat bij oliewinning

Na 1998 meer zelfstandig

Verzet van Islamitische Atjeeërs blijft




Aceh, een andere brandhaard

►In Aceh, het noordelijk deel van Sumatra is ruim 90% Atjeeër. Zij willen zelfbestuur en autonomie (regionalisme).

●Aceh bleef onafhankelijkheid tot 1949 en werd daarna onderdeel van de staat Indonesië. De regering heeft strategische (de gunstige ligging) en economische (aardolie) belangen. Ze smoort iedere opstand en schendt regelmatig de mensenrechten.

●Na Soeharto’s aftreden kwam meer ruimte voor decentralisatie van wetten. Het lokale bestuur krijgt steeds meer macht. De regering hoopt dat zo de roep om onafhankelijkheid minder wordt.

●Het verzet van Atjeeërs is sterk beïnvloed door een streng islamitisch geloof (religieus fundamentalisme). Zij willen de vorming van een eigen Islamitische staat. Ook het feit dat de economische rijkdom van Aceh niet ten goede komt aan de eigen bevolking is een bron van voortdurende conflicten.



Grenzen uit koloniale tijd reden voor conflicten
Delen willen zelfbeschikking
Dictatuur onder Soekarno en Soeharto


Eenheidsstaat vraagt om bindende kracht: nation building:

transmigratie

Javanisering

eenheidstaal


Na 1988 meer democratie

Oost Timor onafhankelijk
Nieuwe beleid is dubbel

als meer vrijheid negatief is voor centrale staat dan streng ingrijpen leger en uitvoeren van niet-wettige besluiten


Problemen van een jonge staat als Indonesië

►In Indonesië zijn nog veel conflicten met wortels in het verleden.

●De grenzen van de staat stammen uit de koloniale periode. Deze internationaal erkende grenzen (territoriale integriteit) komen in conflict met het zelfbeschikkingsrecht (ieder volk mag bepalen tot welke staat zij wil behoren).

►Soekarno (1949-1967) zorgde voor een sterk centraal bestuur. Volken werden gedwongen bijeengehouden.

●In 1967 moest Soekarno aftreden omdat economische groei uitbleef en er veel etnische spanningen waren. Zijn opvolger Soeharto (1967-1998) stelde opnieuw een dictatuur in.

Centripetale krachten

►Om een eenheidsstaat te vormen zijn bindende krachten nodig. Deze centripetale krachten raken politieke, economische en culturele waarden. De eenheid moet plaatsvinden via nation building (natievorming): het smeden van een culturele eenheid. Middelen waren:

●transmigratiepolitiek, dit leidde juist tot meer conflicthaarden, ●Javanisering, ofwel het verspreiden van de Javaanse normen, maar er werd geen rekening gehouden met lokale rechten,

●en de invoering van de eenheidstaal (Bahasa Indonesia), nu de officiële voertaal.


Een nieuwe weg

►Na de val van Soeharto kwam meer ruimte voor democratie.

●Zo werd Oost-Timor in 2002 onafhankelijk door internationale druk en omdat het economisch belang van Oost-Timor voor Indonesië gering was.

►Het nieuwe beleid is dubbelhartig: er zijn meer vrijheden voor provincies, maar als zij het voortbestaan van Indonesië als staat bedreigen wordt nog steeds hardhandig ingegrepen door het leger.



●De regering en het leger vrezen voor afbrokkeling van de macht door opstandige provincies en het afscheiden van provincies. Zij nemen daarom vaak niet-wettelijke besluiten. Zo ontstaat een machtsvacuüm, dat nadelig is voor de politieke stabiliteit van Indonesië.




De Geo, tweede fase – havo ©ThiemeMeulenhoff, Utrecht/Zutphen, 2009




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina