Hoofdstuk 5, kern 2



Dovnload 13.06 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte13.06 Kb.
Netwerk deel 4, vmbo gt Hoofdstuk 5, kern 2
6) a. De tijden staan al geordend van klein naar groot, da´s mooi.

Bij twintig getallen is er niet één middelste getal: de mediaan is het gemiddelde van het tiende en elfde getal. Dus de mediaan is (10,98 + 11,02) : 2 = 11,00 s

b. Van de “snelle groep” is de mediaan het gemiddelde van het vijfde en zesde getal: (10,84 + 10,92) : 2 = 10,88 s

Van de “langzame groep” is de mediaan het gemiddelde van het vijftiende en

zestiende getal: (11,25 + 11,31) : 2 = 11,28 s

c. Tussen deze twee medianen liggen tien van de twintig tijden, dus 50%

7) a. Langzaamste tijd: 70 s. Snelste tijd: 27 s

b. Mediaan: 51 s. Eerste kwartiel: 40 s. Tweede kwartiel: 65 s

c. Drie stukken van het boxplot liggen boven de 40 s, dus dat is 3 x 25% = 75%

8) a. Mediaan: 110,5. Eerste kwartiel: 103. Derde kwartiel: 120

b. 250 van de 500 is 50%. Die zitten in de eerste twee delen van de boxplot.

Die hadden dus scores tussen 83 en 110,5.

c. Nee, hij heeft niet gelijk. Een kwart van de Nederlanders heeft een IQ boven de 120 en ook een kwart van de Nederlanders heeft een IQ onder de 103.

d. Nee, de modus kan je niet aflezen uit een boxplot.



9) a.


b. De “spreiding” van de middelste 50% is bij de tweede groep veel groter.

Je kan ook zeggen: de hoogste 25% zit dichter bij elkaar en dat geldt

ook voor de laagste 25%

10)


11) a. Gemiddeld kwamen er 520 : 10 = 52 klanten per dag.

b. Eerst op volgorde zetten: 11 13 17 22 22 23 23 24 27 34

De mediaan van de ochtenden is (22 + 23) : 2 = 22½

c. 18 24 28 29 32 33 34 35 35 36

De mediaan van de middagen is (32 + 33) : 2 = 32½

d. De kwartielen zijn 17 en 24.

e. De kwartielen zijn 28 en 35.


f. Het aantal klanten dat ´s middags iets koopt is duidelijk groter dan het aantal

klanten dat ´s ochtends iets koopt.

12) a. Drie “stukken” van het boxplot, dus 75%.

0,75 . 120 = 90 meisjes liepen meer dan 2 075 m

b. 4 meisjes waren langzamer dan de langzaamste jongen, dus 4 meisjes liepen

minder dan 1 900 m. Dus liepen 120 - 4 = 116 meisjes tussen 1 900 en 2 600 m

Van de jongens liep 75% tussen 1 900 en 2 600 m, dus 0,75 . 120 = 90 jongens. Totaal: 116 + 90 = 206 leerlingen.

Dat is . 100%  85,8%

c. Het rechter streepje komt bij 3 000 in plaats van bij 2 800.



Verder verandert er niets.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina