Hoofdstuk k: beplantingen en grasperken



Dovnload 289.5 Kb.
Pagina1/5
Datum29.09.2016
Grootte289.5 Kb.
  1   2   3   4   5

TB 2000 K.


HOOFDSTUK K: BEPLANTINGEN EN GRASPERKEN
K.1. DEFINITIES

K.2. RAMING VAN DE WAARDE VAN DE SCHADE AAN DE BEPLANTINGEN
K.2.1. Schade aan de gazons

K.2.2. Schade aan de beplantingen

K.2.3. Volledige vernieling van de boom

K.2.4. Coniferen, telgen, heesters, bosgoed, rozenstruiken

K.3. MATERIAAL
K.3.1. Teelaarde

K.3.2. Organische bodemverbeteringsmiddelen

K.4. FYTOFARMACEUTISCHE PRODUCTEN
K.4.1. Algemene kenmerken

K.4.2. Totale onkruidverdelging

K.4.3. Insecticiden en schimmelwerende middelen

K.5. AANLEGWERKEN
K.5.1. Kwaliteitscriteria van de geleverde planten

K.5.2. Planten van hoogstammen

K.5.3. Planten van hagen

K.5.4. Planten van bollen


K.6. AANLEG VAN GRASPERKEN



K.6.1. Aanleg van grasperken door bezaaiing

K.6.2. Aanleg van grasperken door bezoding

K.7. INRICHTINGEN EN WERKEN ALLERHANDE
K.7.1. Wegen

K.7.2. Boomrooster

K.7.3. Boomkorf


K.7.4. Boombescherming van stalen buis

K.7.5. Levering van rondhout en latwerk voor leibomen

K.7.6. Boomkaders uit hard hout

K.7.7. Afsluiting voor het aanbinden van de haag

K.8. ONDERHOUDSWERKEN
K.8.1. Maaien van grasperken

K.8.2. Vergaren van bladeren

K.8.3. Spitten en schoffelen

K.8.4. Snoeien van planten

K.9. VELLEN VAN BOMEN
K.9.1. Vellen met verwijderen van de stronk

K.9.2. Vellen zonder verwijderen van de stronk


K.1. DEFINITIES
Aandrukken, walsen:

bewerking die tot doel heeft de kluiten oppervlakkig (minder dan 10 N/m²) samen te drukken, ze te breken, de grond een bepaalde draagkracht te geven, de capillariteit te activeren of te herstellen, of het wortelschieten te bevorderen.


Afsnijden:

ingreep bedoeld om alle onnodige of dode takken van de stam te verwijderen, van de hals tot aan het begin van de kruin.


Afsnoeien:

ingreep, bedoeld om de kruin van een boom vorm te geven en de dode of overtollige takken te verwijderen.


Bodemverbeteringsmiddel:

mineraal, chemisch of organisch product dat de natuurlijke toestand van de grond of het substraat verbetert waarin het wordt verwerkt.


Boompaal:

stok, paal of armatuur die één of meerdere planten ondersteunt.


Bosgoed:

uit zaad of via vegetatieve weg geteeld jong plantgoed, gedefinieerd door zijn hoogte, de teeltwijze en de duur dat het in de kwekerij verbleef.


Compost van groenafval:

aërobisch ontbonden organische stof, uitsluitend afkomstig van afval van plantaardige oorsprong uit parken en tuinen waarvan de gistingsfase op hoge temperatuur is beëindigd en die wordt vermengd met de teelaarde.


Eggen - wieden/wegnemen:

het oppervlakkig verkruimelen van de grond, het oppervlakkig onderwerken van zaadkorrels of andere stoffen, het verzamelen op één of meerdere plaatsen van stenen, afval of adventieve (niet gezaaide) planten.


Frezen:

het mechanisch verkruimelen of omwerken van de grond tot op een minimumdiepte van 20 cm, met inbegrip van het onderwerken van bodemverbeteringsmiddelen, groeibevorderaars, meststoffen of andere producten.


Grondspecie:

dik vloeibaar mengsel van water en aarde met een hoog kleigehalte met of zonder toevoeging van groeibevorderende producten, bodemverbeteringsmiddelen, meststoffen en/of specifieke hormonen waarmee de wortelstructuur wordt ingestreken en dat het aanslaan van bomen en struiken bevordert.


Hals:

zone van de plant ter hoogte van het maaiveld die de wortels van de takken scheidt.


Harttak:

hoofdtak, gedragen door de stam, die het takgestel van een boom vormt.


Humus:

product dat wordt verkregen door het mineraliseren, door micro-organismen, van organische stoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong.


Inkuilen:

het tegen elkaar zetten van planten met bedekking van de wortels d.m.v. aarde of een ander substraat, om ze tijdelijk te bewaren.


Insecticide:

elk product dat schadelijke insecten of ongewervelde dieren vernietigt.


Knot:

uitwas, gevormd door de herhaalde vorming van wondranden als gevolg van het veelvuldig snoeien van zijtakken op dezelfde plek.


Knotten:

het snoeien van zoveel mogelijk takken, zo dicht mogelijk bij de stam, en van dikke harttakken.


Kraag van de tak:

verdikking aan de basis van een tak, die de onderste grens aangeeft tussen het weefsel van die tak en dat van de stam of van de draagtak.


Kreupelhout:

houtachtige planten die kort gesnoeid kunnen worden zodat ze opnieuw groeien.


Kroon, kruin, top:

geheel van takken van een houtachtig gewas.


Meststoffen:

minerale, chemische of organische producten, bedoeld om de planten via de grond of het substraat voedende en basiselementen van planten toe te dienen.


Omploegen:

het manueel of mechanisch omwerken van de grond op een diepte van minimum 10 cm, eventueel met inbegrip van het onderwerken van planten, mest, bodemverbeteringsmiddelen, meststoffen of andere producten.


Omspitten:

het omkeren van de aarde over een diepte van 20 tot 60 cm.


Ondergrondploegen:

het loswerken van de grond op een diepte van meer dan 0,50 m, waarbij de oppervlaktelagen intact blijven.


Onkruidverdelger:

elk product dat planten geheel of gedeeltelijk, selectief of volledig vernietigt.


Ontrupsen:

handeling die erin bestaat de beplanting te ontdoen van de rupsen die zich erop hebben genesteld en dit door het wegsnoeien en verbranden van de takken die zijn aangetast of nesten dragen, of door het verstuiven van of bestrooien met giftige producten die door de geldende wettelijke bepalingen zijn toegestaan.


Ontvorken:

het wegnemen ter hoogte van zijn inplantingspunt van een scheut die concurreert met de hoofdtak of die een zeer kleine hoek vertoont ten opzichte van de as van de boom.


Oppervlaktebehandeling:

handeling die erin bestaat een laag aarde, grondverbeteringsmiddelen, meststoffen of andere stoffen over de bestaande bodem uit te spreiden.


Parkhoogstam:

boom met natuurlijke dracht, niet-onbuigzaam, eventueel van een bijzondere vorm.


Parktelg:

houtachtig gewas dat zich ontwikkelt over één of meerdere stammen die gelijkmatig zijn bezet met zijtakken.


Pesticide:

product dat schadelijke dieren, planten, micro-organismen of virussen vernietigt of de mogelijke aantasting erdoor voorkomt.


Rijhoogstam:

boom waarvan de vertakkingen beginnen op een hoogte van minimum 2,50 m. Langs tramlijnen beginnen de vertakkingen op 3,50 m; de boom is pijlvormig. Het bijzondere bestek kan afwijken van deze voorwaarde.


Rijtelg:

boom met kruin waarvan de hele stam gelijkmatig is bezet met zijtakken.


Schimmelwerend product:

elk product dat woekerende sporenplanten vernietigt of de ontwikkeling ervan voorkomt.


Schoffelen:

het omwerken van de bovenlaag van de grond en/of het verdelgen van de adventieve planten.


Snoei:

ingreep die erin bestaat een houtgewas zijn specifieke of elke andere vorm te geven of terug te geven, of alle ongewenste takken te verwijderen met het oog op de veiligheid, het voorkomen van ziekten, of uit esthetische overwegingen.


Stomp:

stuk tak, gewoonlijk uitgedroogd en afgestorven, als gevolg van een redelijk recente snoei.


Strooisel (mulch):

stro, stro- of ontbonden mest, turf (in zijn verschillende vormen), bladeren, voer of andere producten van organische, minerale of chemische oorsprong die in een bepaalde dikte op het grondoppervlak worden gestrooid ter bescherming ervan.


Struik:

houtachtig gewas met meerdere takken.


Takschorsrichel:

onopvallende of uitgesproken kraag die de grens aangeeft tussen de weefsels van de tak en de stam of de draagtak.


Tuinturf (zwarte turf):

organische stof die zich heeft gevormd door de ophoping van lagen veenmos en die een anaërobische ontbinding heeft ondergaan. Droge stof: 65%, organische stof: 60%, pH: 3,5 - 4, geleidbaarheid: 105 µS/cm, soortelijke weerstand: 9520 Ohm x cm, waterophoudend vermogen: 300%.


Turf:

organische stof die zich heeft gevormd door de ophoping van lagen veenmos in ontbinding.


Turfstrooisel (blonde turf):

organische stof die zich heeft gevormd door de ophoping van lagen veenmos en die een aërobische ontbinding heeft ondergaan. Droge stof: 80%, organische stof: 30%, pH: 4 – 5, geleidbaarheid: 300 µS/cm, soortelijke weerstand: 3330 Ohm x cm, waterophoudend vermogen: 1000%.


Uitloper:

loot die ter hoogte van de wortels ontstaat.


Uitdunnen:

verwijderen van een deel van de door de harttakken gedragen zijtakken om de doorzichtigheid van de boom te verbeteren (bij deze ingreep blijven de afmetingen van de kroon dezelfde).


Waterloot:

krachtige scheut, ontstaan uit een slapende of nieuw gevormde knop die zich rechtstreeks op de stam of de dikke takken vormt.


Werfaarde:

aarde die men van nature aantreft op bouwplaatsen en die wordt uitgegraven om bouwwerken mogelijk te maken; deze aarde wordt tijdelijk opgeslagen zodat hij later kan worden gebruikt om er gewassen in te zaaien of te planten op dezelfde bouwplaats.


Wieden:

het oppervlakkige omwerken van de grond rond bodembedekkende overblijvende (wintervaste) planten of planten die geen hout bevatten.


Wieden/wegnemen:

Zie Eggen.


Wortelschieten:

ingreep die tot doel heeft het schieten van adventieve stekken te bevorderen.



K.2. RAMING VAN DE WAARDE VAN DE SCHADE AAN DE BEPLANTINGEN.

Opmerkingen betreffende de methode voor het ramen van de schade aan de groenzones

Er wordt gebruik gemaakt van de methode van de Brusselse Vereniging van de Plantsoenbeheerders, waarop hierna uitvoeriger wordt ingegaan.

Om de twee jaar stelt de B.V.P.B. voor de basiswaarde (BEF/cm² van de oppervlakte van de doorsnede van de stam) aan te passen aan het prijspeil dat door de tuinbouwsector wordt gehanteerd.

Die basiswaarde bedroeg 167 per 01/ 07/ 1996, het indexcijfer 122,97 (basis 1988).

In sommige gevallen kan deze methode niet worden toegepast. In zo'n geval zal de Leidende Ambtenaar de schade bepalen op basis van andere objectieve criteria.
Om misverstanden in verband met het bedrag van de schade te vermijden, kan de schadeverantwoordelijke zijn recht doen gelden om zelf over te gaan tot het herstellen van de schade, dit overeenkomstig de richtlijnen en tot de tevredenheid van het Bestuur.
In het bedrag van de ramingen is de BTW niet begrepen aangezien het Bestuur er niet aan is onderworpen en het dus geen BTW kan vorderen voor in regie uitgevoerde werken.
Voorbehoudsbeding: ingeval de waarborg wordt aangevochten, behoudt het Bestuur zich het recht voor het dossier te heropenen en de kosten van een eventuele herbeplanting te vorderen.

K.2.1. Schade aan de gazons.
De aangerichte schade kan worden hersteld door het inzaaien van nieuw gras of door bezoding. De herstellingswijze wordt overgelaten aan de goedkeuring van de Ambtenaar die het bestek opstelt.
K.2.1.1. beZAAIING.
De prijzen gelden per vierkante meter.

Zijn in deze prijzen begrepen: het voorbereiden van het terrein, het bemesten, het bezaaien.

Oppervlakte kleiner dan 100 m² 160 BEF

Oppervlakte tussen 100 en 500 m² 130 BEF

Oppervlakte van 500 tot 1.000 m² 100 BEF

Oppervlakte groter dan 1.000 m² 80 BEF

+ 15 % algemene kosten: toezicht, verplaatsingen, enz.
K.2.1.2. BEZODING.
De prijzen gelden per vierkante meter.

Zijn in deze prijzen begrepen: het voorbereiden van het terrein, het bemesten, het plaatsen van de graszoden.

Oppervlakte kleiner dan 100 m² 300 BEF

Oppervlakte tussen 100 en 1.000 m² 200 BEF

Oppervlakte groter dan 1.000 m² 160 BEF

+ 15 % algemene kosten: toezicht, verplaatsingen, enz.




K.2.2. Schade aan de beplantingen.
De specificaties hierna betreffen de bomen, met inbegrip van de coniferen met een hoogte van meer dan 350 cm of in lijn aangeplant, ongeacht de hoogte.
K.2.2.1. RAMING VAN DE WAARDE VAN DE BOOM.
De totale waarde van de boom wordt vastgesteld aan de hand van de volgende formule:

B x S x L x GT x BE

waarbij de factoren als volgt worden bepaald:



K.2.2.1.1. BASISWAARDE (B).
De basiswaarde wordt bepaald door de doorsnede van de stam (O) op een hoogte van 1,30 m te vermenigvuldigen met de actuele eenheidsprijs (129 F).
O = 3,14 x d ²/4 (d = diameter in cm op 1,30 m)
of
O = C ² / (4 x 3,14 ) (c = omtrek in cm op 1,30 m)
of, wanneer de stam niet rond is:
O = 3.14 x d1 x d2 / 2 (dl = kleinste diameter, d2 = grootste diameter)
Met een basisprijs van 129 BEF/cm² wordt de basiswaarde:

B (BEF) = 129 (BEF/cm²) x O (cm²).



K.2.2.1.2. Coefficient VAN DE soort. (s)
Deze coëfficiënt wordt bepaald aan de hand van de groeisnelheid of de schaarsheid van de soort (naamlijst: H.J. van de Laar 1989).
Naar waarde gerangschikt:
1.0 Alle coniferen.
1.0 Alnus glutinosa 'Imperialis'.

Alnus incana 'Aurea'.

Cercis siliquastrum.

Fagus sylvatica 'Asplenifolia'.

Fagus sylvatica 'Purpurea'(F.s. atropunicea).

Fagus sylvatica 'Pendula'

Ilex aquifolium (var, cv).

Liquidambar styraciflua.

Liriodendron tulipifera.

Nothofagus antarctica.


0.9 Acer campestre 'Elsrijk'.

Acer campestre 'Red Shine'.

Acer negundo 'Aureomarginatum'.

Acer negundo 'Variegatum'.

Crataegus monogyna 'Stricta'.

Gleditsia triacanthos 'Inermis'.

Gleditsia triacanthos 'Skyline'.

Gleditsia triacanthos 'Sunburst'.

Prunus maackii 'Amber Beauty'.

Pyrus calleryana 'Chanticlair'.

Pyrus caucasica.

Pyrus salicifolia 'Pendula'.

Quercus cerris.

Quercus frainetto.

Quercus palustris.

Quercus robur 'Fastigiata'.

Tilia 'Petiolaris'(T. tomentosa 'Petiolaris').

Tilia tomentosa 'Brabant'.

Tilia euchlora (T. dasystyla).
0.8 Acer platanoides 'Drummondii'.

Acer platanoides 'Faassen's Black'.

Acer platanoides 'Globosum'.

Aesculus carnea 'Briotii'.

Aesculus hippocastanum 'Baumannii'.

Acer platanoides 'Schwedleri'.

Aesculus carnea.

Alnus spaethii.

Amelanchier lamarckii 'Robin Hill'.

Betula pendula 'Crispa' (B. p. dalecarlica HORT.)

Betula pendula 'Laciniata'

Betula pendula 'Youngii'.

Carpinus betulus 'Columnaris'.

Carpinus betulus 'Fastigiata'.

Catalpa bignonioides 'Aurea'.

Catalpa bungei.

Crataegus cruss-galli.

Crataegus laevigata (C. ocyacantha).

Crataegus lavallei 'Carrierei' (C.carrieri HORT.; C. lavallei HORT.).

Fagus sylvatica.

Ginkgo biloba.

Gleditsia triacanthos.

Hippophae salicifolia.

Malus (sp, ssp, var, cv)

Populus lasiocarpa.

Pterocarya fraxinifolia.

Prunus serrulata 'Amanogawa'.

Robinia pseudoacacia 'Frisia'.

Robinia pseudoacacia 'Lombarts'.

Robinia pseudoacacia 'Pyramidalis'.

Robinia pseudoacacia 'Umbraculifera'.

Robinia pseudoacacia 'Unifolia' (R.p. monophylla).

Sophora japonica.

[Sophora sinensis].

Tilia americana 'Nova'.

Tilia cordata 'Greenspire'.

Tilia platyphyllos 'Fastigiata'.

Tilia tomentosa.

Tilia vulgaris 'Pallida' (T.v. Koningslinde').

Ulmus carpinifolia (cv)

Ulmus glabra 'Horizontalis' (U.g.pendula; U. montana pendula LOUD).

Zelkova serrata.


0.7 Acer ginnala

Acer pseudoplatanus 'Atropurpureum' (A.ps. spaethii HORT.).

Acer pseudoplatanus 'Leopoldii'

Acer pseudoplatanus 'Negenia'.

Acer pseudoplatanus 'Prinz Handjery'.

Acer pseudoplatanus 'Rotterdam'.

Acer rubrum.

Betula nigra.

Betula pendula 'Purpurea'

Betula utilis 'Doorenbos' (B.jacquemontii HORT.; B.utilis HORT.).

Caragana arborescens 'Pendula'.

Castanea sativa.

Celtis occidentalis.

Corylus colurna.

Crataegus laevigata 'Paul's Scarlet'(C.I.'Williain Paul';C.I.paulii).

Fraxinus excelsior 'Nana'(F.e. globosa HORT.).

Laburnum watereri 'Vossii'.

Phellodendron amurense.

Platanus orientalis.

Prunus cerasifera 'Atropurpurea'(P.c. pissardii; P.pissardii).

Prunus cerasifera 'Nigra'

Prunus fruticosa 'Globosa'.

Prunus padus 'Colorata'.

Prunus sargentii.

Prunus serrulata 'Kanzan'(P.s. 'Hizakura' HORT.; P.s. Kwanzan).

Prunus serrulata 'Kiku-shidare-zakura'.

Quercus robur.

Quercus rubra.

Sorbus aucuparia 'Asplenifolia'.

Sorbus aucuparia 'Fastigiata'.

Sorbus aucuparia 'Rossica Major'.

Sorbus thuringiaca.'Fastigiata'(S. hybrida HORT.).


0.6 Acer campestre.

Acer saccharinum 'Laciniata Wieri'(A.s. wieri).

Amelanchier lamarckii (A. canadensis HORT.; A. Laevis villosa).

Fraxinus angustifolia 'Raywood'(F.a. wollastonii).

Fraxinus excelsior 'Diversifolia'(F.e. monophylla; F. veltheimii HORT.).

Fraxinus excelsior 'Jaspidea'.

Fraxinus excelsior 'Pendula'.

Fraxinus excelsior 'Westhof's Glorie'.

Fraxinus ornus.

Juglans nigra.

Juglans regia.

Laburnum anagyroïdes (L. vulgare).

Morus alba.

Paulownia tomentosa.

Populus tremula.

Prunus avium (cv).

Robinia pseudoacacia 'Bessoniana'.

Sorbus americana 'Belmonte'.

Sorbus aria.

Sorbus aria . Magnifica'(S.a. decaisneana).

Sorbus aria 'Majestica'.

Sorbus arnoldiana (cv).

Sorbus intermedia.

Sorbus thuringiaca.

Tilia platyphyllos.

Ulmus glabra 'Exoniensis'(U.g. fastigiata).

Ulmus hollandica 'Commelin'.

Ulmus hollandica 'Vegeta'.


0.5 Ailanthtus altissima (A. glandulosa).

Alnus cordata.

Caragana arborescens.

Carpinus betulus.

Catalpa bignonioides.

Platanus acerifolia.

Populus balsamifera.

Populus berolinensis.

Populus candicans 'Aurora'.

Populus canescens.

Salix caprea.

Salix matsudana 'Tortuosa'.

Salix sepulcralis 'Tristis'(S.a. tristes.

Ulmus procera (U. campestris L.p.p.).


0.4 Acer negundo.

Acer platanoides.

Acer pseudoplatanus.

Acer saccharinum (A. dasycarpum).

Aesculus hippocastanum.

Betula papyrifera.

Fraxinus excelsior.

Populus alba 'Nivea'.

Robinia pseudoacacia.

Salix acutifolia 'Pendulifolia'.

Salix alba 'Liempde'.

Sorbus aucuparia.


0.3 Alnus glutinosa.

Alnus incana.

Betula pendula (B. alba L.p.p.; B. verrucosa).

Betula pubescens (B. alba L.p.p.).


0.2 Populus interamericana 'Unal'.

Populus euramericana 'Robusta'.

Populus nigra 'Italica'.
Alfabetisch gerangschikt:
Acer campestre (0,6).

Acer campestre 'Elsrijk' (0,9).

Acer campestre 'Red Shine' (0,9).

Acer ginnala (0,7).

Acer negundo(0,4).

Acer negundo'Aureomarginatum' (0,9).

Acer negundo 'Aureovariegatum' (0,9).

Acer negundo 'Variegatum' (0,9).

Acer platanoïdes (0,4).

Acer platanoïdes 'Drummondii' (0,8).

Acer platanoïdes 'Faassens's Black' (0,8).

Acer platanoïdes 'Globosum' (0,8).

Acer platanoïdes 'Schwedleri' (0,8). Acer pseudoplatanus (0,4).

Acer pseudoplatanus 'Atropurpureum'(A.ps. spaethii HORT.) (0,7).

Acer pseudoplatanus 'Leopoldii' (0,7).

Acer pseudoplatanus 'Negenia' (0,7).

Acer pseudoplatanus 'Prinz Handjery' (0,7).

Acer pseudoplatanus 'Rotterdam' (0,7).

Acer rubrum (0,7).

Acer saccharinum (A. dasycarpum) (0,4).

Acer saccharinum ' Laciniatum Wieri'(A.s. wieri) (0,6).

Aesculus carnea (0,8).

Aesculus carnea 'Briotii' (0,8).

Aesculus hippocastanum (0,4).

Aesculus hippocatanum 'Baumannii' (0,8).

Ailanthus altissima (A. glandulosa) (0,5).

Alnus cordata (0,5).

Alnus glutinosa (0,3).

Alnus glutinosa 'Imperialis' (1).

Alnus incana (0,3).

Alnus incana 'Aurea' (1).

Alnus spaethii (0,8).

Amelanchier lamarckii (A. canadensis HORT.);(0.6)

Amelanchier laevis villosa (0,6).

Amelanchier lamarckii 'Robin Hill' (0,8).
Betula nigra (0,7).

Betula papyrifera (0,4).

Betula pendula (B. alba L.p.p.; B. verrucosa) (0,3).

Betula pendula 'Crispa' (B.p. dalecarlica HORT.) (0,8).

Betula pendula 'Laciniata' (0,8).

Betula pendula 'Purpurea' (0,7).

Betula pendula 'Youngii' (0,8).

Betula pubescens (B. alba L.p.p.) (0,3).

Betula utilis 'Doorenbos'(B. jacquemontii HORT.; B. utilis HORT.)(0,7).
Caragana arborescens (0,5).

Caragana arborescens 'Pendula' (0,7).

Carpinus betulus (0,5).

Carpinus betulus 'Columnaris' (0,8).

Carpinus betulus 'Fastigiata' (0,8).

Carpinus betulus 'Frans Fontaine' (0,8).

Castanea sativa (0,7).

Catalpa bignonioides (0,5).

Catalpa bignonioides 'Aurea' (0,8).

Catalpa bungei (0,8).

Celtis occidentalis (0,7).

Cercis siliquastrum (1).

Corylus colurna (0,7).

Crataegus cruss-galli (0,8).

Crataegus laevigata'Paul's Scarlet'(C.1. 'William Paul'; C.1. paulii) (0,7).

Crataegus lavallei (0,7).

Crataegus lavallei 'carrierei'(C. carierai HORT.; C. lavallei HORT.)(0,8).

Crataegus monogyna 'Stricta' (0,9).


Fagus sylvatica (0,8).

Fagus sylvatica 'Asplenifolia' (1).

Fagus sylvatica 'Purpurea'(F.s. atropunicca) (1).

Fagus sylvatica 'Penduta' (1).

Fraxinus angustifolia 'Raywood'(F.a. wollastonii) (0,6).

Fraxinus excelsior (0,4).

Fraxinus excelsior 'Diversifolia'(F.e. monophylla; F. veltheimii HORT.) (0,6).

Fraxinus excelsior 'Jaspidea' (0,6).

Fraxinus excelsior 'Nana'(F.e. globosa HORT.) (0,7).

Fraxinus ornus (0,6).

Fraxinus excelsior 'Pendula' (0,6).

Fraxinus excelsior 'Westhofs Glorie' (0,6).


Ginkgo biloba (0,8).

Gleditsia triacanthos (0,8).

Gleditsia triacanthos 'Inermis' (0,9).

Gleditsia triacanthos 'Skyline' (0,9).

Gleditsia triacanthos 'Sunburst' (0,9).
Hippophae salicifolia (0,8).
Ilex aquifolium (var, cv)
Juglans nigra (0,6).

Juglans regia (0,6).


Laburnum anagyroïdes (L. vulgare) (0,6).

Laburnum watereri 'Vossii' (0,7).

Liquidambar styraciflua (1).

Liriodendron tulipifera (1).


Malus (sp, ssp,var, cv) (0,8).

Morus alba (0,6).


Nothofagus antarctica (1).
Paulownia tomentosa (0,6).

Phellodendron amurense (0,7).

Platanus acerifolia (0,5).

Platanus orientalis (0,7).

Populus alba 'Nivea' (0,4).

Populus balsamifera (0,5).

Populus berolinensis (0,5).

Populus candicans 'Aurora' (0,5).

Populus canescens (0,5).

Populus euramericana 'Robusta' (0,2).

Populus interamericana 'Unal' (0,2).

Populus lasiocarpa (0,8).

Populus nigra 'Italica'(P.n. pyramidales) (0,2).

Populus tremula (0,6).

Prunus avium (cv) (0,6).

Prunus cerasifera 'Atropurpurea'(P.c. pissardii; P. pissardii) (0,7).

Prunus cerasifera 'Nigra' (0,7).

Prunus fruticosa 'Globosa' (0,7).

Prunus maackii 'Amber Beauty' (0,9).

Prunus padus 'Colorata' (0,7).

Prunus sargentii (0,7).

Prunus serrulata 'Amanogawa' (0,8).

Prunus serrulata 'Kanzan'(P.s. 'Hizakura' HORT.; P.s. 'Kwanzan') (0,7).

Prunus serrulata 'Kiku-shidare-zakura' (0,7).

Pterocarya fraxinifolia (0,8).

Pyrus calleryana 'Chanticleer' (0,9).

Pyrus caucasica (0,9).

Pyrus salicifolia 'Pendula' (0,9).


Quercus cerris (0,9).

Quercus frainetto (0,9).

Quercus palustris (0,9).

Quercus robur (0,7).

Quercus robur 'Fastigiata' (0,9).

Quercus rubra (0,7).


Robinia pseudoacacia (0,4).

Robinia pseudoacacia 'Bessoniana' (0,6).

Robinia pseudoacacia 'Frisia' (0,8).

Robinia pseudoacacia 'Lombarts' (0,8).

Robinia pseudoacacia 'Pyramidalis' (0,8).

Robinia pseudoacacia 'Umbraculifera' (0,8).

Robinia pseudoacacia 'Unifoliola'(R.p. monophylla) (0,8).
Salix acutifolia 'Pendulifolia' (0,4).

Salix alba 'Liempde' (0, 4).

Salix babylonica (S. pendula) (0,5).

Salix caprea (0,5).

Salix matsudana 'Tortuosa' (0,5).

Salix sepulcralis 'Tristis'(S. alba tristis) (0,5).

Sophora japonica (0,8).

Sophora sinensis (0,8).

Sorbus americana 'Belmonte' (0,6).

Sorbus aria (0,6).

Sorbus aria 'Magnifica'(S.a. decaisneana) (0,6).

Sorbus aria 'Majestica' (0,6).

Sorbus arnoldiana (cv) (0,6).

Sorbus aucuparia (0,4).

Sorbus aucuparia 'Asplenifolia' (0,7).

Sorbus aucuparia 'Fastigiata' (0,7).

Sorbus aucuparia 'Rossica Major' (0,7).

Sorbus intermedia (0,6).

Sorbus thuringiaca (0,6).

Sorbus thuringiaca 'Fastigiata'(S. hybrida HORT.) (0,7).


Tilia americana 'Nova' (0,8).

Tilia cordata (T.parviflora) (0,6).

Tilia cordata,'Greenspire' (0,8).

Tilia euchlora (T. dasystyla) (0,9).

Tilia 'Petiolaris'(T. tomentosa 'Petiolaris') (0,9).

Tilia platyphyllos (0,6).

Tilia platyphyllos 'Fastigiata' (0,8). Tilia tomentosa (0,8).

Tilia tomentosa 'Brabant' (0,9).

Tilia vulgaris 'Pallida'(T.v. 'Koningslinde') (0,8).
Ulmus carpinifolia (cv) (0,8).

Ulmus glabra 'Exoniensis'(U.g. fastigiata) (0,8).

Ulmus glabra 'Horizontalis'(U.g. pendula; (0.8)

Ulmus montana pendula LOUD) (0,8).

Ulmus hollandica 'Commelin' (0,6).

Ulmus hollandica 'Vegeta' (0,6).

Ulmus procera (U. campestris L.p.p.) (0,5).
Zelkova serrata (0,8).
Opmerkingen
- De Ginkgo biloba werd verwijderd uit de lijst met coniferen en toegevoegd aan die van de loofbomen.
- De berekeningswijze voor coniferen met een hoogte van meer dan 350 cm is dezelfde als die van de loofbomen. Rekening houdend met de hoge kostprijs van de coniferen, met de problemen met het planten en het aanslaan, en met de schaarsheid van de grote coniferen te Brussel, hebben alle coniferen coëfficiënt 1.
- De tussen haakjes geplaatste soorten zijn niet opgenomen in de naamlijst van H.J. van de Laer.



  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina