Hoofdstuk XII uitgaven en kosten



Dovnload 134.39 Kb.
Pagina1/6
Datum21.08.2016
Grootte134.39 Kb.
  1   2   3   4   5   6
HOOFDSTUK XII UITGAVEN EN KOSTEN1

Jan Herman
Raadsheer in het Arbeidshof te Gent

Inhoud



Afdeling 1. Inleiding 2

Afdeling 2. Begrip ‘gerechtskosten’ 2

1. Gerechtelijke akten 2

2. Uitgifte 3

3. Onderzoeksmaatregelen 3

4. Reis- en verblijfskosten 3

5. Akten 4

6. Andere uitgaven 4

Afdeling 3. Rechtsplegingsvergoeding en uitgavenvergoeding 5

§ 1. Algemeen 5

§ 2. Rechtsplegingsvergoeding 6

1. Vaste rechtsplegingsvergoeding 7

2. Aanvullende vaste rechtsplegingsvergoeding 9

§ 3. Uitgavenvergoeding 10



Afdeling 4. Opgave van de gerechtskosten 11

Afdeling 5. Veroordeling tot het betalen van de gerechtskosten 12

§ 1. Algemene regeling 12

§ 2. Bijzondere regelingen 14

1. Artikel 1017, tweede lid, Ger. W. 14

2. Artikel 68 Arbeidsongevallenwet 18

3. Artikel 53, derde lid, Beroepsziektewet 18

Afdeling 6. Besluit 19




Afdeling 1.Inleiding





  1. Ook procederen voor de arbeidsgerechten kost geld. In beginsel draagt elke partij zelf haar eigen uitgaven en kosten.2 Artikel 1017 van het Gerechtelijk Wetboek wijkt hiervan af door de rechter te verplichten één of meer partijen te veroordelen tot het betalen van een deel van de kosten en uitgaven van één of meer andere partijen.3 Alvorens daarop in te gaan, wordt onderzocht om welke uitgaven en kosten het gaat.4 Aan één onderdeel ervan, met name de rechtsplegingsvergoeding en de uitgavenvergoeding,5 alsook aan de opgave van de kosten wordt een afzonderlijke afdeling gewijd.

Deze regeling is het voorwerp van titel IV “Uitgaven en kosten” van boek II van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek. Gemakkelijkheidshalve worden die “uitgaven en kosten” hierna samen als “gerechtskosten” betiteld.




Afdeling 2.Begrip ‘gerechtskosten’





  1. Artikel 1018, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek geeft een opsomming van de sommen die als “kosten” aangezien worden.6 Deze opsomming is echter niet exhaustief.7 De bepalingen van artikel 1018 moeten niet beperkend uitgelegd worden.

In deze bijdrage wordt geen aandacht besteed aan artikel 1018, eerste lid, 1°,8 en 7°, van het Gerechtelijk Wetboek. De meeste vragen en betwistingen voor de arbeidsgerechten hebben betrekking op artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek.



1.Gerechtelijke akten





  1. Artikel 1018, eerste lid, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek bestempelt de “prijs en de emolumenten en lonen van de gerechtelijke akten”9 als gerechtskosten. Hiermee worden de kosten bedoeld verbonden aan de akten van de gerechtsdeurwaarders, inclusief hun vergoeding voor reiskosten. Zij worden geregeld door de artikelen 519 tot en met 523 van het Gerechtelijk Wetboek.10 Deze bepaling leidt zelden tot betwisting.


2.Uitgifte





  1. Artikel 1018, eerste lid, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek beschouwt “de prijs van de uitgifte van het vonnis” als kosten. Elke partij kan een uitgifte van het “vonnis”11 verkrijgen, los van de vraag of betekening en uitvoering nodig zijn.12


3.Onderzoeksmaatregelen





  1. Artikel 1018, eerste lid, 4°, van het Gerechtelijk Wetboek neemt “de uitgaven betreffende alle onderzoeksmaatregelen, onder meer het getuigen- en deskundigengeld” in de opsomming van de kosten op. Het gaat dus ook om de uitgaven die gepaard gaan met een overlegging van stukken, een schriftonderzoek e.d..




  1. Wat het getuigengeld betreft, kan worden verwezen naar het koninklijke besluit van 27 juli 1972 betreffende het getuigengeld in burgerlijke zaken. De kosten die gepaard gaan met het deskundigenonderzoek worden elders13 behandeld. Hier moet echter opgemerkt worden dat die kosten ook de reiskosten omvatten die een partij maakt om zich te begeven naar de plaats waar het deskundigenonderzoek doorgaat.14


4.Reis- en verblijfskosten





  1. Artikel 1018, eerste lid, 5°, van het Gerechtelijk Wetboek bestempelt “de reis- en verblijfkosten van de magistraten, de griffiers en van de partijen, wanneer hun reis door de rechter bevolen is”, als kosten.

De term “reiskosten van de magistraten en de griffiers” slaat op de kosten die gepaard gaan met de verplaatsing in het kader van een plaatsopneming.15 Ook de reiskosten van de partijen in het kader van een persoonlijke verschijning kunnen als kosten bestempeld worden. Er is hiervoor echter geen vast tarief bepaald.16




5.Akten





  1. Artikel 1018, eerste lid, 5°, van het Gerechtelijk Wetboek aanziet “de kosten van de akten, wanneer deze uitsluitend met het oog op het geding opgemaakt zijn” als gerechtskosten.

Hieronder kunnen de kosten begrepen worden van het aangetekende schrijven waarmee het verzoekschrift bedoeld in artikel 704, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt verstuurd.17




6.Andere uitgaven





  1. Of de kosten voor het verkrijgen van een afschrift van een strafdossier dat door een partij aan de rechter wordt overgelegd,18 als gerechtskosten in aanmerking komen,19 wordt betwist 20.

Wanneer een partij een beroep doet op een deskundige of een technische raadgever, zijn de kosten die hiermee gepaard gaan, geen gerechtskosten in de zin van artikel 1018 van het Gerechtelijk Wetboek, vermits zij als facultatief worden aangezien. Dit is evenmin het geval met de kosten van juridische bijstand.21






  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina