Hou je oren open



Dovnload 64.43 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte64.43 Kb.
Karel Eykman
Hou je oren open
Hou je oren open, doe je neus eens dicht.

Je oren zijn die gaatjes, hier in je gezicht.

Hou je oren open, als je je neus maar sluit.

Ik zal je wel vertellen, wat je nou niet ruikt:

Het ruikt opeens naar rozen, oooh wat ruikt dat fijn.

Ik ruik ook chocolaatjes, waarvan zou dat zijn?

Maar....

nou doe jij je neus open!

Je gelooft niet wat ik zeg!

Je wou me niet geloven,

nou is het luchtje weg!

Hou je oren open, doe je ogen dicht.

Je ogen zijn die gaatjes, hier in je gezicht.

Hou je ogen gesloten, maar je oren niet.

Dan kan ik je vertellen, wat je nou niet ziet:

Ik zie opeens veel bloemen, en daar een autoped.

Ik zie een stoommachine, dat zie ik nou maar net.

Maar...


jij doet je ogen open!

Je gelooft niet wat ik zeg!

Je wou me niet geloven!

dus nou is alles weg!

Eigen schuld!
De liedjes van ome Willem, Amsterdam, De Harmonie, 1977

Karel Eykman


In vader of moeder klimmen
Hé, kom er eens naar boven,

boven op mijn hoofd.

Geef je handjes allebei.

Stap maar op die teen van mij.


Zo kom je wel naar boven,

boven op mijn hoofd.

Als je op mijn dijen stapt,

kijk maar uit, je glijdt eraf.


Zo kom je wel naar boven,

boven op mijn hoofd.

Moet je op mijn buikje zijn?

Trap niet zo, dat is niet fijn.


Zo kom je wel naar boven,

boven op mijn hoofd.

Kom je op mijn borst eraan?

Hou je vast, het zal wel gaan.


Hé, wat doe je daarboven,

boven op mijn hoofd?

Nou zit je op mijn ogen,

en dat was niet beloofd.


De liedjes van ome Willem, Amsterdam, De Harmonie, 1977

Gyo Fujikawa


Mijn nieuwe tand
Op een keer... op een keer

ging mijn tand heen en weer.

Krak! deed hij toen

en hij zat er niet meer.


Toen heb ik hem onder mijn kussen gelegd

en tegen mijn broertje heb ik gezegd:

om kwart over twee

dan komt er een fee,

die pakt mijn tandje

en neemt het mee.

Dan krijg ik over een week of zo,

van haar een nieuwe tand kado.


Maar 's morgen, och,

toen lag hij er nog.

En mijn nieuwe tandje?

Dat kreeg ik tóch!


Kindje ga je mee, Bewerking door L. Smulders, De Bilt, Cantecleer, 1980

Schelpen zoeken
Doe je mee, doe je mee,

schelpen zoeken langs de zee?

Gele, witte, rose, rooie,

hele zeldzame en mooie...


Schelpen met fijne tandjes

en driedubbele randjes,


schelpen als buisjes,

en grappige huisjes,


schelpen als horentjes

en heel spitse torentjes,


bruine, blauwe, grijze, groene,

o, d'r liggen d'r miljoenen...


Ga je mee, ga je mee,

schelpen zoeken langs de zee?


Kinderversjes, Haarlem, Holland, 1975

Nannie Kuiper
kleine voetjes op het strand

kleine handjes vol met zand

kleine teentjes in de zee

mamma, doe je even mee?


linkerbeen, rechterbeen

over al die golfjes heen


grote voeten op het strand

grote handen vol met zand

grote tenen in de zee

ja hoor, mamma doet ook mee!


linkerbeen, rechterbeen

over al die golven heen.


Dag hobbelpaard, Den Haag, Leopold, 1979

Harriet Laurey


De speelgoedbeesten
Ze stonden in de winkel op een rij.

Ze konden nog niet zien en nog niet horen.

Want speelgoedbeesten worden pas geboren

als er een kindje zegt: "Jij wordt van mij!"


Er was een och-zo-klein konijntje bij,

helemaal grijs, met donkergrijze oren

(één stond rechtop, één leunde wat naar voren)

en 't hield zijn kopje eventjes opzij.


En toen kwam Katelijntje.

Ze keek langs heel de rij

en zei toen: "Dag konijntje,

kom maar, je wordt van mij."


Ze nam het zachtjes in haar arm,

ze streek het langs zijn oren,

en toen werd het konijntje warm.

En toen was het geboren!

Kinderversjes, Haarlem, Holland, 1979

Willem Wilmink


Mijn broertje
Ik heb een klein broertje met wit haar
en een grote snottebel,
ik heb een klein broertje van twee jaar,
en 't is een leuk ventje, dat wel.

Als ie stout is krijgt ie weinig straf,


want hij is ook nog zo klein.
Met mij loopt dat wel anders af:
ik moet verstandig zijn.

Hij begrijpt er nog weinig van,


wanneer ik hem vertel,
dat ie niet met mijn speelgoed spelen kan,
maar 't is een leuk ventje, dat wel.

Hij maakt wel 'es dingen van me stuk,


en dat is niet zo fijn.

Maar het is ook nog zo'n kleine puk,


en ik moet verstandig zijn.

Hij zit aan mijn meccanodoos

en aan mijn voetbalspel,
en soms is het wel erg hopeloos,

maar 't is een leuk ventje, dat wel.

Dat wel.
Berichten voor bezorgde kinderen, Antwerpen, Kosmos, 1975

Willem Wilmink


Tegelliedje
Kom ik uit mijn school vandaan,

en moet ik naar huis toe gaan,

moet ik tegels overslaan.

Een, drie, vijf en zeven,

en dan moet ik ook nog even

eenmaal tweemaal

om de lantarenpaal.
Deze tegel sla ik over

en op deze stap ik.

Vind je mij een rare vogel?

Ja, meneer, dat snap ik.


't Is een eigenaardig spel

dat ik alle tegels tel,

deze niet en deze wel.

Drie, vijf, zeven, negen,

dan kom ik een boompje tegen,

hink ik op mijn linkerbeen

om dat boompje heen.
Deze tegel sla ik over

en op deze stap ik.

Vind je mij een rare vogel?

Ja, meneer, dat snap ik.


Tegels tellen met je voet,

en waarom je zoiets doet,

dat begrijp je zelf niet goed.

Zeven, negen, ellef,

't gaat alhaast vanzellef.

't Is een raar geval —

moeder! dag! daar ben ik al!
De liedjes voor kinderen, Amsterdam, C.J. Aerts, 1979

Hans Andreus

A.A. Milne
Binker
Binker — want zo noem ik hem — Binker is van mij.

Als je mij ziet spelen, dan is hij erbij.

Hij is mijn geheimpje, hij is mijn idee.

Waar ik ook mee bezig ben, hij doet er aan mee.


O, pappa is zo knap,

hij is de allerknapste man.

En mamma die kan alles

wat een ander niet kan.

Maar ze kunnen

Binker


niet zien.
Binker is niet gulzig, maar hij eet alleen zo graag.

Binker zegt dat dropjes juist zo goed zijn voor

zijn maag.
Daarom vraag ik altijd: "Mag Binker ook wat drop?"

Maar omdat hij niet kauwen kan, eet ik het voor hem

op.
O, ik houd zoveel van pappa, maar hij leest zo vaak de krant.

O, ik houd zoveel van mamma, maar ze wil nooit naar het strand.

En ik heb ook wel eens ruzie als ik me weer wassen moet...

Maar met Binker is het anders, die begrijpt me altijd goed.


Binker kan al praten, dat heb ik hem geleerd.

De 'r' vindt hij wat moeilijk, die zegt hij vaak verkeerd.

Ook heeft hij wel eens last van een piepje in zijn stem.

En soms, als hij niet praten wil, praat ik gewoon voor hem.


O, pappa is zo knap, hij is de allerknapste man.

En mamma die weet overal en overal iets van.

Maar ze weten niets

van


Binker.
Binker durft ook alles, hij is net een sterke beer.

En soms een wilde tijger, als we spelen bij het meer.

Binker huilt niet gauw, behalve (en dat is ook naar)

als zijn ogen pijn doen van de shampoo uit zijn haar.


O, pappa is een pappa en zo lief als het maar kan.

En mamma is mijn mamma en daar houd ik zoveel van.

Maar ze zijn niet

zoals


Binker
Nu we al zes zijn, vert. N. Kuiper, Amsterdam, Ploegsma, 1974
Hans Andreus
De Wees Vrolijk-Automaat
Op de hoek van de Berenstraat
staat een Wees Vrolijk-Automaat.
Je stopt er een kwartje in en dan
word je zo vrolijk als 't maar kan.
Je danst en zingt de hele dag,
zelfs als je niet dansen en zingen mag.
Waarom ik dan zo kribbig kijk?
Ik ben vandaag geen kwartje rijk
en trouwens: ik vind 't wel zo fijn
om als ik kribbig ben kribbig te zijn.
De rommeltuin, Haarlem, Holland, 1970

Darte
Ik heb een hekel aan gebakjes

met jam, met stroop, met room.

Ik eet ze niet, ze zijn zo zoet,

ze maken me zo loom.

Ik hou niet van tompoezen,

ik hou ook niet van vla

niet van eclair of soezen

en niet van chocola.

Bah, van die kokoskoekjes

neem ik beslist geen hap

ik lust ze niet, ajakkes nee

en ook geen appelflap.

O, vind jij dat echt geen probleem?

Lig jij er niet van wakker?

Ik wel hoor, want ik hou van Jan,

en die wordt later bakker.


Ongepubliceerd

Hans Dorrestijn



Droevig

Soms voel je je opeens verdrietig,

je weet niet eens waarom.

Je moeder loopt in huis te zingen

en om de grapjes van je vader lach je je meestal krom.
Maar vandaag niet, vandaag niet,

je kijkt droevig naar buiten, naar de vrolijke zon.

Die is anders zo warm, maar vandaag niet,

vandaag is alles donker, maar je weet niet waarom.


Je merkt het 's morgens bij het opstaan:

vandaag ben ik bedrukt.

Al haal je tienen voor je huiswerk,

je moet vechten met je tranen en je weet dat het niet lukt.


Vandaag niet, vandaag niet,

je kijkt droevig naar buiten, naar de vrolijke zon.

Die is anders zo warm, maar vandaag niet,

vandaag is alles donker, maar je weet niet waarom.


Je bent een liegbeest, liedjes voor kinderen, Amsterdam, C. J. Aarts, 1975

Nannie Kuiper


Een slechte bui
Soms als ik opsta, kan ik niet blij zijn.

Soms als ik opsta, ben ik al boos.

Zelfs als de anderen aardig voor mij zijn,

blijft dat gevoel nog een hele poos.


Heb jij dat ook, of herken je dat niet,

dat nare gevoel dat vaak pijn doet van binnen.

Dan is er zo'n dag niets met mij te beginnen,

dan doe ik mezelf en een ander verdriet.


Dan sla ik met deuren, zo hard als ik kan,

dan heb ik zo'n zin om mijn vriendjes te knijpen;

maar dat kan dan niemand en niemand begrijpen

dan zeuren ze maar, o daar krijg ik wat van!


Soms als ik opsta, kan ik niet blij zijn.

Soms als ik opsta, ben ik al boos.

Zelfs als de anderen aardig voor mij zijn,

blijft dat gevoel nog een hele poos.


Zo kan het ook, Den Haag, Leopold, 1980.

Nannie Kuiper


Ruzie
Ik heb ruzie met mijn vriendje

om een stukje veterdrop,

want dat wou hij niet verdelen

en toen gaf ik hem een schop.


Ik heb ruzie met mijn vriendje,

daarom speelt hij verderop;

nu zit ik me te vervelen —

om zo'n stukje veterdrop.


Zo kan het ook, Den Haag, Leopold, 1980
Annie M.G. Schmidt
Ik ben lekker stout
Ik wil niet meer, ik wil niet meer!

Ik wil geen handjes geven!

Ik wil niet zeggen elke keer:

jawel mevrouw, jawel meneer...

nee, nooit meer in m'n leven!

Ik hou m'n handen op m'n rug



en ik zeg lekker niks terug!



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina