Humor analyseren is zoals een kikker dissecteren: het interesseert weinigen en de kikker gaat eraan kapot



Dovnload 324.18 Kb.
Pagina1/9
Datum22.07.2016
Grootte324.18 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9
HUMOR & LACHEN: EEN MEERWAARDE / ACHTERGRONDINFORMATIE
e jeugd van tegenwoordig die groeien op met computers
“Humor analyseren is zoals een kikker dissecteren: het interesseert weinigen en de kikker gaat
eraan kapot.” (E.B. White) t gewoon om altijd op een klavier te tokkelen
en dan moeten ze in de klas eens iets op het bord schrijven
en ze weten niet meer hoe een krijtje te gebruiken

http://www.tegenkanker.net/detail.asp?id=520
Hugo Stuer: als de dokter zelf patiënt wordt
Lachen is gezond,’ was altijd het motto van dokter Hugo Stuer, huisarts in Sint-Gillis-Waas en auteur van verschillende boeken over dit thema. Toen hij zelf darmkanker kreeg, merkte hij dat die gezondmakende lach niet vanzelf op zijn gezicht verscheen. Hij werd opnieuw leerling in zijn eigen theorie en maakte na zijn operatie een nieuwe balans op van z’n werk en z’n leven. Hoe vergaat het een dokter als hij zelf patiënt wordt?

Tekst: Carla Rosseels, in Leven 16, oktober 2002


"Kanker krijgen, dat gebeurt altijd onverwachts en het komt hard aan", zegt dr. Hugo Stuer, "maar als arts was ik in principe goed voorbereid om dit mee te maken en zelf patiënt te worden. Ik begeleidde patiënten met kanker en wist hoe moeilijk die weg was. Ik hield me al lang bezig met het zelfhelende vermogen van de mens en dan vooral met humor in moeilijke tijden. ‘Lachen is gezond’, heb ik altijd gepredikt, maar ik merkte nu dat lachen niet vanzelf kwam. ‘Stuer,’ heb ik op een bepaald moment tegen mezelf gezegd, ‘Stuer, waar is nu je humor in moeilijke tijden?’ Ik moest het allemaal opnieuw ontdekken, dit keer niet alleen in theorie, maar in de praktijk van mijn eigen leven. Toen ik voor het eerst de boodschap kreeg dat er iets mis was, was ik ontzet. Mijn praktijk een dag sluiten voor een onderzoek? Dat leek me onmogelijk. Vervolgens moest ik vijf dagen sluiten voor een opname in het ziekenhuis. Dat was onvoorstelbaar. Toen kreeg ik nog slechter nieuws: een tumor, darmkanker. Toen was ik murw, knock-out. Op dat moment mochten ze me alles zeggen, zelfs dat het over een paar maanden voorbij zou zijn. 'Laat maar komen', dacht ik, 'zeg maar op'."

"Je incasseert de ene mokerslag na de andere en uiteindelijk dreig je vast te raken in een ‘dode hoek’. Om daaruit te geraken, heb ik mijn tranen moeten toelaten. Als student en als beginnend arts kon ik niet wenen. Ik heb dat gaandeweg geleerd en nu heb ik me er vaak nachtenlang aan overgegeven, tot de beker leeg was. En toen was er weer ruimte voor een grap en een lach, in het begin meestal cynisch, galgenhumor, maar soms kwam er zelfs een vrolijke, uitbundige lach opzetten en dan was ik vastberaden om die ook mee te pakken. Als vrienden mij belden op mijn kamer, met een bang hartje uiteraard, nam ik op en zei ‘Met vakantiecentrum Imelda’. En na de mededeling dat er geen klieren aangetast waren: ‘Met de afdeling ex-kankerpatiënten’. Dat is vaak even schrikken voor bellers of bezoekers. Ze zijn het wel gewend dat een kankerpatiënt verdrietig is of bezorgd, maar dat je grapjes maakt over je eigen situatie, dat vinden ze akelig. Ik heb me zelf ook afgevraagd of mijn gedrag wel normaal was, maar dat was mijn manier om met die kanker om te gaan, om mij eraan over te geven. Eerst door te wenen, en dan door opnieuw te lachen, en veel zelfs. Soms dacht ik dat de hechtingen in mijn buik zouden scheuren, van het schokken van het lachen. Als je je tranen niet kunt toelaten, kan je ook je vreugde niet beleven, maar als je alleen maar lacht, duw je je zorgen op een geforceerde manier weg. Het is de combinatie van de lach en de traan, die zo subtiel is en die mijn herstel bevorderd heeft."

Striemende onzekerheid over prognose

"Nadat mijn tumor was verwijderd, heb ik me als arts-patiënt zeer intensief bezig gehouden met mijn overlevingskansen en mijn prognose, want daar hing het van af of ik me nog met een preventieve chemokuur zou laten behandelen. Ik heb de resultaten van het weefselonderzoek aan verschillende deskundigen voorgelegd en ik kreeg zeer uiteenlopende antwoorden: de ene gaf me 50% overlevingskans, de andere 60, nog een ander zei dat ik er helemaal niet zo goed voor stond, zelfs al was de tumor verwijderd en was ik klachtenvrij. Ik was bereid hun opinie te aanvaarden, maar ik wilde wel argumenten horen en passages uit vakliteratuur zien. Uiteindelijk ben ik ook zelf in de literatuur gedoken, maar toen werd mijn verwarring nog groter. In het ene artikel las ik dat ik in mijn situatie 89% overlevingskans had, terwijl ik een ander artikel kreeg toegestuurd waarin aan exact hetzelfde geval slechts 30% overlevingskans werd toegeschreven. Nu was ik bereid elk cijfer te aanvaarden: 50, 60, 90 of zelfs 30, maar dat grote verschil tussen 30 en 89% vond ik niet leefbaar. Uiteindelijk ben ik na een maand lezen en praten met zeven experts, zelf tot een consensus gekomen: ik ga ervan uit dat mijn prognose niet slecht is en dat een aanvullende chemotherapie daar nog een kleine winst aan toevoegt. Het heeft veel mensen verrast, dat ik uiteindelijk toch voor chemotherapie gekozen heb, want ik sta hier bekend als een natuurarts. Maar ik zag mezelf graag genoeg om dat beetje winst erbij te nemen. Dat ik die keuze zelf gemaakt heb en ze me niet heb laten aanpraten, helpt ook om die kuur mee te maken. Want hoe goed ik ook begeleid word, ik ervaar die kuur als angstaanjagend."

Kiezen voor het milde

"Ik heb mijn eigen patiënten, of ze mij nu opzochten voor kanker, reuma of hoge bloeddruk, altijd begeleid met een globaal model, dat patiënten aanzet tot actie op drie vlakken. In eerste instantie moeten ze hun kwaal laten behandelen. Vervolgens kunnen ze hun gezondheid stimuleren: door hun eetgewoonten aan te passen of door aanvullende behandelingswijzen toe te passen. Ten slotte is ook het persoonlijke vlak belangrijk: hoe voelt iemand zich, wat kan hij doen om zich psychisch en sociaal beter in z’n vel te voelen en ook op dat vlak genezend te werk te gaan. Ik heb dit model nu ook op mezelf toegepast."

"Mijn tumor is operatief verwijderd en ik heb gekozen voor bijkomende chemotherapie. Ik heb een natuurarts geraadpleegd en ik ben geschrokken van zijn boodschap. Darmkanker is voor een stuk een vermijdbare kanker. Ik dacht altijd dat ik gezond at, maar ik heb nooit veel tijd genomen om te eten. Altijd druk, weinig kans om te verteren, letterlijk en figuurlijk. Ook dat is een factor die darmkanker bevordert. Ten slotte heb ik ook een psycholoog geraadpleegd die vooral kankerpatiënten begeleidt en ik heb gemerkt dat er ook op dat vlak nog een aantal persoonlijke thema’s om extra aandacht vroegen."

"Mijn darmkanker heeft me gedwongen om in de spiegel te kijken en mezelf klein te maken. Ik ben er ‘smaller and wiser’ van geworden. Het is een les in bescheidenheid op alle vlakken. Ook heb ik meer respect gekregen voor de klassieke geneeskunde en voor de technische en de menselijke zorg waarmee je in zo’n situatie wordt omringd. Ik ben opnieuw leerling geworden in mijn eigen theorie. Ik heb stappen teruggezet in de drukke manier waarop ik leefde en werkte en ik heb een paar radicale keuzes gemaakt."

"Zo had ik me politiek geëngageerd, maar ik heb gemerkt dat de politiek vooral negatieve gevoelens in mij wakker maakt: cynisme, hardheid, achterdocht. Ik ben er daarom uitgestapt en ik kies nu opnieuw voor de mildheid: voor mijn praktijk, voor mijn patiënten en voor mijn verhaal van de lach en de traan, dat minder luid klinkt dan een politieke toespraak, maar zoveel warmer, authentieker en menselijker is."

http://www.wistik.be/Images/PDF/Hugo%20Stuer.pdf


Hugo
Dokter Hugo Stuer ontvangt me in zijn praktijk in Sint-Gillis-Waas. Naast de klassieke huisartsgeneeskunde, studeerde hij antroposofische geneeskunde in Zwitserland. “Dat was voor mij een verademing omdat ik daar een holistisch model kreeg dat wetenschappelijk heel goed onderbouwd werd.” Hij volgde ook medische synthese in Rotterdam en antropologie van het lichaam te Leuven en Antwerpen. Deze scholen hoewel zeer verschillend, zijn toch alle gebaseerd op een drieledig mensbeeld: fysiek, emotioneel en mentaal. In de antroposofie wordt dat denken-willen-voelen.* Dat drieledig mensbeeld vind je trouwens in de meeste culturen terug,” voegt hij eraan toe.
Hugo assimileerde wat hij in de verschillende takken van de klassieke en holistische geneeskunde en in de aanpalende vakgebieden had geleerd en ontwikkelde een integraal model dat steunt op drie pijlers. “Ik geef mijn patiënten de raad acties te ondernemen op die drie vlakken. De ziekte zelf dient behandeld te worden, klassiek en aanvullend, of het nu gaat om kanker, diabetes of hartziekte. En ook de menselijke persoon – hoe voelt iemand zich, wat heeft hij nodig om zich beter in zijn vel te voelen – draagt bij tot het zelfhelend vermogen.” Het is belangrijk actief te zijn op zoveel mogelijk vlakken...

Fundamenteel was dat ik het verschil leerde zien tussen genezen en helen. Een mens kan perfect fysiek genezen zonder te helen, een mens kan ook helen zonder fysiek te genezen”.

Soms is het ook mogelijk te helen èn te genezen. Stel dat je moet kiezen, waar geef je dan de voorkeur aan?

Op een bepaald moment kreeg dokter Stuer zelf darmkanker. “Dankzij mijn 25 jaar ervaring met kankerpatiënten, was ik goed voorbereid en wist ik wat me te wachten stond. Het was ook mijn geluk dat ik in mijn opleidingen had leren stil staan bij de moeilijke dingen in het leven. Daar heb ik ook geleerd om mijn gevoelens toe te laten en te wenen. Toen ik kanker kreeg, waren die tranen zeer welkom.”

Hugo is een kind van de oorlog. “Ik ben geboren tussen de bommen in 1942. Ik had als jongste zoon van in de wieg onbewust de taak op me genomen om de afwezigheid van mijn vader zo goed mogelijk te compenseren door voor mijn moeder te zorgen.”**

Blijkbaar ontstond daar de logica van een levenslange interesse in de lach. Ook na de oorlog, zette dit patroon zich door. “Mijn vader was een filosoof, uiterst creatief maar ietwat onbruikbaar . Ik keek enorm naar hem op, maar mijn moeder was diegene die brood op de plank bracht. Zij moest voor alles en iedereen zorgen en dat was niet niks met vier kinderen.” Het lachen van haar jongste zoon zal dus meer dan welkom geweest zijn.




Het is zo belangrijk om de dingen die je doet, bewust te doen, in contact met jezelf en je omgeving, “aarden” noemt men dat tegenwoordig.”

Later kwam Hugo Stuer in een school terecht waar discipline hoog in het vaandel stond. “Het

was een strenge Jezuïetenorde. Humor werd daar niet naar waarde geschat en aangezien dat één van mijn sterke kanten was, heb ik letterlijk kilometers straf geschreven. Men geloofde

toen nog in de “harde” leermethodes.” Hugo heeft er een allergie voor autoriteiten en controle aan overgehouden en veel opgekropt...

De overal aanwezige voorrang voor de lach leidde ertoe dat hij niet gewend was om op een rustige manier te zeggen wat hem stoorde of wat er op zijn lever lag, ook niet in intieme

kring. Hij ergerde zich ook vaak aan allerlei zaken, zelfs als ze ver van zijn bed waren, omdat

die vroegere gevoelens nooit toegelaten of aan bod waren gekomen.
Hoewel ik geleerd had contact te maken met mijn gevoelens en kon wenen, heb ik me altijd veiliger gevoeld in mijn hoofd. Tijdens al die cursussen en opleidingen was ik wel actief met mijn gevoelens bezig, maar zodra dat afgelopen was, viel ik gemakkelijk terug in oude gewoontes.”
Hugo is zeer belezen en kan honderduit praten over alle mogelijke theorieën. Maar het is niet zo gemakkelijk om hem aan de praat te krijgen over zijn eigen gevoelens. Volgens de literatuur kan darmkanker te maken hebben met het opkroppen van emoties, met kwaadheid, met dingen of mensen niet kunnen loslaten, ook als het niet goed meer voor je is. Toch blijft Hugo bij zijn standpunt dat je deze theorie moet benaderen met heel veel vraagtekens. “Er zijn zoveel boeken verschenen over ‘de zin van ziekten’ waar men bepaalde ziekten verbindt aan specifieke oorzaken. Dat vind ik te ver gaan. Als er al verbanden zijn, zijn deze daarom niet causaal”
Dokter Stuer publiceerde verscheidene boekjes over lachen en humor. Het begon met het prediken van ‘lachen is gezond’ in de medische sector, naar ‘humor in moeilijke tijden’. Maar nu zou hij eerder lachen en wenen aan elkaar koppelen.

Fundamenteel was dat ik het verschil leerde zien tussen genezen en helen.



Een mens kan perfect fysiek genezen zonder te helen, een mens kan ook helen zonder

fysiek te genezen”.


Ik denk dat zowel lachen als wenen zeer gezond zijn en te maken hebben met existentiële ontroering. Ik zie ze ook niet als tegengesteld, maar als varianten, twee kanten van de medaille van het leven. Lachen en wenen zijn mijn manieren om stil te staan bij mezelf. Ze doen me allebei nadenken en helpen me naar de essentie gaan.”
“Toen ik mijn diagnose kreeg, merkte ik uiteraard dat het lachen mij niet goed afging. Ik was echt ontzet. Pas nadat ik nachtenlang geweend had tot de emmer leeg was, kwam er weer ruimte voor vrolijkheid. Op dat moment ging dat gepaard met cynisme en galgenhumor, wat voor mijn omgeving niet altijd gemakkelijk te verteren was. Het evenwicht tussen lachen en wenen is zo belangrijk. Als je geen tranen kunt toelaten, kan je ook je vreugde niet beleven. Het is vaak niet evident om in contact te komen met je gevoelens…”. Mensen die alleen maar

lachen, hebben de neiging de realiteit te negeren en zichzelf wijs te maken dat alles goed is zoals het is. Ik ben ervan overtuigd dat het de combinatie is tussen beiden die mijn herstel vergemakkelijkt heeft.


Vooraleer hij besliste om zich te laten behandelen met een chemokuur, legde Hugo Stuer de resultaten van zijn weefselonderzoek voor aan verschillende deskundigen voor een prognose. Hij kreeg heel uiteenlopende antwoorden van de verschillende specialisten. “Sommige dokters voorspelden 30 % overlevingskans, anderen 50% of 60 %, weer anderen 89 %. Er was zelfs iemand bij die zei dat ik er helemaal niet zo goed voorstond hoewel ik geen klachten meer had en de tumor verwijderd was... Die cijfers benamen me de adem. Ik was bereid naar hen te luisteren, maar wou wel wetenschappelijke bewijzen zien. Toen ik me zelf steeds meer in de literatuur verdiepte, werd mijn verwarring nog groter. Uiteindelijk heb ik dan maar besloten geen risico te nemen en de chemokuur te ondergaan.”
Ik raad mensen die een kankerdiagnose krijgen aan geen tijd te investeren in schuldgevoelens, maar in hoofdzaak te kijken naar wat ze kunnen doen om hun herstel nu te bevorderen .

Het is natuurlijk wel belangrijk stil te staan bij mogelijke verbanden. Zeker in mijn geval, bij een darmkanker die eigenlijk een vermijdbare kanker is. Als je dat kan aanpakken als het nog maar een onschuldig weefselpropje is, dan zal die zich nooit ontwikkelen tot een tumor.” De natuurarts leerde me bovendien dat niet alleen wat je eet, maar ook hoe je eet, belangrijk is. “ Ik at gezond, rookte niet en dacht in mijn naïviteit dat dit voldoende was om gezond te blijven. Maar er is meer. Ik was altijd heel actief bezig en nam geen tijd om mijn eten te laten verteren. Snel iets naar binnen werken en daarna onmiddellijk je agenda nemen voor de volgende afspraak is echt niet ideaal! Hetzelfde geldt voor rechtstaand eten, televisie kijken of autorijden terwijl je eet. Hij raadde me aan te genieten van mijn eten, ook met mijn ogen en dan echt de tijd te nemen om mijn eten te verteren, letterlijk en figuurlijk, want ondertussen verteer je ook je stress, je emoties, alles wat er binnenkomt aan prikkels.”


Samen met een psychotherapeut die gespecialiseerd was in het begeleiden van kankerpatiënten ging Hugo op verkenning in de wereld van de humane factoren. “Het is zo belangrijk om de dingen die je doet, bewust te doen, in contact met jezelf en je omgeving, “aarden” noemt men dat tegenwoordig. Een indiaanse wijsheid zegt: Als je onkruid wiedt, kan je allerlei dingen doen vergelijkbaar met een meditatieve toestand. Voor mij werd dit: naar muziek luisteren, mijn zorgen ordenen, mij echt ontspannen, genieten van het contact met gelijkgestemde zielen en met de aarde, de natuur, een schaduwplek enz. In dit geval verlaagt de frequentie van je brein vertragen alfa. Dit schijnt een zeer gunstig effect te hebben op het basisbioritme van de mens, van onschatbare waarde zeker bij zulke diagnose.”
Hugo nam in het ziekenhuis nog een aantal radicale beslissingen om zijn leven over een andere boeg te gooien. “Ik stapte uit de politiek omdat ik merkte dat het vooral negatieve kenmerken in me wakker maakte: cynisme, hardheid, achterdocht. Ik gaf mijn werk aan de universiteit op. Deze vrijstelling van routinetaken geeft me meer tijd en ruimte voor mezelf.
(*) Dit vinden we ook terug bij Dr. Barbara Brennan in “Licht op de aura”, 1991, Gottmer, Bloemendaal, een aanrader voor eenieder die dieper wil doordringen in het fenomeen healing.

(**) Het belang van het respecteren van de natuurlijke orde binnen families vinden we ook heel duidelijk en uitgebreid bij Bert Hellinger in “Verborgen Dynamiek van Familiebanden”, Altamira, 2002.

http://igitur-archive.library.uu.nl/student-theses/2007-0212-200322/UUindex.html


Hooft van Huysduynen, P; (2007). Humor in de klas. Wat verstaan leerlingen onder grappig docentgedrag? Universiteit Utrecht, Master thesis.
Abstract: Als (beginnende) docent is het belangrijk dat je weet hoe leerlingen jou zien. Het kan namelijk gebeuren dat je denkt dat je een hele strenge docent bent, terwijl je leerlingen je juist als erg soepel ervaren of andersom. Wanneer je inzicht hebt in hoe jouw gedrag wordt ervaren door je leerlingen, kun je gerichter aan de werksfeer in je klas werken; je kunt op zoek gaan naar manieren om bepaalde aspecten van je lessen te verbeteren, mocht dat nodig zijn, je kunt je sterke punten uitbouwen, et cetera. Omdat gedrag zelf niet te meten is, maar de percepties van gedrag wel worden leerlingen geënqueteerd over hun docent(en) om zo inzicht te krijgen in iemands functioneren. Ik heb zelf ook een aantal keer zo’n vragenlijst laten afnemen in een aantal van mijn klassen. Twee leerlingen die vooraan zaten, bespraken kort een aantal stellingen en het viel me toen op dat ze bij de stelling ‘deze docent heeft humor’ het niet hadden over mijn ironisch opmerkingen maar over de dvd van de Lama’s die ik een keer had opgezet aan het einde van de les. Ik realiseerde me dat het zou kunnen zijn dat leerlingen iets anders grappig vinden dan een docent. De stelling ‘deze docent heeft humor’ lijkt heel duidelijk. Maar wat bedoelen leerlingen eigenlijk als ze een docent grappig vinden? Oftewel, als een docent hoog scoort in een enquete op deze stelling, wat doet deze docent dan precies? Mijn onderzoeksvraag luidt: wat verstaan leerlingen onder grappig docentgedrag? Dit artikel gaat over humor in de klas en met name over de perceptie van humor. Mijn idee is dat er een groot verschil is tussen wat docenten als humoristisch ervaren en wat leerlingen grappig vinden. Voordat ik het over dit verschil ga hebben, bespreek ik eerst de verschillende vormen van humor die docenten toepassen. Daarna beschrijf ik het interview dat ik onder een aantal leerlingen heb gehouden naar wat hun idee is over humor in de klas om hierna tot mijn conclusie te komen.
Humor in de klas



Wat verstaan leerlingen onder grappig docentgedrag?
‘A sense of humor is part of the art of leadership, of getting along with people, of getting things done’
Dwight D. Eisenhower
Inhoudsopgave
Inleiding
Grappig docentgedrag, de verschillende vormen

  • Inleiding

  • Verschillende vormen van grappig docentgedrag

  • Hoe vaak en voor welke doelen wordt

humor in de les gebruikt?

De perceptie van ‘grappig docentgedrag’



  • Inleiding

  • Welke vormen van humor zijn positief?

  • Veronderstelling

Het onderzoek



  • Werkwijze

  • Resultaat

  • Interpretatie

  • Conclusie

Literatuurlijst


Bijlage: Enquête
Inleiding
Als (beginnende) docent is het belangrijk dat je weet hoe leerlingen jou zien. Het kan namelijk gebeuren dat je denkt dat je een hele strenge docent bent, terwijl je leerlingen je juist als erg soepel ervaren of andersom. Wanneer je inzicht hebt in hoe jouw gedrag wordt ervaren door je leerlingen, kun je gerichter aan de werksfeer in je klas werken; je kunt op zoek gaan naar manieren om bepaalde aspecten van je lessen te verbeteren, mocht dat nodig zijn, je kunt je sterke punten uitbouwen, et cetera.

Omdat gedrag zelf niet te meten is, maar de percepties van gedrag wel worden leerlingen geënqueteerd1 over hun docent(en) om zo inzicht te krijgen in iemands functioneren. Ik heb zelf ook een aantal keer zo’n vragenlijst laten afnemen in een aantal van mijn klassen. Twee leerlingen die vooraan zaten, bespraken kort een aantal stellingen en het viel me toen op dat ze bij de stelling ‘deze docent heeft humor’ het niet hadden over mijn ironisch opmerkingen maar over de dvd van de Lama’s die ik een keer had opgezet aan het einde van de les. Ik realiseerde me dat het zou kunnen zijn dat leerlingen iets anders grappig vinden dan een docent. De stelling ‘deze docent heeft humor’ lijkt heel duidelijk. Maar wat bedoelen leerlingen eigenlijk als ze een docent grappig vinden? Oftewel, als een docent hoog scoort in een enquete op deze stelling, wat doet deze docent dan precies? Mijn onderzoeksvraag luidt: wat verstaan leerlingen onder grappig docentgedrag?

Dit artikel gaat over humor in de klas en met name over de perceptie van humor. Mijn idee is dat er een groot verschil is tussen wat docenten als humoristisch ervaren en wat leerlingen grappig vinden. Voordat ik het over dit verschil ga hebben, bespreek ik eerst de verschillende vormen van humor die docenten toepassen. Daarna beschrijf ik het interview dat ik onder een aantal leerlingen heb gehouden naar wat hun idee is over humor in de klas om hierna tot mijn conclusie te komen.
Grappig docentgedrag, de verschillende vormen
Inleiding
Uit onderzoek2 blijkt dat veel docenten humor in hun lessen gebruiken. Humor in de les is goed, want hoewel humor in de klas geen effect heeft op hoeveel leerlingen leren, heeft humor ten eerste wel een positief effect op de docent-leerlingrelatie3, een docent die humor gebruikt schijnt toegankelijker te zijn, daarnaast zijn leerlingen meer bij de les betrokken en, zo stellen Marilyn W. Goodwin en Laura Judd zelfs vast, is een vrolijke docent het beste tegengif tegen gedragsproblemen en verveling4.

In dit hoofdstuk laat ik zien welke verschillende vormen van humor in de les worden onderscheiden en voor welke doelen deze verschillende vormen worden gebruikt. Als basis gebruik ik vooral het onderzoek van James W. Neuliep uit 1991. Neuliep heeft een kwantitatief onderzoek gedaan naar het gebruik van humor door docenten op een middelbare school. Onderzocht werd hoe vaak docenten humor in hun les gebruiken, welke vormen zij gebruiken en de redenen voor het gebruik van humor.


Verschillende vormen van grappig docentgedrag
Na ondervraging van 388 docenten kwam Neuliep tot de volgende twaalf vormen van humor die in de klas voorkomen:
1 de docent vertelt een persoonlijke anekdote die met de lesstof te maken heeft.

2 de docent vertelt een algemene anekdote die met de lesstof te maken heeft.

3 de docent maakt een korte grappige opmerking over het onderwerp of over de werkwijze.

4 de docent maakt een korte, grappige opmerking over de hele klas.

5 de docent maakt een korte, grappige opmerking over zichzelf.

6 de docent maakt een korte, grappige opmerking over de school, plaats of land.

7 de docent maakt een korte, grappige opmerking over landelijke of internationale evenemen-ten of persoonlijkheden.

8 de docent vertelt gewoonweg een mop.

9 de docent beweegt zich grappig of zet een komische stem op.

10 de docent maakt een korte, grappige opmerking gericht op één leerling.

11 de docent vertelt een persoonlijke anekdote die niet met de lesstof te maken heeft.

12 de docent vertelt een algemene anekdote die niet met de lesstof te maken heeft.


Voor mijn onderzoek gebruik ik deze lijst, omdat ik denk dat het een complete lijst is. Het gebruik van audiovisuele materialen die eventueel grappig zouden kunnen zijn, zoals het opzetten van een cabaret-dvd, laat ik buiten beschouwing. Dit docentgedrag staat ook niet in de lijst van Neuliep, daarnaast ben ik van mening dat dit niet onder docentgedrag valt maar gaat over de lesinhoud. De grappige gebeurtenissen worden namelijk niet door de docent geïnitieerd maar door anderen.

  1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina