I. 1 Griekenland



Dovnload 116.11 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte116.11 Kb.
I. Klassieke Oudheid

I.1 Griekenland


1)Inl.

*pol.-soc.: Doriërs  1e kol; aristocratie (Sparta) > democratie (Athene)  tragedie

PO, Mac., AdG

*wereldbeeld: gods. (Hom. & Hesiod.), tempels; OS (Pind., Epinikia), toneel (Dionysus)


2)Preklassiek Gri.

Hom. (Il., Od.), Hesiod. (Theogonie, [Erga kai; hjmevrai), Aesop. (fabels), Pind. (oden)

*Hom. (?): -Il.: wrok, twist

> Verg., Aen.; tragedies: Aesch., Oresteia, Eurip., Trojaanse vrouwen

> ME: verkorte versies; schilderkunst, muziek, film

-Od.: heimwee (novsto"), genuanceerder; toneelveranderingen

°stijl: herh. (memotechnisch), verhaal/beschrijving

aanroeping Muze, epitheta (vast/verwisselbaar), Hom.sche vgl.

°wereldbeeld: aritocratisch-mannelijk, antropomorfe goden, allegorie (leven, ratio)

referentiepunt kunst


3)Klassiek Gri. (-5e E, Pericels)

°tragedie (< Dionysus-cultus, koorzang): rel., kunst, zingeving (heroïsche ondergang)

bassischema (proloog, parodos, epeisodia, …)

*Aeschylus: rel. (Prometheus geboeid), (nood)lot mensen-goden, lijden, pol. (De



Perzen), Oresteia (Agam., Choeph.,Eumen.)

*Soph.: meest success, natuurlijker (pathos), lijden < goden + mens zelf!

Thebaanse sagen (Oudipous Rex), Antigone: piëteit  ongehoorzaamheid

*Eurip.: y mens ( goden): zwakheid personages, conflicten (ratio – emotie)

extreme sit. (pathos, deus ex machina)

intellectueel (kamergeleerde, f), onpopulair



De Trojaanse vrouwen (oorlog), Hippolytos, Medea (egoïsme, ontrouw)

°komedie (< Dionysus-cultus): Aristophanes, structuurelementen trag.

°ret.: Demosth.: ret. middelen, emoties, taal

°proza, gesch.-schrijving: logografen, Herodotus, JIstoriva" ajpovdexi"; Xen., Anabasis

°f: *Pl.: Akkademie, dialogen, dualisme;  kunst (nabootsing, Hom.: antropomorfe

goden)


*Arist.: Lyceum, peripatetisch, Poetica: mivmhsi", 3 eenheden, kavqarsi"
4)Hellenisme

Longus, Daphnis en Chloë

M. Aurelius, Ta; ei[" eJautovn,

Apollonius v Rhodos, Argonautika: epos (y Medea, zeer genuanceerd!)



I.2 Rome


1)Inl.

*pol.-soc.:koninkrijk/rep./keizer; Latium  MZ; aristocratie  volk

Caesar, Octavianus, Diocletianus: W-O, Constantijn: Chr.

*kunst: Griekse modellen, Latijnse taal


2)Gouden E

*Cato, De Agricultura, Lucilius, satiren

*Cic. : pol., ret. (praktijk + theorie), f, …, Orationes in Catilinam: klare stijl!

*Caes., Sallust., Catullus, Ov.

*Verg., Aeneis: nat. epos, pol. (Aug.); imitatio et aemulatio

mythisch, legendarisch, historisch; genuanceerde y pers., pietas

*Hor., Oden, Epoden, Satiren, Brieven: natuur, liefde, vriendschap, roem

-Ars Poetica: talent + scholing, utile + dulce, decorum + harmonie


3)Laat-Latijnse lit. (zilveren, bronzen E)

*Sen.: tragedies (vert.!), gevoelens, gruwelijkheid

*Martialis, Epigrammen; Juvenalis, Satiren

*Augustinus, Confessiones (christelijke lit.): autobiografisch

visie kunst ~ Pl. (goddelijke = Schoonheid)

I.3 Aandachtspunten


*Genres, modellen, themata (imitatio et aemulatio)

*Gri.: creatiever, vindingrijker

*gods., pol.

*mimesis: Pl., Augustinus  Arist., Hor.


II. Middeleeuwen: 500-1500

1)Inl.

*Cult.: 381 staatsgods. > inculturatie (eenheid Romeinse Rijk), kerstening N-/W-Eur.

kloosters (Luxeuil, Bobbio, Saint-Denis, Reichenau, Sankt-Gallen)

vb. Beda Venerabilis: geletterde elite! (gesch. Engelse volk)

scriptoria (heidense teksten!)

(Cluny, Clairvaux, Citeaux), rijkdom vs. armoede

Latijn (liturgie, cultuur) – volkstaal (inculturatie)

Kathedraalscholen  universiteiten (Bologna, Parijs): artes liberales, recht, theologie

Pierre Abélard, Aristoteles!

*Lit.: rel. lit., dialectiek, wereldlijke lit. (troubadourskunst)


*Pol.: val Rome > Eur. staten; Merovingen (Clovis) > Karolingers (KdG: onderwijs,

Noormannen (Willem de Veroveraar!) Latijn, architectuur)

 Islam (La chanson de Roland): kruistochten
*Soc.: oratores (clerus)  rel. lit.

bellatores (krijgers, adel, ridders: mil.-terr., jur., soc.-econ. macht leenrecht!)  hoofse lit.

laboratores (paupers, horigen)  illiterati
2)Vroeg-ME

*Boëthius, vertroosting v/d filosofie: link KO-ME, proza + poëzie; Voorzienigheid, Fortuna,

vrije wil

receptie: vert., KdG, Chaucer, kon. Elisabeth I, More (+ Fra., Nl., De.)


*Keltisch: Brits gebied (barden, druïden, filiden), Mabinogion, immrama ('rondroeiingen')

Reis v St-Brandaan: Kelt. + Chr.: zeetocht (verwijzingen immrama, epos)
*Germaans: saga's (Germ. mythologie, gesch., …)

proza-Edda: 'ars poetica', godenleer, opleiding

poëtische Edda: inculturatie (1.Germ. mythologie, 2.heldenliederen, 3.mythe + Chr.,

Volüspa / Visioen v/d zieneres [3]: schepping  strijd 4.Chr.)

Receptie: Beowulf, Nibelungenlied, Wagner, Rodenbach
3)Rel.: Lat. + volkstaal; profane lit. – niet-lit.

*bijbelvert. + bijbelse gedichten en epen (Jezus, apostelen, bijbelfiguren)

+mysterie- en passiespelen (vb. kerstgebeuren)
*hagiografieën (biografie heilige, vb; Nicolaas v Myra) > epische verhalen + mirakelspelen (wonderverhalen H. Maria)
*mystiek: poëzie (hymnen)

visioenen: persoonlijk, affectief (Hildergard van Bingen, Hadewych, Jan van brieven, tractaten Ruusbroeck)



< armoedebeweging
4)Wereldlijke lit.

encyclopedische werken (lit. > wet.), proza, poëzie, anekdotes, fabels, debatten (Nicholas of Guildford, The Owl and the Nightingale), kronieken (feit~fictie; Saxo Grammaticus, Deense gesch.: Hamlet!), persooblijke lit. (vb. Pierre Abélard, Historia Calamitatum)



4.1.Profane poëzie

*troubadours, hoofse lit.: 'vinder' wden. en muziek – jongleur: 'vertolker'

hoofse liefde > canso = strofevormig lied, envoi, natureingang; planh = klacht dood;

satirisch lied, sirventes (pol.), tenso (debat)

troubadourlyr.: esthetisch, systeem voorschriften > hermetische gedichten

ook door elite, vrouwen!

 onbereikbare dame ~ trouw leenheer (// strakke hiërarchie leenrecht!)

 afstand M-V ~ beperkte huwelijksmogelijkheden

 opvoedkundige waarden

 verfijnde 'erotiek', elite


*volkse poëzie: eenvoudige liederen
4.2.Verhalende lit. (< KO, matière de Bretagne, chanson de geste)

*KO: Aen. > Henric v Veldeke, Eneit (ingekort ridderverhaal, liefde,goden/lot)

*matière de Bretagne (Keltisch-Angelsaksische stof)

-Marie de France (Fra.-Eng.): 'lais', berijmde verhalen, fantasie + real., krit. Arthur

-Tristan en Isolde (heel Eur.): ongeoorloofde liefde! (>Wagner)

-Parzival / Legende v/d graal (C. de Troyes, W. von Eschenbach): Keltisch  Chr.



Perceval ou le conte du Graal: avonturen Perceval (Heilige Graal) en Gauvain

*chanson de geste (Fra. epiek rond historische personen, cycli: Kdg, Guillaume d'Orange,

croissade, …)

-Chanson de Roland (neef KdG): oorlog moren (verraad, strijd, straf heidenen /

receptie! Ganelon)

-tapijt v Bayeux: verovering GB 1064-1066; typisch: verraad Harold + mil., breder rel.

(hist. waarde) kader

*dierenroman: allegorisch spottende krit. mens/Mij (Van den vos Reynaerde)

*Guillaume de Lorris-Jean de Meung, Roman de la Rose: minnethema, didactiek, debat

Juan Ruiz (Acipreste de Hita), Libro de buen Amor: autobiografisch (
5)Aandachtspunten

-kerstening, inculturtie Keltisch-Germaanse trad.

-Lat.: cult., soc., rel., pol. elite-taal  volkstalen (eenheid!)

-Vert. ~~> nationale lit. (12e E: Hoogduits, Provençaals)

-Universalistische visie gesch. (zingeving < rel.)

-lit. < rel. (heiligen, bijbel, kruistochten, …) + rel. auteurs! (Hadewych, Ruusbroeck, Abélard)

~ wereldlijke lit.
III. Trecento – Quattrocento: 14e-15e E (late ME)

1)Inl.

-rel.: Westers schisma, scheiding rel.-staat???

-pol.: einde kruistochten, steden (vb. Dante)

-pest (Decamerone)  #burgers

-100-jarige oorlog (Eng.  Fra.): centrum lit. Fra.  It.
2)Dante Alighieri (°Firenze, 1265 - 1321)

2.1.Leven:

pol.: Firenze, Toscane (Guelfi  Ghibellini, verbannen 1302

lit.:

eenvoud + perfectie taal, stijl franciscaans: natuur)

Beatrice Portinari (vroege dood), ballingschap ~~> invloed werken
2.2.Werk

-La Vita Nuovo: gedichten + proza, autobiografisch (Beatrice), liefde

troubadourskunst + dolce stil nuovo

-Convivio: breed (f, wet.), encyclopedisch-didactisch, It.  Lat.: vulgariserend

-De vulgari Eloquentia: It.  Lat.

-Monarchia: kerk (paus, geestelijk) – staat (keizer, macht) (< Convivio, Aeneis)

-La (Divina) 'Commedia':

*structuur: 3 canzonen (Inferno, Purgatorio, Paradiso), 100 canto's, terzinen, 11 lett./v.

*getallensymboliek: 3, 9 kringen + 1 plek, elk deel "–stelle"

10/100 = eenheid, 2 = kerk-staat, ziel-lichaam, 3-vuldigheid, 4 = aarde, 7, 9

*Inh.: reis Dante donker woud, gids Vergilius: 9 kringen Inferno (gradaties)



Contrapasso: leven  hiernamaals (vb. gierigen verkrampte handen)

louteringsberg = structuur, contrapasso hel, Aards Paradijs

hemel: sferen rond aarde

*Allegorische reis: 1)reflectie zondigheid, 2)ommekeer, 3)leven rechtvaardigen

1)via purgativa, 2)via illuminativa, 3)via unitiva

3 gidsen: Verg.(1,2), Beatrice(3), mysticus Bernardus (Empyreum)

~~> Laatste Oordeel

*Bet.: lit. = rel., < bijbel + Aeneis, wereldbeeld door Dante  mens centraal

encyclopedische kennis; complexe, dynamische structuur
3)Francesco Petrarca (°1304, Arezzo - 1374)

3.1.Leven

jurist  lit., invloed Avignon, troubadourskunst, geliefde Laura (  teruggetrokken, rel.:

Augustinus)

Europees humanist, wereldijke roem + rel. beleving


3.2.Werk

KO, Latijn! Epistolae (pol., lit., indrukken), Africa (epos: PO)



De viris illustribus: kennis, Secretum, De vita solitaria, De otio religioso: f wending

Rerum vulgarium fragmenta / Canzoniere (It.!): 365 gedichten (sonnetten, oden) over Laura

[Italia mia, Vergine bella] (getallensymboliek, vergeestelijking), rel.

traditionele, gekunstelde stijl; liefde~natuur ( Natureingang); analyse eigen

gevoelens



3.3.Bet.

modern dichter! Individualisme (liefde, eenzaamheid), roem, emotie (schoonheid!),

geestelijke wereld

vormelijke perfectie: schoonheidsideaal = sonnet

'Petrarkisme': liefdespoëzie (

onbereikbare ideale vrouw


4)Giovanni Boccaccio (°1313 - 1375)

4.1.Leven

zoon Italiaanse koopman, Franse moeder; Frans Napels, liefde Marie d'Aquino, Firenze

Vriendschap Petrarca, humanisme (Lat.!)  geloofscrisis: studie + wet.
4.2.Werk

lijn v Cavalcanti, Dante, Petrarca; liefdesgedichten: Le Rime, Fiametta, Il Filocolo, Il



Filostrato, De casibus virorum illustrium, De claris mulieribus( Lat.!)

Il Decamerone: raamvertelling 10x10 verhalen < KO, bijbel, legenden, troubadours, …

Terugkerende ond.en, vast stramien dag + verhalen

Ars narrandi: meesterverteller, novelle

Satirisch: commedia umana, lachspiegel: omgekeerde wereld > nieuwe moraal

Liefde centraal, ambivalente personages, complex!

Lot > God (~pestepidemie); krit. Mij, kerk, ...; 'ieder zijn waarheid'


4.3.Bet.

vondst kaderverhaal, verhaalstof, luchtige vertelstijl



Vita di Dante: studie lit. in volkstaal; Lat.: kennis KO!
*)Dante – Petrarca – Boccaccio

-zin voor compositie (epos, sonnet, novelle): zorg heldere structuur

-klassieke auteurs (P-B: humanistisch ideaal  D: ME)

-dichter op voorgrond: wereldlijke roem

-volkstaal It. (Dante!)  Lat. (humanisme!)

-liefde, vrouw centraal; vergeestelijking (schoonheid  waarheid, rel.)


5)Geoffrey Chaucer (°1340 - 1400)

[Ren. It. > rest Europa]



5.1.Leven

zoon handelaar, goede opleiding, diplomaat (pol. carrière)


5.2.Werk

MEse Mij – vernieuwing Ren. (

< 3 It. meesters, Boëthius, KO, …

Canterbury Tales: kaderverhaal pelgrimmage; lijkt onaf: dood voor ogen?

~ Decamerone (?): kaderverhaal (B.: verhalen  C.: karakter vertellers, dramatisering)

gevarieerde verhalen, humor-satire  beeld van hun tijd

(C.: Eng, ME-rel.: ridder, monnik, zelfstandigen, lageren; schijn-zijn

 B.: aristocratische wereld)

dichter zelf in werk: B.: commentaar, krit.  C.: bescheiden pelgrim



5.3.Bet.

Eng. lit.> Eur. Mainstream


6)François Villon (°1431 - 1463)

bewogen leven: Parijs: Meester i/d Letteren, rebel (gevangenis, verbannen),

-Le Lais (Le petit Testament): 40 'huitanes', bezit verdeeld (slachtoffer onmogelijke liefde);

-Le Grand Testament: huitanes + ballades, rondelen, dood voor ogen, rechtvaardiging

vorm~ME, inh.: krit. Mij + zichzelf; seksualiteit, genot, doodsangst, …; humor – cynisme:

carnavalesk: ontmaskerende lach; sleuteldichten

bet.: grote invloed, hongerkunstenaars
7)Aandachtspunten

wisselspel trad. (Chr.) – vernieuwing (humanisme  nieuwe vormen, modellen, inzichten)

lit. als medium op zich; Lat.  volkstaal (It.!!), zelfbewustzijn auteurs: lit. – rel. aspiraties!!!

!! niet alleen focussen op grootste werk



IV. Renaissance – Humanisme: 1453 - 1555

1)Inl.

Ren. ~ humanisme ~ reformatie: vooral It.! Invloed Petrarkisme, val Byzantium

-Pol.: Fra. – Bourgondië, Spanje (voltooiing reconquista, Karel V!), Portugal (zeevaart,

ontdekkingstochten), Eng. (anglicanisme), It. Verdeeld

-Rel.: godsdienstconflicten (protestantisme, anglicanisme), inquisitie, reformatie

-wereldbeeld: ontdekkingen, wet. > antropocentrisme: uomo singulare / universale

krit. auctoritas, klassieke teksten (ad fontes)  Chr. rel. (Erasmus, Luther, Calvin)

 bijbel in volkstaal, leken, conflict kerk, universiteiten!

Boekdrukkunst, mecenaten: individualiteit + kosmpolitisme

-kunstideaal: volkstalen = lit.! (Lat. = grote invloed cultuur, internationaal)

taalschoonheid, welluidendheid; klaarheid, harmonie  sonnet, novelle, elegie,

epigram, epos, pastorale lit.

Imitatio et aemulatio
2)Lyriek

*(Neo-)Latijn: Pontanus (wet., f + eclogen, hymnen, …), Sannazaro (liefde)

Janus Secundus, Basia, Elegiae (liefde Julia)
*Nationale taal: It. Bembo), Spaans, Portugees, Frans, Nederlanden (rederijkers), Duits (Luther, Hans Sachs)

Fra.: rederijkers: Clément Marot (poëzie, rel.-pol.!), petrarkisme: Louise Labé

Pléaide: 7 dichters

-Joachim du Bellay, Deffence et Illustration de la langue Françoise: Fra.-Lat.



Antiquités de Rome, Les Regrets: sonnet, < verblijf in Rome = 'ballingschap'

("Heureux qui comme Ulysse")

Poemata: schrijversavontuur (inspiratie), heimwee, liefde Faustina

-Ronsard: rel. + pol. (aalmoezenier koning), pacifist (Discours sur les misères de ce



temps)

Odes: intellectueel – humanistisch

Amours de Cassandre: sonnetten ("Mignonne allons voir si la rose")

Amours de Marie: pastoraal, natuurlijker (lijdende minnaar)

Sonnets pour Hélène

Autobiografisch? Persoonlijk lijden gesublimeerd tot schoonheid

Eruditie, vormschoonheid (sonnet: abba abba ccd ede/eed!!), imitatie

KO / Petrarca + eigen gevoelens


3)Epische / verhalende lit. (nationale lit.)

-heroïco-komische teksten: Ariosto, Rabelais; klassieke epos + ME riderroman

-volksere prozaboeken: Amadis de Gaula (riderroman), Le Morte d'Arthur (8delige cyclus,

avonturen)

-novelle
3.1.Italië

heroïco-komisch: ernst ridderverhalen + zinnelijkheid, fantasie, satire

-Luigi Pulci, Matteo Boiardo (Orlando innamorato: Roelandstof, Fra. Epos + matière

de Bretagne)

-Ludovico Ariosto, Orlano Furioso (vervolg Boiardo)

groter geheel: Chr. (KdG)  islam; Ruggiero, heiden x Bradamante, chr.

motieven: trouw, vriendschap, hartstocht, waanzin (y!)

fantasie, illusoire wereld (hel, hemel, maan) – oorlogsgruwel, details

multicultureel, ironisering Mij en lit.

complexiteit policentrische, grillige dynamiek + houvast parallellen,

contrasten, rustmomenten

 grote bewondering (Cervantes!)


3.2.Frankrijk

*Marguerite de Navarre, Heptaméron: krit. Mij (<Decamerone)

*François Rabelais: rel., geneeskunde, humanist

-Pantagruel: < Grandes et Inestimables Chroniques du grand et énorme



géant Gargantua, Pulci

komisch-allegorisch (reus~mens, parodie: panegyriek, riderroman), satire,

intertekstuele verwijzingen (bijbel, KO)

ideale Ren.-opvoeding Pantagruel ("alles-dorstig") (Epistemos, Panurge), einde

oorlog in geboorteland

vrije, doorzichtige opbouw; ernst + zottigheid (karikatuur)



-Gargantua: ('prequel'): weer opvoeding, lichamelijke, absurditeit oorlog

duidelijkere structuur (2 delen)

-Tiers Livre: beperking menselijke kennis  Quart Livre: reisverhaal

L'Isle Sonnante: orakel: drink /geniet v/h leven (intellectueler, bittere humor)


belang: afstand MEse cultuur ( scholastiek, monastieke leven, oorlog / geweld epos)

 Ren.-opvoeding (uomo universale, pantagruélisme, dialoog)

carnavaleske (hoog + laag), taalspel (namen!), spel lezers ( discours 

absolute orde / waarheid, kennis), ambigue boodschap, psychoanalyse, gesch., vrijheid mens ('Fay ce que vouldras')


4)Toneel

Neolatijn = intellectueel, schools

 volkstaal: bescheiden vernieuwing; mysterie- , mirakel-, sinnespelen, komische

sotternieën, kortere tussenspelen

*Elckerlijc: 'spel van sinne' (rel. > y / Mij), dood van 'elke mens'  grote nawerking

*Fernando de Rojas, La Celestina: hoofse liefde  waanzin, materialistisch  intimiteit

 'modern' toneel: tragiek < keuze mens,  soc. lagen (> taal!)

receptie: onderzoek (geheim ipv huwelijk?), enorm succes (vert., Lope de Vega)


5)Beschouwend proza

beschouwend: educatief, pol., rel., f: Lat. + volkstaal, literair-filosofisch

°essay (Montaigne): 'korte verhandeling over wet. ond. / actuele vraag, vrije stijl

°emblematalit. (~didactiek): woord + beeld


5.1.Neolatijn

*Desiderius Erasmus: Parijs, Engeland, Leuven; Gri., Lat., Hebreeuws



Antibarbari (opvoeding), Annotationes + Novum Instrumentum (NT), Querela Pacis

Moriva" ejgkwvmion / Laus Stultitiae: vriend Thomas Morus

Humanistisch ideaal, retorisch, eruditie KO  verdraagzaamheid

Veel vertalingen! (later op index geplaatst)

*Thomas Morus, Utopia: krit. Eng.se Mij (

-dialoog: krit. adel, rel.

-beschrijving ideale Mij: verdraagzaamheid & tolerantie

vertalingen, nawerking (Bacon, Voltaire)
5.2.Nationale talen

landstalen  cultuurtalen (+De.)

*Balthasare Castiglione, Il Cortegiano: 4 dialogen, handboek Ren. (~Pl., Cic.)

vorming + soc. contact; uiterlijk + virtuositeit

effect: hoveling  uomo universale: savoir vivre (> Shakespeare)

receptie: vertalingen, nawerking (T.S. Elyot)

*Sebastiaan Brant, Das Narrenschif: motief zotheid (intellectueel, rel.: gepersonifieerd)

bronnen: bijbel, KO, jur.

vertaling (Lat.!)

*Michel de Montaigne (adelman), Essais: losse reflecties f, rel., actua ( KO als voorbeeld,

wel om eigen mening te stofferen; < stoïcisme, epicurisme, scepticisme:

"Solum certum nihil esse certi")

vrijheid mens (tolerantie)
6)Aandachtspunten

-15e-16e E: vooruitgang (technisch, ontdekkingen, rel. + Mij), emancipatie (> humanisme)

-Lat. – nationale talen – beide (Du Bellay)

-It. centrum (KO, petrarkisme, Rome)

-optimisme 'carpe diem' + somberheid 'vanitas'

-invloed ME: heroïco-komisch epos, toneel  rel.

-nieuwe mentaliteit (Brant, Erasmus, Montaigne): vrijheid, openheid, verdraagzaamheid

-veelstemmigheid (Antibarbari, Cortegiano, Tiers Livre): indiviualisme + socratisme

ontwapenende lach! (ironie, satire, zotheid) dwaze wijzen  wijze dwazen, rel.-liefde

-lit. = elitair, hogere kringen


V. Barok – Maniërisme – Classicisme ( 1550 – 1700)

1)Inl.

*pol.-soc.: alg. crisis Eur.  hugenotenoorlog (Fra.), onderdrukking (Eng.), inquisitie (Spa.), verzet( Nl.), 30-jarige oorlog (De.)  invloed cult.

*rel.: contrareformatie (SJ, jansenisme)  protestanten, gods.-oorlogen (kunst = propaganda)

*econ.: armoede (pest, oorlog, klimaat); emancipatie middengroep; gezin, kinderen, vrouw

*wet.: Kepler, Newton, Stevin, Galileï, Bacon, Descartes; Académie Française, Royal Society

onzekerheid wet.  zekerheid metafysici

*wereldbeeld: optimisme, harmonie  angst, twijfel, onzekerheid, ontgoocheling(desengaño)

motieven dood, vergankelijkheid, vanitas

 tragedie ('theatrum mundi')

opnieuw cult.-rel. band: standvastigheid

*kunstideaal: klassiek, helder (classicisme)  maniërisme, grillig (marinisme, gongorisme)

poëzie: sonnet, epigram, fabel; epiek: epos, pastorale, picareske; toneel (commedia

dell' arte, vaste theatergebouwen)

-maniërisme & pathos: It. = marinisme (bizar, verrassend); Spa. = gongorisme

(gesloten hermetisch); Eng. = euphuism (prozastijl); Fra. = préciosité

(overgecultiveerde omgang, precieuze taal)

-classicisme, rede: < Arist., Hor.; Académie Française: normering (taal + lit.)

°mimesis: kunst = nabootsing natuur (dmv imitatio KO ~ ideale werkelijkheid)

°bienséances: lit. ~ morele, esthetische verwachtingen publiek

°vraisemblance: lit. als waarschijnlijk aangevoeld

 Young, Conjectures on original composition: originaliteit!

 Querelle des Anciens et des Modernes

-toneel: streng Fra.  vrij. Eng.-Spa. weergave werkelijkheid, wet 3 eenheden
2)Lyriek

2.1.It., Spa., Port.: maniërisme (Gouden Eeuw Spanje!)

-Giamabtisto Marino  marinisme; zinnelijke, erotische, sentimentele poëzie

gezochtheid (concetti)

-Don Luis de Gongora y Argote  gongorisme; ingenieus verrassend; neologisme, Lat. synt.

hermetisch, obscuur  Spaanse volkstaal (< Lat.)!

-Francisco Quevedo y Villegas: existentialisme  Spaanse volkstaal (< eigenheid)

-mysticisme: Teresia van Avila, Juan de la Cruz: houvast gods.

-Luis de Camoes: trad. liedvorm + nieuwe vormen; onzekerheid, wanhoop, noodlot;

teleurstelling liefde, ontgoocheling pol.
2.2.Eng.: renaissance, klaarheid  hermetische stijl 'metaphysicals'

-Edmund Spenser

Epithalamion: loflied huwelijk (idealisering liefde!)

-William Shakespeare, Sonnets: liefde + intense gevoelens, voortsnellende tijd

(> Shakespearean sonnet)

-'The Metaphysicals': hermetische, vrij maniëristische stijl (rel. / wereldlijk)

 petrarkisme, Pléiade

'difficilia quae pulchra': mogelijkheid = kwaliteit

emoties  gedrongenheid, bewogen stijl, 'metaphysical conceints' (vgl. < f, q, wet.)

 geestig, snedig, ad rem (epigram!)

!! passie + ratio

experimenten taal + vorm

elitair

-John Donne: rel., pol., gezin



Songs and Sonets (liefdespoëzie): passie, cynische stijl

vrouw  religious turn ('Hymne to God my God in my sicknesse')


2.3.Fra.

-François de Malherbe: technisch genie, gelegenheidspoëzie, hofdichter

-Jean de la Fontaine: fabel (kort, belerend verhaal op rijm met antropomorfe dieren)

< Aisopus, Phaedrus; alg. wijsheid + krit. Mij (Le loup et l'agneau, La cigale et la

fourmi, Le corbeau et le renard)

 didactisch
2.4.Nl., De.: rel.

17e E = Gouden E (splitsing 17 provinciën); ren. > barok

-rederijkers: zuivere taal

-emblematalit.: didactisch, woord + beeld; Jacob Cats

*Pieter Corneliszoon Hooft: degelijke opleiding, jur. (ambt); Rederijkerskamer 'De Egelantier'

 It., petrarkisme + KO: liefde, schoonheid vrouw

*Bredero: volksere, traditionelere liederen; ernst (in't vroede), liefde (in't amoureuse), humor

(in't sotte)

*Joost van den Vondel: KO, pol., rel.; ernstige poëzie, gelegenheidsgedichten (kinderen)

-De.: pessimisme, vanitas / dood (< 30-jarige oorlog)

*Andreas Gryphius, Sonnette, Oden: vanitas / dood, rel., pathos
3)Epische / verhalende lit.

= heroïsche epos (fantasierijk, rel.); vernieuwing picareske roman


3.1.Port.

*Luis de Camoĕs, Os lusiadas (<Aeneis): nationalisme; realiteit + fantasie; Chr. + heidens

receptie: vert.

3.2.It.

*Torquato Tasso, Gerusalemme liberata (< Hom., Verg., Ariosto):

Chr.  islam (strijd < contrareformatie: nieuwe rel.); Tancredi x Clorinda (bekering, )

3.3.Eng.

*Edmund Spenser, The Faery Queene (< Ariosto, Verg., Tasso, matière de Bretagne: Arthur)

½ voltooid, poëtisch epos, allegorie (12 Aristoteliaanse deugden)

*John Milton: pol., It.-barok (Ariosto, Tasso), blind geschreven

-Paradise Lost (< bijbel): rel. epos, synthese ren. + puritanisme + KO

ethisch: geweten > bijbel > trad.; Arminius (vrije wil + voorbestemdheid), …

 wantrouwen + bewondering

-Paradise Regained: = thema: rel. mens – Satan



3.4.Fra.

*Paul Scarron, Le romant comique: burlesk + heroisch-romanesk, Spaanse invloed

theatergezelschap, liefdesthema; parodierend

*Mme. De la Fayette, La princesse de Clèves: intimiteit (liefdesthema)

schuld + heroïsme (rust in 'hogere' gevonden)  vanitas, jansenisme

3.5.Spa. (°'novela picareska')

*Miguel de Cervantes Saavedra: mil., desengaño gevangenschap

lit.: bestaande modellen + vernieuwing

-La Galatea: pastorale roman

-Novelas Ejemplares: It. Novelle  Spa.

-Don Quijote: komische persiflage ridderroman:

I. 50-jarige, arme hidalgo Alonso Quijano < ridderlit.

Ridderknecht Sancho Panza, avonturen (waanvoorstellingen)

II. strijd carrasco (ridder spiegels), hertog & hertogin, einde = genezing

-fictie + feti = waanzin

-satire + paodie ridder-, pastorale roman

-krit. Mij (milde toon)

-autobiografisch (pers. ontgoocheling, ervaring gevangenschap Algiers)

-Spaanse / universele ziel: dualisme (Don Quijote – Sancho Panza), evenwicht

-impliciete visie op lit. / theater (boekverbanding, maskerades)

 bewondering (Byron, Flaubert, Picasso, Dali)


*Quevedo y Villegas, Sueños (< Dante): satire, pessimistisch

-Historia de la vide del Buscon llamado Don Pablos


*picareske roman: realistisch  ridder-, pastorale roman

ik-verteller (picaro = underdog; pseudo-autobiografisch) < leerschool

> meester  knecht

liefde ontbreekt, zwart-wit-y

soc. 'aanklacht' (hongermotief!)

formeel:' IK', episodisch (jeugd, leerschool, reismotief), open einde

mild-humoristisch – bitter-sarcastisch: geen waardeoordeel auteur

-[anon.], La vida de Lazarillo de Tormes: onzuivere afkomst Lazarillo

harde leerschool (hongermotief) blinde, geestelijke, …

real. portretkunst, open krit., volks cynisme

-La vida del Picaro Guzmán de Alfarache = 'uitkijk op het menselijk leven'

-Villegas, Historia de la vida del Buscon llamado Don Pablos:

barokke stijl: vermenging lijden – genot, liefde – dood, vreemde

spanning


 veel bijval, vert., bewerkingen, imitaties
3.6.De., Nl.

*H.J.C. von Grimmelshausen: gods., oorlog; Duitse schelmenlit.

-Der abentheurliche Simplicissimus Teutsch: weesjongen, leerschool kluizenaar,

achtergrond 30-jarige oorlog;  episode (onberekenbaarheid fortuna!)

fictieve autobiografie, Mijkrit.

 'Simplicianischer Schriften' (nevenpersonages uitgewerkt)


4)Toneel

4.1.It.

Commedia dell' arte (~pantomime, komedie): types (Arlecchino:sluwe knecht, Brighella:

geld!, Pedrolino: dromer > Pierot, Capitano, Pantalone: vrek, Dottore: onbetrouwbare

intellectueel)  satire mens / Mij



4.2.Spa.

*rel. (~ME): 'auto sacramental' (nav kerkelijke feesten, eucharistie, ...)

*wereldijk + theorievorming:  Arist.

-Juan de la Cueva: hist. stukken; Ejemplar Poetica:

enkel eenheid hand? Hoog / laag, trag. / kom.

Spaanse thema's: liefde, geloof, eer (pundonor)


-Lope de Vega: real., tragikomisch, pundonor!

Veelzijdig & gevarieerd, historische ond., uitbouw & verniuwing comedia Fuenteovejuna (dorpsopstand, commendador): gesch. aangepast



La estrella de Sevilla: liefde – eer, falen orde / vorst

soc. > f, vrouwen  natuurlijkheid (taal!)

-Tirso de Molina: rel. (El Condenado por desconfiado), pundonor

El Burlador de Sevilla, El Convidado de Piedra: Don Juan Tenorio

falen orde  egoïsme (one-night-stand)  schijn ophouden, hypocriet

-Calderon de la Barca: strakkere opbouw (~Arist.), pundonor (God, koning, zelf)

allegorisch-retorische (imponerende taal) invulling rel. / f



La vida es Sueño: f drama, 1001 nacht: goede opvoeding, zelfbeheersing,

zelfverloochening



El gran Theatro del Mundo: allegorie, types (attributen)

 oordeel = manier v spelen rol ( belang rol)



4.3.Eng.

'Elizabethan Age' (Queen's Men) < It. Ren., KO (Sen.) + volkse oorpsrong

vrijheid v voorstelling (fantasie, gruwel), y ( Sidney: pro-Arist.)

maniëristisch, barok  pathos, publiek; hist. drama ( rel.)

*Thomas Kyd: Spanish tragedy (< Sen.)  'revenge play' (> Hamlet)

sterke karaktertekening,complexe opbouw

*Christopher Marlowe (atheïst, 'university wits'); thema's: machtswellust, gelddrift (Jew of

Malta), kennisdrang, wraak + historie (King Edward II)

*Ben Jonson: 'comedy of humours'

*John Dryden: Arist. (< Fra.)

*William Shakespeare: opleiding?; The King's Men

gruwel, maniërisme, sterk episodisch, historisch (Koningsdrama / KO), trag. / kom.

Chaos – orde  koning = 'natuurlijke orde'

-Henry IV: Harry Hotspur  zoon Harry / Hal (+ laffe Falstaff: nar, kom. elementen!)

-Julius Caesar (< Plut.): M. Antonius, ~revenge play

4 grote drama's: Macbeth (jaloezie), Othello (zelfvernietiging), King Lear (ontrouw),

-Hamlet (twijfel) (< legenden, Amleth; Saxo Grammaticus, Historia Danica;

Belleforest, Historie Tragique)

+ pers. leven (zoontje Hamnet, Kate Hamlet > Ophelia, vader)

+Ur-Hamlet (revenge play Kyd)

subtiele karaktertekening, universele dimensie

psychoanalytisch, barok (chaos in ziel)

komedies: romantische (romantische liefde, frivole Ren.-sfeer, types < commedia

dell' arte, verrassingselementen)  optimisme

'dark comedies': The Tempest: tragisch + komisch

 hoogtepunt Engels theater: tragedie, komedie, actualiteit (ondanks censuur!)

universeel, tijdgeest (condition humaine, all the world's a stage)

uitdrukkingen, invloed Romantiek, discussie lit.


4.4.Fra.

< Arist. (3 eenheden); ret.; overheidssteun

*Pierre Corneille: barok, invloed Spa.: eenvoudige karakters, burleske sit.

 later tragedies: liefde  plicht

-Le Cid: tragikomedie (open einde, kleine > grote gebeurtenissen, held blijft leven)

Spaanse pundonor, plicht  liefde; verinnerlijking problemen

!! Stances du Cid

Spanning pers. – pol. niveau (pol. geladen stuk: rol koning)

Historische waarheid, heroïsme personage belangrijker dan literaire regels

(huwelijk moordenaar)

-Horace (

 technish perfecte invulling, heroïsme / verhevene behouden

retoriek,ook in monologen (herh., tegenst., uitroepen)


*Jean Racine: KO + rel., hoge kringen; treffende personages (vrouwelijk!)

zeer innerlijk-gericht: gewetenskwesties, pessimisme; klassieke regels

-Andromaque (< Eur., Sen.,Trojestof): geen heroïsme: gloire > waanzin

liefde & oorlog, haat; helder

-Phèdre (< Eur., Sen.): moreel drama: schuldvraag; zondaar zonder genade

vice & vertu, passie  gloire

 inhoudelijke passie – beheerste vorm, typische > individuele

paradoxen, technische vondst vertrouwensfiguur  diepgang; taal  afstandelijkheid


*Molière: auteur/acteur (reizende toneelgroepen), farce > comédie (-ballets / de mœurs / de

caractère)

-Les preécieuses ridicules: ridicule farce, 1 bedrijf, karikaturale krit. salons & vrouw,

provincialisme; invloed commedia dell' arte

-Les femmes savantes: verheven genre komedie, 5 bedrijven + vers, = thema in Parijs

karakters hoofdfiguren + typepersonages (< commedia dell' arte)

 farce (< commedia)  verheven tot komisch genre; 3-eenheid; krit. Mij

 tragischer: Le Misantrope


4.5.De., Nl.

*Andreas Gryphius: tragedies historische figuren, allegorisch (+ volksere komedies)

*P.C. Hooft, Warenar (
Aulularia
): komedie; + historiestukken, herdersspel

*Vondel: barokkunstenaar, historie- + bijbelstukken (~regels Arist.)

-Lucifer: opstand engelen + val mensen; motief vrijheid, predestinatie & tragiek
5)Beschouwende lit.

in licht rel. herbronning

*Spa.: Teresia v Avila: spiritualiteit; Juan de la Cruz: ~mystiek (zuivering, verlichting,

vereniging); Balthasar Gracian: < Macchiavelli, Castiglione: ideale mens, rel.


*Fra.: -Blaise Pascal: f-rel. (jansenisme) + wet.(wis., natuurk.), < Montaigne (vrije mening)

°Les Lettres Provinciales: polemiek, bescherming jansenist  jezuïetenµ

°Les Pensées: postume fragmenten: Apologie de la religion chrétienne

+ meditaties, gebeden; tegenstrijdigheden mens

le dieu caché (beperkte rede)

klare stijl, precieuze taal

 zowel irritatie als bewondering gewekt

-La Rochefoucauld, Réflexions ou Sentences et Maximes Morales:

(korte spreuken: brevitas), retorisch

 valse waarheden ontmaskeren, inzicht in menselijke passies

-Jean-Bénigne Bossuet, Oraisons funèbres: retoriek! (KO + Chr.)

sermoenen + lijkredes (individ. + universele rel. boodschap)

*Eng.: John Bunyan, Pilgrim's Progress: allegorisch leven mens (pelgrimstocht)
6)Aandachtspunten

-religious turn barok (The Metaphysicals, Tasso, Spaanse toneel)  Engelse toneel

-theater: Fra. ~KO, Spa. / Eng. eigen verleden, typische motieven (liefde, eer)

overheidssteun – censuur!

-verhalende lit.: vernieuwing epos (Don Quijote), breedvoerigheid pastorale & heroïsch-

galante roman + allegorisch

-aristocratisch & mann. (vrouwen: salons, geridiculiseerd)
VI. 18e E

1)Inl.

°Verlichting: -rede ( geloof, gevoel barok) > optimisme wet.

[Aufklärung] -sentimentalisme (ethiek < intuïtie < empathie) [Empfindsamkeit]

 Shaftesbury: goedheid, schoonheid, deugd (gevoel > moral sense)

°Rococo (< barok, maniërisme): vermengen stijlen (Pope), pastorale lit.

°Preromantiek: originaliteit & subj. ( imitatio, mimesis) [Sturm und Drang]

°De.: Weimarer Klassik (Goethe, Schiller)

moeilijke periodisering!

*pol.-soc.: verlichte despoten, fragiel machtsevenwicht (Spaanse Successieoorlog) + kol.!

-Philippe d'Orléans (La Régence): laïcisering, bevrijding

geldpol. > econ., onderwijs: leken  jezuïeten, jansenisten

Mij: Mme de Pompadour, bourgeoisie!  adel, clerus

-ingevoerde dyn. Hannovers: whigs (volk)  tories (koning)

-Spaanse successieoorlog, kol. > Eng.

 oorlog!

*wereldbeeld: vrijheid, kritisch houding, zelfontplooiing individu



Encyclopédie: SQ v/d wet., totaalproject

geloof in rede, mogelijkheden, kennis mens (verbeelding, geheugen)

 mens = schepper (mens in centrum schepping)

krit. ~~> anti-klerikalisme; deïsme ~~> atheïsme

geloof opvoedbaarheid mens (

-Locke: kind = klei  vingerafdrukken

-Rousseau, Émile ou de l'Éducation: kindertijd gelukkig!

opvoeding ~ natuur, eigen ervaring

-Fénélon: rol vrouwen

-Rollin: opvoeding meisjes

geloof emancipatie burgerij  kranten

*kunst & lit.: term 'lit.' (= belles lettres los van pol., rel., censuur bleef!)

-roman, essay
2)Lyriek

2.1.Eng.

‘age of reason’: helder, geestig, briljant < diepgang barok

*Alexander Pope: rationele classicisme;

-vert. Hom., An Essay on Criticism, imitatio trad. – poeta faber (~Hor., decorum!)

-The Rape of the Lock: mock-heroic (= speelse imitatio dmv parodie & pastiche)

-Eloisa to Abelard: gevoelig liefdesgedicht


*preromantiek: zelfexpressie

-Graveyard poets: korte leven, dood; Edward Young, Thomas Gray (Elegy written in a



Country Churchyard)

-Schotse vernieuwing: eigen verleden, volksaard

-Ossianisme: James McPherson, vergeten Keltische erfgoed
2.2.De.

trad. + vernieuwing: gevoelens/sentiment + melancholie, verleden/natuur (Herder, Volkslieder)

classicisme > onstuimige Sturm und Drang > opnieuw klassiek

*Klopstock: sentimentalisme, Empfindsamkeit (natuur, vriendschap, liefde, …) + rel.

-Die Sommernacht

> Goethe, Die Leiden des jungen Werthers


3)Verhalende lit.

roman: kunst voor burger; f-Mlijke discussies; vervrouwelijking!

°uitwerking modellen (picareske) + nieuwe (briefroman, Bildungsroman)

°nieuwe roman (novel, Eng.)  barokke roman (roman ancien, Fra.)

°alledaags-herkenbare ; ‘journalistiek’  heroisch-galante; breedvoerigheid

3.1.Eng.

gericht op burgerij; sentiment, ret.

*Daniel Defoe: journalist, pol.

-Robinson Crusoë: reisverhaal in dagboekvorm; (< Woodes Rogers, ‘A. Selkirk’)

journalistieke stijl, waarschijnlijkheid (detail)

Verlichting: mens kan overleven ( eenzaamheid, natuur),

zelfbewustzijn + rel.

 receptie: edities, vert., Robinsonades, kinderlit. (Rousseau!)

-Moll Flanders: picareske roman + liefde
*Jonathan Swift: satires over lit., gods.-twisten, pol., wet.

-Gullivers Travels: fantastisch reisverhaal, satirische anti-utopie [dwergen, reuzen, f &

geleerden, paarden & apen]  realistisch (details, uitgever)

krit. kolonialisme, oorlog, pol. gekibbel

~ Rabelais: zinnelijke details (vb. urineren), taalspel (anagram)

 receptie: vert. & adaptaties


*Samuel Richardson: briefroman (> Lessing, Rousseau, Goethe)

-Pamela or Virtue Rewarded: intentie moraliseren (deugdzaamheid!) + praktisch nut

(briefmodel); sentimenteel (ontroeren!)

realisme + functionaliteit (afstand overbruggen, inleving, intimiteit)

> controversie: hypocrisie, eenzijdigheid Pamela’s standpunt (anti-Pamelists)

 deugdzaamheid, goede karaktertekening, leerschool! (Pamelists)

 receptie: vert., parodie
*Henry Fielding, History of the Adventures of Joseph Andrews: antwoord Pamela, omkering

*Laurence Sterne: eigenzinnig, humor; vormeloosheid & improvisatie  ‘antiroman’

(interventie schrijver > handeling)

-Tristram Shandy: puntige dialogen (moraal, gods.)

-Sentimental journey through Italy and France by Mr. Yorick: sentimentele indrukken
3.2.Fra.

*A.R. Lesage, Histoire de Gil Blas de Santillane < Spaanse picareske roman,  episodes

Mij-krit., eigen lot in handen ( fortuna), liefde! [beschuldigd plagiaat Spanje]

*Marivaux, La vie de Marianne ou les aventures de Mme la comtesse de ***:

picaresk & precieus, ~Bildungsroman (reflexief, vertellend – belevend ‘ik’)
*Abbé Prévost, Manon Lescaut: Fra. barok + Eng. sentimentalisme

pathos & tragiek, realisme (chron., verteller, details, eindsit.)


*J.J. Rousseau : autodidact, bekeerd, gevoel + rede, Mme de Warens, Thérèse Levasseur

-Encyclopédie: ruzie

-Émile, ou de l’éducation: roman/traktaat

-Julie, ou la nouvelle Héloise : briefroman, hoofse liefde + passie (intimiteit,

polyfonie), actualiteit (zelfdoding, opvoeding, duel, …)

-Confessions: autobiografisch (kindertijd, natuur = spiegel gevoelens, amour

impossible), informatie lit. leven Fra.


*Diderot: Encyclopédie, essays gods., schilderkunst; briefwisseling (Sophie Volland),

Europese uitstraling

-Le neveu de Rameau: discussie geniale ondeugd  sociaal utilitarisme

-Jacques le fataliste: picaresk + conte philosophique

verteller = meester fictie/feit, deconstructie > antiroman (3 eindes!)
3.3.De.

*Klopstock, Messias: barok epos

*Wieland: Aufklärung, Sturm und Drang, < Spa. / Eng. lit.

-Der Sieg der Natur über die Schwärmerei oder die Abentheuer des Don Sylvio von



Rosalva: < Cervantes, Don Quichote

-Geschichte des Agathons: allegorische Bildungsroman


4)Dramatiek

*Fra.: Pierre de Marivaux, P-A de beaumarchais, Le marriage de Figaro

*Eng.: Gay, The Beggar’s Opera

*It.: Carlo Goldoni

*De.: Klopstock, bijbelsdrama, Tod Adams, David; Gotthold Lessing, burgerlijk drama
5)Beschouwende lit.

*Montesquieu, Lettres Persanes (briefmodel!) : Mij-krit., satire parallellie/contrast

*Voltaire, Candide, ou l’optimisme: conte philosophique, satire/parodie

deïsme  Leibniz (goedheid God), kerk (inquisite, hypocrisie), pol. (slavernij, oorlog)


6)Aandachtspunten

*18e E = barok (rococo), Verlichting & preromantiek (sentimentalisme)



*Fra. nieuwe ideeën, Eng. nieuwe modellen, De./Nl. openheid (vert.!), Spa. Invloed (picaresk)

*burger (censuur hof!)  roman (ipv toneel)



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina