I believe that I believe. If he believes, he does not believe that he believes, and if he does not believe, he does not believe that he does not believe



Dovnload 209.79 Kb.
Pagina1/4
Datum14.08.2016
Grootte209.79 Kb.
  1   2   3   4



I believe that I believe. If he believes, he does not believe that he believes, and if he does not believe, he does not believe that he does not believe.

Belief versus unbelief in philosophy.
Ik geloof dat ik geloof. Als hij gelooft, gelooft hij niet dat hij gelooft, en als hij niet gelooft, gelooft hij niet dat hij niet gelooft.

Geloof versus ongeloof in de filosofie.
Johan Verstraelen

Van Peborghlei 145

2650 Edegem

03/4496016

Studentnummer: 838705783

Email: marleenenjohan@versateladsl.be

Faculteit cultuurwetenschappen, bachelorscriptie filosofie C42323

Academiejaar 2007-2008

Inhoudelijk begeleider: Peter van Zilfhout

Taalbegeleider: Wouter Valentgoed

Presentatiebegeleider : drs. Lieke van den Bulck-van der Linden

Examinator: Herman Simissen

Open Universiteit Nederland

Faculteit Cultuurwetenschappen

3/03/2008

INHOUD

1. Inleiding blz. 4
2. Gianni Vattimo blz. 7

2.1 Wie is Gianni Vattimo? blz. 7

2.2 Ik geloof dat ik geloof blz. 7

2.2.1 Heilsgeschiedenis blz. 7

2.2.2 Nihilisme blz. 8

2.2.3 Geweld blz. 9

2.2.4 Secularisatie blz. 10

2.2.5 Metafysica en traditie blz. 10

2.3 Het woord is geest geworden blz. 12

2.3.1 Postmoderniteit en nihilisme blz. 12

2.3.2 Romantische hermeneutiek blz. 14

2.3.3 Secularisatie blz. 16

2.3.4 Metafysica en traditie blz. 16

2.3.5 Geweld blz. 17

2.4 Kritieken op Vattimo’s filosofie blz. 18

2.5 Conclusie blz. 21
3. Emile Cioran blz. 22

3.1 Wie is Emile Cioran? blz. 22

3.2 Gevierendeeld blz. 22

3.2.1 Waarheid blz. 22

3.2.2 Geschiedenis blz. 23

3.3 Geschiedenis en utopie blz. 24

3.3.1 Geweld blz. 24

3.3.2 De goden blz. 25

3.3.3 De rede blz. 25

3.3.4 Traditie blz. 26

3.3.5 Utopie blz. 27

3.4 Bestaan als verleiding blz. 28



3.4.1 Schijngelovigen blz. 28

3.4.2 Verloren traditie blz. 29

3.4.3 De mystici blz. 30

3.4.4 Hoop blz. 30

3.4.5 De mensgeworden God blz. 32

3.5 Kritieken op Ciorans filosofie blz. 32



3.6 Conclusie blz. 36
4. Vattimo en Cioran, een vergelijking blz. 37
5. Epiloog blz. 39
6. Literatuurlijst blz. 40


1. Inleiding
Mensen handelen zoals ze denken. Dat is een stelling die Camus oppert in zijn boek De mythe van Sisyfus.1 Dit is een stelling die mij intrigeert, maar die ik slechts tendele bijtreed. Camus beweert eigenlijk dat iedereen een waarheid nodig heeft en indien je geen waarheid voor ogen hebt, het leven zelf weinig zin heeft. Bijgevolg is de vraag of we dan niet beter zelfmoord plegen terecht. Volgens mij is bijna niemand consequent genoeg om zijn denken mooi om te zetten in zijn handelen. Diegenen die het toch doen, zullen het in ieder geval niet navertellen. Toch beweren veel mensen dat ze handelen naar wat ze denken.

Om te handelen heb je, volgens Camus toch, een waarheid nodig waar je je naar kan richten. Er zijn in de geschiedenis van de filosofie veel denkers geweest die dachten de waarheid nog in petto te hebben. Het hoefden niet altijd religieuze waarheden te zijn. Er zijn ook denkers die meer liberale, marxistische of wetenschappelijke denkbeelden verspreidden.

Door toedoen van de maatschappelijke, wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen veranderde het beeld over de waarheid. De waarheid werd in twijfel gebracht. De diepste twijfel komt reeds 140 jaar uit de hoek van de nihilisten. Die menen dat er geen enkele fundamenten of waarheden meer zijn. Camus stelt dan ook de vraag hoe je moet handelen als je ratio fundamentloos blijkt te zijn. De ontkenningen van waarheden leidden daarom tot erg veel twijfel.2
Op theoretisch filosofisch vlak vind ik de visies over de waarheden van de nihilisten juist en consequent doordacht. Objectiviteit is ook voor mij een problematisch begrip. Eén vaststaande waarheid hanteren heeft volgens mij dan ook geen zin. Ten eerste omdat mijn eigen unieke waarheidsbegrip wordt beïnvloed door de sociale omgeving. Ten tweede omdat die omgeving waarheden hanteert die zelf op losse schroeven staan. De waarheid verschuift steeds. Je kunt volgens mij alleen maar vaststellen wie welke waarheid hanteert en daarop reflecteren. Ten derde bestaat dè waarheid voor sommigen, voor anderen niet.

Het nihilisme is voor mij persoonlijk van belang omdat het volgens mij aantoont dat de rede in de filosofie aan een mogelijk eindpunt is gekomen. En als de rede aan een eindpunt komt kondigt zich het irreële aan. Want in het verhaal over de waarheid valt het mij dikwijls op dat de theorie de praktijk niet is. Met ons gevoel en met onze emoties leggen we verstandelijke redeneringen opzij. Emoties zijn het irrationele. Daar hoort onder meer het geloof bij. Ook daar heeft de rede geen vat op. Volgens mij kan je emoties in twee grote groepen opsplitsen. Ten eerste emoties waar je je goed bij voelt zoals blijdschap en ten tweede emoties die je tracht te vermijden omdat je je er niet goed bij voelt, angst bijvoorbeeld.
Ik vind het nihilisme dus een belangrijke theoretische en filosofische stroming, maar mijn drijfveren om nihilistische filosofen te bestuderen, liggen evengoed ook op gevoelsvlak. Twee filosofen die een dergelijk onderzoek mogelijk maken zijn Gianni Vattimo en Emile Cioran.

Voor Gianni Vattimo is de verhouding tot het heilige, tot God, de uiteindelijke reden van het bestaan. Hij verbindt het nihilisme met de christelijke verlossing gepredikt door Jezus. De terugkeer van het religieuze in de ervaring van nu heeft te maken met Vattimo’s ervaring met de dood. Er is volgens hem meer dan alleen een stoffelijk bestaan. Bedreigt de dood ons als onafwendbare gebeurtenis, dan wenden we ons tot God. Hij putte kracht uit de ervaring met de dood en het inspireerde hem tot een hoopvolle filosofie die enthousiasme uitstraalt.3

Cioran is een schrijver waar niet het hoopvolle, maar wel het hopeloze regeert. Cioran is van mening dat vanaf het moment dat de rede de overhand krijgt over het gevoel, we in een neerwaartse spiraal belanden waar we nooit meer uitraken. Kritische vragen die de waarheid in vraag stellen, leiden uiteindelijk naar de volledige ontbinding van de waarheid en bijgevolg, volgens hem, naar depressies.4 Cioran weet waarover hij spreekt. Hij zat zelf in een ellendige depressie waar hij maar niet uitgeraakte. Die depressie was voor hem zo ondraaglijk dat hij met een erg jaloerse blik kijkt naar mensen en beschavingen die nog echte onvervalste waarheden en idealen nastreven.5 Mensen die nog naïef achter idealen lopen moeten zich gelukkig prijzen. Zij hebben nog een houvast. Mensen die bijvoorbeeld in God geloven kunnen alle onbegrijpelijkheden des levens zonder nadenken toeschuiven naar die God.6

Wat blijkt nu? Cioran en Vattimo beweren volgens mij eigenlijk dat in God geloven - of die nu mens geworden is of niet - zaligmakend is en nastrevenswaardig. Ze hebben allebei eenzelfde doelstelling. Voor Vattimo lijkt die doelstelling haalbaar, voor Cioran lijkt ze dat niet. Het probleem is dat het bij Vattimo om een sprong gaat waarbij het bewustzijn of de rede wordt uitgeschakeld en bij Cioran deze sprong gewoon niet gemaakt kan worden vanwege juist dat bewustzijn.

In dit scriptieonderzoek wil ik dus onderzoeken hoe deze tegengestelde visies van Vattimo en Cioran toch paradoxaal genoeg, een gemeenschappelijke kern hebben.

Dat leidt me naar de hoofdvraag van het onderzoek: Hoe komen Vattimo en Cioran onafhankelijk van elkaar, tot de conclusie dat het nastrevenswaardig is om te geloven in een God of een waarheid?
Volgende deelvragen vullen het onderzoek aan:

• Hebben Vattimo en Cioran een theoretisch antwoord op Camus’ vraag of we niet beter meteen zelfmoord kunnen plegen?

• Hoe verenigt Vattimo het geloof met zijn filosofie?

• Wat is Ciorans visie op het goddelijke en op de rede?
De titel van de scriptie zijn eigenlijk twee citaten, één van Vattimo en één die Cioran gebruikte: Ik geloof dat ik geloof. Als hij gelooft, gelooft hij niet dat hij gelooft, en als hij niet gelooft, gelooft hij niet dat hij niet gelooft.

De bijdrage van deze scriptie ligt vooral in het feit dat ondanks het nihilisme, heden ten dage het geloof nog niet uit de filosofie verdwenen lijkt te zijn.

Bij het onderzoek ga ik uit van volgende primaire publicaties van de twee betrokken filosofen:
Emil Cioran, Geschiedenis en utopie (Amsterdam 2002)

Emil Cioran, Bestaan als verleiding (Utrecht 2001)

Emil Cioran, Gevierendeeld (Amsterdam 1995)

Gianni Vattimo, Het Woord is Geest geworden (Kampen 2003)

Gianni Vattimo, Ik geloof dat ik geloof (Amsterdam 1998)

Gianni Vattimo, Een zwak geloof (Kampen 2000)
Ik analyseer eerst de primaire literatuur van Vattimo en daarna geef ik visies uit de secundaire literatuur. Ik gebruik dezelfde werkwijze voor Cioran. Daarna vergelijk ik beide denkbeelden. Vervolgens moet een besluitvorming een antwoord bieden op de gestelde onderzoeksvragen. In een epiloog geef ik persoonlijke reflecties weer.
2 Vattimo
2.1 Wie is Gianni Vattimo?
Gianni Vattimo (Turijn 1936) is een Italiaanse filosoof die onder andere bij Pareyson, Gadamer en Lowith studeerde. Uitgaande van Nietzsche en Heidegger ontwikkelde hij een eigen hermeneutisch-nihilistische filosofie die bekend is geworden onder de naam het 'zwakke denken', naar de titel van een bundel essays (Il pensiero debole, 1983). Tot 1982 doceerde hij esthetiek aan de Universiteit van Turijn. Sindsdien is hij daar hoogleraar in de theoretische wijsgebeerte. Zijn internationale doorbraak kwam met La fina della modernità (1985), een studie over de betekenis van de postmoderniteit als post-metafysische tijd, die in verschillende talen vertaald werd. Dat geldt ook voor werken als La società trasparente (1989), L'ethica dell' interpretazione (1989) en Oltre I'interpretazione (1994). Sinds 1987 redigeert hij een filosofisch jaarboek waarin het internationale debat wordt gevoerd rond thema's uit de hermeneutische filosofie. Behalve dat hij de redactie voert van het vaktijdschrift Rivista di Estetica, verleent hij regelmatig zijn medewerking aan periodieken en dagbladen en toont hij daarmee zijn betrokkenheid bij hedendaagse sociaal-culturele ontwikkelingen.7 Die betrokkenheid blijkt ook vanwege zijn politiek engagement. Hij is Europees parlementslid.
2.2 Ik geloof dat ik geloof

2.2.1 Heilsgeschiedenis
In Vattimo's essay Ik geloof dat ik geloof uit 1996 staat de heilsgeschiedenis centraal. De heilsgeschiedenis is een beweging in de tijd en gaat van het geloof in die éne oudtestamentische en metafysische God met Jezus als offer als vertrekpunt naar het geloof in de mensgeworden God als doel. We zijn altijd op weg om de mensgeworden God te ontdekken. Toch verlaat Vattimo de metafysische God niet helemaal. Hij keert soms terug naar het religieuze en dat heeft te maken met Vattimo’s ervaring met de dood. Er is volgens hem meer dan alleen een stoffelijk bestaan. Bedreigt de dood ons als onafwendbare gebeurtenis, dan wenden we ons toch ook tot de metafysische God.
2.2.2 Nihilisme
Vattimo heeft het nihilisme nodig om zijn visie op de heilsgeschiedenis te kunnen ontwikkelen. Voor Vattimo zijn er immers dankzij het nihilisme op filosofisch vlak geen redenen meer om atheïst te zijn of in ieder geval om de godsdienst af te wijzen.8 Het ideaal van de afschaffing van de mythe van de waarheid is voor Vattimo zelf als een mythe te herkennen. Vattimo haalt zijn inspiratie uit de ideeën van Nietzsche en Heidegger over het nihilisme en het einde van de metafysica. Nietzsche kondigde de moderniteit aan als het definitieve verval van het geloof in het ‘zijn’. In Nietzsche’s boek Götzen-Dämmerung wordt de geschiedenis van dat verval uit de doeken gedaan. Nietzsche concludeert dat het ‘zijn’ als objectieve werkelijkheid, als waarheid en als metafysica niet bestaat. De waarheid is altijd subjectief gekleurd. De waarheid is in de ban van de wil tot macht.9

Ook voor Heidegger is de metafysica, de waarheid tot een einde gekomen. Je moet volgens Heidegger niet proberen om de metafysische waarheid, met name de objectieve waarheid, vervangen door een individuele waarheid. Op die manier blijf je helemaal binnen de metafysica van de objectiviteit.10 Uitgaande van die kritiek ontwikkelde Heidegger een filosofie die het ‘zijn’ in andere termen dan die van de metafysica probeert te denken. De problematische verhouding tussen metafysica en nihilisme lost volgens Heidegger op omdat ze uiteindelijk bepaald wordt door, en haar inspiratie vindt in, de christelijke erfenis.11

Voor het nihilisme als ontkenning van de waarheid heeft Vattimo zelf een term bedacht: 'het zwakke denken'. Deze term van Vattimo - ontstaan in 1983 - slaat vooral op een theorie van de verzwakking van het ‘zijn’. De kritiek van Heidegger indachtig, moeten we de zoektocht naar de waarheid opgeven en haar vervangen door een denken onafhankelijk van de objectiviteit. De waarheid wordt genegeerd, verzwakt.12 Dat betekent voor Vattimo dat het filosofische 'zijn' een nihilistische en dus interpretatieve bestemming heeft. Zijn interpretatie van het denken van Heidegger in termen van zwakke ontologie ziet Vattimo als een hervinden van het christendom.
2.2.3 Geweld
Geweld is een thema dat veelvuldig terugkomt bij Vattimo. Dat komt omdat de heilsgeschiedenis van Vattimo een geschiedenis is van het gewelddadige naar het geweldloze. Het hervinden van het ‘ware’ geweldloze christendom gebeurde naar aanleiding van ervaringen van pijn, ziekte en de dood van geliefden van Vattimo en door zijn reflectie op het werk van Rene Girard. 13

Girard’s filosofie draait om de mimetische begeerte, het zondebokmotief en een metafysische God van het geweld.14 Vattimo nam een aantal motieven over van Girard. Zo zit de christelijke boodschap van geweldloosheid in het nieuwe testament vervat. Daar staat in dat Jezus mens is geworden om het verband tussen het heilige en het geweld aan het licht te brengen. De menswording ofwel verlaging van God tot het niveau van de mens, wat het Nieuwe Testament de kenosis van God noemt, diende eigenlijk om het gewelddadige in de metafysica en het zondebokmechanisme dat Girard ontdekte, bloot te leggen.15

Dat is de missie die Vattimo wil uitdragen. Het christendom dat hij terugvindt, is alleen het christendom zoals het voor hem verschijnt, maar toch ook voor ‘ons’ verschijnt!16 De persoonlijke openbaring van hem onthult geen waarheid als object. Het Nieuwe Testament vergt van ieder een interpretatie. 'Ik noem u niet meer dienstknechten, maar vrienden'. Vattimo interpreteert deze boodschap uit het Nieuwe Testament op zijn wijze. Het christendom zit voor Vattimo in de mens zelf en de caritas moet van de mens komen .17
2.2.4 Secularisatie
De term secularisatie die Vattimo veelvuldig gebruikt, slaat op een in de tijd verlopende openbaring van het zondebokmechanisme die nog niet voltooid is en dat ook nooit zal zijn. Secularisatie is een ontbinding van het heilige, in zoverre deze gewelddadig is. Secularisatie is dus een proces waarbij we de almachtige God van de metafysica achter ons laten en onze blik richten op de

niet-gewelddadige en niet-absolute God die we kunnen kennen via onszelf. 18

Secularisatie is ook een thema waar Max Weber een theorie over ontvouwde. Zijn stelling was dat het moderne kapitalisme het gevolg van de protestantse ethiek was. Vattimo gaat in die trant verder. De ontheiliging van de gewelddadige, autoritaire, en absolute heilige God kan voor Vattimo gerust in verband gebracht worden met de overgang naar de moderniteit. Ook Norbert Elias inspireerde Vattimo. Het gaat bij Elias en bij Vattimo over de secularisatie van de macht. De macht evolueert van absolute macht naar een systeem van bemiddeling.19

Jezus is mens geworden om het geweldloze, de liefde te verkondigen. Het besef van de betekenis van de menswording van Jezus is er niet ineens gekomen. Het groeiende besef is een proces dat onderdeel is van de heilsgeschiedenis. Ook van die heilsgeschiedenis moeten we bewust zijn. Dat besef was er niet geweest als we de secularisatie van de maatschappij niet hadden meegemaakt. “Door de tekenen des tijd te lezen identificeren we ons met de geschiedenis en erkennen we onze eigen historiciteit”.20 Dat besef van historiciteit is van belang voor het interpreteren van het evangelie. Zo kunnen we beseffen dat we steeds op weg zijn. Op weg naar het geweldloze.
2.2.5 Metafysica en traditie
Het zwakke denken en de ontbinding van de metafysische god mag volgens Vattimo echter geen reden zijn om onze christelijke traditie overboord te gooien. We hebben volgens Vattimo nog altijd behoefte aan heldere en welonderscheiden ideeën. Het is nog steeds een metafysisch en objectivistisch overblijfsel van onze mentaliteit.21 We verlaten nooit het idee van de metafysische God en we bereiken nooit de niet-gewelddadige God. De Bijbel noemt God schepper en vader, dat is volgens Vattimo zo. Maar hij noemt hem ook herder. God heeft voor Vattimo dus een dubbel gezicht. De God als herder kunnen we kennen via de hermeneutiek. Het zijn de oorspronkelijke leerstellingen van Luther, namelijk de idee van het vrije onderzoek van de Heilige Schrift die ons richting moeten geven. De redding komt dus van de hermeneutiek, de interpretatie van het evangelie. De God als schepper blijkt van een hogere waarheid te zijn die we niet kunnen kennen. Om die hogere waarheid te ervaren moet men een sprong maken.22

De god als schepper kunnen we via de rede niet kennen. Er is dus een grens aan wat je kunt kennen. Vattimo stelt de caritas of kenosis als grens. De kenosis is de grens tussen Vattimo's persoonlijke nihilistische filosofie en de theologie. Die grens kan je enkel overbruggen met een sprong die je met het nihilisme niet kan verklaren. Het nihilisme kan alleen een geschiedenis zijn.

Kunnen we met andere woorden vanuit de filosofie het christendom wezenlijk verstaan? Vattimo stelt deze vraag aan zichzelf en hij kan geen antwoord geven op deze vraag.23 “De liefde van God voor zijn schepselen als caritas zal in zijn ultieme betekenis nooit bereikt kunnen worden zodat de grens met het metafysische principe niet overschreden kan worden en waartegenover iedere vraag verstomt”.24 De sprong wantrouwen zou voor Vattimo betekenen dat men de realiteit van het kwaad weigert te erkennen en zo het principe van de caritas tegenspreekt.25 De betekenis van het evangelie zit in het gebod van de liefde en dit gebod kan volgens Vattimo niet geseculariseerd worden. Men moet het als een formeel gebod zien, zoals de kantiaanse categorische imperatief.26 Als we eenmaal de aanspraken op objectiviteit van de metafysica achter ons hebben gelaten, zou niemand nog kunnen zeggen dat God niet bestaat en evenmin dat zijn bestaan en zijn aard voor eens en altijd rationeel zijn vastgesteld.27

Hoe gaat Vattimo in praktijk om met het christendom? Hij bekent dat hij weer in de kerk is geweest, en niet puur alleen uit formaliteit. Vattimo loochent zijn christelijke wortels niet.28 Door het besef van historiciteit staat Vattimo niet negatief tegenover de katholieke kerk. Hij weet wel dat er veel katholieke stellingen zijn die erg negatief overkomen. Maar de orthodoxe standpunten van de paus in verband met voorbehoedsmiddelen, geboortebeperking en seksuele moraal plaatst hij in de heilsgeschiedenis. We zijn steeds op weg.29 Het gaat in het dagelijkse leven om de afname van geweld te zien als een steeds voortgaand proces, en niet als een ideale zuivere toestand. Praktisch betekent dat de erkenning van de 'nieuwe' rechten van bijvoorbeeld homoseksuelen en vrouwen een uiting van caritas is.30

Vattimo beschouwt zichzelf als een half-gelovige. Daarmee zegt hij dat de officiële interpretatie uit Rome van De Schrift hem wel beïnvloedt maar hij tracht zich er van te onttrekken. Dat lukt nooit volledig. Als Vattimo het Onze Vader opzegt weet hij dus niet meer wat te denken. In het gebruik van de term vader blijft alleen dat over wat Schleiermacher het zuivere gevoel van afhankelijkheid noemde. Je bent afhankelijkheid van je geschiedenis, van je vader en van de kerk.31 Het dubbele gezicht van Gods gerechtigheid houdt liefde in maar ook geweld. Beide kanten zijn in De Schrift aanwezig en de gelovige moet beide aanvaarden. De onmogelijkheid voor ons om die verzoening te bereiken is slechts uitdrukking van de verschrikkelijke, transcendente raadselachtigheid van God.32 Dat alles betekent uiteindelijk ‘Ik geloof dat ik geloof’.


  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina