I believe that I believe. If he believes, he does not believe that he believes, and if he does not believe, he does not believe that he does not believe



Dovnload 209.79 Kb.
Pagina2/4
Datum14.08.2016
Grootte209.79 Kb.
1   2   3   4

2.3 Het woord is geest geworden
2.3.1 Postmoderniteit en nihilisme
We leven in een tijdperk dat we volgens Vattimo terecht postmodern mogen noemen en waarin de werkelijkheid niet langer kan worden begrepen als een structuur die vast verankerd is in een fundament. De feitelijke, pluralistische wereld laat een uiteindelijke en ideale waarheid niet toe. Deze waarheid zou volgens Vattimo toch botsen met ieder democratisch ideaal.

Het postmoderne pluralisme maakt het mogelijk het christelijke geloof te herontdekken. Indien de filosofie heeft toegegeven dat zij niet met zekerheid een laatste grondslag kan vaststellen, dan vervalt voor Vattimo ook de noodzaak van het filosofische atheïsme. Dit postmoderne concept van waarheid is zinvol want dan pas wordt het mogelijk de Bijbel serieus te nemen. Immers, de theologie was destijds erop gericht om via de natuurlijke rede het hoogste Zijnde aan te tonen. Maar de God die men in de postmetafysische postmoderniteit heeft herontdekt is alleen de God van het Boek en bestaat niet als objectieve realiteit. We kunnen die God enkel kennen via de levende traditie van de kerk en de historisch wisselende herinterpretaties van de bijbel. De God van de openbaring kent men niet. Men gelooft het met alle onzekerheid, vertrouwen, vriendschap, liefde en respect dat daar bij hoort. Deze vorm van geloven is voor Vattimo de primaire en fundamentele manier om de waarheid te ontmoeten. “In die zin komt alle gezag van God”, zegt Vattimo.33

Vattimo gelooft dat zowel Nietzsches aankondiging van de dood van God als de aankondiging van Heidegger van het einde van de metafysica als het algemene kader kan dienen voor het karakteriseren van de ervaring van de late moderniteit. De hedendaagse mens heeft het geloof in God niet langer nodig. Dit geloof is een nutteloze en verouderde leugen. Het waren volgens Nietzsche juist die mensen die in Gods naam niet mochten liegen, de gelovigen, die God gedood hebben.34. De gelovigen die God gedood hebben maken deel uit van de heilsgeschiedenis, een langdurige Godsmoord dus.35

Voor Heidegger is het einde van de metafysica, net als de dood van God, een gebeurtenis die niet objectief door het denken moet worden geregistreerd, maar één waarop het wordt opgeroepen te reageren.36 Heidegger legt de nadruk op het feit dat het einde van de metafysica niet slechts een filosofische constructie is maar een gebeurtenis. Een gebeurtenis die een interpretatie vergt. Iedereen interpreteert op zijn manier en dat zorgt voor een hernieuwde vitaliteit van de religie.37

In een multi-etnische pluralistische samenleving zonder hiërarchie en identiteit en een eigen taal voelt men de noodzaak om terug te keren naar een religie omdat men nood heeft aan enigerlei vorm van geborgenheid, die “zoals elk vaderschap zowel geruststellend als bedreigend is”.38 Nietzsche en Heidegger leren ons dat de postmetafysische filosofie de geschiedenis van het ‘zijn’ als een geschiedenis van ‘verzwakking’ is en niet los kan worden gezien van de traditie waartoe zij behoort.39
2.3.2 Romantische hermeneutiek
Het is volgens Vattimo de middeleeuwse profeet Joachim van Fiore geweest, die voor een belangrijke wending in de middeleeuwse exegese van de Bijbel zorgde.40

Joachim onderscheidde drie tijdperken binnen de historie, geënt op de drie personen van de Drie-eenheid. De betekenis van Joachims leer ligt in de fundamentele ontdekking dat de historiciteit een onlosmakelijk deel van de openbaring is.41 In het tijdperk van de Geest telt niet meer de letter, maar de geest van de openbaring. Zo verklaart Vattimo trouwens de titel van zijn boek.42

Hij is zich bewust van deze profetische visie op de wereldgeschiedenis en het doet hem denken aan de romantici Novalis, Schleiermacher en Schelling. Zo schrijft Schelling dat de dichtkunst een hogere waardigheid zal verkrijgen en uiteindelijk zal worden wat zij aanvankelijk was: de leermeesteres van de mensheid.

“Wij staan voor een groots tijdperk van verzoening, een grote Redder”, aldus Novalis. Joachims erfgoed is nog duidelijker zichtbaar in Schleiermachers Uber die Religion. Hij stelde hierin dat de Bijbel niet letterlijk mag worden uitgelegd, maar dat iedere religieuze mens in staat moet zijn om als het ware zijn eigen Bijbel te schrijven.43

De term 'Esthetisch' geeft voor Vattimo een toestand aan waarop de werkelijkheid haar scherpe omtrekken verliest en op een niveau komt waarop zij niet meer duidelijk onderscheiden kan worden van de verbeelding, dat wat wij ook het poëtische noemen.44 In 'esthetische' termen is het eeuwige leven niets anders dan het tot wasdom komen van de betekenissen en geestelijke vormen die de geschiedenis van de mensheid voortgebracht heeft, en die het rijk van de onsterfelijkheid uitmaken.45

De heilsgeschiedenis is niet die van de interpretatie maar evenmin staat de betekenis ervan vast. Het is eerder beide. Vattimo’s hermeneutiek klinkt een beetje door in deze zin: “Als in een echo die een overgang doet klinken, het lichte geruis van het overglijden van de ene term in de andere”. Het heil en de interpretatie zijn immers in de christelijke traditie met elkaar verbonden. Het heilsgebeuren, de komst van Jezus, is zelf een hermeneutisch feit. Maar het kan slechts tot op zekere hoogte hermeneutisch genoemd worden. Vattimo zegt daarover:
De Geest, dat wil zeggen de meest 'hermeneutische' persoon van de Drie-eenheid, is ook degene door wiens inwerking de Zoon mens wordt in de schoot van Maria.”46
Ook de verrijzenis van Jezus, de heilsgeschiedenis is dus te interpreteren in subjectieve en objectieve zin. In objectieve zin is het een zaak voor theologen en voor godsdiensthistorici. In subjectieve zin is het een hermeneutisch spel voor ons allen.
Niet elke vorm van secularisatie is goed en positief, noch is iedere interpretatie geldig. Zij zijn geldig in de ogen van een gemeenschap van interpretatoren. De enige grens van de secularisatie is de liefde en daardoor de mogelijkheid om in verbinding te staan met een gemeenschap van interpretatoren. Het verwijzen naar de gemeenschap als criterium voor de geldigheid van de interpretatie is nodig voor het beluisteren en corresponderen van de verkondiging van het heil”.47
De ‘morele’ God die door zijn gelovigen gedood is, betekent het einde van de mogelijkheid om de waarheid boven de vriendschap te laten gaan. De interpretatie gaat voor de waarheid.
2.3.3 Secularisatie
Ook de secularisatie is een verschijnsel dat in de geest van Joachim beschouwd moet worden als een teken van het aanbreken van het tijdperk van de Geest.48

Max Weber mag dan wel stellen dat de factoren die bij de secularisatie van belang zijn, voor een groot deel van economisch-sociale aard zijn. Het is toch de filosoof Girard geweest die wezenlijk de kern van de secularisatie aantoont. Indien er een 'goddelijke' waarheid is in het christendom, dan is deze juist gelegen in de ontmaskering van het geweld dat aan de wieg staat van het sacrale in de natuurlijke religiositeit. Dat wil zeggen van het sacrale dat kenmerkend is voor de metafysische God.49 De vergeestelijking waarover Vattimo spreekt heeft echter niet alleen betrekking op de wijze waarop de bijbelse teksten gelezen moeten worden. Zij kan worden aangetroffen in alle aspecten van het leven, als postmodern resultaat van de modernisering. Men kan ook zeggen dat het culturele, politieke en sociale pluralisme dat kenmerkend is voor de postmoderne wereld, leidt tot een soort 'vergeestelijking' van het realiteitsbesef zelf. Met de woorden van Nietzsche: “Er zijn geen feiten, alleen interpretaties”, moeten we er ons van bewust zijn dat iedere relatie tussen ons en de wereld 'bemiddeld' is.50 Door de secularisatie zijn we ons daarvan bewust.
2.3.4 Metafysica en traditie
Vattimo meent dat we als mens meer dan een computer in staat zijn een atmosfeer, een spanning waar te nemen met onze zintuigen. We ‘voelen’ iets ook indien er niets 'concreets' is. Daarom mogen we de romantische droom niet opgeven en hopen dat het leven niet eindigt met de dood van het lichaam. Om de wereld te interpreteren en morele keuzen tegen elkaar af te wegen kunnen wij volgens Vattimo niets anders doen dan ons te oriënteren op het appèl dat op ons gedaan wordt vanuit de geschiedenis waarin wij altijd betrokken zijn. Een appèl dat zeker niet eenduidig is, en dat onze interpretatie nodig heeft. Die beslissing om onze afkomst te interpreteren is een vraag om ons joods-christelijke erfgoed expliciet te aanvaarden. Vattimo beseft dat “…het erkennen van deze verwantschap botst, juist waar het de laatste vragen betreft, met de eschatologie”.51 Maar dat zijn vragen over de dood. In het leven bevindt men zich altijd in een traditie. Men kan in het leven nooit vanaf een nulpunt beslissen. De opgedrongen objectiviteit beïnvloedt altijd het subject. Ook Heidegger erkent de onoverkomelijkheid van de metafysica.52 In het christelijke spraakgebruik zegt Heidegger, betekent parousie de wederkomst van de reeds gekomen Messias. Het verwachten van de parousie is echter iets heel anders dan het wachten op een gebeurtenis die zich in de toekomst in de lineaire tijd zal voordoen. Het ligt in het gebeuren, in het nu en niet in de toekomst. Heidegger noemde dat de authentieke temporaliteit.

We moeten beseffen dat in het christelijke leven er geen enkele zekerheid is. Het feitelijke praktische dagelijkse leven wordt gekenmerkt door een voortdurende fundamentele onzekerheid. Deze onzekerheid is noodzakelijk om het gebeuren van de parousie nu mee te maken en niet te wachten op de toekomst.53

Maar de eeuwigheid van God komt in het licht van de dood altijd naar boven.

Zo stelt Vattimo dat:
“…wanneer men de mogelijkheid van de dood in overweging neemt, de verschillende concrete mogelijkheden van het leven verschijnen in hun ware betekenis van mogelijkheid, en omdat zij zich niet tot iets 'definitiefs' verharden, maken zij het bestaan als een zinvol discours mogelijk”
Dat is Vattimo’s manier om het leven draaglijk te maken.54
2.3.5 Geweld



De hang naar objectiviteit is ook bij Vattimo niet volledig weg. Ook Nietzsche en Heidegger zaten gevangen in het Griekse objectivisme en weigerden om de implicaties van de christelijke antimetafysische revolutie tot het einde toe te doordenken. Dat kan alleen wanneer het de liefde uitdrukkelijk als een beslissende factor in het zoeken naar waarheid erkent. De centrale rol die de liefde voor de ander of de Ander, - die van Levinas, met hoofdletter - speelt is een bevestiging van Vattimo's hypothese betreffende de centrale rol van de caritas. Tegenover de liefde stelt Vattimo het geweld. Geweld komt voort uit de behoefte, de bedoeling en de pretentie om een eerste en laatste principe of waarheid te verwezenlijken. Geweld lijkt voor Vattimo een aangeboren behoefte te zijn waaraan de metafysica tegemoetkomt. Vattimo daarover:

ok de deeën van Nietzsche en “Deze wil om de oergrond te bevatten is diep verbonden met de hybris van de mens om volkomen meester te zijn over zijn eigen bestaan en met de wil tot overleven die ons aandrijft, en die in laatste instantie het geweld rechtvaardigt”.55
Jezus is tegelijk slachtoffer en priester en ervaart daarmee de liefde en het geweld. Het radicaal doordenken van de metafysische god, die van het geweld en de mensgeworden God, die van de liefde, vormen geen alternatieven. Ze zijn integendeel in de oude en moderne geschiedenis van de christelijke kerk zodanig met elkaar verstrengeld dat het moeilijk is ze van elkaar te onderscheiden.56
2.4 Kritieken op Vattimo’s filosofie

 

In de loop van de twintigste eeuw moest God steeds meer plaats maken voor een ontnuchterde wereld van rede en wetenschap. De religie weigert echter hardnekkig uit te sterven. De katholieke kerk e katholieke kerk wint, meer dan het protestantisme, zelfs opnieuw aan intellectueel aanzien en is misschien aan een comeback bezig. In Het krediet van het credo legt Ger Groot de nadruk op een wezenlijk verschil tussen het protestantisme en het katholicisme. In het protestantisme zijn de rede en het hart twee volledig andere wegen ingegaan. Ze kruisen elkaar niet meer. Ze zijn allebei volledig losgeslagen maar ze hebben niets meer met elkaar te maken. We zijn ofwel hopeloos rationeel ofwel hopeloos romantisch. Ze bekritiseren elkaar niet meer. Protestantisme is zo goed als synoniem voor moderniteit en rationaliteit. Het katholicisme vindt hij echter heerlijk hypocriet en inconsequent. De rede en het hart zijn daar wat meer verweven. Katholieken hebben daardoor een onderhandelbaarheid en soepelheid en dat maakt voor hen het leven leefbaarder. Het katholicisme bestaat uit rituelen, het protestantisme bestaat uit het woord. Het punt is dat voor de katholieken de inhoud veel minder belangrijk is dan de opvoering van de riten. Op momenten wanneer het erop aan komt, bij de dood, de geboorte, het huwelijk hebben we een behoefte aan rituelen of troost.57 De katholiek luistert meer met zijn hart. De historische godsbewijzen van de katholieken zijn één van de vele redeneringen die duidelijk maken dat ook de rationaliteit bij de katholieken werd ingeschakeld. Een protestant zal dit als een inconsequentie zien maar Vattimo ziet het als ‘oscillatie’. Een protestant worstelt enkel met de rede en dat leidt tot schizofrenie. De katholiek is gewoon praktisch verstandiger. Vanuit een onzekerheid laat hij een beetje zijn hart spreken en een beetje zijn verstand. 58 Dat is misschien één van de redenen van de terugkeer van het katholicisme in de maatschappij. Toch stelt Ger Groot dat secularisatie en moderniteit samen gaan met de rede en niets van doen heeft met een soort romantiek.59 “De ‘eschatologie van transcendentie’ gaat radicaal in tegen het immanent maken van de transcendentie van het religieuze “ stelt ook W. L. Van Der Merwe.60 Ger groot en Van der Merve beweren impliciet dat katholicisme en rede onverenigbaar zijn. Vattimo ontkent dat en erkent dat er twee bronnen van de waarheid zijn: de Schrift én de traditie. Ger Groot beseft daardoor dat Vattimo ontegenzeglijk meer van een katholiek heeft dan van een protestant.61 Het hypocriete of inconsequente in het katholicisme komt mijn inziens ook tot uiting in Vattimo’s twee godsbeelden. Ger Groot merkt daarover op dat het niet altijd duidelijk is welke van de twee godsbeelden Vattimo nu houvast geven. Vattimo geeft toe daarmee nog niet in het reine te zijn.62 Het is verstandig om zich te schikken naar de traditie, dat was in de jaren zestig al de mening van J. Goudsblom. Die meent dat de institutionalisering van de kerk de redding geeft. Hij meent dat omdat het individuele verstand volgens hem de hoogste problemen niet aan kan. Als men geheel op eigen beweging naar de waarheid zoekt, geraakt men in onoplosbare problemen. De allerhoogste angsten hebben te maken met onze hartstochten en de rede is daar machteloos tegen. Het geloof brengt redding en filosofen hebben nu éénmaal geen vat op de godsdienst.63 Hij trad Vattimo al voortijdig bij maar dat betekent niet dat Vattimo’s filosofie niet problematisch kan zijn. Zo wees Goudsblom er goed vijftig jaar geleden op dat nihilisme in zijn meest zuivere vorm altijd problematisch is. Zuiver nihilisme verwerpt alle ethische normen.64 Dat is wat Vattimo volgens mij juist niet doet door zich in de traditie te werpen. Daar hoort voor Vattimo ook geloof bij. Geloven is voor Goudsblom echter een vlucht uit vrees voor de wereld van hun instincten, de realiteit.65

De metafysische God was een God die een waarheid uitdroeg. Maar had de mensgeworden God met de prediking van de liefde en vrijheid dan ook geen waarheid in handen? Ger Groot vroeg het aan Vattimo. “Vrijheid is een absoluut idee, ja. Maar het is een absoluut idee van de vernietiging van alles wat absoluut is”. Met een dergelijk wazig antwoord kan je mijns inziens altijd de waarheid ontwijken. Vattimo geeft die wazigheid zelf toe: “Geloof betekent juist dat je het slechter weet”. 66 Hij schrijft een heel oeuvre over de mensgeworden God maar als men Vattimo kortaf vraagt of het eeuwige nu bestaat antwoordt hij: “ Ik hoop het,[…], het ergste wat ons kan overkomen , is dat wij na de dood niet meer zouden bestaan”. 67 Volgens Vattimo is de metafysica een gewelddadige reactie op een situatie van angst en geweld en daarom wil hij af van de metafysica.68 Sorin Alexandrescu ziet in Vattimo’s aanpak de methode om zich te bevrijden van het autoritarisme, van een normensysteem en van een ethiek.69

Maar is het wel een bevrijding van normen en idealen? Voor mij lijkt het dat Vattimo oude wijn schenkt in nieuwe zakken. Ik zie in de kern weinig verschil tussen zijn subjectieve idealisme en het metafysische idealisme. Voor mij blijft dat idealisme en dat blijkt ook uit de roeping die hij heeft. Berry Vorstenbosch vraagt zich af of Vattimo zijn links geëngageerde idealen zou hebben gehad als hij in 1916 in plaats van 1936 zou zijn geboren. Waarschijnlijk niet, en Vattimo antwoordt daarop dat je geen enkel ander referentiepunt hebt dan je geschiedenis en de interpretatie ervan. Vorstenbosch stelt dan ook dat het altijd een hachelijke zaak is om een interpretatie te geven van de manier waarop je zelf bij een tijdperk hoort. Je loopt altijd het gevaar een conformist te zijn. Vattimo antwoordt daarop dat zijn homoseksuele geaardheid hem daarvoor behoedde. Het is misschien een vraag voor psychologen maar is het misschien niet juist vanwege zijn geaardheid dat hij een zeker conformisme uitstraalt? Vattimo geeft ook grif toe dat hij nog graag naar de kerk zou willen gaan maar dat hij het juist vanwege zijn homoseksuele geaardheid niet doet. 70 Getuigt dat niet van conformisme?

Gabriël van den Brink heeft betreffende het idealisme in onze tijd ook een standpunt. Hij stelt vast dat het idealisme in de loop der eeuwen niet verdwenen is maar het werd aardser, praktischer en meer alledaags van aard.  We zoeken het heil in het gewone leven en in de actie van sociale projecten zoals Artsen zonder grenzen of Amnesty International. Een toenemend aantal mensen werkt niet alleen voor een inkomen maar ook om zich te ontplooien of iets te kunnen betekenen voor anderen. Bij het bedrijfsleven wordt niet alleen gelet op winstcijfers maar ook op zaken als publieke verantwoordelijkheid of milieu. Over de hele breedte van het maatschappelijke leven hebben denkbeelden en idealen tegenwoordig

zelfs méér gewicht dan in de periode vóór 1970. Hij beseft dat er discussie is over dit idealisme maar hij gelooft niet dat het goddelijke zich geheel uit de moderne wereld teruggetrokken heeft.71 Ik kan Vattimo’s filosofie mooi in deze redenering plaatsen. We leven in de moderniteit en het meest algemene daarvan is voor Vattimo het geloof in de vooruitgang en het geloof in de progressiviteit.72 We moeten ons zelf emanciperen, onszelf bevrijden. Dat alles moet leiden naar de herkenning van onszelf. Dat is het doel.73 Ik kan niet anders dan dit als idealisme zien.
2.5 Conclusie
Voor Vattimo zijn er dank zij het nihilisme geen redenen meer om de godsdienst af te wijzen. Het nihilisme is een essentiële en noodzakelijke fase in de filosofie geweest om het christendom te hervinden. Dat christendom legt een geloof in het niet-gewelddadige bloot. De kracht die je uit de liefde van de ander kan putten moet je in staat stellen om de angst voor het gewelddadige in de wereld te overwinnen. Camus’ vraag of we niet beter meteen zelfmoord kunnen plegen wordt door Vattimo dus negatief beantwoordt. Dat komt ondermeer ook omdat hij van mening is dat er meer is dan alleen maar de rede en de filosofie. De mens is via de rede niet in staat alles te kennen. Er zijn zaken die men moet geloven. De kenosis van God bijvoorbeeld. Men moet een sprong maken om zich van de rede te ontdoen. Op die manier verenigt Vattimo het geloof met zijn filosofie.
3 Emile Cioran
3.1 Wie is Emile Cioran?
Emil Cioran (1911-1995) werd geboren in Rasinari, een dorpje in Transsylvanie, Roemenië, als zoon van een Russisch- orthodoxe priester. In 1933 gaat hij in Berlijn filosofie studeren. In 1934 publiceert hij zijn eerste boek, Op de toppen

van liegen en wanhoop, in 1937 gevolgd door Over tranen en heiligen. In 1937 vertrekt hij naar Parijs om er aan een proefschrift over Bergson te werken. Voor zijn Précis de Décomposition uit 1949 krijgt hij in 1950 de Prix Rivarol. Zijn

belangrijkste boeken nadien zijn Syllogismes de I'Amertume (1952), Histoire et Utopie (1960), De l'lnconvénient d'être né (1973), Ecartèlement (1979), Excercices d'Admiration (1986). La tentation d'exister uit 1956 is Ciorans lievelingsboek.74 In 1995 sterft hij in Parijs.



3.2 Gevierendeeld

3.2.1 Waarheid
Cioran steekt in het boek Gevierendeeld van wal over de waarheid. In de hemel verzamelen de engelen zich rond de ware waarheid. Op aarde heerst de ontkenning van de waarheid. Ook de boeddhisten maken een onderscheid tussen de ware waarheid en de dwalingwaarheid. Cioran koppelt waarheid aan geschiedenis. Geschiedenis is verandering en dè waarheid verandert niet. De ware waarheid dient om frustraties te bestrijden. De geschiedenis is voor een engel of boeddhist vreemd omdat in het historische proces alle waarheden dwalingwaarheden zijn. De geschiedenis komt op gang door een ‘weifeling van de waarheid’. De geschiedenis is essentieel bedrieglijk want die gaat over dwalingswaarheden. Om de ware waarheid te vinden moeten we verzaken aan de vrucht van het handelen. Dan pas valt de geschiedenis stil, omdat de dynamische waarheden die aan de grondslag van die geschiedenis zitten, een illusie blijken.75 De enige waarheid is dat er geen is, en dat is een onmenselijke waarheid”.76 Waarom legt Cioran zo de nadruk op waarheid en geschiedenis? De reden is dat een beschaving dood gaat als ze de waarheid niet kan behouden. Archaïsche samenlevingen bestonden juist zolang omdat ze niet vernieuwden en nog knielden voor hun waarheid. Griekenland en Rome gingen vroegtijdig dood, het oude China en Egypte hebben millennia geleefd in verstarring.



1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina