I. de betekenis van de hebreeuwse woorden (OT)



Dovnload 31.01 Kb.
Datum14.08.2016
Grootte31.01 Kb.
Het bijbelse kernwoord aannemen/ontvangen 1

I. DE BETEKENIS VAN DE HEBREEUWSE WOORDEN (OT)

Herhaaldelijk vinden wij in het O.T. de uitdrukking: De Heere neemt mensen aan; bijv.Job 42:9: ‘En de Heere nam het aangezicht van Job aan’.Hier wordt het Hebreeuwse werkwoord ‘naśa’ = opheffen gebruikt. Zie ook vs.8. Gedacht is dan aan het opheffen of omhoog richten van het aangezicht van de zich diep voor de Heere neerbuigende Job. Zie ook Ps. 3:4b: ‘God Die mijn hoofd opheft.. De Heere legt Zijn hand onder mijn hoofd en zegt: ‘Kijk Mij eens aan.’ En welk een wonder om dan te mogen zien in Zijn vriendelijke ogen, zoals een vader naar zijn kind ziet. Aannemen = aanvaarden/ adopteren.




  • Het Handwörterbuch van Wilhelm Gesenius schrijft bij de uitdrukking ‘iemands aangezicht opheffen: Het aangezicht van iemand die zich buigt opheffen, dat is hem genadig aannemen, hem gunst bewijzen. Zie ook Gen. 32:20v; 2 Kon. 3:14; Mal. 1:8v; Klaagl. 4:16. Voor de uitdrukking ‘naśa panym’ = iemands aangezicht aannemen = iemand gunstig tegemoet treden; zie 1 Sam.35:35; Job 42:8. Zie ook o.a. Lev.19:15; Deut. 10:17; 28:50 ; Job 13:8, 10; 32:21; 34:19 over: het aangezicht (van de geringe, van de oude) (niet) aannemen = hem (niet) naar de ogen kijken/ (geen) aanneming des persoons/ zijn persoon aannemen of: het aangezicht van de goddeloze aannemen (Ps.82:2; Spr.18:5; Mal.2:9).

Het Hebr.werkwoord ‘laqach’ (aannemen) wordt ook wel gebruikt in de zin van: iemands offer aannemen (Richt. 13:23) en het gebed aannemen (Ps. 6:10); in Deut. 4:34 en Jes.14:2; Jer. 3:14 wordt ‘laqach’ gebruikt in de betekenis van ‘een volk aannemen’ (door God/ door de volken). Dit werkwoord wordt ook wel gebruikt voor: het onderwijs/ mijn redenen/ verzoening/ de geboden/ wetenschap/ het Woord des Heeren aannemen (Spr 2:1; 4:10; 8:35; 10:8; 21:11; 24:32; Jer. 9:20); maar ook van: de vreemden (als man) aannemen tot overspel (Ezech.16:32).

Het Hebr. werkwoord ‘asaf’ (aannemen) (Num.12:14v) = in de kring opnemen; ook wel gebruikt voor: mij aannemen (tot Zijn kind) (Ps.27:10).

Het Hebr.werkwoord ’qabal’ is: iets, c.q. een gewoonte (bijv.purimfeest) aannemen (Esther 4:4; 9:23). Vgl. Job 40:18.

Het Hebr. werkwoord ‘sapach’ (slechts een enkele keer) = bijvoegen/ onderbrengen bij (1 Sam.2:36).


Doordat de Heere zo met Job omgaat, neemt Hij de hele persoon van Job genadig aan. Hij keert Zich niet van hem af, maar aanvaardt hem in tegenstelling tot wat Jobs vrienden met hem doen.

Zo horen wij in het OT wel vaker, dat de Heere mensen, Israël tot Zijn volk aanneemt. Dat woord voor aannemen vinden wij o.a. in Ex. 6:7: ‘k zal ulieden tot mijn volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn.’ Hier wordt het Hebreeuwse werkwoord ‘laqach’ gebruikt. ‘Maar ulieden heeft de Heere aangenomen..’. Met die boodschap mocht Mozes naar het verdrukte Israël in Egypte gaan en hun boodschappen, dat de Heere dit prijsgegeven volk, naar wie niemand omzag en voor wie niemand opkwam, adopteert.


Hij doet daarmede hetzelfde als wat Mordechai doet bij de dood van Esthers ouders: hij neemt haar als dochter aan (Esther 2:7; ook hier weer het Hebr. werkwoord ‘laqach’). Aannemen is hier steeds: adopteren. Zo neemt de Heere Israël aan, adopteert dit volk als zijn volk. Van dat ogenblik af heeft Israël de Heere als beschermer, redder, koning, zoals Esther vanaf haar adoptie Mordechai als beschermer heeft.
II. DE BETEKENIS VAN DE GRIEKSE WOORDEN (NT)
Het Grieks kent twee woorden, die beide de betekenis van ontvangen, nemen/ aannemen kunnen hebben. Het laatstgenoemde is lambanoo en het andere dechomai, beide met hun samenstellingen. Het verschil tussen beide woorden bestaat hierin, dat lambanoo betekent: iets/ iemand aannemen met een bepaald doel en dechomai: iets ontvangen/ aannemen uit de hand van iemand, die het aanbiedt. In de praktijk blijken deze woorden ook wel synoniemen te zijn.

A. GOD NEEMT EEN VOLK (ISRAËl/ DE HEIDENEN) AAN (ADOPTIE)
In het N.T. komt herhaaldelijk de aanneming van een persoon/ volk door God ter sprake.

Samenvatting


De Heere nam Israël tot Zijn volk aan en zal dat volk aannemen (‘lambanoo’), ook nadat het zijn Messias Jezus verwierp.

  • Rom. 9:4a: Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen (‘huiothesia’; zie 2 Sam.7:14a) 2

  • Rom. 11:15: Want indien hun verwerping (het tijdelijk passeren door God van Israël) de verzoening der wereld is (de wereld werd er schatrijk door), wat zal de aanneming (‘proslempsis’ ~ ‘proslambanoo’) = hun weer aangenomen worden door God) anders wezen dan leven uit de doden?

  • Hebr. 2:16:Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad van Abraham aan (‘epilambanoo’) = Hij verlost en redt het.

God bezocht de heidenen om uit hen een volk aan te nemen (‘lambanoo’) door Zijn Naam; Hand.15:14.

  • Rom.8:15, 23; Gal. 4:5; Ef. 1:5: opdat wij de aanneming tot kinderen van God (uit de heidenen) (’huiothesia’) zouden krijgen. Zie ook 2 Kor.6:17v

  • Rom.14:3: God heeft hem (zowel sterke als zwakke in het geloof) aangenomen (‘proslambanoo’). Zie ook Rom. 14:1; 15:7 (Christus nam ons aan; zo ook wij elkaar); zie ook 2 Kor. 6:17.

  • Hebr. 12:6: Hij geselt iedere zoon, die Hij aanneemt (‘paradechomai’); citaat uit Spr. 3:12.

  • Matth. 24:40v; Luk. 17:34vv: In het eindgericht zal God van twee personen (op een bed/op de akker/ in de molen) de een aannemen (‘paralambanoo’), de ander verlaten.

Deze aanneming door God vindt plaats op grond van vrije genade. Christus nam de gestalte van een slaaf aan (Fil. 2:7). Daarom is er vrijheid en een eeuwige toekomst voor allen zonder onderscheid die in Hem geloven.

Want er is geen aanneming des persoons bij God: Luk. 20:21 (‘lambanoo’); Gal. 2:6 (‘proslambanoo’) (vgl. Matth. 2:16; Mark. 12:14); Hand. 10:34 (‘katalambanoo’); Kol. 3:25; Jak. 2:1,9 1 Petr. 1:17 o.a. (‘prosoopolèmpsia’).
B. DE MENS NEEMT HET WOORD (HET VERKONDIGDE WOORD/ JEZUS CHRISTUS) AAN
In het navolgende komen slechts die teksten van het NT in behandeling die het aspect van het aannemen/ de aanvaarding, c.q. de ontvangst van het heil (het Woord/ Christus) in het geloof belichten; niet alle tekstgegevens waarin het woord ontvangen voorkomt, komen ter sprake. Het gaat hier om de vraag wat de relatie is tussen het aannemen van het heil/ het Woord/ Jezus Christus (‘lambanooo’) door de mens en het ter harte nemen/ ontvangen ervan (‘dechomai’) als gave. Vgl. Deut.30:1. Vaak is er sprake van de twee betekenissen ineen, ieder met een eigen accent. Zo is de betekenis van bijv.’paralambanoo’ ook wel ontvangen, net als de betekenis van ‘dechomai’.

We sommen nu achtereenvolgens de belangrijkste teksten op (met de Griekse werkwoorden) waarin sprake is van:


1) het Woord (de verkondigde boodschap, Jezus Christus) aannemen, in zich opnemen/ welkom heten. Met de nadruk op de actie van de kant van de mens. Aannemen is totaal iets anders dan grijpen en ook dan accepteren.

‘Lambanoo’ in Mark. 4:16; Joh. 1:12; Joh. 3:11; 3:32v; 3:27; 5:43; 12:48; Hebr. 5:4; 1 Joh.5:9; Openb.11:17.

‘Paralambanoo’ in Mark. 7:4; Joh. 1:11; 1 Kor. 15:1; Kol. 2:6; 4:17; 1 Thess. 2:13; Filem.:17.

‘Analambanoo’ in Ef. 6:13, 16.


2) het Woord (de verkondigde boodschap, Jezus Christus) aanvaarden/ gunstig ontvangen/ in ontvangst nemen in de zin van het Engelse woord ‘receive’.
‘Dechomai’ in Matth. 11:14; Mark. 10:15; Hand. 8:14; 11:1; 17:11; 1 Kor.2:14; 2 Kor. 6:1; 2 Kor. 8:17; 2 Kor. 11:4; 2 Kor.11:16; Gal. 4:14; 1 Thess. 1:6; 1 Thess. 2:13; 2 Thess.2:10; Jak.1:21;

‘Paradechomai’ in Mark. 4:20; Hand.16:21 Hand. 22:18; 1 Tim. 5:19:

‘Apodechomai’ in Hand.2:41; Hand. 24:3; 1 Tim.1:15; 4:9;

‘Prosdechomai’ in Hebr.10:34; 11:35;



‘Epidechomai’ in 3 Joh.: 9.
Uit dit overzicht blijkt, dat de uitdrukking het Woord (het evangelie, het getuigenis) aannemen/ ontvangen in het N.T. gaarne gebruikt wordt en een echte zendingsterm is. Er worden in het Grieks een aantal verschillende woorden voor gebruikt.


Samenvatting


  • Het aannemen van het Woord is een menselijke daad, die op Gods bevel gedáán moet worden en wat Hij hem te doen gééft. Daarin maakt Hij hem verantwoordelijk. Zonder dat Woord was en is de mens verloren; straks zelfs eeuwig. Nu echter het Woord van God hem bereikt heeft, is hij een antwoord schuldig. Hij geeft dit óf door het Woord te verwerpen (dan het eeuwig oordeel; Jak.3:1) óf door het aan te nemen. Alleen het laatste beantwoordt aan de wil Gods. Dan ontvangt hij de kroon des levens (Jak.1:12)




  • Wie het Woord aanneemt, onderwerpt zich er aan en laat het over zich heersen. Hij neemt het op in zijn hart en met zijn hart. Hij laat het er wonen. Van dat ogenblik af gaat het in hem werken, want het is een levend, werkzaam, energiek woord. Het doet een mens iets. Het is een actieve en creatieve kracht Gods. Het verdrijft het donker van de onwetendheid en verspreidt in het innerlijk het licht van de kennis Gods (2 Kor. 4:6). Het ontrukt de mens aan de machten, waaraan hij tot dan toe onderworpen was, en het brengt hem onder de macht van zijn Redder Jezus Christus.

  • Het (gepredikte) Woord horen en aannemen = Jezus Christus aannemen tot zijn behoud en eeuwige verlossing. Aannemen = omhelzen (met het hart). Het is alleszins aanbevelenswaardig om de hoorders van het Woord daartoe op te wekken. De mens is van nature onbekwaam tot enig goed (Rom.3:11vv). Maar ook geldt wat de Dordtse Leerregels belijden: ‘God zendt goedertierenlijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap, tot wie Hij wil en wanneer Hij wil; door wier dienst de mensen geroepen worden tot bekering en het geloof in Christus, de gekruisigde’ (Dordtse Leerregels,1.3). Een vergelijking van Hand.11:1 met 17:11 laat zien, dat de Griekse werkwoorden aannemen en ontvangen voor dezelfde zaak kunnen worden gebruikt Zie ook 1 Thess.2:13.

  • Er komen in de evangeliën ook mensen voor, van wie uitdrukkelijk gezegd wordt, dat zij Jezus opnemen of ontvangen: de schare (Luk. 8:40). Martha (Luk. 10:38), Zacheüs (Luk. 19:6), de Galileeërs (Joh. 4:45). In elk geval gaat het in de laatste tekst om meer dan het verlenen van gastvrijheid. Want de Galileeërs ontvangen Hem, omdat zij gezien hadden al wat Hij te Jeruzalem gedaan had. Jezus ontvangen is in deze gevallen vrijwel hetzelfde als in Hem geloven. Maar Jezus niet ontvangen, zoals de Samaritanen (Luk. 9:53; 10:10) betekent een ernstige miskenning van Hem als Messias. Zie ook Mark. 6:11; Luk. 9:5




  • Het N.T. spreekt zijn verwondering en blijdschap uit over het aannemen van het Woord. Het ziet daarin meer dan een daad van mensen. Daarachter gaat de onweerstaanbare kracht van Gods Geest schuil. Dat komt overduidelijk tot uitdrukking in het Evangelie naar Johannes (Joh. 6:44 – over de trekking van de Vader; 14:16 – over de Geest der waarheid, de andere Trooster o.a.). Dat blijkt ook, als Paulus God er onophoudelijk voor dankt, dat de Thessalonicensen het Woord hebben aangenomen. Hij dankt God daarvoor, niet de mensen. God is het, die hen daartoe bracht. Zelf immers erkennen zij, dat hun aannemen van het Woord door de overmacht van Gods genade jegens hen tot stand kwam. Het is hier als met Lydia van wie wij lezen in Hand.16:14vv, dat de Heere haar hart heeft geopend, zodat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd. Met andere woorden: de blijde boodschap komt ons hart binnen via het Woord/ de verkondiging (per verbum), maar alleen als zich daaraan ook de krachtige werking van Gods Geest paart (cum verbo).




  • Aanneming veronderstelt loslating. Men kan het Woord Gods slechts aannemen als men alle andere woorden loslaat. Niemand kan èn God èn de afgoden dienen. Wie de rechtvaardiging door het geloof aanvaardt, ziet af van elke vorm van zelfrechtvaardiging. Wie de liefde tot de waarheid aanvaardt, verwerpt de leugen. Daarom is aannemen van het Woord identiek met zich bekeren en tot geloof komen. Tenslotte: 'Jezus heeft bete­re dingen aan zondaars te geven dan dingen die Hij van hen kan vragen of die zij Hem kunnen aanbieden' (George Hutcheson).

  • In Joh. 3:27 lezen we: ‘Geen mens kan iets aannemen (‘lambano’), zo het hem uit de hemel niet gegeven zij.’ Aannemen betekent hier: een plaats innemen, op zich nemen van een taak/positie. In Kol. 4:17 schrijft Paulus ook over een bediening aannemen (‘paralambanoo’)

  • In Ef. 6:13,16 (neemt de gehele wapenrusting Gods aan; het schild des geloofs) heeft het Griekse werkwoord ‘analambanoo’ de duidelijke betekenis van ‘opnemen’, ‘aandoen’.



C.. MENSEN NEMEN ELKAAR AAN; ZIJ HOUDEN OPEN HUIS



Het ontvangen van een apostel/en van een kind

In het N.T. vinden wij het aannemen of opnemen of goed ontvangen van mensen in Matth. 10:14, 40vv par. (vgl. Joh. 13:20): ‘Die u ontvangt (‘dechomai’) ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem die Mij gezonden heeft. Die een profeet ontvangt in de naam van een profeet, zal het loon van een profeet ontvangen (‘lambanoo’); en die een rechtvaardige ontvangt in de naam van een rechtvaardige, zal het loon van een rechtvaardige ontvangen (‘lambanoo’). ‘


De positieve ontvangst van een apostel houdt de erkenning in van zijn ambt. Christus heeft hem immers tot Zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger aangesteld; daarom is het een zaak van het allerhoogste gewicht, hoe men op zijn komst en woord reageert. Het gaat hier om meer dan het vriendelijk en gastvrij opnemen van een medemens. De gemeente mag ook haar gedrag steeds afstemmen op wat haar via het apostolisch ambt is toevertrouwd. Zie Hand.15:4.
Een apostel weet zich van zijn kant eerst dan aangenomen als men zijn boodschap aanneemt. Zo hebben de Galaten Paulus ontvangen ‘als een engel Gods, ja als Christus Jezus’, toen hij onder hen kwam evangeliseren (Gal. 4:13v). Indien iemand daarentegen een apostel niet ontvangt (‘dechomai’) of zijn woorden niet hoort, sluit hij zich van het heil uit (Matth. 10:14v.)
Wat Jezus van Zijn apostelen zegt, zegt Hij bij een andere gelegenheid ook van een kind (Matth. 18:5; Mark. 9:37; Luk. 9 :48). Dat kind is hier symbool van de hulpbehoevende mens. Wie is de meeste? Die de minste kan zijn. Hieruit blijkt, dat een discipel van Jezus zijn medemens in nood niet links kan laten liggen. Vgl. Matth. 25: 31-46.
Het hartelijk ontvangen van medemensen/van medechristenen

Paulus ontving in Rome allen die tot hem kwamen (Hand. 28:30). Hij hield open huis. En zo behoort het ook nu nog toe te gaan onder hen die Jezus toebehoren. De medemens mag worden gezien als ‘medereiziger naar de eeuwigheid’.


Maar binnen de gemeente is het ontvangen en het hartelijk opnemen/ verzorgen van medechristenen ook een wezenlijk onderdeel van haar roeping.

Vgl. Hand.21:17. Apollos krijgt van de broeders in Efeze een brief mee voor de Korinthiërs, inhoudend dat zij hem vriendelijk moeten ontvangen (Hand. 18:27). En in Rom. 16:2 schrijft Paulus, dat Febé in de Heere ontvangen moet worden op een wijze die de heiligen betaamt. Hetzelfde vraagt hij voor Epafrodítus (Fil. 2:29), voor Markus (Kol. 4:10) en voor Onésimus (Filem. :12, 17).


Daarentegen zegt 2 Joh.: 10v van een dwaalleraar: ‘Ontvangt hem niet in huis en zegt tot hem niet: Zijt gegroet’. Wie hem welkom heet, heeft deel aan zijn boze werken. Juist uit deze tekst blijkt, dat het ontvangen van medechristenen meer inhield dan betoon van beleefdheid of vriendelijkheid.

Ook het element van de erkenning van de broeder of ambtsdrager speelt er in mee en het besef, dat men één is met hem die men opneemt (vgl. 3 Joh.: 9).


Paulus wekt daarentegen in Rom. 15:7 ons wel terdege op om elkaar te aanvaarden: ‘Daarom neemt elkander aan, gelijk ook Christus ons aangenomen heeft, tot de heerlijkheid Gods’.

Uitleiding (over het aannemen van Jezus Christus)


R.Erskine schrijft ergens: ‘Indien gij na dit alles zou zeggen: ‘Ik kan Hem niet aannemen, ik kan niet geloven, ik kan niet tot Hem komen;’ wel, het is waar, gij kunt niets doen. Maar daar is iets dat ik u vragen moet, of gij het doen kunt. En dat is: Kunt gij Hem weigeren? Kunt gij Hem verwerpen? Kunt gij het tegen Hem blijven uithouden?’



1 Voor deze voordracht is gebruik gemaakt van:

Hebräisches und Aramäïsches Handwörterbuch van Wilhelm Gesenius; 16e Aufl.; Leipzig 1915.

Abraham Trommius, Nederlandse concordantie des Bijbels; 6e dr.;Rotterdam; z.j.

F. J. Pop, Bijbelse woorden en hun geheim. 's Gravenhage 1964.

Het woordenboek Easten Bible Dictionary in Bible Works.

Robertson’s Word Pictures in Bible Works, ad Matth.28:20.



Dictionary of Paul and his letters (ed. Gerald F. Hawthorne/ Ralph P. Martin); Leicester 1993; s.v. Adoption/ sonship


2 J.M. Scott in Dictionary of Paul and his letters (s.v. adoption/ sonship) verwijst bij deze tekst en bij Rom.8:15, 23; Gal. 4:5; Ef. 1:5 (zie onder) naar 2 Sam.7:14.

In Easten Bible Dictionary in Bible Works lezen we onder adoption: the giving to any one the name and place and privileges of a son who is not a son by birth. (1.) Natural. Thus Pharaoh's daughter adopted Moses (Ex 2:10) and Mordecai Esther (Es 2:7) (2.) National. God adopted Israel (Ex 4:22 De 7:6 Hos 11:1 Ro 9:4) (3.) Spiritual. An act of God's grace by which he brings men into the number of his redeemed family, and makes them partakers of all the blessings he has provided for them. Adoption represents the new relations into which the believer is introduced by justification, and the privileges connected therewith, viz., an interest in God's peculiar love (Joh 17:23 Ro 5:5-8) a spiritual nature (2Pe 1:4 Joh 1:13) the possession of a spirit becoming children of God (1Pe 1:14 2Jo 1:4 Ro 8:15-21 Ga 5:1 Heb 2:15) present protection, consolation, supplies (Lu 12:27-32 Joh 14:18 1Co 3:21-23 2Co 1:4) fatherly chastisements (Heb 12:5-11) and a future glorious inheritance (Ro 8:17,23 Jas 2:5 Php 3:21).







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina