I iaën balken iamatologie acognosie, geneesmiddelkunde iatrice



Dovnload 0.63 Mb.
Pagina5/8
Datum22.07.2016
Grootte0.63 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Indonesische gevleugelde witte mier - larong


Indonesische godheid - Sri

Indonesische groet - heil, slamat, welvaren

Indonesische heer   toe(w)an

Indonesische heester - gambir

Indonesische heiligdom - poeri

Indonesische hennep - jute

Indonesische hobo - serunai

Indonesische houten dakpan - sirap

Indonesische houtskool - areng

Indonesische inlandse boer - tani

Indonesische inlandse - laskaar, matroos

Indonesische jenever - pait

Indonesische jongeling - pemoeda

Indonesische jongere broer of zuster - ade(e)

Indonesische juffrouw - nonna

Indonesische kamponghond - gladakker

Indonesische kast - lemari

Indonesische kinderjuffrouw - baboe

Indonesische koe - sapi

Indonesische landbouwer - tani

Indonesische landmaat - bouw, patok

Indonesische leermeester - goeroe

Indonesische lengtemaat - paal

Indonesische ligmat - tikar

Indonesische maat   bahoe, paal

Indonesische markt   passar, pasar

Indonesische methode om weefsels fraai te kleuren - batikken

Indonesische moskee - mesigit

Indonesische munt - gobang, roepia(h)

Indonesische moskee - mesigit

Indonesische munt - gobang, ringgit, roepia(h), sen

Indonesische naam voor jenever - pait,split

Indonesische nachthagedis - gekko

Indonesische nachtlampje   pelita

Indonesische nederzetting in N. Amerika - pueblo

Indonesische neushoorn - badak

Indonesische omslagdoek - sarong

Indonesische open winkel   warong

Indonesische oppervlakte maat - bahu, bouw

Indonesische opzichter - mandoer, mantrie

Indonesische palm - aren, lontar

Indonesische palmwijn   toeak

Indonesische peulvrucht - katjang

Indonesische plant - amoom, bamboe, betel, sirih

Indonesische ploegbaas - mandoer

Indonesische politiedienaar - geelbies, geelvink

Indonesische razernij - amok

Indonesische rieten mand voor verpakking - knaster

Indonesische rivier - kali

Indonesische rijksgrote   panglima

Indonesische rijst   nasi

Indonesische rivier   air, ajer, Brantas, kali, Solo

Indonesische sierplant - aloë

Indonesische stad -

  1. Palu

5 Ambon, Medan

6 Djambi, Malang, Manado, Padang

7 Bandung, Kendari, Kuppong, Makasar, Mataran

8 Bengkulu, Denpasar, Djakarta, Semarang, Surabaja

9 Pakanbaru, Palembang, Pontianak, Samarinda,

Surakarta

10 Balikpapan

11 Djokjakarta



12 Bandjermasin

Indonesische tafelbediende - spen

Indonesische talen   Atjehs, Balisch, Bataks, Javaans, Madurees, Maleis, soundaas

Indonesische tempelplaatsen - Adsjanta, Euora

Indonesische titel voor vrouwelijke vorstelijke personen op Java en Madoera   ratoe

Indonesische vesting - benteng

Indonesische volbloed - totok, Hollander

Indonesische vorst - ratoe

Indonesische vulkaan - Batur, Gede(h)

Indonesische winkel   toko

Indonesische zalf – boreh

indoorsport - zaalsport

indopen – dippen, instippen, scheppen, soppen

indoping   bad, dompeling, immersie

indriachtige - avahi, babakoto, sifaka, wolmaki

in drievoud - triplo

indrift - landweg, toepad

indrijven - beitelen, griffen, inslaan, instuwen

indrillen - instampen

indringen - binnendringen, doordringen, indrijven, infiltreren, penetreren

indringend   afdoend, diep(gaand), grondig, indringerig, nadrukkelijk, penetrant

indringer - inbreker, infiltrant, insluiper, intrigant, kraker, kuiper, panthe, sluiper, spion

indringerig turen - loeren

indringing - penetratie

indroging - vochtafgifte, vochtverlies

indroog - gortdroog, kurkdroog

indruisen - botsen, disharmoniëren

indruk   gevolg, idee, impressie, invloed, merk, moet, neep, prent. schets, sensatie, striem, spoor, uitwerking, teken, voetstap,

indruk in gewichten - merk

indrukking - deuk, impressie

indruk maken   imponeren

indruk makend   eerwaardig, pakkend, waardig

indruksel - deuk, moet, spoor

indruk, onder – bekommerd

indruk van een wiel - spoor

indrukwekkend   aandoenlijk, aangrijpend, eerwaardig, grotesk, groots, hartroerend, imponerend, imposant, impressief, machtig, majestueus, monumentaal, ontzaglijk, roerend, sensationeel, statig, treffend

indrukwekkend met woorden - tirade

indruppeling - infiltratie, instillatie

indrijven - beitelen, griffen, inslaan, instuwen

indubitabel - ontwijfelbaar

induceren - afleiden, besluiten, overreden

inductie - beïnvloeding, gevolgtrekking, influentie, overreding, suggestie

inductieklos - bobine

induffelen - inbakeren, inpakken

indulgent - toegevend

indulgentie - aflaat, toegevendheid, tolerantie, verschoning

indulgestie   aflaat, toegevendheid, verschoning

indult - dispensatie, respijt, uitstel

industrie   fabriek, fabriekswezen, nijverheid

industrieel   fabrikant

industrieus - vernuftig, vindingrijk

industriegebied   Bot-Lekgebied , Mijnstreek, Roergebied, Zaanstreek

industrieel grootbedrijf - fabriek

industrieschool   technicum

industriestad - fabrieksstad

Industriestad in Engeland   Leeds, Liverpool Manchester, Oldham, Sheffield

industriestad in Nederland   Amsterdam, Eindhoven, Enschede, Hengelo, Krommenie, Rotterdam, Tilburg, Zaandam

indutten   inslapen, soezen

indijken - droogmaken, inpolderen

ineen   compres, dichter, in elkaar, samen, tezamen, vereend, vast,

ineendraaiing - torsie

ineendrukken - verfrommelen

ineengedraaid - dral(touw)

ineengedraaide halmen om bossen te binden - strowis

ineengedraaide hennep - lording

ineengedraaide punt van een touw - slurp

ineengedraaide vlecht - tis

ineengedrongen   beknopt, compensieus, corpulent, gezet, klein, kort

ineengedrongen pluim - spies

ineengedrukte, geperste massa - klamp, klont

ineengestampte aarde - pise

ineengevlochten aanvangsletters - monogram

in een klap - ineens

ineenlopende kamers   suite

ineens   abrupt, eensklaps, eensslags, onverwachts, opeens, pardoes, plots(eling), plotsklaps, subiet, terstond,

ineenschuiven (als bij een verrekijker) - telescoperen

ineenschuiving - invaginatie

ineensluiten - passen

ineensmelten - amalgameren
ineen smelting   eenmaking, fusie, samensmelting, unificatie

ineenstorten - neervallen

ineenstorting   afbrokkeling, bezwijking, collaps, debacle, inzakking, krach, mislukking, ondergang, prostatie

ineenstorting van koersen   krach, slump

ineenvloeien - conflueren, samenstromen

ineen voeging   inlas

ineenzakken - bezwijmen, flauwvallen, instorten

ineenzetten - construeren, samenstellen

ineen zetting   montage

inefficiënt - ondoelmatig, onhandig

inegaal   oneffen, ongelijk, veranderlijk

inenten   inoculeren, vaccineren

inenting   inoculatie, spuit, vaccinatie

inentingsbriefje - pokkenbriefje, vaccinbewijs

inentstof - koepokstof, serum, vaccin

inept   absurd, dwaas, ongerept, ongerijmd, zot

ineptie - zotheid

inert   apathisch, futloos, indolent, laks, langzaam, loom, lui, sloom, traag, willoos

inertie - apathie, bezittend, indolentie, inert, inexorabel, laksheid, loomheid, luiheid, sloomheid, traagheid, onverbiddelijk

inetsen - graveren

inexperiëntie - onhandigheid, onervarenheid

inexplicabel - onoplosbaar, onverklaarbaar

inexpressibel - onuitsprekelijk

infaam   aanstotelijk, abject, eerloos, ergerlijk, gemeen, laag, laaghartig, laf, schandalig, schandelijk, snood, vuil

infamant - onterend

infamie   eerloosheid

infanterie   inf. ,voetvolk

infanterist   peon, piolu, riot, soldaat, voetknecht, zandhaas

infanterist uit het oude Griekse leger - peltast

infantiel   flauw, kinderachtig, kinderlijk

infantilisme - onvolwassenheid

infarct - hartaanval, (vaat)verstopping

infatigabel - onvermoeibaar

infatuatie - inbeelding, verwaandheid

infavorabel - ongenegen, ongunstig, onvoordelig

infect - aangestoken, afschuwelijk, besmet

infecteren - besmetten

infectie   aansteking, besmetting, ontsteking, sepsis

infectieziekte  

3 bof, tbc

4 pest

5 droes, griep, lepra, tyfus



6 angina, pokken

7 cholera, druiper, malaria, mazelen, sifilis, sjanker, tetanus,

8 difterie, Kala-azar, miltvuur, nekkramp, roodvonk,

trachoom


9 influenza, kinkhoest, paratyfus, vlektyfus

10 dysenterie, erysipelas, trichinose,

11 malta-koorts, slaapziekte, tuberculose, waterpokken

12 hondsdolheid,

15 pappatacikoorts,

16 kinderverlamming, papegaaienziekte



17 amoebedysenterie

infectieziekte bij het vee - miltvuur

infereren - afleiden, besluiten

inferieur   minderwaardig, ondergeschikt, slecht

inferieure - mindere

inferioriteitscomplex - minderwaardigheids, complex

infernaal   boosaardig, duivels, hels

inferno - hel

infertiliteit - steriliteit

infesteren -invallen, plagen, verontrusten, verpesten

infideel - ontrouw, trouweloos

infideles - heidenen, ongelovigen

infideliteit - ontrouw, trouweloosheid

infiltrant - binnendringer, indringer, doorzijging

infiltratie - doorsiepeling, indringing

infiniteit - eindeloosheid, oneindigheid

infinitesimaalrekening - differentiaalrekening, integraalrekening

infirmarius - kloosterarts, ziekenvader

infirmerie - hospitaal, ziekenboeg, ziekenhuis

inflammatie - brand, ontsteking

inflammeren - ontbranden, ontsteken

inflatie - devaluatie, geldontwaarding, waardevermindering

inflecteren - (ver)buigen

inflexie - afwijking, buiging

inflexibel - hardnekkig, onbuigzaam

inflictie - strafoplegging, vonnis

influenceren - beïnvloeden

influentie - invloed, inwerking

influenza   griep

influenzalijder - grieppatiënt

influisteren   inblazen, souffleren, voorzeggen

influistering - inblazing

informaliteit - ambtsvergrijp, onvormelijkheid

informant - zegsman

informatie   bericht, boodschap, gegeven, inlichting, mededeling, melding, nasporing, navraag, nieuws, onderricht, onderzoek, tip, voorlichting

informatiebureau   V.V.V., A.N.V.V., A.N.W.B., K.N.A.C.

informatiecentrum - documentatiedienst

informatiedienst inzake lectuur   l.D.l.L, prisma

informatie-eenheid in computer - bit

informeel - officieus, onvormelijk, voorlopig, vrijblijvend

informeren   onderrichten, navragen, inlichten, vernemen, vragen

infra - beneden

infraktie - afwijking, schending

infraroodstraling - warmtestraling

infructueus - nutteloos, vruchteloos

infunctietreding - ambtsaanvaarding

infusie - aftreksel, infuus

infusiediertje - afgietseldiertje, monade

infusoriën - afgietseldiertjes

infusoriënaarde - kiezelgoer, kiezelgur

ingaan   aanvangen, beginnen, betreden, binnengaan, inlopen, intreden, inwilligen

ingaan op een bod - reflecteren

ingaan op iets - reageren

ingaderen - innen

ingang   aanvang, aditus, begin, deur, entree, kek, intrede, intree, introduktie, introïtus, monding, opening, poort, toegang, voorspel

ingang der onderwereld - Acheron

ingang doen vinden onder de mensen - populariseren

ingang tot een lichaamsholte - introïtus

ingang trachten te doen vinden - propa(gand)eren, propageren

ingang van een groot gebouw - propylaeon

ingang voor voertuigen - inrit

ingebeeld - arrogant, denkbeeldig, genoegzaam, gewaand, hersenschimmig, illusior, imaginair, kwasterig, laatdunkend, minachtend, nuffig, onwezenlijk, pedant, putatief, suffisant, verwaand

ingebeelde kwaal hebbend - hiep, hypochondrisch

ingebeeld meisje - nuf, trut

ingebeeld wicht - nuf

ingeblikt vlees - cornedbeef

ingeboren   aangeboren, ingeschapen, inheems, natuurlijk

ingeboren aandrift - instinct

ingeboen aard - naturel, natuur

ingebouwde deurtoegang - portiek

ingebouwde pilaar - pilaster

ingebracht huwelijksgoed van de vrouw - bruidsschat, illaten

ingebruiknemen   openen

ingebruikneming - aanvaarding, betrekken, bezetting

ingeburgerd - aanvaard

ingedampt - gecondenseerd

ingedampt aftreksel van zoethout - drop

ingedeelde afstand   etappe

ingedikt   gecondenseerd

ingedikt vleesnat - gelei

ingedikt vruchtensap - gelei, jam, siroop

ingedroogd sap als looistof   kino

ingedijkt land   kaag,kage, koog, polder

ingedijkte kwelder   zeepolder

ingegeven gedachte - idee, plan, suggestie

ingegroefde lijn in papier - rillijn

ingehouden   beheerst, verbeten

ingehouden (muz.)   retenuto

ingehouden winst   reserve

ingekankerd   hecht, ingeworteld, onuitroeibaar

ingekeept - gekarteld

ingekeept hout - kerfstok, lurf

ingekeerd - aandachtig, devoot, indachtig, introvert, vroom

ingekwartierd soldaat   garnisair

ingelast - episodisch, ingevoegd

ingelegd - geconserveerd, gekonfijt, ingemaakt

ingelegd in azijn en kruiden - gemarineerd

ingelegd geld - inlaag, inleg, inzet, pot, bank

ingelegd werk - gemarineerd

ingelegd parelsnoer   intaglio

ingelegd zuur, Maleis - atjar

ingelegde dijk - inlaag

ingelegde geldsom - inlaag

ingeleverd stuk - memoriaal

ingemaakt - geconserveerd, gemarineerd, ingelegd, ingezouten

ingemaakte vruchten   confituren

ingemeen - laag, min, miniem

ingenaaid   ing., gebrocheerd, gekartonneerd

ingenieur - ing., ir., technicus, technoloog

ingenieursopleidingsinstituut - T.H.

ingenieus - scherpzinnig, vernuftig, vindingrijk

ingenium - aanleg, talent

ingenomen   bekoord, bezet, blij, gesteld, tevreden, verwaand

ingenomenheid - instemming, sympathie

ingenomenheid met zichzelf   eigenliefde

ingenomen met - blij, tevreden, ongekunsteld

ingenomen plaats - positie

ingénu   argeloos, naïef, ongekunsteld

ingepekelde kabeljauw - moluwe

ingeroest   ingeworteld, muurvast, vonuitroeibaar, astzettend

ingeschapen   aangeboren, infuus, natuurlijk

ingeschapen aandrift   instinct

ingeschapen neiging - bezieling, drang, impuls

ingescheurde huid langs de nagel - nijnagel

ingeschoven krantenbericht   entrefilet

ingeslagen gedeelte   inslag

ingesleten gewoonte - sleur

ingesloten - afgesloten, bijgaand, bijgevoegd, incl., incluis, ingebouwd, inclusief, latent, omringd, omsingeld, p.c.

ingesloten afzijdig verdedigbare stelling - egelstelling

ingesloten land - delta

ingesloten landstreek - waard

ingesloten ruimte van een Romeinse woning   atrium

ingesloten stuk land   enclave

ingesloten vlakte - rondeel

ingeslotene - incluse, recluse

ingespannen aandacht   ademloos

ingespannen denken   hoofdbrekens, piekeren

ingespannenheid   moeite

ingetogen - abstinent, ascetisch, bedaard, bescheiden, bezadigd, eerbaar, gaaf, heus, kalm, kies, koel, kuis, maagdelijk, matig, modest, nederig, onbesmet, onbevlekt, preuts, pudiek, rein, sober, stemmig, vroom, zedig

ingetogen levenswijze - ascese

ingetogenheid   bescheidenheid, gevoeligheid, keurigheid, kiesheid, modestie, reservatie,

ingeval   als, gesteld, ig, indien, mits, wanneer

ingeven   inblazen, inspireren, suggereren, toedienen

ingeving - aanblazing, bezieling, geest, idee, inblazing, influistering, inspiratie, inspraak, intuïtie, inval, opgeven, suggestie, vonk, voorgevoel

ingevlochten - episodisch

ingevoegd - ingelast

ingevoerd - geimporteerd

ingevolge   door, mits, n.a.v., overeenkomstig, tengevolge, volgens, wegens

ingevolge ener gelofte gestichte kerk   votiefkerk

ingevouwen strook - inslag

ingevroren product - diepvries

ingewand   aarsdarm, cel, darm, endeldarm, gal, galblaas, kronkeldarm, lever, long, luchtpijp, maag, milt, nier, pens, slokdarm, strottenhoofd

ingewanden - darmen, entera, intenstine, viscera

ingewand van een big, varken - kurre (gewest)

ingewand van een dier - beuling, gewei(de), ingeweide

ingewand van een haring - gel, grom

ingewand van een slachtdier - trijp (gewest)

ingewand van een vis   beuling, grom

ingewandsbreuk - hernia

ingewandskramp   koliek

ingewandswormen   draadworm, entozoa, helminthen, lintworm, spoelworm

ingeweven plooien - plisse

ingewijde   adept, expert, insider, orgiast

ingewikkeld   benard, benauwd, bewerkelijk, bezwarend, complex, delicaat, drukkend, duister, epineus, gecompliceerd, geleerd, hachelijk, humeurig, intricaat, lastig, lichtgeraakt, moeilijk, netelig, onbegrijpelijk, onereus, ongemakkelijk, pijnlijk, penibel, precair, samengesteld, tortueus (fig.), veeg, verward

ingewikkeld maken - compliceren

ingewikkelde samenhang - verband

ingewikkeldheid - complexiteit

ingeworteld - diepliggend, ingeroest, onuitroeibaar, radicaal

ingewijde - adept, deskundige, expert, insider, kenner, orgiast

ingewijde in geheime kunsten - alruin

ingezameld geld   collecte

ingezetene   bewoner, burger, inwoner, poorter

ingezet stuk - inlas, las

ingezonden mededeling - advertentie, im, reclame

ingezonken - depressief, diepliggend, hol, moedeloos

ingezouten   ingemaakt

ingezouten kool   zuurkool

ingezouten voedsel - inmaak

ingieten (geneesk.) - infuseren

inglippen - binnengaan, binnensluipen, infiltreren

ingluren - inkijken, loeren, voyeren

ingooi - inworp

ingot - baar

ingraven - begraven

ingraveren - ingroeven

ingrediënt   bestanddeel, deel, element

ingrediënt der rijsttafel   kroepoek, lombok, sambal, saté, trasi

ingreep - inbreuk

ingriffen - graveren

ingrijpen - optreden

ingrijpend   doordringend, drastisch

ingroeien - inwortelen

ingroen - zenegroen

ingroeven   ingraveren

inhaaltalie   achtertalie

inhaalwedstrijd - poursuite

inhabiliteit - onbekwaamheid, onbevoegdheid

inhaerent - aanklevend, samengaand

inhalatie - inademing, respiratie

inhalen   achterhalen, begroeten, bergen, binnenleiden, binnenhalen, inademen, innen, inpalmen, intrekken, introduceren, ontvangen, oplopen, passeren, verminderen, vernauwen, verwelkomen, winnen, zwichten

inhalen van het anker - hieuwen

inhaleren   inademen

inhalig - begerig, deun, gierig, grijperig, gulzig, hebberig, hebzuchtig, hongerig, schraapzuchtig, schraperig, schrokkerig, schrokkig, vasthoudend, vrekkig

inhalige - vrek


1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina