I. Opening De voorzitter



Dovnload 41.81 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte41.81 Kb.

2010 N

Notulen van de openbare vergadering van de gemeenteraad, gehouden op 28 april 2010 om 14.00 uur in het gemeentehuis te Emmeloord.
Aanwezig zijn: de dames M.T.B. Droog-Smit (CDA), E. van Elk (PU), J. Faber-Slootheer (PvdA), G.D. Kloosterman-Brinkman (VVD), G.H. ten Napel-Kramer (CDA), S.J. Schrijver-Brouwer (PvdA), H. Smit (D66), W. Veendrick-Tiesinga (CDA), S. Werkman (ONS) en H.M. Wiedijk (PvVP) en de heren J.W. Bakker (GroenLinks), J.C.M. Goos (CDA),
T.P.G. Jorna (VVD), W.P. Keur (VVD), L.H.M. Lammers (ONS), J.M. Lenards (VVD),
T. Nijdam (PvdA), D. Pausma (ONS), J. Simonse (CU-SGP), H.H. Suelmann (CDA),
H. Torenbeek (CDA), T. Tuinenga (PU), J.J. van der Velde (CDA), R. van der Velde
(PvdA), J. Visser (CU-SGP), G.J. Veldkamp (CU-SGP), G.P.F. Vilé (D66), L.G. Voorberg (CU-SGP) en B. Wielenga (VVD)
Voorzitter: de heer W.C. Haagsma

Burgemeester de heer W.L.F.C. ridder van Rappard

Wethouders: mevr. H.R. Boogaards-Simonse (CDA), de heren A. Poppe (CU-SGP), W.J. Schutte (CDA), W.R. Ruifrok (PvdA),
P.M.S. Vermeulen (D66)

Griffier: de heer R. Wassink

Gemeentesecretaris: de heer H. van Boven


I. Opening
De voorzitter: Welkom bij deze buitengewone raadsvergadering. Een speciaal woord van welkom voor de burgemeester, zijn vrouw, de meegekomen kinderen en hun partners en de andere familieleden en vrienden van het burgemeesterspaar. Ook een speciaal welkom voor de commissaris van de koningin, de heer Verbeek. Verder verwelkom ik de leden van de gemeenteraad van de gemeente Noordoostpolder, de aanwezige vertegenwoordigers van omliggende gemeenten en andere overheden. Natuurlijk heet ik ook het directieteam en de overige medewerkers van de bestuursdienst welkom en ten slotte verwelkom ik de andere genodigden en belangstellenden.
II. Afscheid burgemeester Van Rappard
De voorzitter: De aanleiding voor deze bijeenkomst is het ontslagverzoek van de burgemeester en het Koninklijk Besluit van dat ontslag. Ik lees voor:

“Wij Beatrix, bij de gratie Gods, koningin de Nederlanden, prinses van Oranje. Gelet op artikel 61B eerste lid van de Gemeentewet en op artikel 42 tweede lid van het rechtspositiebesluit burgemeesters, hebben goedgevonden en verstaan aan de heer mr.


W.L.F.C. ridder van Rappard op zijn verzoek met ingang van 1 mei 2010 eervol ontslag te verlenen als burgemeester der gemeente Noordoostpolder, met dank voor de als burgemeester bewezen diensten.”

De burgemeester heeft voor deze bijeenkomst een heel speciale wens ingediend en dat was dat het geen afscheid moet zijn vol toespraken, maar dat het moest bestaan uit een afwisselend en gevarieerd programma. In het programma van vanmiddag zitten twee muzikale onderdelen, namelijk een instrumentenfeest en muziek, gecombineerd met ballet. Tussendoor wordt er een film vertoond. Voordat we met dat programma beginnen, is het goed om te controleren of uw mobiele telefoons uit zijn.


III Instrumentenfeest
De voorzitter Ik vraag aan degenen die het eerste programmaonderdeel presenteren om binnen te komen.
IV Intermezzo
De voorzitter: We gaan over naar het tweede muzikale onderdeel en dat is het intermezzo met viool, blokfluit en ballet.
V. Aanbieden cadeau
De voorzitter We gaan over tot het aanbieden van een cadeau. Daarbij hoort normaal gesproken een toespraak, maar de burgemeester wilde vandaag geen toespraken. Ik vraag u het cadeau namens de gemeenteraad van de Noordoostpolder in ontvangst te nemen. Bedankt voor alle goede zorgen en ik wens u een heel goede toekomst, samen met uw vrouw. Voor de echtgenote van de burgemeester hoort er een mooie bos bloemen bij. Ik bedank u ook voor de tijd dat Willem hier burgemeester kon zijn. Bedankt voor de goede zorgen.
VI. Toespraak burgemeester
Burgemeester Van Rappard: Dames en heren, het cadeau is een erg mooi beeldje van een meisje met kiespijn dat we in onze kunstuitleen hadden. Het is gemaakt door Jan de Graaf. Ik bedank hiervoor de gemeenteraad heel hartelijk. U moet niet denken dat wij de raad beschouwen als een kiespijndossier. Het tegendeel is waar. Dagny en ik hebben vaak een afscheid van collega's meegemaakt met veel aardige en vriendelijke verhalen, maar er was veel overlap. Het is leuk voor de afscheidnemende collega, maar het is minder leuk voor de overige aanwezigen. Dat wilden wij graag voorkomen en daarom gaven wij Harry in overweging om een video te maken; plak en knip dit totdat er een aardige, redelijk complete samenvatting ontstaat en vertoon die. Dat is meer dan prima gelukt en ik geef een groot compliment aan Fons de Poel die dit heeft gemaakt. De intermezzo’s vond ik erg leuk omdat ze werden uitgevoerd door mensen van het Muzisch Centrum. Daar werken jong en oud op een goede en boeiende manier aan hun culturele toekomst en ze helpen jonge mensen op dat pad. Ik vind dit een van de kerntaken die overeind moeten blijven en daarover gaat de raad. Ik geef vandaag niet veel boodschappen mee, maar dit is wel de eerste. Ik bedank alle mensen die aan de film hebben meegewerkt. Ik vind het wel wat lastig als het zo nadrukkelijk over jezelf gaat, maar wetende dat dit ook de laatste gelegenheid is, laat ik dit met een zekere welwillendheid over me heen komen.

Ik bedank ook iedereen met wie ik in Noordoostpolder mocht samenwerken. Ik heb samengewerkt met drie gemeenteraden, drie colleges van B&W en één ambtelijke organisatie.

Ik bedank de secretaris voor de plezierige samenwerking. Qua persoon en karakter zijn wij elkaars tegenpolen en we weten wat onze sterke en zwakke punten zijn. Er wordt van die situatie vaak, bewust of onbewust, misbruik gemaakt, maar wij hebben daarvan altijd in positieve zin gebruikgemaakt en dat is een bewijs van groot vertrouwen. Harry, zeer bedankt. Een goed ambtelijke apparaat is erg belangrijk en ik bedank iedereen met wie ik mocht samenwerken hartelijk voor die samenwerking. Ik heb grote waardering voor de loyaliteit van deze organisatie. Ik was een van de slachtoffers van het MacAfeevirus dat mijn computer volledig liet crashen en het was plezierig dat ik dankzij Hans Verheezen die mij weer bereikbaar maakte, weer aan mijn toespraak kon werken. Ik denk met veel genoegen terug aan de samenwerking en ik hoop dat dit wederkerig is.

De woorden die ik sprak bij de afsluiting van de afgelopen raadsperiode en het afscheid van de wethouders zou ik hier letterlijk en met volle overtuiging kunnen herhalen, maar dat doe ik niet vanwege de tijd en ik verwijs u naar de notulen van die vergaderingen.



Ik verzeker u dat ik met overtuiging en enthousiasme burgemeester ben geweest, ik vind het een prachtig ambt. Een burgemeester is bijna altijd een vreemde die van buiten komt en er wordt al snel van hem verwacht dat hij chauvinistischer is dan de inwoners die in een plaats zijn geboren en getogen. Aan de andere kant heeft hij geen connecties met bestaande belangengroeperingen en kan hij daarom blanco beginnen. Als hij dat open en onbevooroordeeld doet, biedt dat mogelijkheden voor een prima start. Een burgemeester zit in het middelpunt van alle informatie, waar alle lijnen bij elkaar komen en hij kan zich overal op oriënteren en mee bemoeien.

Dames en heren, leden van de raad, u zult van mij geen uitgebreide aanbevelingen horen voor de toekomst. Wat u wel en niet moet doen, maakt u zelf wel uit. U trok zich niet altijd iets aan van mijn goede aanbevelingen en dat zal nu ik wegga zeker niet het geval zijn. Ik heb in drie bijzondere gemeenten mogen dienen. De Noordoostpolder neemt een speciale plaats in omdat ik hier nog nooit zo vaak als elders, aan geboren en getogen inwoners heb uitgelegd waarom deze gemeente zo bijzonder is. De ontstaansgeschiedenis, de keuzes voor de stedenbouwkundige en architectonische inrichting en de selectie van de eerste bewoners zijn uniek in de wereld. Ik begin een presentatie voor mensen van buiten de polder vaak met de tekst dat ik niet de burgemeester van de mooiste gemeente van Nederland ben en instemmend geknik is dan mijn deel omdat men de Achterhoek, Drenthe, de Veluwe of Zuid-Limburg veel mooier vindt. Daarna haast ik me echter te zeggen dat de Noordoostpolder wel de meest bijzondere gemeente is, gezien de stedenbouwkundige en architectonische opzet, met de Delftse School en het Modernisme van Nagele en de rol van de Pioniers daarin. Ik maak dan wel eens de vergelijking met de studie van Mondriaan waarin hij in een serie schilderijen steeds dezelfde boom schildert: van zeer natuurgetrouw tot zeer abstract. Je hoeft die serie maar één keer te hebben gezien om in het laatste schilderij altijd dezelfde boom te zien. Voor Mondriaans geabstraheerde boom moet je moeite doen, pas dan kun je hem waarderen. Om de essentie van de Noordoostpolder te begrijpen moet je meer moeite doen dan om de essentie van de Achterhoek of van de Veluwe te begrijpen. Dat betekent dat het verhaal van de polder wel verteld en overgedragen moet blijven worden en dat is een opdracht voor de gemeenteraad. De Noordoostpolder staat of stond als geheel op de voorlopige Werelderfgoedlijst van de Unesco. Schokland staat al op die lijst als uniek archeologisch erfgoed, en als ultiem symbool van onze strijd tegen het water. Wanneer de gemeente dat wil en er echt voor gaat, kan Nagele als absoluut en uniek voorbeeld van het modernisme in stedenbouw en architectuur ook op die Werelderfgoedlijst komen. Een van de speerpunten van de Nederlandse regering is het modernisme en de architectuur van na de tweede wereldoorlog. Dames en heren, welke plaats of welk gebied in de wereld beschikt over een al erkend Werelderfgoed en heeft de potentie en de kwaliteit om er twee aan toe te voegen? Toeristisch gezien kan ik me geen beter “Unique Selling Point" voorstellen, misschien niet voor het massatoerisme, maar wel voor een heel specifieke doelgroep. Het betekent niet dat er een grote stolp over de polder gaat, dat er niets meer mag en dat er alleen maar beperkingen zijn. De gemeente Beemster is ook in zijn geheel een Werelderfgoed en daar kan alles; er wordt gewerkt, uitgebreid en ondernomen. Als u een willekeurige Fransman of Duitser naar Werelderfgoederen in zijn land vraagt, noemt meer dan de helft van de mensen een groot aantal, maar als u daarnaar een Nederlander of een bewoner van Noordoostpolder vraag, kijkt hij u waarschijnlijk vragend aan. Leden van de raad, ik roep u op om trots te zijn op de cultuurhistorie van deze bijzondere polder en om ervoor te zorgen dat dit gevoel uitgedragen blijft worden. Ik heb als scheidend voorzitter van het Platform Werelderfgoederen in Nederland onder het motto de bescheidenheid voorbij, de rijksoverheid en de vertegenwoordigers van de zes Nederlandse Werelderfgoederen opgeroepen om zelfbewuster en assertiever voor deze Werelderfgoederen een eigen en herkenbare plaats in het rijksbeleid op te eisen. In de nieuwe ontwerpmonumentenwet komt het woord werelderfgoederen überhaupt niet voor.

Dames en heren, ik sluit een periode van 31 jaar burgemeesterschap af. U zult mij niet kwalijk nemen dat ik over het burgemeesterschap in die periode ook nog enige woorden ter beschouwing en ter verantwoording wijd. Ik gebruik als kapstok enkele opmerkingen van de heer Reijenga, fractievoorzitter van het CDA en voorzitter van de vertrouwenscommissie, uit zijn toespraak bij mijn installatie in september 1998.

De heer Reijenga bood een aantal attributen aan, waarvan hij vond dat ik die nodig zou hebben. De attributen waren verpakt in een rugzak. Als eerste kwamen daaruit twee oversized oren. Hij motiveerde dit met de opmerking dat goed kunnen en willen luisteren een voorwaarde is om goed te kunnen besturen: wat leeft er onder de bevolking, het personeel, het bedrijfsleven en de maatschappelijke organisaties? De oren stonden ook voor “niemand een oor aannaaien”. Verder was er een hamer, als symbool van gezag en orde in de vergadering.

De heer Reijenga voegde daaraan toe: "Ik hoop dat u deze hamer in de vergadering niet vaak zult hoeven gebruiken, maar dat u met uw stem en uw lichaamstaal de raad kunt sturen, zonder de driftige doffe klanken van dit instrument". Ik kreeg de rugzak niet omdat de woorden "dat nemen wij mee" te vaak tegen burgers en organisaties worden gezegd en hij mij dat excuus niet wilde aanreiken.

De hamer en de oren zouden mij behulpzaam moeten zijn in mijn werk als eerste burger, als boegbeeld naar buiten en als vertegenwoordiger van de gemeente, maar ook als boegbeeld naar binnen, als identificatiepunt en als gezicht voor de burgers en het personeel. Ik moet dat doen als teamspeler die anderen, zoals de raad en het college, beter kan laten functioneren en die, waar dat nodig is, bindend en verbindend is. Een burgervader onderhoudt effectief en respectvol contacten en is betrokken, dienstbaar en bereikbaar. Op de oren en de hamer kom ik later terug. Dames en heren, ik sluit vandaag bijna 31 jaar burgemeesterschap af. Het is een prachtig ambt dat in die periode veranderde in een prachtig vak.

Ik geef een illustratie uit 1979: de raad van de gemeente Holten had een vertrouwenscommissie ingesteld waartoe de kandidaat-burgemeesters zich konden wenden, maar ik heb geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid. Het verschijnsel was nieuw en nauwelijks met waarborgen omkleed. Ook de commissaris van de koningin vond het niet echt nodig. Zo werd ik burgemeester zonder ooit een raadslid van de gemeente te hebben gesproken. Dat leverde geen enkele kritische opmerkingen op van de raad. Integendeel, de nieuwe burgemeester werd respectvol en hartelijk welkom geheten. Er werd in Holten toen wel begonnen met een portefeuilleverdeling, maar de burgemeester verdedigde alle voorstellen in de raad. Dat is nu niet meer zo. Een burgemeester moet dit niet eens willen, ook al zouden de wethouders er geen bezwaar tegen hebben, omdat het hem veel te kwetsbaar maakt. Zo goed is de politiek-bestuurlijke antenne van een burgemeester wel afgesteld.

Ik geef twee sprekende voorbeelden die de verandering in opvattingen over de burgemeestersfunctie verbeelden:

In de voor mij belangrijkste wijzigingen staan daarin drie begrippen centraal. Er is een ontwikkeling gaande van macht naar gezag en vertrouwen en als we niet oppassen weer terug naar macht.

Gezag is niet bedoeld in de betekenis van doorzettingsmacht, maar meer in de betekenis van geestelijk overwicht, zonder macht of machtsmiddelen. Gezag en vertrouwen kunnen in die betekenis niet zonder elkaar, gezag is gebaseerd op vertrouwen. Je kunt wel macht hebben zonder over vertrouwen te beschikken. Dan ben je de baas, jij bepaalt wat je wilt en dat is een gegeven voor de ander. Macht kun je afdwingen, maar je kunt alleen maar gezaghebbend zijn als dat op vertrouwen is gebaseerd. Gezag kun je niet afdwingen, maar alleen vertrouwenwekkend verdienen. Vroeger was er een vanzelfsprekend respect en ontzag voor het instituut burgemeester. Macht en gezag waren toen eigenlijk hetzelfde. De burgemeester was, los van de persoon, de machtigste man in de gemeente. Degene die het ambt bekleedde, kon direct leunen op de macht die het ambt algemeen werd toegedicht, ondanks het feit dat de Gemeentewet ook toen al de gemeenteraad als hoofd van de gemeente beschouwde. De burgemeester werd direct opgenomen in de zekerheid van de continuïteit van het ambt. Hij ontleende zijn gezag aan de macht die aan het ambt werd toegekend. De vraag hoe iemand het ambt uitoefende, was niet relevant, als iemand maar binnen de vrij breed geaccepteerde, maar scherpe en intuïtieve grenzen bleef. Daarbinnen was er veel vrijheid. Tegenwoordig ontleent de burgemeester geen gezag, laat staan macht, aan de functie op zich. Hij moet zelf gezag verwerven en het vertrouwen opbouwen om zijn werk als burgemeester te kunnen doen in de specifieke omstandigheden die zich in zijn gemeente voordoen. De burgemeestersfunctie is in die zin een omhulsel dat actief door de gezagsdrager moet worden ingevuld, wil er sprake zijn van her- en erkend gezag in die gemeente op dat moment. De burgemeester heeft daarvoor niet veel tijd en de eerste indruk van zijn optreden blijft hem lang typeren en achtervolgen. Uit vele onderzoeken door de jaren heen blijkt dat de burgemeester de bekendste lokale bestuurder is. Uit deze onderzoeken blijkt ook dat erg veel inwoners meer vertrouwen in de burgemeester hebben dan in gekozen bestuurders. Zijn onafhankelijke boven de partijen staande rol en zijn afstand tot de partijpolitiek, geven hem die statuur. Als de burger alle vertrouwen in de lokale politiek heeft verloren, is de burgemeester vaak nog een laatste strohalm om een probleem aan voor te leggen. Van burgemeesters wordt steeds vaker persoonlijk en sterk leiderschap verwacht, dat past bij de lokale situatie op dat moment. Dat impliceert dat hij het vertrouwen moet hebben om leider te kunnen zijn. Gezag op basis van vertrouwen en niet zozeer op basis van macht. Er kleven daarom nadelen aan de huidige ontwikkeling, om aan de burgemeester steeds meer taken met machtelementen toe te kennen. Machtstaken kunnen het noodzakelijke vertrouwen ondermijnen, niet zozeer bij de burgers, maar wel binnen het college en de organisatie. Daarvan zijn recente voorbeelden.

Ondanks alle veranderingen in het openbare bestuur en ondanks het feit dat het imago van politieke ambtsdragers in negatieve zin onder druk staat, blijven de verwachtingen van de burgemeester hooggespannen. Een voorbeeld: ten tijde van de ziekenhuiskwestie, toen de emoties hoog opliepen, schreef een mevrouw een ingezonden brief aan de krant waarin ze tien punten noemde die allemaal waren verdwenen sinds deze burgemeester was aangetreden. Dit waren allemaal belangrijke voorzieningen, maar negen van de tien punten waren al voor mijn tijd verdwenen. Onder mijn burgemeesterschap ging alleen het zelfstandige waterschap Noordoostpolder op in het waterschap Flevoland, dat in de provinciehoofdstad Lelystad werd gevestigd. Ik heb deze mevrouw toen opgebeld en ben naar haar toegegaan. Ik heb haar verteld dat negen punten al voor mijn aantreden waren verdwenen en dat ze alleen het punt van het waterschap mij kon aanrekenen, maar dat niemand, ook geen raadslid tegen me had gezegd hoe erg dat was. In eerste instantie reageerde ze er niet op, maar na aandringen sprak ze de historische woorden: “Daar betalen we je toch voor?” Ik sta niet vaak met mijn mond vol tanden, maar toen wel. Ik heb aangegeven het gesprek zinloos te vinden en dat vond zij ook.

De burgemeester moet passen in de lokale omgeving en context, maar tegelijkertijd oefenen burgemeesters belangrijke onderdelen van hun functie steeds meer uit op het bovenlokale niveau van de regionale samenwerking. Een burgemeester is verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid, een portefeuille die steeds belangrijker wordt voor de lokale samenleving. Toen ik begon, kwam dit niet of nauwelijks voor in collegeprogramma's. In die tijd gold het adagium dat gezag en beheer zo veel mogelijk in één hand moesten liggen en dat was een van de belangrijkste redenen om de rijkspolitie op te heffen. Tegenwoordig is dat weer uit elkaar getrokken: de drie regionaal gestructureerd werkende hulpverleningsdiensten, politie, brandweer en gezondheidszorg, zijn regionaal georganiseerd en de beheerbevoegdheid moet de burgemeester delen met zijn collega's. De beïnvloedingsmogelijkheden van de raad via de burgemeester worden dus kleiner, ondanks alle mooie beloftes van de ministers over het tegendeel. Dat kan gemakkelijk tot spanning leiden: beheer en gezag liggen niet meer in één hand, maar daarmee moeten de burgemeester en de raad leven.

Ik ben overtuigd van nut en noodzaak van schaalvergroting en ik heb daar in diverse functies en rollen van harte aan meegewerkt, maar ik roep de leidinggevenden van deze organisaties op om zich bewust te blijven van het feit dat ze in de kern geen regionale diensten zijn, maar hun acceptatie en legitimatie ontlenen aan het verlengde lokale bestuur dat is vormgegeven in regionaal samenwerkende gemeentelijke organisaties. Anders gezegd: blijf dicht bij de gemeente en anders moet het worden gestructureerd op landsdelig- of nationaal niveau, de fictie van verlengd lokaal bestuur moet dan niet in stand worden gehouden. Ik bedank de politie, de brandweer en de volksgezondheidsdiensten voor de prettige samenwerking die ik op leidinggevend en operationeel niveau heb ondervonden.

Door de toenemende invloed van de media en internet worden burgemeesters zichtbaarder als eerste woordvoerder van de gemeente en er wordt al snel een eerste oordeel gevormd: Hij doet het goed of niet. Als een burgemeester niet reageert, wordt snel geschreven: “de burgemeester was niet bereikbaar voor commentaar” en hij heeft dan direct iets uit te leggen. Een burgemeester die niet goed reageert, staat direct op achterstand en dat tast het vertrouwen aan. Professor Hendriks uit Tilburg typeerde het verschil tussen vroeger en nu puntig met:"de respectvolle afstand van vroeger is vervangen door de spanningsvolle nabijheid van nu".

Aan de andere kant constateren onderzoekers van de universiteiten van Rotterdam en Tilburg in een verkenning naar de ontwikkeling van de burgemeestersfunctie ook dat burgemeesters nog steeds veel vrijheid hebben om invulling te geven aan hun ambt.

Het voorgaande illustreer ik met enkele ervaringen uit de 31 jaar dat ik burgemeester was, maar wat kies ik? Ik kan iets zeggen over de rol van de burgemeester bij een staking in Holten die ik met politie-inzet heb gebroken om vervolgens als stakingsbreker een compromisvoorstel aan de partijen te doen, dat binnen een week werd geaccepteerd. Ik kan ook iets zeggen over de nazorg bij de Dakotaramp op Texel, over de totstandkoming van het Nationaal Park de Texelse Duinen tegen een brede raadsmeerderheid in, de rijksoverheid die zich als een onbetrouwbare overheid manifesteerde tegenover koelhuiseigenaren in de polder bij de Mond- en Klauwzeeraffaire of over een provinciale overheid die een resultaat belangrijker vindt dan de manier waarop dat wordt bereikt, maar daarvoor kies ik niet.

Ik kies wel voor het geluk dat je soms moet hebben als je begint. Een klein rampje bij je start dat goed afloopt, levert veel krediet op.

Enkele weken na mijn aantreden in de polder regende het meer dan 100 mm in 24 uur. Om 5.00 uur werd ik uit bed gebeld door de ambtenaar Openbare Orde en Veiligheid: “burgemeester de polder loopt onder”. Het was een bedreiging voor de polder, maar een kans voor de nieuwe burgemeester, die zich direct naar de plek des onheils spoedde. De acties werden gecoördineerd en geleid door de dijkgraaf op het waterschapshuis. Ik vervoegde mij daar en ik hoorde dat het water bij het laagste punt bij Tollebeek uit de tochten en de vaarten liep. Ik constateerde dat het een openbare orde en veiligheidsprobleem werd en ik trok, met instemming van de dijkgraaf, de coördinatie naar me toe. De Noordoostpolder was de enige Flevolandse gemeente die in deze mate door de wateroverlast was getroffen en dat betekende dat de camera’s en microfoons van Omroep Flevoland constant op de polder en de nieuwe burgemeester waren gericht. De inwoners van Flevoland zagen mij de eerste dag met de commissaris van de koningin de zaak in ogenschouw nemen. De volgende dag verklaarde minister-president Kok voor de NOS-camera’s dat de regering niet met haar rug naar de gedupeerden zou gaan staan. De dag daarna kwamen de koningin met de minister van Binnenlandse Zaken Bram Peper, die beiden veel betrokkenheid toonden. Intussen werden op de regionale televisie ook beelden uitgezonden van de nieuwe burgemeester die huis aan huis in Tollebeek aanbelde om informatiemateriaal uit te delen over zelfbeschermingsmaatregelen. Een pikant detail was dat, vlak voordat premier Kok kwam, de minister van Landbouw, Hajo Apotheker, via de radio liet weten de schade van de boeren als een bedrijfsrisico te beschouwen en hij daarom geen aanleiding zag voor schadevergoeding van overheidswege. Die informatie brachten de dijkgraaf en ik over aan premier Kok die daarna in het journaal van 20.00 uur het positieve nieuws meedeelde: hij ging niet met zijn rug naar de gedupeerden staan en de schade werd bijna helemaal vergoed. Dat betekende voor mij grote positieve bekendheid binnen en buiten de polder, zeker omdat het goed was afgelopen en een betere start kan een burgemeester zich niet wensen. Deze situatie bezorgde mij van meet af aan gezag op het terrein van openbare orde en veiligheid.

Wat betreft de geconstateerde vrijheid om invulling te geven aan het burgemeestersambt, het volgende voorbeeld:

In Holten ligt de Canadese begraafplaats waar 1401 Canadese soldaten zijn begraven die om het leven kwamen bij de bevrijding van ons land. In 1980 werd, in het kader van de 35 jarige herdenking van de bevrijding, besloten om de Canadese oud-strijders uit te nodigen om deze herdenking bij te wonen. De stichting “Welcome Again Veterans” werd opgericht en deze nam de organisatie ter hand. Ruim 600 Canadese oud-strijders en hun partners werden gedurende tien dagen bij particulieren in Holten en de regio ondergebracht. Als burgemeester en als voorzitter van het comité van aanbeveling was ik daar nauw bij betrokken. Op 4 mei 1980 was er een grootse herdenking op de Canadese begraafplaats met prinses Margriet, de gouverneur-generaal van Canada en vele anderen. Wij waren gastgezin voor de familie Krause uit de Rocky Mountains. Hij was ongeveer tien jaar ouder dan de gemiddelde veteraan en hij droeg, in tegenstelling tot de anderen, geen blauwe blazer met medailles. Hij was erg introvert, maar zijn vrouw niet. Na de herdenking op 4 mei, vroegen wij hem naar zijn verhaal.

Ze waren Duitse emigranten die in de jaren ’20 naar Canada waren geëmigreerd. Veel Duitsers gingen toen in een eigen dorp in een onontgonnen gebied wonen. Aan het begin van de oorlog ging hij, zoals alle Canadezen, vrijwillig in dienst. Hij was net getrouwd toen hij als officier vertrok naar Noord-Afrika. Hij trok al vechtend via de laars van Italië naar het noorden en uiteindelijk, na veel ontberingen en verlies van goede vrienden, beval hij aan het einde van de oorlog als commanding officer in Delfzijl het staakt-het-vuren. In augustus 1945 ging hij terug naar Canada, naar zijn vrouw en inmiddels vijfjarige zoon die hij nog nooit had gezien. Na twee dagen uitrusten en weinig te hebben verteld, trok hij de bossen weer in om zijn werk als houtvester te hervatten. Over de oorlog heeft hij tot mei 1980 nooit meer met iemand gesproken. Toen vertelde zij haar verhaal voor het eerst aan hem. Zij bleef achter in het Duitse emigrantendorp, zwanger en zonder kostwinner. Ze werd door iedereen met de nek aangekeken omdat Rein Krause in de ogen van de Duitse emigranten een verrader was die tegen zijn eigen volk streed. Ze kreeg alleen de slechtste banen en ze werd vernederd en met de nek aangekeken. Ze had weinig om trots over te vertellen, maar ze vertelde wel dat ze altijd geloofde dat haar Rein zou terugkomen. Bij ons thuis vertelden deze mensen voor het eerst sinds 35 jaar hun verhaal een elkaar en dat was voor iedereen erg emotioneel. Die avond van 4 mei belde ik Ivo Opstelten, de burgemeester van Delfzijl, op en ik vroeg hem wat hij de dag erna deed. Ivo kreeg ook Canadese oud-strijders op bezoek, maar die hadden nauwelijks gevochten en waren in Amsterdam gelegerd. Ik vertelde het verhaal van Rein Krause, de echte bevrijder van Delfzijl en we gingen op 5 mei naar Delfzijl. Rein Krause werd terecht als de bevrijder binnengehaald. Hij reed voorop in de optocht in een open Jeep van “Keep them Rolling” en het was zijn dag. Deze ervaring leidde ertoe dat ik “iets kreeg” met Canada en secretaris werd van de landelijke stichting Thank You Liberators. Daarmee raakte ik verzeild in een nieuw netwerk van topmannen uit het verzet, de illegaliteit en defensie. Zowel Holten als Texel heeft baat gehad bij die netwerken. De moraal van dit verhaal: dankzij de ruimte die de burgemeestersfunctie biedt, kan de burgemeester zeer uiteenlopende nevenactiviteiten vervullen en daarmee een netwerk opbouwen dat de gemeente geen windeieren legt. Dat versterkt zijn gezag en voedt het vertrouwen.

Ik geef een voorbeeld uit de Noordoostpolder dat voor mij model staat voor de keuzes waarvoor een burgemeester in alle eenzaamheid kan staan in de spotlights van de politiek en de media. Het gaat over het overlijden van Jarno Mansveld na een handgemeen in een café in Emmeloord. Jarno behoorde tot een groep jongeren die niet altijd aangepast gedrag vertoonde. Ze bezochten een kroeg en de eigenaar had redenen om hen te verzoeken om te vertrekken. Dat gebeurde niet vrijwillig en er werd kracht gebruikt, waarbij Jarno zeer ongelukkig viel en aan zijn verwondingen overleed. Dit overlijden leidde tot ernstige bedreigingen tegen de cafébaas en er waren aanwijzingen dat de vriendenclub wraak zou nemen. De familie van Jarno organiseerde en stille tocht en de vraag die in het gemeentehuis werd gesteld, was of ik daaraan wel of niet zou deelnemen omdat het geen echt voorbeeld van zinloos geweld was. De meeste mensen vonden dat ik het niet moest doen omdat het geen zinloos geweld, maar uitgelokt geweld was. Meelopen in de tocht zou een verkeerd signaal zijn naar het goedwillende deel van de natie. Intussen namen de spanning en de woede in de vriendengroep toe en dat dreigde ook ongenuanceerd tot uiting te komen. Mijn vrouw en ik besloten wél mee te lopen, voorop bij de familie. De reden hiervoor was om verbondenheid te tonen met ouders die door geweld hun kind verloren. Dat wens je niemand toe en daar hoort een burgemeester bij te zijn. Intussen was bekend dat SBS 6 was gewaarschuwd dat er bij de stille tocht iets zou gaan gebeuren. Zij waren nadrukkelijk aanwezig, de politie trof uitgebreide voorbereidingen en de sfeer was gespannen. Dagny en ik bespraken alles, inclusief de risico’s, met de familie. Een deel van de stille tocht nam bijna een andere route, richting de café-eigenaar, die met zijn gezin was ondergedoken, maar dat werd mede dankzij de voorgesprekken met de familie verijdeld en de tocht verliep waardig. Dagny en ik werden tegen onze zin voor onze eigen veiligheid begeleid door 'mensen met oortjes'. Er nam slechts één raadslid deel aan de tocht, veel anderen die normaal wel zouden meelopen, bleven thuis. Er was sprake van een zichtbare tweedeling in Emmeloord.

We hebben daarna nog vaak persoonlijk contact met de familie gehad en ik ben ervan overtuigd dat onze rol escalatie heeft voorkomen. Het was teleurstellend om in openbare commissievergaderingen van raadsleden te horen dat zij vonden dat wij de verkeerde partij hadden gekozen. De moraal is: door met overtuiging tegen bijna alle adviezen in samen met je vrouw één lijn te trekken en één betrouwbare adviseur te kiezen, kun je in een crisissituatie deëscalerend werken, wegebbend vertrouwen vasthouden en verbinding blijven houden met kwetsbare groepen. Dat kan alleen op basis van opgebouwd vertrouwen in een crisissituatie.

Ik kom terug op de welkomstwoorden en de oren en de hamer die ik kreeg van de heer Reijenga. Ik heb in de Noordoostpolder geprobeerd een teamspeler te zijn. In Holten wilde ik de rol van initiator vervullen en in alle drie gemeenten wilde ik een bereikbare burgervader zijn. Hoe de ontwikkelingen in het lokale bestuur ook veranderen, de absolute voorwaarde in menselijke relaties blijft om de wil en de behoefte te hebben om naar anderen te luisteren en dat is meer dan horen wat er wordt gezegd. Ik zeg niet dat ik daar steeds in ben geslaagd, maar ik verzeker u dat ik dat wel steeds heb geprobeerd. Ik kan me niet herinneren ooit de hamer te hebben gehanteerd, maar ik gebruikte wel lichaamstaal en wellicht had ik het een meer en het ander minder moeten gebruiken. De moraal van de oren en de hamer: voor een verantwoorde invulling van de burgemeestersfunctie geldt, meer dan voor bijna iedere andere functie, dat het functieprofiel en het persoonlijke profiel zo veel mogelijk bij elkaar moeten passen. Als dat niet zo is, moet een burgemeester zo dicht mogelijk bij zichzelf blijven en authentiek proberen te zijn. Vaak is daarvoor maar één objectieve beoordelaar: dat is je partner. Dames en heren, het waren prachtige jaren, hartelijk dank.
VI. Sluiting
De voorzitter: Dames en heren ik ga straks de burgemeester en zijn vrouw voor naar de expositieruimte naast de raadzaal. U bent daar van harte welkom om hen de hand te schudden. Ik sluit deze bijzondere raadsvergadering, hartelijk dank voor uw komst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 26 mei 2010.



De griffier, De voorzitter,




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina