I. Zijn er tekenen van de wederkomst van Christus en mag men er naar zoeken?



Dovnload 99.93 Kb.
Pagina1/2
Datum16.08.2016
Grootte99.93 Kb.
  1   2
De tekenen van de wederkomst van Christus

I. Zijn er tekenen van de wederkomst van Christus en mag men er naar zoeken?


Op zekere dag vroegen de discipelen aan Jezus: ‘Zeg ons, wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van Uw komst en van de voleinding der wereld?’ Matth. 24:3. En de Heiland noemde, zonder hen te berispen, op de meest vanzelfsprekende wijze niet één enkel teken maar een hele serie die zijn komst zouden aankondigen. Wij mogen ze dus niet alleen kennen, maar het is de plicht van iedere christen ze te bestuderen. Als wij niet verrast willen worden door de wederkomst van Christus, zoals de mensen van de wereld, moeten wij beslist rekening houden met Zijn waarschu­wingen.

II. Wat zijn de tekenen van de wederkomst van Christus?


Laten wij, om deze te kennen, eenvoudig bij de Schrift te rade gaan en wij nemen daarvoor allereerst het antwoord dat Jezus in de evangeliën op de vraag van de discipelen geeft. Het is mogelijk dat de schildering van de eindtijd zoals die door de Schrift op het doek gezet wordt, ons niet erg aanstaat, want zij is erg somber. Maar onze mening verandert niet de feiten noch het Woord van God. ‘De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, zegt Jezus, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan’, Matth. 24:35. God heeft zijn redenen gehad om ons zo op onze hoede te doen zijn. Laten wij ons laten gezeggen en laten wij niet het voorbeeld van de struisvogel volgen, die, zo wordt verteld, de kop onder het zand steekt als hij het gevaar ziet naderen.

1. De geloofsafval van de eindtijd

‘Zie toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder mijn naam, en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden’, Matth. 24:4, 5.

Dit eerste teken komt Jezus zo belangrijk voor, dat Hij het nog tweemaal in dit hoofdstuk noemt: ‘En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen’ vers 11-12. ‘Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet. Want er zullen valse christenen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden. Zie, ik heb het u voorzegd. Indien men dan tot u zegt: Zie, hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie, hij is in de binnenkamer, gelooft het niet’ vers 23-26. Eigenlijk kondigt Jezus dus drie dingen aan:

a) De verschijning van valse christussen en valse profeten. De satan is zo bevreesd voor de ware Christus en Zijn wederkomst, dat hij een heel aantal valse christenen opwekt om velen op een dwaalspoor te brengen en te verleiden. Paulus kon al schrijven: ‘Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken’. Hand. 20:29-30.

Sedertdien zijn er vele valse profeten opgestaan, en vandaag meer dan ooit ziet men een snelle toename van verderfelijke sekten en allerlei valse leerstellingen. Hier willen wij slechts enkele van de vele namen noemen: Mevr. Eddy Baker van de ‘Christian Science’ (die is niet wetenschappelijk, noch christelijk); de vermaarde ‘Père Antoine’ uit België, de Engel van de Here; Smith, de grote ‘ziener’ van de Mormonen; Rudolf Steiner van de antroposofen, de Christus van Montfavet’; de Father Divine van Amerika; de zogenaamde Jehova-Getuigen; de Guru Maharadji van het goddelijk licht; enz. enz. Onder het mom van het evangelie, voert men weer opnieuw de afgodendienst in, die de zielen in het verderf stort. Vanaf de zogenaamde christelijke leerstoelen loochent men de meest essentiële waar­heden van het geloof. Men brengt een valse Christus, die niets goddelijks bezit, en die niet in staat is om de zonden weg te nemen en de dood te overwin­nen. Sommigen leren dat de verlorenheid niet bestaat en dat allen, met inbegrip van de duivel, gered zullen worden. Men gaat zelfs aan de persoonlijkheid van God twijfelen. Anderen willen doen geloven, dat de materie, de ziekte, de dood zelf, slechts inbeeldingen zijn. Veel van deze z.g. openbaringen en menselijke tradities worden aan de Schrift toegevoegd en boven haar gesteld. Men ziet onechte godsdienstige opwekkingen, en de vijand gaat zelfs zover, dat hij de werking van de Heilige Geest in de weinig evenwichtige zielen nabootst. Speciaal melding moet gemaakt worden van het spiritisme, dat in de grote steden tienduizenden aanhangers telt. Het z.g. oproepen van de doden is in werkelijkheid een in kontakt treden met de demonen en werd daarom in het Oude Testament met de dood gestraft, Lev. 20:6, 27; Deut. 19:9-14. Paulus rangschikt het onder de tekenen van het laatst der tijden: ‘In latere tijden zullen sommigen van het geloof afvallen, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen’, 1 Tim. 4:1. (Zie ook nog Openb. 16:13-14). Een Amerikaans tijdschrift verklaart, dat vier op de tien personen in de V.S. mediums en helderzien­den raadplegen om zo achter hun toekomst te komen. Er zijn in Parijs 65.000 waarzegsters. Men schat dat zij 39 miljard oude franken verdienen door de toekomst (?) aan de Parijzenaren te voorspellen. In Brazilië telt men 10 miljoen spiritisten en men heeft bevestigd dat er in Tsjechoslowa­kije één enkel spiritisten-genootschap is, dat alleen al 300.000 leden telt.

De wereldse valse profeten kan men zelfs niet meer tellen. Terwijl ze de geopenbaarde godsdienst verwerpen, bieden ze aan de bijgelovige massa’s een ‘mystiek’ aangepast aan de tijd. De tegenwoordige afgoden kunnen Vooruitgang, Wetenschap, Politiek, Partij, Sport, Geweld, De Staat en wie weet wat nog meer heten.

Zij wakkeren in hun aanhangers hetzelfde fanatisme aan, hetzelfde blinde geloof als de zo verachte godsdienst. In feite zijn zij niets anders dan nieuwe vormen van een oude, altijd gelijke cultus: die van de menselijke hoog­moed, die zichzelf aanbidt. Zoals Paulus zegt: ‘Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in alle eeuwigheid’, Rom. 1:25.

Het is opmerkelijk te moeren constateren dat de mensverering zich eigen­lijk vooral ontwikkelt onder die regiems die zeggen het evangelie niet nodig te hebben. Hitler werd letterlijk aanbeden door miljoenen van zijn onder­danen als ‘de redder van de twintigste eeuw’.

Van de zo snel verafgode Stalin zijn hier enkele staaltjes van liefdesliederen en lofzangen, die aan hem opgedragen zijn:

‘Dank je, Stalin, want ik ben goed gezond, dank je, want ik ben blij, dank je . . . mijn vrouw verwacht een kind. Het eerste woord, dat ons kind zal uitspreken, zal de naam van Stalin zijn’ (Woorden van de schrijver Avdéenko op het Schrijvers Congres van 1935).

Geliefde! Jij bent de bewoner van mijn ziel!


De vertellers weten niet meer, met wie ze je vergelijken moeten,
De dichters hebben geen woorden om je te beschrijven!

(De liedjeszanger Djambul)

O, grote Stalin, o, hoofd der volken,
Jij, die de mens deed geboren worden,
Jij, die de aarde vruchtbaar maakt,
Jij, die de eeuwen vernieuwt.

Jij, die de lente doet opbloeien,


Jij, die de snaren laat vibreren,
Jij, pracht van mijn lente, o Jij,
De in miljoenen harten blinkende zon!

(De Pravda van 28 aug. 1936, geciteerd door ‘De Sociale Boodschapper’ van 10 april 1956).

Vandaag nog tonen Mao-Tsè-Tung en zijn ‘kleine rode boekje’ dat de persoonsverering nog lang niet dood is. Wanneer de volken zover gekomen zijn, zijn ze klaar voor de aanbidding van de grote valse christus, de antichrist van de eindtijd.

b) De buitengewone verleiding van de leugen. Het verschijnen van de valse christus is bedroevend maar niet erg verrassend; want helaas vindt men overal vreemde en ontspoorde mensen. Hetgeen veel meer verbazing wekt, is het ongehoord succes dat deze handlangers van satan oogsten. De menigten volgen hen verschrikt, bereid tot elk offer; het geld stroomt binnen, overal worden afgodentempels gebouwd en vele zielen gaan ver­loren. Hoe is een dergelijke aantrekkingskracht te verklaren? De Bijbel antwoordt: door de macht van satan, die in staat is de verharde zondaren in de ban te nemen, en zelfs wonderen te werken. Dit is een vreselijke waarheid: allen, die weigeren zich aan God te onderwerpen zijn onder de heerschappij van de vijand. Want de gehele wereld ligt in de boze. Zie 1 Joh. 5:19. De verschijning van alle valse apostelen en de grote goddeloos­heid van het einde heeft zijn oorzaak in ‘de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedriegelijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid voor hen die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet ge­loofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid’. 2 Thess. 2:9-12. Wat heeft dit woord ‘verleiden’ een dreigende klank, als het door de Heiland voortdurend herhaald wordt: ‘Ziet toe, dat niemand u verleide. Want velen zullen komen onder mijn naam . . . en zij zullen velen verleiden en vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden’, Matth. 24:4, 5, 11, 24. Zo zullen de mensen, die het goddelijk licht buiten gesloten hebben, zonder er zichzelf rekenschap van te geven, geheel verblind worden door de god dezer eeuw, 2 Cor. 4:4.

c) De geloofsafval van de massa’s. ‘En velen zullen zij verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen’, Matth. 24:11-12. ‘Doch als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?’ Luc 18:8.

En de apostelen voegen daar aan toe: ‘Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook (door te zeggen dat Christus al is teruggekomen); Want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander (de door allen aanbeden antichrist)’ 2 Thess. 2. 3. (Zie ook nog 1 Tim. 4:1-3; 2 Tim. 3:1-5; 2 Pet. 3:1-4; Jud. 17-19).

Wat is eigenlijk de geloofsafval? Dat is de afval van hen, die het geloof hebben gekend en beleden. Zonder enige overdrijving kan men zeggen, dat de z.g. christelijke naties het geloof geheel hebben verlaten. De massa’s van onze voorheen gekerstende landen wenden zich van het evangelie af. Zij houden meer van het genot dan van God; en als zij soms nog de schijn ophouden van een zekere vroomheid, ontkennen zij de kracht ervan. Lang geleden al hebben de statistieken een beklagenswaardige situatie aange­toond. In Frankrijk, dat eertijds de ‘oudste dochter van de kerk’ genoemd werd, zijn er, volgens de priesters zelf niet meer dan 3 à 4 miljoen katho­lieken die met Pasen naar de kerk gaan. (Zij die niet gaan, staan buiten de kerkgemeenschap). In Parijs, zo zegt men, gaat slechts 3% van de bevolking naar de diensten. In dezelfde hoofdstad heeft de pastoor van een grote parochie van 70.000 zielen onlangs verklaard: ‘Ik heb een groot aantal praktiserende katholieken, maar misschien nog geen tien christenen, die werkelijk naar hun geloof leven’. (R. Chasles, Israël en de Naties). Onder de 800.000 protestanten geeft slechts een kleine minderheid blijk van een echte vroomheid. Er zijn in Frankrijk dus minstens 35 miljoen mensen, die leven alsof er geen God bestond. In de protestantse landen is de algemene toestand meestal niet veel rooskleuriger. Wat onlangs in Duitsland gebeurd is, is daar het bewijs van. De Engelse godsdienstige bladen zeggen dat in Londen, vóór de recente evangeliesatiecampagnes, slechts 5% van de in­woners de kerken bezochten. Bij deze passieve houding van de meerder­heid, voegen zich nog de verwoestingen door het militante atheïsme en het opdringen van het openlijke neo-paganisme (nieuw heidendom).

Uit de studie van de profetieën en de feiten blijkt duidelijk dat wij niet moeten verwachten dat de mensen zich in grote getale tot het evangelie zullen bekeren vóór de komst van de Heer. Vandaag zijn er, zoals in de tijd van Christus velen geroepen, maar weinigen uitverkoren. Want de grote meerderheid weigert nog altijd de zonde op te geven. Als wij niet voor deze dingen door de Schrift gewaarschuwd waren, zouden wij de moed verlie­zen. Men verkondigt het evangelie al gedurende twee duizend jaar en de wereld wordt steeds slechter! Maar volgens de Bijbel kan dit niet anders, want de wereld wil het heil niet.

‘Men kan dus niet zeggen: Jezus komt niet terug, omdat de wereld nog niet christelijk genoeg is’ (E. Sauer, Der Triumph des Gekreuzigten, pag. 135). Gelukkig weten wij, dat juist de toename van het kwaad het ingrijpen van God tot gevolg zal hebben en het einde zal bespoedigen. Wij merken hierbij nog één ding op: de geloofsafval, dat is de anarchie in godsdienstig opzicht en het bijvoeglijk naamwoord ‘goddeloos’ wat voor de antichrist wordt gebruikt, betekent ‘zonder wet’ (anomos, 2 Thess. 2:8). Nu dan, juist vandaag doet deze anarchie zich op alle terreinen gelden: in de kunst, in de muziek, in de schilderkunst, in de literatuur, in de moraal, in de opvoeding, in de politiek en evenzeer in de godsdienst. En volledige losbandigheid over de gehele linie is het kenmerk van onze tijd.

2. De oorlog

‘Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want het moet geschieden. Maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk’. Matth. 24:6, 7a. Sinds Kain Abel gedood heeft zijn er altijd oorlogen geweest en zij zullen aan het einde zelfs toenemen. Volgens de ‘Tribune de Genève’ heeft de vereniging van het Internationale Recht pas documenten gepubliceerd, waarin wordt aangetoond, dat in de loop van de laatste 34 eeuwen er niet meer dan 268 jaren van vrede zijn geweest, tijdens welke het de naties veel moeite heeft gekost om op goede voet met elkaar te blijven staan. Tijdens deze 3400 jaren zijn er 8000 vredesverdragen ondertekend. Hoewel ze naar de bedoeling van de opstellers gesloten waren voor de eeuwigheid, is de gemiddelde periode dat ze van kracht waren niet langer dan twee jaar geweest.

‘Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden’ betekent hele maal niet dat de oorlog door God gewild zou zijn; integendeel, het is een overtreding van elk goddelijk gebod. Maar helaas is hij onvermijdelijk omdat de mensen zich aan satan overgegeven hebben, die de moordenaar is van den beginne. Wat nieuw is in het eind der tijden is niet de vijande­lijkheden tussen de naties maar hun toenemende heftigheid.

a) De laatste oorlog zal absoluut een alles omvattende oorlog zijn. In de Openbaring ziet Johannes in de vorm van de symbolische ruiters de plagen, die uiteindelijk de gehele mensheid, die in opstand is tegen God, zullen overkomen. ‘En een tweede, een rossig paard, kwam, en hem, die erop zat, werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en dat zij elkander zouden slachten, en hem werd een groot zwaard gegeven, Openb. 6:4. Bij de slag van Armageddon zullen alle legers en koningen van de gehele aarde verzameld worden, Openb. 16:14. Zien wij niet juist vandaag, dat de troepen van de uiteinden der aarde komen om zich op het slagveld te begeven? En was de gehele wereld niet eensklaps in oorlog gewikkeld? Vanuit de vijf continenten bereikten ons de berichten van de diverse fronten en van alle natiën waren er zelfs geen tien, die neutraal konden blijven. Dat was voor de eerste keer in onze wereldgeschiedenis.

b) De laatste oorlog zal ook een vreselijk moorddadige oorlog zijn. Johannes, in zijn beschrijving van de plagen, die de laatste oorlog zullen vergezellen, voegt hieraan toe: ‘En hun werd macht gegeven over het vierde deel der aarde om te doden, met het zwaard, met de honger, met de zwarte dood en door de wilde dieren der aarde’, Openb. 6:8. Hij verklaart zelfs dat het derde deel der mensen zo gedood zal worden, Openb. 9:18.

Enkele jaren geleden werden dergelijke profetieën schouder ophalend en met minachting gelezen. Zou de oorlog van 1914-1918 niet de laatste oorlog zijn? Hadden wij nu niet de volkerenbond? Had het Briand-Kellogpact de oorlog niet onwettig verklaard? En discussieerde men niet serieus op de ontwapeningsconferentie, terwijl de regeringen zich bewapenden als nooit tevoren? Wij weten wat er daarna gebeurd is en niemand, behalve de Bijbel, weet wat de toekomst voor ons in petto heeft. Ondertussen is het duidelijk dat de gevolgen van de oorlog ieder jaar afschuwwekkender worden ‘dankzij’ de voortgang van de wetenschap, die ten dienste van het kwaad wordt gesteld. De enkele slag rond de Marne in 1914 maakte 800.000 doden, en de vier jaar van de oorlog 1914-1918 10 miljoen. De oorlog van 1939 heeft, naar men zegt, 78 miljoen mensen vernietigd. In sommige landen of tenminste in sommige gebombardeerde steden is meer dan een vierde gedeelte van de mensen omgekomen. Men spreekt over bepaalde streken in Oost-Europa waar anderhalf miljoen mannen en vrouwen omgekomen zouden zijn. De ene bom op Hiroshima heeft in enkele seconden meer slachtoffers gemaakt dan een lange oorlog in vroe­gere jaren. Wij spreken hier nog maar niet over de mogelijke gevolgen van een bacteriologische oorlogsvoering. Dr. H. D. Smith, één van de uitvinders van de atoombom, heeft verklaard: ‘Als men er in slaagt hem een beetje te verbeteren, zou men de gehele mensheid in enkele ogenblikken kunnen vernietigen’. Wij moeten volgens de aanhangers van de vooruitgang mee­werken aan de omvorming van de maatschappij, en zien tegelijkertijd slechts haar wrede zelfmoord. Als wij niet gewaarschuwd waren, zouden wij werkelijk wanhopen. Het is waar, het is moeilijk om over deze zaken te moeten praten maar ongelukkig zijn zij, die getroffen worden door zo’n catastrofe zonder er de bedoeling van te begrijpen!



c) De vooruitzichten van een atoomoorlog. Sedert het eind van de oorlog met Japan is er een geweldige ‘vooruitgang’ geboekt. De waterstofbom heeft dezelfde sterkte als 2400 A bommen van het type Hiroshima, met een kracht die gelijk staat met 40 miljoen tonnen TNT. Een geleerde uit New-York heeft verklaard dat 400 van deze H bommen al het leven op aarde kunnen vernietigen. (Prairie Overcomer, mei 1954). Toen de eerste H bom geworpen werd, vergeleek de Amerikaanse pers zijn schijnsel met het licht van duizend zonnen (Christian Beacon van 24 maart, 1956, die de New York Times hier citeert).

Dit doet ons aan de profetie van de Openbaring denken: ‘Er werd iets als een grote berg brandend van vuur in de zee geworpen en het derde deel van de schepselen stierf... En er viel een grote ster, brandend als een fakkel, en het derde deel der wateren werd alsem en velen van de mensen stierven van het water, omdat het bitter geworden was’. (Vandaag zouden wij waarschijnlijk zeggen dat het radio-actief geworden was). Openb. 8:8-11.

In zijn boek ‘La folie des hommes’ (De dwaasheid der mensen) (Robert Laffont, Parijs), benadrukt Jules Moch deze verschrikkelijke toename: van 1940-1945 heeft men 1.300.000 bommen van het klassieke type op Duitsland geworpen;

om de gehele Franse bevolking te vernietigen zou men het volgende aantal nodig hebben:

200.000.000 bommen van 500 kg van het klassieke type,
of 6.000 A-bommen,
of slechts 15 H-bommen, de z.g. thermo-nucleaire bommen.
(Aangehaald uit de ‘Midi Libre; 19 januari 1955).

De zwakste H-bom slaat nog een krater met een doorsnede van 5 km en 60 m. diepte. Welke bescherming kan men daarvoor bedenken? Toch is men in de Verenigde Staten bezig schuilkelders te bouwen voor een totaal van 20 à 40 miljard dollars, omdat men schat, dat zonder schuilkelders 75 à 100 miljoen personen dadelijk op de eerste dag van een atoomaanval zullen sterven. (Christian Beacon, 28 febr. 1957). Bovendien heeft prins Louis de Broglie op 22 november 1954 voor de Academie der Wetenschappen te Parijs verklaard, dat de H-bommen het evenwicht van de klimaten op de aardbol in de war zullen sturen, zeer aanzienlijke wijzigingen in het plan­tenleven teweeg brengen en eveneens de erfelijke eigenschappen van mensen en dieren beïnvloeden. (Pour la Verité jan. 1955). Inderdaad heeft men te Nagasaki geconstateerd dat sinds de atoomaanval één op de zeven kinderen ongelukkig geboren wordt. (Le Bon Combat juli 1955).

Koelbloedig verhaasten de regeringen van de grote landen de productie van wat men het ‘totale’ wapen noemt. Eerst heeft men bommenwerpers met een snelheid van 1000 km. per uur en met een grote actieradius ontwikkeld, waarmee ze in staat zijn de atoombommen naar welke plaats dan ook te transporteren. Het gebruik van deze bommenwerpers is zeer gevaarlijk. Men vond dus de intercontinentale raketten uit, waartegen een afweer praktisch onmogelijk lijkt. De oorlog van de ‘rode knop’ werd geboren: zij is geen toekomstvisie meer maar een werkelijkheid van van­daag.

Vanuit dit gezichtspunt is er een voortdurende vooruitgang, en alle we­tenschappelijke ontdekkingen worden aan hetzelfde doel ondergeschikt gemaakt. Op 4 oktober 1957 hebben de Russen de eerste satelliet, de bekende Spoetnik in een baan om de aarde gebracht. Hij voltooide zijn omwentelingen op 900 km hoogte met een snelheid van 28.000 km per uur. De Amerikanen zijn spoedig gevolgd en wij hebben het begin gezien van de ruimtemens, de kosmonaut. De wedloop is in volle gang en men heeft al ruimtevaartuigen in de richting van Mars en Venus gestuurd. Het is dui­delijk dat deze harde wedloop van de grote mogendheden in de verovering van de ruimte slechts een fase is in de strijd om de militaire suprematie. Het pure wetenschappelijke belang is slechts een dekmantel. De kunstmanen rechtvaardigen in geen enkel opzicht deze ongehoorde bestedingen aan geld en verstandelijke vermogens, als zij niet in verband stonden met de fatale wapens, wat deze raketten zijn.

Voor dergelijke vooruitzichten kan men angstkreten van alle kanten horen. Sir Winston Churchill verklaarde in het Lagerhuis te Londen, dat de wereld, die met een totale vernietiging bedreigd wordt, nog een uitstel van 3 of 4 jaar heeft. Als er na dit uitstel een belangrijk konflikt zou uitbreken, zou het dwaasheid zijn te geloven dat de thermo-nucleaire wapens niet gebruikt zouden worden. De radioactieve neerslag maakt de uitgestrekte dunbevolkte streken van de kontinenten bijna even kwetsbaar als de kleinere dichtbevolkte streken. (Gazette de Lausanne 5 maart 1955). De grote geleerde Albert Einstein deed in 1955 de volgende verklaring voor de Italiaanse atoomgeleerden: ‘Achter de muren van geheimzinnigheid per­fectioneert men met een koortsachtige haast de middelen voor een kollek­tieve vernietiging. Als dit doel bereikt is, behoort de vergiftiging van de atmosfeer door de radioactiviteit en vervolgens de verwoesting van al het leven op aarde tot de technische mogelijkheden. Steeds duidelijker doemt dit spookbeeld van de totale vernietiging voor ons op. Wij zullen nu en altijd blijven waarschuwen . . . Wij glijden af naar een catastrofe zoals de wereld nog niet gekend heeft. Als de mensheid dit wil overleven is een nieuwe manier van denken van essentieel belang. Het afwenden van deze bedreiging is het dringendste probleem van onze tijd geworden. Op het beslissende ogenblik - en ik verwacht dit ernstige ogenblik - zal ik het uitschreeuwen met alle kracht die in me is’. (Gazette de Lausanne 19 april 1955).

Deze zelfde geleerde en prins Louis de Broglie hebben opgemerkt dat een wolk van radioactiviteit die door de bom wordt veroorzaakt, gelijk staat met 3000 ton radium waarvan slechts een milligram genoeg is om een schepsel te doden. Einstein heeft hier aan toegevoegd dat, indien de Heer van de christenen niet voor 1958 zal terugkomen, Hij slechts een verwoeste en verlaten aarde zou terugvinden. ‘Ik vrees de dwaasheid van de mens,’ zo zei hij. (Sentinelle, ou en est la nuit? april 1957).

Dr. Schweitzer heeft gezegd dat ‘iedere toename van het gevaar veroor­zaakt door de explosie van atoombommen, een ramp vormt voor de mensheid, een ramp, die tot elke prijs vermeden moet worden . . . De gehele mensheid moet zich bewust zijn van dit dreigende gevaar. Ik heb u deelgenoot gemaakt van mijn angst, een angst die me geen enkel respijt laat’ (Semeur Vaudois 27 april 1957 en Le Protestant 15 mei 1957). Karl Barth schreef: ‘als men deze atoomproeven voortzet, zal binnen korte tijd overal het leven bedreigd worden . . . De mensen moeten zich tegen de opkomende dwaasheid keren . . . Het gaat hier om het leven van de mensheid.’ (Vie Protestante 10 mei 1957). Duizenden andere geleerden en christenen hebben een ernstig protest laten horen. Evenwel heeft de Lu­therse bisschop Lilje durven zeggen: ‘Een eenvoudig beroep op de rede blijft een holle frase zolang het hart niet veranderd is.’ En prof. C. E. von Weizäcker heeft bevestigd, dat volgens de geleerden, de goede wil van de politici niet genoeg is, om te vermijden dat de wereld door atoomwapens vernietigd zal worden. (Serv. Oec. de Presse 10 mei 1957).

Deze mening delen wij volledig. Alleen een beweging van berouw en terugkeer naar God kan de plaag van de wijd verbreide oorlog, die zich over de aarde zal uitstrekken, voorkomen. Naar onze mening zijn het schone illusies om te geloven dat wat dr. Schweitzer in de volgende termen samenvatte: ‘Indien men erin slaagt om de atoomproeven te beëindigen, zal dit voor onze arme mensheid een heerlijke morgenstond zijn, verlicht door de zon van de hoop.’ (Le Protestant 15 mei 1957). Het is duidelijk dat wij dadelijk de laatste stuiptrekkingen van onze zo zondige wereld zullen meemaken, en dat na de oordelen en de oorlogen van het einde, wij de enige lichtende morgenstond zullen zien, namelijk die van de wederkomst van Christus, onze zon der gerechtigheid. Daarom geloven wij niet, dat God het zal toestaan, dat de waterstofbom, of iets anders de gehele mens­heid zal vernietigen. Het is al genoeg als de Schrift spreekt over het vierde of zelfs het derde gedeelte der mensen, (Openb. 6:8; 9:18)!

Tot in 1974 hebben deze dingen zich nog toegespitst en zijn ernstiger geworden. De grote naties beroemen zich zelfs met trots op de perfektie die zij hebben bereikt met hun intercontinentale raketten, om een voorbeeld te noemen. N. Kroetsjev bevestigde dat de Russische onderzeeërs, die met nucleaire projectielen waren uitgerust, in staat waren om de niet commu­nistische wereld in enkele minuten te verwoesten. ‘Er bestaat, zo voegt hij hier aan toe, geen streek op deze aarde, die onze projectielen niet kunnen bereiken, en daarvan al het leven kunnen wegvagen’. Daarop antwoordde de Amerikaanse admiraal Raborn dat ‘men de onderzeeër Polaris onder het poolijs kan laten glijden, vol met atoomexplosieven, waarvan een gedeelte al voldoende is om China en Rusland tezamen in de lucht te doen vliegen . . . onkwetsbaar is hij, een oorlogstuig met een geweldige vernieti­gingskracht, waartegen geen verweer mogelijk is.’ (Christianisme au XX siècle, 20 april 1961).

Volgens een verklaring van M. Mc.Namara hebben de nieuwe strategische raketten, die in Amerika gebouwd zijn, een meervoudige lading, die als volgt werkt: het moederprojectiel werpt de diverse H-bommen, waarmee hij geladen is af terwijl hij zijn baan vervolgt. Omdat men de kleinere projectielen niet goed kan richten, hebben ze niet bepaalde strategische objecten als doelwit, maar simpel en direct worden ze naar de steden van de tegenstander gestuurd. Zo vestigt men een evenwicht van de terreur tussen de Verenigde Staten en de Sowjet-Unie, waarbij elk van deze landen de steden van de andere gijzelt. (Gazette de Lausanne 17 jan. 1967).

Dr. Ralph Lapp, een specialist op het gebied van nucleaire wapens, preci­seert dat de nieuwe Amerikaanse raket met de vele ladingkoppen in één enkele vergeldingsaanval het bestaan van 60 miljoen personen, die in de Sowjet-Unie leven, in gevaar kan brengen. Ieder van deze ‘ballistische’ projectielen met 6 schoten’ zou elk van de zes bommen op een andere plaats kunnen afwerpen en 45 exemplaren van dit oorlogstuig zou genoeg zijn om 200 van te voren gekozen steden te vernietigen. (Ibid., 18 jan. 1968). De eenheid van de kracht van de bommen is tegenwoordig de megaton (1 miljoen ton aan explosieven). Zo komt de Courrier de I’Unesco van au­gustus 1967 er toe om te zeggen, onder de titel van ‘De oorlog van morgen’: ‘Een enkele bom van 20 megaton (wat een veelvoorkomend type is) is 14 keer krachtiger dan de totale hoeveelheid explosieven die op Duitsland in de loop van de tweede wereldoorlog is geworpen . . . Wie zou zich tegeno­ver deze massale sterfte gesteld willen zien?’ (Ibid., 19 aug. 1967). En tegenwoordig spreekt men van intercontinentale raketten van 100 megaton (Ibid., 18 mei 1968).

Op de ontwapeningsconferentie te Genève 1967. heeft men verklaard dat de voorraden aan atoompotentieel voldoende zijn om elke dag een krach­tige atoombom tot ontploffing te brengen en dat gedurende 140 jaar. Ieder projectiel zou een explosieve kracht hebben die gelijk staat met alle ex­plosieven, die gedurende de 6 jaar van de tweede wereldoorlog door alle oorlogvoerenden tot ontploffing gebracht zijn. (Ibid., 9 aug. 1967).

De Nobelprijswinnaar Linus Pauling heeft verklaard, dat het wereldarse­naal op het ogenblik een vernietigingskracht heeft die 150 keren groter is dan die nodig is om de gehele mensheid te vernietigen. Hij voegde hieraan toe dat er voor iedere man, iedere vrouw en ieder kind een vernietigings­kracht van 150 ton aan explosieven bestaat. Men heeft berekend dat in geval van oorlog de vernietigingskracht van een gebruikte bom neerkomt op een persoon per ton. (Ibid., 11 okt. 1967).

Het feit dat China (met andere naties) nu ook de atoombom bezit, doet deze algehele bedreiging slechts toenemen. En wie kan ons verzekeren, dat in een ogenblik van dwaasheid van de mensheid, of van een in het nauw gedreven dictator, zulke wapens niet gebruikt zullen worden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de wereld en de jeugd in het bijzonder, in angst en wanhoop leven! Horen wij reeds, zoals de krant Le Monde’ (22 maart 1959) het uitdrukte ‘de zwanenzang van een onder­gaande beschaving?’

Wij hebben nog niets gezegd over chemische en bacteriologische wapens die men in het geheim in de laboratoria van de grote mogendheden ontwikkelt. Van tijd tot tijd leest men in de nieuwsmedia berichten zoals deze: ‘De V.S. maken het oorlogstuig, dat waarschijnlijk het geduchtste van hun hele arsenaal is: namelijk een gas dat de zenuwen aantast en door steeds verdergaande verstijving de dood tot gevolg heeft. De direkteur van de Newport (Indiana) Chemical Plant, luitenant-kolonel W. T. Tidsale, heeft verklaard, dat: ‘als de V.S. dit gas in productie nemen, is dit om zo’n voorsprong op dit terrein te behalen, dat een eventuele agressor er niet toe verleid wordt een dergelijk wapen te gebruiken. Men ontwikkelt ook psycho-chemische producten, die paniek kunnen veroorzaken of mensen. van hun verstand kunnen beroven zonder de dood tot gevolg te hebben. Volgens een parlementair rapport uit 1960, schatten de Amerikaanse in­lichtingendiensten dat, op dat moment een zesde gedeelte van de wapen­voorraad in de Sowjet-Unie uit chemische wapens bestond’. (Gazette de Lausanne 22 april 1964).

De Britse regering houdt zich druk bezig met deze nieuwe biologische en chemische bewapening, die even geheimzinnig als afschrikwekkend is. Zij heeft de ontwapeningsconferentie (tot dat ogenblik zonder zichtbaar re­sultaat) op dit punt tot handelen willen brengen. Zo’n stap is daarom zo belangrijk, omdat de prijs van giftig gas relatief laag is en haar zo binnen het bereik brengt van de minder gefortuneerde landen. (Ibid., 18 juni 1968). Men kan werkelijk niet vaak genoeg herhalen: onze enige hoop op vrede en op overleving is de triomferende komst van de Vredesvorst.

3. De hongersnood

‘En er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden zijn’, Matth. 24:7. Johannes voegt hier aan toe: ‘En ik zag en zie, een zwart paard, en die er op zat had een weegschaal in zijn hand. En ik hoorde als een stem temidden van de vier dieren zeggen: een maat tarwe voor een schelling en drie maten gerst voor een schelling, en breng geen schade toe aan de olie en de wijn.’ Openb. 6:5-6.

De honger is het noodzakelijke bijverschijnsel van de oorlog. Daar weten wij iets van. Reeds tientallen miljoenen arbeiders hebben geleden van de werkloosheid en van de totale ontwrichting van het maatschappelijk bestel. Dat is nog niets. Wie zou geloofd hebben dat midden in de twintigste eeuw, met moderne landbouwmethoden en transportmiddelen men letterlijk van honger in Europa om zou komen? Nu dan, in het Rusland van 1921, veroorzaakte de honger 30.000 doden per dag en Dr. Nansen zei: ‘Dit is ongetwijfeld het ergste wat ooit in de geschiedenis van de mensheid is gebeurd’. (Maar wij hebben geleerd om, helaas, nog iets ergers te ver­wachten!)

Volgens officiële schatting zijn in 1942 in Griekenland 150.000 tot 200.000 mensen in elf maanden op deze manier omgekomen. In Roemenië, de korenschuur van de Balkan, heeft men verscheidene dagen per week zonder brood geleefd. In het zuiden van Frankrijk, waar eigenlijk alleen de wijnstok wil groeien, heeft het vaak aan wijn ontbroken (zoals aan. kolen in Charleroi!) en de rest van het land dat toch welvarend genoemd kan worden, heeft zeer moeilijke dagen gekend. Wij sidderen bij de gedachte dat de noodlottige tijden nog niet afgelopen zijn. In ieder geval hebben wij weer opnieuw geleerd te zeggen: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ en wij zijn gelukkig te weten dat God voor ons zorgt, zelfs temidden van de hongersnood. Die ervaring hebben we reeds opgedaan.

Wie zou geloofd hebben dat tegelijk met deze hoge graad van beschaving en de techniek, waarop wij zo prat gaan, wij de honger op wereldniveau zo zouden zien toenemen? In een speciaal nummer gewijd aan de Wereld­Gezondheids-Organisatie, lezen wij: ‘de mensheid bevindt zich op de drempel van een grote hongersnood, zoals die nog nooit in de geschiedenis heeft plaatsgevonden. Vandaag zijn er, in Afrika, in Azië, in Latijns-Ame­rika miljoenen mensen, - de helft van de wereldbevolking (anderen zeggen tweederde) - ondervoed. Ieder jaar neemt het aantal mensen, die in hun bestaan en hun gezondheid door de hongersnood bedreigd worden, met enkele miljoenen toe. Wat zijn de oorzaken van dit meest geduchte pro­bleem, waarvoor de mensheid zich ooit gesteld heeft gezien? Hoe kan men een wereldcatastrofe vermijden? (Gazette de Lausanne 27 mei 1966).

De bevolkingsexplosie. Het probleem van de honger is nauw verbonden met het feit dat de wereldbevolking met alarmerende snelheid toeneemt . . . Men schat dat in het begin van onze jaartelling er tussen de 200 en 300 miljoen mensen op aarde waren. Hun aantal bereikte de 500 miljoen in 1650, twee eeuwen later, in 1850, was dit al 1 Miljard. In 1930 werd de grens van 2 miljard overschreden en sedertdien was de toename nog sneller, zodat er nu meer dan 3,3 miljard mensen zijn. Alleen al gedurende de laatste tien jaren is het aantal bewoners van onze planeet met 480 miljoen toegenomen. De wereldbevolking neemt met 60 miljoen per jaar toe, zodat in het jaar 2000 zeven miljard mensen zich op onze aardbol zullen ver­dringen (Ibid.). Hoe zal men al deze mensen van voedsel kunnen voorzien, om nog maar niet te praten over hen die na dezen zullen komen. Men spreekt ook dikwijls over de economische achterstand in vele streken van de wereld. Tijdens een internationale conferentie, die in Genève gehouden werd, stelde de katholieke aartsbisschop van Recife (Brazilië), Camara, duidelijk vast dat ‘het onontwikkeld houden van 80% van de wereldbe­volking de oorlog onvermijdelijk maakt’. Hij voegde er aan toe: In La­tijns-Amerika verliezen de jongeren hun geduld en gaan over tot geweld.’ (Ibid, 1 juni 1967). Het is tragisch te moeten constateren dat het verschil in levensstandaard van ‘de derde wereld’ en de geïndustrialiseerde landen steeds toeneemt. Als het hart van de mens zo is, waar moet dan zijn hulp vandaan komen? God heeft in de beginne dit bevel aan de mens gegeven: ‘Weest vruchtbaar en wordt talrijk, vervult de aarde en onderwerpt haar’ (Gen. 1:28). Lijkt het ogenblik niet nabij dat deze taak vervuld is en dat de Heer moet ingrijpen om een geheel nieuwe fase van de wereldeconomie in te luiden? Wij zullen later zien dat tijdens de Messiaanse heerschappij, de levensomstandigheden op aarde totaal zullen worden gewijzigd. Dan zul­len, zo geloven wij, alle vraagstukken die zonder menselijke oplossing gebleven zijn, opgelost worden.



4. De pest

‘Nu hier, dan daar zullen er pestziekten zijn . . .’ Luc. 21:11. ‘En ik zag en zie, een vaal paard, en die daar opzat, zijn naam was de dood, en het dodenrijk volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel der aarde om te doden, met het zwaard, met de dood, met de zwarte dood en door de wilde dieren der aarde’, Openb. 6:8. Oorlog, hongersnoden en epidemieën doen zich dikwijls tegelijkertijd voor. Dit was bijvoorbeeld het geval in 1918 toen de verschrikkelijke Spaanse griep om zich heen greep. De ‘Times’ zei in december van dat jaar: ‘Zes miljoen personen zijn aan griep en longontsteking gestorven in deze laatste twaalf weken. Deze plaag is vijfmaal dodelijker dan de oorlog.’ Het totale aantal slachtoffers in deze epidemie liep op tot 12 miljoen, terwijl de oorlog van 1914-1918 ‘slechts’ 10 miljoen slachtoffers tot gevolg had en dat in 4 jaren tijd. Omdat de laatste der oorlogen zo dodelijk moet zijn, lijkt het heel aannemelijk dat hij tot verschrikkelijke pestepidemieën aanleiding zal geven. Deze gezamelijke plagen zullen zich over een groot gedeelte van de mensheid uitstrekken.



5. De aardbevingen

‘En er zullen grote aardbevingen zijn’ Luc. 21:11. En de Openbaring voegt hier in zijn beeldrijke taal aan toe: ‘En daar geschiedde een grote aardbe­ving, en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer hij door een harde wind geschud wordt. En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt,’ Openb. 6:12-14. (Zie ook Openb. 8:5; 11:13, 19; 16:18-20). Het is waar, dat er altijd aardbevingen geweest zijn. Maar de Schrift kondigt aan, dat zij aan het eind der tijden veelvuldiger en heftiger zullen zijn. Hoewel men natuurlijk niet kan zeggen hoe dicht de ontknoping genaderd is, constateren vele gelovigen en zelfs geleerden sinds enkele jaren een ontegenzeggelijke toename van de aard­schokken. (En deze toename kan men niet alleen toeschrijven aan de betere meetapparatuur en de betere nieuwsvoorziening).

Hier is een lijst van de opmerkelijkste aardbevingen die sinds het begin van deze eeuw hebben plaatsgehad:


Martinique, Mont Pelée

San Francisco

Italië, Calabrië

Italië, Messina

Chili

Turkije


1902

1904


1904

1908


1906

1939


1960

1912


30.000

50.000


30.000

80.000


20.000

30.000


5.000

3.000


China, Kansoe

China, Kwangtoeng

Japan

Griekenland



Algerije

Algerije, Orléansville

Iran

Marokko, Agadir



Joegoslavië, Skopje

Ecuador


Peru
Totaal aantal doden:

1940

1953


1966

1970


1920

1920


1923

1953


1954

1960


1957

1962


1968

1960


1963

1949


1970



30.000

1.200


3.000

1.700


180.000

140.000


145.000

1.000


1.200

1.400


3.200

20.000


20.000

12.000


2.000

10.000


66.000
885.700

Men meet de sterkte van de aardschokken volgens de schaal van Richter, die van 1 tot 12 loopt. In de twintigste eeuw is punt 9 niet overschreden. Hoe het ook zij, alles toont ons dat de bijbelse profetieën ook op dit punt binnen de reële mogelijkheden liggen.

De profeet Zacharia kondigt aan, dat op het moment van de heerlijke verschijning van Jezus Christus de Olijfberg door een aardbeving in tweeën gesplitst zal worden: ‘Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijf­berg . . . die middendoor zal splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal.’ Zach. 14:4.

En enige jaren geleden hebben wij in een Parijse krant, de Jour-Echo de Paris, een opmerkelijk artikel gelezen. Men vertelt dat geheel volgens de oude bijbelse profetie een eerste aardschok onlangs een zichtbare breuk van boven tot onder in de Olijfberg had veroorzaakt. Men voegde hier aan toe dat een paleis, gebouwd door keizer Willem II, zich op de helling bevindt. Dit paleis is versierd met een groot mozaiek van de keizer en de keizerin van Duitsland. Het mozaiek zelf was gescheurd en gehavend. De aardbeving van 1927 in Palestina maakte 700 slachtoffers, 3000 gewonden en veroorzaakte veel schade.

Professor Bailey Willis, expert op het gebied van de seismografie aan de universiteit van Stanford heeft voor de Britse Associatie voor de vooruit­gang van de wetenschap te Leeds in England verklaard: ‘In het heilige land kan men aardbevingen verwachten; de streek rondom Jeruzalem is een gebied, waar het gevaar voor een aardbeving reëel aanwezig is. Een breuk waarlangs aardverschuivingen plaats hebben bevindt zich onder de Olijfberg.’

Natuurlijk betekenen deze feiten nog maar weinig in vergelijking met wat er aangekondigd is. Niettemin is het interessant ze hier te noemen.

6. De geloofsvervolgingen

‘Doch dat alles is het begin der weeën, dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil. En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten’, Matth. 24:8-10 (Luc. 21:12-19; Openb. 6:9-11). Er zijn vroeger vreselijke geloofsvervolgingen geweest, maar wie zou gedacht hebben dat zij na de grote Franse Revolutie met zijn verklaring van de rechten van de mens en van gewetensvrijheid opnieuw in ons verlichte tijdperk als in de middeleeuwen zouden ver­schijnen. Omdat de mensheid God steeds openlijker verwerpt is het niet verwonderlijk dat ze probeert deze lastige en stijfkoppige gelovigen te elimineren.

Ieder weet tegenwoordig dat de godsdienstvervolgingen met een ver­nieuwde heftigheid zijn begonnen. In een zeer groot land heeft men de christenen vervolgd, de dienaren van God buiten de wet gesteld en de kerken afgebroken, als men hen al niet voor andere verachtelijke doelein­den gebruikt. Elders heeft men de voorgangers, die weigerden zich voor de afgod te buigen, in concentratiekampen gezet. Na de burgeroorlog heeft men in Spanje alle protestantse kerken afgebroken of gesloten, behalve vier of vijf waarvan men de voorgevel heeft veranderd, zodat ‘zij aan de katholieke eerbaarheid van het land geen afbreuk meer doet’, Allerlei ergerlijke maatregelen tegen de evangelischen hebben tamelijk lang voortbestaan. De situatie is tegenwoordig gelukkig beter. In Colombia heeft men van 1948 tot 1958 tachtig personen om hun geloof gedood; anderen heeft men gemarteld, verjaagd of hun goederen verbeurd verklaard. In Japan heeft men ook de christenen vervolgd, die weigerden de keizer en zijn voorouders te aanbidden. De bijbelse profetieën kondigen ook verschrikkelijke vervolgingen aan tegen de Joden. Zo beschrijft Daniël de behandeling, die ze door de antichrist zullen ondergaan: ‘Hij zal woor­den spreken tegen de Allerhoogste, en de heiligen des Allerhoogsten te gronde richten; hij zal er op uit zijn tijden en wet te veranderen, en zij zullen in zijn macht gegeven worden voor een tijd en tijden en een halve tijd . . . Machtigen zal hij verderven, ook het volk der heiligen. En wanneer er een einde komt aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk, dan zullen al deze dingen voleindigd zijn.’ Dan. 7:25; 8:24; 12:7. Hoe erg zijn de Joden niet altijd in Europa vervolgd en dit tot in het midden van de 19e eeuw. Maar wie zou geloofd hebben dat men hen opnieuw met zo’n wreedheid zou vervolgen! Zij zijn van alles beroofd, nagejaagd, uitgehon­gerd, gedeporteerd en gemarteld; gezinnen werden uit elkaar geslagen, kleine kinderen van hun moeder weggerukt. Men heeft zelfs hen gearres­teerd, die te hulp wilden komen. Het aantal van hen die onder deze verschrikkelijke omstandigheden de dood hebben gevonden loopt in de miljoenen. Deze enkele feiten, die alleen als voorbeeld zijn aangehaald, tonen hoe een golf van onverdraagzaamheid en haat tegen God opnieuw in onze wereld de kop opsteekt. Wij zouden niet kunnen zeggen waar ze ophoudt, want nergens is men er zeker van dat men aan de vervolging ontkomt: de protestantse, de katholieke, de orthodoxe en de mohamme­daanse landen geven ons daar het bewijs van. Het schijnt dat dit alles het voorspel is op dat wat zich onder de gelukkig korte heerschappij van de antichrist zal afspelen. Wij zijn geschokt, wanneer wij denken aan zoveel lijden, veroorzaakt door de slechtheid van de mens en, evenals de marte­laren van de Openbaring roepen wij uit: ‘Tot hoelang, o heilige en waar­achtige Heerser? . . .

7. De wereldwijde evangelieverkondiging

‘En dit evangelie van het koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken en dan zal het einde gekomen zijn,’ Matth. 24:14’. ‘En aan alle volken moet eerst het evangelie gepredikt worden,’ Marc. 13:10. Dit is dan eindelijk een verblijdend teken van het einde der tijden. God laat de aarde nooit in de steek. Zeker, de nacht komt, maar de morgen ook. Het evangelie moet aan alle mensen verkondigd worden, voordat de deur der genade gesloten wordt. Jezus heeft niet gezegd dat iedereen zich zal bekeren (Hij heeft namelijk net de geloofsafval van het einde aangekondigd) maar het evangelie zal in de gehele wereld gepredikt worden ‘om voor alle natiën als getuigenis te dienen.’ leder mens en elk ras zullen zo de mogelijkheid gehad hebben om het heil te aan­vaarden. Indien zij dit weigeren, zijn noch God, noch de gelovigen daarvoor verantwoordelijk te stellen.

Toen Jezus deze woorden uitsprak hebben zij waarschijnlijk erg ongeloof­waardig geklonken. Toch zien wij steeds meer dat deze dingen zich voor onze ogen voltrekken. Iets meer dan een eeuw geleden heeft de zending een geweldige vlucht genomen. Van de Bijbel, die in het jaar 1500 slechts in 14 talen vertaald was, zijn nu de belangrijkste gedeelten in meer dan 1400 talen overgezet, wat haar toegankelijk maakt voor 98% van de wereldbe­volking en ieder jaar verschijnen er nieuwe vertalingen. Iedere 5 à 6 weken publiceert het Britse Bijbelgenootschap en de andere bijbelgenootschap­pen een vertaling in een nieuwe taal. De Heilige Schrift is nog steeds het grootste succes van de boekhandel en men verkoopt haar over de gehele wereld bij miljoenen. (In 1967 verkocht men 104 miljoen Bijbels, Nieuwe Testamenten en Bijbelgedeelten). In China bijvoorbeeld, kon men, zelfs tijdens de lange oorlog tegen Japan, of misschien wel als gevolg daarvan, de Bijbel niet snel genoeg drukken: de uitgaven werden al bij de deur van de drukkerij afgehaald. Enkele jaren geleden leken verscheidene landen ge­heel gesloten voor het evangelie. Het ene na het andere land opent nu de grenzen. In Indonesië keren honderdduizenden zich tot het evangelie. Ook de stammen in de binnenlanden van Arabië, waarin niemand zich waagde, beginnen nu bereikt te worden. Zo is het ook met de volksstammen in het uitgestrekte Amazone-gebied. Als Afrika op dezelfde voet doorgaat zal ze weldra meer gekerstend zijn dan Europa en zullen vanuit Afrika de zen­delingen naar ons uitgezonden worden. Als voorbeeld citeren we hier alleen maar de Ivoorkust, waar hele stammen hun fetisj hebben verbrand en kerkjes voor de prediking van het evangelie hebben gebouwd voordat ze zelf één blanke zendeling hadden gezien. Deze negers smeken dat men hen komt helpen Jezus te verkondigen. Achter alle ijzer- en bamboegordijnen wordt het getuigenis nog steeds gebracht en eens zullen wij verrast zijn dat er zoveel van het in het geheim gezaaide zaad toch opgekomen is.

Natuurlijk neemt dit alles niet weg dat er nog een enorme taak voor ons ligt. Maar laten wij ook niet vergeten dat wij tegenwoordig over de mid­delen beschikken om de boodschap te verspreiden: drukkerij, radio, tele­visie, luchtvaart, grammofoonplaten, enz. Eén enkele maatschappij n.l. ‘Gospel Recordings’ heeft in enkele jaren grammofoonplaten in 3750 verschillende talen geperst, waarvan 5 miljoen exemplaren gratis zijn ver­spreid. Heden ten dage zenden meer dan 50 evangelische radiostations, verspreid over de 5 continenten, dag en nacht het goede nieuws uit in een zeer groot aantal talen (zoals: Quito, Manilla, Bonaire, Monte-Carlo, EL­WA Monrovia, Okinawa, Addis-Abbeba, enz.). De ongehoorde toename van de transistorradio doet de boodschap tot in verre volksstammen doordringen, zowel in de verboden landen als in de meest gesloten huizen. En wat zal men van de televisie zeggen, als we weten dat tegenwoordig 99% van de inwoners van Tokio gemiddeld 3 uur per dag ernaar kijken? Het is dus voortaan mogelijk dat in onze generatie letterlijk de gehele schepping met het evangelie in aanraking gebracht wordt, vooral als ons nog een korte genadetijd wordt gegeven. Heeft Jezus, toen Hij over dit te bereiken doel sprak, hier niet aan toegevoegd: ‘En dan zal het einde zijn.’

Bovendien zullen wij later zien dat tijdens de grote verdrukking God geweldige middelen ‘gebruikt om de mensheid voor een laatste keer te waarschuwen. Dan zal de wereldevangelisatie geheel voltooid zijn.

8. Israël en de gebeurtenissen in Palestina

‘Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan - wie het leest geve er acht op - laten dan wie in Judéa zijn vluchten naar de bergen.’ Matth. 24:15-16. In Judéa is Christus voor de eerste keer verschenen, en hier heeft Hij ook, nadat Hij door de Joden verworpen was, de zonde op het kruis overwonnen. In Palestina zal Hij ook voor de tweede keer verschijnen, om Zijn volk te bezoeken, dat door Gods beschikking in het land teruggekeerd zal zijn: dan zal Hij over al Zijn vijanden zegevieren, vijanden die voor de laatste keer in de geschiedenis verzameld zijn om oorlog te voeren.

Zie eens wat de profeet Zacharia m.b.t. dit punt aankondigt (Zacharia 10:8,8: 12:3,9: 14:3-5). Hoe men ook over deze profetieën denkt, drie feiten kan men niet ontkennen:

a) De Joden beginnen naar Palestina terug te keren.


b) Palestina begint als een roos op te bloeien.

c) Palestina is gelegen op een kruispunt, dat steeds strategischer wordt.

(Wij komen later in details op dit zeer belangrijke onderwerp in onze hoofdstukken gewijd aan Israël terug).

9. De tekenen aan de hemel

‘Terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen, en dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid,’ Matth. 24:29-30.

‘En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van de zee en branding, terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wanke­len,’ Luc. 21:25-26 (Zie ook nog Joël 2:30-31; Hebr, 12:25-26; Openb. 6:12-14; 8:12; 16:8-9).

Als gevolg van dergelijke profetieën letten de christenen scherp op de gebeurtenissen aan de hemel; en zij hebben gelijk. Sommigen zeggen dat ze al vallende sterren, buitengewone noorderlichten, regen van as en an­dere tekenen aan de hemel hebben waargenomen. Dat is mogelijk. Wij geloven dat de verschijnselen die door de Schrift worden aangekondigd nog veel frappanter zullen zijn. Zij zullen zo schrikwekkend zijn, dat ze angst onder de natiën zullen zaaien en dat niemand ze zal kunnen ont­kennen. Deze dingen staan nog te gebeuren. Bij de tekenen der tijden, die door Jezus in de evangeliën genoemd worden, voegen zich nog enkele andere die wij tenslotte nog zullen behandelen.



10. De buitensporige rijkdom

‘Welaan dan gij rijken, weent en maakt misbaar over de rampen die u zullen overkomen. Uw rijkdom is verrot, uw klederen zijn door de mot aangevreten, uw goud en zilver is verroest, en het roest ervan zal tegen u getuigen en uw vlees verteren als vuur. Gij zijt schatten gaan opleggen, terwijl het de laatste dagen zijn.’ Jac. 5:1-3. Men zou bij deze passages kunnen denken aan de fortuinen, die de ongehoorde ontwikkeling van de industrie en de handel mogelijk hebben gemaakt. Als Adam ieder jaar tot nu toe zijn goederen vermeerderd had met 50.000 franken goud, zou hij nog lang niet zo rijk zijn als enkele van onze tegenwoordige miljardairs. De inkomstenbronnen waarover enkele wereldtrusts en olie- staal- rubber- en wapenmagnaten beschikken, tarten iedere beschrijving. Enkele jaren ge­leden heeft men bevestigd dat in de Verenigde Staten een honderdste deel van de bevolking meer bezat dan de 99 anderen. Zesduizend multimiljo­nairs en miljardairs bezitten tezamen een vierde gedeelte van het kapitaal van de natie. (Mauro, op. cit.). De scherpe uitlating van Jacobus is om de twee volgende redenen terecht: sommige fortuinen zijn verrot omdat men ze verzameld heeft door onrecht en uitbuiting van de zwakken: ‘Zie, het loon dat door u is ingehouden van de arbeiders, die uw landen hebben gemaaid, schreeuwt, en het geroep van hen die uw oogst hebben binnen­gehaald, is doorgedrongen tot de oren van de Here Zebaoth. Gij hebt op aarde weelderig geleefd en u tegoed gedaan, gij hebt uw hart vetgemest in de slachttijd, gij hebt de rechtvaardige veroordeeld, ja vermoord; er is geen verweer tegen u,’ Jac. 5:4-6. Nu veroorzaakt de concentratie van zo’n immense rijkdom in één hand een abnormale onevenwichtigheid. Het is immoreel dat sommigen hun geld zelfs niet kunnen tellen, terwijl naast hen anderen van honger sterven. Bovendien is ieder mens onvolmaakt en zondig; welk een gevaar voor de maatschappij kan zo iemand zijn, die de vrije beschikking heeft over zulke ongelimiteerde bronnen en ze dus ten dienste van het kwaad kan aanwenden. (denk hier b.v. aan de leveranciers van olie en wapens en aan vele anderen)!

Ongetwijfeld is het ook mogelijk om de woorden van Jacobus te laten slaan op die landen die schatrijk zijn, doordat ze de zwakke en letterlijk onder­voede naties onderdrukken - in die mate wel te verstaan, dat de rijken de zwakken hebben uitgebuit en hen in het eigen belang in een toestand van horigheid hebben gehouden. ‘Geef mij armoede noch rijkdom, voed mij met het brood, mij toebedeeld; opdat ik, verzadigd zijnde, U niet verloo­chene en zegge: Wie is de Here? Noch ook, verarmd zijnde, stele en mij aan de naam van mijn God vergrijpe.’ Spr. 30:8-9.

11. Zware tijden

‘Weet wel dat er in de laatste tijden zware tijden zullen komen: want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, ver­raderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben’, ‘2 Tim. 3:1-5. Geeft Paulus ons hier niet het beeld van onze maatschappij? De geloofsafval door Jezus aangekondigd, gaat gepaard met grote ver­warring op het gebied van de moraal, en op sociaal, economisch en internationaal terrein. Waar geen vrees voor God meer bestaat, wankelt alles.

Het zou de moeite waard zijn om elk door de apostel hierboven aange­haald bijvoeglijk naamwoord nader te beschouwen, want elk ervan is van toepassing op onze tijd. Ondanks de beproevingen is men egoïstischer dan ooit. De oorlog, de zwarte handel en de bezetting hebben ons getoond waartoe de schaamteloosheid en de liefde voor het geld kan leiden. Er bestaat nauwelijks eerlijkheid meer, noch trouw aan het gegeven woord. Overal heerst een geest van opstand, tot in de gezinnen toe. Massa’s mensen zijn angstig en in beroering door de diepe sociale vraagstukken, die te wijten zijn aan onrecht, jaloezie en haat. Om zich te vermaken geven de mensen zich over aan een dol plezier, want het is duidelijk dat ze meer van het genot kunnen houden dan van God. Met dit alles zijn ze trotser en meer overtuigd dan ooit dat men volkomen aan God kan voorbijgaan. Het is waar dat de mensheid al meer moeilijke perioden heeft meegemaakt, waarin zij het donker inzag. Maar het valt niet te ontkennen, dat de wanhoop, de opstand, de onevenwichtigheid, de zonde onder al haar vormen nog nooit zo duidelijk en algemeen is geweest als tegenwoordig. Dit verbaast ons niets: het gezwel moet eerst groeien, opdat de goddelijke chirurg het met zijn scalpel met één snede kan wegnemen.

12. De opkomst van dictatoriale regiems en de noodzaak van een wereld­regering

Wij zullen later zien dat de antichrist de wereldheerschappij zal vestigen. De kern van zijn rijk wordt gevormd door de gebieden van het oude Romeinse rijk, dat min of meer hersteld wordt in de vorm van een tiens­tatenbond. De Openbaring beschrijft de antichrist als een beest met tien horens en schrijft daarover: ‘En de tien horens, die gij zaagt, zijn tien koningen, die nog geen koningschap ontvangen hebben, maar één uur ontvangen zij macht als koningen met het beest. Dezen zijn één van zin en geven hun kracht en macht aan het beest . . . Want God heeft in hun hart gegeven zijn zin te volbrengen en dit eensgezind te doen en hun koningschap aan het beest te geven, totdat de woorden Gods zullen volein­digd zijn.’ Openb. 17:12-13. 17. Zouden wij deze mensen, die nog geen koningschap ontvangen hebben, maar die het gezag gedurende één uur van een koning krijgen, geen dictators noemen? Verbazingwekkend zijn de termen die de kommentatoren van honderdvijftig jaar geleden gebruikten om deze passages uit te leggen. In onze dagen hebben we voor onze ogen dictators zien opstaan in bijna alle landen, die vroeger tot het Romeinse rijk behoorden: in Portugal, Spanje, Italië, Roemenië, Bulgarije, Joegoslavië, Turkije, Duitsland, Frankrijk, en verder verwijderd in Rusland, Japan, China, en in de staten van Midden en Zuid-Amerika. Verscheidene landen die democratisch wensten te blijven, zijn door de oorlog en de samenloop van omstandigheden er toe gedwongen geworden om een in feite autoritair regiem te vestigen met aan het hoofd één partij of een krachtig staatshoofd. De landen kondigden aan dat zij voor altijd in vrijheid, gelijkheid en broederschap wilden leven. Maar omdat zij dit zonder God wilden berei­ken en omdat ze zich afgewend hebben van de grondslagen van de moraal, hebben ze dit mooie ideaal niet kunnen verwezenlijken. Want de mensen moeten zich de vrijheid waardig tonen, en moeten in staat zijn haar te handhaven. Het lijkt er veeleer op dat men de heerschappij van de anti­christ ziet naderen, wat een allesomvattende (totalitaire) dictatuur zal worden. De samenvoeging van de oude Romeinse gebieden lijkt op zich niet onmogelijk: Spreekt men niet dikwijls over een Latijns blok of over een Middellandse Zeeblok, dat de Verenigde Staten van Europa zal vormen? Het wereldrijk zou best gevestigd kunnen worden volgend op een oorlog, zoals wij die onlangs hebben meegemaakt.



13. Terwijl de mensen zeggen: Het is vrede en rust

‘Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt: immers gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zo komt, als een dief in de nacht. Terwijl zij zeggen: het is alles vrede en rust, overkomt hun, als de weeën van een zwangere vrouw, een plotseling verderf; en zij zullen geenszins ontkomen.’ 1 Thess. 5:1-3. Dit teken lijkt in tegenspraak met de passages die de oorlogen van het einde aankondigen, maar deze tegenstelling is slechts schijn.

De dag komt, dat na de verschrikkelijke vijandelijkheden, er een man in zal slagen de wereldheerschappij te grijpen. Dadelijk zal hij trots zegevieren en uitroepen: ‘Vrede en rust!’ Nu de oorlogen uitgebannen zijn is er geen vijandigheid meer tussen de volken. De mensheid zal eindelijk verenigd worden en vormt slechts één enkele natie; zij heeft slechts één heer en één belang. En ‘Ik’ zal aan de wereld de welvaart en rust geven! Als enige heerser over de aarde, beschik ik zelf over de atoombom en zal hem zeker niet voor mijn zelfvernietiging gebruiken. Ik bevrijd jullie dus van deze afschuwelijke nachtmerrie. Dit is het begin van de gouden eeuw!’ De verbijsterde schare, gek van enthousiasme, zal luidkeels roepen: ‘Vrede en rust!’

Ja, vrede en rust.’ Dol van vreugde zullen zij zich voor hun weldoener neerbuigen en hem aanbidden.

Heel gauw, na een korte periode van bedrieglijke schijn, zullen de mensen inzien dat ze nog nooit zo misleid zijn. Maar hun ogen worden pas geopend als het al te laat is. Een plotseling verderf zal hen verrassen en ze zullen niet ontkomen. Vreselijke oordelen van God zullen over de antichrist en zijn aanbidders losbarsten en de valse vrede komt door een ontzettende ramp aan zijn einde. ‘De goddelozen, zegt de Here, hebben geen vrede.’ Jes. 48:22. Laten we hier aan denken in de dagen van de zinsbegoocheling, die zeker over de wereld zal komen, wanneer de welvaart en de vrede is weergekeerd. Laten we ons voor God leren vernederen om bij Hem de enige ware en duurzame vrede te vinden.

14. De toename van de kennis

God sprak tot Daniël: Gij, Daniël, houd de woorden verborgen, en verze­gel het boek tot de eindtijd; velen zullen onderzoek doen, en de kennis zal vermeerderen. Dan. 12:4. Het is een vaststaand feit: eeuwen lang zijn de profetieën als een verzegeld beek geweest, waarover men niet sprak. De hervormers die de Bijbel weer in ere hersteld hebben, hebben de bood­schap van de wederkomst van Christus weinig benadrukt. Het is kenmer­kend dat Calvijn kommentaren geschreven heeft op alle boeken van het Nieuwe Testament, behalve over de Openbaring. Vooral na Darby, nu zo’n honderd jaar geleden, zijn de gelovigen zich opnieuw gaan interesse­ren voor de profetieën. Tegenwoordig is men er meer mee bezig dan ooit.

De bijbelse voorzeggingen werpen een levendig licht op de gebeurtenissen en deze helpen op hun beurt de teksten steeds beter begrijpen. Nu al lijkt het mogelijk om de grote lijnen van de naderende ontknoping te zien. De kennis is ontegenzeggelijk toegenomen. De details die nog onduidelijk zijn, zullen zeker geopenbaard worden wanneer de behoefte daartoe aanwezig is.

Trouwens, niet alleen op het gebied van de profetie is de kennis toegeno­men. Nooit heeft de mensheid zoveel dingen gekend. Zij heeft alle gebie­den onderzocht en de wetenschap heeft een ongelofelijke graad van per­fectie bereid. Zij zou zich er bewust van moeten zijn dat de kennis zonder liefde opgeblazen maakt, 1 Cor. 8:1. en dat, zoals een oud spreekwoord zegt, ‘weten zonder geweten is het verderf van de ziel’. Maar het lijkt er daarentegen op dat de mensen hoogmoedig zijn geworden door de zeer snelle toename van hun kennis ‘Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden,’ Rom. 1:22. en zij zijn nu rijp voor het oordeel.




  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina